07 bp Woudseweg150-ON01.pdf
Tekst van het document
Inhoud Inhoud ................................................................................................................................................................................ 1 Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 2 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................................................ 2 1.2 Ligging en begrenzing plangebied............................................................................................................ 2 1.3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................................................... 3 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................. 4 Hoofdstuk 2 Bestaande en toekomstige situatie plangebied ...................................................................... 5 2.1 Landschappelijke context ..............................................................................................................................
5 2.2 Bestaande situatie plangebied .................................................................................................................... 5 2.3 Toekomstige situatie ........................................................................................................................................ 7 Hoofdstuk 3 Beleidskaders ......................................................................................................................................... 9 3.1 Rijksbeleid ............................................................................................................................................................
9 3.2 Provinciaal beleid ............................................................................................................................................12 3.3 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................15 Hoofdstuk 4 Onderzoek ............................................................................................................................................17 4.1 Milieuaspecten .................................................................................................................................................17 4.2 Waterhuishouding ..........................................................................................................................................27 4.3 Ecologie ...............................................................................................................................................................30 4.4 Archeologie en cultuurhistorie ..................................................................................................................32 4.5 Verkeer en parkeren .......................................................................................................................................34 4.6 Milieueffectrapportage (MER)
....................................................................................................................35 4.7 Kabels en leidingen ........................................................................................................................................36 Hoofdstuk 5 Juridische planopzet.........................................................................................................................37 5.1
Informatie bestemmingsplan ............................................................................................................37
5.2
Verbeelding, regels en toelichting ..................................................................................................37
5.3 Hoofdstukopbouw van de regels..............................................................................................................38 Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................................40 Hoofdstuk 7 Inspraak, overleg en zienswijzen .................................................................................................41 7.1 Inspraak ...............................................................................................................................................................41 7.2 Overleg ................................................................................................................................................................41 7.3 Zienswijzen ........................................................................................................................................................41
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 1
Hoofdstuk 1 Inleiding 1. 1 A an le i din g Initiatiefnemer is eigenaar van het perceel Woudseweg 150 en heeft de wens om op dit perceel een loonwerkersbedrijf te realiseren. De initiatiefnemer is voornemens om twee bestaande loodsen op dit perceel te slopen en daarvoor in plaats een nieuwe loods terug te bouwen. Op basis van het bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebieden’ is de voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk. Het realiseren van een loonwerkersbedrijf binnen de bestemming ‘Agrarisch Glastuinbouw’ danwel de bestemming ‘Wonen’ is uitgesloten. Dit zorgt ervoor dat een bestemmingswijziging naar ‘Bedrijf’ noodzakelijk is. Het voorliggende bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.
1. 2 Li g g in g en b eg r en zin g p l an g e b ie d Het plangebied is gelegen in de ‘Woudse Polder’. De ‘Woudse Polder’ is het open gebied tussen de kernen Den Hoorn, De Lier, Kwintsheul en Wateringen. Het plangebied ligt ten oosten van kerkdorp ‘Het Woudt’, in de hoek van de Woudseweg en de rijksweg A4. Het plangebied wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door de tuinbouwpercelen Woudseweg 150a en 148, aan de zuidzijde door het woonperceel Woudseweg 150 en aan de westzijde door het tuinbouwperceel Woudseweg 156.
Ligging plangebied in de Woudse Polder (bron: pdok) Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 2
Begrenzing plangebied (bron: open topo)
1. 3 G el de n d b e s te m mi n g sp l an Voor het plangebied is het bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebieden’ (NL.IMRO.1842.bp11bg03-va01) van toepassing. Dit plan is vastgesteld door de gemeenteraad van Midden-Delfland op 28 mei 2013. Het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ en de bestemming ‘Wonen’. Binnen het plangebied is verder een aantal dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen van kracht: • Waarde - Archeologie; • Waterstaat - Waterkering; • geluidzone – weg; • vrijwaringszone – glas. De bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ is bestemd voor glastuinbouwbedrijvigheid. Onder glastuinbouwbedrijvigheid wordt verstaan het op bedrijfsmatige wijze telen en verzorgen van gewassen in kassen. Deze producten mogen in de bedrijfsruimte/de verwerkingsruimte bij het glastuinbouwbedrijf ook worden verwerkt en verpakt. Op deze gronden mogen uitsluitend kassen, bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen worden gebouwd. De bestemming ‘Wonen’ is bedoeld voor woondoeleinden. Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend woningen met de daarbij behorende bouwwerken worden gebouwd.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 3
