07 Treasurystatuut MD 2014 DEF_S_2014-03227_1.pdf
Tekst van het document
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
1/27
Inleiding In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) worden de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De Wet fido definieert de treasuryfunctie daarbij als: het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s
De gemeente Midden-Delfland onderkent het belang van een verantwoord en adequaat beheer van haar financiële middelen. Mede op grond van de Wet fido wenst zij haar activiteiten op het gebied van treasury op een zo transparant en beheersbaar mogelijke wijze in te richten. Hiertoe maakt de gemeente gebruik van een tweetal instrumenten op het gebied van treasury: allereerst het voorliggende treasurystatuut. In dit treasurystatuut wordt de “beleidsmatige infrastructuur” van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van 1. uitgangspunten 2. doelstellingen 3. richtlijnen 4. limieten. Het statuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Naast het treasurystatuut neemt de gemeente jaarlijks een paragraaf financiering op in zowel de begroting als in de jaarrekening. Hierin worden de specifieke beleidsvoornemens vastgelegd, respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury verantwoord. Bij het opstellen van het treasurystatuut is rekening gehouden met de bepalingen van de wettelijke kaders (o.a. Gemeentewet, Wet fido, Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden(Ruddo), Besluit Leningvoorwaarden Decentrale Overheden (BLDO) en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden).
Teneinde de transparantie van het treasurystatuut te bevorderen is, voor zover dit relevant is, aansluiting gezocht bij de door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgestelde “Handreiking Treasury”. In het treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente geformuleerd. Deze worden vervolgens geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Daarna worden de organisatorische randvoorwaarden van de treasuryfunctie weergegeven. Daarbij ligt het accent op de helderheid betreffende de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden. In de artikelsgewijze toelichting worden waar nodig de in het treasurystatuut opgenomen artikelen toegelicht.
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
2/27
INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK 1 BEGRIPPENKADER ARTIKEL 1 BEGRIPPENKADER ARTIKEL 2 ALGEMENE DOELSTELLINGEN VAN DE TREASURYFUNCTIE HOOFDSTUK 2 RISICOBEHEER ARTIKEL 3 UITGANGSPUNTEN RISICOBEHEER ARTIKEL 4 RENTERISICOBEHEER ARTIKEL 5 KREDIETRISICOBEHEER ARTIKEL 6 KOERSRISICOBEHEER ARTIKEL 7 INTERN LIQUIDITEITSBEHEER ARTIKEL 8 VALUTARISICOBEHEER HOOFDSTUK 3 GEMEENTEFINANCIERING ARTIKEL 9 AANTREKKEN VAN LANG VERMOGEN ARTIKEL 10 LANGLOPENDE UITZETTINGEN ARTIKEL 11 LENINGEN EN GARANTIES ARTIKEL 12 IN- EN DOORLENEN VAN MIDDELEN ARTIKEL 13 RELATIEBEHEER HOOFDSTUK 4 KASBEHEER ARTIKEL 14 GELDSTROMENBEHEER ARTIKEL 15 SALDO- EN LIQUIDITEITENBEHEER
4 4 7 8 8 8 8 9 9 9 10 10 10 11 11 11 13 13 13
HOOFDSTUK 5 ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLE
14
ARTIKEL 16 ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLE ARTIKEL 17 VERANTWOORDELIJKHEDEN ARTIKEL 18 BEVOEGDHEDEN
14 14 16
HOOFDSTUK 6 INFORMATIEVOORZIENING
18
ARTIKEL 19 INFORMATIEVOORZIENING
18
HOOFDSTUK 7 INWERKINGTREDING/CITEERTITEL ARTIKEL 20 INWERKINGTREDING ARTIKEL 21 CITEERTITEL HOOFDSTUK 8 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
19 19 19 20
3/27
Hoofdstuk 1 Begrippenkader Artikel 1 Begrippenkader In dit artikel worden de belangrijkste begrippen gedefinieerd die met betrekking tot treasury relevant zijn. 1. Algemene begrippen treasuryfunctie: a. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. b. Het treasurybeleid bestaat uit de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie. Het beleid wordt vastgelegd in een treasurystatuut. c. Het treasurybeheer is de (beleids)uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het treasurystatuut. De beleidsuitvoering vindt zijn weerslag in specifieke beleidsplannen. Deze en de realisaties daarvan voor een referentieperiode komen aan de orde in de paragraaf financiering van achtereenvolgens de begroting en de jaarrekening.
De treasuryfunctie bestaat uit drie treasurydeelfuncties: 2.1 Risicobeheer § renterisicobeheer § kredietrisicobeheer § koersrisicobeheer § intern liquiditeitsrisicobeheer § valutarisicobeheer 2.2 Gemeentefinanciering § financiering (voor minimaal 1 jaar) § uitzettingen (voor minimaal 1 jaar) § relatiebeheer 2.3 Kasbeheer § geldstromenbeheer (inclusief betalingsverkeer) § saldobeheer op dagbasis § liquiditeitenbeheer (tot maximaal 1 jaar) In dit statuut wordt verstaan onder: - Derivaten
Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren;
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
4/27
- Financiële onderneming
Een onderneming die in een lidstaat het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, beleggingsdiensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden, of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen;
- Financiering
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;
- Geldstromenbeheer
Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);
- Intern liquiditeitsrisico
De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;
- Koersrisico
Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;
- Kredietrisico
De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;
- Lidstaat van de EER
Een land dat behoort tot de Europese Economische Ruimte (EER). Dit zijn de (28) landen die lid zijn van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein;
- Liquiditeitenbeheer
Het aantrekken uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;
- Liquiditeitsplanning
Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid;
- Nettingovereenkomst
Een overeenkomst tussen een openbaar lichaam en een financiële onderneming, waarbij de schulden en vorderingen tegen elkaar worden weggestreept en gesaldeerd. Als op enig moment de financiële onderneming haar verplichtingen niet kan nakomen maakt dit saldo onderdeel uit van het faillissement;
- Rating
Een classificatie van een officieel geregistreerd bureau dat min of meer aangeeft wat de kans is dat niet aan financiële verplichtingen kan worden voldaan bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. Een hogere rating houdt een betere kredietwaardigheid in;
- Renterisico
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
5/27
- Rentetypische looptijd
De periode gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;
- Saldobeheer
Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;
- Rentevisie
Toekomstverwachting over de renteontwikkeling;
- Solvabiliteitsratio van 0%
Status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (lidstaten van de Europese Unie, uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend. Deze status houdt in dat een bank voor een desbetreffend papier geen (0%) reserves behoeft aan te houden;
- Toezichthouder
Bestuursorgaan dat op grond van enige wettelijke bepaling is belast met het toezicht op de begroting van een openbaar lichaam;
- Treasuryfunctie
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer, alsmede debiteuren- en crediteurenbeheer;
- Uitzetting
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.
