CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

08 bijlage A t_NL.IMRO.1842.bp22Zwethkade11b-ON01.pdf

Gemeenteraad 27 september 2022, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van het bestemmingsplan Zwethkade Zuid 11b te Den Hoorn13.754 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Deze begrippen worden hieronder toegelicht. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde. Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect.

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) stelt dat bij elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is, dit risico moet worden verantwoord, ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico des te zwaarder de verantwoording is. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen.

Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedsfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Voor sommige transportassen wordt rekening gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het PAG is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op Pagina 27 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het PR in acht te nemen en het GR te verantwoorden. Het Bevb vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991). Planspecifiek Om te beoordelen of er externe veiligheidsrisico’s zijn is risicokaart.nl geraadpleegd, zie de navolgende afbeelding.

Figuur 9. Uitsnede risicokaart plangebied nabij pijl (bron: risicokaart).

Transport gevaarlijke stoffen over de weg De kaart geeft aan dat er diverse veiligheidsrisicobronnen in de omgeving aanwezig zijn. Zo is de A4 een transportroute van gevaarlijke stoffen. De A4 is op circa 630 meter afstand gelegen ten opzichte van het plangebied. Uit de bijlage van het Basisnet blijkt dat er over de A4 ten hoogte van Den Hoorn stoffen binnen de stofcategorie GF3 worden vervoerd. GF3 zijn brandbare gassen en kennen ter hoogte van Den Hoorn een invloedsgebied van 355 meter begrensd door de 1% letaliteitsafstand. Het plangebied valt niet binnen het invloedsgebied van de A4. Op circa 248 meter afstand is de Wippolderlaan (N211) gesitueerd. Over de Wippolderlaan vindt tevens vervoer van brandbare gassen (GF3) plaats. Het plangebied is wel binnen het invloedsgebied (355 meter) van deze weg gelegen en daarom dienen de risico’s als gevolg van de transporten met brandbare gassen (GF3) over de Wippolderlaan meegenomen te worden in een beperkte verantwoording. Risicovolle inrichtingen Aan de A4 ligt een BP tankstation met een LPG tank. Het LPG-tankstation vormt gezien de afstand (570 meter) geen belemmering voor voorliggend plan. Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied en daarom hoeft deze risicobron niet nader in beschouwing te worden genomen.

Transport gevaarlijke stoffen door buisleidingen Ten slotte ligt er ten oosten van de A4 een buisleiding op circa 800 meter afstand. Dit betreft de hoofdaardgastransportleiding A-517 van de Gasunie. Ten westen van het plangebied is de hoge druk aardgasleiding A-617 gesitueerd, op circa 890 meter afstand. Eventuele risico’s van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Gesteld kan worden dat de 1% letaliteitsgrens bij hogedrukaardgastransportleidingen 580 meter bedraagt (Handboek buileiding in bestemmingsplannen - geactualiseerde versie 2016). Voor plannen op méér dan 580 meter afstand van een buisleiding kan dan ook worden geconcludeerd dat geen beperkingen gelden voor het Pagina 28 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

plan: de berekening van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico is dan niet aan de orde. De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen geen aandachtspunt voor voorliggend plan en er is geen verantwoordingsplicht aan de orde. Hoogspanningsleidingen Ten noorden en ten oosten van het plangebied zijn twee hoogspanningslijnen gesitueerd (respectievelijk spanning: 380 kV; 2 x 95 meter indicatieve zone en spanning: 280 kV, 150 kV, 2 x 95 meter indicatieve zone). Het plangebied ligt niet binnen de indicatieve veiligheidszones van een hoogspanningslijn, waarbinnen beperkingen gelden voor nieuwe stralingsgevoelige objecten. Uitwerking verantwoordingsplicht Wippolderlaan Als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Wippolderlaan dient binnen de planlocatie rekening te worden gehouden met een BLEVE-scenario. BLEVE is de afkorting voor ‘Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion’ (kokende vloeistof-gasexpansie-explosie). Er bestaat een koude en een warme BLEVE. Bij een koude BLEVE explodeert de tank meteen. Bij een warme BLEVE explodeert de tank als gevolg van een brandhaard. Bestrijdbaarheid / beheersbaarheid Een koude BLEVE is niet te bestrijden omdat de tankwagen meteen explodeert.

