07 Reactie KplusV brieven AVR Attero d.d. 1 maart.docx
Tekst van het document
Betreft: -
Brief AVR, d.d. 26 februari 2021 aan de raadsleden Brief Attero d.d.25 februari 2021 aan de raadsleden en collegeleden
Memo d.d. 1 maart 2021
Aan het bestuur Avalex, Afgelopen dagen zijn nog twee brieven binnen gekomen van marktpartijen over de voorstellen voor samenwerking met HVC zoals deze nu bij de gemeenteraden voorliggen. Een brief van AVR als reactie op de brief van KplusV van 17 februari jl. waarin wordt ingegaan op de eerdere reactie van EEW en AVR en een brief van Attero. Beide brieven zijn voorgelegd aan KplusV met verzoek om wederom te komen met een inhoudelijke reactie ten behoeve van het bestuur Avalex, zodat deze meegenomen kan worden als mondelinge input bij de raadsvergadering komende week. Hierbij ontvangt u deze reactie. 1. Algemene lijn is dat beide partijen de raden aangeven dat het proces niet correct is verlopen en zij schetsen een beeld dat de raden onvoldoende geïnformeerd en betrokken worden bij de besluitvorming. Zij geven daarvoor enkele redenen. Wij geven hieronder op elk van de door de bedrijven genoemde reden een reactie. - AVR/Atterro: Aanbesteden en inbesteden zijn niet als gelijkwaardige opties naast elkaar gelegd. o Dit is wel degelijk gebeurd in het proces in de eerste helft van 2020. Het resultaat is ook gedeeld met de raden. De raden hebben kennis kunnen nemen van Rapportage Verkenning Beleid en Markt restafvalverwerking waarin nadrukkelijk op het totale beeld is ingegaan.
Deze rapportage is vertrouwelijk naar de raden gestuurd, de marktpartijen kennen hem niet en hebben daarmee onvolledig beeld van het zorgvuldige proces dat juist met de gemeenteraden is doorlopen. o Waarbij op basis van de kennis die is opgedaan in de Marktverkenning voorjaar 2020 in Oktober 2020 aan de raden het verzoek is voorgelegd om verdere verdiepend onderzoek naar samenwerking met HVC omdat aanbesteding al goed in beeld was gebracht in het eerste onderzoek. - AVR De informatie die de bedrijven met KplusV hebben gedeeld in het kader van de verkenning komt niet terug in de voorliggende stukken meent AVR; het bedrijf meldt dat het veel kan bieden op zowel bron- en nascheiding als het gebied van duurzaamheid en daarmee aan de wensen van de gemeenten tegemoet kan komen. o KplusV wijst erop dat zowel in de verkenning als in het vervolgonderzoek nadrukkelijk is gesteld dat op het vlak van bron- en nascheiding, innovatie, duurzaamheid en milieuprestaties de marktpartijen het nodige te bieden hebben. De marktpartijen wordt in dat verband recht gedaan. Daarmee zijn de prestaties zoals AVR deze noemt onder a,b,c,d en e wel degelijk meegenomen in het onderzoek en daarmee in de gemaakte afwegingen. - AVR/Attero: KplusV is niet onafhankelijk en HVC heeft meegeschreven aan het rapport van KplusV. o Dit is uitdrukkelijk niet het geval.
Met instemming van de gemeenteraden is HVC onderzocht door KplusV en Deloitte. Daarbij is HVC onderwerp van onderzoek geweest en geen ‘mee-schrijver’ van het onderzoek. Het bestuur Avalex heeft steeds het belang van onafhankelijk onderzoek geborgd door de inzet van een extern adviseur. KplusV heeft er nog eens op gewezen dat het bureau geen belang heeft in de uitkomsten van zowel de marktverkenning als de aanvullende adviesaanvraag. Het bureau heeft in de
verkenning de voor- en nadelen van zowel inbesteden als aanbesteden op een rij gezet. Het bureau benadrukt nog eens dat beide processen om te komen tot een afvalcontract of een deelname in een verwerkingsbedrijf geheel verschillend van aard zijn. Daarom gaat het in de rapporten om veel meer dan prijsvergelijking. Ook de in het bestuur gemaakte afwegingen voor samenwerking met HVC gaan verder dan alleen de prijsvergelijking. De marktpartijen verengen de discussie met hun brieven tot een prijsdiscussie waarbij inbesteden en aanbesteden gelijk worden gesteld. 2. Daarnaast doet AVR de stellige aanname dat indien na afloop van de aanbesteding er nood is, ‘HVC wederom voor u klaar zal staan’. Het is bijzonder dat AVR deze uitspraak over een andere partij doet die niet afgestemd is met deze partij en deze uitspraak is daarmee uitermate onzorgvuldig en niet houdbaar. In het bestuur is al eerder besproken dat het proces is dat als er eerst aanbesteed wordt, dat dan inbesteden niet meer als optie voorligt. 3. AVR doet de stellige aanname dat gesteld is dat de HVC route 2 tot 4 miljoen voordeliger is dan de route aanbesteden en stelt daarbij dat HVC zeker 1 miljoen duurder zal zijn. KplusV heeft hierop gemeld dat het niet duidelijk is waarom AVR stelt dat KplusV zou hebben gesuggereerd dat de HVC route € 2 tot 4 mln. voordeliger zou zijn.