Uitsnede geldend bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebieden’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Toets aan bestemmingsplan Initiatiefnemer is eigenaar van het perceel Woudseweg 150 en heeft de wens om op dit perceel een loonwerkersbedrijf te realiseren. De initiatiefnemer is voornemens om twee bestaande loodsen op dit perceel te slopen en daarvoor in plaats een nieuwe loods terug te bouwen. Op basis van het bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebieden’ is de voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk. Het realiseren van een loonwerkersbedrijf binnen de bestemming ‘Agrarisch Glastuinbouw’ danwel de bestemming ‘Wonen’ is uitgesloten. Dit zorgt ervoor dat een bestemmingswijziging naar ‘Bedrijf’ noodzakelijk is. Het voorliggende bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt. 1. 4 L ees wi jz er De bestaande en toekomstige situatie wordt in hoofdstuk 2 beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het beleid beschreven dat relevant is voor deze ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid beschreven, waarbij aandacht wordt gegeven aan de milieutechnische randvoorwaarden en de planologische randvoorwaarden. Daarna wordt in hoofdstuk 5 een toelichting gegeven op de regels. In hoofdstuk 6 nader ingegaan op de economische uitvoerbaarheid. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 de inspraak, het overleg en de zienswijzen.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 4
Hoofdstuk 2 Bestaande en toekomstige situatie plangebied 2. 1 L an ds ch ap p e lij ke c on tex t De Woudse Polder maakt deel uit van een bijzondere zone in de oorspronkelijke morfologie van het landschap. Een subtiel patroon van zandige kreekruggen in de klei-op-veen bodemopbouw heeft een kenmerkende blokverkaveling tot gevolg gehad, die het gebied op een bijzondere wijze structureert. Het kerkdorp ’t Woudt en een aantal oude boerderijen zijn op subtiele wijze in dit patroon opgenomen. De Woudse Polder heeft door de Woudse Droogmakerij, het tuinbouwgebied langs de Woudseweg en de Molenlaan en de bedrijvenzone ten oosten van de A4 veel weidegrond verloren. De Woudse Droogmakerij manifesteert zich nog steeds duidelijk door de lage ligging en de aanwezige tuinbouw. De openheid van het centrale deel van deze polder wordt het sterkst beleefd halverwege de Lotsweg, de Zweth en vanaf de Woudseweg richting het kerkdorp ’t Woudt. 2. 2 Be s taa n de si t ua tie p lan g eb ie d Het plangebied is gelegen binnen het tuinbouwgebied in de hoek van de Woudseweg en de rijksweg A4. Binnen dit tuinbouwgebied liggen diverse tuinbouwbedrijven met bijbehorende kassen, bedrijfswoningen en burgerwoningen.
Uitsnede tuinbouwgebied Woudseweg (bron: pdok) Het plangebied wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door de tuinbouwpercelen Woudseweg 150a en 148, aan de zuidzijde door het woonperceel Woudseweg 150 en aan de westzijde door het tuinbouwperceel Woudseweg 156. Het plangebied betreft kadastraal perceel 117 (gedeeltelijk) en heeft een oppervlakte van circa 940 m2. Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 5
In het plangebied zijn twee bestaande loodsen gesitueerd. Deze loodsen liggen achter de woonbebouwing van het perceel Woudseweg 150. De loodsen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 380 m2 en een bouwhoogte van circa 5 meter. De loodsen zijn bereikbaar via een eigen in- en uitrit, ontsluiting vindt plaats op de Woudseweg.
Plangebied Woudseweg 150 met bestaande loodsen (bron: pdok)
Zicht vanaf de Woudseweg op de twee bestaande loodsen (bron: google maps)
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 6
2. 3 T oe ko m st ig e si t ua tie Initiatiefnemer is eigenaar van het perceel Woudseweg 150 en heeft de wens om op dit perceel een loonwerkersbedrijf te realiseren. De initiatiefnemer is voornemens om twee bestaande loodsen (circa 380 m2) op dit perceel te slopen en daarvoor in plaats een nieuwe loods terug te bouwen. De nieuws loods wordt op dezelfde plek gesitueerd als de bestaande loodsen. De nieuwe loods heeft een goothoogte van 4 meter en een bouwhoogte van 6,5 meter. De oppervlakte van de loods bedraagt 300 m2. De loods wordt uitgevoerd in sandwichpanelen met de kleur antraciet. Ontsluiting van het perceel vindt plaats via de bestaande in- en uitrit. Parkeren vindt plaats op eigen terrein.
Bestaande en nieuwe situatie (bron: Q Loods)
Voorgevel en linkerzijgevel nieuwe loods (bron: Q Loods)
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 7
Landschappelijke inpassing De nieuw te bouwen loods wordt voorzien van een landschappelijke inpassing. Aan de inpassing ligt de ‘erfgedachte’ ten grondslag. Aan de noord- en oostzijde van de nieuwe loods en aan de westzijde van het woonperceel worden bomenrijen geplaatst met gebiedseigen soorten (Wilg, Veldesdoorn en/of Els)
Landschappelijke inpassing nieuw loods (bron: KAAder advies)
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 8
Hoofdstuk 3 Beleidskaders De gemeente is in principe vrij in de keuze van het te voeren beleid. De wetgeving in Nederland gaat er wel vanuit dat er rekening wordt gehouden met het beleid van hogere overheden, vooral daar waar het regionale belangen betreft. De gemeente is niet verplicht om dit beleid te volgen, maar een afwijking daarvan moet wel duidelijk gemotiveerd worden. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op relevant rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. 3. 1 Ri jk sb e lei d 3 .1 .1 S tr uc tu ur v is ie I nf r as tr uc tu ur e n R u i m te Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft een nieuwe structuurvisie opgesteld Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) “Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig”. Het bijbehorende Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro / Amvb Ruimte) is in werking getreden op 17 december 2011. Hierna wordt kort de doelstelling van dit nieuwe beleid samengevat. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker vooropzet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden.
Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijk betrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om die nieuwe aanpak vorm te geven. De verschillende beleidsnota’s op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen die onder andere ontstaan omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. Deze structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In deze structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De forse bezuinigingsopgave maakt dat er scherp geprioriteerd moet worden. De financiële middelen zijn de komende jaren beperkt en private investeerders zijn terughoudender. Hierdoor vertragen projecten, worden deze heroverwogen of zelfs gestopt. Daarnaast werkt de huidige wijze van financiering van gebiedsontwikkeling niet meer. Nieuwe verdienmodellen en andere kostendragers zijn nodig om gebiedsontwikkeling weer van de grond te krijgen.
