07 Toelichting_Bijlage 2 QS Flora _ Fauna _ Stikstofonderbouwing.pdf
Tekst van het document
Memo Van
:
Michael Moerman en Pieter van der Brugge
Datum
:
12 november 2021
Onderwerp
:
Verkennend natuurwaarden- en effectenonderzoek t.b.v. bestemmingsplan Binnenterrein, Schipluiden
1 Inleiding De gemeente Midden-Delfland onderzoekt of aanpassen van het bestemmingsplan voor het binnenterrein in het centrum van Schipluiden gevolgen heeft voor beschermde planten of dieren. Het nieuwe bestemmingsplan maakt het mogelijk dat bestaande bebouwing worden afgebroken en dat maximaal 8 woningen worden gerealiseerd. Het doel van deze notitie is om te bepalen of de aanpassing van het bestemmingplan niet in strijd is met de eisen die gesteld worden vanuit de Wet Natuurbescherming. 2 Ligging en gebiedskenmerken Het projectgebied ligt in het centrum van Schipluiden, tussen de Vlaardingsekade en de Burgemeester Musquetiersingel. Zie ook de onderstaande figuur 1. Het projectgebied ligt in een oud gedeelte van het dorp Schipluiden. De bebouwing dateert uit verschillende perioden. De oudste woningen staan langs de Vlaardingsekade. Bijgebouwen bij deze bebouwing werden later aangebracht. De woningen van de Burgemeester Musquetiersingel dateren uit het begin van de jaren 1960. Het plangebied bestaat uit percelen van zes eigenaren. Er bevinden zich een opslag voor antiek, een timmerbedrijf, een praktijk voor fysiotherapie, tien garageboxen en een nutsgebouw (telefooncentrale). 3 Beschrijving van het plan Drie van de zes eigenaren hebben aangegeven te zijner tijd één of meer woningen op hun kavel te willen ontwikkelen. Eén van de eigenaren heeft een uitgewerkt plan.
In zijn bedrijfsgebouw wordt de kantoorruimte inpandig omgevormd tot woningen. Een andere eigenaar in van plan zijn schuur van ongeveer 100 m² af te breken, waarvoor maximaal 2 woningen in de plaats komen. Weer een ander wil te zijner tijd zijn garageboxen vervangen door een aantal woningen. De overige bedrijfsgebouwen en het gebruik ervan blijven bestaan.
Figuur 1. Begrenzing van het nieuw te maken bestemmingsplan (rode lijn).
4
Relevante wetgeving: Wet Natuurbescherming
4.1 Inleiding De natuurbescherming in Nederland is geregeld in de Wet Natuurbescherming (WNB). De WNB is sinds 1 januari 2017 van kracht en beschermt natuurgebieden en de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren. 4.2 Soortenbescherming in de WNB De Wet natuurbescherming maakt voor de soortenbescherming onderscheid in drie soorten beschermingsregimes: vogels, habitatrichtlijn soorten en overige soorten. Hieronder staat per soortgroep een korte toelichting over de wettelijke bescherming. Vogels Bijvoorbeeld: alle inheemse vogelsoorten. Het is verboden om vogels te doden of te vangen; Het is verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te beschadigen of weg te halen; Het is verboden om eieren van vogels te bezitten; Het is verboden om vogels opzettelijk te verstoren tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de gunstige staat van instandhouding van de soort. De Provincie Zuid-Holland hanteert voor de beoordeling van deze wezenlijke invloed een lijst van 85 soorten wij verstoring invloed heeft op de gunstige staat van instandhouding. Op deze lijst staan onder meer: groene specht, blauwe reiger, buizerd, gierzwaluw, grutto, huismus, huiszwaluw, ijsvogel, kievit, oeverzwaluw, patrijs, ransuil, scholekster, sperwer, steenuil en wilde eend.
