07 bijlage Evaluatie Armoede-en schuldenbeleid - Gemeente Midden-Delfland versie 1.0
Tekst van het document
Er hebben 57 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag: • Huishoudens die gebruikmaken van de individuele inkomenstoeslag ontvangen veelal een uitkering vanuit de Participatiewet; • Alleenstaanden maken vaker gebruik van de individuele inkomenstoeslag dan andere huishoudtypen; • De meeste gebruikers hebben een niet-westerse migratieachtergrond (56 procent) of een Nederlandse achtergrond (39 procent) dan een westerse migratieachtergrond. Collectieve zorgverzekering De gemeente biedt minima de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve aanvullende zorgverzekering van DSW. Ze krijgen korting op de premie en profiteren van extra vergoedingen voor zorgkosten. Bij de verzekeraar DSW kunnen deelnemers kiezen uit twee aanvullende pakketten: AV Standaard en AV Top. Om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering mag het huishoudinkomen niet hoger zijn dan 120 procent Wsm. In 2022 hebben in totaal 126 huishoudens gebruikgemaakt van de collectieve zorgverzekering: • Alleenstaanden maken het vaakst aanspraak op een collectieve zorgverzekering; • Gebruikers van de collectieve zorgverzekering ontvangen veelal een uitkering vanuit Participatiewet (53 procent) of een overig inkomen (29 procent); • Naar herkomst hebben de meeste huishoudens met een collectieve zorgverzekering een niet-westerse migratieachtergrond.
Sociale participatie Vanuit de Bijzondere bijstand kunnen inwoners vanaf 18 jaar aanspraak maken op een vergoeding voor sociale participatie. Hiervan kunnen zij sporten of deelnemen aan culturele activiteiten (muzikaal of creatief). Het budget bedraagt € 225 per volwassene en wordt verstrekt op declaratiebasis. De regeling wordt verstrekt tegen een inkomensgrens van 110 procent Wsm. In 2022 hebben 35 huishoudens gebruikgemaakt van de regeling voor sociale participatie. • Huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet maken vaker gebruik van de regeling voor sociale participatie dan huishoudens met een AOW-uitkering of overig inkomen; • Tweeoudergezinnen met minderjarige kinderen maken vaker aanspraak op de regeling voor sociale participatie dan andere huishoudtypen; • Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van de regeling voor sociale participatie dan huishoudens van een andere herkomst. 11 Binnen de bijzondere bijstand is ook een vergoeding mogelijk voor de aanschaf van fietsen en computers
én voor de participatie van volwassenen. Deze vergoedingen zijn als losse regelingen meegenomen om de verschillen in kaart te kunnen brengen.
26
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Computerregeling De computerregeling ondersteunt in de aanschaf van een computer of laptop onder de voorwaarde dat het huisouden drie jaar of langer moet rondkomen van een inkomen van 110 procent Wsm. De vergoeding voor een computer of laptop bedraagt € 600 en wordt maximaal eenmaal per vier jaar verstrekt. In 2022 hebben 27 huishoudens gebruikgemaakt van deze regeling. • Ruim acht op de tien gebruikers van de computerregeling ontvangt een uitkering vanuit de participatiewet; • De computerregeling wordt het vaakst benut door alleenstaanden en gezinnen met kinderen; • Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van de computerregeling dan huishoudens met een Nederlandse achtergrond. Schoolkosten De regeling Schoolkosten ondersteunt gezinnen met schoolgaande kinderen in de kosten voor het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Deze bijdrage wordt verstrekt tot een inkomensniveau van 110 procent Wsm. De bijdrage voor een basisschoolkind bedraagt € 100 per jaar. Voor een kind op de middelbare school is een bijdrage van € 250 per schooljaar beschikbaar. In 2022 hebben 23 gezinnen gebruikgemaakt van de bijdrage voor Schoolkosten.
