CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

08 HUIDIG Bijlagen vGRP 2016-2020, versie 7 oktober 2016

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van het Water- en rioleringsprogramma 2024-203048.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

verbreed

Gemeentelijk Rioleringsplan Midden-Delfland

2016 - 2020, Bijlagen

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Water Technology Trade registration number: 56515154 T +31 88 348 20 00 F +31 88 348 28 01 E info@rhdhv.com W royalhaskoningdhv.com Titel document: Verbreed GRP Midden-Delfland 2016 – 2020 Ondertitel: Blauwdruk vGRP NAD Referentie: WATBD9597R002D05 Versie: 03/Definitief ontwerp Datum: 7 oktober 2016 Projectnaam: Opstellen vGRP Midden-Delfland Projectnummer: BD9597 Auteur(s): Marcel Zandee Opgesteld door: Royal HaskoningDHV Gecontroleerd door: Theo Helderman

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

2

Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Afkortingen en verklarende woordenlijst Wet- en Regelgeving Lijst met lozingspunten gemeentelijke stelsels Netwerk Afvalwaterketen Delfland Visie op de waterketen Evaluatie afgelopen planperiode Doelen, Functionele eisen, Maatregelen en Meetmethoden Tabel waarschuwings- en ingrijpmaatstaven Afwegingskader hemelwater Kostendekkingsplan

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

3

Bijlage 1

Afkortingen en verklarende woordenlijst

Aansluitvergunning

Vergunning die nodig is om te mogen lozen vanuit een rioleringstechnisch werk op een zuiveringstechnische werk. Deze vergunning wordt door de beheerder van het zuiveringstechnisch werk zoals een rwzi of riool-eindgemaal, afgegeven en bevat voorwaarden waaraan de lozer moet voldoen. Afkoppelen van verhard De neerslag van verharde oppervlakken op andere wijze dan oppervlak naar de riolering afvoeren (naar het oppervlaktewater of naar de bodem). Afvalwater Afvalwaterketen

Afvalwatersysteem Basisinspanning

Basisrioleringsplan

Bemalingsgebied

Bergbezinkbassin (BBB) –leiding (BBL) (randvoorziening) Berging

Drainage Drooglegging Droogweerafvoer (DWA) Drukriolering

DWAAS Effluent Gemengd rioolstelsel Gescheiden rioolstelsel

Grondwater 7 oktober 2016

Verontreinigd water dat wordt geloosd door huishoudens, bedrijven en instellingen. Het deel van de waterketen dat betrekking heeft op de inzameling, transport, zuivering en lozing van gezuiverd afvalwater, ofwel riolering en rioolwaterzuivering. Het totaal van riolering, gemalen en zuiveringsinstallatie voor de inzameling, afvoer en verwerking van afvalwater. Eisen aan de gemiddelde vuiluitworp uit het rioolstelsel (gemeentebreed). De toelaatbare vuiluitworp is afhankelijk van het type stelsel en op de riolering aangesloten verhard oppervlak. Een plan waarin op gedetailleerde wijze wordt aangegeven hoe de inzameling en afvoer van afvalwater en neerslag binnen een bepaald gebied dient te geschieden. Een gebied dat door één rioolgemaal wordt bemalen. Bij drukriolering en vacuümriolering betreft het, het totale gebied dat op het systeem van pompputjes c.q. vacuümputten is aangesloten. Een voorziening met een bergende inhoud en een zodanige vormgeving dat ook in doorstroomde toestand afscheiding van zowel zinkbare als opdrijvende vaste delen in het overstortwater wordt bereikt. Deel van de inhoud van het rioolstelsel waarin water tijdelijk kan worden opgeslagen ter beperking van de overstortingsfrequentie en de overstortende watervolumen. Uitgedrukt in m³ of gerelateerd aan het aangesloten verhard oppervlak in mm.

Het ontwateren van de bodem, zorgen voor de afvoer van overtollig grond- of hemelwater uit de bodem. De afstand tussen het oppervlaktewaterpeil en kruin weg. De hoeveelheid afvalwater (van huishoudens en industrie) die in droogteperioden wordt afgevoerd (exclusief Lekwater). Riolering bestaande uit persleidingen met een kleine diameter waardoor het afvalwater onder druk wordt afgevoerd. Elke aansluiting is voorzien van een eigen pompunit. Dit type stelsel wordt veelal toegepast in het buitengebied. Er mag op dit type stelsel geen verhard oppervlak worden aangesloten. Droog Weer Aanvoer Analyse Systematiek. Het uitstromende gezuiverde water uit een RWZI. Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door hetzelfde buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd. Rioolstelsel, waarbij afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsels worden ingezameld. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een AWZI, het regenwater wordt rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater. Water beneden het grondoppervlak. Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

4

Grondwaterloket

Grondwaterstand Hemelwaterafvoer (HWA) HAAS IBA-systeem Infiltratie Infiltratievoorziening Ingrijpmaatstaf IT-riool

Kostendekkingsplan Kruipruimte Kwel

Maatstaven NAD

Loketfunctie die door de gemeenten wordt vervuld. Burgers kunnen voor alle klachten over grondwater in eerste aanzet terecht bij hun gemeente, die de klacht behandelt ofwel doorstuurt naar de verantwoordelijke instantie. De hoogte waar de druk in het grondwater gelijk aan nul is, meestal uitgedrukt ten opzichte van een bepaald referentieniveau (NAP). Het totale debiet dat bij regen door het rioolstelsel kan worden afgevoerd, inclusief de droogweerafvoer. Hemelwater Aanvoer Analyse Systematiek Systeem voor de individuele behandeling van afvalwater. Water dat in de bodem dringt. Een constructie voor het infiltreren van regenwater in de bodem. Een grenstoestand waarbij ingrijpen in de actuele toestand noodzakelijk is. Een infiltratie-transportriool, bestaat uit een poreuze buis waardoor water van de buis naar de grond kan infiltreren en andersom in het geval van hoge grondwaterstanden (draineren). Doorrekening van de verwachte kosten en inkomsten voor de rioleringszorg over de gehele levensduur van de riolering. De ruimte onder de begane grondvloer van een gebouw. Opwaartse grondwaterstroming richting oppervlaktewater of maaiveld, over het algemeen een ondergrondse waterstroom van een hoger gelegen gebied naar een lager gelegen gebied. De maatstaven geven de normwaarden behorend bij de functionele eisen weer. Netwerk Afvalwaterketen Delfland

Nationaal Bestuursakkoord Water

Akkoord tussen het Rijk, de provincies, de waterschappen en de gemeenten om door een gezamenlijke integrale aanpak de watersystemen in 2015 op orde te krijgen. OAS (optimalisatie Studie naar mogelijkheden om riolering en afvalwatersysteem afvalwaterzuivering op elkaar af te stemmen, tegen de studie) laagste maatschappelijke kosten. Ontwatering De afvoer van water uit percelen over en door de grond en eventueel door drains, kleine sloten en greppels naar een stelsel van grote waterlopen, met als functie afwatering. Ontwateringsdiepte Minimale afstand van het maaiveld tot de hoogst toelaatbare grondwaterstand. Overstort Een voorziening door middel waarvan bij regen een teveel aan rioolwater, dat niet meer in het stelsel kan worden geborgen, kan worden geloosd op oppervlaktewater. Overstortingsfrequentie Aantal malen per jaar dat er rioolwater uit het rioolstelsel overstort naar oppervlaktewater, veelal theoretisch bepaald of berekend. Pompovercapaciteit Het deel van de pompcapaciteit, dat beschikbaar is voor de afvoer van neerslag, de rest van de pompcapaciteit is voor de afvoer van het afvalwater. Randvoorziening Een tot de riolering behorende voorziening in of achter het rioolstelsel met als doel de vuilemissie ten gevolge van overstortingen te reduceren.

Real-Time-Control Besturingssysteem waarbij tijdens het afvoerproces actuele (RTC) meetwaarden gebruikt worden voor het instellen van regelaars in het afvoersysteem. Regenwaterstelsel Een systeem van leidingen, putten, gemalen en overstorten in een gescheiden stelsel waarin de neerslag wordt ingezameld en afgevoerd.

