CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

07 PvA Midden-Delfland.pdf

Gemeenteraad 25 mei 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel implementatie van de Omgevingswet4.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

2

............................................................................................................................................ 3 .......................................................................................................... 3 ...................................................................................................... 4 ............................................................................................................................................ 7 ................................................................................................................ 7 ..................................................................................................................................... 8

....................................................................................................................................... 9 ................................................................................................................................ 10

................................................................................................................. 14 ............................................................................................................. 14

....................................................................................................... 18 ........................................................................................................................................... 19 .......................................................................................................................................... 20 ............................................................................................................................................ 20 ......................................................................................................................... 23 ............................................................................................................................... 23

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

3

De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. De wet regelt de balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet introduceert een nieuw instrumentarium om te sturen op de kwaliteit van de leefomgeving. Daarbij gaat het om bouwen, wonen en mobiliteit, bodem- en luchtkwaliteit, geluid, energie, veiligheid en gezondheid. De huidige instrumenten zoals structuurvisies en bestemmingsplannen worden vervangen door de Omgevingsvisie, het Programma en het Omgevingsplan.

1. Instrumenten en beleidscyclus onder de Omgevingswet

1. Het Omgevingsrecht is inzichtelijk, voorspelbaar en gemakkelijk in het gebruik; 2. De leefomgeving staat op een samenhangende manier centraal in beleid, besluitvorming en regelgeving; 3. Een actieve en flexibele aanpak biedt overheden meer afwegingsruimte om doelen voor de leefomgeving te bereiken; 4. Besluitvorming over projecten in de leefomgeving gaat sneller en beter.

Dit vraagt om een andere werk- en denkwijze van overheden, burgers en bedrijven. Open, samenhangend, flexibel, uitnodigend en innovatief zijn daarbij kernwoorden. De wetgever wil dit bereiken door minder en overzichtelijkere regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk en het geven en vragen van vertrouwen. Daarbij moet het doel van een initiatief in de fysieke leefomgeving centraal staan in plaats van de vraag ‘mag het wel?’ De regels geven daarvoor de kaders.

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

4

Op sommige onderwerpen verschuift het bevoegd gezag van het Rijk of de provincie naar gemeenten. Het gaat dan bijvoorbeeld om bodemtaken, milieutaken en afspraken over bouwwerken. Vanuit het Rijk krijgt de gemeente een zogenaamde ‘bruidsschat’ mee. Dit is een set regels over onderwerpen die onder de Omgevingswet overgaan van het Rijk naar de decentrale overheden. Op moment van invoering gaan deze regels automatisch over naar het Omgevingsplan. De gemeenten zijn na de inwerkingtreding van de Omgevingswet vrij om deze regels aan te passen of te laten vervallen.

De Omgevingsvisie komt in de plaats van structuurvisies, verkeers- en vervoersplannen, delen van de natuurvisie en milieubeleidsplannen. De Omgevingswet schrijft voor dat iedere gemeente een Omgevingsvisie vaststelt vóór 31 december 2024. In Midden-Delfland is dit traject al gestart. Er wordt gewerkt aan een Omgevingsvisie 1.0 die in de loop van 2021 wordt vastgesteld. Dit zal nog niet de definitieve Omgevingsvisie zijn die aan alle wettelijke vereisten voldoet. Maar het is wel een document dat richtinggevend is bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Er zullen tot 2024 (en daarna) nog regelmatig nieuwe versies worden opgeleverd.

Het Omgevingsplan komt in plaats van de huidige bestemmingsplannen. In het Omgevingsplan staan alle regels die op een locatie gelden. Uiterlijk 31 december 2029 moet de raad het definitieve Omgevingsplan vaststellen. De huidige bestemmingsplannen worden van rechtswege omgezet naar één Omgevingsplan. De bruidsschatregels worden daar aan toegevoegd. De meeste gemeentelijke verordeningen die zien op de fysieke leefomgeving worden niet meegenomen in het Omgevingsplan van rechtswege. Wel worden de erfgoedverordeningen, geurverordeningen en verordeningen afvoer regen- en grondwater al onderdeel van het Omgevingsplan. De onderdelen van het Omgevingsplan worden verduidelijkt in de volgende afbeelding:

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

5

Om klaar te zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het belangrijk om alvast na te denken over een strategie om te komen tot een definitief Omgevingsplan en over de manier waarop we het (tijdelijke) omgevingsplan in de tussentijd actueel te houden. Bijvoorbeeld de keuze om verordeningen individueel op te nemen in het Omgevingsplan of alvast één Omgevingsverordening te maken. Midden-Delfland heeft de wens om alle huidige verordeningen die zien op de fysieke leefomgeving voor inwerkingtreding samen te voegen in één Omgevingsverordening.