• Huishoudens die een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangen, maken vaker gebruik van de regeling voor Schoolkosten dan huishoudens die een AOW-uitkering ontvangen of een overig inkomen hebben; • Tweeoudergezinnen met minderjarige kinderen maken vaker gebruik van de regeling voor Schoolkosten dan andere gezinstypen; • Gebruikers van de Schoolkosten regeling hebben veelal een niet-westerse migratieachtergrond, vaker dan een Nederlandse achtergrond of een westerse migratieachtergrond. Fietsregeling In de gemeente Midden-Delfland kunnen kinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan, een fiets aanvragen vanuit de bijzondere bijstand. De inkomensgrens is vastgesteld op 110 procent Wsm. De vergoeding bedraagt maximaal € 250 voor de fiets en € 50 voor bijkomende kosten. In 2022 hebben 9 huishoudens gebruikgemaakt van de fietsregeling. • Negen op de tien huishoudens die gebruikmaken van de fietsregeling ontvangen een uitkering vanuit de Participatiewet; • Tweeoudergezinnen maken vaker gebruik van de fietsregeling dan eenoudergezinnen; • Alle huishoudens die gebruikmaken van de fietsregeling hebben een niet-westerse migratieachtergrond. Jeugdfonds Sport & Cultuur Het Jeugdfonds Sport & Cultuur ondersteunt kinderen tot 18 jaar met een bijdrage om te kunnen sporten of culturele activiteiten (creatieve cursus, muziekles e.d.) te ondernemen.
De inkomensgrens is vastgesteld op 120 procent Wsm. Per kind kunnen twee activiteiten worden aangevraagd op jaarbasis. De maximale bijdrage voor sport bedraagt € 225 en € 450 voor cultuur. Daarnaast kunnen huishoudens aanspraak maken op extra ondersteuning voor kleding of materiaal. In totaal hebben 46 kinderen gebruikgemaakt van het Jeugdfonds Sport & Cultuur in 2022. • Kinderen in een huishouden met een uitkering uit de Participatiewet of een overig inkomen maken het vaakst gebruik van het Jeugdfonds Sport & Cultuur; • Kinderen uit tweeoudergezinnen maken vaker gebruik van het Jeugdfonds Sport & Cultuur dan kinderen uit eenoudergezinnen; • Kinderen in een huishouden met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van het Jeugdfonds Sport & Cultuur dan huishoudens met een andere achtergrond.
27
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Energietoeslag Wegens de grootschalige stijging van energiekosten, heeft het Rijk in 2022 een energietoeslag beschikbaar gesteld (via gemeenten) om inwoners te ondersteunen. Vanaf januari 2023 geldt ook een prijsplafond. De energietoeslag bedroeg in 2022 € 1.300 per huishouden. In de gemeente Midden-Delfland werd deze verstrekt tot een inkomensgrens van 120 procent Wsm. In totaal hebben 437 huishoudens gebruikgemaakt van de energietoeslag. Dit komt neer op 5 procent van alle huishoudens in de gemeente Midden-Delfland (8.044 huishoudens). • De gebruikers van de energietoeslag hebben veelal een overig inkomen (35 procent), zoals inkomen uit arbeid of een WW-uitkering, of een AOW-uitkering (36 procent); • De meeste gebruikers van de energietoeslag vormen een alleenstaand huishouden (52 procent); • De huishoudens die gebruikmaken van de energietoeslag hebben vaker een Nederlandse achtergrond (57 procent) dan een migratieachtergrond. Van de 437 huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de energietoeslag, hebben 249 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm (57 procent). Dit betekent dat 86 procent van de minimahuishoudens gebruik heeft gemaakt van de energietoeslag (249 van de 291 huishoudens).
• De minimahuishoudens die gebruikmaken van de energietoeslag ontvangen vaker een uitkering vanuit de Participatiewet (52 procent) dan een AOW-uitkering of overig inkomen; • Alleenstaande minima maken vaker gebruik van de energietoeslag dan andere huishoudtypen; • Minimahuishoudens die de energietoeslag benutten hebben vaker een niet-westerse migratieachtergrond dan een Nederlandse achtergrond of westerse migratieachtergrond.