Gezien de snelle ontwikkeltijd zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding zal daarom gericht zijn op het bestrijden van secundaire branden. Een warme BLEVE kent enige ontwikkeltijd. Over het algemeen is de druk in de tank na 10 tot 30 minuten dusdanig hoog dat de tank bezwijkt. Een warme BLEVE kan voorkomen worden door het tijdig alarmeren van de brandweer. De brand bij de tank kan geblust worden en de tank worden gekoeld. Vanwege eigen veiligheid van het brandweerpersoneel zal dit lang niet altijd mogelijk zijn. Zelfredzaamheid Binnen het invloedsgebied van een BLEVE-scenario is vluchten het uitgangspunt, waarbij gerealiseerd dient te worden dat indien daadwerkelijk een BLEVE dreigt, de vluchttijd bijzonder kort is. De mogelijkheden om te kunnen vluchten nemen toe door (nood)uitgangen en vluchtroutes zoveel mogelijk loodrecht van de risicobron af te richten. In voorliggend plan kan het plangebied naar verschillende richtingen worden ontvlucht. Over de Zwethkade Zuid kan zowel via oostelijke als westelijke richting worden gevlucht van de ongevalsplek af. Risico-communicatie De zelfredzaamheid van personen kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwingsen alarmeringssysteem en risicocommunicatie.

Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Vooroverlegreactie Veiligheidsregio Haaglanden Op 9 mei 2022 heeft de VRH advies gegeven. De VRH geeft aan dat voorliggend plan niet voor significante toe- of afname van het veiligheidsrisico zal zorgen. Ze wijzen in verband met de risicobronnen Rijksweg A4 en de N211 op de notitie ‘Advisering EV – Veiligheidsregio Haaglanden – invulling van de adviesrol bij ruimtelijke plannen’ (versie 2.3, 11 mei 2021). Verder geven ze aan dat er bij verdere planuitwerking aandacht moet worden besteed aan de brandveiligheid. Hiervoor kan contact worden gezocht met de veiligheidsregio. Voor het aspect Externe Veiligheid kan geconcludeerd worden dat er geen knelpunten optreden. Ten eerste er liggen geen plaatsgebonden risicocontouren over het plangebied. Voor het groepsrisico geldt dat het aantal personen in het plangebied zal toenemen door de toevoeging van één extra woning. Er Pagina 29 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

kan echter worden geconcludeerd dat het effect van het per saldo toevoegen van één woning op het groepsrisico nihil is. Het plangebied is in het invloedsgebied gelegen van brandbare gassen die over de Wippolderlaan vervoerd worden. Er is in deze paragraaf nader ingegaan op het maatgevend scenario en een verantwoording opgenomen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect Externe Veiligheid geen belemmering vormt voor dit plan.

Archeologie en cultuurhistorie Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als waardevol beschouwd. De Erfgoedwet, vastgesteld in 2016, regelt op welke wijze omgegaan dient te worden met archeologisch erfgoed in Nederland. In 1992 ondertekende Nederland mede het zogenaamde Verdrag van Valetta (Malta). Dit verdrag heeft als doel de bescherming van het archeologisch erfgoed van Europa te bevorderen. In Nederland heeft dit geleid tot een herziening van de toenmalige Monumentenwet 1988 alsmede een aanvulling op of wijziging van bepaalde artikelen in enkele andere wetten. Deze Wijzigingswet is beter bekend als de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ), die op 1 september 2007 van kracht werd. Vanaf de inwerkingtreding van deze (wijzigings-)wet zijn gemeenten verplicht rekening te houden met archeologische waarden in de bestemmingsplannen. Deze wetten zijn vervangen door de Erfgoedwet, echter overgangsrecht in de Erfgoedwet regelt dat bepaalde bepalingen uit de Monumentenwet (die dus niet in de Erfgoedwet staan) nog van kracht zijn tot de Omgevingswet van kracht is. Planspecifiek Monumentale bouwwerken en beschermd zicht Voorliggend plan betreft geen wijzigingen aan een monumentaal bouwwerk of aantasting van een beschermd zicht.

