09 2111207_Verantwoording Regionaal Programma Ouderenzorg.pdf
Tekst van het document
Verantwoording /kosten-baten plaatje Programma regionale aanpak ouderenzorg Aanvraag van budget op de begroting aan de Raad Datum: Ingebracht door:
7 december 2021. Stef Maas en Kim Smid, afgestemd met het beleidsteam H3/PN.
Wat zijn de opgaves binnen de ouderenzorg? Met elkaar willen wij de stijgende vraag naar ouderenzorg, waaronder de toenemende chronische zorgvraag en vraag naar verpleeghuiszorg, opvangen zodat we voor alle ouderen in onze regio de zorg kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar kunnen houden.
Vergrijzing: Stijgende (dubbele) vergrijzing. Vegrijzing zal in onze regio met 4 á 5% per jaar toenemen tot 2030 (Bron: CBS).
Zorgvraag: Stijgende chronische zorgvraag, vooral dementie. Toename van +/- 2% per jaar (Bron: RIVM open data StatLine).
Personeel: Stijgend tekort aan zorgpersoneel, vooral door uitstroom van personeel. In combinatie met daling in aantal mantelzorgers.
Intramurale plekken: Stijgend tekort aan intramurale plekken, 900 plekken in 2025. Bouw is niet voldoende om dit tekort op te vangen.
Rijksbeleid: Langer thuis blijven wonen. Dit beleid heeft bijgedragen aan het sluiten van tehuizen afgelopen kabinetsperiodes.
Elke gemeente staat voor deze opgaves binnen de ouderenzorg aan de lat. Met het ‘Programma regionale aanpak ouderenzorg’ pakken we deze opgaves samen op met aanbieders en DSW zorgverzekeraar/zorgkantoor, en delen we de daarbij behorende inzet in capaciteit en kosten. Deelname aan het programma is voor gemeenten een kans: Om regionaal tot goede afspraken te komen over de ouderenzorg en financiën met aanbieders en met DSW als gezamenlijke financiers van zorg; De opgaves binnen de ouderenzorg te groot om ‘alleen´ op te pakken en vragen om gezamenlijk optreden; Om elkaar te versterken als (gemeentelijke) partners in de regio, gebaseerd op solidariteit.
1
Wat investeren we?
En wat levert dat op?
Capaciteit en inzet
Vanuit eigen organisatie investeren in het geheel van de samenwerking door capaciteit lokaal vrij te maken voor de regio.
Het verdelen van de lasten verlaagt de arbeidsdruk voor individuele gemeenten, door gebruik te maken van elkaars capaciteit (en expertise).
Samenwerking
Met gemeentelijke domeinen wonen, zorg en ruimte; Tussen het sociaal domein en het medisch domein; Met DSW als financiers van zorg; Met professionals in uitvoering van ondersteuning en zorg.
Geïntegreerd passend aanbod waarin de oudere centraal staat we niet meer denken in hokjes van domeinen en financiers; Gezamenlijke sturing op inkoop en beleid als financiers van zorg; Eenduidige afspraken met zorgaanbieders; Duurzaam zorglandschap met afgestemde zorg over de domeinen welzijn (Wmo) en zorg (Zvw/Wlz).
Delen van kennis en expertise met elkaar vergt vertrouwen, duidelijke werkafspraken en bestuurlijk commitment van de deelnemende partijen.
Grond
Bij percelen die vrijkomen wordt eerst de overweging gemaakt of het geschikt is als bouwlocatie voor ouderenzorg. Indien mogelijk geclusterd en afgestemd op lokale dienstverlening.
Realiseren van nieuwe woonoplossingen, waarbij ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen.
Data
Het (periodiek) aanleveren van Wmo-data.
Inzicht in o.a.: Huidige en verwachte zorgvraag, -aanbod en kosten in Wmo, Zvw en Wlz; Rendement: effecten van interventies (domein overstijgend); Type ouderen en hun ondersteunings- en zorgvraag; Onderbouwing voor investering in preventie; Hoe (bij wie/welk domein) de kosten en de baten verdeeld zijn en daarbij de mogelijkheid afspraken te maken over herverdeling.
Budget
Expertise
Programmakosten: €1,3 miljoen per jaar voor de komende 3 jaar; Aandeel van gemeenten: 25% - verdeeld over 7 gemeenten naar inwoneraantal.
Behouden en versterken kwaliteit van ondersteuning en zorg, door gebruik van elkaars expertise; Leren van elkaar in het sociaal en medisch domein.
Verdeling van kosten van de opgaves over alle partners; Inzicht in kosten en baten per interventie; Pilot SBD: mensen leven prettiger en langer thuis en leidt tot een besparing van zorgkosten, m.n. door uitstel van verpleeghuisopname van gemiddeld 9 maanden (Wlz), maar ook tot lagere zorgconsumptie in de Zvw voor de cliënt en voor de mantelzorger(s). Daarnaast verwachten we een daling in het benodigd aantal professionals in ondersteuning en zorg aan inwoners met dementie.