In de rapportage over de verkenning ligt het bedrag van het laagste scenario onder het totaalbedrag dat HVC kan bieden voor de drie afvalstromen fijn restafval, grof huishoudelijk afval en Gft. KplusV heeft in de eerste helft van 2020 gerekend met tarieven tot en met 2019, waarbij om redenen van geheimhouding het tarief van AVR voor Den Haag niet is meegenomen. Er is duidelijk gesteld, ook in de raadsstukken, dat het tarief HVC daarmee uitkomt aan de onderkant van de bandbreedte van de verschillende scenario’s. En dat het voor is gekomen dat er inschrijvingen zijn geweest die buiten de bandbreedtes vielen. 4. In de financiële onderbouwing van AVR bijlage 1, komt het bedrijf tot een overzicht en conclusie dat niet past bij hetgeen in de marktverkenning is onderzocht. De aantallen tonnages in het overzicht kloppen niet en geven daarmee een vertekend beeld over de verhouding tussen rest, gft en grofvuil. In de Rapportage marktverkenning zijn scenario's onderzocht van fijn restafval (70 kton), grof restafval (7,8 kton) en gft (21 kton) (p. 21 van de Rapportage marktverkenning). Bij doorvoering van deze aantallen verandert het beeld aanzienlijk. De route aanbesteding komt dan niet op in totaal € 6,01 mln. uit zoals AVR becijfert, maar op € 7,065 mln, excl transport en overslag.
Daar tegenover staan de door AVR gepubliceerde tarieven van HVC op basis van de bovenstaande tonnages die dan uitkomt op circa 8,2 miljoen excl transport en overslag, waarbij de garantstellingsprovisie van ruim 8 ton nog niet is meegenomen. Dit verschil is aanzienlijk minder groot dan geschetst. En waarbij het uiteindelijke tarief in de aanbesteding nog onzeker is. 5. Het is overigens bijzonder dan AVR vooruitlopend op een aanbesteding reeds prijzen afgeeft. Het is niet duidelijk of de tarieven ook daadwerkelijk in een aanbesteding worden geboden. Dat is ook reden waarom KplusV uit oogpunt van zorgvuldigheid met bandbreedtes heeft gewerkt, gebaseerd op ervaringen. In het plaatje wat AVR schetst gaat het overigens ook voor de stromen gft en grof nog steeds om aannames. Belangrijk is om steeds te realiseren dat de aanbestedingsprijzen onzeker blijven, ook die van AVR zoals nu afgegeven, tot het moment dat in het traject de inschrijvingen binnen zijn.
6. AVR schets een beeld van de garantstelling per inwoner in Avalex gebied en doet daarmee voorkomen alsof deze rekening ook zo bij de inwoners gelegd wordt. Gesuggereerd wordt dat dit een uitgave van de gemeente is. Een garantstelling heeft een ander karakter. Voorts is erop gewezen dat de risico's van een garantstelling beperkt zijn, doordat op risicobeheersing wordt ingezet door het bedrijf HVC. Tegenover de garantstelling staat een jaarlijkse garantstellingsprovisie van ruim 8 ton die de gemeenten naar eigen inzicht aan de burgers kunnen doen toekomen. AVR betrekt dit niet in het beeld zoals nu geschetst wordt in hun bijlage. 7. AVR merkt op dat de importheffing al wel invloed heeft. KplusV heeft erop gewezen dat er geen invloed is geweest op de tarieven die bij KplusV bekend zijn. Ook in 2020 zijn daarvoor in Nederland geen indicaties geweest. Na het lage tarief voor restafval bij Den Haag is er in 2019 weer een hoger tarief uitgekomen bij de aanbesteding voor de AVU. De aanbestedingen in 2021 die nu door AVR bekend zijn gemaakt voor onder meer De Hoekse Waard en Goeree Overflakkee, zijn van voor stromen met een andere omvang dan die van Den Haag, AVU of Avalex. Als AVR daarbij de afweging heeft gemaakt dat de door haar geboden tarieven lager zijn vanwege de importheffing dan kan dat natuurlijk niet worden tegengesproken.
Echter de aanbiedingen die in ons land tot en met 2020 zijn gedaan, geven geen aanleiding te veronderstellen dat de importheffing al effecten heeft op de geboden tarieven.