CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

08 rv Wijz GR MRDH

Gemeenteraad 31 oktober 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel zienswijze technische wijziging GR MRDH1.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

24 oktober 2023

Nummer

2023-12-08

Datum commissievergadering n.v.t. Datum raadsvergadering

31 oktober 2023

Oplegger Zaaknummer

514408

Onderwerp

Zienswijze technische wijziging GR MRDH

Portefeuillehouder

A.P.J. van Hemmen

Uiterste behandeldatum (met toelichting)

31-10-2023 Einde termijn zienswijze is 13 november 2023.

Eerdere besluitvorming

17 december 2013 (agendapunt 13)

Samenvatting voorstel

Op 1 juli 2022 is een herziening van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. De gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH) moet op deze wijziging worden aangepast. Voorafgaand aan de wetswijziging is de MRDH als voorbeeldregeling gebruikt. Consequentie hiervan is dat diverse wettelijke verplichtingen feitelijk al geregeld zijn in de GR of aparte bestuursbesluiten en reglementen. Hierdoor is in beperkte mate sprake van inhoudelijke consequenties. In de GR MRDH is een verplichte evaluatie opgenomen. Dat proces start dit najaar. Uit dat proces kunnen inhoudelijke wensen tot wijziging van de GR voortvloeien. Samen met eventuele wensen die uit de zienswijzenprocedure voor de wijziging van de GR MRDH voortvloeien worden die dan vervolgens als een apart voorstel in procedure gebracht.

Beslispunten

De gemeenteraad besluit om: 1. een positieve zienswijze af te geven op het ontwerp van de 1e wijziging van de GR MRDH; 2. bijgevoegde concept-brief met zienswijze te versturen aan het AB van de MRDH.

Bijlage(n)

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Aanbiedingsbrief MRDH d.d. 11 september; Concept-ontwerp GR MRDH; Was-wordt lijst wijzigingswet consequenties MRDH Was-wordt lijst huidige GR ten opzichte van concept ontwerp; Artikelsgewijze toelichting; Advies AC’s concept ontwerp wijzigingsvoorstel d.d. 21 juni; Reactie AB op advies AC’s d.d. 8 september; Concept brief gemeentelijke zienswijze ontwerp 1e wijziging GR MRDH, kenmerk 0000511707.

Advies commissie

Raadsbesluit

o Akkoord / o Niet akkoord

Opmerking:

Datum van besluit gemeenteraad:

A. de Vos griffier

Drs. A.P.J. van Hemmen voorzitter

2

Inleiding Op 1 juli 2022 is een herziening van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. Deelnemers hebben tot 1 juli 2024 de tijd om hun gemeenschappelijke regelingen aan te passen. De kern van de herziening houdt in, dat de gemeenteraden over meer inhoudelijke sturingsmogelijkheden gaan beschikken. Sommige wettelijke bepalingen zijn op 1 juli 2022 direct in werking getreden. Andere wijzigingen vragen een afweging door met name de raden: zij dienen voor iedere gemeenschappelijke regeling aan te geven of, en op welke wijze zij gebruik willen maken van de toegevoegde formele wettelijke mogelijkheden. Bedoeling is dat per gemeenschappelijke regeling maatwerk wordt toegepast. De zienswijze dient uiterlijk 13 november 2023 bij de MRDH (Metropoolregio Rotterdam Den Haag) ingediend te zijn. In verband met het vervallen van de vergadercyclus van november is behandeling in de raadsvergadering van 31 oktober wenselijk. Daar hier sprake is van een administratieftechnische wijziging, is de inschatting dat het niet onoverkomelijk is dat een bespreking in commissieverband in deze specifieke situatie wordt overgeslagen. De MRDH is voorafgaand aan de wetswijziging pilotregio geweest. Enkele wetswijzigingen zijn gebaseerd op de GR van de MRDH. Dit heeft als consequentie dat de impact van de wetswijziging voor de aanpassing van de formele regeling MRDH beperkt is.

Wel zijn wijzigingen noodzakelijk, doordat de werkwijze soms is vastgesteld in reglementen. Deze moeten worden overgeheveld naar de formele regeling.

Beoogd maatschappelijk effect Voldoen aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen.