De komst van de Omgevingswet verandert ook het proces van de Omgevingsvergunning. Zo wordt de reguliere procedure met een doorlooptijd van acht weken de norm. Daarin kan slechts bij uitzondering worden uitgeweken naar een uitgebreide procedure. Vanaf 1 januari 2022 moet elke gemeente op de ‘nieuwe manier’ de Omgevingsvergunning verlenen. Daarom ligt de focus van deze aanpak op het instrument Omgevingsvergunning.

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

6

Met een Buitenplanse Omgevingsvergunning afwijken van het Omgevingsplan is onder de Omgevingswet een bevoegdheid van het college, tenzij de gemeenteraad heeft vastgesteld dat zij in bepaalde gevallen advies met instemming wil geven.

Om klaar te zijn voor de Omgevingswet moet de raad een aantal besluiten nemen. Daarnaast moeten werkprocessen worden aangepast, procesafspraken worden gemaakt met ketenpartners en uitvoeringsorganisaties en moeten systemen worden aangepast. In het volgende hoofdstuk over de aanpak worden alle benodigde acties beschreven die nodig zijn om klaar te zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

7

Om de doelen van de Omgevingswet te bereiken is meer nodig dan alleen de implementatie van nieuwe wettelijke instrumenten. We zorgen er daarom voor dat werkzaamheden die op verschillende onderdelen met elkaar samenhangen goed op elkaar zijn afgestemd.

Anders Werken

De Omgevingswet verandert niet alleen de inhoud en sturing van de wettelijke instrumenten. Vaak is anders werken in de organisatie en een nieuwe manier van dienstverlening aan initiatiefnemers noodzakelijk. Er moeten afspraken worden gemaakt met andere overheden over de bestuurlijke samenwerking en het gezamenlijk gebruik van gegevens. De verandering van de werkwijze, het delen van gegevens door verschillende bestuursorganen en de aansluiting op het (landelijk) digitaal stelsel, stelt nieuwe eisen aan de informatievoorziening. De manier waarop we met een initiatiefnemer communiceren en participatie organiseren, verandert. Naast de implementatiekosten van de Omgevingswet heeft de Omgevingswet ook impact op de gemeentelijke financiën op langere termijn.

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

8

De Omgevingswet introduceert nieuwe wettelijke instrumenten voor de (fysieke) leefomgeving. De belangrijkste zijn de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de (nieuwe) Omgevingsvergunning. De manier waarop deze instrumenten met elkaar samenhangen en de sturende werking die daarvan uitgaat is een belangrijk aandachtspunt. Wat leg je vast in de Omgevingsvisie en wat in het Omgevingsplan? Op welk detailniveau stel je kaders en wat betekent dit voor de manier waarop je initiatieven beoordeelt? Daarnaast zijn er afspraken nodig over de manier waarop de verschillende instrumenten tot stand komen en hoe ze actueel worden gehouden. Dit wordt vastgelegd in afspraken en werkprocessen.

De Omgevingswet beoogt minder regelgeving, een transparante informatievoorziening en een snellere afhandeling van zaken. De gewenste dienstverlening kan per instrument worden bepaald, vastgelegd en gemeten. Op welke manier (via welke kanalen) kunnen initiatiefnemers straks bijvoorbeeld een vergunning aanvragen?

Eén van de doelen van de Omgevingswet is een transparante informatievoorziening en een snellere afhandeling van zaken. Overheden moeten vanaf 2022 verplicht zijn aangesloten op het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) en moeten in staat zijn om vergunningaanvragen via het DSO te ontvangen. Alle informatie moet in de toekomst voor inwoners, initiatiefnemers en (andere) overheden toegankelijk zijn met één klik op de kaart. Hierdoor wordt de kwaliteit van de gepubliceerde informatie belangrijk.

De Omgevingswet heeft een integrale werkwijze en een snelle eenduidige afhandeling van zaken tot doel. Het vraagt om een efficiënte samenwerking en om goede afspraken met Provincie, buurgemeenten in de regio, waterschappen en andere partners in de keten.

