CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

08 bijlage Definitief IHP MD met instemming OOGO dd 9-7-24

Gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Tijdelijke huisvesting Mariaschool15.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

IHP Midden-Delfland Een toekomstbestendig perspectief voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Midden-Delfland

Opdrachtgever Gemeente Midden-Delfland

Datum 4 juli 2024

Referentienummer 2230171/20240709sl01

Auteurs Maarten Groenen & Bram Treffers

Inhoudsopgave

4.11 Wet- en regelgeving en financiële kaders

5. 1.

2.

3.

4.

Inleiding

Portefeuille analyse

16

18

3

5.1

Gebouwleeftijd

18

1.1

Aanleiding

3

5.2

Kwaliteit

18

1.2

Proces

3

5.3

Financiën

20

1.3

Scope

3

5.4

Duurzaamheid

21

1.4

Leeswijzer

4

5.5

Vraag en aanbod primair onderwijs

22

Knelpunten & oplossingsrichtingen

23

Juridisch en beleidsmatig kader

5

6.

2.1

Onderwijswetten en verordening onderwijshuisvesting

5

6.1

Schipluiden

24

2.2

Wettelijke zorgplicht

5

6.2

Den Hoorn

27

2.3

Wetswijzigingsvoorstel

6

6.3

Maasland

30

6.4

Voortgezet onderwijs

34

Bewegingsonderwijs

35

Huidig aanbod onderwijshuisvesting in Midden-Delfland

7

3.1

Basisonderwijs

7

3.2

Voortgezet Onderwijs

7

Ambities op onderwijshuisvesting

8

4.1

Voldoende huisvesting voor onderwijs

8

4.2

Effectieve samenwerking & brede maatschappelijke functie van onderwijs, kinderopvang en gemeente

9

4.3

Inclusiviteit, passend onderwijs en kansengelijkheid

10

4.4

Aandacht voor leerlingmobiliteit

11

4.5

Duurzame schoolgebouwen

12

4.6

Kwalitatief goede onderwijshuisvesting

13

4.7

Nieuwkomersonderwijs

13

4.8

Groene en uitdagende buitenruimte

14

4.9

Bewegingsonderwijs

15

4.10 Vernieuwbouw versus nieuwbouw

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

7.

15

8.

9.

7.1

Schipluiden

35

7.2

Den Hoorn

36

7.3

Maasland

36

Financiën & planning

37

8.1

Financiële uitgangspunten

37

8.2

Investeringen per fase

38

8.3

Planning

39

Slotsom en aanbevelingen

40

9.1

Slotsom

40

9.2

Aanbevelingen

40

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Midden-Delfland en de schoolbesturen willen gezamenlijk grip krijgen op de ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting voor de komende jaren. Het Integraal Huisvestingsplan (hierna: IHP) biedt gemeente en schoolbesturen een meerjarenperspectief waarbij het eigen (investerings)beleid op transparante wijze kan worden afgestemd. De gemeente heeft een zorgplicht voor het beschikbaar stellen van voldoende onderwijscapaciteit. Binnen de portefeuille van onderwijshuisvesting in Midden-Delfland is in de afgelopen jaren een aantal kwalitatieve en kwantitatieve knelpunten geconstateerd. Een aantal van deze knelpunten is al verder gebracht tot concrete ideeën voor planvorming. Het IHP biedt een kans om de knelpunten en ideeën integraal te behandelen. Hierbij is ook de wens om kinderopvang te betrekken in de planvorming. De gemeente Midden-Delfland heeft tot op heden geen geschiedenis met een strategische meerjarenplanning voor de onderwijshuisvesting. Eerdere IHP’s voorzagen niet in een langetermijnplanning. Het doel is om een balans te vinden tussen urgentie, draagvlak en financiële haalbaarheid om zo tot een plan te komen waar zowel de schoolbesturen, de ambtenaren, het college en de raad van de gemeente Midden-Delfland achter kunnen staan.

stand gekomen door samenwerking van deze partijen aan de inhoud van het IHP. ICSadviseurs begeleidde het proces en bracht de informatie samen in een gefaseerde aanpak. De volgende processtappen zijn doorlopen: ▪

▪ ▪ ▪

▪

▪

Inventarisatie: voor alle schoollocaties zijn de basisgegevens geïnventariseerd middels een vragenlijst. Daarnaast geven de schoolbesturen ook een eigen beoordeling per gebouw middels een score op kwaliteit. Deze informatie vormt de input voor de factsheets. Interview: de lokale context per schoollocatie is tezamen met het schoolbestuur verkend in een bilateraal gesprek. Visie op onderwijs(huisvesting): in een aantal werksessies is met de betrokkenen een visie op onderwijshuisvesting opgesteld. Analyse & huisvestingsingrepen: op basis van de factsheets, de interviews en de visie op onderwijshuisvesting zijn per schoolgebouw de mogelijke scenario’s verkend met de betrokkenen en uitgewerkt door ICSadviseurs. Planvorming: de scenario’s zijn vertaald naar mogelijke huisvestingsmaatregelen zoals renovatie en sloop/nieuwbouw en geprioriteerd en gefaseerd. Financiën: de huisvestingsingrepen uit de planvorming zijn vertaald naar investeringskosten en nieuwe (benodigde) kapitaallasten om het IHP uit te voeren.

1.3 Scope

Het IHP fungeert als koers- en visiedocument voor de onderwijshuisvesting op de langere termijn, 16 jaar (conform de handreiking IHP van de PO raad), met een concrete uitwerking voor de korte termijn, de komende 4 jaar. Het IHP moet de mogelijkheid geven om de komende jaren proactief, integraal en planmatig te investeren in de onderwijshuisvesting.

De scope van dit Integraal Huisvestingsplan betreft alle schoolgebouwen voor scholen in het basis- en voortgezet onderwijs in de gemeente Midden-Delfland. Hierin wordt, wanneer mogelijk en relevant, ook de kinderopvang betrokken. De voorzieningen voor bewegingsonderwijs vallen in beperkte mate binnen de scope, voor deze voorzieningen wordt alleen een vraag- en aanbodanalyse gedaan met daarbij vervolgacties omdat de behoefte aan sportvoorzieningen vaak breder is dan alléén het bewegingsonderwijs.

1.2 Proces

Het IHP geeft een meerjarenperspectief voor de periode van 2025 tot en met 2040, waar bij de planning is verdeeld in drie tijdvakken:

Dit IHP is voor de gemeente Midden-Delfland een gezamenlijk plan van de gemeente, de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Het plan is tot

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

▪ ▪ ▪

Korte termijn; van 2025 tot en met 2028; Middellange termijn; van 2029 tot en met 2032; Lange termijn; van 2033 tot en met 2040. 3/41

Voor het eerste tijdvak is de planning concreet en zijn verschillende scenario’s opgesteld. De plannen van het eerste tijdvak worden verwerkt in de meerjaren begroting van de gemeente. Deze plannen worden in een vervolgfase uitgewerkt in businesscases. Op basis van de businesscases wordt door college en raad een integrale afweging gemaakt over de uitvoering, de businesscases worden vastgesteld door de raad. Na vaststelling van het IHP wordt gestart met uitwerking van de businesscases. Voor de middellange en lange termijn wordt een doorkijk gegeven. Gezien de langere planhorizon is voor de tweede en derde periode niet in detail vast te stellen wat de aard en omvang van de voorzieningen zijn. Het IHP wordt met regelmaat geactualiseerd om in te kunnen blijven spelen op relevante en onvoorziene ontwikkelingen.

1.4 Leeswijzer Dit IHP is opgebouwd uit de volgende hoofdstukken: -

Hoofdstuk 2 geeft inzicht in het juridisch en beleidsmatig kader; Hoofdstuk 3 geeft inzicht in het huidige aanbod van onderwijshuisvesting in de gemeente Midden-Delfland; Hoofdstuk 4 bevat de ambities op onderwijshuisvesting; Hoofdstuk 5 bevat de portefeuille analyse; Hoofdstuk 6 bevat de geconstateerde knelpunten en beschrijft de oplossingsrichtingen en huisvestingsingrepen; Hoofdstuk 7 bevat een uiteenzetting van de consequenties van de planvorming op de capaciteitsvraag van het bewegingsonderwijs; Hoofdstuk 8 bevat de financiële uitgangspunten en planning; Hoofdstuk 9 bevat de slotsom en aanbevelingen voor het vervolg.