Artikel 2 Algemene doelstellingen van de treasuryfunctie De treasuryfunctie heeft tot doel: 1. Het verkrijgen en handhaven van toegang tot de financiële markten tegen acceptabele condities. 2. Het beschermen van de gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, valutarisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s. 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de richtlijnen en limieten van het treasurystatuut.
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
6/27
Hoofdstuk 2 Risicobeheer Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente mag leningen of garanties voor de uitoefening van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurde derde partijen. In zijn besluit hiertoe motiveert het college het openbaar belang wat daarmee wordt gediend. Vooraf wordt advies ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de derde partij. 2. De gemeente kan enkel middelen uitzetten bij het Rijk. 3. Het gebruik van derivaten is toegestaan, maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s. Een derivatentransactie wordt vooraf goedgekeurd door het college van burgemeester en wethouders. Tevens wordt over een voorstel hiertoe door het afdelingshoofd Financiën het advies ingewonnen van een externe adviseur. Derivatentransacties worden afgesloten met een financiële onderneming die voldoet aan de voorwaarden van artikel 13, lid 1, respectievelijk lid 2. Artikel 4 Renterisicobeheer 1. De rentevisie van de gemeente wordt in principe gebaseerd op de rentevisie van één of meer gezaghebbende financiële ondernemingen. 2. De rentevisie wordt opgenomen in de paragraaf financiering van de begroting. 3.
Nieuwe leningen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning. 4. De rentetypische looptijd en het renteniveau van nieuwe leningen wordt zoveel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. 5. Binnen de kaders gesteld onder lid 3. en lid 4. streeft de gemeente naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen. 6. Bij de conversie van langlopende geldleningen wordt het renterisico zoveel mogelijk beperkt door voldoende spreiding in de vervalkalender. De jaarlijkse renteconversie dient in principe beperkt te blijven tussen de 10 en 15% van de leningenportefeuille. 7. De kasgeldlimiet (conform de Wet fido) wordt niet (structureel) overschreden, tenzij de toezichthouder ontheffing heeft verleend. 8. De renterisiconorm (conform de Wet fido) wordt niet overschreden, tenzij de toezichthouder ontheffing heeft verleend. Artikel 5 Kredietrisicobeheer 1. Voor de inning van vorderingen op debiteuren die zijn opgenomen in de uitkerings-administratie is de betreffende vakafdeling zelf verantwoordelijk. 2. Voor tijdige invordering van andere vorderingen op debiteuren draagt de afdeling Financiën zorg. 3. De productverantwoordelijke zorgt voor het aanleveren van de benodigde gegevens voor het aanmaken en de vastlegging in de financiële administratie van een invorderings-opdracht.
Deze wordt binnen 5 werkdagen door de afdeling Financiën aangemaakt en in overleg met de productverantwoordelijke verstuurd. 4. Voor de niet-belastingvorderingen geldt een algemene betalingstermijn van 30 dagen.
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
7/27
5. De afdeling Financiën is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de incassoactiviteiten volgens de gemeentelijke belastingverordeningen en de invorderingswet. Zowel de vakafdeling (v.w.b. debiteuren uitkeringsadministratie) als de afdeling Financiën (v.w.b. overige debiteuren) voert analyses uit op de debiteurenportefeuille en rapporteert minimaal tweemaal per jaar naar aanleiding hiervan aan het college van burgemeester en wethouders. 6. Betalingen worden gedaan met in achtneming van de krediettermijn zoals overeengekomen met de leverancier. 7. Indien sprake is van een vooruitbetaling (bij bedragen vanaf € 50.000,-) op te leveren diensten of prestaties beoordeelt de productverantwoordelijke vooraf de kredietwaardigheid van de betreffende crediteur, tenzij hier bij afzonderlijke verordening van wordt afgeweken.” Artikel 6 Koersrisicobeheer 1. Risico's bij uitzettingen worden beperkt door het gebruik van uitsluitend vastrentende en/of garantieproducten. Artikel 7 Intern liquiditeitsbeheer 1. De treasuryactiviteiten worden gebaseerd op een korte termijn liquiditeitsplanning (looptijd tot één jaar), evenals op een meerjarige liquiditeitsplanning die een periode van maximaal vier jaar bestrijkt. 2. De liquiditeitsplanning dient een voortschrijdend karakter te hebben. 3.
In de paragraaf financiering bij de begroting wordt over de ontwikkeling van de liquiditeitspositie gerapporteerd. Artikel 8 Valutarisicobeheer 1. Leningen worden uitsluitend aangetrokken, verstrekt of de nakoming van uit geldleningen voortvloeiende verplichtingen gegarandeerd in de Nederlandse geldeenheid (Euro). 2. Eventuele valutarisico’s die voortvloeien uit operationele transacties worden direct als voor- of nadeel in de kosten van de betreffende transactie verwerkt.