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

9

Er moeten nieuwe afspraken worden gemaakt over werkprocessen en de uitwisseling van gegevens. De mandaten en taakafspraken in de gemeenschappelijke regelingen moeten mogelijk worden aangepast. Dit geldt zeker voor de Omgevingsdienst en het Waterschap, maar mogelijk voor andere uitvoeringsorganisaties als de Veiligheidsregio en de GGD. Daarnaast is het van belang om ook inhoudelijk een aantal regionale afspraken te maken. Bijvoorbeeld over grensoverschrijdende thema’s als bijvoorbeeld water, lucht en energie.

In de Omgevingswet is participatie een belangrijk element. Bij het maken van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan is het vroegtijdig betrekken van bewoners, maatschappelijk middenveld en medeoverheden gewenst. Participatie gaat ook een belangrijke rol spelen bij de Omgevingsvergunning. In de Omgevingswet is de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk voor het informeren van de omgeving. Het organiseren van participatie kan een indieningseis zijn bij het aanvragen van een Omgevingsvergunning.

De Omgevingswet vraagt om een andere manier van (samen)werken. De mate van de impact is afhankelijk van de keuzes die de gemeente maakt. Hoe meer vrijheid de gemeente initiatiefnemers wil geven, hoe meer dit een andere houding van ambtenaren en het bestuur vraagt. Uiteindelijk kan dit ook een andere organisatiestructuur vragen. In dit onderdeel is het in ieder geval van belang om de organisatie inclusief bestuur goed voor te bereiden op de komst van de Omgevingswet. Bijvoorbeeld met kennis en trainingen over de nieuwe Omgevingsvergunning. Anders werken wordt vanaf hier aangeduid met ‘werken volgens de Omgevingswet’.

De implementatie van de Omgevingswet heeft ook financiële consequenties. Enerzijds vanwege de invoeringskosten die ermee gepaard gaan, bijvoorbeeld voor het aanpassen van processen en de automatisering.

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

10

Maar de Omgevingswet zal ook grote gevolgen hebben voor de structurele (exploitatie) kosten van de gemeente. Of er sprake zal zijn van een verhoging van de kosten of van een besparing zal mede afhangen van de keuzes die een gemeente maakt. Zo kan de keuze voor meer of minder vergunningen, het gebruik van (landelijke) standaarden of veel maatwerkregelingen impact hebben op de benodigde capaciteit en middelen. Er zijn drie soorten kosten te onderscheiden: 1. De kosten van de implementatie tot 2022 (Transitie); 2. De kosten van implementatie en de doorontwikkeling ná 2022 (Transitie en Transformatie); 3. De exploitatiekosten vanaf 2022. Voor de nieuwe Omgevingsvergunning moet ook een nieuwe legesverordening worden vastgesteld.

Eén van de leidende principes is dat we werken vanuit de inhoud. De activiteiten in het onderdeel Inhoud & Sturing staan daarbij centraal. In dit onderdeel worden de nieuwe instrumenten van de Omgevingswet uitgewerkt. Hierdoor ontstaat ook ‘beweging’ in de andere onderdelen. Bijvoorbeeld omdat ondersteunende activiteiten nodig zijn, of vanwege de gevolgen ervan. De activiteiten in de andere onderdelen staan dus nooit op zichzelf. Ze zijn ofwel ondersteunend aan de inhoud of ze ontstaan als gevolg van deze activiteiten.

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

11

Wanneer gewerkt wordt aan de Omgevingsvergunning ontstaat er ook beweging in de andere onderdelen. Door te werken aan de Omgevingsvergunning komen vragen naar boven zoals bijvoorbeeld: Informatievoorziening: -

Zijn we tijdig aangesloten op het DSO? Hoe gaan we om met VTH software?

Financiën: -

Gaan we ook leges heffen voor vooroverleg? Is de legesverordening aangepast?

Werken volgens de OW: -

Zijn de medewerkers en bestuur voorbereid op de nieuwe werkprocessen? Hebben college en raad afspraken gemaakt over verdeling van bevoegdheden?

Bestuurlijke samenwerking: -

Is het contract met de Omgevingsdienst aangepast? Hoe gaan we om met vergunningaanvragen waar we input van andere overheden nodig hebben?

Dienstverlening: -

Kunnen initiatiefnemers ook nog via de eigen website een vergunning aanvragen? In welke gevallen willen we een vooroverleg voeren?

Communicatie en Participatie: -

Wanneer moeten initiatiefnemers een uitgebreid participatie traject doorlopen? Klopt de informatie op onze website nog wel?

