CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

08 RO Polderhuis Midden-Delfland.pdf

Gemeenteraad 22 februari 2022, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel VVGB Kwakelweg 13 te Maasland20.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke-Onderbouwing

Polderhuis Midden-Delfland

Identificatie: NL.IMRO.1842.ov20Kwakelweg13-VO01 Datum: 12 november 2020 Gemeente: Midden-Delfland, buitengebied Maasland IMRO-versie: NL.IMRO.1842.ov20Kwakelweg13-ON01 NL.IMRO.1842.ov20Kwakelweg13-VA-01

1

Colofon Projectnummer:

2019-017

Documentdatum:

08 oktober 2020

Wijziging:

15 april 2021

Opdrachtgever:

Dhr. R. van Leeuwen

Contactpersoon:

Dhr. R. van Leeuwen

Architect:

Arno Steehouwer Architect bna

Contactpersoon:

Dhr. A. Steehouwer

Ontwerp: 12 november 2020 Vastgesteld: …

2

Inhoud 1. Objectgegevens 2. Toelichting 2.1. Aanleiding 2.2. Bestemmingsplan 2.3. Plangebied 3. Voorgestelde ontwikkeling 3.1. De huidige situatie 3.2. De voorgestelde ontwikkeling 3.3. Het polderhuis 4. Beleid 4.1. Rijksbeleid 4.1.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 4.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 4.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking 4.2. Provinciaal beleid 4.2.1. Omgevingsvisie provincie Zuid-Holland (april 2019) 4.2.2. Omgevingsverordening Zuid-Holland 4.2.3. Bijzonder provinciaal landschap 4.3. Gemeentelijk beleid 4.3.1. Ladder voor duurzame verstedelijking 4.3.2. Structuurvisie Midden-Delfland 2025 (2011) 4.3.3. Gebiedsvisie Midden-Delfland 2025 (2005) 4.3.4. Landschapsontwikkelingsperspectief 2025 (2009) 4.3.5. Cittaslow 4.3.6. Welstandsnota Midden-Delfland 2018 4.3.7. Toeristisch-recreatief beleidskader Midden-Delfland 2012 5. Milieutechnische uitvoerbaarheid 5.1. Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. 5.2. Toetsing van de omgevingsaspecten

4 5 5 5 6 8 8 8 11 12 12 12 13 13 13 14 14 15 15 16 17 17 18 18 19 20 21 21 21

Bijlagen Bijlage 1: Set Tekeningen Bouwaanvraagfase Bijlage 2: Verkennend Bodemonderzoek en Asbestonderzoek Bijlage 3: Nader Bodemonderzoek en Asbestonderzoek Bijlage 4: Archeologisch Bureauonderzoek

3

1. Objectgegevens Adres

: Kwakelweg 13, 3155 CB Maasland

Naam project

: Polderhuis Midden-Delfland

Eigenaar

: Ruud van Leeuwen – R.N. van Leeuwen Holding BV

Kadastraal

: MLDO0 – I – 2060

Huidig toepasbare bestemming

: agrarisch met waarden, Waarde-archeologie-2 en Waterstaat- Waterkering

Vigerend bestemmingsplan

: '1e herziening Buitengebied Gras' (vastgesteld 202009-22)

Oppervlakte gehele perceel

: 4.140m2

Gemeente

: Midden-Delfland, buitengebied Maasland

4

2. Toelichting 2.1 Aanleiding De familie van Leeuwen is voornemens een veestal aan de Kwakelweg 13 te transformeren naar een verblijfsruimte voor mensen met EMB. Dit staat voor een groep mensen met een Ernstige Meervoudige Beperking die naast hun vaak zeer ernstige verstandelijke beperking ook meerdere lichamelijke beperkingen of ziektebeelden hebben. Denk hierbij aan: epilepsie, spasticiteit, eet en slikproblematiek, benauwdheid, vergroeiingen enzovoorts. Het Polderhuis Midden-Delfland zal plaats gaan bieden aan 8 gasten met EMB die tegelijkertijd kunnen verblijven op locatie. De gasten wordt doordeweeks dagbesteding aangeboden, met in het weekend de mogelijkheid tot overnachting. 2.2 Bestemmingsplan Het initiatief past niet binnen de planregels van het vigerende bestemmingplan '1e herziening Buitengebied Gras', vastgesteld 22 september 2020. Daarin heeft de stal de bestemming ‘Agrarisch met Waarden-Archeologie-2 en Waterstaat-Waterkering. De gronden bestemd met 'Agrarisch met waarden' mogen gebruikt worden voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf.

Het voorgenomen initiatief betreft een agrarische nevenactiviteit, welke niet past binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan. Initiatiefnemer heeft dan ook een plan voorgelegd aan het college van B & W van de gemeente Midden-Delfland, waarop op 11 mei 2020 een positief principebesluit is genomen. Het initiatief is volgens het college wenselijk omdat het bijdraagt aan het economisch vitaal houden van het agrarisch bedrijf, het past binnen de filosofie van Cittaslow, er behoefte bestaat aan dit type zorgvoorziening

5

en omdat het plan op hoofdlijnen past binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. Initiatiefnemer heeft daarop, in afstemming met de gemeente, gekozen voor een aanvraag omgevingsvergunning in combinatie met een uitgebreide procedure (artikel 2.12 lid 1 sub 3 van de Wabo). Volgens artikel 2.12 lid 1 sub 3 van de Wabo kan een omgevingsvergunning worden verleend, indien de gevraagde activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.

2.3 Plangebied Het plangebied omvat het gehele planologisch perceel (woning + agrarisch bedrijf) bestaande uit het kadastrale perceel MLDO0 – I – 2060, gelegen aan de oostkant van het perceel, grenzend aan het weiland. Het perceel is gesitueerd in het buitengebied van Maasland, binnen de gemeente Midden-Delfland en wordt ontsloten via de Kwakelweg 13. Het plan behelst de wijziging van het gebruik van de veestal voor dagbesteding en logiesfunctie.

6

Plangebied Kwakelweg 13 (zie rode omcirkeling). Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt het huidige gebruik beschreven en de voorgenomen ontwikkeling. In de hoofdstukken 3 en 4 is het vigerende beleid opgenomen. In hoofdstuk 5 worden diverse milieuthema’s behandeld waarin de relatie tussen gebouw en omgeving wordt onderzocht.

7

3. Voorgestelde ontwikkeling 3.1 De huidige situatie Het perceel Kwakelweg 31 bestaat uit een woning, een drietal veestallen, een schuur behorend bij de woning, een schuur met opslagruimte en een oude schuur.