Habitatrichtlijn soorten Bijvoorbeeld: rugstreeppad, vleermuizen, Het is verboden om dieren opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren; Het is verboden om eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen;
2/5
-
Het is verboden om voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Het is verboden om planten opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Overige soorten Bijvoorbeeld: bruine kikker, groene kikker / bastaard kikker, ringslang, grote modderkruiper, bunzing, egel, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, veldmuis, veldspitsmuis, waterspitsmuis, woelrat, een aantal soorten orchideeën (de verboden voor de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis, gelden niet in panden of op erven en tuinen). Het is verboden dieren opzettelijk te doden of te vangen; Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen; Het is verboden om planten opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor deze verboden geldt in Zuid-Holland een vrijstelling voor 22 soorten voor onder meer de volgende activiteiten: o Het uitvoeren van een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en het gebruik van een gebied dat hierna volgt; o Het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van natuurbeheer; o Het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen; o Het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer van landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; o Het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van het algemeen belang.
Tot de 22 Provinciaal vrijgestelde soorten behoren: bruine kikker, groene kikker / bastaard kikker, meerkikker, gewone pad, bosmuis, bunzing, egel, haas, haas, konijn, wezel, woelrat, vos, veldmuis, huisspitsmuis en kleine watersalamander. Zorgplicht Ongeacht de beschermingsregimes, geldt voor alle soorten een zorgplicht. Dit betekent dat eenieder moet voorkomen dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen optreden voor in het wild levende dieren en planten. 4.3 Wel of geen ontheffing? Uit het voorlopig natuurwaardenonderzoek blijkt of beschermde soorten kunnen voorkomen en of er een negatief effect op deze soorten is te verwachten door veranderingen in dit bestemmingsplan. Als dit het geval is, kan een aanvullend onderzoek nodig zijn. Blijkt uit het aanvullende onderzoek dat er inderdaad beschermde soorten nodig zijn, dan is het zaak te bepalen of schade kan worden voorkomen. Hiervoor kan een mitigatie- of compensatieplan of een gedragscode worden gebruikt. Wanneer hiermee schade aan de soorten wordt voorkomen, is geen ontheffing nodig. Wanneer schade niet kan worden voorkomen, is een ontheffing nodig. 5 Inventarisatie beschermde soorten 5.1 Methode Op 1 november 2021 is het projectgebied bezocht door Michael Moerman en Pieter van der Brugge, beiden experts op het gebied van ecologie en ruimtelijke planvorming van de gemeente MiddenDelfland.
Tijdens het veldbezoek is geen volledige inventarisatie uitgevoerd. De mogelijk aanwezige beschermde planten en dieren zijn vooral gebaseerd op een inschatting naar geschiktheid van aanwezige leefomstandigheden (biotopen). Daarnaast is een literatuurstudie gedaan naar de mogelijk aanwezige beschermde planten en dieren. Een middel dat hiervoor gebruikt is, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de Gegevensautoriteit Natuur (GaN). In de nu volgende paragrafen is per soortgroep aangegeven of het aannemelijk is dat soorten gebruik maken van het projectgebied.
3/5
5.2 Flora In het projectgebied zijn geen goede groeiplekken aangetroffen voor beschermde flora. De aanwezigheid van beschermde flora kan hiermee worden uitgesloten. 5.3 Ongewervelden De aanwezigheid van door de Wet Natuurbescherming beschermde insecten en andere ongewervelden is uit te sluiten op basis van de aanwezige habitats. De situatie in het gebied is hiervoor te voedselrijk en de biotopen zijn te klein. 5.4 Vissen Tijdens het veldbezoek is geen onderzoek gedaan naar eventueel aanwezige beschermde vissoorten. In de omgeving van Midden-Delfland komt één beschermde vissoort regelmatig voor: de grote modderkruiper. Het water in en langs het projectgebied biedt geen geschikt biotoop voor deze vissoort vanwege de voedselrijkdom. 5.5 Amfibieën Particuliere tuinen en het openbaar groen in het projectgebied bieden leefgebied voor deze groep dieren. Het betreft echter alleen soorten waarvoor een vrijstelling geldt voor het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen. Voor andere (strikter beschermde) soorten zijn geen potenties aanwezig in het projectgebied. 5.6 Reptielen Er zijn geen potenties aanwezig voor de aanwezigheid van reptielen op basis van biotopen en verspreiding (NDFF). 5.7 Vogels Het projectgebied biedt diverse leefgebieden voor vogels. Gebouwen kunnen gebruikt worden als broedgebied.
