07 MD vereniging B 072.pdf
Tekst van het document
Ontv.bev.
GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND 2021-12142 (INK)
Ui
INGEKOMEN OP
SECR.
Afdoen
Ócjui\?^U
19 APR 2021 . Kopie
/I
Vereniging
’W* ^____ j
A
lm 7 -i^3 -ooiiô
Zaaknummer:
7 0^-
OO Sfì 1 U
Gemeenteraad van Midden-Delfland Postbus 1 2636 ZG Schipluiden
Onderwerp: Ontwerp Omgevingsvisie Midden-Delfland
Schipluiden, 19 april 2021
Geachte raad,
De Midden-Delfland Vereniging komt op voor het open, groen en recreatief aantrekkelijk houden van het Midden-Delflandgebied voor de inwoners van de metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Daarbij behoort het beschermen van het open cultuurhistorisch veenweidegebied met veehouderijen (koeien in de wei), aantrekkelijke natuur en bescherming van de weidevogelstand. Dit belang, dat verder strekt dan alleen de gemeente Midden-Delfland, wordt breed onderschreven door alle gemeenten in en om het Midden-Delflandgebied. Voor de provincie Zuid-Holland is dit reden geweest om eind 2017 het Midden-Delflandgebied, op grond van de Wet Natuurbescherming, aan te wijzen als eerste Bijzonder Provinciaal Landschap in Nederland. De Midden-Delfland Vereniging heeft vanuit dit belang de Omgevingsvisie 1.0 van de gemeente Midden-Delfland gelezen in het besef dat dit document in de definitieve versie, na de inwerkingtreding van de Omgevingswet het belangrijkste ruimtelijke gemeentelijke beleidskader zal zijn. Dit document zal bepalen hoe effectief uitvoeringsinstrumenten zoals de Omgevingsvergunning ingezet kunnen worden en in welke richting de gemeente zich in ruimtelijke zin zal ontwikkelen. Het moet een integrale visie zijn, wat wil zeggen dat ook andere beleidsterreinen met impact op het ruimtegebruik in de Omgevingsvisie aan de orde moeten komen.
Het feit dat de gemeente ruim de tijd neemt om tot een definitieve Omgevingsvisie te komen en daarbij meerdere participatiemomenten aankondigt, juicht de Midden-Delfland Vereniging van harte toe. Alleen in samenspraak met bewoners en andere belanghebbenden kan deze aanzet tot het beoogde eindresultaat leiden. De vereniging maakt dan ook graag van deze eerste gelegenheid gebruik om een aantal belangrijke punten onder de aandacht te brengen voor aanscherping van de visie. Daarbij hebben we natuurlijk onze eigen gebiedsvisie 'Beelden van een toekomstig MiddenDelfland' van september 2020 als vertrekpunt genomen.
1
Beschermen en initiëren De Omgevingsvisie moet zowel een beschermende als een initiërende en faciliterende werking hebben. Voor het door de Midden-Delfland Vereniging gekoesterde buitengebied betekent dit dat de Omgevingsvisie ongewenste initiatieven moet voorkomen en gewenste initiatieven moet stimuleren. Dat is geen gemakkelijke, maar wel noodzakelijke opgave. Uit het verleden heeft de Midden-Delfland Vereniging geleerd dat het buitengebied van de gemeente erg kwetsbaar is; een kwetsbaarheid die in hoge mate blijkt bij ruimtelijke initiatieven die voortkomen uit andere belangen dan de bescherming of de versterking van dit gebied. Bovendien staat door druk van de economie de kleinschaligheid van het landschap op de tocht. De Omgevingsvisie moet duidelijk en krachtig genoeg zijn om de kwetsbaarheid van het buitengebied te beschermen. Desondanks zal Midden-Delfland veranderen door invloeden op een grotere schaal dan het gebied zelf. De economie zet het boerenbedrijf onder druk, net als maatschappelijke eisen op het gebied van ecologie en klimaat. Daarnaast zal de bodemdaling waarschijnlijk over een beperkt aantal decennia in Midden-Delfland effecten hebben, die het huidige gebruik van het gebied moeilijk, zo niet onmogelijk maken. Hier moeten Midden-Delfland en de agrarische ondernemers in het gebied op inspelen.
De Omgevingsvisie moet de veranderingen die hiervoor nodig zijn zowel initiëren als faciliteren, zonder dat nu al precies bekend is hoe dat er uit gaat zien. Ook, of misschien wel juist, als dat minder conventionele initiatieven j experimenten zijn.
Omgevingsvisie voor het hele Midden-Delflandgebied De Omgevingswet verplicht gemeenten tot het opstellen van een Omgevingsvisie voor het eigen grondgebied. Daarnaast schept deze wet de mogelijkheid om, als dat voor een bepaald gebied wenselijk is, samen met andere gemeenten en de provincie voor dat gebied een gezamenlijke of regionale omgevingsvisie op te stellen. De Midden-Delfland Vereniging dringt er bij de gemeente Midden-Delfland op aan om met de betreffende omringende gemeenten en de provincie ZuidHolland te komen tot zo'n gezamenlijke omgevingsvisie voor het hele Midden-Delflandgebied. Onderwerpen, die om zo'n gezamenlijke visie vragen, zijn onder meer: *
het open buitengebied, dat in het zuiden en in het oosten over de gemeentegrens doorloopt;
*
de inrichting, het gebruik en het onderhoud van de stadsrandbossen die grotendeels net in de omliggende gemeenten liggen;
*
de fiets- en wandelverbindingen tussen Midden-Delfland en de (veelal) stedelijke omgeving;
*
het realiseren van 'recreatieve poorten' naar Midden-Delfland;
*
afstemmen van het aanbod aan overige recreatievoorzieningen, waar onder die voor kampeerders en campers; het tegengaan van sluipverkeer door het buitengebied.