Archeologie De gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart van Midden-Delfland geeft aan dat de Zwethkade en het achterliggende glastuinbouwgebied geen archeologische verwachtingswaarde heeft (zie onderstaande afbeelding). Voor voorliggend plan zal de ondergrond geroerd worden. Op basis van de beleidsadvieskaart kan echter worden geconcludeerd dat nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Tevens is in het vigerende bestemmingsplan voor het plangebied geen archeologische dubbelbestemming opgenomen.

Pagina 30 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

Figuur 10. Uitsnede Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Midden-Delfland, plangebied aangegeven met zwarte pijl (bron: Gemeente Midden-Delfland).

Cultuurhistorisch landschap Het plangebied maakt onderdeel uit van een cultuurhistorisch waardevol ensemble (zie navolgende afbeelding). Binnen dit ensemble geldt een hoge belevingswaarde van de Woudse Droogmakerij, de Zweth en vlietlandjes. Kenmerkend voor dit ensemble is de mate van openheid. Voorliggend plan tast deze openheid niet aan. De woning die binnen het plangebied planologisch wordt mogelijk gemaakt past zich in achter bestaande bebouwing die zich ten noorden van het plangebied bevindt. Hierbij worden de aanwezige zichtlijnen naar achteren gewaarborgd door (o.a.) op te nemen dat het hoofdgebouw minimaal 4 meter ten opzichte van de dichtstbijzijnde zijde van de erfontsluitingsweg gebouwd mag worden. De voorgevel van het hoofdgebouw dient hierbij georiënteerd te zijn op de erfontsluitingsweg.

Pagina 31 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

Figuur 11. Waardevolle ensembles en structuren, plangebied aangeduid met rode pijl (bron: Stichting MiddenDelfland is Mensenwerk).

Er kan geconcludeerd worden dat het aspect Archeologie en cultuurhistorie geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

Waterhuishouding Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21 e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: • vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd.

Pagina 32 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

•

schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod.

Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan 2016 - 2021 Het NWP (dec. 2015) bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daarbij behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer.

Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Hoogheemraadschap van Delfland In het Waterbeheerplan 2016-2021, Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap , heeft Delfland de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Voor de zorgplicht voor ‘droge voeten’, ‘stevige dijken’ en ‘schoon water’ zijn meerjarenprogramma’s opgesteld die doorlopen in de planperiode tot 2027. Delfland zet in op stedelijk waterbeheer en samen met gemeenten werken wij aan klimaatadaptatie. Een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem is vertaald naar zelfvoorzienendheid door het sluiten van kringlopen van water, energie en grondstoffen. Om doelen te bereiken werkt Delfland samen met gebiedspartners en werken we aan het waterbewustzijn om draagvlak te vergroten. Ambities: Zoet water is van levensbelang en daarom is het belangrijk dat iedereen zuinig omgaat met water en zorgt dat het water schoon blijft. We willen gezuiverd afvalwater hergebruiken en zorgen dat water langer in het gebied bewaard blijft voor droge tijden.

Klimaatverandering leidt vaker tot langdurige droogte en heftiger regenbuien. Om de stad klimaatbestendig te maken zoeken we met partijen naar slimme manieren om water langer vast te houden zonder dat het tot overlast leidt. Om de waterkwaliteit te verbeteren neemt Delfland verschillende maatregelen en controleren we nog beter op illegale lozingen. Het water in zwemplassen moet tijdens warme dagen vrij zijn van blauwalgen en bacteriën. Door samen te werken kunnen we ook kosten besparen. Bij elke ontwikkeling willen we kijken welke kansen er zijn om het watersysteem toekomstbestendiger te maken. Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op Pagina 33 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Delfland heeft de Handreiking watertoets voor gemeenten opgesteld. In de handreiking worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht. De actuele versie van de handreiking is te vinden op de website van Delfland en via deze link: http://www.hhdelfland.nl/digitaal-loket/watertoetsportaal/. Planspecifiek De waterparagraaf is op 31 januari 2022 toegestuurd naar het Hoogheemraadscap. Het Hoogheemraadschap heeft een aantal aandachtspunten meegegeven met het verzoek deze te verwerken. Deze punten zijn verwerkt in het stuk. Het plangebied is gelegen nabij een regionale waterkering (zie navolgende afbeelding). Regionale waterkeringen kennen een bijbehorende klassenindeling die het beschermingsniveau van de waterkering aan de achterliggende polder moet geven. Dit beschermingsniveau wordt uitgedrukt in een kans op een maatgevende belasting van de waterkering waartegen de waterkering bestand moet zijn. In dit geval is het plangebied deels gelegen in de regionale waterkering klasse III met een gemiddelde overschrijdingskans van 1 in de 100 jaar. Niet-waterkerende objecten en ander medegebruik van de waterkering kunnen de kans op falen van de waterkering aanzienlijk vergroten.

