07 Reactie college op vragen A van den Berg.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen vanuit fracties Fractie
CDA
Agendapunt
Raad 26-1-2021; Agendapunt: Mogelijkheid tot het stellen van vragen
Inleiding van het CDA De provincie Zuid- Holland heeft op 15 januari j.l. het besluit gepubliceerd “ tot wijziging van de Beleidsregels in- en extern salderen Zuid-Holland in verband met de verruiming van de mogelijkheid tot extern salderen” LINK: https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Actueel/ZuidHolland/CVDR631198.html
Dit gaat over stikstof, natuur en bouwen, letterlijk is toegevoegd dat” de feitelijke capaciteit van de saldogevende activiteit geheel of gedeeltelijk tijdelijk aantoonbaar buiten werking wordt gesteld” Het zijn wat onduidelijke formuleringen waar grote gevolgen achter kunnen zitten. Tijdelijk is b.v. rekbaar zolang er ergens een natuurvergunning voor nodig is. Agrarische bedrijven kunnen opgekocht worden voor hun stikstof depositie om elders anders mogelijkheden voor bouwen van b.v. wegen en woningbouw te kunnen realiseren. Als er ( melkvee) bedrijven worden opgekocht in Midden-Delfland is het moeilijk om op de bijbehorende percelen weer melkkoeien in de wei te krijgen. Verkleinen van de hoeveelheid weide grond kan gevolgen hebben voor bv de agrarische diensten sector en toeleverende bedrijven. Andere mogelijkheden voor agrarisch gebruik is in onze laagveen polders nagenoeg niet mogelijk en wat evt. wel mogelijk is zal een grote impact hebben op ons ( provinciaal) landschap . Er komt dan b.v. druk naar meer zonneweides en de mogelijkheid weidegrond om te zetten naar natuurfuncties. Het CDA heeft hierover een aantal vragen: 1. Is het college Midden Delfland bekend met het besluit van de provincie Zuid- Holland? Antwoord: Dit is bij het college bekend.
Besluitvorming hierover wordt nadrukkelijk gevolgd in verband met de mogelijke consequenties voor de vergunningverlening en agrarische sector in ons gebied. 2. Zowel bij ja als nee, gaat het college onderzoeken wat de gevolgen hier voor het open weide landschap van onze gemeente kan zijn? Is daar nu al iets over te zeggen? Antwoord: Uiteraard volgen wij de ontwikkelingen op de voet. Deze wijziging van de provinciale verordening is gebaseerd op landelijke afspraken tussen het IPO (Interprovinciaal Overlegorgaan) en het Rijk. Het is lastig om de mogelijke consequenties van deze wijziging van de verordening voor het agrarisch gebied in het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland nu te overzien. Bovendien is er nog onduidelijkheid over de wijze van legaliseren van de stikstofdepositie van de boeren die voorheen met een PAS-melding afkonden. Stikstofproblematiek is veel meer manifest bij intensieve varkenshouderijen, pluimveebedrijven en melkrundveehouderijen. Voor extensieve melkveebedrijven is saldering minder lonend.
Voor het agrarisch gebied in het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland treden door deze wijziging van de verordening geen directe consequenties op. Reden hiervan is dat het intern en extern salderen van de stikstofdepositie is gekoppeld aan een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming. Deze vergunningplicht geldt voor activiteiten die op basis van landelijke regelgeving consequenties hebben binnen een Natura-2000 gebied. 3. Is het college bereid om dan naar onze beleidsregels te gaan kijken of die aangepast of aangescherpt moeten worden ? Antwoord: De provincie is bevoegd gezag voor het afgeven van Nwb-vergunningen en externe saldering. Er zijn geen directe relevante gemeentelijke beleidsregels die we kunnen toepassen of veranderen om een eventueel acuut risico op saldering het hoofd te bieden. We blijven wel onverminderd richting het bevoegd gezag, de provincie, aangeven dat we in ‘hun’ Bijzonder Provinciale Landschap van Midden-Delfland duurzame kringlooplandbouw bedrijven, en we daarmee juist een voorbeeld zijn hoe we de stikstofproblematiek het hoofd kunnen bieden. Het verdwijnen van de landbouw, en daarmee de koe in de wei, is hetgeen wat alle overheidspartijen niet willen. We zullen, voor zover nodig, daar bij de provincie op blijven aandringen. 4.
Als daar wijzigingen nodig zijn wil het college daar dan de raad ook over informeren? Antwoord: Wij informeren de gemeenteraad bij het bekend worden van relevante wijzigingen over de provinciale regelgeving bij de toepassing van de Wet natuurbescherming.
2