Tegelijkertijd vragen grote opgaven op het gebied van concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid om rijk betrokkenheid. De Amvb ruimte bevat algemene regels voor bestemmingsplannen. Zo bepaalt het Barro onder meer dat bestemmingsplannen de doorvaart voor schepen niet mogen belemmeren als in het plan zich een vrijwaringszone van een rijksvaarweg bevindt. Verder staat eveneens in dit besluit dat bestemmingsplannen binnen reserveringsgebieden geen plannen mogen bevatten die uitbreidingen van het spoor belemmeren. Een bestemmingsplanwijziging mag ook geen belemmering bevatten voor het gebruik en geschikt maken van elektriciteitsproductieinstallaties, kernenergiecentrales, hoogspanningsverbindingen, buisleidingen, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), primaire waterkeringen (buiten het kustgebied) en het IJsselmeergebied.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 9
Toets aan Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van de provincies en gemeenten zitten en laat verstedelijkings- en landschapsbeleid over aan de provincies en gemeenten. De SVIR gaat niet in op uitbreidingsmogelijkheden van individuele initiatieven waarvan in het onderhavige geval sprake is. 3 .1 .2 Be sl ui t al ge me ne r e ge l s ru i m te l ij ke o rde ni n g Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) regelt de doorwerking van nationale belangen op ruimtelijk gebied in gemeentelijke bestemmingsplannen door het stellen van de juridische kaders. Het Barro is ook wel bekend als de AMvB Ruimte. Het besluit is per 30 november 2011 in werking getreden. In het Barro zijn opgenomen: • • • • • • • • • • • • •
het Project Mainportontwikkeling Rotterdam; militaire terreinen en -objecten; de Wadden; de kust (inclusief primaire kering); de grote rivieren; de Werelderfgoederen. reserveringen uitbreidingen weg en spoor; veiligheid vaarwegen; het netwerk voor elektriciteitsvoorziening; de buitendijkse uitbreidingsruimte in het IJsselmeer; bescherming van de (overige) primaire waterkeringen; reservering voor rivierverruiming Maas; de Nationaal Natuur Netwerk (NNN).
Toets aan Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het voorliggende bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische regeling voor de realisatie van een loonwerkersbedrijf op het perceel Woudseweg 150. De initiatiefnemer is voornemens om twee bestaande loodsen op dit perceel te slopen en daarvoor in plaats een nieuwe loods terug te bouwen. In het plangebied ligt een regionale waterkeringen waarop de keur van het Hoogheemraadschap van Delfland van toepassing is. De Polderkade langs de Woudseweg heeft een zone waterstaatswerk van 14,25 meter en beschermingszone van 15 meter aan weerszijde van het waterstaatswerk. Totale keurzone van 29,25 meter. Deze waterkering is in het bestemmingsplan bestemd als dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering, waarbinnen de bescherming van de waterkering wordt geregeld. Het voorliggend bestemmingsplan ziet niet toe op wijzigingen aan de waterkering. Het voorliggend bestemmingsplan maakt geen nieuwe bebouwing mogelijk. Het betreft een vervanging van de bestaande bouwwerken, de oppervlakte wordt daarbij niet uitgebreid. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die juridisch zijn verankerd in het Barro. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 10
3.1.3 Ladder van duurzame verstedelijking In de SVIR wordt tevens de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Voorheen bestond de ladder uit drie treden die doorlopen moesten worden ter verantwoording van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar per 1 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen van kracht geworden. Eén van de belangrijkste is dat de drie treden worden losgelaten. Feitelijk is er nog maar één trede: "er dient gemotiveerd worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte." Het betreft ontwikkelingen zowel binnen als buiten stedelijk gebied. Het realiseren van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet nadrukkelijk gemotiveerd worden. In het Bro is overigens geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.
Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak (ABRvS 28 juni 2017; ECLI: NL: RVS: 2017: 1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Toets aan de Ladder van duurzame verstedelijking Het voorliggende bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische regeling voor de realisatie van een loonwerkersbedrijf op het perceel Woudseweg 150. De initiatiefnemer is voornemens om twee bestaande loodsen op dit perceel te slopen en daarvoor in plaats een nieuwe loods terug te bouwen. De bestaande loodsen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 380 m2, de nieuw te bouwen loods heeft een oppervlakte van 300 m2. Het voorliggend bestemmingsplan voorziet in kleinschalige bedrijfsbebouwing, het plandeel met de bedrijfsbestemming is beperkt van omvang en biedt beperkte gebruiksmogelijkheden. Uit jurisprudentie over de duurzame ladder is gebleken wanneer er sprake is van een ontwikkeling dat geen of beperkte toename aan bouwmogelijkheden met zich mee brengt deze niet gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is (zie ABRvS 21 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:96 r.o. 5.1. voor geen toename aan bouwmogelijkheden en Raad van state met kenmerk 201306183/1/R3 voor beperkte toename aan bouwmogelijkheden).