4

1. Bestaande woning inclusief erf en schuur : blijft intact, gebruik ongewijzigd. 2. Erf inclusief opslagruimte: blijft intact, gebruik ongewijzigd. 3. Bestaand stal: blijft intact, gebruik ongewijzigd. 4. Bestaande stal: wordt getransformeerd, gebruik van agrarisch naar wonen-zorg 5. Bestaande schuur: wordt gesloopt, terrein wordt ingericht als dierweide. Op het perceel wordt een agrarische bedrijfsactiviteit uitgevoerd, te weten het kopen, houden en verkopen van Anguskoeien. 3.2 De voorgestelde ontwikkeling De veestal (onder nummer 4 op voorgaand plaatje) wordt getransformeerd naar een verblijfsruimte voor mensen met een Ernstige Meervoudige Beperking. Daar wordt doordeweeks dagbesteding aangeboden, met in het weekend de mogelijkheid tot overnachting. Deze mensen zijn door al hun beperkingen niet in staat om deel te nemen aan het “normale” leven, maar deze mensen kunnen echter wel optimaal genieten van het ‘normale’ leven. Voor deze mensen zijn er plekken nodig waar zij worden begeleid en verzorgd. Nu kan dit achter gesloten deuren op basis van de standaard woonvoorzieningen die in en rondom Midden-Delfland zijn gevestigd. De plekken waar deze mensen dagbesteding af kunnen nemen zijn schaars en ook een plek waar de ouders hun kind voor een weekend of week kunnen laten logeren zijn er in de omliggende steden 8

en dorpen niet of nauwelijks. Er zijn vrijwel geen voorzieningen voor deze mensen waar de rust, natuur, dieren en zorg onder één dak zijn.

Om het Polderhuis Midden-Delfland mogelijk te maken wordt de betreffende stal (4) ontdaan van de bouwkundige schil. Het staalskelet zal gehandhaafd blijven en de vorm van het nieuwe gebouw bepalen. De ruimtelijke hoofdopzet zal hiermee ongewijzigd blijven. Wat wel verandert is de uitstraling van het gebouw. De gevel van golfplaten wordt vervangen door een gevel met zwarte vlotdelen. Het onderliggende metselwerk van strengpers stenen wordt gereduceerd tot een lage plint van IJsselsteentjes. De kozijnen en draaiende delen worden blank eikenhout. Met deze ingrediënten past de getransformeerde stal uitstekend bij de reeds op het erf aanwezige boerderij met achterliggende stal. Zelfs de gedetailleerde betimmering van de bestaande goten aan de boerderij wordt als terugkerend element ook bij het Polderhuis weer toegepast. Op deze wijze wordt er een eenheid gerealiseerd die de herkenbaarheid versterkt.

9

Het gebouw beslaat circa 479 m², net als de bestaande stal, met een overdekt terras van circa 90 m² en een onoverdekt terras van 65 m². In het gebouw is een tweedeling waarbij aan de oostzijde een grote woonkamer met eetkeuken komt. Vanuit deze ruimte is er een onbelemmerd uitzicht over de dierenweide en de polder tussen Maasland en Vlaardingen. Dit uitzicht wordt ook nog eens versterkt door het openen van de kopse gevel met een grote pui. Aan de andere zijde in het gebouw, de westzijde, komen de slaapkamers. Aan de noordzijde grenst het gebouw aan het weiland. Aan de zuidzijde is de hoofdentree en het overdekte terras. Bij regenachtig weer kan hier toch lekker buiten gezeten worden en bij warme zonnige dagen biedt de overkapping de benodigde schaduw. Het gebouw heeft een duidelijke relatie met de directe omgeving en de omliggende natuur. In haar verschijning past het naadloos in de omgeving en de bebouwing op de boeren erven.

Door de ligging aan de weilanden binnen de bestaande bebouwing wordt een optimale combinatie geboden. Enerzijds vindt er geen uitbreiding van de bebouwing plaats en anderzijds kunnen meer mensen genieten van de natuur, de flora en fauna van de polder. De overige agrarische activiteiten op de boerderij blijven gelijk. Het te realiseren Polderhuis Midden-Delfland zal gesplitst gaan worden in twee gedeelten, te weten:  Polder Zorg, dit zal een dagbestedingsgroep worden voor 8 EMB mensen De dagbesteding zal 5 dagen per week plaats vinden.  Polder Rust, dit zal een logeerhuis worden voor 8 EMB mensen. Dit logeerhuis zal in de weekenden geopend zijn Het doel van de dagbesteding en het logeerhuis is om de cliënten volledig te laten genieten, beleven en ontspannen. De cliënten worden in contact gebracht met de natuur in MiddenDelfland, door het wandelen in de polders en vooral door contact maken met dieren. Voor meer informatie over de achterliggende motivatie voor de start van deze onderneming, alsmede voor de specifieke opbouw van de activiteiten, wordt verwezen naar de folder Polderhuis Midden-Delfland van november 2019.

10

3.3 Het polderhuis De transformatie van de oude stal is gericht op het behoud van de uitstraling van het gehele complex aan de Kwakelweg 13. Door de constructie zoveel mogelijk intact te houden wordt een optimale stedenbouwkundige inpassing gewaarborgd. Zoals aangeven blijven de overige activiteiten op de boerderij gelijk en daarmee ook de samenhang van de gebouwen aan de Kwakelweg 13. De huidige opstal aan de noordzijde behelst een slechte kwaliteit en zal worden gesloopt. Daarmee ontstaat een open zicht op het landschap. Het effect op water en groen is daarmee nihil, net als het effect op de bestaande infrastructuur. Enkel de oude schuur aan de rand van perceel, welke geen enkele functie meer heeft en ook een slechte uitstraling op het gebied, zal worden gesloopt. De groenstructuur zal daardoor aan de zijde van het weiland kunnen worden versterkt door de aanleg van een dierenweide. De bestaande bomen kunnen daarmee eveneens worden gehandhaafd.

11

4. Beleid 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Uniek aan Nederland is de ruimtelijke structuur met een netwerk van compacte steden in stedelijke regio’s omringd door een onderscheidend open en natuurrijk landelijk gebied. Ook in cultuurhistorisch opzicht en op het gebied van natuur heeft ons land veel te bieden. Voor de aantrekkelijkheid van ons land is het nodig die bijzondere waarden en internationaal onderscheidende kwaliteit te koesteren en te versterken. Dat geldt ook voor Midden-Delfland, gelegen als open veenweidegebied omringd door de stedelijke regio’s (Maassluis, Delft, Rotterdam, Vlaardingen, Schiedam). Het Rijk streeft naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, daarbij de investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte behelst het integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is in deze van kracht. Op grond van de structuurvisie kiest het Rijk drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van ruimtelijk-economisch structuur van Nederland; 2. Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3.

Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Deze derde doelstelling is voor het onderhavige plan van belang. Verstedelijkings- en landschapsbeleid laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei geënt op het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Toets De huidige kwaliteiten van het agrarisch open veenweidegebied blijven intact en worden zelfs versterkt doordat plan bijdraagt aan het economisch vitaal houden van het gebied.

12

4.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro bevat inhoudelijke regels van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, beheers verordeningen en omgevingsvergunningen met ruimtelijke onderbouwing moeten voldoen. Het Barro bevat onder andere regels over de grotere projecten met een impact op de ruimtelijke structuur van Nederland: zoals het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (Maasvlakte II), Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie (militaire terreinen, munitie, militaire luchtvaart), Erfgoed (Unesco).