2
Wat doen we? Om de ouderenzorg voor te bereiden op de zorgvraag van de toekomst zetten we in op een breed pakket aan ‘maatregelen’. We kijken naar oplossingen op zowel het gebied van wonen als van zorg en welzijn. We kijken waar we al iets kunnen doen als mensen nog niet ziek zijn zodat zij langer gezond en zelfredzaam blijven (in eigen huis – uitstel Wlz-opname), maar ook hoe we de ondersteuning en zorg (nog) beter kunnen vormgeven als mensen al wel ziek zijn. Daarbij maken we de uitkomsten van deze oplossingen en rendement inzichtelijk via rapportage. Uitbreiden woonzorgplekken
De doelstelling is om, bovenop de reeds geplande 200 plekken, 300 extra intramurale plaatsen te realiseren. Daarnaast zijn er 1850 nieuwe woonplekken nodig. Hiertoe sluiten we in iedere gemeente een bestuurlijke overeenkomst met de betrokken partijen. Dit zijn de gemeente, VVT-aanbieder(s), woningcorporatie(s) en het Zorgkantoor DSW. In de overeenkomst worden gezamenlijke prestatieafspraken en uitgangspunten opgenomen, met concrete doelstellingen voor uitbreiding van intramurale capaciteit en nieuwe woonoplossingen voor ouderen met een zorgbehoefte.
Netwerkzorg
De zorg is gefinancierd en georganiseerd vanuit verschillende wetten, domeinen en zorgsoorten en is daarmee aanbodgericht. Met netwerkzorg doorbreken we de schotten in de zorg en organiseren wij de zorg meer vraaggericht. Een voorbeeld is de pilot ‘Multidisciplinair Team Ouderen’ [MTO]. Kwetsbare ouderen bij wie een ‘niet pluis’ gevoel bestaat of bij wie problemen dreigen te escaleren (lichamelijk, sociaal, cognitief) worden in een vroeg stadium gezien en behandeld door een Multidisciplinair Team Ouderen. Dit om te voorkomen dat ouderen te lang wachten met het vragen van zorg, waardoor ergere problemen en zwaardere zorg voorkomen kan worden.
Preventie
Interventies die bijdragen aan het vroegtijdig vergroten van zelfredzaamheid en weerbaarheid om de kwaliteit van leven te verbeteren, -om de druk op de verpleeghuizen te verlichten door uitstel of afstel van Wlz-opname, en -om andere zorg, zoals acute ziekenhuisopnames, te voorkomen. Vanwege de stijging in het aantal dementerenden, starten we de pilot ‘Sociale Benadering Dementie’ [SBD]. De samenwerking tussen professionals vanuit het medische- en sociale domein en vrijwilligers bij deze methode, wordt de werkdruk in alle domeinen verlaagt. In het land lopen verschillende ‘trials’ die werken met deze methode en de resultaten zijn veelbelovend; zo ervaren ouderen een betere kwaliteit van leven en kunnen ze langer thuis blijven wonen.
Behoud van personeel
We richten ons op het behoud en een zo optimaal mogelijke inzet van het personeel in onze regio. We inventariseren knelpunten op het gebied van personeel, die als individuele zorgorganisatie lastig zijn om op te lossen, maar door juist samen te werken wél kunnen worden opgelost. Het vormgeven van ‘gedeeld werkgeverschap’ is een voorbeeld hiervan; zo komt iemand én in dienst van het ziekenhuis én in dienst van een thuiszorgaanbieder. Dat kan veel voordelen opleveren, voor zowel werknemer als werkgever. Verder kijken we naar mogelijkheden op het gebied van inzet van kennis en innovaties.