Daarnaast wordt de bouw van een geheel nieuw bedrijfspand aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als de oppervlakte hiervan 500 m2 of meer is. Het voorliggend plan betreft de realisatie van een loods met maximale oppervlakte van 300 m2. Omdat voorliggende ontwikkeling gepaard gaat met een afname aan bebouwingsmogelijkheden en de nieuw te bouwen loods een oppervlakte heeft minder dan 500 m2, is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de ladder van toepassing is. 3 .1 .4 Co ncl us ie Het Rijk staat de planontwikkeling, gezien het karakter van het plan, niet in de weg. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Ladder van duurzame verstedelijking.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 11
3. 2 Pr ovin ci aal b el ei d 3 .2 .1 O m ge v i n gs vi s ie Z uid - Ho l l an d Het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie op 1 april 2019 vastgesteld door de provincie Zuid-Holland en is opgesteld in kader van de Omgevingswet die in 2021 in werking treedt. Het beleid is gericht op het realiseren van maatschappelijke belangen en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. De provincie stelt in het document 'inleiding' dat onderdeel is van de Omgevingsvisie, de visie, ambities en opgaven voor de provincie. Het omvat 6 richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: - naar een klimaatbestendige delta; - naar een nieuwe economie: the next level; - naar een levendige meerkernige metropool; energievernieuwing; best bereikbare provincie; - gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Naast de 6 ambities benoemt de provincie 12 provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' in de Omgevingsvisie die vanuit provinciaal belang zijn ontwikkeld. De provincie werkt bij deze opgaven samen met andere overheden en maatschappelijke partners.
De 12 provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' zijn als volgt: - landschap en cultuurhistorie; - gezondheid en veiligheid; - natuur en recreatie; - ruimte en verstedelijking; - wonen; - bodem en ondergrond; - cultuurparticipatie en bibliotheken; klimaatadaptie; - zoetwater en drinkwater; bereikbaarheid; regionale economie - energievoorziening. 3 .2 .2 O m ge v i n gs ve ro rd e n in g Z u id -H o l l a nd De Omgevingsverordening Zuid-Holland is gelijktijdig vastgesteld met de Omgevingsvisie Zuid-Holland op 1 april 2019. Ook dit beleidsdocument is in het kader van de Omgevingswet opgesteld. De inhoud van de Omgevingsvisie is daarbij voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. De Omgevingsverordening stelt bepalingen over het voorzien van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in een bestemmingsplan. Het stelt dat de ruimtelijke ontwikkeling binnen de bestaande gebiedsidentiteit moet passen. Ook moet het geen wijziging op structuurniveau inhouden. Daarnaast moet de ruimtelijke ontwikkeling passen bij de aard en schaal van gebied. Bovendien moet de ruimtelijke ontwikkeling voldoen aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart in de Omgevingsvisie. Bij deze bepalingen stelt de Verordening nadere regels als niet aan één van de bepalingen wordt voldaan. Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 12
Daarnaast stelt de Omgevingsverordening eisen aan een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. De toelichting van het bestemmingsplan moet namelijk ingaan op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking in artikel 3.1.6 lid 2 t/m lid 4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Als de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien, en voor zover daardoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, moet er gebruik gemaakt worden van locaties die zijn opgenomen in het Programma Ruimte. In de omgevingsverordening zijn de volgende thema’s van belang voor het plangebied: Greenports Zuid-Holland kent een diversiteit aan Greenports: de Duin- en Bollenstreek met bollenteelt en sierteelt, het tuinbouwcluster met vruchtgroente, bloemen en potplanten in West-Hollland, het sierteeltcluster in de Greenport Aalsmeer en de boomteelt in de regio Boskoop. Deze Greenports vormen een belangrijke motor voor de Zuid-Hollandse en de Nederlandse economie. De combinatie van excellente teelt, de nabijheid van twee Mainports, een efficiënt logistiek systeem en de inzet op kennis en innovatie maakt dat Zuid-Holland internationaal een toppositie heeft als productie- en handelsgebied voor vers- en sierteeltproducten.
De provincie Zuid-Holland voert meerjarig beleid op de ontwikkeling van de Greenports, zodat deze toppositie behouden kan blijven. Hiervoor is nodig dat de Greenports een transitie doormaken, gericht op kwalitatief beter (duurzaam) productieareaal, schaalvergroting, bovenregionale triple helix samenwerking, ketenintegratie en nieuwe verdiencapaciteiten, zoals de biobased economy. Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart. Om te kunnen bepalen of een ontwikkeling past bij de gebiedskwaliteit, waardeert de provincie de kwaliteit van gebieden in categorieën en onderscheidt ze ruimtelijke ontwikkelingen naar hun mate van impact op de omgeving. Er wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar ook onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 13
3.2.3 Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische regeling voor de realisatie van een loonwerkersbedrijf op het perceel Woudseweg 150. De bedrijfsactiviteiten van het bedrijf bestaan nagenoeg geheel uit agrarische loonwerkzaamheden t.b.v. de bollenteelt, sierteelt en de tuinbouw. De initiatiefnemer is voornemens om twee bestaande loodsen op dit perceel te slopen en daarvoor in plaats een nieuwe loods terug te bouwen. De bestaande loodsen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 380 m2, de nieuw te bouwen loods heeft een oppervlakte van 300 m2. De nieuw te bouwen loods wordt voorzien van een landschappelijke inpassing. De nieuwe loods wordt gesitueerd op de plaats van de bestaande loodsen, hierdoor blijft de stedenbouwkundige structuur intact. De beoogde ontwikkeling past binnen de oorspronkelijke verkavelingsstructuur en heeft door de landschappelijke inpassing een positief effect op het omliggende landschap. Het ruimtelijk kwaliteitsbeeld van de omgeving wordt behouden en met de landschappelijke inpassing verbeterd. Het provinciaal beleid staat de planontwikkeling niet in de weg. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de omgevingsvisie en omgevingsverordening. Voorliggend bestemmingsplan is binnen de kaders van de Interim omgevingsverordening opgesteld.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 14
3. 3 G e me en teli jk b el ei d 3 .3 .1 S tr uc tu ur v is ie M id de n - De l fl a nd Voor het gehele grondgebied van Midden-Delfland is een structuurvisie opgesteld, vastgesteld op 5 juli 2011 door de gemeenteraad van de gemeente Midden-Delfland. Deze structuurvisie legt de hoofdlijnen van ruimtelijke ontwikkelingen en het te voeren ruimtelijk beleid vast. Midden-Delfland wil ten volle gebruikmaken van de mogelijkheden die de Wro biedt. De hoofddoelen van de structuurvisie zijn daarom als volgt geformuleerd: -
-
de structuurvisie vormt de basis en het kader voor een visie op de toekomst en het daaraan gekoppelde (ruimtelijk) beleid; de structuurvisie leidt tot een actief vereveningbeleid en een pro-actieve houding ten opzichte van nieuwe ontwikkelingen en dient als onderlegger voor de benutting van de mogelijkheden van de nieuwe Wro (grexwet); de structuurvisie vormt een kapstok èn toetsingskader voor concrete plannen.