Toets Het Barro bevat geen regels die van toepassing of van invloed zijn op de beoogde ontwikkeling, welke als kleinschalig wordt aangemerkt. De beoogde ontwikkeling past binnen het Rijksbeleid. 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Een uitwerking van de SVIR is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het een procesvereiste (conform het Besluit ruimtelijke ordening) deze te toetsen aan ‘de ladder’. In hoofdlijnen moet een afweging worden gemaakt of er daadwerkelijk behoefte is voor het plan, dat eerst gezocht moet worden naar een invulling van het plan in het stedelijk gebied en dat de locatie goed bereikbaar is. Toets In het geval er meer dan 12 woningen worden gerealiseerd is deze ladder een procesvereiste. Gezien de kleinschaligheid van het onderhavige plan is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. 4.2 Provinciaal beleid Voor de inpassing van het onderhavige plan zijn de Omgevingsvisie Zuid Holland (april 2019), de omgevingsverordening Zuid-Holland (april 2019) en de aanwijzing Bijzonder provinciaal landschap (2017) van belang. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot 1 integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Zuid-Hollandse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening is per 1 april 2019 in werking getreden.

4.2.1 Omgevingsvisie provincie Zuid-Holland (april 2019) De provincie Zuid-Holland geeft aan dat het belangrijk is om de economische kracht van de groene ruimte te versterken. De provincie wil ruimte bieden voor agrarisch ondernemerschap en andere economische activiteiten die passen bij de

13

gebiedskwaliteiten. Ruimtelijke ontwikkelingen die maatschappelijk en economisch gewenst zijn, moeten bijdragen aan de balans tussen de instandhouding, benutting en versterking van de bestaande gebiedskwaliteiten. Het plangebied maakt onderdeel uit van het veenlandschap, welke als zodanig specifiek is benoemd in de Omgevingsvisie.

Verder zet provincie in op een betere, gebiedsgerichte verweving van de verschillende ‘klassieke’ functies in de groene ruimte (landbouw, natuur, recreatie, water, cultuurhistorie) en een betere relatie tussen stad en land. Een gezamenlijke opgave is om de groene kwaliteiten zowel binnen als buiten de stad te versterken en de samenhang tussen stedelijke parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Toets Het onderhavige plan sluit volledig aan op de wens van de provincie om de relatie stadland te versterken en om het gebied economisch vitaal te houden, met behoud van de kwaliteiten. Door bewoners met een EMB uit de omliggende steden ook de ruimte te bieden om het veenlandschap en de agrarische activiteiten te ervaren, wordt invulling gegeven aan de provinciale ambitie (maatschappelijk initiatief).

4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie april 2019) De verordening is vastgesteld met het oogmerk van doorwerking van een deel van het ruimtelijk beleid en bevat daarom regels voor bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. De verordening bevat regels ten aanzien van een aantal belangrijke ruimtelijke onderwerpen, zoals kantoren, bedrijventerreinen, glastuinbouw- en bollenteeltgebied, archeologie en provinciale vaarwegen. Voor de beoogde transformatie het artikel 6.9 (Ruimtelijke kwaliteit) uit de Omgevingsverordening relevant: 1. Een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart;

Toets Bij het onderhavige plan is sprake van een inpassing in de bestaande gebiedsidentiteit van Midden-Delfland en voorziet niet in een wijziging op structuurniveau, past bij de huidige

14

schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Het betreft een kleinschalige ontwikkeling, die bijdraagt aan een versterking van de beleving van het landschap. Aanvullende maatregelen worden op deze locatie niet noodzakelijk geacht. De ontwikkeling past binnen de regels uit de Omgevingsverordening.

4.2.3 Bijzonder provinciaal landschap Het gebied Midden-Delfland is aangewezen door de provincie als bijzonder provinciaal landschap, in navolging op de Reconstructiewet Midden-Delfland. Daarmee behoudt het gebied haar specifieke status. Er is een Hof van Delfland raad geformeerd, waarin wordt onderschreven dat de stedeling de boer vindt. Zoals bij het besluit over de aanwijzing van Midden-Delfland als bijzonder provinciaal landschap door GS is aangegeven gaat het ook op het optimaliseren van de waarde van Midden-Delfland voor de stad, wat vraagt om het meer over de grenzen van dit gebied heen kijken om wat Midden-Delfland aan groene kwaliteiten te bieden heeft beter aan te laten sluiten bij het stedelijke groen en de stedelijke behoeften aan groen. Verder vraagt een goede invulling van de status van Bijzonder Provinciaal Landschap om een heldere sturing en borging van de ruimtelijke kwaliteit, die bijvoorbeeld door de polderarchitect ingevuld zou kunnen worden. Toets De polderarchitect heeft positief gereageerd op het initiatief waarmee de ruimtelijke kwaliteit geborgd is. Zowel ruimtelijk als economisch levert dit initiatief een positieve bijdrage aan de versterking van het gebied als bijzonder provinciaal landschap.

Ook de commissie Welstand & Erfgoed heeft positief op het plan heeft geadviseerd 4.3 Gemeentelijk beleid Speerpunten in het gemeentelijk beleid zijn het openhouden en versterken van het MiddenDelfland gebied en het versterken en behouden van vitale dorpen in Midden-Delfland. Voor het gehele grondgebied van Midden-Delfland zijn deze speerpunten vervat in de Structuurvisie Midden-Delfland 2025.Voor specifiek het eerste speerpunt, het openhouden en versterken van het Midden-Delfland gebied, is de Gebiedsvisie Midden-Delfland 2025 ontwikkeld. Daarnaast heeft de gemeente zich gecommitteerd aan Cittaslow, dit is het internationale keurmerk voor gemeenten die op het gebied van leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorie en behoud van identiteit tot de top behoren. Midden-Delfland is een van de voorbeeldgemeenten die laat zien dat midden in de Randstad een dergelijk keurmerk prima kan functioneren. Dat mede door het open karakter van de gemeente, de authentieke polderstructuur en de bijbehorende functies in het gebied.

15

4.3.1 Beleidskader bestemmingsplan Het bestemmingsplan Buitengebied Gras', vastgesteld 22 september 2020 is voor dit plan van toepassing. Daarin heeft de stal de bestemming ‘Agrarisch met Waarden-Archeologie2 en Waterstaat-Waterkering. De gronden bestemd met 'Agrarisch met waarden' mogen gebruikt worden voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Het plan behelst het gebruik van dagbesteding mogelijk te maken inclusief een logeerhuis. In de bestemming 'Agrarisch met Waarden' zijn bepaalde nevenactiviteiten toegestaan. Op deze wijze kunnen burgerinitiatieven op sociaal en maatschappelijk vlak in het buitengebied bevorderd. In tabel 3.1 van het bestemmingsplan worden de nevenfuncties aangegeven. Tabel 3.1 Toegestane nevenfuncties nevenfunctie

max. m² aan

max. m² aan

bebouwing

gronden

verkoop van streekeigen producten

100

‐

veearts; hoefsmederij

200

‐

ambachtelijke be‐ en verwerking van agrarische

200

‐

kinderboerderij

200

200

kano‐, roeiboot‐ of fietsenverhuur

200

‐

kleinschalig kamperen

100

2500

bed & breakfast

125

250

kleinschalige horecagelegenheid

100

500

museum/tentoonstellingsruimte

200

‐

oude ambachten

200

‐

producten

Toets Het plan past wel op hoofdlijnen binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. De veestal wordt echter getransformeerd naar een verblijfsruimte voor mensen met een Ernstige Meervoudige Beperking als nevenfunctie. Daar wordt doordeweeks dagbesteding aangeboden, met in het weekend de mogelijkheid tot