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

5

Riolering

Rwzi (ook wel AWZI)

Het gehele systeem benodigd voor inzamelen en transporteren van rioolwater. Hiertoe behoren: huis- en kolkaansluitingen, het rioolnet, de gemalen en de transportleidingen. Rioolwaterzuiveringsinrichting, een inrichting waar het rioolwater wordt ontdaan van een groot deel van de verontreinigingen.

Veenoxidatie

het verdwijnen van veen doordat het aan zuurstof in de lucht wordt blootgesteld

Verbeterd gemengd stelsel

Gescheiden rioolstelsel waarbij middels een koppeling tussen het rwa-stelsel en het dwa-stelsel wordt bewerkstelligd dat het eerst afstromende en verontreinigde regenwater naar het dwa-stelsel wordt afgevoerd. Pas na vulling van de rwariolering stort het in het rwa-stelsel aanwezige relatief schone rioolwater (regenwater) over op oppervlaktewater. De vervuiling als gevolg van foutieve aansluitingen op het rwastelsel wordt daarmee beperkt. Een gescheiden rioolstelsel waarbij zowel afvalwater als neerslag wordt afgevoerd naar een rioolwaterzuiveringsinrichting al dan niet via een bemaling. Het regenwaterstelsel heeft een relatief kleine berging en zal vaker overstorten dan een normaal gemengd stelsel. Het totaal van de verharde oppervlakken (daken en straatverhardingen) die op de riolering afwateren. Een rioolstelsel waarbij het rioolwater door de zwaartekracht wordt afgevoerd. De hoeveelheid stoffen die tijdens een overstorting met het overstortende water uit de riolering op het oppervlaktewater wordt geloosd. Wet Informatie’-uitwisseling Ondergrondse Netten

Verbeterd gescheiden rioolstelsel

Verhard oppervlak Vrijvervalriolering Vuilemissie WION WKO

7 oktober 2016

Warmte-koude opslag: een systeem dat gebruikmaakt van energie opslag in de bodem om verwarming en koeling energiezuiniger te maken.

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

6

Bijlage 2

Wet- en Regelgeving

Europa De Kaderrichtlijn Water is een Europese wettelijke richtlijn en heeft tot doel, uitgaande van een stroomgebiedsbenadering, oppervlaktewater en grondwater in zowel kwalitatief als kwantitatief opzicht te beschermen en te verbeteren. Deze richtlijn heeft voor iedereen consequenties: voor het Rijk, provincies, waterschappen, Rijkswaterstaat, gemeenten en uiteindelijk ook voor burgers en bedrijven. Naast de maatregelen op Rijksniveau bepalen gemeenten, het waterschap en belanghebbenden -aan de hand van Europese spelregels- wat er in het gebied van Delfland gedaan kan worden om de waterkwaliteit te verbeteren. Daarbij wordt niet alleen gekeken of de maatregelen technisch mogelijk zijn, maar ook of ze betaalbaar en dus werkelijk uitvoerbaar zijn. De Europese richtlijn Stedelijk Afvalwater heeft ten doel het milieu te beschermen tegen de nadelige gevolgen van de lozing van stedelijk afvalwater en van het afvalwater van bepaalde bedrijfstakken.

Rijk Gemeenten hebben de wettelijke taak voor het inzamelen en transporteren van afvalwater en hemelwater toegewezen gekregen op basis van de Wet Milieubeheer (art. 10.33 Wm). Deze zorgplicht is vanaf 1 januari 2008 nader uitgesplitst naar de drie zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater (Waterwet art. 3.4 t/m 3.6): 1. De doelmatige inzameling en het transport van het stedelijke afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, eventueel gemengd met hemelwater of grondwater), dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen; 2. De doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater waarvan de houder zich wil ontdoen; 3. Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, mits met doelmatige maatregelen, voor de aan de grond gegeven bestemming. Conform artikel 4.22 van de Wet Milieubeheer heeft de gemeente ook een planverplichting voor de rioleringszorg: het rioleringsplan. De zorgplichten zijn zodanig geformuleerd dat iedere gemeente een zekere mate van beleidsvrijheid houdt om een eigen invulling te kiezen voor de lokale situatie. In dit beleidsplan is het beleid verder uitgewerkt in een strategie die aansluit bij het voorzieningen en kenmerken van de gemeente.

Op verzoek van de gemeente kan de provincie ontheffing van deze zorgplicht verlenen in die situaties waar geen sprake is van doelmatig inzamelen van afvalwater. Dit heeft alleen betrekking op percelen buiten de bebouwde kom. Een en ander dient in overleg met de waterschappen te worden opgesteld. Uitgangspunten bij de afweging voor aanleg van riolering of aanleg van alternatieve systemen zijn:  De kwetsbaarheid en grondsoort van het gebied of oppervlaktewater.  De in dat gebied te bereiken doelstellingen voor de emissiereductie.  De kosten van de systemen. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is een belangrijke wet in de ruimtelijke besluitvorming van Nederland. De Wro is het instrument om ruimtelijke behoeften als wonen, werken, recreëren, mobiliteit, water en natuur in een samenhangende benadering te verdelen. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is de basis voor een groot deel van de vergunningen in het domein van de fysieke leefomgeving.

Met de Wabo wordt mogelijk gemaakt dat voor een project dat bestaat uit verschillende activiteiten (bouw, aanleg, oprichten, gebruik) met één omgevingsvergunning toestemming kan worden verkregen voor realisatie. Per 1 januari 2008 hebben twaalf algemene maatregelen van bestuur (amvb’s) plaatsgemaakt voor één nieuwe algemene maatregel van bestuur: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, beter bekend als het Activiteitenbesluit.

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

7

Alle lozingen vanuit particuliere huishoudens worden geregeld op grond van het Besluit Lozing afvalwater huishoudens. Er is dus geen individuele vergunning of ontheffing meer nodig. Over het algemeen zullen lozingen vanuit particuliere huishoudens voldoen aan de algemene regels van het besluit. Slechts in bijzondere situaties zal individueel maatwerk nodig zijn. Het besluit regelt zowel indirecte als directe lozingen vanuit huishoudens. Het Besluit Lozing afvalwater buiten inrichtingen bevat regels voor een groot aantal categorieën van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Lozingen vanuit inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit en het lozen vanuit particuliere huishoudens is geregeld met het Besluit lozing afvalwater huishoudens. In tegenstelling tot het Activiteitenbesluit stelt het Besluit lozen buiten inrichtingen slechts regels voor het lozen van afvalwater. Vanuit de Woningwet (Bouwbesluit) wordt de aansluiting op aanwezige rioolvoorzieningen geregeld. Een bouwwerk mag geen gevaar opleveren voor bewoners, gebruikers en omgeving. Daarom heeft de overheid in het Bouwbesluit 2012 voorschriften voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu vastgelegd. Een bouwwerk moet altijd voldoen aan die voorschriften.

Het bouwbesluit is relevant voor de rioleringszorg omdat het ook eisen stelt aan de gescheiden inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater op eigen terrein en het voorwaarden stelt aan de waterdichtheid van van een gebouw (o.a. kelders en vloeren).

Regionaal In het waterbeheerplan 2016-2020 opgesteld door het Hoogheemraadschap van Delfland geeft het waterschap inzicht in de wijze waarop zij inhoud geeft aan haar rol in de afvalwaterketen. Overige relevante beleidsstukken voor de afvalwaterketen zijn de Beleidsnota riolering en het watersysteem (2004), Visie op de afvalwaterketen (2015) en de Handreiking Watertoets (2014).

Bestuursovereenkomst Kaderrichtlijn Water (KRW) In de bestuursovereenkomst Schoon en gezond water Delfland 2015-2021 hebben gemeenten en het Hoogheemraadschap van Delfland afgesproken hoe zij de komende jaren samenwerken om de KRW-doelen dichterbij te brengen. Tevens zijn afspraken gemaakt over het nemen van maatregelen om de waterkwaliteit in het gehele beheergebied, en niet alleen in de KRW-waterlichamen, te verbeteren.