28
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
4. Schuldhulpverlening 4.1. 6,5 procent van de minimahuishoudens zit ook in een SHV-traject Schuldhulpverlening is bedoeld voor inwoners die ondersteuning nodig hebben bij het oplossen van problematische schulden. Binnen de gemeente Midden-Delfland hebben 34 huishoudens gebruikgemaakt van schuldhulpverlening in 2022. Van de 34 gebruikers van schuldhulpverlening, hebben 19 huishoudens een minimuminkomen tot 120 procent Wsm (56 procent). De overige 15 huishoudens hebben een inkomen hoger dan 120 procent Wsm. Afgezet tegen alle minimahuishoudens (291 minimahuishoudens) maakt 6,5 procent van de minimahuishoudens gebruik van schuldhulpverlening. Onder niet-minimahuishoudens ligt dit aandeel veel lager, namelijk op 0,2 procent. Tabel 4.1.1 Inkomensverdeling SHV-gebruikers Schuldhulpverlening Tot 120% Wsm Overige huishoudens Totaal
2022 Aantal
% 19 15 34
56% 44% 100%
Aandeel SHV t.o.v. alle huishoudens 6,5% 0,2% 0,4%
Driekwart van de minima die gebruikmaken van schuldhulpverlening heeft een overig inkomen (inkomen uit arbeid, zzp of een WW-uitkering). Verder betreft het met name huishoudens met kinderen (59 procent) en huishoudens met een Nederlandse achtergrond (53 procent). Tabel 4.1.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 120% Wsm met SHV12 Categorie
2022 Aantal
%
Inkomensbron Participatiewet / AOW Overig inkomen Totaal
8 26 34
24% 76% 100%
Huishoudtype Huishouden zonder kinderen Huishouden met kinderen Totaal
14 20 34
41% 59% 100%
Leeftijdscategorie Tot 45 jaar 45 jaar en ouder Totaal
11 23 34
32% 68% 100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Migratieachtergrond Totaal
18 16 34
53% 47% 100%
12 In tabel 4.1.2. zijn de categorieën die kenmerken weergeven van de minimahuishoudens
samengevoegd om de privacy van de inwoners te waarborgen.
29
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
5. Inkomenseffecten Huishoudens met een minimuminkomen kunnen ondersteuning krijgen. In de komende hoofdstukken wordt in beeld gebracht wat het effect is van het landelijk beleid en het gemeentelijk beleid. In bijlage 5 is de onderzoeksmethodiek beschreven. In dit hoofdstuk staan de inkomenseffecten van het landelijk en het gemeentelijk beleid. Op welke bijdrage kan ieder huishoudtype rekenen en wat gebeurt er wanneer het inkomen stijgt.
5.1. Het effect van het landelijk beleid is groter dan het gemeentelijk beleid Minima met een inkomen op bijstandsniveau maken aanspraak op landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Het totale bedrag uit de landelijke toeslagen (zoals huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag, kindgebonden budget en mogelijk de inkomensafhankelijke combinatiekorting) is veel groter dan het totale bedrag uit de gemeentelijke regelingen. In onderstaande figuren wordt de opbouw van het maandelijks totaal inkomen bij een inkomen van 100 procent Wsm per huishoudtype weergegeven. Daarin is ook duidelijk te zien dat gezinnen met kinderen een flink hoger bedrag aan landelijke toeslagen kunnen ontvangen dan huishoudens zonder kinderen. Voor huishoudtypes met kinderen zijn daarnaast gemeentelijke kindregelingen beschikbaar, namelijk Jeugdfonds Sport en Cultuur en een regeling voor schoolkosten. Als voorbeeld: een alleenstaande ontvangt maandelijks € 1.196 als bijstandsuitkering (inclusief vakantietoeslag). Als hij gebruikmaakt van alle landelijke toeslagen, ontvangt hij daar maandelijks € 461 voor. Daarnaast kan hij maximaal € 176 aan gemeentelijke regelingen ontvangen als hij gebruikmaakt van de kwijtschelding, de collectief aanvullende zorgverzekering, de energietoeslag en de regeling voor sociale participatie. Figuur 5.1.1. Maandelijks inkomen op 100% Wsm
Maandelijkse bijdragen Uitkering
Toeslagen Rijk
Bijdrage gemeente
€ 3.500 € 3.000
€ 297 € 269
€ 2.500
€ 183 € 621
€ 2.000 € 176 € 1.500
€ 463
€ 1.708 € 1.196
€ 623 € 176
€ 1.356
€ 461
€ 1.000 € 500
€ 183 € 1.146
€ 1.708 € 1.196
€ 1.807 € 1.331
€0 Alleenstaande Paar zonder Alleenstaande kinderen ouder met kinderen
30
Paar met kinderen
Alleenstaande AOW-leeftijd
Paar AOWleeftijd
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
5.2. Opbouw maandelijkse gemeentelijke bijdrage per huishoudtype Uit de vorige paragraaf blijkt dat de (maximale) maandelijkse gemeentelijke bijdrage verschilt per huishoudtype. Hieronder geven we voor de verschillende huishoudtypes de opbouw van het totale bedrag aan gemeentelijke regelingen weer – eerst voor minima met een inkomen van 100 procent Wsm, daarna voor minima met een inkomen van 120 procent Wsm. Het bedrag van de individuele inkomenstoeslag wordt meegerekend bij de huishoudtypes die drie jaar of langer een minimuminkomen tot 100 procent Wsm hebben en daarom recht hebben op deze regeling.