16

overnachting. Dit gebruik past echter niet in de huidige bestemming van de veestal en valt buiten de nevenactiviteiten van tabel 3.1. 4.3.2 Structuurvisie Midden-Delfland 2025 (2011) Voor het gehele grondgebied van Midden-Delfland is een structuurvisie opgesteld, waarin de hoofdlijnen van ruimtelijke ontwikkelingen en het te voeren ruimtelijk beleid vast is gelegd. Deze structuurvisie vormt onder andere een kapstok én toetsingskader voor concrete plannen. Daarin is ook aangegeven dat de nieuwe rol van gemeenten meer uitvoeringsgericht en faciliterend van karakter is. In de uitvoering gaat het daarbij om maatwerk van initiatieven. Toets Het betreft hier een initiatief om een nevenfunctie op te zetten, waarvoor een faciliterende rol van de gemeente wordt gevraagd. De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de Structuurvisie Midden-Delfland 2025. 4.3.3 Gebiedsvisie Midden-Delfland 2025 (2005) De Gebiedsvisie Midden-Delfland 2025 bevat een aantal speerpunten voor de verder ontwikkeling van het gebied. Zo wordt er gesproken over de ontwikkeling van de gebiedsmarketing om de economische en recreatieve potenties van het gebied beter te benutten. In de gebiedsvisie is dan ook benadrukt dat Midden-Delfland voor de circa 1,5 miljoen bewoners van de omliggende steden een aantrekkelijke en dichtbijgelegen ruimte om te recreëren, te verblijven en te sporten.

Zij bewijzen dat met meer dan 6 miljoen bezoeken op jaarbasis. Ook hierin wordt het belang onderschreven om de relatie stadland en in het bijzonder de recreatieve functie verbonden met het agrarisch karakter te versterken. Toets Conform de gebiedsvisie is dit een nieuw initiatief, een nieuwe kans die zich voordoet in Midden-Delfland, waarbij het landschap centraal staat. Juist een specifieke doelgroep wordt de kans geboden om ook het landschap te ervaren, de openheid en de relatie met de natuur. Iets wat in de steden rondom het Midden-Delfland nauwelijks is te organiseren en te faciliteren door de beperkte ruimte. Zoals in de gebiedsvisie is aangegeven is het beeld in 2025 dat er vooral sprake van dagrecreatie door bewoners uit de omliggende steden. Voor alle leeftijden is er een bij het landschap passend aanbod, dat past binnen het imago en de identiteit die MiddenDelfland® als A-merk uitstraalt.

17

4.3.4 Landschapsontwikkelingsperspectief 2025 (2009) Het Landschapsontwikkelingsperspectief 2025 (LOP) vormt een uitwerking van de gebiedsvisie en heeft de volgende functies: 

 

 

het is de basis voor het ruimtelijk beleid van de betrokken gemeenten en van de Hof van Delflandraad i.o. dat betrekking heeft op het Midden-Delflandgebied. Het vormt daarbij het kader voor de bestemmingsplannen buitengebied (conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening) het is het gezamenlijke meerjarenprogramma voor de uitvoering van concrete projecten (2010 – 2025) het vormt het gemeenschappelijke kader voor de stimulering van de gebiedseconomie die past bij de gewenste ontwikkeling van het gebied (agrarische sector, recreatie, overige bedrijvigheid) het ondersteunt bij de sturing van de ontwikkeling en het beheer van het landschap het vormt een belangrijk (toetsings)kader voor het initiëren, beoordelen, afwegen en vaststellen van nieuwe ruimtelijke plannen en projecten.

Het benutten van de kwaliteiten van het land als recreatief uitloopgebied is een van de punten om de kernkwaliteiten van Midden-Delfland te behouden en te versterken. Daarbij wordt dan onder verwezen naar het stimuleren van de ontwikkeling van nevenactiviteiten van agrariërs daar waar ze aansluiten op het karakter van het Midden-Delflandgebied. Toets Een van de kernactiviteiten van het LOP is vooral gericht op het stimuleren van nevenactiviteiten van agrariërs in het gebied, zodat dit initiatief hierin past. 4.3.5 Cittaslow Cittaslow is het internationale keurmerk voor gemeenten met minder dan 50.000 inwoners die op het gebied van leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorie en behoud van identiteit tot de top behoren. Cittaslow is een vereniging van 120 gemeenten die verspreid liggen over de hele wereld en waarvan Midden-Delfland onderdeel van uitmaakt. Een van de kernwaarden is dat het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving het allerbelangrijkst is. Dat geldt dus voor alle bewoners en bezoekers en dus ook voor mensen met een beperking. Ook deze doelgroep heeft ‘recht’ op het beleven van deze kwaliteit van de leefomgeving van Midden-Delfland. Cittaslow Midden-Delfland biedt immers een oase van rust en ruimte waar mensen de tijd voor elkaar hebben en inwoners en gasten genieten van de natuur.

Een verbreding van de doelgroepen die dan ook daadwerkelijk kunnen genieten van het bijzondere landschap, van de rust en in dit geval ook van de dieren, sluit hier dan ook prima op aan.

18

Toets CittaSlow heeft dus ook betrekking op het bevorderen van de kwaliteit van de gastvrijheid. Het bieden van zorgvoorzieningen voor deze doelgroep draagt hieraan bij en zorgt voor een verbreding van het aanbod. Daarmee wordt de gemeente Midden-Delfland nog sterker gezien als een gemeente waar dergelijke voorzieningen aan bod komen en een antwoord vormen op de vraag naar verschillende vormen van recreatie, in dit voor mensen met een EMB.

4.3.6 Welstandsnota Midden-Delfland 2018 Uitgangspunten Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij zij de individuele vrijheid van de burger of ondernemer afweegt tegen het aanzien van hun omgeving als algemene waarde. Met de verschijningsvorm van een bouwwerk wordt iedere voorbijganger geconfronteerd. Doel van het welstandsbeleid is het welstandstoezicht helder onder woorden te brengen en op een effectieve en controleerbare wijze in te richten. Daarbij is het van belang aanvragers door middel van de welstandsnota van tevoren op de hoogte te stellen van de aspecten die een rol spelen bij de welstandsbeoordeling. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Evenwicht Midden-Delfland zoekt naar een evenwicht tussen de bouwmogelijkheden voor burgers en bedrijven enerzijds en de kwaliteit van de gebouwde omgeving anderzijds. Het landelijk gebied is het bestaansrecht van de gemeente en zal vanwege zijn bijzondere karakter worden aangewezen als bijzonder provinciaal landschap. Hier en in de historische dorpskernen is een hoge beeldkwaliteit uitgangspunt en moet welstand bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit.