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

4/41

2. Juridisch en beleidsmatig kader 2.1 Onderwijswetten en verordening onderwijshuisvesting

2.2 Wettelijke zorgplicht De taken en verantwoordelijkheden van gemeente en schoolbestuur zijn wettelijk bepaald. De afbeelding hieronder (figuur 1) toont het onderscheid in wettelijke taken en verantwoordelijkheden.

De wettelijke basis voor regelgeving over onderwijshuisvesting is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet op de expertisecentra (WEC) en de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO). Deze wetten verplichten de gemeente om te zorgen voor adequate huisvesting. Bij het uitoefenen van deze taak dient de gemeente onder meer rekening te houden met de materiële gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs. Deze gelijkstelling houdt in dat alle scholen recht hebben op dezelfde voorzieningen in dezelfde omstandigheden. De regels die in acht moeten worden genomen zijn uitgewerkt in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Midden-Delfland’ die de gemeenteraad in 2015 heeft vastgesteld. In de verordening is vastgelegd welke verantwoordelijkheden de gemeente en de schoolbesturen hebben ten aanzien van de huisvesting van de binnen de gemeente Midden-Delfland gevestigde scholen voor primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Ook is beschreven welke voorzieningen schoolbesturen kunnen aanvragen bij de gemeente en welke procedures daarbij gelden. De verordening is de uitwerking van een aantal wettelijke bepalingen. De belangrijkste daarvan is dat de verordening zodanig moet worden opgezet dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt.

Over aanvragen voor onderwijshuisvestingsvoorzieningen die de gemeente in behandeling heeft genomen, wordt op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de schoolbesturen gevoerd.

VO

Figuur 1: taken en verantwoordelijkheden De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair, speciaal, voortgezet onderwijs en bewegingsonderwijs. Deze zorgplicht is uitgewerkt in de verordening voorziening huisvesting onderwijs gemeente Midden-Delfland. De gemeente is onder andere verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. Vooruitlopend op de aangekondigde wetswijziging wordt de gemeente tevens verantwoordelijk voor renovatie (zie ook hoofdstuk 4, ambities op onderwijshuisvesting). Voor de gymzalen die in eigendom zijn van schoolbesturen in het basisonderwijs dient de gemeente te voorzien in het zogenaamde buitenonderhoud zoals daken, kozijnen e.a. (de onderdelen die voorheen ten aanzien van de schoolgebouwen vielen onder het ‘groot onderhoud’). Voor de uitvoering van de zorgplicht ontvangt de gemeente jaarlijks ongelabeld budget in het gemeentefonds vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

5/41

De gemeente is vrij om deze middelen naar eigen inzicht te besteden en weegt daarvoor de investeringen in onderwijshuisvesting af tegen haar andere taken en verantwoordelijkheden.

verantwoordelijk is voor het creëren van een goed binnenklimaat en het schoolbestuur verantwoordelijk is om het gezonde binnenklimaat te behouden.

Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de instandhouding van het schoolgebouw. Taken als het onderhouden, exploiteren en het uitvoeren van inpandige (onderwijskundige) aanpassingen zijn belegd bij het schoolbestuur. Voor het instandhouden van de schoolgebouwen ontvangen de besturen jaarlijks vanuit het Rijk een lumpsum vergoeding. Deze vergoeding wordt gebaseerd op het aantal scholen en ingeschreven leerlingen.

Het voorliggend IHP sluit aan op het wijzigingsvoorstel. Zowel in de ambitie als bij het formuleren van scenario’s en het berekenen van investeringen zijn bovenstaande thema’s onder de aandacht gebracht en vertaald naar concrete voorstellen.

Wat de gymzalen betreft zijn de schoolbesturen binnen het basisonderwijs verantwoordelijk voor het klein- en binnen onderhoud (van gymzalen waarvan zij juridisch eigenaar zijn). Voor de uitvoering van dit onderhoud ontvangen zij een klokuurvergoeding. Het buitenonderhoud van de gymzalen in het primair onderwijs is een verantwoordelijkheid van de gemeente. De gemeente heeft tenslotte geen wettelijke zorgplicht voor het huisvesten van kinderopvangorganisaties. Alle afspraken hierover betreffen lokaal beleid.

2.3 Wetswijzigingsvoorstel Er is een wetswijziging in behandeling waardoor het wettelijk kader voor onderwijshuisvesting gaat veranderen. De streefdatum voor de inwerkingtreding van het wetswijzigingsvoorstel is 1 augustus 2025. Het voorstel bevat de volgende elementen: ▪

▪ ▪

▪

Het IHP wordt een wettelijke verplichting van gemeenten. Het IHP heeft een scope van 16 jaar en daarbinnen een perspectief van een beschikking voor alle projecten in de eerste 4 jaar. Renovatie wordt een voorziening in de huisvesting en valt onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Het investeringsverbod voor het primair en speciaal onderwijs wordt gedeeltelijk opgeheven. Schoolbesturen kunnen daarmee in de toekomst vrijwillig (en met meer vrijheden dan in de huidige situatie) investeren in hun schoolgebouwen. Gemeente en schoolbesturen hebben de verplichting te zorgen voor een gezond binnenklimaat. Waarbij de gemeente bij (ver)nieuwbouw

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

6/41

3. Huidig aanbod onderwijshuisvesting in MiddenDelfland In Midden-Delfland zijn in totaal 9 onderwijsinstellingen gehuisvest verdeeld over: ▪ ▪

Basisonderwijs (8 onderwijsinstellingen op 12 locaties); Voortgezet onderwijs (1 onderwijsinstelling op 1 locatie).

3.1 Basisonderwijs De gemeente Midden-Delfland heeft acht onderwijsinstellingen voor basisonderwijs, die volgens de meest recente publiek beschikbare leerlingentelling (1 oktober 2022) 2.342 leerlingen huisvesten. Vier van de scholen beschikken over een dislocatie. In figuur 2 op de rechterkant van deze pagina is een overzicht van alle schoollocaties voor het basisonderwijs weergegeven met het bouwjaar van het gebouw. Van iedere locatie heeft een uitgebreide inventarisatie plaatsgevonden waarvan de resultaten zijn gebundeld in de factsheets in bijlage 1.

Schoolbestuur WSKO WSKO

Schoolgebouw RKBS Sint Jozefschool RKBS Sint Jozefschool schoolwoningen CBS De Ark OBS Het Galjoen

SCO Delft West Openbaar Onderwijs West OBS Het Galjoen Schoolwoningen Openbaar Onderwijs SCO Delft CBS Het Talent SCO Delft CBS Het Talent schoolwoningen Laurentius RKBS Mariaschool loc. ONP Laurentius RKBS Mariaschool loc. het Lint SKOM KBS Aloysius Stichting CBS De Groene Oase PCPOW West OBS De Schutse Openbaar Onderwijs Figuur 2: locaties BO Midden-Delfland

Plaatsnaam Schipluiden Schipluiden

Bouwjaar 1940 2010

Schipluiden Den Hoorn

1985 2007

Den Hoorn

2004

Den Hoorn Den Hoorn Den Hoorn Den Hoorn Maasland Maasland

2007 2004 1965 2007 1976 2008

Maasland

1986

3.2 Voortgezet Onderwijs In de gemeente Midden-Delfland is één schoolgebouw voor voortgezet onderwijs gevestigd: Schoolbestuur Schoolgebouw Lentiz Lentiz Maasland VMBO Figuur 3: locatie VO Midden-Delfland

Plaatsnaam Maasland

Bouwjaar 2007

In het gebouw van Lentiz Maasland wordt het onderwijs voor zowel VMBO als MBO gehuisvest. De huisvesting voor het MBO is in Nederland door gedecentraliseerd naar de onderwijsinstellingen en valt daarom buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente en de scope van het IHP.