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

12

Binnen gemeenten wordt gewerkt aan een grote hoeveelheid (maatschappelijke) opgaven. Om ervoor te zorgen dat het implementeren van de Omgevingswet de organisatie niet onnodig extra belast, is het aan te raden om zoveel mogelijk aan te sluiten bij initiatieven en activiteiten die sowieso al worden uitgevoerd. Het voordeel daarvan is dat efficiënt wordt omgesprongen met de beschikbare capaciteit binnen de gemeente. Een ander (nog belangrijker) voordeel is dat hierdoor de veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt concreet en toepasbaar gemaakt worden. Daarnaast zorgt het voor meer draagvlak voor de overgang naar de Omgevingswet. De Omgevingswet vraagt om een andere manier van samenwerken binnen en buiten de gemeente. In veel regio’s wordt al intensief samengewerkt aan de implementatie van de Omgevingswet. Die samenwerking is noodzakelijk voor de afspraken die interbestuurlijk gemaakt moeten worden. Natuurlijk is het ook een goede manier om onderling ervaringen en ideeën uit te wisselen. Eén van de kernprincipes van de Omgevingswet is integraal werken. Daarom is het ook binnen de organisatie belangrijk om van het begin af aan vanuit verschillende disciplines en beleidsvelden samen te werken aan de nieuwe instrumenten.

Op veel plekken in het land wordt in de vorm van pilots en botsproeven al langer geoefend en geëxperimenteerd met de Omgevingswet. Vanuit de VNG en het Rijk wordt dit gestimuleerd. WERK MET WERK MAKEN 1: DIGITALISEREN BESTEMMINGSPLANNEN

Voor Midden-Delfland zijn er nog enkele bestemmingsplannen niet volledig gedigitaliseerd. Bovendien moeten er in de vigerende bestemmingsplannen nog een paar inhoudelijke wijzigingen worden doorgevoerd (bijvoorbeeld op gebied van parkeren). Door deze werkzaamheden gezamenlijk uit te voeren vóór 01-01-2022 maken we werk met werk.

WERK MET WERK MAKEN 2: INRICHTEN NIEUWE WERKPROCESSEN

Midden-Delfland werkt op dit moment aan een nieuwe set van procesafspraken over de manier waarop ze met vooroverleggen om wil gaan. Door hierbij aan te sluiten en ervoor te zorgen dat deze afspraken ook direct ‘omgevingswet-proof’ zijn heb je een deel van de werkprocessen al geregeld.

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

13

De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2022 in werking. Vanaf dat moment moeten gemeenten een Omgevingsvergunning verlenen volgens de nieuwe wet. Voor het ontwikkelen van de andere instrumenten en het doorvoeren van de gewenste veranderingen hebben gemeenten tot en met 2029 de tijd1.

In onze aanpak gaan we uit van implementatie boven transformatie. We maken gebruik van de overgangstermijnen. Onze focus ligt op de werkzaamheden die nodig zijn om op 1 januari 2022 volgens de nieuwe wet te kunnen werken. Dat betekent dat we ervoor zorgen dat de organisatie aan de minimale eisen kan voldoen. We leunen daarbij op kennis en voorbeelden vanuit de regio. Maar, we moeten hier couleur locale aan geven. Het ‘werken volgens de OW’ nemen we mee waar noodzakelijk en mogelijk. De échte transformatie, het werken vanuit een andere houding en gedrag, zal pas gaandeweg ontstaan, door ervaring op te doen met de nieuwe werkwijzen.

1

Voor andere overheden (Rijk, Provincie en Waterschappen) gelden deze overgangstermijnen niet. Zij moeten hun Omgevingsvisie en Omgevingsverordening hebben vastgesteld en gepubliceerd op de invoeringsdatum.

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

14

Omdat we gebruik maken van de overgangstermijn hoeven we niet alles tegelijk te doen. De focus van dit project is daarom gericht op wat er minimaal moet gebeuren vóór inwerkingtreding. We maken hiervoor gebruik van de lijst van minimale acties van de VNG. Om te komen tot dit projectplan hebben we een aantal stappen doorlopen. We hebben inhoudelijke gesprekken gevoerd met medewerkers die vanuit verschillende rollen bij de implementatie van de omgevingswet betrokken zijn. Het rapport wat eerder is gemaakt door bureau Senze hebben we bestudeerd en aandachtspunten die relevant zijn hebben we meegenomen in dit plan. Daarnaast zijn er voorlichtingen geweest voor de raadswerkgroep en het college. In oktober hebben we twee werksessies georganiseerd. Tijdens deze sessies is de omgevingswet toegelicht voor werknemers die er nog onbekend mee waren. Gezamenlijk hebben we de minimaal noodzakelijke acties besproken en geïnventariseerd wat ervoor nodig is om die te realiseren. Midden-Delfland heeft daarnaast een paar aanvullende specifieke wensen die we ook in dit projectplan meenemen.