Samenvatting relevant beleid Europa Europese Kaderrichtlijn Water Europese richtlijn Stedelijk Afvalwater

7 oktober 2016

Bescherming en verbetering kwaliteit en kwantiteit van oppervlaktewater en grondwater, uitgaande van stroomgebiedsbenadering Bescherming milieu tegen nadelige gevolgen van de lozing van stedelijk afvalwater

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

8

Rijk Planverplichting voor de gemeentelijke rioleringszorg Gemeentelijke zorgplicht voor stedelijk afvalwater Hemel- en Grondwaterverordening Verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken Zorgplichten voor hemelwater en grondwater Beheer van oppervlaktewater en grondwater Samenwerking tussen waterschappen en gemeenten Verbetering samenhang waterbeleid en ruimtelijke ordening Integrale benadering ruimtelijke behoeften als wonen, werken, recreëren, mobiliteit, water en natuur

Wet milieubeheer Wet gemeentelijke watertaken Waterwet Wet ruimtelijke ordening Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Activiteitenbesluit Besluit Lozing afvalwater huishoudens Besluit Lozen buiten inrichtingen Bouwbesluit Regionaal Kaderrichtlijn Water Waterbeheerplan 2016-2020 Beleidsnota Riolering watersysteem Handreiking watertoets

7 oktober 2016

en

het

Omgevingsvergunning Algemene regels voor inrichtingen volgens de Wm Algemene regels voor lozingen vanuit particuliere huishoudens Regels voor het lozen van afvalwater voor activiteiten die niet vallen onder activiteitenbesluit of Besluit Lozen afvalwater huishoudens Aansluiting op aanwezige rioolvoorzieningen Regionale invulling Europese Kaderrichtlijn Water, onder andere basisinspanning en waterkwaliteitsspoor Doelen van Hoogheemraadschap van Delfland ten aanzien van waterveiligheid, schoon en voldoende water Beleid van Hoogheemraadschap van Delfland voor directe lozingen van rioolwater en hemelwater en de waterkwaliteit Handreiking voor het meewegen van water bij het begin van het planvormingsproces

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

9

Bijlage 3

Lijst met lozingspunten gemeentelijke stelsels

Overstorten kern Maasland Gebied

Putnr.

Locatie

Drempelhoogte [m NAP]

Drempellengte [m]

Type Intern (I) Extern (E)

Peil oppervlaktewater [m NAP]

M0027A Kon.Julianaweg -2.24 2.30 E -2.52 (R001) M01419A Molenweide Kon.Julianaweg -1.97 1.00 E -2.40 (R002) M0134 Molenweide Kon.Julianaweg -2.17 2.30 E -2.44 (R003)1 M1428 Het Ambacht Hofsingel -1.87 0.90 E -2.54 (R005A) M1428 Het ambacht Hofsingel -1.98 0.60 E -2.45 (R005B) M111 Het Ambacht Lisdodde -2.47 2.00 E -2.67 (R008) 2 Het Ambacht M1462U Commandeur -2.50 4.50 E -2.67 Het Ambacht M1456U2 Commandeur -2.75 3.00 I -1 Overstort is voorzien van een terugslagklep t.b.v. het voorkomen van instroming oppervlaktewater 2 Bergbezinkbassin Commandeur Kon.Julianaweg

Waking [m] 0.28 0.43 0.27 0.67 0.47 0.20 0.17 --

Overstorten kern Schipluiden Bemalingsgebied

Putnr.

Locatie

Brugstraat Kerkstraat

S1238 S1381

Westlander Zouteveenseweg

Drempelhoogte [m NAP] -2.48 -3,10

Drempellengte [m] 1,50 1,90

Type Intern (I) Extern(E) E E

Peil oppervlaktewater [m NAP] -2,94 -3,39

Waking [m] 0,46 0,29

Overstorten kern Den Hoorn Gebied

Putnr.

Locatie

Schoolstraat Oranjelaan

D0861 D0257

Schoolstraat Molenwerf

7 oktober 2016

Drempelhoogte [m NAP] -1,13 -1,32

Drempellengte [m] 1,10 3,60

Type Intern (I) Extern (E) E E

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

Peil oppervlaktewater [m NAP] -1,48 -1,45

Waking [m] 0,35 0,13

10

Bijlage 4

Netwerk Afvalwaterketen Delfland

Netwerk Afvalwaterketen Delfland: ambitie en doelen Na een gezamenlijk regionaal onderzoek naar kansen voor samenwerking hebben de gemeenten Den Haag, Delft, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, PijnackerNootdorp, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Westland en Zoetermeer en het Hoogheemraadschap van Delfland op 22 november 2013 de Bestuurlijke Overeenkomst Afvalwaterketen ondertekend. Daarmee is het Netwerk Afvalwaterketen Delfland (NAD) van start gegaan met als gezamenlijke doelen:  Kosten van de keten minder sterk laten stijgen. De ambitie voor de beoogde structurele regionale besparing bedraagt minimaal € 10 miljoen in het jaar 2020;  Kwaliteit van de dienstverlening minimaal handhaven;  Kwetsbaarheid verminderen. Naast de genoemde € 10 miljoen besparing door samenwerking, besparen de 12 gemeenten en het hoogheemraadschap autonoom ook een flink bedrag, opgeteld is dit iets meer dan € 21 miljoen. Totaal wordt er in onze regio vanaf 2020 dus ruim € 31 miljoen bespaard ten opzichte van de verwachte kostenstijging in 2010. Ambitie De samenwerking zal ertoe leiden dat er slimmere beslissingen worden genomen, het hoge kwaliteitsniveau van de dienstverlening minimaal gehandhaafd kan blijven.

Daarnaast ondersteunen de dertien deelnemers elkaar bij vraagstukken op het gebied van kennis, personeel, uitvoering van werkzaamheden en technologische ontwikkelingen. In de overeenkomst zijn afspraken gemaakt tussen partijen onderling en op de schaal van meerdere verzorgingsgebieden. De deelnemers onderstrepen dat dit het vertrekpunt is voor samenwerking en niet het eindpunt. De verwachting is dat voorliggend vertrekpunt in de toekomst zal leiden tot nieuwe samenwerkingsprojecten. De dertien partijen staan hier een organisch groeimodel voor.

Doelen: kosten, kwaliteit, kwetsbaarheid De ambitie bestaat uit drie doelen voor alle verzorgingsgebieden, die onderdeel uitmaken van deze overeenkomst: 1. Kosten van de keten minder sterk laten stijgen: In het jaar 2020 wordt door NAD een gegarandeerd gezamenlijk resultaat bereikt van structureel € 6,5 miljoen (peiljaar 2010) minder ten opzichte van de verwachte uitgaven uit het Bestuursakkoord Water. Voorts bestaat de overtuiging binnen NAD, dat in de periode tot en met 2020 door stapsgewijze intensivering van samenwerking meer mogelijkheden voor optimalisatie ontstaan. Naast de resultaatsverplichting van € 6,5 miljoen spreken we daarom ook een extra 7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

11

inspanningsverplichting € 3,5 miljoen af. Totaal beoogt NAD een structurele besparing van minimaal € 10 miljoen “minder meer” in het jaar 2020. 2. Kwaliteit van de dienstverlening minimaal handhaven: Het kwaliteitsniveau van de afvalwaterketen in de verzorgingsgebieden is al jaren onveranderd hoog. De kwaliteit van de dienstverlening en de bedrijfszekerheid van de afvalwaterketen dienen minimaal op hetzelfde hoge niveau te blijven. De financiële besparingen in de afvalwaterketen mogen derhalve geen negatieve impact hebben op de kwaliteit van deze dienstverlening. Op regelmatige basis wordt er op nationale schaal benchmark-onderzoek uitgevoerd naar de prestaties en dienstverlening in de afvalwaterketen. De partijen hebben de ambitie om in het jaar 2020 voor onze verzorgingsgebieden qua doelmatigheid en efficiency van dienstverlening (de verhouding tussen kwaliteitsniveau en kosten) in de afvalwaterketen tot de top van Nederland te behoren. 3. Kwetsbaarheid verminderen: De schaalgrootte van de dertien partijen verschilt sterk en daarmee ook de kwetsbaarheid op het gebied van personeel, kennis, de mogelijkheden tot technische doorontwikkeling en de mate van afhankelijkheid van externe partijen. Alle deelnemers onderkennen dat kwetsbaarheid in delen van de verschillende verzorgingsgebieden al een probleem is, of kan worden.