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

7/41

4. Ambities op onderwijshuisvesting De gemeente, schoolbesturen en betrokken kinderopvangorganisaties hebben op hoofdlijnen gezamenlijk een ambitie op onderwijshuisvesting geformuleerd. Het ambitiedocument is daarmee een belangrijke basis voor de uitvoering van het IHP. Voor de ambitiethema’s geldt dat de uitgangspunten verder uitgewerkt kunnen worden in de vorm van een gemeentelijke beleidsregel. De gemeente bepaalt na het vaststellen van het IHP per thema in hoeverre dat nodig is voor het toepassen van de uitgangspunten in de ambitie. In algemene zin geldt voor de geformuleerde uitgangspunten dat ze aan verandering onderhevig kunnen zijn door veranderende inzichten vanuit gemeente of schoolbesturen, maar ook doordat de uitgangspunten ingehaald kunnen worden door Europese of landelijke wetgeving. Het herijken van de ambitie (en daarmee de kaders en spelregels) vindt minimaal elke 4 jaar plaats. De uitgangspunten zoals opgenomen in dit ambitiedocument vertalen zich in duurzame, inspirerende en functionele gebouwen, die een goed binnenklimaat hebben en voor alle partijen binnen de beschikbare middelen te exploiteren zijn. In de ambitie op onderwijshuisvesting sluiten we aan en borduren we voort op de eerder door het College vastgestelde ‘Leidende Principes Integraal Huisvestingsplan’.

Deze leidende principes zijn gebaseerd op een aantal bestaande beleidsstukken (zoals het coalitieakkoord 2022-2026 en het IHP uit 2014) en zijn door het College van B&W vastgesteld en als bijlage meegestuurd met een raadsinformatiebrief op 9-5-2023.

4.1 Voldoende huisvesting voor onderwijs We streven naar passende huisvesting voor onderwijs op kernniveau. We gaan uit van een langetermijnperspectief om het onderwijs te huisvesten, inclusief speciale aandacht voor voldoende ruimte voor kinderopvang en in het bijzonder voor Voorschoolse Educatie (VE) waar nodig.

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

De gemeente heeft een zorgplicht voor voldoende en geschikte onderwijshuisvesting. De berekening van actuele en toekomstige ruimtebehoefte voor onderwijs wordt gemaakt op basis van de vigerende Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs. Om te borgen dat er voldoende huisvesting is voor onderwijs en kinderopvang zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: ▪ ▪

▪

Voldoende huisvesting voor onderwijs wordt op kernniveau gerealiseerd en lange termijn denken staat hierbij centraal. Voldoende huisvesting vraagt om flexibele gebouwen en buitenruimtes om goed in te kunnen spelen op groei, krimp en een veranderende visie in onderwijs en kinderopvang. De gemeente accepteert op kernniveau enige normatieve overmaat in de aanwezige onderwijscapaciteit, indien dit van toepassing is. Schoolbesturen dragen hierbij het leegstandrisico ten aanzien van de instandhouding. In overleg bespreken de gemeente en schoolbesturen welke mate van overmaat zij op kernniveau accepteren. Dit is onder andere afhankelijk van de gebouwen en de invulling van de overcapaciteit met andere (kind)functies.

Ondanks dat het huisvesten van het kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang niet onder de zorgplicht van de gemeente valt, ziet de gemeente het maatschappelijk belang in van kwalitatieve huisvesting voor de kinderopvang en daarbij voor het faciliteren van een doorlopende leerlijn. Om voldoende huisvesting te realiseren voor de kinderopvang worden bij projecten voortkomend uit IHP óók de opvangpartijen betrokken om in het Programma van Eisen (PvE) de ruimtebehoefte te bepalen en dit mee te nemen in de realisatie. Van belang is daarbij dat het proces transparant is en iedere kinderopvangpartij hieraan moet kunnen deelnemen. De gemeente mag de kinderopvang niet één-op-één bij het traject betrekken in verband met de kaders zoals beschreven in de Wet Markt en Overheid. Speciale aandacht verdient hier het bieden van voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters (VE-groepen) binnen de kinderopvang van Midden-Delfland in het kader van onderwijsachterstandenbeleid.

8/41

Uitgangspunten bij planvorming Om voldoende huisvesting voor onderwijs te realiseren wordt in het IHP het volgende meegenomen: ▪

▪

▪

De langjarige normatieve ruimtebehoefte van scholen wordt berekend aan de hand van de opgestelde leerlingprognoses en afgezet tegen de aanwezige capaciteit. Met langjarige ruimtebehoefte wordt de ruimtebehoefte prognose voor minimaal 15 jaar bedoeld. Hierbij wordt óók het huidige medegebruik van onderwijscapaciteit (zoals kinderopvang) meegenomen. Indien op kernniveau een tekort van onderwijscapaciteit geconstateerd wordt, worden maatregelen geformuleerd om het tekort op te lossen. Indien op school- en/of kernniveau een normatieve overmaat van onderwijscapaciteit geconstateerd wordt, wordt in het IHP het gesprek gevoerd of dit een acceptabele overmaat is of worden maatregelen geformuleerd om de overmaat terug te dringen. Als een normatief ruimtetekort aan de orde is, wordt bij het opstellen van het IHP het gesprek gevoerd over de behoefte van het schoolbestuur voor extra ruimte.

doorlopende leerlijn voor het kind zo goed mogelijk te waarborgen. De gemeente hecht belang aan de (waar mogelijk, fysieke) verbinding tussen kinderopvang en onderwijs, ondanks de verschillende wettelijke kaders. Daarvoor is vanuit diverse thema’s beleid nodig en zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: ▪

▪

▪

4.2 Effectieve samenwerking & brede maatschappelijke functie van onderwijs, kinderopvang en gemeente We streven naar effectieve samenwerking tussen scholen, kinderopvang, en gemeente voor een doorlopende leerlijn. Om dat te bereiken, streven we naar IKC’s waar mogelijk, voorfinancieren we wanneer nodig en mogelijk in kinderopvang in nieuwe IKC's en bevorderen efficiënt ruimtegebruik met een behoud van eigen identiteit. Scholen, kinderopvangorganisaties en gemeente werken effectief samen als kundige en gelijkwaardige gesprekspartners. Dit om het brede doel van de 2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

De doelstelling is om waar het kan Integrale Kindcentra (IKC) te realiseren met een doorlopende leerlijn, en waar dat niet kan de lokale verbinding en samenwerking te zoeken tussen onderwijs en kindvoorzieningen. Welke kindvoorzieningen exact gehuisvest worden in een IKC is altijd maatwerk en afhankelijk van de lokale behoefte. Kinderopvangpartijen hebben niet altijd de mogelijkheid om zelf te investeren in nieuwe huisvesting. In deze gevallen is de gemeente in beginsel bereid om, in overleg, de huisvesting voor kinderopvang (of andere (semi-)maatschappelijke functies) in een nieuw IKC voor te financieren. De gemeente investeert daarmee in het realiseren van het gebouw, en de kinderopvang betaalt middels een kostprijsdekkende huur en een langjarige huurovereenkomst de kosten hiervoor terug aan de gemeente. Deze langjarige huurovereenkomst dient kinderopvangpartijen tevens zekerheid te bieden voor huisvesting in het IKC. Hiermee voldoet de gemeente aan de kaders zoals beschreven in de Wet Markt en Overheid. De definitieve beslissing om voor te financieren is afhankelijk van de specifieke opgave en de financiële mogelijkheden van de gemeente. We zetten zoveel mogelijk in op efficiënt ruimtegebruik. Het delen van een gebouw kan daar in grote mate aan bijdragen.

Met kinderopvang, zorg en onderwijs in één gebouw kunnen activiteiten die niet gelijktijdig plaatsvinden (bijvoorbeeld onderwijs en BSO) ruimtes delen. Van belang daarbij is behoud van bedrijfszekerheid voor de kinderopvang, eigen identiteit van beide partijen en de herkenbaarheid van werksoorten van de organisaties die de ruimtes gebruiken. Daar dient in de indeling en inrichting rekening mee gehouden te worden.

Kinderopvang binnen de onderwijscapaciteit van bestaande gebouwen In deze context is het ook relevant om de beperkingen te benoemen van kinderopvangpartijen die in bestaande schoolgebouwen gebruikmaken van onderwijscapaciteit (in een medegebruiksovereenkomst).