De beoogde ontwikkeling is zoals reeds vermeld niet binnen de beschermingszone of het waterstaatwerk zelf gelegen. Desalniettemin dient te worden verantwoord of en hoe onderhavig plan de waterhuishouding van het plangebied en omliggende gronden beïnvloed.

Figuur 12. Uitsnede Legger Hoogheemraadschap Delfland, plangebied in rood kader (bron: hhdelfland).

Rondom het plangebied zijn een aantal watergangen gelegen. Van deze watergangen zijn er twee reeds verbreed ten behoeve van watercompensatie. Deze twee secundaire watergangen zijn circa 10,4 meter breed (de watergangen ten oosten en noordoosten van het plangebied) en dienen onderhouden te worden door aanliggende eigenaren. De watergang in het noorden is niet verbreed. Dit betreft een primaire watergang en deze wordt onderhouden door het Hoogheemraadschap.

Pagina 34 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

Afvoer vuilwater In voorliggend plan betreft het enkel huishoudelijk afvalwater. Voor nieuwbouw wordt geadviseerd om een gescheiden aansluiting aan te bieden, indien dit nog niet aanwezig is, zo kan in de toekomst wanneer de riolering vervangen wordt voor een gescheiden stelsel worden gekozen. Afvoer hemelwater en verhard oppervlak Het waterbeleid van het Hoogheemraadschap schrijft een watercompensatie voor wanneer het verhard oppervlak toeneemt. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het planologisch mogelijk maken van een nieuwe woning in het plangebied. Hierbij is een bouwvlak van 100 m2 opgenomen. Tevens is ervan uitgegaan dat er binnen het plangebied een schuur/bijgebouw wordt gerealiseerd van circa 25 m 2. In paragraaf 4.10 is bepaald dat er 2 parkeerplaatsen benodigd zijn, er wordt hierbij uitgegaan van 12,5 m2 verharding per parkeerplaats. Daarnaast wordt er nog circa 75 m2 verhard oppervlak in de vorm van bestrating in het plangebied voorzien. Op basis van deze oppervlakten (deels gebaseerd op de gemiddelde verhardingsoppervlakten van omliggende woningen) valt te concluderen dat het totaal verhard oppervlakte in het plangebied zal toenemen. In onderstaande tabel is een uiteenzetting hiervan weergegeven.

Onderdeel Bebouwing Erfweg Overige bestrating Parkeerplaatsen Totaal verhard oppervlakte Totaal onverhard oppervlakte Totaal oppervlakte plangebied