NAD partners ondersteunen elkaar bij vraagstukken op het gebied van kennis, personeel, uitvoering van werkzaamheden en technologische ontwikkelingen. Het is een gemeenschappelijke opdracht om elkaar te versterken waardoor de kwetsbaarheid in de gehele regionale afvalwaterketen zal afnemen. Toelichting financiële doelstelling De financiële ambities voor de samenwerkingsovereenkomst hebben betrekking op het totaal van de vermindering van de kostenstijging voor de gehele regio. Er is geen specifieke vermindering van de kosten toebedeeld aan de deelnemende partijen. Het is nog niet duidelijk waar de verminderde meerkosten zullen neerslaan, dit zal vanzelfsprekend bij alle partijen zijn maar de exacte verdeling daarin is op dit moment niet uit te werken. Hiertoe zijn nadere analyses nodig en zal eerst concrete uitvoering moeten worden gegeven aan de samenwerking. De financiële ambitie is op drie manieren tot stand gekomen:  Op basis van afspraken uit het Bestuursakkoord water is uitgerekend wat de landelijke verminderde meerkosten zou betekenen voor onze regio. De landelijke verminderde meerkosten van 140 miljoen euro voor heel Nederland is, op basis van inwonersaantal, teruggerekend naar deze regio, dit komt neer op circa € 10 miljoen in het jaar 2020.  Vervolgens is dit bedrag vergeleken met de berekeningen die gemaakt zijn in het regionale feitenonderzoek.

Hieruit blijkt dat de potentie voor de hoeveelheid vermindering van de kosten uit het feitenonderzoek niet ver afligt van de berekeningen op basis van het Bestuursakkoord water.  Als derde stap is er een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd naar de financiële ambities opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst. Er is gekeken naar de huidige kostenontwikkeling van alle dertien partijen en bezien hoe dit zich verhoudt met de financiële ambitie. Uit die gevoeligheidsanalyse blijkt dat de financiële ambitie, in verhouding tot de huidige kostenontwikkeling een haalbare ambitie lijkt. De regio zal zich vanzelfsprekend in de samenwerking stevig moeten inspannen om de ambities te bereiken. Resultaten in 2020 – startpunt voor 2021 In het jaar 2020 is onze regio toonaangevend op het gebied van kosteneffectiviteit in relatie tot de prestaties en de kwaliteit van de afvalwaterketen. Burgers en bedrijven hebben de beschikking over een kosteneffectieve en toekomstbestendige afvalwaterketen die tevens een bijdrage levert aan de economische waterambities van Nederland. De organische groei in de samenwerking is een continu proces. De bereikte resultaten in 2020 vormen een vertrekpunt voor weer betere prestaties en het verminderen van de kosten in de daarop volgende jaren.

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

12

Met de samenwerkingsovereenkomst:  Zorgen de dertien partijen voor de bestuurlijke en ambtelijke borging van de samenwerking in de afvalwaterketen;  Geven de dertien partijen helderheid over de ambitie, organisatie, financiën en planning;  Communiceren de dertien partijen over de wijze van samenwerking;  Markeren de dertien partijen de wijze waarop wordt samenwerkt aan het optimaliseren van de afvalwaterketen.

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

13

Bijlage 5

Visie op de waterketen en Strategisch Ketenplan

Samenvatting visie Netwerk Afvalwaterketen Delfland Van Afvalwaterketen naar Watercyclus In het Netwerk Afvalwaterketen Delfland (NAD) werken twaalf gemeenten en het Hoogheemraadschap gezamenlijk aan het verbeteren van de inzameling, transport en zuivering van hemel- en afvalwater. Het netwerk draagt er zorg voor de kosten te verminderen, de kwaliteit van de dienstverlening naar bewoners verder te verbeteren en de personele en inhoudelijke kwetsbaarheid te verminderen. De afvalwaterketen van Delfland opereert in een bijzonder gebied en onder bijzondere omstandigheden. Het gebied van Delfland ligt aan zee en is laaggelegen; een groot deel van het gebied ligt ver beneden zeeniveau. Delfland is het economische en bestuurlijke centrum van Nederland. De glastuinbouw, de haven en Den Haag maken het gebied tot een dichtbevolkt en dichtbebouwd gebied. De gezamenlijke belangen in dit gebied zijn: volksgezondheid, schoon water en het voorkomen van wateroverlast. Deze blijven ook op lange termijn overeind voor een gezonde en duurzame leefomgeving om te wonen, werken en recreëren. Wij zien stevige uitdagingen op ons af komen. Uitdagingen die liggen op het vlak van klimaat, technologie, maatschappij & bestuur en economie & financiën waardoor aanpassing en verandering noodzakelijk is.

Denk daarbij aan het omgaan met heviger neerslag en langere droogteperioden, het benutten van groeiende mogelijkheden voor energie- en grondstofwinning uit afvalwater wat op termijn ook geld kan opbrengen in plaats van dat het geld kost en het inspelen op de behoeften van meer mondige en betrokken inwoners. Daarom hebben de twaalf betrokken gemeenten en het Hoogheemraadschap een langetermijnvisie opgesteld. Deze luidt: De afvalwaterketen ontwikkelt richting een watercyclus waarbij alle partijen het fysieke systeem centraal stellen. Dat vraagt om samenwerking met verschillende partijen zoals drinkwaterbedrijven, energiebedrijven, onderzoeksinstellingen en particuliere initiatieven. De samenwerkende partners laten zich inspireren door verdienmodellen en gaan flexibel en transparant om met investeringen. Gemeenten en Hoogheemraadschap zullen vanuit NAD steeds nauwer met elkaar gaan samenwerken richting één kaderstellende en faciliterende maatschappelijke onderneming die regie houdt op de kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid van de watercyclus, maar ruimte laat voor initiatief en innovatie. Als vervolg op de langetermijnvisie zal een strategie opgesteld worden.

Vanuit de langetermijnvisie zijn de volgende twee kernpunten bepaald die de basis leggen onder die strategie:  Geef innovatieve koplopers de ruimte voor lokale, innovatieve initiatieven en behoudt een centrale basisvoorziening voor de grote groep inwoners en bedrijven die ontzorgd willen worden.  Biedt alle burgers en bedrijven goede voorlichting, zodat men weet welke kwaliteit- en risiconiveau men van ons mag verwachten en op welke wijze men zelf kan bijdragen aan een goed werkend systeem.  Zamel vervuild water zoveel mogelijk centraal in en houdt schone waterstromen lokaal gescheiden, zodat dit met weinig risico’s kan worden hergebruikt. Visie op de waterketen in 2030 De Unie van Waterschappen en de VNG hebben de Routekaart Afvalwaterketen 2030 opgesteld. In het document zijn ontwikkelrichtingen opgenomen hoe gemeenten en waterschappen een bijdrage willen en kunnen leveren aan de verduurzaming van de afvalwaterketen en de samenleving in de periode tot 2030. Sommige ontwikkelingen in de waterketen zijn al tamelijk dichtbij en andere ontwikkelingen zijn verder weg. Samen vormen ze een uitdaging voor gemeenten en waterschappen en voor de bedrijven die kansen zien in samenwerking.

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

14

De bijdrage van gemeenten en waterschappen aan de verduurzaming van de samenleving kan onder andere door afval om te zetten in schone grondstoffen, energie en schoon water. Afvalwater wordt steeds meer gezien als een bron van duurzame energie, nuttig water en schaarse grondstoffen. De grondstoffen die uit afvalwater kunnen worden teruggewonnen, zoals fosfaat, kunnen vervolgens weer gebruikt worden voor het produceren van bijvoorbeeld bioplastic, waterstof, ethanol en kunstmest. De visie zoals gepresenteerd in de Routekaart brengt kansen in beeld om het energiegebruik te beperken en nieuwe methoden te ontwikkelen voor verwerking en hergebruik van afval- en reststoffen. Dit past in het streven naar een duurzame samenleving waarin men toewerkt naar een optimaal gebruik van grondstoffen. In de periode tot 2030 staat de waterketen een fundamentele verandering te wachten. Daarbij is het hoogste doel niet meer het voldoen aan de normen, maar het tegemoetkomen aan de behoeften van de samenleving ten aanzien van volksgezondheid, droge voeten, waterkwaliteit en het terugwinnen van grondstoffen, energie en water. Terugwinnen van grondstoffen Binnen de afvalwaterketen wordt steeds meer gedacht in grondstofcycli. Het afvalwater bevat grondstoffen. Door met nieuwe duurzame technieken grondstoffen terug te winnen uit het afvalwater, kunnen grondstofkringlopen worden gesloten.