Argumenten 1.1 Wettelijke mogelijkheden die de positie van gemeenteraden kunnen versterken Om de positie van gemeenteraden te versterken zijn in de wetswijziging vijf mogelijkheden genoemd (kan-bepalingen). Hiervan kan naar gemeenschappelijk behoeven gebruik worden gemaakt . Bij overname in de regeling moeten voor 1 juli 2024 gelijkluidende besluitvorming plaatsvinden bij de 21 deelnemers. De kan-bepalingen zijn: 1. Een regeling houdt bepalingen in omtrent de evaluatie van de regeling. Dit is niet verplicht, maar vraagt wel instemming gemeenteraad (artikel 11a). In de GR MRDH is dit al opgenomen. 2. Het bestuur van het openbaar lichaam geeft de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De regeling, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede of derde lid, houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop de inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, worden verstrekt. Tot nu toe was sprake van een passieve informatieplicht; deze moet uitgebreid worden tot een actieve (artikel 17). Is feitelijk al deels gebruikelijk binnen de MRDH, maar vraagt wel aanpassing regulering. 3. Elke regeling moet bepalingen bevatten over participatie. Dit om te voorkomen dat bij besluiten met een maatschappelijke impact inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties niet betrokken worden.

(artikel 10, leden 7 en 8) Is al deels van toepassing, maar vraagt wel nadere regulering. 4. In de bepalingen in de gemeenschappelijke regeling over opheffing, toetreding en uittreding moet worden vastgelegd wat de gevolgen zijn voor het vermogen van het openbaar lichaam of de bedrijfsorganisatie en dat van de deelnemende gemeenten. De Memorie van Toelichting spreekt over onderwerpen als personeel, contracten, investeringen en vermogen (artikel 9) Zijn wel afspraken over vastgelegd, maar moet worden overgeheveld naar de formele regeling GR. 5. In de gemeenschappelijke regeling moet worden bepaald op welke andere besluiten dan de begroting de raden van de deelnemende gemeenten vooraf een zienswijze moeten kunnen geven. De mogelijkheid om geen besluiten te benoemen is toegestaan. (artikel 10, leden 5 en 6) In de huidige GR MRDH zijn al meerdere besluiten benoemd. 3

6.

Per 1 juli 2022 bestaat al de mogelijkheid voor de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie voor het algemeen bestuur, bestaande uit raadsleden en leden van het algemeen bestuur? Bij de MRDH zijn al adviescommissies aanwezig.

1.2 MRDH kiest voor een beleidsarme aanpassing regeling Na de zienswijzeprocedure bij de gemeenteraden volgt nog de formele vaststelling van de gewijzigde regeling. Dit moet voor 1 juli 2024 wettelijk gebeuren met een gelijkluidend besluit van alle gemeenteraden, colleges en burgemeesters. Hierdoor biedt het proces feitelijk weinig ruimte voor fundamentele discussies en overwegingen. Voor deze fase is door de MRDH daarom gekozen voor een beleidsarme wijziging van de regeling. Dit zijn de volgende categorieën: • Artikelen die op grond van de gewijzigde wet aangepast moeten worden; • Artikelen die feitelijk niet meer juist zijn; • Artikelen die door gewijzigde wetgeving niet meer kloppen; • Artikelen die niet meer overeenkomen met de praktijk en werkwijze MRDH. 1.3 Stemverhoudingen zijn aangepast Door herindelingen is het aantal deelnemende gemeenten gewijzigd. Dit is in de technische aanpassingen verwerkt. Tegelijkertijd is hier de verdeling van de stemverhoudingen uit artikel 2:3, 3e lid, aangepast. Bij de oprichting van de MRDH was het uitgangspunt vastgelegd dat Rotterdam en Den Haag bij een eventuele stemming niet samen met één andere grote gemeente de meerderheid van de stemmen konden behalen. De oorspronkelijke stemverhouding is zoveel mogelijk aangehouden, waardoor dit principe in stand is gebleven.

Kanttekeningen 2.1 'Kan’ bepaling evaluatie GR is al opgenomen in regeling De mogelijkheid om een evaluatie uit te voeren maakt al onderdeel uit van de GR MRDH (artikel 8:1). Wijziging van de GR is hierdoor niet meer aan de orde. Op basis van de huidige GR start dit najaar een evaluatieproces. Een uitkomst van dit proces kan zijn dat het op bepaalde onderdelen wenselijk is de GR aan te passen. Beleidsinhoudelijke aanpassingen die uit de zienswijzenprocedure naar voren komen, worden dan meegenomen in het evaluatierapport. Hiermee wordt voorkomen dat het proces van de verplichte wijzigingen vertraging oploopt en de regeling niet meer aan de wet voldoet. Onvermijdelijk nadeel hierbij is dat die wijzigingen pas in 2026 in werking kunnen treden. Oorzaak hiervan is dat de 21 deelnemers en alle gemeentelijke bestuursorganen een gelijkluidend besluit moeten nemen. 2.2 ‘Kan’- bepaling informatieplicht aan gemeenteraden Binnen de MRDH is de informatieplicht aan de gemeenteraden al geregeld. De informatieplicht was opgenomen in de GR en uitgewerkt in de reglementen van orde. De wetswijziging maakt opname in de regeling noodzakelijk. De huidige praktijk is overgenomen in artikel 2:2 van de GR. Op termijn is verbetering van deze bepaling mogelijk. Nu is namelijk geregeld dat bij raadsvragen deze via de bestuurlijke vertegenwoordiger bij de MRDH ingediend worden.