Voor de overige gebieden wil de gemeente zich wat betreft welstand terughoudend opstellen en ruimte laten voor het particulier initiatief. De burger in de meeste woongebieden bieden wij bijvoorbeeld gemak door bouwplannen van ondergeschikte betekenis alleen nog op excessen te toetsen. Toets Het plan past bij het uitgangspunt om ruimte te laten voor het particulier initiatief in het buitengebied. De commissie Welstand & Erfgoed heeft inmiddels een positief advies gegeven ten aanzien van het bouwplan.

19

4.3.7 Toeristisch-recreatief beleidskader Midden-Delfland 2012 De doelstelling van dit beleidskader is drieledig: a. Het geven van sturing aan recreatieve en toeristische initiatieven die binnen de gemeentegrenzen ontplooid worden, ter versterking van de dagrecreatie passend bij de kwaliteiten en identiteit van Midden-Delfland. b. Een antwoord geven op ontwikkelingen in de regio door middel van een juiste mix van promotie, ruimtelijke ontwikkelingen en het afstemmen van taken en middelen. c. Bijdragen aan de vitaliteit van Midden-Delfland, zowel op landschappelijk als sociaaleconomisch vlak, door het bieden van kaders en instrumenten waarmee de toeristische sector wordt versterkt. Voor dit plan is vooral het uitgangspunt ten aanzien van dagrecreatie van belang: Verder is er vooral sprake van dagrecreatie door bewoners uit de omliggende steden. Voor alle leeftijden is er een bij het landschap passend aanbod, dat past binnen het imago en de identiteit die MiddenDelfland® als A-merk uitstraalt. De lokale ondernemers bieden een breed assortiment van producten en diensten aan, onder andere op het gebied van landschapsbeleving. Toegankelijke en aantrekkelijke horecavoorzieningen en streekproducten ondersteunen de dagrecreatie. Midden-Delfland® 2025, p.38

Er is dan ook het volgende streefbeeld opgesteld: Als gemeente Midden-Delfland streven wij daarom naar het ontstaan van een gevarieerd aanbod van dag recreatieve voorzieningen, waarin er plek is voor vele leeftijden en wensen, dat past bij het imago en de identiteit van Midden-Delfland.

Toets Het plan versterkt de recreatieve aantrekkingskracht en identiteit van Midden-Delfland, in dit geval voor een specifieke doelgroep uit de gemeente zelf en uit de omliggende steden.

20

5. Milieutechnische uitvoerbaarheid 5.1 Aanmeldnotitie MER

De gemeente moet voorafgaand aan de terinzagelegging van een afwijkingsvergunning een milieueffectrapportage (m.e.r).- beoordelingsbesluit nemen. De aard en de omvang van het project, de transformatie van een veestal naar een logeerhuis voor maximaal 8 personen met EMB en dagbesteding, maken dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage

5.2 Toetsing van de omgevingsaspecten en het wettelijk kader

Bodem Relevant kader De transformatie kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Dit conform de uitgangspunten van de Wet bodembescherming. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen, als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Indien sprake is van een verdachte locatie dient onderzocht te worden in welke mate de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Plan specifiek Er is voor het onderhavige perceel een verkennend bodemonderzoek verricht (zie bijlage 1). Het verkennend bodemonderzoek concludeert dat er sprake is van: Een lichte verontreiniging met minerale olie, kobalt, koper, zink, molybdeen, cadmium en lood; o Plaatselijk is de bovengrond matig tot sterk verontreinigd met PAK; o De ondergrond is niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters; o Het grondwater is licht verontreinigd met barium en molybdeen. o

De betreffende werkzaamheden leiden niet tot het beroeren van de grond en daarmee tot de noodzaak om nadere maatregelen te treffen. Er wordt voor de transformatie gebruik gemaakt van de bestaande fundering waarmee geen werkzaamheden worden verricht in de ondergrond. 21

Geluid Relevant kader Op basis van artikel 76a van de Wet geluidhinder dient bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden behorende tot een zone, een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. Dit onderzoek is alleen noodzakelijk als gevels van woningen of andere de geluidsgevoelige functies, binnen de wettelijke geluidszone van een weg zijn gesitueerd. Plan specifiek De Kwakelweg is de enige ontsluitingsweg voor het plangebied, welke een doodlopende weg betreft. Het is derhalve geen doorgaande route, enkel een weg voor bestemmingsverkeer voor een relatief klein aantal woningen en voor dagrecreanten, waardoor er sprake is van beperkt verkeerslawaai, waardoor de voorkeursgrenswaarde niet zal worden overschreven. De te realiseren voorziening is daarnaast op een dusverre afstand van de Kwakelweg gesitueerd (meer dan 50m) dat ook daardoor de voorkeurgrenswaarde van 48dB niet zal worden overschreden. De te realiseren voorziening ligt daarnaast ook op meer dan 400m van de N268, een provinciale weg. Deze afstand maakt dat er ook geen sprake is van het overschrijden van de voorkeursgrenswaarde.

Flora en Fauna Relevant kader De bescherming van natuurwaarden vindt plaats op basis van de Wet natuurbescherming 2017. De Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten of handelingen die negatieve effecten op de doelstellingen van deze beschermde gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel niet toegestaan. Plan specifiek Het plan behelst de transformatie van een voormalige veestal, welke in de basisstructuur intact blijft. Het perceel ligt in het veenlandschap waar sprake is van een belangrijk vogelweidegebied. De activiteiten hebben geen effect op het weidevogelgebied, aangezien deze op de boerderij plaatsvinden en binnen het Polderhuis. Er vindt dus geen inbreuk plaats op de groene, ecologische structuur, aangezien de werkzaamheden binnen

22

de bestaande structuur plaatsvinden. Dan rest de vraag of er momenteel beschermende soorten gehuisvest zijn in de stal. In de betreffende veestal is nu echter geen sprake van voorzieningen die de huisvesting van beschermde soorten, zoals vleermuizen, bevorderen. Het betreft geen gebouw met dakpannen, geen isolatie, geen spouwmuren, geen kelder, geen zolder (zie ook bijgevoegde foto’s). Daarnaast maakt het projectgebied geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of een gebied behorend bij Natuur Netwerk Nederland (NNN). De eigenaar wil overigens graag juist de aanwezigheid van vleermuizen en huismussen bevorderen door nestkasten te plaatsen. De transformatie maakt dit juist mogelijk. Dit wil de eigenaar graag in overleg met de ecoloog van de gemeente vormgeven. Dit kan ook contractueel worden vastgelegd Archeologie Relevant kader Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden. Het belangrijkste doel is de bescherming van archeologische waarden in de bodem. In de Wet op de archeologische monumentenzorg staat dit vastgesteld, waarin wordt gestreefd naar behoud in situ (‘ter plaatse’) en wil daarmee voorkomen dat archeologische resten worden verstoord. Een archeologisch onderzoek kan verplicht worden in wanneer er graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden die dieper gaan dan 30 cm.