De beleidsdocumenten Gebiedsvisie Midden-Delfland 2025, de visie Vitale Dorpen MiddenDelfland 2025 en het Landschapsontwikkelingsperspectief vormen de belangrijke bouwstenen van deze structuurvisie. Behoud door ontwikkeling is gericht op een respect volle ontwikkeling van de historische dorpen en buurtschappen in Midden-Delfland met het doel deze nog aantrekkelijker te maken om in te leven, te ondernemen en te recreëren. Het ondernemerschap leeft. Ondernemers spelen in op het unieke karakter van de dorpen in een open en groen Midden-Delfland. Ondernemerschap leeft in Midden-Delfland. Bedrijvigheid zorgt voor het kloppend hart van de gemeente. Bestaande en nieuwe ondernemers dragen bij aan bruisende dorpen en buurtschappen. De agrarische melkveehouderij en glastuinbouw zijn belangrijke economische dragers in Midden-Delfland. De activiteiten die deze bedrijfstak ontplooien spelen zich vooral in het buitengebied af. De visie Behoud door Ontwikkeling geeft het beleid aan voor de agrarische bedrijvigheid. 3 .3 .2 Co ncl us ie Het voorliggende bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische regeling voor de realisatie van een loonwerkersbedrijf op het perceel Woudseweg 150. De bedrijfsactiviteiten van het bedrijf bestaan nagenoeg geheel uit agrarische loonwerkzaamheden t.b.v. de bollenteelt, sierteelt en de tuinbouw.
De initiatiefnemer is voornemens om twee bestaande loodsen op dit perceel te slopen en daarvoor in plaats een nieuwe loods terug te bouwen. De bestaande loodsen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 380 m2, de nieuw te bouwen loods heeft een oppervlakte van 300 m2. De nieuw te bouwen loods wordt voorzien van een landschappelijke inpassing. De gemeente streeft ernaar binnen verschillende gebieden zo efficiënt mogelijk intensief met de ruimte om te gaan. Indien er nieuwe ruimtevragers zijn, wordt in eerste instantie bekeken of sprake kan zijn van intensiever ruimtegebruik, inbreiding of herstructurering. Zo kan worden voorkomen dat er uitbreiding plaatsvindt en kan op een duurzame manier met de schaarse ruimte worden omgegaan.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 15
De nieuwe loods wordt gesitueerd op de plaats van de bestaande loodsen, hierdoor blijft de stedenbouwkundige structuur intact. De beoogde ontwikkeling past binnen de oorspronkelijke verkavelingsstructuur en heeft door de landschappelijke inpassing een positief effect op het omliggende landschap. Het ruimtelijk kwaliteitsbeeld van de omgeving wordt behouden en met de landschappelijke inpassing verbeterd. Het gemeentelijk beleid staat de planontwikkeling niet in de weg. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de structuurvisie.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 16
Hoofdstuk 4 Onderzoek Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) moet de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en de ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, water, ecologie, archeologie en verkeer en vervoer. 4. 1 Mi lie ua sp e c t en 4 .1 .1 Bo de m Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig.
Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie(s). Bodemonderzoeken mogen in de regel niet ouder dan 5 jaar zijn. Een bodemonderzoek is niet nodig als: • • •
Er geen bodemwerkzaamheden worden verricht (bijvoorbeeld het bouwen van een dakkapel of het plaatsen van een extra verdieping op een gebouw); Het gaat om een verandering of vergroting waarbij geen grond wordt verzet en het gebruik hetzelfde blijft; Er al voldoende actuele en bruikbare onderzoeksresultaten bij de gemeente beschikbaar zijn, waarop de bodemtoets kan worden gebaseerd.