*
Zo'n gezamenlijke omgevingsvisie zou (qua Ínhoud en qua netwerk) goed kunnen voortborduren op wat er met de landschapstafel Bijzonder Provinciaal Landschap recent is gerealiseerd. Als de MiddenDelfland Vereniging daarin een rol kan vervullen, dan is ze daar graag toe bereid.
Hinken op twee gedachten De Omgevingsvisie 1.0 hinkt op twee gedachten: én het gedachtengoed van Cittaslow willen omarmen én mee willen gaan in de vaart der volken. Dat kan niet allebei, althans niet op dezelfde plek. De Midden-Delfland Vereniging heeft geen behoefte aan een bedrijventerrein als de Harnaschpolder en aan kassencomplexen in het Midden-Delflandgebied. Maar als de gemeente dat wél wil, moet de Omgevingsvisie in ruimtelijke zin scherp onderscheid maken tussen enerzijds het gebied waar het Cittaslow-gedachtengoed leidend is (buitengebied en dorpskernen) en expliciteren wat dat ruimtelijk inhoudt en anderzijds nauw omschreven uitzonderingsgebieden, waar andere regels gelden. Scherpe begrenzing van die uitzonderingsgebieden is nodig, omdat anders sluipende uitbreiding van die gebieden op de loer ligt. Voor de Midden-Delfland Vereniging zijn snelle verbindingen met de Rotterdamse haven, Schiphol en de rest van de wereld voor het buitengebied en de dorpskernen ongewenst. De vereniging dringt erop aan die snelle verbindingen - indien de Cittaslow-gemeente die écht wil - te beperken tot de genoemde uitzonderingsgebieden (Harnaschpolder en de betreffende kassencomplexen). Daarbij is het gewenst aan te geven welke verbindingen dat dan zijn (en welke dus niet).
Die 'snelle verbindingen' mogen niet leiden tot meer sluipverkeer, dus desgewenst wel toegang, maar geen doorgang voor gemotoriseerd verkeer. Daarbij moet de Omgevingsvisie wél inzetten op logische, veilige en aangename langzaam verkeersverbindingen door en om deze uitzonderingsgebieden. Met name in de Harnaschpolder staat dit onder druk.
Bescherming buitengebied niet concreet genoeg Behouden en versterken van dit gebied is in 2004 bij de vorming van de gemeente als bestuurlijke opdracht meegegeven. Aan de schoonheid, openheid en authenticiteit van het gebied wordt in de Omgevingsvisie 1.0 dan ook veel aandacht besteed. Maar veel daarvan wordt niet concreet gemaakt. Een paar voorbeelden: *
De gemeente werkt samen met de tuinbouwsector aan het emissieloos maken van de drie kassengebieden binnen de gemeente in 2027. Een lovenswaardig streven, maar wat nu als een tuinbouwondernemer niet wenst mee te werken of, omdat het de ondernemer te duur wordt, bepaalde emissies toch maar niet heeft gestopt in 2027? Dan biedt deze Omgevingsvisie geen handvatten om die situatie aan te pakken.
»
Zoals gezegd, wordt op meerdere plaatsen in de visie de schoonheid, openheid en authenticiteit van het buitengebied geroemd. Terecht natuurlijk, maar wat nu als een elders uitgekochte varkenshouder hier een boerderij opkoopt en daar een stal begint met zeg zo'n 5000 varkens? De gemeente kan hem dan niet tegenhouden op basis van deze omgevingsvisie.
»
Voor de landbouw in de gemeente schets de Omgevingsvisie 1.0 een perspectief van grondgebonden, duurzaam, kringloop en drager van het landschap. Goede visie, maar wat nu als een investeerder voortdurend vrijkomende percelen binnen de gemeente blijkt aan te kopen en zich niets blijkt aan te trekken van duurzaamheid en kringloop? De gemeente kan zich met deze Omgevingsvisie in de hand daartegen niet verweren.
»
De Harnaschpolder wordt, in tegenstelling tot de dorpen en het buitengebied, gezien als plek voor schone energievoorziening. Prima keuze, maar hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat daar op de daken en aan de gevels wél zonnepanelen komen en de gemeente als geheel
daarvan profiteert en dat níet weilanden in het buitengebied daaraan worden opgeofferd? Nergens in dit concept van de Omgevingsvisie worden daarvoor maatregelen genoemd of aangekondigd. »
De polders met de 'koe in de wei' vormen een belangrijk weidevogelgebied. Juiste constatering, maar wat gaat de gemeente doen om dat weidevogelgebied te beschermen of, liever nog, te versterken. In deze concept visie hebben wij het niet kunnen vinden.