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
8/27
Hoofdstuk 3 Gemeentefinanciering Artikel 9 Aantrekken van lang vermogen 1. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren. Eventuele uitzonderingen hierop worden vermeld in de Nota Reserves en Voorzieningen. 2. Het aantrekken van middelen op lange termijn, voorzover voorzien in de paragraaf financiering van de begroting, is voorbehouden aan de door het college van burgemeester en wethouders daartoe aangewezen medewerker treasury. Dit met inachtneming van het bepaalde in artikel 16, lid 2 en 3, en artikel 18, punt 11. 3. Voor het aantrekken van middelen op lange termijn die niet zijn voorzien in de paragraaf financiering van de begroting is goedkeuring nodig van het college van burgemeester en wethouders. 4. Alvorens langlopende leningen worden aangetrokken wordt bij minimaal twee financiële ondernemingen een offerte aangevraagd. 5. De offertes moeten door de financiële onderneming schriftelijk aan de gemeente worden voorgelegd. 6. De rentepercentages van de aan te trekken geldleningen moeten in overeenstemming zijn met de op dat moment geldende kapitaalmarkttarieven bij de verschillende financiële ondernemingen zoals bedoeld in artikel 13 lid 1. 7.
Definitief aangetrokken langlopende leningen worden eenmaal per kwartaal gerapporteerd aan het college van burgemeester en wethouders. 8. Toegestane financieringsinstrumenten voor een periode van één jaar of langer zijn: a. Kasgeldleningen b. Vaste geldleningen c. Onderhandse geldleningen d. Medium Term Notes e. Commercial Paper 9. In de begroting en de jaarrekening wordt in de paragraaf financiering het geprognosticeerde financieringsbeleid toegelicht, respectievelijk verantwoording afgelegd over de uitvoering daarvan. Artikel 10 Langlopende uitzettingen 1. Kredietrisico’s worden beperkt door uitsluitend middelen uit te zetten bij het Rijk. 2. Uitzettingen dienen afgewogen te worden op basis van de zekere opbrengst van het uitzetten van de middelen tegen de minimale rentetarieven bij een bank versus andere vormen van uitzetten met een gelijkwaardige zekerheid en een minimaal gelijkwaardig rendement. Hierbij dienen de looptijden gematched te worden. 3. Het uitzetten van middelen op lange termijn, voorzover voorzien in de paragraaf financiering van de begroting, is voorbehouden aan de door het college van burgemeester en wethouders daartoe aangewezen medewerker treasury. Dit met inachtneming van het bepaalde in artikel 16, lid 2 en 3, en artikel 18, punt 12. 4.
Voor het uitzetten van middelen op lange termijn die niet zijn voorzien in de paragraaf financiering van de begroting is goedkeuring nodig van het college van burgemeester en wethouders.
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
9/27
5. Definitief uitgezette middelen worden eenmaal per kwartaal gerapporteerd aan het college van burgemeester en wethouders. Uitzetting van gelden voor een periode langer dan één jaar mag uitsluitend plaatsvinden in een deposito’s van het Rijk. 6. In de begroting en de jaarrekening wordt in de paragraaf financiering het geprognosticeerde uitzettingsbeleid toegelicht, respectievelijk verantwoording afgelegd over de uitvoering daarvan. Artikel 11 Leningen en garanties Leningen of garanties op de nakoming van uit geldleningen voortvloeiende verplichtingen worden alleen verstrekt als de verzoekende instantie heeft aangetoond de verplichtingen van rente en aflossingen te kunnen voldoen, eventueel aangevuld met het bieden van zekerheden. Artikel 12 In- en doorlenen van middelen 1. Het in- en doorlenen van middelen met het enkele doel de aangetrokken gelden tegen een hoger rendement uit te zetten is niet toegestaan. 2. Het in- en doorlenen van middelen in naam van de gemeente Midden-Delfland kan alleen geschieden vanuit haar publieke taak. 3. Tijdelijk overtollige gelden op aangetrokken leningen voor projectfinanciering mogen uitsluitend worden uitgezet bij het Rijk. Artikel 13 Relatiebeheer 1. Voor de gemeente Midden-Delfland voldoende kredietwaardige tegenpartijen voor het aangaan van verbintenissen met betrekking tot financiële derivaten zijn financiële ondernemingen die: a.
gevestigd zijn in een lidstaat die tenminste beschikt over een AA-rating afgegeven door tenminste twee gerenommeerde ratingbureaus; en b. voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze tenminste over een zogenoemde AA-minusrating beschikken, afgegeven door tenminste twee gerenommeerde ratingbureaus. 2. Indien verbintenissen met betrekking tot financiële derivaten worden aangegaan voor een periode van drie maanden of korter, tonen deze financiële ondernemingen aan dat ze, in afwijking van het eerste lid, onder b, voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren tenminste beschikken over een A-rating, afgegeven door tenminste twee gerenommeerde ratingbureaus. 3. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen. 4. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt met welke banken welke relatie wordt aangehouden. 5. De gemeente kan met een bankrelatie een overeenkomst afsluiten voor geïntegreerde dienstverlening voor het betalingsverkeer en het opnemen en uitzetten van kortlopende en langlopende gelden. 6. Bankrelaties en hun bancaire condities worden ten minste ééns in de vijf jaar beoordeeld. 7.
Er mogen uitsluitend rekeningen worden aangehouden bij financiële ondernemingen die zijn gevestigd in een lidstaat die tenminste beschikt over een AA-rating afgegeven door tenminste twee gerenommeerde ratingbureaus.
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
10/27
Hoofdstuk 4 Kasbeheer Artikel 14 Geldstromenbeheer 1. Het gemeentelijke betalingsverkeer vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het afdelingshoofd Financiën. 2. Het liquiditeitsgebruik wordt beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitsplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen. 3. Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk (ten minste 95%) elektronisch uitgevoerd door één bank. 4. Er wordt een kas voor chartaal betalingsverkeer aangehouden bij het Klanten Contact Centrum. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het aantal kassen uit te breiden c.q. te verminderen en stellen regels op voor het gebruik van deze kassen. Artikel 15 Saldo- en liquiditeitenbeheer 1. Het aantrekken en uitzetten van kort vermogen tot en met een bedrag van € 5 miljoen per transactie voor een periode kleiner of gelijk aan twaalf maanden kan zonder goedkeuring van het college van burgemeester en wethouders door de daartoe aangewezen medewerker treasury worden uitgevoerd. Dit met inachtneming van het bepaalde in artikel 16, lid 2 en 3, en artikel 18, punt 1 en 3. 2. Het aantrekken van kort vermogen boven een bedrag van € 5 miljoen per transactie dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. 3.