Vanaf januari 2022 moeten gemeenten een Omgevingsvergunning kunnen verlenen volgens de nieuwe wet. Om dit mogelijk te maken moet een aantal zaken worden geregeld: Voor ieder initiatief moet het vanaf de invoeringsdatum mogelijk zijn om een vergunning aan te vragen via het nieuwe Omgevingsloket (in het DSO). Voor veel vergunningen gaat de proceduretijd naar 8 weken. Als er meerdere vergunning nodig zijn dan kiest een initiatiefnemer zelf of de vergunningen los van elkaar of in samenhang worden aangevraagd. Als de vergunningen in samenhang worden aangevraagd, is er één overheidsorgaan verantwoordelijk voor de afhandeling van de (gehele) aanvraag. Uitgangspunt daarbij is ‘decentraal tenzij’.

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

15

Planning actie nr: a. Bepalen in welke gevallen de raad advies met instemming wil;

5: actie 5a

b. Afspraken maken over participatie als indieningsvereisten;

3: actie 1

c. Instellen commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor beoordelen Rijksmonumenten;

8: actie 1f

d. Vaststellen Legesverordening.

2: actie 2a

e. Inventariseren van de relevante ketenpartners voor advies en Instemming; f. Afspraken maken met Omgevingsdienst Haaglanden, Hoogheemraadschap Delfland, de Veiligheidsregio en de MRDH en deze vastleggen; g. Afspraken maken met andere overheden over afhandeling gecombineerde aanvragen, adviestermijnen, omgevingstafels en leges.

4: actie 1a 4: actie 1a

4: actie 1a

Voor Midden-Delfland is Dienstverlening een belangrijk speerpunt. De gewenste mate van dienstverlening aan initiatiefnemers is richtinggevend voor het inrichten van de werkprocessen. ‘Hoe gaan we bijvoorbeeld om met vooroverleg?’ en, ‘gaan we gebruik maken van snelservice-formules?’

h. Afspraken maken over niveau van dienstverlening;

7: actie 1a

Een aantal werkprocessen zal moeten worden aangepast: i. Aanpassen werkprocessen Initiatieffase;

8: actie 1d

j. Aanpassen werkproces Vergunningverlening;

8: actie 1a

k. Aanpassen werkproces Handhaving.

8: actie 4

Bij de aanpassing hiervan is ook de Wet private Kwaliteitsborging Bouwen (WKB) van belang. Deze wet wordt tegelijkertijd met de Omgevingswet ingevoerd. Deze wet heeft gevolgen voor de werkprocessen en bevoegdheden op het gebied van toezicht

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

16

en handhaving bij bouwprojecten. Dit vraagt om afspraken over gegevensuitwisseling die nodig zijn om interne registratie systemen actueel te houden (zoals de BAG en het archief).

Voor het omzetten van bestemmingsplannen naar het Omgevingsplan van rechtswege hoef je als gemeente in principe niets te doen, maar om aanpassingen aan bestaande bestemmingsplannen voor lopende initiatieven nog door te voeren onder de huidige wetgeving moet het ontwerp bestemmingsplan ter inzage liggen vóór 1 januari 20222. Het is dus van belang om op korte termijn te inventariseren voor welke lopende initiatieven nog een bestemmingsplanwijziging nodig is en een inschatting te maken of dat nog haalbaar is. Ook zullen we moeten bepalen hoe we om gaan met initiatieven die op korte termijn gaan spelen en met de projecten die binnen de gemeente al lopen. Van een aantal bestemmingsplannen van Midden-Delfland is al duidelijk dat er nog een digitaliseringsslag moet worden gemaakt. a. Inventariseren welke ontwerp bestemmingsplannen nog voor 1 januari ter inzage liggen en het digitaliseren en aanpassen van bestaande bestemmingsplannen waar dat nodig is;

5: actie 4a.1

b. Afspreken voor welke projecten nog bestemmingsplanwijzigingen moeten worden doorgevoerd.