De gemeente kan met haar ruimtelijk instrumentarium niet vertrouwen op de goede bedoelingen van iedereen. Dat instrumentarium is er (onder meer) juist om paal en perk te stellen aan initiatieven die buiten de vastgestelde kaders treden. Daartoe moeten die kaders wel duidelijk zijn aangegeven. De Midden-Delfland Vereniging betwijfelt of die sturing van de ruimtelijke ordening binnen de gemeente Midden-Delfland met deze Omgevingsvisie voldoende is gewaarborgd.
Beschermingscategorieën Beschreven wordt (op blz. 15) welke provinciale beschermingscategorieën waar in de gemeente gelden. Daarbij wordt niet vermeld waartegen die verschillende categorieën bescherming bieden en met welk doel. Het zou goed zijn als dat hier in gewone mensentaal werd beschreven. Vervolgens wordt geconstateerd dat deze beschermingscategorieën geen bescherming hebben geboden aan grootschalige infrastructurele projecten in het gebied. Dat is waar, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat deze beschermingscategorieën ook niet hebben kunnen voorkomen dat er in de gemeente minder grootschalige niet-infrastructurele, maar evenzeer ongewenste, projecten zijn gerealiseerd, zoals woningbouw en te grote stallen. Als dan wordt geconstateerd dat de provinciale beschermingscategorieën in bepaalde situaties onvoldoende bescherming bieden, dan zou je verwachten dat deze Omgevingsvisie daar extra beschermende maatregelen aan toe voegt. Die verwachting wordt in deze conceptversie evenwel helemaal niet waar gemaakt. Voor de volledigheid zou het goed zijn om hier ook de (provinciale) stiltegebieden en de (van rijkswege) beschermde dorpsgezichten ('t Woudt en Maasland) te vermelden (en op kaart te tonen).
Infrastructuur In dit concept van de Omgevingsvisie zegt de gemeente ruimte te bieden aan verbetering van enkele belangrijke infrastructurele verbindingen zoals de verbreding van de A4 en de verdubbeling van de spoorlijn Den Haag - Rotterdam. Wat zwakjes komt daar dan achteraan dat ook hier landschappelijke inpassing en compensatie voorop staat. Dit is voor de Midden-Delfland Vereniging een onverwachte en onverteerbare stellingname van de gemeente. Deze stellingname is in tegenspraak met de 'bouwsteen ruimtelijke kwaliteit' in deze Omgevingsvisie, die terecht verwoordt dat 'ontwikkelingen en nieuwe functies waarde toevoegen aan het landschap'. We dringen er sterk op aan dit 'ruimte bieden aan verbetering van enkele belangrijke infrastructurele verbindingen' in een volgende versie te schrappen. Het verbaast ons zeer dat hier door de gemeente zo over de verbreding van de A4 wordt geschreven, terwijl de gemeente eerder heeft verklaard tegenstander van deze verbreding te zijn. De verbreding van de A4 heeft alleen maar negatieve gevolgen voor de directe omgeving. Vooral de bewoners, de
weidevogels en de recreanten gaan hiervan de negatieve gevolgen ondervinden. Verkeerskundig lost het niets op, omdat de verkeersknelpunten elders liggen. En het past niet in het duurzaamheidsbeleid van de Nederlandse overheid, dat mede gericht is op het terugdringen van de automobiliteit. Het feit dat de gemeente tegen deze verbreding niet veel kan uitrichten in verband met de Crisis- en Herstelwet, betekent nog niet dat de gemeente zich ook vóór die verbreding moet uitspreken. Voor de verdubbeling van de spoorlijn Den Haag - Rotterdam ligt dat genuanceerder. In breder perspectief gezien, is deze verdubbeling een goede ontwikkeling. Maar daarbij moet wel expliciet worden geformuleerd, waaraan die spoorverdubbeling moet voldoen, namelijk verbetering van de ontsluiting per trein van het Midden-Delflandgebied én substantiële vermindering van de barrièrewerking van de spoorlijn voor langzaam verkeer en fauna (d.w.z. het spoor het liefst ondergronds). Ook het enthousiasme over het project WarmtelinQ in deze versie van de Omgevingsvisie is wat betreft de Midden-Delfland Vereniging op zijn zachtst gezegd voorbarig. Vooralsnog is een aansluiting van de gemeente Midden-Delfland op deze warmteleiding in de toekomst lang niet zeker en ziet het er niet naar uit dat er een voor het Midden-Delflandgebied minst schadelijk tracé wordt gekozen.
Die beide zaken zouden toch gegarandeerd moeten zijn, voordat de gemeente dit project omarmt.