Huidige situatie (m2) 212 75 287 1.448 1.735

Toekomstige situatie (m2) 125 75 75 25 300 1.435 1.735

Om de precieze watercompensatie te bepalen is de Watersleutel van het Hoogheemraadschap Delfland geraadpleegd. In bijlage 4 is de ingevulde Watersleutel opgenomen. Uit de Watersleutel komt naar voren dat er 52 m2 (19,7 m3) aan waterberging in het plangebied dient plaats te vinden. De watercompensatie wordt planologisch geborgd door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting. Deze voorwaardelijke verplichting stelt dat op gronden met de bestemming Wonen het toevoegen van bebouwing en verharding slechts toegestaan is als voorzien is in de aanleg van voldoende waterberging. In dit geval dient er 52 m2, gelijk aan 19,7 m3 aan watercompensatie plaats te vinden. In de uiteindelijke omgevingsvergunning voor bouwen zal nader worden uitgewerkt hoe deze compensatie plaatsvindt (bijv. door het verbreden van omliggende sloten of het toepassen van infiltratiekratten). Wateroverlast Voorliggend plan is gelegen in het buitengebied. Het beschermingsniveau voor overstromingen is daarom gelijk aan dat van het buitengebied. Dit betekent dat het plangebied bij buien met een T= 25 mag inunderen. Het waterpeil van het plangebied bedraagt -4,68 meter beneden NAP. Op basis van de AHN wordt inzichtelijk dat het maaiveld van het plangebied gemiddeld -3,35 meter beneden NAP bedraagt. Het verschil tussen het maaiveld en het grondwater bedraagt daarmee circa 1,33 meter.

Het Hoogheemraadschap raadt aan om de toekomstige bebouwing op een verhoging aan te leggen om zo extra bescherming tegen wateroverlast te creëren. In de uiteindelijke aanvraag voor het bouwen zal hier nader aandacht aan moeten worden besteed. In voorliggend plan worden ondergrondse bouwwerken, zoals kelders, toegestaan. Ondergronds bouwen is aan beperkingen gebonden en niet zonder meer mogelijk. In de regels is tevens onder strijdig gebruik opgenomen dat ondergrondse bouwwerken enkel zijn toegestaan indien wordt aangetoond dat deze geen negatieve effecten hebben op het grondwater. Pagina 35 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

Beheer omliggende watergangen Het plangebied is aan drie zijden ontsloten door watergangen. Voor het beheer van deze watergangen is het van belang dat er voldoende ruimte is om onderhoud uit te voeren. De omliggende watergangen zijn gemiddeld genomen breder dan 10 meter. In de Beleidsregel Dempen en Graven van het Hoogheemraadschap is opgenomen dat voor watergangen van meer dan 10 meter breed het onderhoud varend uit moet worden gevoerd. Hiervoor dient er een onderhoudsstrook te worden toegepast aan weerszijden van de watergang van 1 meter breed. Dit wordt planologisch geborgd door een artikel in de planregels op te nemen die borgt dat het niet toegestaan is om bouwwerken en of bouwwerken geen gebouwen zijnde te plaatsen binnen 1 meter van een watergang waardoor regulier onderhoud van de watergang niet meer mogelijk is. Voor varend onderhoud is tevens ruimte nodig om met het onderhoudsmateriaal in en uit het water te komen. Het plangebied biedt hier voldoende mogelijkheden toe. Uitloging bouwmaterialen door regenwater In voorliggend plan zullen geen uitloogbare of andere schadelijke materialen toegepast. Klimaatadaptie Het hoogheemraadschap heeft het Convenant Klimaatadaptief bouwen ondertekend in samenwerking met vele gemeentes.

De gemeente Midden-Delfland heeft het Convenant ook ondertekend en heeft zich daarmee voor plannen waarvan zij zelf opdrachtgever is verbonden aan de afspraken. Het streven is om invulling te geven aan de volgende ‘minimale eisen’: Hevige neerslag leidt niet tot schade aan infrastructuur, gebouw, eigendommen of groen in de bebouwde omgeving: • 50 mm van een korte hevige bui (70 mm 1/100 jaar) op privaat terrein moet worden opgevangen en in 24-48 uur vertraagd worden afgevoerd (of neerslag gestuurd worden geleegd). • In het plangebied treedt geen schade op aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (90 mm 1/250 jaar). Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de bebouwde omgeving: • De inrichting van het gebied is op de verwachte grondwaterstanden en de beschikbaarheid van zoetwater tijdens droogte afgestemd. • Er wordt naar gestreefd, dat 50% van de jaarlijks gemiddelde neerslag in het plangebied geïnfiltreerd wordt. Het project wordt ontwikkeld op private gronden met een private initiatiefnemer. De initiatiefnemer is niet gebonden aan de afspraken uit het Convenant. Om deze reden is niet te zeggen hoe initiatiefnemer invulling zal geven aan het bovenstaande.