9/41

Het is voor de gemeente met de huidige wet- en regelgeving niet mogelijk om permanent onderwijscapaciteit aan de gemeentelijke voorraad te onttrekken ten behoeve van een commerciële functie zoals kinderopvang. Dat zorgt ervoor dat een kinderopvangpartij in deze situatie weinig bedrijfszekerheid heeft, het onderwijs heeft voorrang op het gebruik van deze oppervlakte in het geval dat de leerlingaantallen toenemen. In het IHP wordt inzichtelijk gemaakt of dat er in de toekomst knelpunten verwacht kunnen worden bij de huidige huisvesting van kinderopvang binnen de onderwijscapaciteit. Uitgangspunten bij planvorming Om de brede maatschappelijke functie van onderwijs en kinderopvang te borgen, wordt in het IHP het volgende meegenomen: ▪

▪

Bij het formuleren van nieuwe huisvestingsscenario’s voor het onderwijs wordt wanneer mogelijk ook verkend welke behoeftes en mogelijkheden er zijn om andere kindfuncties in het project te huisvesten, zoals kinderopvang. Indien wenselijk voor de gemeente wordt hiervoor ook de benodigde investering in kaart gebracht. In situaties waarin kinderopvang (mede)gebruikmaakt van bestaande onderwijscapaciteit wordt op basis van de leerlingprognoses geanalyseerd of dat de kinderopvang risico loopt om op termijn uit de school gedrukt te worden indien de school groeit. Indien nodig worden hiervoor oplossingsrichtingen geformuleerd.

4.3 Inclusiviteit, passend onderwijs en kansengelijkheid We streven naar een inclusieve gemeente waar alle kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen, ook als ze extra zorg nodig hebben. We bieden onderwijs en ondersteuning binnen de eigen kern waar mogelijk, investeren in geschikte schoolruimten, en bevorderen kansengelijkheid door passende voor- en vroegschoolse educatie aan te bieden.

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

We streven naar een inclusieve gemeente waarin ieder kind zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen. Ook als een kind een andere achtergrond of extra zorg nodig heeft, kan het zoveel mogelijk terecht in het reguliere onderwijs. Kinderen kunnen zoveel mogelijk onderwijs volgen op scholen binnen de eigen kern. Waar nodig en mogelijk, vindt extra ondersteuning zoveel mogelijk plaats in de directe leefomgeving van het kind, bijvoorbeeld op school. Schoolgebouwen dienen hier waar mogelijk en noodzakelijk, op toegerust te zijn. Wanneer extra hulp op school niet (meer) voldoende is, wordt in overleg met het samenwerkingsverband gezocht naar een geschikte onderwijsplek in het gespecialiseerde onderwijs buiten onze gemeente. Jeugdhulp en onderwijs werken hierbij effectief samen. Inclusiever onderwijs bij bestaande gebouwen Schoolbesturen, gemeente en kindpartners gaan onderling in gesprek om per kern te bepalen welke school de ruimte, voorzieningen en expertise heeft of kan realiseren voor de wenselijke vormen van inclusiever onderwijs. Dit gesprek kan wanneer nodig plaatsvinden binnen het samenwerkingsverband passend onderwijs. Indien het faciliteren van inclusiever onderwijs een extra huisvestingsvraag met zich meebrengt, wordt deze in beginsel gefaciliteerd binnen de geaccepteerde normatieve leegstand zoals beschreven in paragraaf 2.1.

Indien de schoolbesturen, gemeente en kindpartners concluderen dat er binnen een kern geen geschikte school aanwezig is om aan de behoeftes omtrent inclusiever onderwijs te voldoen, of als andere voorzieningen nodig blijken, volgt een inhoudelijk gesprek met de gemeente over deze knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen. Inclusiever onderwijs bij nieuwbouw Per nieuw project kan ervoor gekozen worden om aanvullende ruimtebehoefte toe te kennen, bijvoorbeeld als het nieuwe project bedoeld is om ook kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte te voorzien. De gemeente Midden-Delfland maakt deze beslissing in de initiatieffase van het project op basis van inhoudelijke verzoek van het schoolbestuur en draagt daarvoor de investering. De exploitatielasten en het leegstandsrisico voor de extra ruimten zijn voor het betreffende schoolbestuur.

10/41

In het kader van kansengelijkheid en onderwijsachterstandenbeleid zijn afspraken gemaakt tussen betrokken partijen, waaronder kinderopvangorganisaties en primair onderwijs, in het Beleidskader Voor- en Vroegschoolse educatie (2020). Hierin worden de volgende wensen en eisen beschreven: ▪ ▪ ▪

VVE-voorzieningen in alle drie de kernen van de gemeente; geen aparte VE-groepen; doelgroep peuters maken zoveel mogelijk gebruik van een vorm van voorschoolse opvang.

Hier wordt rekening mee gehouden in het IHP. Uitgangspunten bij planvorming Om inclusiever onderwijs binnen de gemeente een plek te geven, wordt in het IHP het volgende meegenomen: ▪

▪

Bestaande gebouwen: de gebouwinventarisatie brengt per locatie en per kern in beeld wat de normatieve overmaat is. Dit biedt schoolbesturen de mogelijkheid om het gesprek te voeren over welke school geschikt zou kunnen zijn om de wenselijke vormen van inclusiever onderwijs te huisvesten. Nieuwbouw: In de businesscase van een bouwproject wordt inzichtelijk gemaakt of dat extra ruimtebehoefte aan de orde is, in relatie tot de visie van het schoolbestuur van het betreffende project om inclusiever onderwijs te faciliteren én de reeds beschikbare normatieve leegstand binnen de kern. Voor de projecten in fase 2 en 3 wordt te zijner tijd onderzoek gedaan naar de extra behoefte voor inclusiever onderwijs.

buurgemeenten. We hebben hierbij aandacht voor de beschikbaarheid van onderwijsvoorzieningen. Leerlingstromen tussen gemeentegrenzen Uitgangspunt is dat kinderen uit onze gemeente voor het basisonderwijs in hun eigen kern naar de school van hun keuze toe kunnen. We constateren veel grensverkeer van leerlingen van aangrenzende gemeenten. In het IHP geven we daarom inzicht in de leerlingstromen op gemeenteniveau. Om de leerlingstromen tussen gemeenten te volgen en zo nodig en waar mogelijk te beïnvloeden, blijven we in gesprek met de aangrenzende gemeenten. Deze overleggen worden buiten de scope van het IHP gevoerd. Daarnaast kan het aannamebeleid van de scholen hier een rol in spelen, voor zover dit past binnen de kaders van de wet en de keuzevrijheid van ouders. Samenwerking met aangrenzende gemeenten in de regio is belangrijk om te zorgen voor goed onderwijs voor alle kinderen. Leerlingenmobiliteit kan bijdragen aan een stabiel leerlingenaantal, wat essentieel is voor een goede organisatie en huisvesting van het onderwijs. Specialistische voorzieningen Daarnaast hebben we aandacht voor de beschikbaarheid van specialistische (gecentraliseerde) voorzieningen naast het onderwijs in de eigen kern. Denk daarbij bijvoorbeeld aan voortgezet en speciaal onderwijs buiten de gemeente en onderwijs voor nieuwkomers (NT2 leerlingen met een andere moedertaal).

Uitgangspunt is dat voor een kleine groep leerlingen deze specialistische voorzieningen nodig blijven die niet in iedere kern aanwezig zullen zijn. Uitgangspunten bij planvorming De aandacht voor leerlingmobiliteit wordt als volgt geborgd in het IHP: ▪

4.4 Aandacht voor leerlingmobiliteit We streven ernaar dat leerlingen in hun eigen kern naar de school van hun keuze kunnen en er sprake is van evenwichtige leerlingstromen met

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

▪

de gemeente blijft in gesprek met buurtgemeenten omtrent de leerlingstromen tussen gemeentegrenzen, buiten de scope van het IHP; in de planvorming van het IHP houden we waar nodig rekening met specialistische voorzieningen ten behoeve van de gehele gemeente.