Veeteelt en natuur Wie in de inhoudsopgave van deze concept omgevingsvisie zoekt naar kopjes als veeteelt of natuur komt bedrogen uit. Wél een paragraaf over tuinbouw (feitelijk: kassen), níet een over veeteelt en níet een over natuur. Toch opmerkelijk voor een 'grasgemeente'. De onderwerpen veeteelt en natuur blijken verstopt in de paragraaf 'grondgebruik'. Daarin staat dat 'er ruimte wordt geboden aan duurzame melkveehouderij, waar nodig verweven met natuur'. Waar nodig? Bestaat er een duurzame melkveehouderij die niet is verweven met de natuur? En wordt er dan ook nog ruimte geboden aan niet-duurzame melkveehouderij? Past een perceel met Engels raaigras en zonder weidevogels in het Midden-Delfland van over 10 jaar? Wat gaat de gemeente nog doen om de veehouders te helpen de ketens te verkorten en te stimuleren tot (meer) natuurinclusiviteit en landschapsbeheer? Is er ruimte voor experimenten, zoals regeneratieve landbouw, de teelt van nieuwe gewassen (zoals lisdodde) en andere bedrijfsvormen, bijvoorbeeld burgerparticipatie in combinatie met een breder voedselaanbod (zoals de Herenboeren en Land van Ons)? Al die vragen raken aan een ambitie die de Midden-Delfland Vereniging in een Omgevingsvisie van de landbouwgemeente Midden-Delfland verwacht. Maar dit concept maakt die verwachting niet waar. Nog twee waarnemingen in relatie tot de landbouwambitie: *
Als opgave in het kader van biodiversiteit wordt geformuleerd (tabel op blz. 23): de randen van landbouwpercelen afstemmen op vergroten van biodiversiteit. Alleen de randen is te mager als duurzame landbouw de inzet is.
*
Een ambitie met betrekking tot biologische landbouw ontbreekt. Dat is een gemiste kans voor Midden-Delfland. Als Europa al een ambitie heeft van 2596 biologische landbouw (in 2030), dan zou Midden-Delfland met zijn kleinschalige landbouw en vele goedwillende landbouwers op zijn minst dezelfde, zo niet een hogere ambitie moeten formuleren.
Daarnaast zou het in deze visie niet misstaan om de gebieden binnen de gemeente te benoemen, waar de natuur niet (zo) verweven is met de landbouw, maar meer samenhangt met recreatie of een
geheel zelfstandige functie heeft: de Vlietlanden, het Kraaiennest, het Maaslandse Bos en de beide eendenkooien. En daarbij natuurlijk te schetsen wat de toekomst van die gebieden is (meer biodiversiteit) en hoe de gemeente dat gaat realiseren. De uniciteit van de Vlietlanden wordt benoemd in het beschrijvende deel van de visie, maar dat vindt geen weerslag in de tekst van het toekomstgerichte deel. Daar zou bijvoorbeeld kunnen staan: 'de gemeente ondersteunt de plannen van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten om de Vlietlanden ecologisch te verbinden met andere natte natuurgebieden in de omgeving'.
Recreatie De Omgevingsvisie 1.0 wordt met betrekking tot recreatie niet concreter dan 'we vergroten ons aanbod aan kleinschalige voorzieningen en maken dit toegankelijk voor iedereen'. De recreatiedruk in het buitengebied neemt toe en zal naar verwachting verder toenemen. Dat leidt nu op hoogtijdagen al soms tot ergernis en overlast. Het realiseren van meer recreatieve voorzieningen en het ontvlechten van recreatievormen, die zich niet goed tot elkaar verhouden, is een deel van de oplossing. Maar de mogelijkheden daartoe in de dorpen en het stille buitengebied zijn beperkt. 'Poorten' waar onder meer de overstap van auto naar fiets wordt gestimuleerd én waar wandelroutes beginnen (en terugkomen), kunnen ook deel van de oplossing zijn. Keuzes daarin worden in het concept van de visie niet gemaakt. De stadsrandbossen zijn oorspronkelijk vooral bedoeld voor recreatie. Met uitzondering van de Broekpolder, worden deze evenwel slechts matig gebruikt. Voor een diverser aanbod én spreiding van recreatie is een andere inrichting van die bossen nodig. Daarbij zou daar dan tevens ingezet moeten worden op meer biodiversiteit. In het besef dat deze stadsrandbossen grotendeels net over de grens van de gemeente MiddenDelfland liggen, zouden dergelijke noties in deze Omgevingsvisie niet misstaan, omdat de functie van deze bossen zo nauw verweven is met (de recreatie in) Midden-Delfland.
De Midden-Delfland Vereniging zou het ook toejuichen als er in deze Omgevingsvisie aandacht besteed zou worden aan de mindervalide (bewoners en) bezoekers van de gemeente.
Bodemdaling De daling van de veenbodem is op de lange termijn één van de grootste uitdagingen voor de gemeente Midden-Delfland. Samen met andere instanties zal de gemeente hiervoor oplossingen moeten bedenken, zowel in mitigerende als in adaptieve zin. Bodemdaling wordt in de Omgevingsvisie wel genoemd als 'trend I ontwikkeling', maar niets wekt de indruk dat de gemeente hier fors mee aan de slag gaat. Het blijft bij 'een versnelde bodemdaling tegengaan'. Daar gaat niet veel stimulans van uit. Het is de Midden-Delfland Vereniging bekend dat de gemeente de bodemdaling in het gebied wel degelijk serieus neemt, maar dat komt in de tekst van deze concept visie niet tot uitdrukking.