De rentepercentages van de aan te trekken geldleningen moeten in overeenstemming zijn met de geldende geldmarkttarieven bij de verschillende financiële ondernemingen zoals bedoeld in artikel 13 lid 1 respectievelijk lid 2. 4. Alvorens middelen worden aangetrokken met een looptijd korter of gelijk aan één jaar wordt een offerte aangevraagd bij minimaal twee financiële ondernemingen. 5. Toegestane financieringsinstrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen: a. Daggeld b. Kasgeldleningen c. Krediet op rekening-courant 6. Toegestane financieringsinstrumenten bij het uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn: a. Rekening-courant bij het Rijk b. Deposito’s bij het Rijk c. Dutch Treasury Certificates (Schatkistpapier)
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
11/27
Hoofdstuk 5 Administratieve organisatie en interne controle Artikel 16 Administratieve organisatie en interne controle In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle. 1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd; 2. Bevoegdheden zijn via mandaat nader schriftelijk vastgelegd; 3. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: a. iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogenprincipe); b. de uitvoering en controle geschieden door afzonderlijke functionarissen; c. de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. 4. Tegenpartijen wordt gevraagd de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties; 5. De transacties worden onmiddellijk gecontroleerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten en geregistreerd door de financiële administratie. Artikel 17 Verantwoordelijkheden De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd. Functie Gemeenteraad
College van B. en W.
Afdelingshoofd Financiën
Verantwoordelijkheden • Het vastleggen van de uitgangspunten voor het financieel beleid in een financiële verordening; • Het vaststellen van de paragraaf financiering in de begroting en de jaarrekening; • Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan; • Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het treasurybeleid; • het vastleggen van de kaders voor de uitvoering van de financieringsfunctie, taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatie-voorziening in een treasurystatuut; • Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid); • Het rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid. • Het zorgdragen voor het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de financiële administratie. • Het uitvoeren van de aan hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten conform het treasurystatuut en de paragraaf financiering.
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
12/27
Medewerker treasury
Productverantwoordelijken
Consulenten afdeling Financiën
• Het afleggen van verantwoording over de treasuryprocessen aan het college van burgemeester en wethouders. • Het uitvoeren van de aan haar/hem gemandateerde treasuryactiviteiten conform het treasurystatuut en de paragraaf financiering; • Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de door hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten; • Het rapporteren aan het college van B. en W. over de uitvoering van het treasurybeheer; • Het afleggen van verantwoording aan het college van B. en W. • Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeente-financiering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer.
Deze activiteiten moeten worden uitgevoerd conform dit treasurystatuut en de paragraaf financiering; • Het opstellen van de rentevisie; • Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo-en liquiditeitenbeheer; • Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële ondernemingen; • Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties; • Het schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan de financiële administratie; • Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied; • Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie; • Het rapporteren en afleggen van verantwoording aan het afdelingshoofd Financiën over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten. • Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun afdelingen aanleveren aan de afdeling Financiën met betrekking tot (toekomstige) uitgaven en ontvangsten; • Beoordeling kredietwaardigheid conform artikel 5 lid 7; • Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren aan de afdeling Financiën van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen; • Het tijdig fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van de door hen beheerde budgetten.
• Het adviseren van de vakafdelingen over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten.
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
13/27
Financiële administratie
Medewerker interne controle
Extern accountant
• Het beheren van de geldstromen; • Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen; • Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer; • Het ontvangen van de orderbevestiging van derden en het controleren of deze overeenkomt met de transactie-informatie zoals verstrekt door de medewerker treasury; • Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie. • Het rapporteren en afleggen van verantwoording aan het hoofd Financiën over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten. • Het opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury; • Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen; • Het voeren van de interne controle op de uitgevoerde treasurytransacties en hierover rapporteren aan het afdelingshoofd Financiën en de controller. • Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren over de feitelijke naleving van het treasury-statuut. • Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treausuryfunctie en hierover rapporteren aan het college van B. en W.
Artikel 18 Bevoegdheden In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven evenals de daarbij benodigde fiattering. Bevoegd functionaris (eerste handtekening) Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer 1. Het voor een periode van medewerker maximaal 1 jaar uitzetten van treasury geld (tot en met € 5 miljoen). 2. Het voor een periode van medewerker maximaal 1 jaar uitzetten van treasury geld (boven € 5 miljoen). 3. Het aantrekken van geld (tot medewerker en met € 5 miljoen) voor een treasury periode van maximaal 1 jaar. 4. Het aantrekken van geld medewerker (boven € 5 miljoen) voor een treasury periode van maximaal 1 jaar. Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
Autorisatie door (tweede handtekening)
Afdelingshoofd Financiën College van B. en W. Afdelingshoofd Financiën College van B. en W.
14/27
5.
Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen
6.
Het aanhouden/opheffen van een kas Bankrelatiebeheer Bankrekeningen openen/wijzigen/opheffen Bankcondities en tarieven afspreken Risicobeheer Het afsluiten van derivatentransacties Financiering en uitzetting Het afsluiten van kredietfaciliteiten Het aantrekken van gelden zoals vastgelegd in treasurystatuut en paragraaf financiering Het uitzetten van gelden zoals vastgelegd in treasurystatuut en paragraaf financiering Het verstrekken van leningen aan decentrale overheden tot en met 5 miljoen Het verstrekken van leningen aan decentrale overheden boven de 5 miljoen Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak Het verstrekken en/of garanderen van gelden uit hoofde van de publieke taak
7. 8.
9.
10. 11.
12.
13.
14.
15.
16.
1
Medewerker beheer afdeling Financiën College van B. en W.
Afdelingshoofd Financiën
College van B. en W. medewerker treasury
n.v.t.