Terugwinnen van energie Er is veel vraag naar integrale duurzame oplossingen voor energie. De afvalwaterketen kan hieraan een goede bijdrage leveren. Te denken valt aan warmte-energie uit afvalwater en het terugwinnen van chemische energie uit afvalwater. Het winnen van biogas door slibgisting wordt op veel RWZI’s al toegepast. Verbeteren van de waterkwaliteit  Scheiden van vuile en schone waterstromen  Zuiveren van afvalwater  Terugbrengen van medicijnresten  Emissiedoelstellingen voor de glastuinbouw Anticiperen op klimaatveranderingen Uitgaande van de door het KNMI afgeleide klimaatscenario’s en specifiek op het vakgebied stedelijk waterbeheer gerichte publicaties valt op te maken dat er zich een verandering in neerslagklimaat voltrekt en dat er een stijging van de temperatuur valt te verwachten. Anticiperen op veranderende neerslagpatronen:  Periode van droogte  Verwerken van neerslagpieken  Verwerken langdurige neerslagperiodes Anticiperen op stijgende temperatuur:  aantastingsprocessen in vrijverval inzamel- en transportsystemen  de efficiëntie van biologische afvalwaterzuiveringsprocessen  door een hogere oppervlaktewatertemperatuur wordt oppervlaktewater gevoeliger voor lozingen met zuurstofbindende stoffen. Samenvatting Strategisch Ketenplan Het Strategisch Ketenplan (SKP) beschrijft de koers waarlangs de langetermijnvisie wordt bereikt.

Het SKP bevat samenhangende doelen en stappen voor de periode 2015-2020 met een doorkijk naar de middellange (2035) en lange termijn (2050). In de komende vijf jaar moet duidelijk worden welke belemmeringen en kansen er zijn om deze te overwinnen. Vanuit dit inzicht kan gericht en goed getimed besluitvorming worden voorbereid om die belemmeringen weg te nemen en die kansen te benutten. Dit vraagt om inhoudelijke verbondenheid met de langetermijnvisie en vasthoudendheid deze visie voorrang te geven op actuele uitdagingen. De eerste vijf jaren zijn nodig om te bouwen aan:  Kennis en nieuwe informatie over de veranderingen (leren);  Netwerken om nieuwe samenwerkingsverbanden te smeden en participatie met burgers te versterken; 7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

15

Voorbeeldprojecten om concrete ervaring op te doen en zichtbaar te maken welke weg te volgens is (doen).

Voornoemde zal worden gerealiseerd volgens de volgende vijf ontwikkelpaden: 1. Financieel: de transitie van kostenpost naar een verdienmodel staat centraal. In de watercyclus van 2050 worden waardevolle stoffen gewonnen uit water en heeft het water zelf ook een strategische en economische waarde; 2. Technologisch: het transformeren van het centrale, technische, systeem naar een “zoetwaterfabriek”. Ingezameld afvalwater wordt opgewerkt naar zoet water, dat in het gebied een nieuwe functie, bijvoorbeeld als gietwater in de glastuinbouw of als inlaatwater voor Delflands watersysteem; 3. Klimaat: het transformeren van het idee dat regenwater zo snel mogelijk moet worden afgevoerd naar het idee voor een decentraal systeem waar regenwater wordt opgevangen, vastgehouden, gebruikt en dan pas wordt getransporteerd als dat nog nodig is; 4. Bestuur en maatschappij: de transitie van het netwerk, de nieuwe partijen die toetreden, andere verhoudingen, de vorm die de inhoud volgt. Marktpartijen nemen initiatief om oplossingen in de markt te introduceren en bewoners en bedrijven zullen steeds meer mee willen profiteren van de waarde die het water, de grondstof en de energie hebben. Kennisinstellingen leveren hiervoor de nodige kennis en innovaties. Zo treden er nieuwe partners toe tot het netwerk, waarbij grenzen van bestaande sectoren worden overschreden; 5.

Informatiemanagement: Op dit pad ontstaat openheid, de gelegenheid te delen, informatie te gebruiken als open source om processen van samenwerking en transitie mogelijk te maken.

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

16

Bijlage 6

Evaluatie afgelopen planperiode

Het vorige vGRP is opgesteld voor de periode 2011 tot en met 2015. In deze bijlage wordt uitgebreid ingegaan op de realisatie van de doelstellingen, maatregelen en ambities van dit vGRP. Afgesproken doelen/ambities In het vGRP 2011 - 2015 had de gemeente de onderstaande doelen/ambities geformuleerd: Tabel B6-1: afgesproken doelen/ambities vGRP 2011-2015 Stedelijk afvalwater 

Nagenoeg al het afvalwater wordt ingezameld via riolering en centraal gezuiverd. Op enkele locaties in het buitengebied waar het afvalwater niet via riolen wordt ingezameld wordt dit lokaal verwerkt (gezuiverd door IBA’s). Stankklachten en of verontreinigingen van sloten en bodem komen hierdoor nauwelijks voor.  De riolering verkeert in een goede technische staat. Aantasting van het riool komt beperkt voor. Dit heeft geen negatieve gevolgen voor het functioneren. De risico's op beschadigde riolen zijn daardoor beperkt.  Overlast voor bewoners bij storingen of calamiteiten aan de riolering wordt tot een minimum beperkt. Hemelwater 

Bij hoosbuien wordt het rioolwater afdoende opgevangen. Bij uitzonderlijke buien stroomt via de riooloverstorten verdund rioolwater in sloten en vijvers. Dit kan soms enige stank en vervuiling geven. Bij extreme regenval kan soms de straat enige tijd blank staan. De omgeving heeft hiervan korte tijd hinder, maar van overlast is geen sprake. Het water loopt niet de woningen en tuinen in.  Waar dit zinvol is, wordt vermenging van schoon hemelwater met het vieze afvalwater zoveel mogelijk teruggedrongen. Hiermee wordt de kans op stankoverlast en vervuiling bij overstortsituaties verminderd.  Sloten en vrijvers zijn in staat bij uitzonderlijke buien het overtollig hemelwater afdoende te bergen, vast te houden en af te voeren. De sloten treden pas bij uitzonderlijke hoosbuien buiten hun oevers. Dit leidt wellicht tot hinder maar niet tot overlast.  De watergangen zien er over het algemeen verzorgd uit. Duikers, stuwen en beschoeiing verkeren in een goede technische staat. Slechts af en toe is sprake van een ingezakt talud. Grondwater   

De ontwatering in openbaar gebied is goed voor elkaar. Mogelijk dat sommige kruipruimtes af en toe onder water staan. Dit is niet te wijten aan een gebrekkige ontwatering in openbaar gebied. Het eventueel aanwezige water in de kruipruimtes leidt niet tot een muffe lucht of schimmelplekken in woningen en gebouwen. De tuinen en plantsoenen zijn na een periode van regen enkele dagen drassig, maar daarna weer goed begaanbaar.

Afgesproken maatregelen en inspanningen In Tabel B6-0-1 is aangegeven welke maatregelen/inspanningen zijn afgesproken om de gestelde ambities per werkveld te realiseren.