Onderzoek plangebied Het voorliggende bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische regeling voor de realisatie van een loonwerkersbedrijf op het perceel Woudseweg 150. De initiatiefnemer is voornemens om twee bestaande loodsen op dit perceel te slopen en daarvoor in plaats een nieuwe loods terug te bouwen. De bestaande loodsen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 380 m2, de nieuw te bouwen loods heeft een oppervlakte van 300 m2. De nieuwe loods wordt op dezelfde locatie gerealiseerd als de bestaande loodsen. Hier heeft in het verleden al grondverzet plaatsgevonden. Er zal nauwelijks nieuw grondverzet plaatsvinden. De bodemkwaliteit zal door graafwerkzaamheden dan ook niet verslechteren.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 17
De bestaande loodsen op het perceel Woudseweg 150 worden in de huidige situatie gebruikt voor bedrijfsmatige activiteiten. In de nieuwe situatie wordt de loods ook gebruikt voor bedrijfsmatige activiteiten. Er kan gesteld worden dat de (milieu-hygiënische) bodemkwaliteit geschikt is voor de bestemming ‘Bedrijf’ die nu mogelijk wordt gemaakt met het voorliggend bestemmingsplan. Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect bodem, nader onderzoek op het gebied van bodem is daarom ook niet nodig.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 18
4 .1 .2 Be d r ij ve n e n m il ie uz o ne ri n g Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is. Richtafstanden De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet (zullen) worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Omgevingstype Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is onder meer afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer.
Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende functies en richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype gemengd rustige woonwijk en rustig buitengebied (m) gebied (m) 1
10
0
2
30
10
3.1
50
30
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 19
3.2
100
50
4.1
200
100
4.2
300
200
Het uitgangspunt van de VNG handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een plangebied ontstaat. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet is het beoordelingskader voor geurhinder bij milieuvergunningen en bestemmingsplannen. Onderzoek plangebied Het voorliggende bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische regeling voor de realisatie van een loonwerkersbedrijf op het perceel Woudseweg 150. De initiatiefnemer is voornemens om twee bestaande loodsen op dit perceel te slopen en daarvoor in plaats een nieuwe loods terug te bouwen. De bestaande loodsen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 380 m2, de nieuw te bouwen loods heeft een oppervlakte van 300 m2. Op het perceel Woudseweg 150 vinden kleinschalige bedrijfsactiviteiten plaats. Het bedrijf voert ondersteunende werkzaamheden uit binnen de agrarische sector. Conform de VNGbrochure "Bedrijven en milieuzonering" geldt een milieucategorie 2 voor dit bedrijf (SBI 016, algemeen o.a.
loonbedrijven: b.o.<= 500 m²) met een bijbehorende grootste richtafstand van 30 meter, de aspecten geluid en geur zijn hier maatgevend. Ter plaatse van het plangebied zijn alleen dit type werkzaamheden toegestaan met maximale bedrijfsoppervlakte van 300 m2. De VNG-brochure ziet op de afstanden tot een rustige woonwijk, terwijl het hier gaat om een situatie met woon- en agrarische functies, die als gemengd gebied kan worden aangemerkt. Voor gemengd gebied kan volgens de systematiek van de VNG-brochure een afstand van 10 m worden gehanteerd voor milieu categorie 2. De woning op het naastgelegen perceel Woudseweg 150 ligt binnen een afstand van 10 meter van het loonwerkersbedrijf, nader onderzoek op eventueel geluidsoverlast van het loonbedrijf blijkt dan ook noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd (zie bijlage 1 bij deze toelichting). Uit het onderzoek blijkt dat de richtwaarden voor het langtijdgemiddelde op geen van de toetspunten op begane grondniveau worden overschreden met de beoogde activiteiten die alleen in de dagperiode plaatsvinden. Ook aan de normwaarden voor het maximale geluidniveau kan worden voldaan als getoetst wordt op begane grondniveau. Wanneer ook getoetst wordt op de 1e verdiepingen van de bedrijfswoningen kan een overschrijding tot 4 dB optreden.
Over het algemeen zijn daar de slaapkamers gelegen en daarvoor geldt dat het gebruik normaliter niet samenvalt met de dagperiode waarin de werkzaamheden plaatsvinden. Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering. Nader onderzoek op het gebied van bedrijven en milieuzonering heeft dat aangetoond. Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 20
4 .1 .3 G e l u id h ind e r we g ve r ke e r De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen ten aanzien van de geluidsbelasting van geluidsgevoelige functies. Er wordt onderscheidt gemaakt tussen wegverkeerslawaai en industrielawaai. Op basis van artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan waarbij een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt toegevoegd een akoestisch onderzoek te worden ingesteld. Wegverkeerslawaai: Geluidgevoelige bestemmingen nabij bestaande wegen Artikel 76 Wgh verplicht ertoe om bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen een geluidzone terzake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Bij het voorbereiden van de vaststelling van zo’n bestemmingsplan moet akoestisch onderzoek worden gedaan naar die geluidsbelasting. Op grond van artikel 74 Wgh heeft iedere weg van rechtswege een geluidzone, met uitzondering van: • •
wegen die liggen binnen een tot woonerf bestemd gebied; wegen waarop een wettelijke snelheid geldt van ten hoogste 30 kilometer per uur
De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de ligging van de weg in binnen- of buitenstedelijk gebied. In stedelijk gebied worden twee typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes: • •
wegen met een of twee rijstroken: 200 meter; wegen met drie of meer rijstroken: 350 meter.