Plan specifiek De veestal heeft een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. De voor 'Waarde Archeologie II' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. Alvorens een omgevingsvergunning voor bouwen wordt verleend, dient het bouwplan te worden getoetst door de gemeentelijk archeoloog. Deze geeft aan of de aanvrager aanvullend archeologisch onderzoek moet laten uitvoeren, om vast te stellen of en zo ja, in hoeverre, het bouwplan zal leiden tot de verstoring van archeologische waarden. In het geval er sprake is van een vervanging van de bestaande structuur geldt een verplichting tot archeologisch onderzoek niet. In het onderhavige plan is er sprake van een transformatie van een bestaande stal, waarbij geen uitbreiding van de bebouwing plaatsvindt. Wel wordt er gebruik gemaakt van paalfunderingen, waardoor een nadere afweging is gewenst.

Daarnaast heeft de gemeente Midden-Delfland het beleidsplan Archeologie MiddenDelfland en een gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart 23

opgesteld. Voorgesteld wordt om in overleg met de gemeentelijk archeoloog het palenplan te bespreken.

Verkeer en parkeren Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. In het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, moet wel worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. De verwachting is dat voor de dagbesteding er in de ochtend en avond maximaal 8 personen worden gebracht en gehaald. Het perceel aan de Kwakelweg 13 voorziet daarbij in voldoende parkeerplaatsen aan de voorzijde van het perceel om het halen en brengen te faciliteren.. De voorzijde van het perceel biedt ruimte voor parkeren aan minimaal 12 voertuigen, waarmee ruim kan worden voorzien in parkeren voor bezoekers, maar ook het parkeren van familieleden voor de logiesfunctie in het weekend. Een extra verkeersbelasting op de Kwakelweg wordt dan ook niet verwacht. Bedrijven en milieuzonering Relevant kader Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te borgen, wordt in ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd.

Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (waar onder een manege) en gevoelige functies (zoals woningen), geen onevenredige overlast, hinder, of schade ontstaat. Deze ruimtelijke zonering is gebaseerd op het in acht nemen van voldoende fysieke afstand. Afhankelijk van de milieubelastende activiteit gelden verschillende richtafstanden. Deze richtafstanden zijn opgenomen in de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Plan specifiek Er is sprake van een transformatie van een deel van het perceel aan de Kwakelweg 13. Aangezien de agrarische activiteiten niet in of nabij de stal plaatsvinden, is er geen impact op de woning.

24

Luchtkwaliteit Relevant kader In de wet milieubeheer is aangegeven waar rekening mee moet worden gehouden als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen en de impact op de luchtkwaliteit. Plan specifiek De transformatie leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit (NIBM) en valt ook niet onder de daartoe gestelde normen, inzake woningbouw. Externe veiligheid Relevant kader Qua normstelling, begrippenkader en rekenmethodiek voor het bepalen van de risico's, wordt in het beleidsveld voor externe veiligheid gewerkt met twee begrippen. Het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is omschreven als de kans dat een persoon die gedurende een heel jaar onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats verblijft, ten gevolge van een ongewoon voorval met een gevaarlijke stof komt te overlijden. Voor het PR geldt de risicocontour van de kans één op een miljoen (10-6) als grenswaarde voor kwetsbare objecten (afwijken is niet mogelijk) en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten (afwijken is mogelijk maar alleen na motivering). Het GR is de cumulatieve kans, grafisch weergegeven in een curve, dat een groep personen van 10, 100 en 1.000 personen tegelijk komt te overlijden als gevolg van een ongewoon voorval met een gevaarlijke stof. Het GR is niet wettelijk genormeerd. Voor het GR geldt een oriënterende waarde als richtlijn.

Plan specifiek De betreffende locatie ligt geïsoleerd aan de achterzijde van de Kwakelweg 13, in een gebied waar transport, opslag en productie in het geheel niet plaatsvindt. Op basis van de risicokaart van de provincie zijn geen risicobronnen zoals, buisleidingen, transportroutes en of Bevi inrichtingen in de directe omgeving aanwezig. Cultuurhistorie Relevant kader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor afwijken van 25

het bestemmingsplan rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorie omvat archeologische, landschappelijke en bouwhistorische aspecten. Plan specifiek De hoofdwoning op het perceel is aangewezen als een gemeentelijk monument. De ontwikkeling behelst een transformatie van een veestal met een gelijke uitstraling. Daardoor blijft de ervenstructuur intact van het gehele complex en wordt de structuur daarmee voor de toekomst juist versterkt. Watertoets Relevant kader De watertoets is een procesinstrument dat is verankerd in art. 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en art. 5.20 en art. 6.18 Besluit omgevingsrecht (Bor). De bedoeling van het instrument is om wateraspecten van meet af aan mee te nemen bij ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat hierbij om zes thema's: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. Plan specifiek Het betreft een transformatie van een voormalige veestal tot een logeerhuis binnen de bestaande structuur. Het plan heeft dan ook geen impact op de waterstructuur, noch is er sprake van noodzakelijke compensatie van waterberging. Er zal verder ook worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel.

Financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd. De kosten voor voorliggend plan zijn voor rekening van initiatiefnemer. De kosten voor de gemeente voor het voeren van de procedure worden verhaald door middel van de leges. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico’s voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee voldoende verzekerd. De initiatiefnemer heeft de buren aan de Kwakelweg geïnformeerd over het initiatief. Er is vanuit de omgeving voldoende draagvlak voor het plan.

26

Bijlage: Set Tekeningen Bouwaanvraagfase 26 september 2020

Ruimtelijke Onderbouwing Polderhuis Midden-Delfland Maasland

Ontwerp: 12 november 2020 Vastgesteld: …

27

POLDERHUIS_MIDDEN -DELFLAND_SITUATIE

POLDERHUIS_MIDDEN-DELFLAND_PLATTEGRONDEN

POLDERHUIS_MIDDEN -DELFL AND_GEVELS

Bijlage: Verkennend Bodemonderzoek en Asbestonderzoek

17 september 2020

Ruimtelijke Onderbouwing Polderhuis Midden-Delfland Maasland

Ontwerp: 12 november 2020 Vastgesteld: …

28

De Lierseweg 2 2291 PD Wateringen Telefoon 0174 67 15 15 mail@ingenieursbureau-mol.nl www.ingenieursbureau-mol.nl

Verkennend bodemonderzoek Kwakelweg 13 Maassluis Projectnummer: A6346

Opdrachtgever:

Fam. Van Leeuwen Kwakelweg 13 3155 CB Maasland

Status rapport:

Definitief

Rapport opgesteld: 17 september 2020

Gecontroleerd: 17 september 2020

De heer P.C. Quak

De heer ing. O.M. Eversteijn

K.v.K. nummer 27169976 ABN AMRO IBAN nummer NL25ABNA0429674414 Rabobank IBAN nummer NL75RABO0373200579

Projectnummer: A6346

2

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................3

2

VOORONDERZOEK .................................................................................................................4 2.1 LOCATIEBESCHRIJVING..........................................................................................................4 2.2 HISTORISCHE INFORMATIE .....................................................................................................5 2.2.1 Archieven gemeente ...................................................................................................5 2.2.2 Bodemloket .................................................................................................................5 2.2.3 Kaartmateriaal .............................................................................................................5 2.3 GEO(HYDRO)LOGISCH ONDERZOEK .......................................................................................6 2.4 BODEMKWALITEITSKAART GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND ......................................................7 2.5 ASBEST ................................................................................................................................7 2.6 ARCHEOLOGIE ......................................................................................................................7 2.7 EXPLOSIEVEN