Beantwoording verloopt ook via de gemeentelijke vertegenwoordiging. In theorie biedt dit de mogelijkheid van een inhoudelijke beïnvloeding en vertraging van de beantwoording. Vanuit het standpunt van een beleidsarme aanpassing is wijziging hiervan nu niet aan de orde. Om de positie van de gemeenteraden op termijn te versterken is in de zienswijzenbrief het verzoek opgenomen bij de komende inhoudelijke aanpassing te zorgen voor een rechtstreekse verantwoordingsplicht tussen gemeenteraad(sleden) en de MRDH. 2.3 ‘Kan’-bepaling participatie van inwoners De huidige inspraakmogelijkheden bij het algemeen bestuur en bestuurscommissies is vanuit de reglementen van orde overgeheveld naar een nieuw artikel 2:2a. Hiermee wordt aan de wettelijke plicht en beleidsarme wijziging invulling gegeven. Bij de oprichting van de MRDH was vanuit het verlengd lokaal bestuur het uitgangspunt dat iedere gemeente zoveel mogelijk de eigen inspraak regelt. In de huidige maatschappelijke omstandigheden blijkt meer samenwerking met maatschappelijke organisaties en participatie van inwoners wenselijk te zijn. De wijze waarop participatie meer vorm kan krijgen is daarom één van de onderwerpen waar tijdens de evaluatie het 4

gesprek met elkaar over wordt aangegaan. In de concept-zienswijzenbrief is dit uitgangspunt onderschreven. 2.4 ‘Kan’- bepaling uittredingsbepalingen zijn uitgewerkt In artikel 6:2 was een globale uittredingsbepaling opgenomen. Dit artikel is nu verder aangepast om aan de gewijzigde wetgeving te voldoen. Bij een eventuele uittreding zal alsnog een nadere uitwerking moeten plaatsvinden. Hierbij is een verschil tussen de taken 'economisch vestigingsklimaat' en ' vervoersautoriteit'. De taken voor de vervoersautoriteit zijn bij nationale wetgeving aan de 12 provincies en de metropoolregio's Amsterdam en Rotterdam-Den Haag toegewezen. Bij individuele uittreding ontstaat het praktische probleem dat een gemeente buiten een vervoersgebied valt, waardoor financiering openbaar vervoer en infrastructuur niet meer dekkend geregeld zijn. Voor het taakveld economie is de financiering van de taken gedekt vanuit de inwonersbijdrage. 2.5 ‘Kan’-bepaling onderwerpen zienswijzen zijn al in regeling opgenomen Bij deze bepaling wordt nadrukkelijk zichtbaar dat de regeling MRDH model stond voor de wetswijziging. In artikel 2:1, 2e lid, zijn de onderwerpen genoemd waar een zienswijze op kan worden ingediend. Hierin is het 'werkplan' als zelfstandig onderdeel vervallen. Reden hiervan is dat het werkplan inmiddels integraal onderdeel is van de begroting, waarvoor al een zienswijzenverplichting geldt.

2.6 ‘Kan’-bepaling instellen adviescommissies De MRDH werkt van oudsher al met adviescommissie bestaande uit twee raadsleden per deelnemende gemeente. Bij de oprichting van de MRDH is de mogelijkheid open gehouden dat de provincie ook formeel toetreedt tot de regeling. De formele bestuurskundige relaties, zoals toezicht en kaderstellende regelgeving op een breder beleidsterrein, zal de provincie niet toetreden tot de GR MRDH. Wel blijft zij agendalid. Daarom is de mogelijkheid van deelname van een lid van provinciale staten.

Financiën Aan dit voorstel zijn geen financiële kosten verbonden.

Communicatie en participatie Niet van toepassing. Is een wijziging vanuit een administratief technische inhoud om te voldoen aan de gewijzigde Wgr.

Vervolgstappen 1.

2.

Indienen van een schriftelijke zienswijze bij het AB van de MRDH. Hiervoor is een concept brief bijgevoegd die na raadsbehandeling door ons college, namens de gemeenteraad, verzonden wordt. Vanuit het AB komt een schriftelijke reactie op de zienswijzen van 21 gemeenten met een voorstel tot wijziging van de GR MRDH. Deze wijziging moet eensluidend door de gemeenteraden, colleges en burgemeesters van alle deelnemers vastgesteld worden en treedt dan uiterlijk 1 juli 2024 in werking.

Reactie college op commissiebehandeling

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=172bab32-b244-4ed7-95a8-09d0838e8086