College van B. en W.
n.v.t.
medewerker treasury medewerker treasury
Afdelingshoofd Financiën Afdelingshoofd Financiën
medewerker treasury
Afdelingshoofd Financiën
medewerker treasury
Afdelingshoofd 1 Financiën
medewerker treasury
College van B. en W.
College van B. en W. op advies hoofd vak-afdeling College van B. en W. op advies hoofd vak-afdeling
n.v.t.
n.v.t.
Afdelingshoofd Financiën
n.v.t.
Na afstemming met portefeuillehouder
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
15/27
Hoofdstuk 6 Informatievoorziening Artikel 19 Informatievoorziening Ter optimalisering van het treasurybeleid en de daarbij van belang zijnde transparantheid dient de informatievoorziening tijdig opgeleverd te worden ter ondersteuning van de uitvoering van de treasuryactiviteiten. Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient ten minste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen:
1.
2. 3. 4.
5. 6.
7.
8.
Informatie Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeitsplanning Liquiditeitsplanning Rapportage liquiditeits-positie Rapportage debiteurenportefeuille Beoordeling bankrelaties Beleidsplannen treasury in paragraaf financiering van de begroting Evaluatie treasuryactiviteiten in paragraaf financiering jaarrekening Informatie aan derden conform art. 8 Wet fido
Frequentie Kwartaal / Incidenteel
Informatieverstrekker afdelingshoofden
Informatieontvanger Medewerker treasury
Jaarlijks
medewerker treasury
Jaarlijks
medewerker treasury
Tweemaal per jaar
medewerker beheer afdeling Financiën
College van B. en W. College van B. en W. College van B. en W.
Vijfjaarlijks
medewerker treasury
Jaarlijks
college van B. en W.
College van B. en W. Gemeenteraad
Jaarlijks
college van B. en W.
Gemeenteraad
Jaarlijks / Kwartaal
Team beheer afdeling Financiën
Toezichthouder en CBS
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
16/27
Hoofdstuk 7 Inwerkingtreding/citeertitel Artikel 20 Inwerkingtreding Dit treasurystatuut treedt in werking met ingang van 1 januari 2014. Artikel 21 Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als “Treasurystatuut gemeente MiddenDelfland 2014”.
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
17/27
Hoofdstuk 8 Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begrippenkader In dit artikel worden de belangrijkste begrippen met betrekking tot treasury uiteengezet. Naast een aantal algemene begrippen wordt ook ingegaan op de treasurydeelfuncties en de treasury-activiteiten die binnen deze deelfuncties plaatsvinden. Ten slotte worden een aantal begrippen zoals deze in het treasurystatuut worden gebruikt nader toegelicht. Artikel 2 Algemene doelstellingen van de treasuryfunctie Lid 1 In de eerste plaats dient de treasury er voor te zorgen dat de gemeente “duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele condities”. De treasury dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar overtollige middelen uit te zetten bij financiële ondernemingen. De condities die daarbij worden bedongen dienen, in het licht van de op het betreffende moment gebruikelijke condities, acceptabel (ten minste marktconform) te zijn. Lid 2 Door haar activiteiten kan de gemeente de volgende financiële risico’s lopen: renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, interne liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Het is de taak van de treasury dergelijke risico’s zoveel als mogelijk te beperken.
Lid 3 De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het minimaliseren van de kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities. Deze kosten bestaan o.a. uit rentekosten, provisies en kosten van het betalingsverkeer. Het is de taak van de treasury het beheer zo efficiënt mogelijk uit te voeren. Lid 4 De gemeente streeft er naar de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente streeft naar zo laag mogelijke rentekosten (c.q. hoog mogelijke renteopbrengsten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s, de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte afdeling (“profit center”). Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en dit treasurystatuut kan desondanks worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten. Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer Lid 1 De Wet fido geeft twee belangrijke beleidsmatige uitgangspunten met betrekking tot treasury. Dit betreft enerzijds de “publieke taak” voor leningen en garanties. Hierbij wordt dus een specifiek onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van leningen en garanties “uit hoofde van de publieke taak”.
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
18/27
De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en garanties “uit hoofde van de publieke taak”. Wel wordt in de toelichting op de Wet fido het volgende aangegeven: “Het gemeentebestuur bepaalt de publieke taak. De begroting en de begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de uitoefening van de publieke taak”. Lid 2 Conform de Wet Schatkistbankieren mogen uitzettingen “uit hoofde van treasury” (zie toelichting artikel 3, lid 1) uitsluitend bij het Rijk uitgezet te worden. Lid 3 Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Derivaten kennen een breed toepassingsgebied en worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. De Wet fido stelt dat derivaten uitsluitend mogen worden gebruikt ter beperking van financiële risico’s. In het treasurystatuut is expliciet opgenomen dat het gebruik van derivaten vooraf door het college van burgemeester en wethouders moet zijn goedgekeurd. Als van het instrument derivaten gebruik wordt gemaakt is bovendien als extra waarborg ingebouwd een bepaling dat een externe deskundige hierover advies uitbrengt. Daarnaast is er een beperking voor wat betreft de financiële ondernemingen waarmee een derivatentransactie kan worden afgesloten.
Artikel 4 Renterisicobeheer Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente. Lid 1 en lid 2 Een rentevisie is een toekomstverwachting over de renteontwikkeling, op basis waarvan het financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd. Afhankelijk van de (interne- of externe) ontwikkelingen zal de gemeente haar rentevisie actualiseren. De rentevisie wordt in principe gebaseerd op de rentevisie van één of meer gezaghebbende financiële ondernemingen, zoals de grote Nederlandse algemene banken. Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld het uitstellen van uitzettingen met een lange looptijd op het moment dat men een rentestijging verwacht. Lid 3 Afstemming op de liquiditeitsplanning beoogt bedragen slechts te lenen c.q. uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig respectievelijk beschikbaar zijn. Lid 5 Door spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijd (de periode dat de rente constant is) van leningen/uitzettingen, wordt de invloed van een renteaanpassing op de renteresultaten gespreid over meerdere jaren. Deze spreiding is slechts mogelijk indien uit de liquiditeits-planning blijkt dat middelen gedurende een langere periode nodig of beschikbaar zijn.