11/41

4.5 Duurzame schoolgebouwen Ons doel is duurzame kindvoorzieningen in zo energieneutraal mogelijke gebouwen, een gezond binnenklimaat en circulair materiaalgebruik. Daarnaast hanteren we in de bouw en sloop circulaire uitgangspunten en doen we onderzoek naar het toepassen van een circulaire restwaarde in de scholenbouwen. We streven steeds meer naar een duurzame samenleving en daar horen duurzame kindvoorzieningen ook bij. Onder duurzaamheid verstaan we niet alleen energieverbruik, maar ook gezondheid (binnenklimaat) en het gebruik van grondstoffen. Bij nieuwe projecten realiseert de gemeente een gebouw volgens de duurzaamheidsnormen in het vigerende bouwbesluit, op dit moment is de norm voor nieuwbouw een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). Zo nodig en gewenst kan de gemeente afwijken en investeren in een Energieneutraal Gebouw (ENG). Het realiseren van een energieneutraal gebouw vraagt een hogere investering dan het realiseren van een bijna energieneutraal gebouw. Bijlage 2 van dit document geeft weer wat de verschillen zijn in de mogelijke energienormen. Bij het realiseren van een nieuw project wordt inzichtelijk gemaakt wat de meerkosten zijn van BENG naar ENG, maar wordt ook inzichtelijk gemaakt welke financiële voordelen het schoolbestuur heeft in de exploitatieperiode als daarin het energieverbruik en de onderhoudslasten ook meegenomen worden.

Dit noemen we een Total Cost of Ownership (TCO) berekening. De uitkomst van de TCO-berekening draagt bij aan de afweging tussen BENG of ENG. Als het TCO-resultaat van een ENG gebouw voor het schoolbestuur positief is, kan het schoolbestuur de verwachte besparingen die te danken zijn aan de investering naar ENG, bijdragen aan het investeringsbedrag. Zo worden de geldstromen van gemeente en schoolbestuur gekoppeld om een zo duurzaam mogelijk gebouw voor de gemeenschap te realiseren. Indien ENG niet mogelijk blijkt en/of het schoolbestuur geen financiële bijdrage doet, houdt de gemeente zich wat betreft de duurzaamheidsnorm in de basis aan de wettelijke verplichting. Per project en afhankelijk van de uitkomst van de businesscase kan de gemeente beslissen om toch te investeren in extra 2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

duurzaamheidsmaatregelen. Dit vindt altijd plaats in overleg met de schoolbesturen. Daarnaast wordt bij nieuwe projecten gestreefd naar het halen van kwaliteitsniveau Frisse Scholen klasse B om ook een prettig binnenklimaat te kunnen garanderen. Bij bestaande gebouwen zal in de komende jaren óók een verduurzamingsopgave gaan gelden. De Europese doelstelling is immers om in 2050 95% van de CO2 -uitstoot gereduceerd te hebben. De uitstoot van de gebouwde omgeving speelt daar een grote rol in. Om de onderwijsportefeuille te verduurzamen, hebben de gemeente en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Bij (ver)nieuwbouw ligt deze verantwoordelijkheid bij de gemeente, bij instandhouding ligt deze verantwoordelijkheid bij schoolbesturen. Binnen het IHP krijgen de scholen een toekomstperspectief waarmee zij in de komende jaren nog gerichte investeringen wel of niet kunnen maken om hun bestaande gebouwen te verduurzamen. Als laatste is circulariteit een steeds belangrijker onderdeel van de verduurzamingsopgave. In het Klimaatakkoord wordt beschreven dat in 2030 het grondstoffengebruik met 50% gereduceerd moet zijn, met een volledig circulaire economie in 2050. Ook bij de bouw van nieuwe schoolgebouwen moet circulariteit de aandacht krijgen. In het bouwproces, het ontwerp en over de afschrijving hanteren we de volgende uitgangspunten. ▪

▪

▪

In het bouwproces selecteren we partijen met ervaring op circulaire projecten, zij hebben het beste zicht op de laatste ontwikkelingen in de markt en kunnen ondersteunen bij het kiezen van passende circulaire maatregelen. Bij het slopen van een gebouw voeren we een gebouwscan uit om alle beschikbare herbruikbare materialen in kaart te brengen. Hiermee doen we ervaring op met circulair slopen en deze kennis delen we met de schoolbesturen. In het ontwerp zetten we in op gebouwen die losmaakbaar en flexibel zijn, zodat materialen aan het einde van de levensduur van het gebouw opnieuw gebruikt kunnen worden. Het materiaalgebruik in alle nieuwe gebouwen worden vastgelegd in een zogenaamd materialenpaspoort.

12/41

▪

Circulair ontwerpen en bouwen biedt ook mogelijkheden om te rekenen met een financiële restwaarde. Zo blijft een deel van het gebouw op de balans staan, in plaats van dat deze volledig naar € 0,- wordt afgeschreven. Op dit moment is het rekenen met een circulaire restwaarde nog pionieren en ontdekken tussen gemeenten, accountants en producenten. De gemeente Midden-Delfland wil de komende jaren onderzoek doen naar de (financiële) mogelijkheden van circulair bouwen en dit waar mogelijk al toepassen op de scholenbouw.

De visie op onderwijs ontwikkelt zich echter sneller dan de levensduur van een schoolgebouw. Daarom is flexibele huisvesting nodig. Waar een gebouw 40 jaar of soms veel langer mee gaat, kan een onderwijsvisie sneller ontwikkelen. Flexibiliteit is daarom bij nieuwe projecten een belangrijk uitgangspunt. Bij bestaande onderwijsgebouwen kunnen de mogelijkheden door de constructie beperkt zijn. Voor interne aanpassingen van bestaande gebouwen is het schoolbestuur verantwoordelijk, tenzij dit onderdeel is van een groter (ver)nieuwbouwproject.

Uitgangspunten bij planvorming

In beginsel wordt bij nieuwe projecten het bouwbesluit gehanteerd. Aanvullend hierop kan de laatste versie van het ‘kwaliteitskader huisvesting’ van RuimteOK gehanteerd worden als richtinggevend kader.

De aandacht voor duurzame schoolgebouwen wordt als volgt geborgd in het IHP: ▪

▪

▪

De hogere investering voor het realiseren van de ENG-norm is, na een TCO-berekening bij de initiatieffase van het project, mogelijk voor rekening van het betreffende schoolbestuur. Voor bestaande gebouwen geeft het IHP een perspectief op de instandhoudingstermijn van scholen, zodat schoolbesturen bewuste keuzes kunnen maken in hun verduurzamingsinvesteringen. Circulariteit verdient zo vroeg mogelijk in de planvorming van nieuwe projecten de aandacht en de gemeente doet de komende jaren onderzoek naar de financiële mogelijkheden van circulair bouwen.

Uitgangspunten bij planvorming Kwalitatief goede onderwijshuisvesting wordt als volgt geborgd in het IHP: ▪

Het Kwaliteitskader van RuimteOK geeft richting aan waar een goed en flexibel onderwijsgebouw aan moet voldoen. De uitgangspunten hieruit maken daarom onderdeel uit van het budgettaire kader in het IHP en daarmee de doorrekening van de investeringen.

4.7 Nieuwkomersonderwijs 4.6 Kwalitatief goede onderwijshuisvesting We streven naar flexibele en kwalitatief goede onderwijshuisvesting om de ontwikkeling van een snel veranderende onderwijsvisie te ondersteunen. Behalve aan cognitieve vaardigheden, wordt in het onderwijs ook gewerkt aan persoonlijke ontwikkeling en sociale competenties. Onderwijshuisvesting draagt zoveel mogelijk bij aan de realisatie van de visie op goed onderwijs van de schoolbesturen.