In het projectgebied staan diverse woningen en gebouwen die ruimte kunnen bieden voor holenbroedende vogels. Soorten die hier mogelijk gebruik van kunnen maken zijn gierzwaluw, huiszwaluw, kauw, en huismus. Oude vervallen bebouwing kan ook nestruimte bieden voor winterkoning. Watergangen en begroeide oevers in het gebied bieden mogelijk een broedgelegenheid voor watervogels zoals wilde eend, waterhoen en meerkoet. 5.8 Landgebonden zoogdieren De tuinen, het openbaar groen en de bebouwing van het projectgebied biedt mogelijk leefgebied voor beschermde zoogdieren zoals bosmuis, egel en bunzing. Voor deze soorten geldt in Zuid-Holland een vrijstelling voor het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen. 5.9 Vleermuizen De oude woningen langs de Vlaardingsekade bieden diverse geschikte leefplekken voor Vleermuizen. Dit werd tijdens het veldbezoek bevestigd door een bewoner. 6 Nadere inspectie: schuur en garageboxen Het bestemmingplan maakt een ontwikkeling mogelijk voor twee locaties: de schuur achter Vlaardingsekade 22-24 en de garageboxen bij burgemeester Musquetiersingel 4. Deze bebouwing werd tijdens het veldbezoek in het bijzonder onderzocht. Doel van dit onderzoek was om na te gaan of ruimtelijke ingrepen voor specifiek deze opstanden gevolgen hebben voor beschermde soorten.
4/5
Figuur 2. Twee locaties werden in het bijzonder bekeken tijdens het veldbezoek (rode lijnen).
5/5
6.1 Schuur Vlaardingsekade Aan de achterzijde van Vlaardingsekade 22-24 staat een voormalige loods. De loods werd ooit gebouwd als opslag voor de toenmalige gemeente Schipluiden. De muren van de loods zijn gemaakt van enkelwands betonplaten van ongeveer 10 centimeter dik. Het dak is van asbest golfplaten. Aan de binnenzijde is isolatiemateriaal direct tegen de golfplaten aangebracht. Het isolatiemateriaal is van steenwol. Het steenwol is aan de binnenzijde van de schuur niet afgewerkt. De bovenzijde van de muren van de schuur is van enkelwandige houten betimmering. Zie ook de foto’s in figuur 3.
Figuur 3. Details van de schuur achter de Vlaardingsekade.
De schuur is in gebruik als opslag voor een antiekhandel. De schuur is onverwarmd ramen en deuren van de schuur staan veelal open. De schuur aan de Vlaardingsdekade biedt geen geschikt leefgebied voor beschermde gebouw bewonende vleermuizen. Er zijn in het gebouw geen holten die of ruimten die voor deze dieren geschikt zijn. Mogelijk kunnen vogels in een bijzonder geval in het gebouw broeden. Bij de gebruiker van het pand was één broedgeval van een winterkoning bekend.
6/5
6.2 Garageboxen bij Burgemeester Musquetiersingel 4 Aan de achterzijde van Burgemeester Musquetiersingel 4 ligt een geasfalteerd binnenterrein. Rondom dit pleintje staan 10 garageboxen. De garageboxen bestaan uit enkellaags beton. Aan de achterzijde van de garageboxen zitten ventilatieopeningen. Aan de binnenzijde zijn de garageboxen droog. Het beton is glad afgewerkt. Zie ook de foto’s in figuur 4.