Hieronder een paar suggesties: * *
de gemeente zet in op het vermeerderen van de kennis over de bodemdaling binnen haar grondgebied, zowel over mitigatie als over adaptatie; de gemeente werkt met anderen aan een leidraad bodemdaling, die handvatten moet formuleren om op een verantwoorde manier met bodemdaling om te gaan;
»
initiateven gericht op vertraging van of inspelen op bodemdaling binnen het gemeentelijke grondgebied kunnen rekenen op een faciliterende inzet vanuit de gemeente;
*
de gemeente initieert een regionale regiegroep in het kader van de veenweidestrategie van de Provincie Zuid-Holland; de gemeente laat onderzoeken of buffering van water in de waterbergingen binnen de gemeente ingezet kan worden om uitdroging van de bodem tegen te gaan;
* *
de gemeente streeft (onder meer samen met het Hoogheemraadschap Delfland) naar een optimalisatie van het adaptief peilbeheer en zet in op terughoudendheid met peilverlagingen met als doel de bodemdaling te verminderen.
Deze Omgevingsvisie 1.0 is ambivalent over de voor de gemeente sturende ontwikkelingsrichting op het gebied van bodemdaling. Enerzijds wordt (in paragraaf 3.2.1) de 'bouwsteen water en klimaat' opgevoerd, die stelt dat voor het omgaan met water en klimaat de gebiedskenmerken sturend moeten zijn voor de inrichting en het gebruik. Dit betekent een overgang van 'peil volgt functie' naar 'functie volgt peil'. Anderzijds wordt (in diezelfde paragraaf) de 'bouwsteen landbouw' beschreven als (onder meer) voor agrariërs aantrekkelijk en een goed economisch perspectief met versterking van de melkveehouderij. Als deze twee bouwstenen naar de verdere toekomst toe al verenigbaar zijn, zit daar zeker spanning tussen. Met 'functie volgt peil' zal de huidige vorm van landbouw met groene weilanden en de koeien in de wei op den duur niet houdbaar zijn (en vice versa). Het is waarschijnlijk teveel gevraagd om van deze Omgevingsvisie op dit punt de oplossing(en) te vragen. Maar het benoemen van deze discrepantie en de aankondiging van het zoeken van oplossingen en het benoemen van de regierol van de gemeente hierin, zou wel een eerste aanzet tot die oplossingen zijn.
Energietransitie Gelukkig staat in de Omgevingsvisie (naast veiligheid) het 'passen bij de ruimtelijke kwaliteit van onze dorpen en ons landschap' voor de gemeente voorop bij de opwekking van duurzame energie. Maar binnen die randvoorwaarde ziet de gemeente wel ruimte voor 'individuele, kleinschalige windmolens op erven'. Voor de Midden-Delfland Vereniging is het niet opvallend zichtbaar zijn van installaties voor duurzame energie een belangrijk aspect van 'passen bij de ruimtelijke kwaliteit'. Omdat windmolens ongehinderd wind moeten vangen, is het niet waarschijnlijk dat deze te realiseren zijn zonder opvallend zichtbaar te zijn. De vereniging zou graag zien dat dit in de Omgevingsvisie scherper wordt geformuleerd om de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te beschermen, ook op en rond de beeldbepalend erven van Midden-Delfland.
Ervenvisie Het is opvallend hoe weinig aandacht in de Omgevingsvisie 1.0 uitgaat naar de boerderijerven, terwijl de gemeente daar de afgelopen járen toch flink op ingezet heeft. Die ervaring heeft laten zien dat veranderingen op de erven niet per se hoeven te leiden tot groot, lelijk en niet passend in de omgeving. Zo nodig met wat hulp kan het ook subtiel, mooi en passend in de bouwtraditie van het gebied. De beplanting op het erf speelt daarbij ook een belangrijke rol. De Midden-Delfland Vereniging ziet de Omgevingsvisie als uitgelezen kans om de basis te leggen voor een 'ervenvisie'. De gemeente kan zo'n ervenvisie concretiseren door het (blijven) aanbieden van kennis en - zo nodig - een financiële tegemoetkoming. Zo'n tegemoetkoming kan helpen om keuzes te maken die bedrijfsorganisatorisch minder voor de hand liggen, maar landschappelijk veel beter zijn.
Tot slot een aantal losse opmerkingen »
Het woord 'kleinschalig' komt in deze versie van de Omgevingsvisie alleen voor in relatie tot de dorpen, de recreatie en de energieopwekking. De Midden-Delfland Vereniging ziet het streven naar behoud van kleinschaligheid in deze visie ook graag verbonden aan het buitengebied en de landbouw.
»
Een grote waarde van het landschap is de openheid daarvan. Schijnbaar in tegenspraak daarmee is de constatering dat ook bomenrijen, bomengroepen en solitaire bomen in dit landschap belangrijk zijn. Zowel voor de biodiversiteit als voor de beleving van het landschap is het belang van bomen evident. Veel bomen (rijen, groepen en solitair) hebben ook cultuurhistorische waarde. Recent is gebleken, in discussies rond de N223, dat een strikte interpretatie van het Landschapsontwikkelingsperspectief (LOP) kan leiden tot ongewenste bomenkap. De Midden-Delfland Vereniging vraagt de gemeente nadrukkelijk het LOP te herzien op basis van deze inzichten.