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
19/27
Lid 7 Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (thans 8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar (zie artikel 3 en 4 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden). Van structurele overschrijding van de kasgeldlimiet is sprake als deze limiet gedurende drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Lid 8 Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend door een vastgesteld percentage (thans 20%) te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de gemeente per 1 januari van enig jaar (zie artikel 6 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden).
Artikel 5 Kredietrisicobeheer Lid 1 tot en met 5 Het kredietrisicobeheer is o.a. gericht op het beperken van het debiteurenrisico. Voor het debiteurenbeheer dient onderscheid te worden gemaakt tussen: - Belastingdebiteuren - Debiteuren uitkeringsadministratie - Vorderingen op publiekrechtelijke lichamen - Overige vorderingen De wijze van rapporteren en de activiteiten met betrekking tot invordering zijn nader beschreven in de gemeentelijke belastingverordeningen en de invorderingswet. Lid 6 Het uitvoeren van het crediteurenbeleid is een onderdeel van de werkzaamheden van de afdeling Financiën. Hierbij wordt gestreefd naar het verbeteren van het crediteurenbeleid door optimalisatie van betalingstermijnen en het verminderen van het aantal facturen. Lid 7 Beoordelen van de kredietwaardigheid van de crediteur is van toepassing in die situaties waar de productverantwoordelijke opdracht geeft tot het verstrekken van een voorschot (vooruitbetaling) op een te leveren dienst of prestatie. Artikel 6 Koersrisicobeheer -
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
20/27
Artikel 7 Intern liquiditeitsbeheer Lid 1 Een liquiditeitsplanning dient te worden opgesteld met als doel inzicht te krijgen in verwachte overschotten en tekorten aan liquide middelen, de omvang en duur ervan. Interne liquiditeitsrisico’s doen zich bijvoorbeeld voor wanneer de gemeente gelden voor een bepaalde periode heeft uitgezet en gedurende de looptijd van de uitzetting blijkt dat de gelden (onverwacht) nodig zijn voor het doen van een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente tijdelijk een lening moet aantrekken (wanneer de uitzettingen vast staan in bijvoorbeeld een deposito) ofwel tussentijds een uitzetting moet verkopen (bijvoorbeeld een obligatie). In beide gevallen kan dit negatieve gevolgen hebben voor de financiële resultaten. Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar financiële transacties op een liquiditeits-planning waarin de toekomstige inkomsten en uitgaven van de gehele organisatie zijn gepland. Teneinde aansluiting te zoeken op de meerjarige investeringsplanning van de gemeente is er voor gekozen een liquiditeitsplanning met een periode van één tot maximaal vier jaar op te stellen. In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige liquiditeitsplanning niet eenvoudig. Dit heeft te maken met de onzekerheden die verbonden zijn aan de activiteiten van de gemeente en de hieraan verbonden financiële gevolgen.
Het is daarom van groot belang dat de afdeling Financiën juist, tijdig en volledig wordt geïnformeerd door de overige afdelingen over de financiële gevolgen van hun activiteiten. Om weloverwogen liquiditeitsbeslissingen te kunnen nemen is het van belang dat een liquiditeitsplanning wordt aangepast aan actuele ontwikkelingen en verwachtingen. Artikel 8 Valutarisicobeheer Lid 1 Door uitsluitend het aantrekken, verstrekken of garanderen van leningen in de Nederlandse geldeenheid toe te staan worden valutarisico’s uitgesloten. Lid 2 Valutarisico’s uit hoofde van operationele transacties ontstaan bijvoorbeeld op het moment dat de gemeente een aankoop van goederen uit de Verenigde Staten met dollars moet betalen. Als een dergelijke situatie zich voordoet worden de eventuele valutaverschillen (risico’s) direct inzichtelijk gemaakt en als verlies of voordeel in de jaarrekening verantwoord. Artikel 9 Aantrekken van lang vermogen Lid 1 Teneinde de renteresultaten te optimaliseren wordt zoveel mogelijk intern gefinancierd met de beschikbare reserves en voorzieningen. De Nota Reserves en Voorzieningen vermeldt eventuele uitzonderingen op deze algemene regel. Lid 2 en 3 Het aantrekken van vermogen op de kapitaalmarkt verlangt snelle telefonische beslissingen. Zowel de vrager als aanbieder moet er op kunnen vertrouwen dat de gesprekspartner bevoegd is beslissingen te nemen.
De gemeente Midden-Delfland stelt zich op het standpunt, dat er op het moment van het voornemen tot het aantrekken van vermogen tijd is voor bespreking van hoeveel en in welke vorm
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
21/27
vermogen kan worden aangetrokken. In dit voortraject worden de opties besproken door de medewerker treasury en het afdelingshoofd Financiën/-portefeuillehouder Financiën. Hierbij wordt uitgegaan van de dan geldende rentetarieven. Voor het aantrekken van vermogen op de kapitaalmarkt dat niet is voorzien in de paragraaf financiering van de begroting is wel de goedkeuring vereist van het college van burgemeester en wethouders. Lid 4 en 5 Deze richtlijnen beogen de marktconformiteit van financieringen met lang vermogen te waarborgen, voor wat betreft te betalen rentepercentages, provisies, (boete-) clausules bij vervroegde aflossing etc. Middels het opvragen van meerdere schriftelijke offertes wordt bereikt dat de gemeente een beter beeld heeft van de op dat moment gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan een afgewogen keuze worden gemaakt. Lid 6 Deze bepaling beoogt te waarborgen dat uitsluitend middelen worden aangetrokken tegen een rentepercentage dat marktconform is. Lid 8 a. Kasgeldleningen zijn niet verhandelbare leningen voor een vast bedrag en een vaste periode (maximaal 2 jaar) en tegen een vast rentepercentage. b. Vaste geldleningen zijn (relatief standaard) leningen die kunnen worden afgesloten bij een financiële instelling. c.