5.2.1. Opbouw maximale gemeentelijke bijdrage per maand op 100 procent Wsm Als voorbeeld: een alleenstaande ontvangt maandelijks (maximaal) € 39 voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen, € 10 voor de collectief aanvullende zorgverzekering, € 108 voor de energietoeslag en € 19 voor de regeling sociale participatie. Als een alleenstaande langer dan drie jaar een inkomen tot 100 procent Wsm heeft, ontvangt hij daarnaast ook € 40 vanuit de regeling individuele inkomenstoeslag. In totaal ontvangt hij dan € 216 per maand vanuit de gemeentelijke regelingen. Figuur 5.2.1. Maandelijkse gemeentelijke bijdragen per regeling op 100% Wsm
Maandelijkse gemeentelijke bijdragen Kwijtschelding
Collectieve Zorgverzekering
Jeugdfonds Sport en Cultuur
Energietoeslag
Schoolkosten
Sociale participatie
Individuele inkomenstoeslag € 400 € 350 € 53 € 300
€ 51
€ 250
€ 19 € 29
€ 200 € 150
€ 40 € 19
€ 100
€ 108
€ 50
€ 10 € 39
€0
€ 38 € 29
€ 53 € 38
€ 108
€ 108
€ 56
€ 20 € 17
Alleenstaande Paar zonder kinderen
€ 108
€ 56
€ 19
€ 108
€ 10
€ 20
€ 46
€ 46
€ 10 € 39
Alleenstaande ouder met kinderen
Paar met kinderen
Alleenstaande AOW-leeftijd
€ 38
€ 108
€ 20 € 17 Paar AOWleeftijd
5.2.2. Veranderingen maximale gemeentelijke bijdrage bij werkaanvaarding De meeste regelingen in de gemeente Midden-Delfland worden verstrekt tot een inkomensniveau van 120 procent Wsm. Bij een inkomen hoger dan 100 procent Wsm vervalt het recht op de kwijtschelding gemeentelijke belastingen in de gemeente Midden-Delfland. Ten opzichte van de figuren in paragraaf 5.2.1 is dit deel komen te vervallen. Daarnaast vervalt vanaf 100 procent Wsm het recht op de individuele inkomenstoeslag. Verder vervallen vanaf 110 procent Wsm het 31
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
recht op de regeling voor schoolkosten en de regeling voor sociale participatie. Vanaf 120 procent vervallen de laatste gemeentelijke regelingen; de collectief aanvullende zorgverzekering, Jeugdfonds Sport en Cultuur en de energietoeslag. Als voorbeeld: een paar met kinderen met een inkomen van 120 procent Wsm ontvangt maandelijks (maximaal) € 185 uit de gemeentelijke regelingen. Dit bedrag bestaat uit € 20 voor de collectief aanvullende zorgverzekering, € 56 voor Jeugdfonds Sport en Cultuur en € 108 voor de compensatie van de energiekosten. Dit is in totaal € 112 minder dan wanneer zij een inkomen op bijstandsniveau hebben.