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

17

Stedelijk afvalwater 

Nagenoeg alle percelen zijn aangesloten op de riolering. Nieuwe percelen in het stedelijk gebied worden aangesloten op riolering. Bij nieuwe percelen in het buitengebied zal een beoordeling plaatsvinden naar de meest geschikte oplossing (doelmatigheidsafweging). Aansluiting op de riolering heeft hierbij de voorkeur.  De riolering voldoet aan de landelijke normering voor inzameling, transport, afvoercapaciteit en uitstoot van afvalwater. Deze onderhoudsstaat wordt zoveel mogelijk gehandhaafd.  Door optimaal en vroegtijdig onderhoudsmaatregelen te treffen, wordt het ontstaan van stankoverlast en bezwijkende riolen voorkomen.  Wanneer de werking van de riolering onder de maat is door slijtage of schades, wordt deze gerenoveerd of vervangen.  Bij nieuwbouwlocaties worden bij de aanleg direct duurzame systemen toegepast, waarbij vuil en schoon water zoveel mogelijk gescheiden blijft.  De ligginggegevens van het hoofdnet zijn digitaal uitwisselbaar.  Alle rioolgemalen zijn aangesloten op het centrale computersysteem op het gemeentehuis. Vanaf het gemeentehuis kan de werking continue worden gecontroleerd. Storingen aan gemalen worden automatisch vanuit de hoofdpost naar de rioolstoringsdienst van de gemeente doorgegeven. Hemelwater 

De riolering voldoet aan de landelijke normering voor inzameling, transport, afvoercapaciteit en uitstoot van afvalwater. Deze onderhoudsstaat wordt zoveel mogelijk gehandhaafd.  Als we in de buurt wat gaan doen, zullen we op basis van doelmatigheid een afweging maken of het zinvol is om het schone hemelwater zoveel mogelijk te scheiden van het vuile afvalwater.  Bij nieuwbouwlocaties worden bij de aanleg meteen duurzame systemen toegepast, waarbij vuil en schoon water zoveel mogelijk gescheiden blijft.  De ligginggegevens van het hoofdnet zijn digitaal uitwisselbaar.  De riolering is bij normale buien probleemloos in staat het water van wegen en daken af te voeren. Bij zwaardere buien is het rioolstelsel niet in staat de grote hoeveelheden neerslag meteen op alle plaatsen te verwerken, daarvoor is het oorspronkelijk ook niet ontworpen. In deze gevallen wordt het water afdoende opgevangen in sloten en vijvers.  De sloten en vijvers zijn goed onderhouden en kunnen dit water eenvoudig verwerken.  Locaties waar structureel wateroverlast optreedt, worden aangepakt. Grondwater   

Voor de burger is de gemeente aanspreekpunt voor eventuele grondwaterproblemen. Deze worden geregistreerd. Lokaal wordt onderzoek verricht naar mogelijke oorzaak, aard en omvang. Hiervoor is een grondwatermeetnet ingericht. De burger is zelf verantwoordelijk voor aanpak van grondwaterproblemen op eigen terrein. Als er uit doelmatigheidsoverweging maatregelen in openbaar gebied nodig zijn zal de gemeente die uitvoeren. Bij nieuwbouwlocaties krijgt elk perceel een aansluiting voor perceeldrainage aangeboden. De perceelseigenaar is zelf verantwoordelijk voor de afwatering en aansluiting op eigen terrein.

Tabel B6-0-1: Afgesproken inspanningen voor realisatie ambitieniveau per waterstroom Stand van zaken Onderstaand is voor de volgende onderdelen de stand van zaken weergegeven: 1. Stedelijk afvalwater; 2. Hemelwater; 3. Grondwater; 4. Basisrioleringsplannen; 5. Optimalisatiestudies; 6. Verdergaande samenwerking in de (afval)waterketen; 7. Benchmark rioleringszorg; 8. Meldingensysteem en klanttevredenheid; 9. Personele middelen; 10. Financiële middelen.

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

18

1   

 

2 

Stedelijk afvalwater Alle percelen in Midden-Delfland zijn inmiddels aangesloten op de riolering; De riolering voldoet aan alle landelijke normen (basisinspanningen en waterkwaliteitsspoor); De toestand van de riolering hebben we op peil gehouden door op tijd versleten riolering te vervangen en/of renoveren en structureel te reinigen. In de planperiode 2011-2015 is er 355 meter riolering vervangen en 3365 meter relined; Binnen de verschillende grondexploitaties is er in deze planperiode ruim 12 kilometer nieuwe riolering aangelegd. Het totale areaal bedraagt nu 95.715 meter riolering; De liggingsgegevens van het openbare rioolstelsel is digitaal vastgelegd en uitwisselbaar. Aan de WION (Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten) voldoet de gemeente niet. Er is onvoldoende tijd om mutaties aan het rioolstelsel op tijd door te voeren in het rioolbeheersysteem. Mutaties worden nu eenmaal per jaar verwerkt. Dit heeft tot nu toe nog niet tot problemen geleid; Versleten pompen en gemalen zijn op tijd vervangen en/of gerenoveerd. Hierbij is de laatste paar jaar geconstateerd dat de nieuwe drukrioleringspompen van Flygt gemiddeld een kortere levensduur hebben dan op basis van ervaringen uit het verleden. Pompen gaan soms maar 5 à 6 jaar mee in plaats van ongeveer 15 jaar waar in het huidige kostendekkingsplan op wordt gerekend.

Dit heeft dus gevolgen voor het kostendekkingsplan, omdat de pompen gemiddeld vaker vervangen moeten worden. De vraag is of dit alleen geldt voor Flygt pompen of ook voor pompen van andere merken. In de komende planperiode gaan we dit onderzoeken. Het inzicht in ons rioleringsstelsel hebben we vergroot door structureel te inspecteren, de aanschaf van nieuwe telemetrie en meetapparatuur. Alle gemalen zijn nu aangesloten op een nieuw centraal computersysteem (AQV++). Met dit systeem kan de werking van de gemalen worden gecontroleerd. Storingen worden vanuit dit systeem automatisch doorgegeven aan de storingsdienst; De riolering in het buitengebied werkt naar behoren. Wel is er hemelwater aangesloten op het drukrioleringssysteem, waarop dit systeem niet is ontworpen. Momenteel vindt er geen handhaving plaats om de eigenaren van de percelen af te dwingen om de hemelwateraansluitingen te verwijderen; Aandachtspunten voor de komende planperiode zijn: o Meer inzicht krijgen in het werkelijk functioneren van het systeem, zodat inzichtelijk wordt of er optimalisatiemogelijkheden zijn; o Meer inzichtelijke afgewogen doelmatigheidsafweging maken tussen vervanging, of leeftijdsverlenging d.m.v.

relinen van de vrijverval riolering ; o Het doelmatiger reinigen van de riolering, door de frequentie in aandachtsgebieden te verhogen en mogelijk in andere gebieden te verlagen; o De communicatie richting de burgers over “juist rioolgebruik”, zoals het niet door het toilet spoelen van doekjes die zorgen voor verstopte pompen.

Hemelwater Het regenwater afkoppelen van de riolering is een belangrijke maatregel om het milieu te ontlasten (naast goed onderhoud) en om in te spelen om de klimaatsverandering. Bij nieuwbouwlocaties zijn consequent gescheiden rioolsystemen aangelegd; Waar mogelijk en zinvol proberen we het regenwater bovengronds af te voeren. Dit is het meest effectief om de klimaatsverandering het hoofd te bieden. Tot dusver is het niet noodzakelijk gebleken om aanvullende, grootschalige maatregelen te nemen voor het milieu of de klimaatsverandering; Bij de vervanging van de riolering hebben we beoordeeld of het mogelijk en/of doelmatig zinvol was om regenwater van de riolering te gaan afkoppelen. Dit heeft er toe geleid dat we niet steeds hebben afgekoppeld. Afkoppelen is uitsluitend uitgevoerd als er knelpunten waren waarbij afkoppelen een effectieve manier was om een knelpunt op te lossen;

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

19

In de afgelopen planperiode is er een pilot geweest om ervaring op te doen met waterpasserende verharding. Deze waterpasserende verharding bleek vooral na een vorstperiode niet voldoende te functioneren. Daarom zijn er alsnog kolken aangebracht voor als het water dat niet kan wegzakken door de verharding alsnog kan worden afgevoerd naar de berging onder de verharding; Aandachtspunt voor de komende planperiode is, dat de communicatie richting de burgers wordt verbeterd. Belangrijk hierin is de bewustwording van de eigen verantwoordelijkheid die een eigenaar van een perceel heeft met betrekking tot de afvoer van overtollig hemelwater.