Onderhandse geldleningen zijn leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij worden vastgesteld. d. Medium Term Notes zijn vrij verhandelbare schuldbekentenissen aan toonder, met een minimumlooptijd van twee jaar en een minimumomvang van nominaal € 500.000. e. De term Commercial Paper staat voor vrij verhandelbare schuldbekentenissen met een looptijd korter dan twee jaar, uitgegeven door niet-kredietinstellingen. Lid 9 De informatie die in ieder geval moet worden opgenomen zijn de beleidsvoornemens met betrekking tot de gemeentefinanciering en het risicobeheer en de uitvoering daarvan. Andere onderdelen kunnen zijn: - interne en externe ontwikkelingen die invloed hebben op de financieringsfunctie. - ontwikkelingen in de administratieve organisatie van de treasuryfunctie. Artikel 10 Langlopende uitzettingen Lid 1 Uitsluitend vanuit haar publieke taak kan de gemeente besluiten tot het nemen van een deelneming of het verstrekken van een lening aan anderen dan aan relaties als genoemd in artikel 13 lid 1. Activiteiten in deze richting moeten afzonderlijk door het college van burgemeester en wethouders worden goedgekeurd. Onderbouwd moet kunnen worden dat het gaat om publieke en niet om private activiteiten. Lid 2 Het uitzetten van middelen kan uitsluitend bij het Rijk worden uitgezet.
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
22/27
Lid 3 en Lid 4 Het uitzetten van middelen bij het Rijk waarmee geen rekening is gehouden in de paragraaf financiering van de begroting is wel de goedkeuring vereist van het college van burgemeester en wethouders. Lid 5 Zie de toelichting bij artikel 9 lid 9. Artikel 11 Leningen en garanties Onder garanties wordt verstaan het vanuit de publieke taak (gedeeltelijk) garant staan voor de nakoming van uit geldleningen voortvloeiende verplichtingen aan te gaan door organisaties welke een relatie hebben met de gemeente Midden-Delfland. Dit ter beoordeling door het college van burgemeester en wethouders. Indien wordt besloten een lening of garantie te verstrekken is het van belang om vooraf duidelijk te hebben dat de betreffende organisatie aan de daaraan verbonden financiële verplichtingen kan (blijven) voldoen. Artikel 12 In- en doorlenen van middelen Lid 1 Het is decentrale overheden verboden om te lenen met het enkele doel deze middelen vervolgens met een hoger rendement uit te zetten en zo financieel voordeel te halen, het zogenoemde “near banking”. Lid 2 Activiteiten in deze richting moeten afzonderlijk door burgemeester en wethouders worden goedgekeurd. Onderbouwd moet kunnen worden dat het gaat om publieke en niet om private activiteiten. Lid 3 De gemeente Midden-Delfland hanteert het principe van integrale financiering.
In dit systeem bestaat er geen direct verband tussen een bepaalde investering en het financieringsmiddel. Indien er in een specifiek geval toch wordt gekozen voor projectfinanciering zou er tijdelijk sprake kunnen zijn van overtollige gelden op de aangetrokken lening(en) voor het betreffende project. In dat geval mogen de tijdelijk overtollige gelden uitsluitend worden uitgezet bij het Rijk. Artikel 13 Relatiebeheer Lid 1 Ter beperking van kredietrisico’s zijn in dit lid richtlijnen opgenomen voor zowel de minimale kredietwaardigheid van het land waar de financiële onderneming is gevestigd, als de financiële onderneming zelf. Deze rating dient te zijn afgegeven door ten minste twee gerenommeerde ratingbureaus. Een (credit-)rating is een beoordeling van de kredietwaardigheid van een financiële onderneming, die voor zowel de korte als voor de lange termijn wordt verschaft door gerenommeerde ratingbureaus. Gerenommeerde ratingbureaus zijn Moody’s, Standard & Poor’s en Fitch. De kredietwaardigheid wordt bij Standard & Poor’s en Fitch van hoog naar laag weergegeven met AAA, AA-plus, AA, AA-minus, A, A-minus. Aa1, Aa2, Aa3, A1, A2,
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
23/27
A3, enz. Moody’s gebruikt de ratings Aaa, Aa1, Aa2, Aa3, A1, A2, A3 enz. Daarnaast kent men kwalificaties met de letters B, C en D. Deze ratings worden ook gehanteerd bij de beoordeling van de kredietwaardigheid van een specifiek land. Op grond van de Ruddo geldt een minimale ratingeis van AA-minus voor een financiële onderneming in combinatie met een landenrating van ten minste AA. Lid 2 Indien gelden worden aangetrokken voor een periode van drie maanden of korter kan worden volstaan met een A-rating voor de financiële onderneming in combinatie met een landenrating van ten minste AA. Lid 3 Tussenpersonen hebben een intermediairfunctie bij het afsluiten van financiële transacties en vallen niet onder de “tegenpartijen”. De vereisten van lid 2 zijn voor tussenpersonen dan ook niet van toepassing. Om dit te ondervangen stelt de gemeente voor tussenpersonen als eis dat zij onder toezicht staan van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar hebben ontvangen. Lid 5 De gemeente Midden-Delfland heeft medio 2013 het zogenoemde huisbankierschap ondergebracht bij de BNG Bank. Dit betekent dat via deze bank met name het betalingverkeer van de gemeente wordt uitgevoerd. Onderdeel van dit huisbankierschap is het gebruik van een rekening-courant met een maximale kredietlimiet van € 4 miljoen.
