07 Vraag fractie Mijn Partij met beantwoording
Tekst van het document
GEMEENTERAAD dd 19 november 2024 Punt 7: Financiële gevolgen AZC Indiener: E.N.H. Roeling (Mijn Partij) Vraag: Bij de raadsinformatiebijeenkomst van 3 september hebben we een vraag gesteld en daarop antwoord gekregen. Het antwoord (zie bijlage) bevat een toezegging van het college. Echter in het raadsvoorstel wat nu voor ligt, is geen antwoord gegeven op onze schriftelijke vraag. Graag alsnog de toegezegde beantwoording. Antwoord: De bijeenkomst van 3 september was een raadsinformatiebijeenkomst, waarbij de raad ambtelijk is geïnformeerd over de voortgang in het proces, en waarbij raadsleden in de gelegenheid zijn gesteld hier vragen over te stellen. Vanuit fractie MijnPartij zijn voorafgaand aan deze bijeenkomst op 2 september een aantal vragen schriftelijk ontvangen. Op verzoek van fractie Mijn Partij zijn deze vragen niet tijdens de bijeenkomst mondeling beantwoord, maar schriftelijk te weten op 5 september 2024. Een van deze vragen betrof het verkrijgen van inzicht in de gemaakte kosten voor het AZC. In de beantwoording op deze vraag is aangegeven dat tezamen met het voorstel aan het college om in te stemmen met de huurovereenkomst gemeente-COA, er een raadsvoorstel AZC Den Hoorn wordt aangeboden voor een begrotingswijziging, waarin alle inkomsten en uitgaven van dit project voor de gemeenteraad inzichtelijk worden gemaakt.
Met het voorleggen van het nu voorliggende raadsvoorstel in de novembercyclus zijn wij hieraan tegemoet gekomen. Het raadsvoorstel maakt zowel de gemaakte en verwachte kosten inzichtelijk (waaronder de rentelasten voor de aangegane lening) als de verwachte opbrengsten. Twee fracties hebben in aanloop naar de commissiebehandeling aanvullende technische en toelichtende vragen gesteld. Deze vragen zijn voorafgaand aan de commissiebespreking beantwoord en toegevoegd aan de stukken. In de vergadering is er vanuit de fractie Mijn Partij in de tweede termijn één aanvullende vraag gesteld over de begroting. Wethouder Voskamp heeft toegezegd hierop terug te komen. De vraag betrof een verklaring voor het verschil tussen het totaalbedrag van het jaarlijkse resultaat zoals opgenomen in het raadsvoorstel, en zoals opgenomen in de beantwoording van de vragen van de OGP. De verklaring voor het verschil is dat in de beantwoording van de vraag van de OGP een toelichting is gegeven op de begrotingswijziging. De begrotingswijziging ziet toe (conform richtlijnen BBV1) op een periode van 4 jaar dus tot en met 2028. In het raadsvoorstel is ook het vijfde en dus laatste jaar opgenomen. Het verwachte saldo in 2029 - van 170.000 positief - zal conform BBV op een later moment ter verwerking in de begroting aan u worden voorgelegd.
1 BBV: “Het is de gemeenteraad die de kaders van de ontwerpbegroting vast dient te stellen. Zodoende biedt
het college de kaders middels meerjarenbegroting aan, aan de gemeenteraad. Dit betreft het volgende begrotingsjaar (2025) en de drie daaropvolgende jaren (2026 t/m 2028). De raad autoriseert vervolgens met het vaststellen van de jaarlijkse begroting de lasten en de baten per programma, gedurende deze looptijd.”