Pagina 36 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

Verkeer en Parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Onderhavig plan leidt tot een toename in verkeersdruk omdat het woningaantal binnen het plangebied toeneemt. In de Nota parkeernormen Midden-Delfland 2020 (vastgesteld 26-02-2021) is het plangebied aangewezen als niet stedelijk. Voor de functie wonen in Den Hoorn voor een vrijstaande woning dient de volgende parkeernorm gehanteerd te worden: • Vrijstaand / 2/1 kap 1,7 pp per woning De totale parkeerbehoefte van het plangebied komt hiermee op 2 parkeerplaatsen. Deze parkeerbehoefte wordt opgevangen binnen het plangebied. In de planregels is als algemene gebruiksregel opgenomen dat de omgevingsvergunning pas kan worden verleend indien er in voldoende parkeergelegenheid binnen het plangebied wordt voorzien. De ontsluiting van het terrein wijzigt niet. Verkeersgeneratie Er wordt vanuit gegaan dat de verkeersgeneratie in de huidige situatie nagenoeg nul betreft. De toekomstige verkeersgeneratie kan bepaald worden aan de hand van de kencijfers van het CROW. De planlocatie is gelegen in het buitengebied en is volgens de Nota Parkeernormen 2020 van de gemeente Midden-Delfland aangewezen als niet stedelijk.

Volgens het CROW geldt voor het woningtype koop, huis, vrijstaand de volgende verkeersgeneratie: • Koop, huis, vrijstaand 7,8 – 8,6 (gem. 8,2) Wanneer de gemiddelde verkeersgeneratie vermenigvuldigd wordt met het desbetreffende aantal woningen kan de totale verkeersgeneratie worden bepaald. In dit geval wordt er planologisch één woning mogelijk gemaakt. Het aantal verkeersbewegingen neemt daarom toe met in totaal gemiddeld 8,2 voertuigbewegingen. De zeer minimale toename in verkeersdruk door de realisatie van de woning wordt als zodanig geschat dat deze voldoende opgevangen kan worden binnen de huidige wegenstructuur. Vanuit het aspect verkeer en parkeren komen dan ook geen belemmerende voorwaarden.

4.11 Energietransitie en Duurzaamheid De energietransitie betekent de overgang van fossiele brandstoffen zoals gas, kernenergie en steenkolen naar volledig duurzame energie. Duurzame, groene energie kennen we nu al vanuit zon, wind, biomassa en water. Duurzaamheid en energietransitie zijn continue processen; concrete afspraken zijn gemaakt in het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 en het programma ‘Nederland Circulair in 2050’. Dit betekent onder andere in 2030 bijna de helft minder CO2 uitstoot realiseren dan in 1990. Met de plannen kan het kabinet een belangrijk startschot geven voor opschaling van de energietransitie. Regelgeving Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energietransitie (wet VET) van kracht geworden, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hier van af te wijken. Per 1 januari 2021 is BENG (Bijna Energieneutrale Gebouw eisen) van kracht, met een ambitie naar volledig energieneutraal. Daarmee worden strengere eisen gesteld om zo het energieverbruik te verlagen. Met deze wijziging moeten vanaf 1 januari 2021 alle nieuw te bouwen gebouwen, zowel woningen als uitiliteitsbouw, voldoen aan de BENG eisen. De eisen zijn onafhankelijk van de energiedrager; wel is een minimum aandeel hernieuwbare energie vereist.

Pagina 37 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

Planspecifiek Voorliggend plan betreft het planologisch mogelijk maken van een nieuwe woning binnen het plangebied. De wet VET is van toepassing op alle nieuw te bouwen bouwwerken. Dit houdt in dat alle nieuwbouw moet voldoen aan een gasloos gebruik. De woning dient derhalve gasloos te worden opgeleverd.

Pagina 38 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

5 Juridische planbeschrijving Plansystematiek Het bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van een extra woning binnen de reeds aanwezige bestemming Wonen mogelijk. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht op het vigerende bestemmingsplan ter plaatse ‘Glastuinbouwgebieden’ en bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.