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

We verwelkomen vluchtelingen en statushouders en streven naar hun actieve deelname aan onderwijs, taal en werk om sociale uitsluiting te voorkomen. De gemeente en schoolbesturen hebben gedeelde verantwoordelijkheid voor nieuwkomers- en vluchtelingenonderwijs. Gedurende de periode van een lokale AZC streven we naar één centrale voorziening voor primair nieuwkomersonderwijs in de gemeente. Vluchtelingen en statushouders worden gastvrij in onze dorpen ontvangen en begeleid. Doelstelling voor de fysieke huisvesting is dat Midden-Delfland blijft voldoen aan de opgelegde taakstellingen vanuit de Rijksoverheid. Actieve maatschappelijke deelname aan onderwijs, taal en werk vormen de basis voor

13/41

hun toekomst. We proberen zoveel mogelijk te voorkomen dat mensen aan de zijlijn van de samenleving terecht komen. Hiervoor hebben de gemeente en schoolbesturen een gedeelde verantwoordelijkheid. Net zoals in het regulier PO is de gemeente verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van voldoende en geschikte huisvesting, en zijn de schoolbesturen verantwoordelijk voor het onderwijs. Binnen de gemeente Midden-Delfland komt waarschijnlijk één gecentraliseerde voorziening voor nieuwkomersonderwijs (NT2) gedurende de periode dat het AZC binnen de gemeente aanwezig is. Dit betreft primair onderwijs. Voortgezet onderwijs voor nieuwkomers is regionaal georganiseerd. Tussen de schoolbesturen en gemeente wordt afgestemd wie het nieuwkomersonderwijs gaat faciliteren en hoe de financiële risico’s verdeeld worden. Nieuwkomersonderwijs wordt georganiseerd in kleinere groepen dan het reguliere onderwijs. Dit betekent dat per leerling meer m2’s nodig zijn dan in het reguliere onderwijs. Om de ruimtebehoefte voor het nieuwkomersonderwijs te bepalen, is geen norm vastgesteld, daarom hanteren we de volgende uitgangspunten: ▪

▪

We gaan ervan uit dat het nieuwkomersonderwijs binnen een reguliere school wordt gehuisvest, we hanteren daarom geen separate vaste voet voor deze voorziening. Per leerling hanteren we een normatieve ruimtebehoefte van 7,35 m 2 bvo. Dit is de huisvestingnorm die voor het SBO wordt toegepast en sluit aan bij de gemiddelde groepsgrootte in het nieuwkomersonderwijs.

Het kan zijn dat het huisvesten van het nieuwkomersonderwijs om investeringen vraagt in één van de bestaande gebouwen. Dat zou kunnen gaan om het geschikt maken van lokalen, inpassen van spreekruimtes of andere bouwkundige aanpassingen. Voor nieuwe voorzieningen om het onderwijs voor vluchtelingen te kunnen faciliteren kan de gemeente een verzoek indienden bij het COA voor de bekostiging. Voor de investeringen die niet via het COA bekostigd kunnen worden, stemmen de gemeente en het betrokken schoolbestuur af hoe deze kosten onderling verdeeld worden.

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

Uitgangspunten bij planvorming Het faciliteren van nieuwkomersonderwijs wordt als volgt geborgd in het IHP: ▪

De behoefte aan nieuwkomersonderwijs binnen de gemeente is moeilijk te voorspellen en afhankelijk van veel externe factoren. De gemeente Midden-Delfland gaat in gesprek met de schoolbesturen op het moment dat het realiseren van nieuwkomersonderwijs aan de orde is. Uit deze dialoog moet blijken welke school het nieuwkomersonderwijs vanuit hun onderwijsvisie, maar ook met oog op de beschikbare ruimte binnen een gebouw, zou kunnen faciliteren.

4.8 Groene en uitdagende buitenruimte De buitenruimtes van scholen moeten voldoen aan de normen voor ruimtegebruik en kunnen openbare speelplaatsen omvatten, met speciale aandacht voor groen- en buitenonderwijs. De buitenruimte van scholen zijn in Midden-Delfland veilig ingericht en voldoen aan de normen voor ruimtegebruik. Bij nieuwe projecten wordt geïnventariseerd of er op de beoogde locatie behoefte is aan een openbaar speelplein, in dat geval kan de combinatie met het onderwijs gemaakt worden en het speelplein opengesteld worden. Het streven is dan om binnen de beoogde kavel een speelplein te realiseren dat ruimer is dan de norm om óók groen en buitenonderwijs een plek te kunnen geven. Het beoogde kavel en de wenselijke oriëntatie en bouwhoogte van het gebouw zijn echter leidend.

14/41

Uitgangspunten bij planvorming

Uitgangspunten bij planvorming

Het realiseren van groene en uitdagende buitenruimte wordt als volgt geborgd in het IHP:

Het bewegingsonderwijs wordt als volgt meegenomen in het IHP:

▪

Buiten de scope van het IHP gaan de schoolbesturen en gemeente in overleg over de kosten- en rolverdeling van het beheer en onderhoud van opengestelde schoolpleinen. Daaruit volgt een beleid op openbare schoolpleinen met daarnaast een overweging per school binnen de gemeente waar een openbaar schoolplein wenselijk is.

▪

De beschikbare capaciteit van het bewegingsonderwijs wordt in het IHP getoetst aan de leerlingprognoses en meegenomen in de planvorming. Daaruit komen aanbevelingen die na het IHP verder onderzocht kunnen worden, in combinatie met het verder onderzoeken van de lokale sportbehoefte.

4.9 Bewegingsonderwijs

4.10 Vernieuwbouw versus nieuwbouw

Voor de gezondheid en vitaliteit van kinderen streven de gemeente en schoolbesturen naar voldoende binnensportfaciliteiten, met een focus op nabijheid en lokale sportbehoeften.

In anticipatie op toekomstige wetswijzigingen streven gemeente en schoolbesturen naar gelijke status, kwaliteitskader en budget voor 'vernieuwbouw' (voorheen renovatie) en nieuwbouw. We hebben de voorkeur voor vernieuwbouw, maar hanteren een afwegingskader om klimaateffecten, toekomstbestendigheid en technische mogelijkheden om per project de juiste beslissing te maken.

De gemeente en schoolbesturen zien de vitaliteit en gezondheid van (jonge) kinderen als belangrijk thema waar het onderwijs aan bij kan dragen. Er wordt naar gestreefd om het bewegingsonderwijs zo dicht mogelijk bij de school te laten plaatsvinden om de reistijd voor de leerlingen te beperken. De gemeente Midden-Delfland is minimaal verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van voldoende binnensportcapaciteit voor de normatieve bewegingsonderwijsbehoefte van de scholen, binnen de in de verordening vastgestelde reisafstand. In het IHP wordt geïnventariseerd of voor iedere school de binnensportcapaciteit binnen de normafstand beschikbaar is. Bij de mogelijke planvorming van ingrepen in de voorzieningen voor bewegingsonderwijs (gym- en sportzalen) buiten het IHP dient ook de lokale sportbehoefte in beeld gebracht te worden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een bestaande gymvoorziening voor het onderwijs niet voorgeschreven wordt volgens de kaders in de verordening, maar wel een grote maatschappelijke waarde heeft in de kern. Daardoor kan er toch voor gekozen worden om een gymzaal of andere sportaccommodatie te behouden.

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

Renovatie is een actueel thema, maar vooralsnog hanteert de (onderwijs)wet het begrip renovatie niet. PO-Raad, VO-Raad en VNG hebben recent de minister geadviseerd om renovatie een formele status te geven en een wetwijziging wordt momenteel voorbereid. Het is de ambitie om, vooruitlopend op de aanstaande wetwijziging, in het IHP, naast de in de verordening opgenomen voorzieningen ‘nieuwbouw’ en ‘uitbreiding’ uitgangspunten op te nemen ten aanzien van de oplossingsrichting ‘renovatie’. Gemeente en schoolbesturen zien renovatie als een gelijkwaardig alternatief voor (vervangende) nieuwbouw en stellen het investeringsbudget, de afschrijftermijn en het te behalen kwaliteitsniveau aan elkaar gelijk. We spreken in het vervolg daarom van het begrip ‘vernieuwbouw’ in plaats van renovatie. Met een vernieuwbouw wordt gestreefd naar hetzelfde kwaliteitsniveau als nieuwbouw (zie paragraaf 2.6). Met als voordeel dat bij vernieuwbouw een deel van het gebouw behouden blijft, op zijn minst de constructie. 15/41

Een vernieuwbouw draagt zodoende bij aan het verminderen van het grondstofgebruik en hergebruik van materiaal. De gemeente heeft geen principevoorkeur voor vernieuwbouw of nieuwbouw, bij ieder project dienen de mogelijke opties onderzocht te worden. De doorslag voor vernieuwbouw of nieuwbouw wordt gemaakt in een businesscase met afwegingskader waarbij de volgende zaken worden gewaarborgd: ▪