3 Grondwater In 2010 hebben we er een nieuwe watertaak bij gekregen. Gemeenten moeten ervoor zorgen, voor zover mogelijk, dat het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. Onze verwachting was dat grondwaterproblemen in onze gemeente beperkt zouden zijn. Dat bleek ook daadwerkelijk het geval. Onze aanpak – door alleen te reageren op klachten en pas dan in actie te komen door gericht plaatselijk onderzoek – bleek hierdoor efficiënt en effectief. In de afgelopen planperiode is het grondwatermeetnet gerealiseerd om meer inzicht te krijgen in de grondwaterstanden in onze gemeenten. Het meetnet wordt ook gebruikt voor het onderzoek naar de gevolgen van een mogelijke stopzetting van de grondwateronttrekking door DSM in Delft. Aandachtspunt voor de komende planperiode is om te bepalen hoe de gemeente met het beheer van drainage onder woningen moet omgaan. Hier zijn de afgelopen planperiode regelmatig meldingen geweest van problemen. 4 BasisRioleringsPlannen (BRP’s) Voor de kernen Schipluiden en Den Hoorn zijn in 2010 nieuwe basisrioleringsplannen (BRP’s) opgesteld. Het BRP voor Maasland dateert uit 2008. Een BRP bevat resultaten van uitgevoerde rioolberekeningen en geeft aan hoe deze resultaten tot stand zijn gekomen.

Het doel van de rioolberekeningen is het bepalen of het hydraulische en milieutechnische functioneren van een stelsel voldoet aan de huidige capaciteits- en emissienormen. De rioolstelsels van Den Hoorn, Schipluiden en Maasland voldoen hieraan. In de voorgenoemde BRP’s wordt verwezen naar tekeningen die een uitgebreid overzicht geven van het rioolstelsel in het betreffende dorp. Vanuit de openbare rioolstelsels vinden geen bodemlozingen plaats. Hoewel het BRP geen wettelijk verplichte planvorm is, vormt het een van de basisdocumenten bij het opstellen van een GRP. Met de verwijzing naar deze (door het waterschap goedgekeurde) BRP’s en de bijbehorende tekeningen, zijn deze BRP’s (indirect) onderdeel van dit verbrede GRP en wordt voldaan aan artikel 4.3 en artikel 4.4 van het (ontwerp)besluit lozen buiten inrichtingen. 5

Optimalisatiestudies (OAS)

OAS De Groote Lucht Binnen de zuiveringsregio van Afvalwaterzuiveringsinstallatie De Groote Lucht werken wij samen om op een zo doelmatige mogelijk manier te voldoen aan de wettelijke eisen. Hierbij zijn afspraken gemaakt om grensoverschrijdende problemen gezamenlijk aan te pakken. In 2006 is een quickscan uitgevoerd. Dit heeft in 2008 geleid tot een Afvalwaterakkoord. De gemeenten Maassluis, Midden-Delfland, Schiedam, Vlaardingen, Westland en het Hoogheemraadschap van Delfland en Rijkswaterstaat Zuid-Holland werken sinds 2008 samen in het uitvoeringsprogramma OAS De Groote Lucht. De afkorting OAS staat voor optimalisering van een afvalwatersysteem. Bij OAS De Groote Lucht gaat het om de afvalwaterketen die begint in de gemeenten, samenkomt bij de afvalwaterzuiveringsinrichting De Groote Lucht in Vlaardingen en loost op de Nieuwe Waterweg. Het uitvoeringsprogramma omvat een grote verscheidenheid aan gezamenlijke activiteiten, zoals:  aanleg van werken;  onderzoek naar en maatregelen voor beperking van rioolvreemd water;

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

20

   

meten, monitoren en sturen van bedrijfsvoering; onderzoek naar en doorvoeren van fysieke systeemoptimalisatie; onderzoeken en toepassen van innovaties; communicatie ten behoeve van beter lozingsgedrag.

Het uitvoeringsprogramma is 6 jaar onderweg en heeft nog enkele jaren te gaan. Het akkoord uit 2008 (D44302) wordt jaarlijks geëvalueerd en de voortgang wordt besproken met de bestuurlijke stuurgroep. OAS Delft Het afvalwater van de gemeenten Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Midden-Delfland (Schipluiden en Den Hoorn) wordt met het afvalwater van Delft, via het rioolstelsel van de gemeente Delft afgevoerd naar het eindgemaal Kruitmolenpad. Het Hoogheemraadschap van Delfland is verantwoordelijk voor de afvoer van het water van gemaal Kruitmolenpad naar de zuivering Harnaschpolder. Delfluent services is verantwoordelijk voor de operationele activiteiten. In de OAS Delft (rapportage eindrapport juni 2010) is geconcludeerd dat de vuilemissie verminderd kan worden door de toepassing van Real Time Control (RTC). Met RTC bedoelen wij ‘sturing van gemalen door een datacommunicatiesysteem’. Naast het verminderen van de vuilemissie kan door de toepassing van RTC ook het stelsel robuuster worden gemaakt (met name het functioneren van het collecteurriool) en kan mogelijk het energieverbruik worden verminderd. Het RTC-project is in 2014 weer opgepakt en opgedeeld in 3 fasen:  Inventarisatie beschikbare gegevens;  Verkenning van de RTC-scenario’s;  Uitwerking van de RTC-scenario’s. In 2014 is fase 1 uitgevoerd.

Het doel van de eerste fase ‘inventarisatie beschikbare gegevens’ is:  Het in beeld brengen van en de kwaliteit van de beschikbare gegevens;  Het schetsen van de scenario’s op basis van stelselkenmerken om de robuustheid te vergroten;  Het bepalen van de vervolgstappen om tot een uiteindelijke uitwerking van de RTC-sturing te komen. De verkenning van RTC-scenario’s (stap 2) liet zien dat een implementatie hiervan nog erg complex en kostbaar is. Onderzoek in 2015 liet bovendien zien dat een relatief eenvoudige zogenaamde calamiteitensturing ook al tot een aanzienlijke emissiereductie kan leiden. De calamiteitensturing houdt in dat bij vulling van het collecteursriool, of een storing in een eindgemaal in Delft, de voorliggende aanvoerende gemalen automatisch worden afgetoerd of in het uiterste geval geblokkeerd. De komende jaren zullen wij de werking van deze calamiteitensturing kritisch monitoren. Voorkomen moet worden dat deze sturing tot onnodige overstortsituaties in Schipluiden en/of Den Hoorn leidt. 6 Verdergaande samenwerking in de (afval)waterketen Op 21 april 2011 is er door het Rijk, de VNG, het IPO en de UvW een onderhandelingsakkoord getekend voor een breed bestuursakkoord. Onderdeel van het brede bestuursakkoord is het deelakkoord water.

In dit deelakkoord wordt primair ingezet op het vergroten van de doelmatigheid van het beheer van het watersysteem en de waterketen. Het doel van de aanpak van de afvalwaterketen is:  Het realiseren van kostenbesparingen in het beheer van de afvalwaterketen;  Het vergroten van de kwaliteit van de uitvoering van de beheerstaken en het innovatievermogen;  Het verminderen van de kwetsbaarheid van de uitvoering van beheerstaken. De afspraken zijn gericht op een intensieve samenwerking bij de uitvoering van de beheerstaken tussen gemeenten onderling en tussen gemeenten en waterschappen.