.......................................................................................................................7 2.8 FINANCIEEL – JURIDISCHE ASPECTEN ....................................................................................8 2.9 CONCLUSIES EN ONDERZOEKSHYPOTHESE............................................................................8

3

ONDERZOEKSSTRATEGIE ....................................................................................................9

4

RESULTATEN ......................................................................................................................... 11 4.1 VELDWERK ......................................................................................................................... 11 4.2 LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................................... 12 4.2.1 Grond........................................................................................................................ 12 4.2.2 Grondwater .............................................................................................................. 13 4.3 BESPREKING RESULTATEN .................................................................................................. 13 4.4 OVERWEGING RESULTATEN ................................................................................................ 13 4.5 AFWIJKINGEN TEN OPZICHTE VAN DE NORM......................................................................... 14

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................. 15 5.1 5.2

CONCLUSIES...................................................................................................................... 15 AANBEVELINGEN ................................................................................................................ 15

6

ALGEMENE OPMERKINGEN .............................................................................................. 16

7

REFERENTIES ...................................................................................................................... 17

BIJLAGEN A. B. C. D. E. F. G. H.

Ligging onderzoekslocatie en kadastrale gegevens Overzichtstekening onderzoekslocatie Toetsingsresultaten Analysecertificaten Boorstaten Foto-overzicht Verantwoording veldwerkzaamheden Historische informatie

________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Kwakelweg 13 te Maasland

Projectnummer: A6346

1

3

INLEIDING

In opdracht van de familie Van Leeuwen is door Ingenieursbureau Mol op de locatie Kwakelweg 13 te Maasland een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd gebaseerd op de NEN 5740/A1. De heer Van Zomeren is de contactpersoon namens de opdrachtgever. Namens Ingenieursbureau Mol zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer P.C. Quak Het terrein wordt onderzocht in verband met het aanvragen van een omgevingsvergunning. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden. Ingenieursbureau Mol heeft als onafhankelijk BRL SIKB 2000 gecertificeerd adviesbureau geen duurzame rechtsbetrekking met de eigenaar van de onderzoekslocatie, zodat onafhankelijkheid van het uitgevoerde onderzoek is gewaarborgd. In dit rapport is de gehanteerde onderzoeksmethode beschreven en worden de resultaten van het veldwerk en laboratoriumonderzoek behandeld. De resultaten zijn getoetst aan de wettelijke kaders. De rapportage wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek. In de rapportage wordt gebruik gemaakt van (norm)documenten. Deze worden genoemd in hoofdstuk 7.

________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Kwakelweg 13 te Maasland

Projectnummer: A6346

2

4

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 5725-strategie A. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Op basis hiervan wordt een hypothese opgesteld over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek. Op 19 augustus 2020 heeft een terreininspectie plaatsgevonden en op 29 juli 2020 is informatie opgevraagd bij de Omgevingsdienst Haaglanden. Daarbij zijn het milieuarchief, het tankarchief en het bodemarchief geraadpleegd. 2.1

Locatiebeschrijving

Het onderzoeksterrein is gelegen aan de Kwakelweg 13 te Maasland en is kadastraal bekend als gemeente Maasland, sectie I, nummer 2060. Het kadastrale perceel heeft een oppervlakte van 4.140 m2. Het te onderzoeken terrein betreft een gedeelte van het perceel en heeft een oppervlakte van 500 m2. Het terrein heeft de volgende topografische kenmerken: X= 79.851 en Y= 440.866. De ligging van de locatie is weergegeven in bijlage A. In bijlage B is een situatietekening van het terrein opgenomen en in bijlage F staan foto’s van de onderzoekslocatie die zijn genomen tijdens het locatiebezoek en/of veldwerk. De onderzoekslocatie betreft een schuur met een betonvloer. De schuur wordt deels gebruikt als veeschuur en deels gebruikt als opslagplaats voor gereedschap en caravans. Onder de veeschuur is een gierput aanwezig. Volgens mondeling verstrekte informatie van de opdrachtgever zijn, voor zover bekend, geen gedempte sloten en/of koolaspaden aanwezig. Tijdens de locatie-inspectie zijn geen verzakkingen, ophogingen, verkleuringen, brandplekken en/of asbestverdacht materiaal op de bodem aangetroffen. Ook zijn geen activiteiten en/of bronnen aangetroffen die vanuit het oogpunt van bodemverontreiniging als verdacht worden aangemerkt. Op het terrein kunnen zich ondergronds kabels en/of leidingen bevinden.

De aanwezigheid daarvan kan van invloed zijn op de grondwaterstroming op de locatie alsmede op het verspreidingspatroon van eventueel op het terrein aanwezige bodemverontreiniging.

________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Kwakelweg 13 te Maasland

Projectnummer: A6346

2.2

5

Historische informatie

2.2.1 Archieven gemeente Op 18 augustus 2020 zijn de archieven van de Omgevingsdienst Haaglanden geraadpleegd, zie bijlage H. Daarin zijn van de onderzoekslocatie en de nabije omgeving de volgende relevante gegevens aangetroffen: Bodemarchief Op de onderzoekslocatie zelf is voor zover bekend geen bodemonderzoek uitgevoerd. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden een aantal bodemonderzoeken uitgevoerd. Een opsomming van de meest relevante onderzoeken is onderstaand weerge-geven. 

Verkennend bodemonderzoek Kwakelweg 13 te Maasland (Van Der Helm Milieubeheer, projectnummer PZKW100812, d.d. 9 september 2010). Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de stortplaatsen welke aanwezig zijn op de locatie. De doelstelling van het onderzoek is het vaststellen of op de locatie sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, welke tevens spoedeisend is. Uit de resultaten wordt geconcludeerd dat de locatie sterk verontreinigd is met diverse zware metalen, PAK en PCB. Plaatselijk is het grondwater sterk verontreinigd met minerale olie. Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd dat de locatie geen spoedlocatie betreft;

Benadrukt wordt dat bovenstaand onderzoek niet is uitgevoerd op de onderhavig onderzoekslocatie. Milieuarchief In het milieuarchief is geen informatie terug te vinden over de onderzoekslocatie. Tankarchief Ter plaatse en in de directe omgeving zijn voor zover bekend geen ondergrondse tanks aanwezig (geweest). 2.2.2

Bodemloket

Naast de archieven van de gemeente is eveneens de website Bodemloket geraadpleegd. Op basis van deze website blijkt dat van de onderzoekslocatie en de directe omgeving geen informatie voor handen is. 2.2.3

Kaartmateriaal

De volgende kaarten zijn geraadpleegd:    

Kaart van Delfland, d.d. 1712; Grote Historische Atlas van Nederland, schaal 1:50.000, d.d. 1839-1859; Grote Historische Atlas van Zuid-Holland, schaal 1:25.000, d.d. 1905; Grote Provincie Atlas, d.d. 1990.