3
Wat vragen we aan het College/de Raad? Budget op de begroting beschikbaar stellen voor 2022 en de daarop twee volgende jaren 2023 en 2024 voor het ‘Programma regionale aanpak ouderenzorg’. Om te bepalen op welk bedrag de jaarlijkse programmakosten moeten worden begroot, is gekeken welke te verwachten kosten op dit moment in beeld zijn en is een inschatting gemaakt van de te verwachten kosten. Ten aanzien van de pilot- en projectkosten wordt momenteel onderzocht of hier Btw-plichtige activiteiten tussen zitten. Bijdrage partners 2022/2023/2024 Rekening houdend met de voorgestelde verdeelsleutel én de bijdrage vanuit de transitiemiddelen van DSW, ziet de kostenverdeling er over de partners als volgt uit: Tabel 1: begroting waarbij wordt uitgegaan dat de pilotkosten niet Btw-plichtig zijn 2022 Programmakosten Bijdrage vanuit Transitiemiddelen Bijdrage Partners
2023 1.300.000 600.000 700.000
Programmakosten Bijdrage vanuit Transitiemiddelen Bijdrage Partners
2024 1.300.000 300.000 1.000.000
Programmakosten Bijdrage vanuit Transitiemiddelen Bijdrage Partners
1.300.000 0 1.300.000
Totaal 3.900.000 900.000 3.000.000
(ondersteuning) Zorgaanbieders VVT-aanbieders (n=5) Ziekenhuizen (n=2) Ondersteuning eerstelijn (ZEL/HAP) (n=1)
175.000 21.875 21.875 21.875
(ondersteuning) Zorgaanbieders VVT-aanbieders (n=5) Ziekenhuizen (n=2) Ondersteuning eerstelijn (ZEL/HAP) (n=1)
250.000 31.250 31.250 31.250
(ondersteuning) Zorgaanbieders VVT-aanbieders (n=5) Ziekenhuizen (n=2) Ondersteuning eerstelijn (ZEL/HAP) (n=1)
325.000 40.625 40.625 40.625
750.000 93.750 93.750 93.750
Zorgkantoor DSW
175.000
Zorgkantoor DSW
250.000
Zorgkantoor DSW
325.000
750.000
DSW Zorgverzekeraar
175.000
DSW Zorgverzekeraar
250.000
DSW Zorgverzekeraar
325.000
750.000
Gemeenten (n=7) Delft (22%) Westland (23%) Midden-Delfland (4%) Pijnacker-Nootdorp (12%) Maassluis (7%) Vlaardingen (15%) Schiedam (17%)
175.000 38.500 40.250 7.000 21.000 12.250 26.250 29.750
Gemeenten (n=7) Delft (22%) Westland (23%) Midden-Delfland (4%) Pijnacker-Nootdorp (12%) Maassluis (7%) Vlaardingen (15%) Schiedam (17%)
250.000 55.000 57.500 10.000 30.000 17.500 37.500 42.500
Gemeenten (n=7) Delft (22%) Westland (23%) Midden-Delfland (4%) Pijnacker-Nootdorp (12%) Maassluis (7%) Vlaardingen (15%) Schiedam (17%)
325.000 71.500 74.750 13.000 39.000 22.750 48.750 55.250
750.000 165.000 172.500 30.000 90.000 52.500 112.500 127.500
4
Tabel 2: Begroting waarbij wordt uitgegaan dat de pilotkosten wel Btw-plichtig zijn 1.489.000 600.000 889.000
Programmakosten Bijdrage vanuit Transitiemiddelen Bijdrage Partners
1.489.000 0 1.489.000
Totaal 4.467.000 900.000 3.567.000
2024
2023
2022 Programmakosten Bijdrage vanuit Transitiemiddelen Bijdrage Partners
1.489.000 300.000 1.189.000
Programmakosten Bijdrage vanuit Transitiemiddelen Bijdrage Partners
(ondersteuning) Zorgaanbieders VVT-aanbieders (n=5) Ziekenhuizen (n=2) Ondersteuning eerstelijn (ZEL/HAP) (n=1)
222.250 27.781 27.781 27.781
(ondersteuning) Zorgaanbieders VVT-aanbieders (n=5) Ziekenhuizen (n=2) Ondersteuning eerstelijn (ZEL/HAP) (n=1)
297.250 37.156 37.156 37.156
(ondersteuning) Zorgaanbieders VVT-aanbieders (n=5) Ziekenhuizen (n=2) Ondersteuning eerstelijn (ZEL/HAP) (n=1)
372.250 46.531 46.531 46.531
891.750 111.469 111.469 111.469
Zorgkantoor DSW
222.250
Zorgkantoor DSW
297.250
Zorgkantoor DSW
372.250
891.750
DSW Zorgverzekeraar
222.250
DSW Zorgverzekeraar
297.250
DSW Zorgverzekeraar
372.250
891.750
Gemeenten (n=7) Delft (22%) Westland (23%) Midden-Delfland (4%) Pijnacker-Nootdorp (12%) Maassluis (7%) Vlaardingen (15%) Schiedam (17%)
222.250 48.895 51.118 8.890 26.670 15.558 33.338 37.783
Gemeenten (n=7) Delft (22%) Westland (23%) Midden-Delfland (4%) Pijnacker-Nootdorp (12%) Maassluis (7%) Vlaardingen (15%) Schiedam (17%)
297.250 65.395 68.368 11.890 35.670 20.808 44.588 50.533
Gemeenten (n=7) Delft (22%) Westland (23%) Midden-Delfland (4%) Pijnacker-Nootdorp (12%) Maassluis (7%) Vlaardingen (15%) Schiedam (17%)
372.250 81.895 85.618 14.890 44.670 26.058 55.838 63.283
891.750 196.185 205.103 35.670 107.010 62.423 133.763 151.598
5