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

21

Gemeenten en waterschappen zijn in het afgelopen jaren meer gaan samenwerken in de afvalwaterketen. Het landelijk beeld laat zien dat de lastenontwikkeling gematigd is, één van de doelstellingen van het samenwerkingsproces. Dit geldt ook voor onze gemeente. Stand van zaken in onze regio Tijdens de watertafel op 22 november 2013 is de bestuurlijke overeenkomst “Netwerk Afvalwaterketen Delfland” (NAD) door alle partijen (12 gemeenten en Delfland) getekend. Met de bestuurlijke overeenkomst wordt regionaal invulling gegeven aan de landelijke afspraken. Voor elke samenwerkingskans is steeds een vertrekpunt vastgelegd in de bij de overeenkomst behorende notitie “Uitvoeringsafspraken Afvalwaterketen Delfland”. Er zijn twee sporen waarop kan worden samengewerkt. Spoor 1 gaat over het beleid, de planvorming, kennis en innovatie en het afwegen en afstemmen van investeringen. Spoor 2 gaat in op het beheer en onderhoud van de afvalwaterketen. Het betreft hier de operationele werkzaamheden maar ook analyses van het daadwerkelijk functioneren van het de afvalwaterketen en het verbeteren van de sturing van het afvalwater. De onderwerpen die samenwerkingskansen bieden zijn samengevat in de hierna volgende tabel.

Onderwerp 1

Planvorming

2

Innovatie

3

Kennis delen

4

Personeel

5

Onderhoud rioolsysteem

6

7

8

Onderhoud transportsysteem

Real time control

Onderdeel A

Gemeenschappelijke visie

B

Strategisch Keten Plan

C

Gezamenlijk format vGRP

D

Permanent OAS

A

Reinigen

B

Inspecteren

C

Onderhoud kolken

D

Preventief onderhoud

E

Calamiteiten

A

Gemalenbeheer

B

Klein preventief onderhoud

C

Groot Preventief onderhoud

D

1e, 2e lijnstoringen

A

Monitoring OAS Groote Lucht

B

Pilot OAS Delft real time control

Gezamenlijk beheerssysteem

Door verschillende (ambtelijke)werkgroepen worden de samenwerkingskansen verkend en verder uitgewerkt. De komende jaren zal dit mogelijk resulteren in samenwerkingsvoorstellen die bestuurlijk worden voorgelegd. Het afgelopen jaar (2014) is o.a. gewerkt aan een gemeenschappelijke visie. Een lange termijn visie biedt sturing aan een gezamenlijk onderzoeksen innovatieprogramma om op termijn aan de visie te kunnen voldoen. De lange termijn Visie is op 8 december 2014, tijdens de bestuurlijke Watertafel, vastgesteld. Vanuit de visie is vervolgens een strategisch ketenplan opgesteld. Het strategisch ketenplan beschrijft hoe we de in de visie gestelde inzichten en doelstellingen bereiken.

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

22

De samenwerking is niet vrijblijvend. Een landelijke visitatiecommissie rapporteert over de voortgang van alle regionale samenwerkingen aan de Tweede Kamer. Ervaring van de gemeente De samenwerking tussen de andere gemeenten en het hoogheemraadschap wordt als positief ervaren. De samenwerking resulteert in het delen van kennis en meer onderling vertrouwen en open staan voor andere ideeën. Hierdoor worden er meer kansen gezien en benut. 7 Benchmark rioleringszorg Op 28 november 2013 zijn de uitkomsten van de (2e) landelijke benchmark rioleringszorg gepresenteerd. De benchmark komt voort uit het eerder afgesloten Bestuursakkoord waterketen waarin betrokken partijen (de waterketenpartners) hebben afgesproken het samenwerkingsproces te willen stimuleren. Betrokken partijen zijn: de VNG, de ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat, VEWIN (vereniging waterbedrijven), Unie van waterschappen en IPO (Interprovinciaal Overleg). De benchmark rioleringszorg is de landelijke presentatievergelijking waarmee gemeenten inzicht geven en krijgen in de kenmerken, kosten en prestaties van hun rioleringszorg. Met behulp van de benchmark kunnen rioleringsbeheerders van elkaar leren en tegelijkertijd verantwoording afleggen over hun prestaties. Resultaten van de benchmark samengevat a) Alle gemeenten in Nederland hebben deelgenomen aan de Benchmark rioleringszorg.

Midden-Delfland behoort tot de 125 relatief kleine gemeenten met 10.000 – 20.000 inwoners. b) De Omgevingsadressendichtheid voor Midden-Delfland wijkt sterk af van de gemeenten in onze omgeving. c)

Gemiddeld is onze riolering niet ouder dan de gemiddelde leeftijd van de riolering in andere gemeenten.

d) De rioleringskosten in een slechte bodemsoort (90-100% veen + klei/veen) zijn gemiddeld 36% hoger dan de rioleringskosten in een betere bodemsoort (minder dan 60% klei/veen). De bodemsoort in Midden-Delfland is slecht (80% klei/veen), zodat verwacht mag worden dat de rioleringkosten hoger zullen zijn dan in vergelijkbare gemeenten met een betere bodemsoort. e) Een woning in Midden-Delfland heeft, ten opzichte van de grote gemeenten, gemiddeld veel meer meters vrijvervalriolering (bijvoorbeeld in Den Haag 6 meter en in MiddenDelfland 13 meter). f)

Midden-Delfland beheert relatief veel drukriolering en minigemaaltjes. Dit heeft een belangrijke invloed op de rioleringskosten.

g) Midden-Delfland heeft relatief erg veel gemalen in beheer. Voor het gemalenbeheer is Midden-Delfland ca. € 70.000,-/jaar meer kwijt dan op grond van het gemiddelde verwacht mag worden. h) De vervangingsinvesteringen zullen door het aantal heffingseenheden gedragen moeten worden. Het aantal heffingseenheden per km riolering heeft dus een belangrijke invloed op de hoogte van deze heffing. In Midden-Delfland is de vervangingswaarde per huishouden ca. 43% hoger dan gemiddeld in de 12 regiogemeenten. Vergelijken we onze gemeente met een stad als Den Haag, dan is de vervangingswaarde per huishouden 230% hoger. i)

Midden-Delfland had in 2012 nog een gemiddelde (HBO) formatie voor de binnendienst. Door het niet opvullen van formatie (begin 2013) is dit in de knel gekomen.

j)

De buitendienst-inzet in Midden-Delfland is relatief hoog. Dit komt door het beheer van de vele gemalen en de vele pompunits voor de drukriolering die onze buitendienst beheert.

7 oktober 2016

Bijlagen vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

23

Het storingsonderhoud aan deze gemalen en pompunit wordt door onze buitendienst zelf uitgevoerd. Uit de benchmark is niet op te maken hoeveel gemeenten het storingsonderhoud uitbesteden. k) Tussen 2010-2015 zijn de totale kosten per kilometer systeembuis ca. 30 % hoger dan het landelijk gemiddelde. De hogere kosten zijn goed verklaarbaar door de slechte bodemsoort, het aantal gemalen en het aantal pompunits voor de drukriolering. De totale kosten zijn redelijk vergelijkbaar met het gemiddelde van de 12 regiogemeenten en de gemeenten met een slechte bodem. l)

Meer dan tweederde van de gemeenten (70%) hanteert, net als Midden-Delfland, een vast tarief voor de rioolheffing. De Benchmark laat grote verschillen in de hoogte van de rioolheffing zien. De rioolheffing in Midden-Delfland is hoger dan gemiddeld. Verklaringen hiervoor zijn: a.

Hogere kosten per kilomter systeembuis door slechtere bodemsoort, het aantal gemalen en het aantal pompunits voor de drukriolering;

b.

Het verschil in meters riolering per huishouden. In Midden-Delfland is dit meer dan gemiddeld;

c.

Een verschil in kapitaalslasten, mate van kostendekking en lange termijn ontwikkeling.

m) Omgerekend is de rioolheffing 2012 per meter systeembuis in Midden-Delfland ca. 10 % lager als het gemiddelde van de regiogemeenten. Het is vergelijkbaar met de gemeenten met een slechte bodem. Alle gemeenten in de regio en vrijwel alle gemeenten in Nederland hebben inmiddels een kostendekking tarief.

8 Meldingensysteem en klanttevredenheid Sinds enkelen jaren heeft de gemeente een nieuw meldingensysteem, waarin de binnenkomende meldingen over de riolering of grondwater worden geregistreerd. Dit systeem bevalt goed. De afgesproken afhandelingstermijn van meldingen wordt gehaald. Daarnaast vindt er ieder kwartaal klanttevredenheidsonderzoek plaats om te monitoren hoe de burgers de dienstverlening van de gemeente ervaren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=48244580-b154-4b36-b0b9-3a7b2c21f27c