Voor het overige gelden bij het opnemen en uitzetten van kortlopende en langlopende gelden de bepalingen van het treasurystatuut. Lid 6 Op het gebied van relatiebeheer beoogt de treasury het realiseren van zo gunstig mogelijke condities voor de door haar af te nemen diensten. Teneinde structuur aan te brengen in de momenten waarop de beoordeling van bankrelaties plaats heeft, is opgenomen dat deze beoordeling minimaal eens in de vijf jaar plaats moet hebben. Lid 7 Op grond van de Ruddo is het niet toegestaan rekeningen aan te houden bij financiële ondernemingen die zijn gevestigd in lidstaten die niet beschikken over een zogenoemde AA-landenrating. Artikel 14 Geldstromenbeheer Lid 2 Het geldstromenbeheer is erop gericht het betalingsverkeer zo doelmatig mogelijk te laten verlopen en in voldoende mate te beveiligen. Lid 3 Het laten uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank heeft als voordeel dat er geen kosten hoeven te worden gemaakt om gelden tussen verschillende banken over te boeken. Lid 4
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
24/27
Uitgangspunt is dat het chartaal betalingsverkeer zoveel mogelijk wordt beperkt. Echter in een aantal situaties is het aanhouden van een kas voor chartaal betalingsverkeer gewenst. In dergelijke situaties is het wel noodzakelijk om regels op te stellen voor het gebruik hiervan. Artikel 15 Saldo- en liquiditeitenbeheer Lid 1 en 2 Het aantrekken van kort vermogen op de geldmarkt verlangt snelle telefonische beslissingen. Zowel de vrager als aanbieder moet er op kunnen vertrouwen dat de gesprekspartner bevoegd is beslissingen te nemen. De gemeente Midden-Delfland stelt zich op het standpunt, dat er op het moment van het voornemen tot het aantrekken of uitzetten van middelen tijd is voor bespreking hoeveel en in welke vorm vermogen moet worden aangetrokken of kan worden uitgezet. In dit voortraject worden de opties besproken door de medewerker treasury en het afdelingshoofd Financiën. Hierbij wordt uitgegaan van de dan geldende rentetarieven. Bij bedragen tot en met € 5 miljoen per transactie is de medewerker treasury bevoegd. Bij bedragen boven € 5 miljoen per transactie is goedkeuring van het college van burgemeester en wethouders vereist. Lid 3 Deze bepaling beoogt te waarborgen dat uitsluitend middelen worden aangetrokken tegen een rentepercentage dat marktconform is.
Lid 4 Middels het opvragen van meerdere offertes wordt bereikt dat de gemeente een beter beeld heeft van de op dat moment gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan een afgewogen keuze worden gemaakt. Lid 5 en 6 In deze leden worden limitatief de mogelijke korte termijn financieringsinstrumenten bij het aantrekken en uitzetten van gelden benoemd. - De term daggeld (ook wel callgeld genoemd) staat voor een opgenomen of uitgezette lening voor onbepaalde tijd die dagelijks gewijzigd kan worden; - Kasgeldleningen zijn niet verhandelbare leningen voor een vast bedrag en een vaste periode (maximaal 2 jaar) en tegen een vast rentepercentage. - Krediet op de rekening courant betreft de mogelijkheid debet (“rood”) te staan op de rekening courant. Zo nodig worden hierover met de huisbankier specifieke afspraken gemaakt. - Een spaarrekening is een beleggingsvorm waarbij het saldo op de rekening direct opvraagbaar is. De rentevergoeding op een spaarrekening is variabel. - Deposito’s zijn niet verhandelbare beleggingen voor een vast bedrag en een vaste periode en tegen een vast rentepercentage. Voordeel ten opzichte van een rekening-courant is de vaste rente. Een rekening-courant volgt de geldmarkt en geeft dus meer risico. - Dutch Treasury Certificates zijn door de staat uitgegeven schuldbewijzen.
Zij kennen een looptijd van zes maanden en zijn aan toonder. De schuldbewijzen worden uitgegeven in coupures van minimaal € 250.000,-.
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
25/27
Artikel 16 Administratieve organisatie en interne controle Bij de treasuryfunctie zijn meerdere personen en organen betrokken. Het treasurystatuut legt expliciet het delegatie- en mandateringspatroon vast, in casu welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden de betrokken partijen hebben. Met het oog op de omvang en de aard van de transacties en de hiermee samenhangende risico’s, zijn in dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen teneinde een eenduidige functiescheiding aan te brengen tussen beleidsbepaling en de uitvoering tussen de administratie en controle op financiële transacties. Artikel 17 Verantwoordelijkheden De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de functionarissen die binnen de gemeente betrokken zijn bij de treasuryactiviteiten zijn in artikel 17 respectievelijk artikel 18 beschreven. De toekenning van de genoemde functies en bijbehorende bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan functies en/of functionarissen vindt plaats via de hiertoe dienende documenten (mandaten, besluiten e.d.). Deze verantwoordelijkheden dienen te worden gecommuniceerd naar de betrokkenen. Artikel 18 Bevoegdheden De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt primair bij het bestuur van de gemeente. Teneinde niet onnodig te worden belast met het dagelijkse treasurybeheer draagt het bestuur een deel van haar bevoegdheden over aan de ambtelijke organisatie.
De praktische uitvoering van het beleid heeft dus vooral op ambtelijk niveau plaats, wat als voordeel heeft dat er slagvaardiger kan worden geopereerd. Bij de toewijzing van bevoegdheden is zoveel mogelijk rekening gehouden met de vereiste functiescheiding tussen besluitvorming, uitvoering, administratie en controle. Artikel 19 Informatievoorziening De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de informatievoorziening wordt gewaarborgd. Het verstrekken van juiste, tijdige, volledige en relevante verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot de belangrijkste voorwaarden voor het kunnen beheersen van de financiële en interne risico’s van de gemeente. In het bijzonder is het van belang dat afdelingshoofden “incidentele” informatie verschaffen op de momenten waarop zich significante wijzigingen voordoen in hun verwachtingen betreffende tijdstip of omvang van toekomstige betalingen of ontvangsten (bijv. bij uitstel van een grote investering). Artikel 20 Inwerkingtreding Dit statuut treedt in werking op 1 januari 2014.
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
26/27
Artikel 21 Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als “Treasurystatuut gemeente MiddenDelfland 2014”. Aldus besloten in de vergadering van de Raad van 27 mei 2014. De griffier,
De Voorzitter,
A. de Vos
A.J. Rodenburg
Treasurystatuut gemeente Midden-Delfland 2014
27/27