Voor een weg buiten de bebouwde kom én voor een auto(snel)weg: • • •
voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken of drie of meer sporen: 400 meter voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 250 meter
Wanneer woningen worden geprojecteerd binnen een geluidzone moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de gevels van die woningen. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48dB. Bij een hogere geluidsbelasting moet worden gekeken of er maatregelen getroffen kunnen worden om de geluidbelasting te reduceren. Indien maatregelen onvoldoende effect geven en/of onmogelijk zijn en de geluidsbelasting niet hoger is dan de maximale grenswaarde van 53dB (Lden, inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh) kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten in een akoestisch onderzoek ook de wegen zonder geluidzone worden beschouwd. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de kaders van de Wgh.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 21
Onderzoek plangebied Het voorliggende bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische regeling voor de realisatie van een loonwerkersbedrijf op het perceel Woudseweg 150. De initiatiefnemer is voornemens om twee bestaande loodsen op dit perceel te slopen en daarvoor in plaats een nieuwe loods terug te bouwen. Het plan maakt geen geluidsgevoelige objecten en bestemmingen mogelijk. Op grond van de Wet geluidhinder hoeft er dan ook geen onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op deze objecten. Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect geluid, nader onderzoek op het gebied van geluid is daarom ook niet nodig.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 22
4 .1 .4 Lu c h tk wal i te i t Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvBnibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Rg/m3, NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Onderzoek plangebied Het voorliggende bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische regeling voor de realisatie van een loonwerkersbedrijf op het perceel Woudseweg 150. De initiatiefnemer is voornemens om twee bestaande loodsen op dit perceel te slopen en daarvoor in plaats een nieuwe loods terug te bouwen. De bestaande loodsen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 380 m2, de nieuw te bouwen loods heeft een oppervlakte van 300 m2. De verkeersaantrekkende werking in het plangebied zal dan wellicht ook iets toenemen. Hiervoor zijn de CROW gegevens geraadpleegd. Een arbeidsextensief/bezoekersextensief bedrijf (CROW) in het buitengebied heeft een maximale verkeersaantrekkende werking van 5,7 motorvoertuigbewegingen per etmaal per 100 m2 bvo. De totale verkeersaantrekkende werking, vanwege de bedrijfsactiviteiten op het perceel Woudseweg 150, bedraagt dan 17,1 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De NIBM-tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen aan de luchtkwaliteit vastgesteld kan worden. De bijdrage van het extra verkeer is bij het voorliggend plan in niet betekende mate.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 23
Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect luchtkwaliteit, nader onderzoek op het gebied van geluid is daarom ook niet nodig.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 24
4 .1 .5 E x te r ne ve il i g he id Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als lpg-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.
Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Inrichtingen Het externe veiligheidsbeleid voor inrichtingen heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Op grond van deze benadering worden in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) grenzen gesteld aan de risico's, waarbij gelet wordt op de kwetsbaarheid van functies in de omgeving. De risico's worden daarbij in twee maten gemeten: een plaatsgebonden risico (voor individuen) en een groepsrisico (voor groepen mensen).
Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is door het ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgelegd in het Basisnet (Bevt). Het doel van het Basisnet is het creëren van een duurzaam evenwicht tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkelingen en veiligheid. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 25
Onderzoek plangebied Het voorliggende bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische regeling voor de realisatie van een loonwerkersbedrijf op het perceel Woudseweg 150. De initiatiefnemer is voornemens om twee bestaande loodsen op dit perceel te slopen en daarvoor in plaats een nieuwe loods terug te bouwen. De bestaande loodsen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 380 m2, de nieuw te bouwen loods heeft een oppervlakte van 300 m2. In het plangebied is er geen sprake van het toevoegen van gevaarlijke functies. De risicokaart geeft aan dat er in de omgeving van het plangebied een risicovolle inrichting, een buisleidingen en een route gevaarlijke stoffen aanwezig is. De voornoemde objecten hebben een veiligheidszone waarbinnen het niet is toegestaan om nieuwe kwetsbare objecten te realiseren, mits wordt aangetoond dat deze voldoen aan de normen van het groepsrisico (GR) en plaatsgebonden risico (PR). Het voorliggend plan maakt de realisatie van een loonwerkersbedrijf mogelijk. Een loonwerkersbedrijf is geen locatie/gebouw waar grote aantallen personen een groot deel van de dag verblijven. Een loonwerkersbedrijf is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object.
Uitsnede risicokaart (bron: www.risicokaart.nl)
Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect externe veiligheid, nader onderzoek op het gebied van externe veiligheid is daarom ook niet nodig.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 26
4. 2 Wa ter h u ish o u din g Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen, een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin staat de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan op de waterhuishouding. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan gevolgen heeft voor de waterhuishouding (waaronder grondwater en waterveiligheid). Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: 'het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten'. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het hoogheemraadschap nader wordt behandeld. Europa: - Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: Nationaal Waterplan (NW); - Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); - Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); - Waterwet. Provinciaal: - Provinciaal Waterplan; - Provinciale Structuurvisie; - Verordening Ruimte.