5.3. Het vrij besteedbaar budget loopt terug bij werkaanvaarding Alle minimahuishoudens houden door de gemeentelijke regelingen (meer) geld over voor het doen van vrije bestedingen (bedoeld voor sociale participatie). Dit is het geld dat maandelijks overblijft na aftrek van alle vaste lasten, huishoudelijke uitgaven en reserveringsuitgaven. Per huishoudtype en inkomen verschilt het bedrag dat overblijft voor vrije bestedingen aanzienlijk. Het budget dat huishoudens nodig hebben voor, of zullen uitgeven aan vrije bestedingen verschilt ook per huishoudtype. Een paar met kinderen zal daar meer aan (willen) uitgeven dan een alleenstaande. In bijlage 8 staat per huishoudtype het normbudget voor vrije bestedingen. Uiteraard zal iemand die nauwelijks geld meer over heeft, dat niet per se daaraan besteden. Dit normbedrag is afkomstig van het Nibud. In onderstaande figuren staat per huishoudtype het budget dat zij overhouden voor vrije bestedingen weergegeven. Dit is opgesplitst in wat zij zonder de gemeentelijke regelingen zouden overhouden en wat de gemeentelijke regelingen toevoegen aan het vrij besteedbaar budget. Er is een teruggang in vrij besteedbaar budget te zien bij inkomens tot 130 procent Wsm. Dit komt door het wegvallen van de gemeentelijke regelingen.
Daarnaast valt het op dat alleenstaande ouders op alle inkomensniveaus een groter vrij besteedbaar budget hebben dan paren met kinderen. Dit heeft te maken met extra toeslagen (zoals de combinatiekorting). Duiding vrij besteedbaar budget Het vrij besteedbaar budget is bedoeld voor sociale participatie (een krant, abonnement, dagje uit, op bezoek gaan enzovoort. Dat huishoudens in de plus staan betekent niet meteen dat huishoudens ook voldoende kunnen participeren. Een alleenstaande heeft volgens het Nibud € 110 nodig voor minimale sociale participatie. In figuur 5.3.1 is te zien dat daar in de begroting voldoende ruimte voor is op bijstandsniveau (€ 129 + € 176 = € 305) áls hij gebruikmaakt van alle gemeentelijke regelingen. Zie bijlage 8 voor een overzicht voor de andere huishoudtypes.
Minima zonder kinderen Bij een inkomen tot 100 procent Wsm zijn paren zonder kinderen afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen om het minimale bedrag voor sociale participatie te verkrijgen. Van de huishoudens zonder kinderen hebben paren tot 120 procent Wsm het grootste budget voor vrije bestedingen. Bij een 130 procent Wsm vervallen voor de huishoudtypes zonder kinderen alle gemeentelijke regelingen. Dit is ook zichtbaar in het bedrag aan vrije besteding, doordat er een terugval in vrije besteding is te zien bij een inkomensgrens tot 130 procent Wsm.
32
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Figuur 5.3.1. Maandelijks vrij besteedbaar budget huishoudtypes zonder kinderen, niet-AOW
Vrij besteedbaar budget: huishoudens zonder kinderen Zonder gemeentelijke bijdrage
Met alle gemeentelijke bijdragen
Paar zonder kinderen
Alleenstaande
Normbedrag sociale participatie € 110 € 129
100% Wsm
€ 176
€ 179
110% Wsm
€ 137 € 298
120% Wsm
€ 118
€ 410
130% Wsm € 152
100% Wsm
€ 183
€ 253
110% Wsm
€ 166 € 372
120% Wsm
€ 128
€ 440
130% Wsm €0
€ 100 € 200 € 300 € 400 Normbedrag sociale participatie € 176
€ 500
€ 600
€ 700
€ 800
Minima met kinderen Huishoudens met kinderen hebben bij een hoger inkomen een steeds groter budget om vrij te besteden, behalve bij een inkomen tot 130 procent Wsm. Van de twee huishoudtypes met kinderen in dit onderzoek hebben alleenstaande ouders met kinderen op ieder inkomensniveau meer budget voor het doen van vrije bestedingen, dan paren met kinderen. Dit komt omdat alleenstaande ouders langer recht hebben op hetzelfde bedrag aan landelijke toeslagen (zie paragraaf 5.1) dan paren met kinderen. Wanneer paren met kinderen met een inkomen tot 100 procent Wsm van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik maken, is er onvoldoende budget om sociaal te kunnen participeren. Een paar met kinderen heeft op bijstandsniveau een normbedrag van €309 per maand nodig voor sociale participatie. Zij hebben op dat moment echter € 258 beschikbaar voor sociale participatie. Dus een tekort van € 51. Wanneer zij gebruikmaken van alle gemeentelijke regelingen, dan hebben zij (€ 258 + € 297) € 555 voor het doen van vrije bestedingen.