5: actie 4a.1

Bestemmingsplannen worden van rechtswege omgezet naar een Omgevingsplan dat via het DSO beschikbaar is. De regels voor de ‘bruidsschat’ (de regels van het Rijk die overgaan naar de gemeente) worden daaraan toegevoegd. De toepasbare regels die gelden voor de indieningsvereisten van de producten uit de bruidsschat worden door het Rijk aangeleverd.

Na de invoeringsdatum kan het Omgevingsplan ook worden gewijzigd door het verlenen van een Omgevingsvergunning voor een Omgevingsplan Activiteit (OPA). Die vergunning kan pas na invoeringsdatum worden aangevraagd. 2

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

17

Het tijdelijke Omgevingsplan bestaat uit de bestaande vigerende bestemmingsplannen plus de bruidsschat. Gemeentelijke verordeningen maken nog geen deel uit van het Omgevingsplan van rechtswege, maar ze blijven wel juridisch toetsingskader. Midden-Delfland wil graag de verordeningen die zien op de fysieke leefomgeving samenvoegen tot één Omgevingsverordening. c. Toetsen of de bruidsschatregels overeenkomen met de gemeentelijke verordeningen, vaststellen welke bruidsschatregels de gemeente wil aanpassen;

5: actie 4b.2

d. Het samenvoegen van de verschillende verordening tot 1 verordening voor de fysieke leefomgeving.

5: actie 4c.2

De gemeente heeft nog tot 2029 de tijd om te komen tot een eerste definitief vastgesteld Omgevingsplan. Door het verlenen van een vergunning die hiervan afwijkt wordt het Omgevingsplan direct aangepast. Binnen 5 jaar moet de wijziging daarna ook administratief geconsolideerd worden. Het is belangrijk om afspraken te maken over het tussentijds actueel houden van het tijdelijke omgevingsplan. e. Afspraken maken over het actueel houden en consolideren van het Omgevingsplan; f. Strategie/ routeplan maken om te komen tot een definitief omgevingsplan (uiterlijk 2029); g. Communicatie opstarten binnen de eigen organisatie (incl. gemeenteraad).

a. Visie op doorontwikkeling Omgevingsvisie en doorwerking Instrumenten b. Kostenraming doorontwikkeling Omgevingsvisie

a. Onderzoeken hoe Midden-Delfland het instrument Programma wil inzetten b. Onderzoeken welke verplichtte programma’s voor MiddenDelfland relevant zijn c. Opstellen (of aanpassen) van de verplichte programma’s

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

5: actie 4c 5: actie 4c 5: actie 4c5

5: actie 3 5: actie 3

5: actie 6b 5: actie 6b 5: actie 6b

18

Gemeenten moeten vergunningen en meldingen kunnen ontvangen vanuit het DSO en Omgevingsdocumenten (decentrale regels) moeten via het DSO worden ontsloten. Het reserveren van een tijdslot bij het Programma Aan de Slag 3met de Omgevingswet/ DSO is hiervoor de eerste stap die op korte termijn moet worden genomen a. Kunnen ontvangen van vergunningen en melding via het DSO (STAM koppeling); b. Documenten (kunnen) publiceren volgens wettelijke standaarden (STOP/TPOD); c. Advies aanvragen ontvangen/versturen via de Samenwerkingsfunctionaliteit (SWF).

6: actie 2b 6: actie 2b 6: actie 2b.2

De Omgevingswet vraagt om een snellere afhandeling van vergunningaanvragen. De VTH systemen moeten hierop worden aangepast. Mogelijk is hiervoor nieuwe software nodig. De Plansoftware moet worden aangepast aan de Omgevingswet. Midden-Delfland maakt op dit moment zelf geen bestemmingsplannen en heeft geen plansoftware ‘in huis’. Ook voor het maken van toepasbare regels (vragenbomen en indieningsvereisten) is software nodig die nu niet binnen Midden-Delfland beschikbaar is. De software voor het maken van toepasbare regels is sowieso nieuw. Het heeft de hoogste prioriteit om op korte termijn een impactanalyse te maken op dit vraagstuk. De impactanalyse zou antwoord moeten geven op de vragen: Wat is wat is er precies nodig?; Moeten we dit in eigen huis hebben of zijn er alternatieven?; Wat moeten we daarvoor regelen en wat zijn de kosten?

d. Impactanalyse Omgevingswet software;

6: actie 1a

e. Besluitvorming Omgevingswet software;

6: actie 1b

3

Aan de Slag met de Omgevingswet is een interbestuurlijk programma, opgezet door BZK en VNG in samenwerking met andere partners om te helpen met het invoeren van de Omgevingswet. Zie https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

19

f. Vervolgacties realisatie en implementatie (afhankelijk van de keuzes).

g. Toepasbare regels opstellen en publiceren. Minimaal de indieningsvereisten; h. Opschonen kern- en basisregistraties waar nodig (incl. beheerafspraken); i. Voorbereiden aanpassen (GEO) data aan werkwijze ODH e.a. ketenpartners.