Waterschapsbeleid In het Waterbeheerplan 2015-2021 beschrijft het Hoogheemraadschap van Delfland de strategische keuzes, de doelen voor het waterbeheer en de financiële consequenties daarvan. De complexiteit van het gebied en de omvang van de noodzakelijke investeringen dwingen tot het stellen van prioriteiten. Het Hoogheemraadschap gaat het beheer en onderhoud van het watersysteem optimaliseren en zal daarbij flink investeren in waterkwaliteit, waterkeringen en het voorkomen van wateroverlast en watertekort. Voor de zuiveringstechnische infrastructuur ligt de nadruk op beheren, onderhouden en optimaliseren. Daarnaast is Handreiking Watertoets vastgesteld. Deze handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking bestaat uit een procesdeel en een inhoudelijk deel. In het procesdeel wordt ingegaan op het watertoetsproces voor ruimtelijke planvorming. Het inhoudelijk deel bevat de vertaling van het actuele beleid van Delfland in ruimtelijke zin. Gemeentelijk beleid Het Waterplan Midden-Delfland is een gebiedsgericht plan van de gemeente en het Hoogheemraadschap waarin samenhangende thema's rond waterbeheer aan bod komen. Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 27
Ruimtelijke ontwikkelingen spelen hierbij een belangrijke rol. Ook ontwikkelingen als de Europese Kaderrichtlijn Water, landelijk beleid als het waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21,)) en gemeentelijke plannen, zoals een gemeentelijk rioleringsplan, komen samen in het Waterplan. Het Waterplan bestaat uit drie fasen. De watervisie, het waterstructuurplan en het uitvoeringsplan. De watervisie geeft op hoofdlijnen de doelstelling aan op het gebied van waterbeheer in de gemeente Midden-Delfland. De visie is uitgewerkt in het waterstructuurplan. Het waterstructuurplan geeft op kaart en in beschrijving weer wat de opgave in de polders van Midden-Delfland is. Bovendien maken de gemeente en Delfland afspraken over de wijze waarop de wateropgave wordt gerealiseerd. Concrete maatregelen en procesafspraken zijn gebundeld in het uitvoeringsprogramma van het waterplan. Het Waterplan is slechts een van de plannen die in Midden-Delfland spelen. Het Waterplan is afgestemd met het Landschapsontwikkelingsplan 2025, de FES-proeftuin, KRW-gebiedsproces en andere ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. Onderzoek plangebied Het voorliggende bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische regeling voor de realisatie van een loonwerkersbedrijf op het perceel Woudseweg 150.
De initiatiefnemer is voornemens om twee bestaande loodsen op dit perceel te slopen en daarvoor in plaats een nieuwe loods terug te bouwen. De bestaande loodsen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 380 m2, de nieuw te bouwen loods heeft een oppervlakte van 300 m2. Er is sprake van een afname van de bebouwing in het plangebied. De inrichting van het perceel zal iets groener dan in de huidige situatie worden. Zie hiervoor de landschappelijke inpassing in paragraaf 2.3 van deze toelichting. Per saldo zal de hoeveelheid verharding afnemen met ca. 80 m2. Conform de ingevulde watersleutel (zie bijlage 3) zou er sprake zijn van een kruimelgeval. Over eventuele compensatie in wateroppervlakte (ca. 10 m2) wordt contact opgenomen met het Hoogheemraadschap. De afvalketen en riolering blijft ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. Er is sprake van een afvoer van het hemelwater vanaf het dak en het terrein die direct op de sloot loost. Het vuilwaterriool ligt in de Woudseweg. Door middel van een hogedrukriool wordt de verbinding met het perceel gelegd. Vanwege de eventuele uitspoeling bij toepassing van zinken goten, zal zink alleen worden toegepast in gecoate vorm. Nabij het plangebied ligt een regionale waterkering waarop de keur van het Hoogheemraadschap van Delfland van toepassing is.
De Polderkade langs de Woudseweg heeft in het vigerend bestemmingsplan een zone waterstaatswerk van 14,25 meter en beschermingszone van 15 meter aan weerszijden van het waterstaatswerk. Totale keurzone van 29,25 meter. Deze waterkering is in het bestemmingsplan bestemd als dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering, waarbinnen de bescherming van de waterkering wordt geregeld. Het voorliggend bestemmingsplan ziet niet toe op wijzigingen aan de waterkering. Het voorliggend bestemmingsplan maakt geen nieuwe bebouwing mogelijk. Het betreft een vervanging van de bestaande bouwwerken, de oppervlakte wordt daarbij niet uitgebreid.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 28
Het plangebied valt net buiten de beschermingszone, zoals opgenomen in de legger. Het plangebied ligt ten noorden van de rode lijn. Zie onderstaande afbeelding.
Het Hoogheemraadschap adviseert om de nieuwe bebouwing hoger aan te leggen om zo het overstromingsrisico te verkleinen. Dit is echter onwenselijk naar de omgeving toe (hoogte / uitzicht, bezonning, wateroverlast). Ook is dat – gezien het gebruik van de bestaande fundering – niet goed mogelijk. Ook is er geen reden voor extra drooglegging: mocht het een keer gebeuren dat het nat wordt, dan is dat bij de huidige bedrijfsvoering (loonwerkbedrijf) geen enkel probleem. Er wordt geen kelder of iets dergelijks aangelegd. De bestaande fundering blijft gehandhaafd. Er zijn in de huidige situatie ook oude kelders aanwezig. Deze blijven gehandhaafd. Er is dus geen sprake van wijzigingen in of effecten op het grondwater. In het kader van klimaatadaptatie kan het hemelwater via de aan te leggen groenstroken indirect worden afgevoerd. Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect water, nader onderzoek op het gebied van water is daarom ook niet nodig.
Toelichting – Bestemmingsplan Woudseweg 150 Schipluiden 7 april 2021 29
4. 3 E c olog i e De nieuwe Wet natuurbescherming vervangt per 1 januari 2017 de Boswet, de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming biedt de grondslag voor de aanwijzing van de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Deze gebieden worden tezamen Natura2000-gebieden genoemd. Ter bescherming van deze Natura2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura2000-gebied kunnen aantasten. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming voorziet in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt van de wet is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen. Voor o.a. reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de bouw van woningen, geldt de volgende vrijstellingsregeling: • •