▪

▪

▪

▪

▪

er wordt een afweging gemaakt of de benodigde flexibiliteit en functionaliteit die hoort bij het Programma van Eisen/de onderwijsvisie behaald kan worden bij vernieuwbouw; er wordt een afweging gemaakt tussen de klimaateffecten van verbeterde energieprestaties van het gebouw enerzijds, versus de klimaateffecten die het realiseren van het project (nieuwbouw of vernieuwbouw) zelf met zich meebrengen; in het bouwproces worden duidelijke afspraken gemaakt over het te behalen kwaliteitsniveau. Dit moet gelijkwaardig zijn aan nieuwbouw zodat de gemeente hiervoor dezelfde afschrijftermijn van 40 jaar kan hanteren; er dient een goed onderbouwde vergelijking op diverse facetten, onder andere onderwijsinhoudelijk, bouwkundig en planologisch, gemaakt te worden. Per situatie wordt er een weging aan deze facetten toegekend. Gemeente en schoolbesturen dienen vooraf een eenduidig afwegingskader op te stellen. eventuele monumentale kwaliteit van het gebouw en de waarde van het gebouw in zijn omgeving wordt meegewogen. In de businesscase wordt de afschrijftermijn in combinatie met de investering voor de vernieuwbouw van een monumentaal gebouw integraal afgewogen. de kosten en ruimtelijke mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting bij vernieuwbouw worden in de overweging meegenomen.

Een voorbeeld afwegingskader voor vernieuwbouw of nieuwbouw is opgenomen in bijlage 3. In de businesscases wordt het afwegingskader concreet uitgewerkt.

Uitgangspunten bij planvorming De afweging tussen vernieuwbouw en nieuwbouw wordt als volgt meegenomen in het IHP: ▪

▪

Bij de planvorming van het IHP wordt een eerste verkenning gedaan naar in hoeverre een vernieuwbouwplan wenselijk of haalbaar zou kunnen zijn. In de initiatieffase van het project wordt de afweging middels een afwegingskader verder uitgewerkt en wordt daar de definitieve beslissing gemaakt. Het budget voor vernieuwbouw of nieuwbouw wordt aan elkaar gelijk gesteld en is altijd berekend op basis van de normatieve ruimtebehoefte.

4.11 Wet- en regelgeving en financiële kaders De gemeente neemt de zorg op zich voor naleving van de geldende wet- en regelgeving in onderwijshuisvesting. Daarnaast hanteren we in het IHP marktconforme budgetten om de planvorming zo goed mogelijk aan te laten sluiten met de werkelijkheid. Er wordt in de onderwijshuisvesting voldaan aan relevante wet- en regelgeving zoals bijvoorbeeld Bouwbesluit, Arbeidsomstandighedenwet, Wet ruimtelijke ordening/Omgevingswet, Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs, Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs, et cetera. Elke vier jaar worden in het IHP relevante wettelijke kaders getoetst aan de huidige en toekomstige situatie voor het onderwijs en bewegingsonderwijs. Dit is onderdeel van de periodieke actualisatie van het IHP. De regie hiervoor ligt bij de gemeente. Dit gebeurt altijd in overleg met de schoolbesturen en kindpartners. Om het IHP zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de werkelijkheid rekenen we met een marktconform bedrag voor de stichtingskosten.

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

16/41

In het verleden is gebleken dat het VNG-normbedrag verouderd is en dat daarvoor in de huidige tijd geen prettige, gezonde onderwijsgebouwen gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast wordt in het investeringsbedrag rekening gehouden met de impact van de ambities (zoals duurzaamheid, circulariteit en inclusiviteit). Als laatste is het noemenswaardig dat in deze ambitie op onderwijshuisvesting een aantal concrete kaders en spelregels wordt benoemd dat afwijkt van de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs van de gemeente MiddenDelfland. Een aantal punten is bijvoorbeeld het (in goed overleg) accepteren van een normatieve leegstand, de opgenomen ruimtenorm voor nieuwkomersonderwijs en het opnemen van vernieuwbouw als huisvestingsvoorziening voor de gemeente. Om deze kaders en spelregels aan te houden, is het niet noodzakelijk om de benoemde verordening aan te passen, al zou de gemeente daar wel voor kunnen kiezen. Het IHP kan gezien worden als aanvullend beleidsstuk van de gemeente. Uitgangspunten bij planvorming

De wet- en regelgeving en financiële kaders worden als volgt meegenomen in het IHP: ▪

▪

Relevante wet- en regelgeving wordt in het IHP getoetst aan de huidige onderwijshuisvestingsportefeuille en de voorgenomen projecten. Bij het bepalen van het budget in het IHP rekenen we met marktconforme bedragen die recht doen aan de beschreven ambities in het ambitiedocument.

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

17/41

5. Portefeuille analyse

Gebouwleeftijden 4

Om een nulmeting vast te stellen, is binnen dit IHP de staat van de schoolgebouwen is in kaart gebracht. Door middel van openbare informatie, informatie van de gemeente en enquêtes bij de schoolbesturen is voor ieder onderwijsgebouw een factsheet opgesteld. De separate factsheets zijn te vinden in bijlage 1. Aan de hand van de uitgevoerde inventarisatie beschrijft dit hoofdstuk op hoofdlijnen de stand van zaken binnen de huisvestingsportefeuille op de thema’s gebouwleeftijd, kwaliteit, financiën, duurzaamheid en de leerlingontwikkeling. In het volgende hoofdstuk wordt op kern- en gebouwniveau verder ingezoomd op de belangrijkste knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen. De schoolwoningen binnen Midden-Delfland zijn buiten de (kwalitatieve) inventarisatie gehouden, maar zijn in de vraag-aanbod analyse wel meegenomen.

5.1 Gebouwleeftijd De verdeling van de leeftijd van de gebouwen in de gemeente MiddenDelfland is weergegeven in figuur 4. Er is een viertal schoollocaties met relatief jonge gebouwen (minder dan 20 jaar oud), waarvan één MFA met daarin drie schoollocaties. Er zijn 2 schoolgebouwen tot 40 jaar oud en nog 2 andere gebouwen tot 60 jaar oud. Het oudste schoolgebouw in de gemeente is ouder dan 80 jaar (RKBS Sint Jozefschool).

BO 2

2

VO

1

1 0

Jonger dan 20 jaar

0

Tussen de 20 en Tussen de 40 en 40 jaar 60 jaar

0 Ouder dan 60 jaar

Figuur 4: gebouwleeftijden Midden-Delfland

5.2 Kwaliteit Binnen het thema kwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen vier criteria: ▪ ▪ ▪ ▪

technische staat; functionele staat; binnenklimaat; veiligheid.

De schoolbesturen hebben aan de hand van een vragenlijst de onderwijsgebouwen kwalitatief beoordeeld. In de vragenlijsten is gevraagd naar de ervaring van de schoolbesturen bij de verschillende onderdelen. De aangeleverde informatie is daarom een belevingswaarde. Er zijn geen metingen uitgevoerd. Deze beoordeling en de context vanuit het onderwijs hebben zij toegelicht in een individueel interview. Technische staat De uitkomsten van de beoordeling van de technische staat zijn weergegeven in figuur 5 op de volgende pagina.

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

18/41

een rol. In deze beoordeling is op de gebouwen een overwegend redelijk tot goede score afgegeven.

Technische staat 0 1 0 1

0 2 0 2

0 1

6 6

Functionaliteit 1 1 1

0 1

0 1

3

3

0

Uitstekend

Goed

3

0 Buitenkant

0 Binnenkant

Redelijk

Matig

Slecht

Zeer slecht

0 Installaties Geen gegevens

Figuur 5: beoordeling technische staat De technische staat geeft inzicht in de beleefde kwaliteit van de installaties en de binnen- en buitenkant van het gebouw. Door de schoolbesturen is aangegeven dat de meeste gebouwen technisch in redelijke tot goede staat zijn. Op een aantal schoolgebouwen is voor de technische staat een zeer slechte score toegekend. De RKBS Mariaschool (ONP) heeft op de thema’s geheel algemeen, buitenkant en installaties een zeer slechte score toegekend gekregen. Lentiz Maasland heeft deze score toegekend gekregen op het thema buitenkant, dit gaat om een specifiek knelpunt in de gevel dat in het onderhoud wordt opgelost. Functionele staat De uitkomsten van de beoordeling van de functionaliteit zijn weergeven in figuur 6.