6: actie 1c

8: actie 1e 6: actie 4g 6: actie 2b.7

De Omgevingswet heeft financiële gevolgen voor de gemeente. Op landelijk niveau is afgesproken dat ieder overheidsinstantie zelf de implementatiekosten betaald. De eventuele besparingen die als gevolg van het ‘werken volgens de OW’ worden gerealiseerd mogen gemeenten zelf houden. Op dit moment wordt interbestuurlijk nog gesprekken gevoerd over een structurele financiële compensatie voor aanvullende taken die naar gemeenten toe komen (zoals de bodemtaken vanuit de provincie en de milieutaken vanuit het rijk). We brengen de volgende kosten in beeld: a. De kosten van de implementatie van de minimale acties in dit plan; b. De kosten van implementatie en de doorontwikkeling ná 2022 . Bijvoorbeeld de doorontwikkeling van de Omgevingsvisie en het opstellen van het Omgevingsplan; c. De exploitatiekosten vanaf 2022. Hierin moeten onder andere de gevolgen van de uitvoering van nieuwe bevoegdheden (milieu en bodem), de aangepaste contractafspraken met de ODH en de keuzes die worden gemaakt op gebied van proces ondersteunende software worden meegenomen; d. Van de gevolgen voor de benodigde ambtelijke capaciteit wordt een inschatting gemaakt.

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

20

Bestuurlijk opdrachtgever is Wethouder Smit (Portefeuillehouder van o.a. de Omgevingswet). Omdat de Omgevingswet de gehele organisatie gaat raken en een bredere reikwijdte heeft dan alleen het domein van de ruimtelijke ordening, is het belangrijk om dit onderwerp periodiek op de agenda van het college te zetten. Daarvoor wordt er een stuurgroep ingericht die gezamenlijk integraal stuurt op de implementatie van de Omgevingswet. De bestuurlijk opdrachtgever is de voorzitter van de stuurgroep. De stuurgroep komt iedere 6 weken bij elkaar. Vanuit de gemeenteraad is een klankbordgroep ingericht voor de Omgevingsvisie. Sinds kort staat ook de implementatie van de Omgevingswet daar op de agenda. Het voorstel is om met deze groep regelmatig een technisch overleg te voeren over de (inhoudelijke) voortgang. Met de klankbordgroep stemmen we ook af hoe we de gemeenteraad betrekken bij de implementatie.

Sonja Smit

Marthe Stallenberg

Ambtelijk opdrachtgever is Marthe Stallenberg: afdelingsdirecteur Landschap, Wonen en Economie. Omdat de omgevingswet een brede impact heeft en de gehele organisatie raakt wordt een regiegroep ingericht, waarin coördinatoren/ leidinggevenden van verschillende afdelingen vertegenwoordigd zijn. De ambtelijk opdrachtgever is voorzitter van deze stuurgroep. De regiegroep komt iedere 3 weken bij elkaar.

Opdrachtnemers zijn Els Meulendijks en Sjoerd Willems. Els zal voornamelijk inhoudelijke sturing geven aan de implementatie en bereidt de regiegroep en de stuurgroep voor. Sjoerd bewaakt de voortgang van het proces en ondersteunt de trekkers van de verschillende onderdelen met aanjagen en bewaken van de integraliteit en het signaleren van risico’s.

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

Els Meulendijks & Sjoerd Willems

21

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

22

De procesregisseur en ambtelijk opdrachtnemer zorgen voor het bewaken van de samenhang tussen de verschillende onderdelen en regelt samen met de stuurgroep de beschikbare capaciteit en andere randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn. Per onderdeel of combinatie van onderdelen is naast de procesregisseur een inhoudelijk trekker aangewezen die binnen dit onderdeel stuurt op de activiteiten die in werkgroepen worden uitgevoerd. De trekkers zorgen (in overleg met de procesregisseur) voor de juiste bemensing van de werkgroep(en) op de verschillende onderliggende activiteiten. Daarbij gaat het om mensen verspreid vanuit de hele organisatie. De projectgroepen komen in het kernteam tweewekelijks bij elkaar om de voortgang te bespreken.