Van de website topotijdreis zijn meerdere historische kaarten gebruikt. De collectie beslaat de periode 1815-2015 en bevat meerdere edities van de volgende kaartseries:  Kleinschalig: Postroutekaart 1810, Algemene Kaart Nederland en Gemeentekaart;  Semi-kleinschalig: Kraijenhoffkaart;  Mid-schalig: Topografische Militaire Kaart, RD050 (1:50.000);  Grootschalig: Bonnebladen en RD025 (1:25.000). ________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Kwakelweg 13 te Maasland

Projectnummer: A6346

6

Daarnaast zijn de volgende luchtfotokaarten geraadpleegd:   

Luchtfoto Atlas Zuid-Holland, schaal 1:14:000, Uitgeverij 12 Provinciën, d.d. 2003; Westland vanuit de lucht, periode 1926-1980, d.d. 14 oktober 2006; Google Earth (periode 2003 t/m heden).

Tenslotte zijn de volgende websites geraadpleegd:  Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG);  Voormalige Stortplaatsen Zuid-Holland. Op basis van het kaart- en fotomateriaal blijkt het volgende:     2.3

De onderzoekslocatie bevindt zich ten oostelijk van het centrum van Maasland; In de 18e eeuw had het gebied een agrarische bestemming; De onderzoekslocatie is niet eerder bebouwd geweest; Over het voorkomen van gedempte sloten is niets bekend. Geo(hydro)logisch onderzoek

Regionale geohydrologie De navolgende informatie is ontleend aan de Grondwaterkaart van Nederland, (Grondwaterkaart 35 (Rotterdam), versie 1: oktober 1984)). Deze is uitgegeven door het Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen - TNO. Tevens is gebruik gemaakt van de Provinciale Milieuverordening Zuid-Holland (december 2014). Tabel 1. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m) NAP

Geohydrologische samenstelling

Bodemkundige samenstelling

0 tot - 21 -21 tot -50 -50 tot -65 -65 tot -150

Deklaag 1e watervoerende pakket Scheidende laag 2e watervoerende pakket

Veen, klei en sterk slibhoudend Uiterst grof tot matig grof zand Klei Uiterst grof tot uiterst fijn zand

Het freatisch grondwater bevindt zich op een diepte van 1,20 meter minus maaiveld. De stromingsrichting van het freatisch grondwater is vermoedelijk zuidelijk gericht. Het 1e watervoerende pakket is regionaal noordoostelijk gericht. De scheidingslijn tussen brak en zout grondwater bevindt zich ten hoogte van het freatisch grondwater. Voor het gebied waarbinnen de onderzoekslocatie ligt is sprake van kwel. De onderzoekslocatie valt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Er zijn geen gegevens bekend met betrekking tot grondwateronttrekkingen binnen en/of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.

________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Kwakelweg 13 te Maasland

Projectnummer: A6346

2.4

7

Bodemkwaliteitskaart gemeente Midden-Delfland

De onderzoekslocatie is niet gezoneerd binnen een bodemfunctieklasse (bron: bodemfunctiekaart gemeente Midden Delfland). De gemeente heeft ervoor gekozen geen regio specifiek beleid op te stellen, en volgt dus het generieke landelijke kader. Dit betekent dat geen bodemkwaliteitskaart aanwezig is die een indicatie geeft van de te verwachten bodemkwaliteit in een bepaald gebied. Noordelijk van de onderzoekslocatie is een stortplaats aanwezig (locatiecode AA184200148). Het stortmateriaal is niet gespecificeerd, de oppervlakte van de stortlocatie betreft circa 4.929 m². 2.5

Asbest

In tabel 2 is de kans op het aantreffen van asbest in relatie tot leeftijd van het materiaal weergegeven. Tabel 2. Kans op het aantreffen van asbest bij bebouwing Bouwperiode Voor 1945

Kans op aantreffen asbest Gering

Soort asbest

1945 – 1980

Groot

1980 – 1993/1995

Tamelijk groot

Hechtgebonden Hecht en niethechtgebonden Meestal hechtgebonden

1993/1995 – 1998

Gering

Meestal hechtgebonden

Indicatief gehalte (mg/kg) < 10

Asbestverdacht?

> 100

Ja

Nee

10 – 100 Ja Vaak < 10 Ja Incidenteel > 100 1998 – 2005 Incidenteel Hechtgebonden < 10 Nee Na 2005 Nihil Hechtgebonden <<10 nee (bron: NEN 5717; Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënische vooronderzoek)

De bebouwing ter plaatse van onderzoekslocatie dateert uit 1990 en valt dus binnen de periode waarbij tijdens de bouw asbesthoudend materiaal (grootschalig) is toegepast. Het wordt derhalve waarschijnlijk geacht dat tijdens de bouw asbesthoudend materiaal is toegepast en in de bodem terechtgekomen is. In algemene zin wordt gesteld dat puinlagen en/of grondlagen waarin bijmenging van puin en/of ander sloopafval voorkomt, worden verdacht voor aanwezigheid van (en in potentie) verontreiniging met, asbest, tenzij de betreffende lagen zijn toegepast voordat grootschalig met asbest werd gewerkt (en dit aantoonbaar kan worden gemaakt) en/of het tegendeel is bewezen. Dit laatste is alleen mogelijk door middel van asbestonderzoek conform NEN 5707 (grond) en/of NEN 5897 (puin). 2.6

Archeologie

Uit de Archeologische kaart van de gemeente Midden-Delfland blijkt dat de onderzoekslocatie in een zone valt met een hoge archeologische verwachting (Bron: Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Midden-Delfland, d.d. oktober 2009). 2.7

Explosieven

De onderzoekslocatie is niet gezoneerd binnen een bodemfunctieklasse (bron: bodemfunctiekaart gemeente Midden Delfland). De gemeente heeft ervoor gekozen geen regio specifiek beleid op te stellen, en volgt dus het generieke landelijke kader. Dit betekent dat geen bodemkwaliteitskaart aanwezig is die een indicatie geeft van de te verwachten bodemkwaliteit in een bepaald gebied.

________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Kwakelweg 13 te Maasland

Projectnummer: A6346

2.8

8

Financieel – juridische aspecten

In het kader van de Woningwet dient bij aanvraag van een omgevingsvergunning een verkennend bodemonderzoek te worden aangeleverd om na te gaan of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Onderhavige onderzoek is in het kader van deze aanvraag uitgevoerd. De kadastrale gegevens zijn opgenomen in bijlage A. Op de locatie is geen sprake van een calamiteit of overtreding van voorschriften in het kader van de Wet milieubeheer, Wet bodembescherming en/of andere milieuwetgeving. 2.9

Conclusies en onderzoekshypothese

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat op de onderzoekslocatie en directe omgeving zich geen bodembedreigende activiteiten hebben voorgedaan danwel aanwezig zijn. Voor de onderzoekslocatie wordt de hypothese onverdacht aangehouden ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging. Wel zal door de veeschuur met gierput, welke aanwezig is op de locatie, het grondwaterpakket worden uitgebreid met ammonium, nitraat, nitriet en stikstof N-Kjeldahl. De onderzoeksstrategie staat verder beschreven in hoofdstuk 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=ccf177ed-fc68-45ce-a790-72f281295748