2

3 7

5

3

0 1 0

2

3

2 0 Geheel algemeen

0 1

3

3

0

0

Onderwijsruimten Werkomgeving staf Uitstekend

Goed

Redelijk

2

4

1

0

Facilitaire voorzieningen

Toegankelijkheid

Matig

Zeer slecht

Slecht

0

(Speel)plein

Geen gegevens

Figuur 6: beoordeling functionaliteit Binnenklimaat De uitkomsten van de beoordeling van het binnenklimaat zijn weergegeven in figuur 7 op de volgende pagina. De beoordeling van het binnenklimaat geeft aan hoe de ventilatie, de temperatuur, het licht en het geluid binnen het gebouw ervaren worden. Van de vier onderdelen waarop het binnenklimaat wordt beoordeeld scoren ventilatie en de temperatuur aanmerkelijk slechter dan de onderdelen licht en geluid. Op een aantal locaties worden deze thema’s als zeer slecht beoordeeld en zijn dan ook een aandachtspunt.

De functionele staat geeft aan in welke mate het gebouw het onderwijsconcept faciliteert. Hierin spelen onderwijsruimtes, het speelplein, de werkomgeving van de staf, de toegankelijkheid en de facilitaire voorzieningen

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

19/41

Binnenklimaat 0 2

0

0 2

3

1

Veiligheid

0

2

0 2

0

0 1

3

1

2 4

6

6

5

2

3

1 0 Temperatuur

0 Ventilatie Uitstekend

6

4

Goed

Redelijk

Matig

0 Licht Slecht

Zeer slecht

0 Geluid Geen gegevens

Figuur 7: beoordeling binnenklimaat Veiligheid De uitkomsten van de beoordeling van het thema veiligheid zijn weergegeven in figuur 8. De beoordeling van de veiligheid geeft aan hoe de veiligheid in en rond het gebouw en de verkeersveiligheid ervaren worden. Daarnaast is er bij dit onderdeel aandacht voor vandalisme. De meeste scholen scoren op dit thema redelijk tot goed, bij een enkele school is de verkeersveiligheid een aandachtspunt. Daarnaast is op 5 scholen aangegeven dat er soms sprake is van vandalisme.

2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

3 1

0 Verkeersveiligheid

Veiligheid in en rondom gebouw Uitstekend

Goed

Redelijk

Matig

Slecht

Zeer slecht

Geen gegevens

Figuur 8: beoordeling veiligheid

5.3 Financiën Het thema financiën geeft inzicht in de exploitatielasten (onderhoud- en energiekosten) van de onderwijsgebouwen. Deze kosten zijn voor rekening van de schoolbesturen. Binnen de beoordeling wordt onderscheid gemaakt tussen de onderhoudslasten, waarbij gekeken wordt naar het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) van de komende 10 jaar, en energielasten, waarbij gekeken wordt naar de afschriften van de afgelopen jaren. De kosten zijn vervolgens vergeleken met een door ICSadviseurs opgestelde benchmark met actuele vergelijkingscijfers. De benchmark bevat schoolgebouwen van uiteenlopende bouwjaren uit heel Nederland en is daarmee een representatieve database. Figuur 9 op de volgende pagina maakt de scores van de financiën op basis van de benchmark inzichtelijk.

20/41

Financiën 0

1

4

2

8

bedragen zijn omgerekend naar een jaarlijks gemiddelde onderhoudslast per vierkante meter bruto vloeroppervlak. Dit gemiddelde is vervolgens afgezet tegen de gemiddelde onderhoudskosten uit de benchmark opgesteld door ICSadviseurs. De besturen is gevraagd de geraamde onderhoudskosten aan te leveren. Opvallend binnen de onderwijshuisvestingsportefeuille van Midden-Delfland is dat het grootste deel van de schoolgebouwen relatief hoge onderhoudslasten heeft. Dit zijn deels de oudste gebouwen in de portefeuille, maar ook MFA het Lint met 3 schoollocaties heeft zeer hoge voorziene onderhoudslasten. De enige schoollocatie met lage onderhoudslasten is CBS De Groene Oase.

4 0 1 Energielasten Goed

Gemiddeld

Onderhoudslasten Slecht

Geen gegevens

Figuur 9: scores financiën Energielasten De energielasten van de onderwijsgebouwen zijn vastgesteld op basis van de meest recente jaarafrekeningen van het gas-, water- en elektraverbruik. Ook deze jaarlijkse lasten zijn afgezet tegen de gemiddelde energielasten uit de benchmark van ICSadviseurs. Uit de analyse blijkt dat van de in totaal 10 schoolgebouwen in de analyse, 4 schoolgebouwen hoge energielasten kennen, terwijl 2 scholen conform de benchmark scoren. Daarentegen hebben 4 scholen relatief lage energielasten. De scholen met hoge exploitatielasten kunnen mogelijk investeringen in energiebesparende maatregelen, zoals het verbeteren van de isolatie of PVpanelen. Door deze maatregelen kunnen deze scholen hun energiekosten verlagen. Onderhoudslasten Voor de schoolgebouwen zijn de onderhoudslasten in beeld gebracht op basis van de verwachte onderhoudskosten zoals opgenomen in het MJOP. Deze 2230171/20240709sl01 | www.icsadviseurs.nl

5.4 Duurzaamheid Door middel van het opgehaalde energieverbruik is voor iedere schoollocatie de Werkelijke Energie intensiteit indicator (WEii) berekend. Dit is een gestandaardiseerd protocol om de gebouw- en gebruiksgebonden energieprestatie te meten. Het gemeten energieverbruik (van zowel elektra als warmte) wordt in deze indicator teruggerekend naar het verbruik per vierkante meter, op deze manier kunnen gebouwen onderling vergeleken worden. De resultaten zijn weergegeven in figuur 10.

Werkelijke Energie intensiteit indicator (WEii) 6

0

1

2

1

1

0

WEii score WENG

Paris Proof

Zeer zuinig

Gemiddeld

Onzuinig

Zeer onzuinig

Zuinig

Figuur 10: scores WEii

21/41

5.5 Vraag en aanbod primair onderwijs De ontwikkeling van het geprognosticeerde aantal PO-leerlingen als totaal van de scholen binnen Midden-Delfland is weergegeven in figuur 11. Hierin zien we dat de piek van 2021 t/m 2022 vanaf dit jaar langzaam af zou moeten nemen. Binnen de scope van de prognoses zouden de leerlingaantallen moeten dalen van circa 2.360 leerlingen op 1 oktober 2021 naar circa 2060 leerlingen in 2038. Dat zou een afname van in totaal 300 leerlingen op gemeenteniveau betekenen. In figuur 12 is deze leerlingontwikkeling uitgedrukt in de normatieve ruimtebehoefte op gemeenteniveau, en afgezet tegenover de huidige beschikbare onderwijscapaciteit. Hierin zien we dat op dit moment op gemeenteniveau er normatief exact voldoende permanente capaciteit zou moeten zijn om alle leerlingen te huisvesten. Voor een gezonde balans tussen vraag en aanbod is op portefeuilleniveau echter een frictieleegstand nodig, normaliter minimaal 5% tot 10% van de beschikbare capaciteit. Doordat er tijdelijke capaciteit aanwezig is (schoolwoningen) wordt hieraan voldaan. Binnen de analyse op wijk- en gebouwniveau wordt verder ingezoomd op waar de normatieve overschotten en tekorten zich clusteren en welke oplossingsrichtingen daarin nodig zijn. In figuur 12 is eventueel medegebruik van onderwijscapaciteit (door bijvoorbeeld kinderopvang) niet meegenomen.

In het volgende hoofdstuk wordt het medegebruik meegenomen op schoolniveau. De leerlingontwikkeling en normatieve ruimtebehoefte van het voortgezet onderwijs wordt behandeld in het volgende hoofdstuk gezien dit slechts één school betreft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=e2f8b584-317f-4e68-a7a0-044215112558