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

23

Om overzicht te houden op alle activiteiten die nodig zijn voor de implementatie van de Omgevingswet is een goede planning noodzakelijk. Maar het minutieus vastleggen van het hele traject is bijna niet mogelijk. Het is noodzakelijk flexibiliteit in te bouwen. In de aanloop naar de invoeringsdatum komt er nog steeds stapsgewijs steeds meer informatie beschikbaar over de precieze invulling van de wet en de reikwijdte van het DSO. Wanneer er vanuit het Rijk nog aanpassingen worden doorgevoerd als gevolg van het besluitvormingstraject over de wet of over ontwikkelingen in het DSO, dan is het van belang om te toetsen of aanpassing van de geplande activiteiten noodzakelijk is. Gemeenten kunnen zich daarbij baseren op handreikingen vanuit de VNG of het programma “Aan de slag met de Omgevingswet”. Daarnaast is het onze ervaring dat er gedurende het implementatietraject steeds nieuwe vragen en inzichten ontstaan, naarmate je langer met de nieuwe wetsinstrumenten aan de slag bent. Ook deze nieuwe inzichten kunnen tot gevolg hebben dat de planning moet worden aangepast.

We werken daarom met een ‘rolling forecast’. Een globale planning op hoofdlijnen met een uitwerking op detailniveau voor de eerste 3 tot 6 maanden vooruit. We focussen daarbij in ieder geval op de dingen die echt moeten. Deze planning toetsen we ieder kwartaal op basis de laatste informatie en stellen we waar nodig bij.

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

24

Voor dit project is externe procesbegeleiding beschikbaar voor 24 uur in de week. Aanvullend zijn 230 uren beschikbaar voor inhoudelijke ondersteuning vanuit BEECKK. Met deze uren maken we een inventarisatie van de WKB en bruidsschat. Maar voor de uitvoering van dit plan is naast externe inhuur ook inzet vanuit de organisatie nodig. Het is van belang om zo veel mogelijk inhoudelijke werkzaamheden uit te laten voor door interne medewerkers. Op die manier komen medewerkers al in een vroegtijdig stadium met de nieuwe wet en werkwijze in aanraking. De omgevingswet raakt de hele organisatie, niet alleen het ruimtelijke domein. We gaan er daarom vanuit dat inzet van medewerkers breed verspreid over de organisatie wenselijk is. Dat betekent wel dat de uren die ingezet worden door de interne organisatie op een andere manier opgevangen moeten worden. We gaan uit van de volgende uren inschatting:

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

25

Projectsturing Procesbegeleiding Stuurgroep Regiegroep Subtotaal

uren u/w 1080 24 48 80 1208

Inhoud & instrumenten Coördinatie/Trekkersrol

uren u/w 180 4

Totaal Interne uren: Totaal Externe uren: Totaal Aantal uren:

Strategie & Financien Coördinatie/ Trekkersrol

4668 1310 5978

uren u/w 90 2

Bevoegdheden

180

4

Financiele gevolgen

180

4

Omgevingsvisie

90

2

Leges Verordening

90

2

Omgevingsvergunning

540

12

Contractafspraken ODH

90

2

Tijdelijke Omgevingsplan*

540

12

Werkafspr. Ketenpartners

90

2

Omgevingsprogramma Subtotaal:

90 1620

2 36

Participatiebeleid

90

2

Externe communicatie Subtotaal:

90 720

2 16

* Hiervoor zijn 230 externe uren beschikbaar

Werken volgens de OW Coördinatie/ Trekkersrol

uren u/w 90 2

Visie op dienstverlening

45

1

Informatievoorziening Coördinatie/Trekkersrol

uren u/w 180 4

Werkproces Initiatieffase

270

6

Toepasbare Regels

360

8

Werkproces Omg. vergunning180

4

Aansluiten DSO/SWF

360

8

Werkproces Handhaving

180

4

Software

540

12

Kennis en Training Subtotaal:

45 810

1 18

Data op Orde Subtotaal:

180 1620

4 36

* Excl. benodigde uren van software leveranciers

KLAAR VOOR DE OMGEVINGSWET`

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=d4b0edfe-cc69-4b5f-b891-c52fc6a03a7d