«
De Midden-Delfland Vereniging zou graag zien dat er in de Omgevingsvisie een aanzet wordt gegeven tot oplossingen voor het sluipverkeer over de polderwegen in het buitengebied. Dat is nu een grote ergernis voor zowel de bewoners als de recreanten. Het gaat hierbij niet alleen over sluipverkeer over de Zouteveenseweg, maar ook over de Rotterdamseweg, de Schieweg, de Oostgaag I Gaagweg en de Woudseweg.
«
Ten onrechte wordt in dit concept van de Omgevingsvisie enthousiast geschreven over de verbindingen van de dorpen naar het landschap. Ooit was dat zo, maar de nieuwbouwwijken aan de buitenkant van de dorpen staan met hun rug naar het landschap. Dat landschap ervaar je dus vrijwel alleen vanuit de tuinen van de buitenste bebouwingsrij. De gemeente zou zich moeten inzetten om de verweving van de dorpen met het landschap terug te brengen. Dat landschap is een belangrijk 'selling point' en kan ertoe bijdragen dat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen kiezen voor een woning in een van de dorpen. Daartoe moet dan wel het landschap vanuit veel meer huizen in de dorpen ervaren kunnen worden.
*
Over de 'recreatieve poort' ten zuiden van Maasland wordt geschreven alsof deze helemaal af is en aan alle eisen voldoet. Zeker zijn daar al veel voorzieningen aanwezig die bij zo'n recreatieve poort horen. Maar dat aanbod is nog niet optimaal. Ook de samenhang van deze voorzieningen en de herkenbaarheid als poort naar Midden-Delfland zou daar beter kunnen. De Midden-Delfland Vereniging zou het toejuichen als deze Omgevingsvisie meer van dit soort poorten zou aankondigen.
*
In toenemende mate worden in Midden-Delfland percelen land gebruikt voor het telen van mais. Juist als de meeste recreanten in het gebied zijn, groeit de mais tot een hoogte die de openheid van het landschap aantast. Niet uitgesloten is, dat deze mais een functie heeft in het realiseren van korte ketens. Mogelijk is hier toch een beter optimum te vinden.
*
In deze versie van de Omgevingsvisie wordt geen ambitie verwoord over het openbaar vervoer in de gemeente. Een kwartierdienst van de huidige lijn 33 en het rijden met kleine bussen (goedkoper en minder schadelijk voor de Gaagweg I Oostgaag) zou een welkome verbetering zijn voor bewoners en bezoekers. Hetzelfde geldt voor het veilig en comfortabel maken van de bushaltes.
»
Er wordt in de visie gesproken over de Harnaschpolder in termen die in een reclamefolder niet zouden misstaan: 'een prominente zichtlocatie', 'de etalage van de Harnaschpolder', 'schoon en duurzaam' en 'hoge kwaliteit'. De plek waar een MacDonalds en een KFC zit wordt zelfs aangeduid als 'foodcourt'. In de praktijk ontstaat een vormeloos en grijs bedrijventerrein van dertien in een dozijn met een bijbehorende toekomstwaarde. De gemeente lijkt geen grip te hebben op dit proces. Hoe gaat de gemeente de hoge ambities hier alsnog waar maken?
«
Volgens deze concept visie is 'het idee het verspreid liggend glas te saneren'. Dat idee ondersteunt de Midden-Delfland Vereniging graag, maar ook op dit punt ontbreekt het in dit concept aan plannen om dit idee te realiseren.
*
Bij het concept van de 'emissieloze kas' gaat de aandacht uit naar het voorkomen van de lozing van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. De Midden-Delfland Vereniging zou het toejuichen als dit in deze Omgevingsvisie zou worden verruimd tot de uitstoot van CO2 en de lichtemissie.
»
Aan een ander aspect van lichthinder zou in de Omgevingsvisie ook beperkingen moeten worden opgelegd. Dat betreft lichtgevende reclame-uitingen in het buitengebied.
*
De Omgevingsvisie 1.0 van de gemeente Midden-Delfland is rijkelijk voorzien van kaartjes. Op zich is dat erg verhelderend. Maar de kaartjes in dit concept bevatten nog wel flink wat fouten en geven aanleiding tot vragen. In de bijlage bij deze brief is een aantal daarvan opgenomen.
De Midden-Delfland Vereniging ziet met belangstelling een tweede concept van de Omgevingsvisie tegemoet. Indien nodig is de vereniging natuurlijk bereid deze reactie nader toe te lichten.
Hoogachtend,
Koos Karssen Voorzitter Midden-Delfland Vereniging
Bijlage bij de reactie van de Midden-Delfland Vereniging op de Omgevingsvisie 1.0 van de gemeente Midden-Delfland.
Fouten, vragen en opmerkingen bij de kaartjes in de Omgevingsvisie 1.0.
Samenhang meerdere kaartjes: «
In de tekst van de concept visie wordt niet expliciet gemaakt welke kassencomplexen als duurzaam worden gezien en welke niet (en dus moeten worden gesaneerd). Op de meeste kaartjes is dat onderscheid vaag aangegeven (licht grijze achtergrond versus nog lichtgrijzere achtergrond). Op het kaartje op blz. 28 worden drie kassengebieden aangegeven met een symbool met een streep erdoor (dus te saneren). Voor het kassencomplex bij het viaduct van de Woudseweg over de A4 blijft daardoor onduidelijk wat de beoogde status daarvan is. Dit complex wordt namelijk steeds met de erg lichtgrijze achtergrond weergegeven, maar het heeft op het kaartje op blz. 28 géén symbool met een streep erdoor.