Opzet van de regels Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Onderstaande beschrijving is een algemeen beschrijving van bestemmings- of wijzigingsplanregels. Omdat verwezen wordt naar het moederplan zijn de regels in dit plan zeer beknopt. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan.

In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte). De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: • de anti-dubbeltelbepaling; • algemene bouwregels; • algemene aanduidingsregels; • algemene afwijkingsregels; • algemene wijzigingsregels; • overige regels.

Pagina 39 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.

De bestemmingen In het plangebied is de bestemming Wonen opgenomen. Voor de regels zijn de regels van het ‘Bestemmingsplan Glastuinbouwgebieden’ gebruikt, aangevuld met de ambtelijke randvoorwaarden van de gemeente Midden-Delfland. De regels zijn overgenomen en enkel niet relevante regels zijn verwijderd. Daarnaast is de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – erfontsluitingsweg’ opgenomen om de instandhouding van de huidige erfontsluitingsweg te garanderen én het gewenste doorzicht naar achteren te behouden.

Pagina 40 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

6 Maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid Naast ruimtelijke uitvoerbaarheid wordt de beoogde ontwikkeling van het plangebied ook getoetst aan economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Economische uitvoerbaarheid Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd, De procedurekosten voor het plan worden deels middels de gemeentelijke legeskosten op initiatiefnemer verhaald. Tevens is een anterieure overeenkomst, alsook daarin meegenomen planschade, gesloten met de initiatiefnemer van het plan. De anterieure overeenkomst is inhoudelijk akkoord bevonden maar dient nog te worden vastgesteld door het college. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico’s voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatieverslag Het plan is besproken met omwonenden. Er is door initiatiefnemer ter kennisneming medegedeeld dat voor het plangebied voorliggende bestemmingsplanwijziging doorlopen zal worden. Omwonenden hebben dit aangenomen en zijn verder niet met punten/suggesties gekomen. De volgende adressen zijn benaderd: Zwethkade Zuid 11a Zwethkade Zuid 11 Zwethkade Zuid 12 Zwethkade Zuid 13 Zwethkade Zuid 10 Zwethkade Zuid 9 Zwethkade Zuid 14 Zwethkade zuid 16 Zwethkade Zuid 4 Veenakkerweg 16 Vooroverleg Voor onderhavig ontwerpbesluit wordt de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in hoofdstuk 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het bevoegd gezag stuurt de aanvraag en het ontwerpbesluit toe aan de betreffende instanties in het kader van het vooroverleg. De ontwerpbeschikking wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens de ter inzage is het voor eenieder mogelijk een zienswijze in te dienen. Tegen het definitieve besluit kunnen alleen belanghebbenden bezwaar maken en in beroep gaan. Het voorontwerp bestemmingsplan is voor het wettelijk vooroverleg aangeboden aan de volgende instanties: Provincie Zuid-Holland, Hoogheemraadschap van Delfland (HvD) en Veiligheidsregio Haaglanden (VRH). De provincie gaf aan dat het plan niet hoefde te worden toegestuurd.

HvD heeft aandacht gevraagd voor het Convenant Klimaatadaptatief Bouwen, wat is verwerkt in paragraaf 4.9. VRH heeft enkele aandachtspunten die zijn verwerkt in paragraaf 4.7.

Pagina 41 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

7 Bijlagen 1. Akoestisch onderzoek Wgh Zwethkade Zuid 11, Weel geluidadvies, PLA 2115, 20-10-2021 2. Quickscan Wet natuurbescherming Zwethkade Zuid 11b te Den Hoorn, Blom Ecologie B.V., Kenmerk: BE/2021/1044/r, 27 oktober 2021 3. Verkennend bodemonderzoek Zwethkade Zuid 11b, projectnummer: A7484, Mol Ingenieursbureau, 20 december 2021 4. Advies VRH - wettelijk vooroverleg mbt bestemmingsplan Zwethkade Zuid 11B, Veiligheidsregio Haaglanden, 2022041447114 ,09-05-2022 5. Watersleutel Zwethkade 11b, Plannenmakers, 11-10-2021

Pagina 42 Zwethkade Zuid 11b Den Hoorn

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=b3db70cf-da51-4bfb-a0fc-468085447334