Figuur 4. Details van de garageboxen bij Burgemeester Musquetiersingel 4.
De garageboxen zijn allen in gebruik voor opslag van voertuigen en materialen. De garageboxen bieden geen geschikt leefgebied voor gebouwbewonende vleermuizen. De garageboxen zijn daarvoor constructief niet geschikt. Bovendien is het klimaat in de garageboxen niet geschikt, het is te droog en waarschijnlijk is de temperatuur te extreem, ’s zomers te warm en ’s winters te koud.
7/5
7. Gebiedsbescherming en Stikstof De Wet natuurbescherming bepaalt dat ruimtelijke ontwikkelingen geen nadelige gevolgen mogen hebben voor de natuur in beschermde gebieden. Het plangebied maakt geen deel uit en ligt niet in directe nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland of van andere beschermde gebieden. Het plangebied bevindt zich op bijna 9 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, Solleveld en Kapittelduinen bij Hoek van Holland. Deze afstand, gecombineerd met de beperkte omvang van de ontwikkelingen, betekent dat significante negatieve effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op Natura 2000 gebieden uitgesloten zijn. Dit is te onderbouwen op grond van de Aerius-berekening voor een direct naast het plangebied gelegen ontwikkeling (bron 2). De berekening, verricht eind 2019, gaat uit van de bouw van 50 woningen. Twintig van deze woningen komen zijn per saldo nieuw, dat wil zeggen er is geen bestaand gebruik dat verdwijnt. De overige 30 woningen komen in de plaats van gebruik dat al enkele jaren niet meer plaats vindt. Qua woningtype en dus verkeersbewegingen is worst case berekend. De berekende stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden is nihil. De te verwachten emissie als gevolg van de onderhavige ontwikkeling is met 8 woningen nog veel geringer. In overige factoren zoals afstand, meteogegevens en ruwheid van het terrein is geen onderscheid.
Alle relevante factoren zijn gelijk of gunstiger. Op grond hiervan is onomstotelijk aangetoond dat onderhavige ontwikkeling geen significant negatieve effecten op Natura 2000 gebied als gevolg van stikstofdepositie kan hebben.
8.
Conclusies
8.1 Gevolgen voor beschermde soorten Door het veldbezoek en het literatuuronderzoek is een goed beeld ontstaan over de mogelijk aanwezige beschermde soorten in het gebied. • Tuinen en openbaar groen bieden leefgebied voor verschillende soorten algemeen voorkomende amfibieën en land gebonden zoogdieren. Voor deze soorten geldt in Zuid-Holland een vrijstelling voor het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen. Wel blijft de algemene zorgplicht van kracht. • Veel van de oudere woningen en gebouwen in het gebied zijn mogelijk geschikt als voortplantingsplek voor vogels of bieden leefgebied voor vleermuizen. Een aantal van de vogelsoorten heeft nesten die het gehele jaar beschermd zijn. Het nieuwe bestemmingsplan biedt voor deze betreffende gebouwen dezelfde regelgeving als het huidige bestemmingsplan. • Voor de locatie van de schuur en de garageboxen biedt het nieuwe bestemmingplan meer mogelijkheden dan het huidige. De schuur en de garageboxen bieden geen leefgebied aan vleermuizen of vogels met jaarrond beschermde nesten. 8.2 Gevolgen voor beschermde gebieden Aan de hand van een stikstofberekening voor een direct naastgelegen gebied is aangetoond dat er geen effecten zijn op Natura2000 gebieden. Het plangebied ligt niet in of nabij beschermde gebieden. 8.3 Conclusie Het nieuwe bestemmingsplan heeft geen nadelige gevolgen voor beschermde soorten of beschermde natuurgebieden.
Aanvullende onderzoeken zijn niet noodzakelijk. 9.
Bronnen 1. Nationale Databank Flora en Fauna. 2. NIPA milieutechniek b.v., Rapport Stikstofdepositie Hof van Keenenburg Schipluiden, project 17920, november 2019.
8/5