Kaartje op blz. 12: *
Een omcirkelde R (met als betekenis 'grootschalige recreatiegebieden aan de randen') ter plaatse van de Ackerdijkse Plassen is onterecht, want hier wordt zeer terughoudend met recreatie omgegaan. Wel behoren het Abtswoudse Bos en het Kraaiennest zo'n omcirkelde R te krijgen.
*
Een grote groene pijl van ZW naar NO (met de betekenis 'groene ecologische en recreatieve verbindingen'), waarin bij gedetailleerdere beschouwing zeker vier passages (van rijks- en waterwegen) ontbreken. Mag dit gelezen worden als een belofte van de gemeente?
»
De aanduiding van historische waterstructuren (blauwe lijn) is niet compleet: de waterverbinding vanaf Schipluiden via de Zijde en de Groeneveldse Watering naar de Wateringse Zweth behoren die aanduiding te hebben. Datzelfde geldt voor de Wateringse Zweth zelf met aansluitend de Noordhoornse Watering en de Kastanjewatering tot aan de Vliet. Net zo vanuit Den Hoorn de Look en de Harnaschwatering en de verlengde Harnaschwatering (langs de Ommedijk). En vanaf de Schie: de Berkelse Zweth. Op de kaart staan rode lijnen, die niet in de legenda staan. Vermoedelijk duiden die de historische linten aan. Als dat zo is, dan ontbreekt de Woudselaan.
*
Kaartje op blz. 14: *
't Woudt is niet aangegeven als landmark in het landschap. Maar ook de kerktorens van Delft, Maassluis, Kerkbuurt I Kethel en Overschie zijn landmarks.
«
De aanduiding 'randen met recreatieve trekkers' geeft aanleiding tot vragen: o Is er verschil tussen de omcirkelde R en het omcirkelde wandelaartje? o Is er verschil met de omcirkelde R-en in het kaartje op blz. 12? Ofwel vanwaar de andere plekken op dat kaartje?
*
Is er verschil tussen de grote en de kleine rode sterren? Er staat een kleine rode ster net naast het teken van het kroonjuweel in de Zouteveensepolder. Feitelijk staat daar (slechts)
een groot boerderijcomplex. Die rode ster lijkt daar dus misplaatst. Deze kan beter worden verplaatst naar het einde van de Willemoordseweg aan de Vlaardingsekade. Waarop de grote rode ster bij de Schie duidt, is niet duidelijk. Wél zou een ster moeten staan t.p.v. Abtswoude. Ook het buurtschap 'De Zweth' verdient zo'n ster (hoewel grotendeels in Rotterdam). De ster van Hodenpijl staat niet goed; deze moet dichter bij de A4. »
*
*
Opmerkelijk: 1 x het symbool van weidevogelleefgebieden en 6 x een symbool van glastuinbouw! Hoewel het symbool voor het weidevogelleefgebied staat voor het hele gebied geeft het toch een rare indruk. In de Woudsepolder staat nogal nadrukkelijk een bijna noord-zuid gerichte 'kenmerkende kavelrichting'. Daar was veel meer sprake van een blokverkaveling (zoals de ondergrond terecht weergeeft). Zelfde opmerking als bij het kaartje op blz. 12 over het ontbreken van belangrijke historische watergangen
Kaartje op blz. 15: * * *
Het zou het begrip ten goede komen als in de legenda duidelijk wordt gemaakt wat die vier verschillende legenda-onderdelen qua beschermingsstatus betekenen. De kleur rood/oranje is niet erg gelukkig gekozen. Hier worden immers 'groene' waarden aangeduid. Hier zouden de stiltegebieden als beschermingsgebied ook een plek verdienen.
Kaartje op blz. 17 (Den Hoorn): «
Van de noordelijke rand van het dorp Den Hoorn kan je (helaas) niet zeggen dat het een van Delft onderscheidend gebied is.
*
Wél op de kaart, níet in de legenda het tekentje voor 'landmark in het landschap'.
*
Op dit kaartje ook de Ommedijk weergeven als groen-blauwe hoofdstructuur (verlengde van Harnaschwetering).
*
Er staat alleen een symbool van een fietser bij de Buitenwatersloot naar Delft. Niet richting 't Woudt, niet naar Schipluiden, niet langs de Ommedijk en niet langs de Lookwatering.
«
Van de twee symbolen met een paard/ruiter wordt er één in de legenda niet verklaard. Is twee overigens niet een beetje overdreven?
*
In de legenda ontbreekt het symbool van de schaatser I schaatsbaan.
*
Het symbooltje op de kaart ten noorden van de sportgebieden (is dat een tennisser?) ontbreekt ook in de legenda.
Kaartje op blz. 18 (Maasland): *
De rode pijl, die aangeeft dat het verkeer om het centrum heen gaat, valt op de kaart vrijwel weg.
»
In de legenda staat dat de trekvaart naar Maassluis gaat. Daarbij moeten ook Vlaardingen en Delft vermeld staan. Het zou passen om die trekvaart ook op de kaartjes van Schipluiden en Den Hoorn te zetten.
»
De schaatsbaan aan de Kon. Julianaweg is niet weergegeven. Is niet consequent t.o.v. de schaatsbanen in Schipluiden en bij Den Hoorn. Dan ook in de legenda.
*
Het Maaslandse Bos zou de aanduiding recreatiegebied j natuur moeten krijgen.
*
Hier staat een ander icoontje voor 'groene wijken' dan in Den Hoorn. Indien ook andere betekenis, dan graag ook duiden. Zo niet, dan beter zelfde symbool.
Kaartje op blz. 20 (Schipluiden):
»
Op het kaartje ontbreekt het symbool van de fietser I fietsverbinding bij het fietspad over de Trambrug, langs de Vlaardingsekade en de Dorppolderweg In de legenda ontbreekt het symbool van de schaatser I schaatsbaan.
*
Het museum heet 'Het Tramstation', niet 'Oude tramstation'.
* *
De 'ruggegraat Gaag' valt op het kaartje vrijwel weg; deze structuur staat ook langs de Vlaardingse Vaart aangegeven, dus is 'ruggegraat Gaag' geen goede omschrijving. Jachthaven wel in legenda, niet op kaart.
*
De volkstuinen zouden een groene aanduiding moeten krijgen (natuur I recreatie).
*
De aanduiding voor 'groene verbinding' ontbreekt aan het begin van de Zuidkade (vanaf Zouteveenseweg).
*
Kaartje op blz. 21 (Harnaschpolder): *
Op het kaartje ontbreekt het symbool van de fietser I fietsverbinding bij de Woudselaan. In de legenda ontbreekt dit symbool eveneens.
*
Zo'n fietsersymbool bij de Dijkshoornseweg, de Noordhoornseweg en Zwethkade Zuid zou ook passend zijn. Net als bij de brug over de Zweth naar Rijswijk en net als bij het Meerpad.
«
Die routes hadden ook wel met een groene bolletjes lijn mogen worden aangegeven, net als de Woudselaan. Dat geldt ook voor route langs de Ommedijk.
*
In de legenda ontbreekt de groene streepverbinding (langs de Woudeslaan en verder) en het symbool van de vrachtwagen.
Kaartje op blz. 26 (gemeentebreed): *
Cultuurhistorische hoofdstructuur: wanneer blauw en wanneer rood? Je zou zeggen blauw s water en rood s bebouwing. Maar dat klopt niet met het kaartje. Blauw is bij lange na niet compleet (zie opmerking bij kaartje op blz. 12).
*
Hier is de Tanthofkade rood aangegeven alsof het een bewoningslint is. Dat klopt niet. Het is wel een belangrijke historische, groene structuur (en alleen rood in de bebouwde kom van Den Hoorn). Wel fijn dat dit met de Dijkshoornseweg wordt vermeld als belangrijke historische structuur, in Den Hoorn kruisend met het water van De Kickert/Buitenwatersloot. Als cultuurhistorische hoofdstructuur op het kaartje ook aangegeven: Woudselaan, Wateringse Zweth, Berkelse Zweth, Middenvliet, Boonervliet, Middelwatering, Schie, Noordhoornse Watering, Look en Kerstanjewatering?
*
Kaartje op blz. 28 (buitengebied): *
Verhouding symbolen voor weidevogelleefgebieden en kassen: zie opmerking bij kaartje op blz. 14.
» *
Dorp als landmark wel in legenda, niet op kaart (moet ook niet, gaat over buitengebied). Ook een omcirkelde R in het Kraaiennest, in de Broekpolder en in het Ackerdijkse Bos.
*
'Kenmerkende kavelrichting' in de Woudsepolder: zie opmerking bij kaartje op blz. 14.
» »
Linker zwarte symbooltje op de kaart (kikker?) staat niet in legenda. Plaats van de sterren is niet correct (zie opmerking bij kaartje op blz. 14).
Een aantal zaken die bij de eerdere kaartjes zijn opgemerkt, komen in de volgende kaartjes terug. Deze worden hieronder niet opnieuw vermeld.
Kaartje op blz. 32 (Den Hoorn): *
Fietsverbinding naar Schipluiden aan de oostkant van de Gaag (staat op kaartje aan de westkant). Ook fietsverbinding richting 't Woudt weergeven.
*
Onderscheid symbooltjes 'wijken vergroenen' en '50/60 wijken' op de kaart niet te zien.
» *
Allerlei pijlen in de legenda niet verklaard. Equestrum op andere plek dan op kaartje op blz. 17.
*
De schaatsbaan van het kaartje op blz. 17 is verdwenen.
Kaartje op blz. 33 (Maasland): »
Onderscheid symbooltjes 'wijken vergroenen' en '50/60 wijken' op de kaart niet te zien.
*
Allerlei pijlen in de legenda niet verklaard.
Kaartje op blz. 34 (Schipluiden): *
Onderscheid symbooltjes 'wijken vergroenen' en '50/60 wijken' op de kaart niet te zien.
Kaartje op blz. 36 (Harnaschpolder): »
Allerlei pijlen in de legenda niet verklaard.