33
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Figuur 5.3.2. Maandelijks vrij besteedbaar budget huishoudtypes met kinderen, niet-AOW
Vrij besteedbaar budget: huishoudens met kinderen Zonder gemeentelijke bijdrage
Met alle gemeentelijke bijdragen
Alleenstaande ouder met kinderen
Normbedrag sociale participatie € 227 € 269
€ 474
110% Wsm
€ 223 € 599
120% Wsm
€ 258
€ 297
€ 359
110% Wsm
€ 251 € 479
120% Wsm
€ 185
€ 547
130% Wsm €0
€ 175
€ 705
130% Wsm 100% Wsm
Paar met kinderen
€ 424
100% Wsm
€ 100
€ 200
€ 300
€ 400
€ 500
€ 600
€ 700
€ 800
Normbedrag sociale participatie € 309
AOW’ers AOW-gerechtigden, zowel alleenstaanden als paren, hebben op ieder inkomensniveau tussen 100 en 130 procent Wsm een vrij besteedbaar budget, ook als zij geen gebruikmaken van gemeentelijke regelingen. Zowel alleenstaanden en paren van de AOW-gerechtigde leeftijd halen op bijstandsniveau het normbedrag om te participeren. Alleenstaanden en paren met de AOW-gerechtigde leeftijd ervaren een groter vrij besteedbaar budget bij ieder hoger inkomen. Echter is er een terugval bij een inkomen van 130 procent Wsm. Dit komt omdat AOW’ers geen gebruik meer kunnen maken van de gemeentelijke regelingen. Figuur 5.3.3. Maandelijks vrij besteedbaar budget AOW-gerechtigde huishoudtypes
Vrij besteedbaar budget: huishoudens AOW gerechtigd Zonder gemeentelijke bijdrage
Met alle gemeentelijke bijdragen
Paar AOWleeftijd
Alleenstaande AOW-leeftijd
Normbedrag sociale participatie € 110 € 225
100% Wsm
€ 176 € 358
110% Wsm
€ 137 € 485
120% Wsm
€ 118
€ 562
130% Wsm € 200
100% Wsm
€ 183 € 378
110% Wsm
€ 166 € 534
120% Wsm
€ 128
€ 644
130% Wsm €0
€ 100
€ 200
€ 300
€ 400
Normbedrag sociale participatie € 176
34
€ 500
€ 600
€ 700
€ 800
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
5.4. Werken vanuit de bijstand loont meestal Een hoger inkomen leidt voor de meeste huishoudtypen in de gemeente Midden-Delfland tot een hoger totaal inkomen dan in de bijstand. Echter, voor de meeste huishoudens nemen de bijdragen van het Rijk en de gemeente af wanneer het inkomen stijgt. Dit zorgt ervoor dat het totaal inkomen van een huishouden niet altijd evenredig stijgt met de stijging van het loon. Hieronder geven we de inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding vanuit de bijstand tot een inkomen van maximaal 130 procent Wsm weer per huishoudtype. Daarna leggen we de inkomensvooruitgang per inkomensniveau uit aan de hand van twee casussen. In bijlage 7 worden al deze inkomens per huishoudtype uitgesplitst naar inkomenssoort waarmee visueel wordt weergegeven waarom het totaal inkomen stijgt of daalt. Huishoudtypes gaan er over het algemeen op vooruit Huishoudtypes gaan er bij ieder hoger inkomen (tot 130 procent Wsm) op vooruit ten opzichte van de bijstandsnorm. Figuur 5.4.1. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding, huishoudens zonder kinderen
Inkomensvooruitgang ten opzichte van de bijstandsnorm: huishoudens zonder kinderen 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
4% Alleenstaande
10% 10% 6%
Paar zonder kinderen
9% 7%
Tabel 5.4.1 Inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding, huishoudens zonder kinderen Huishoudtype Alleenstaande 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Paar zonder kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm
Nettoinkomen incl. VT
Bijdrage Rijk
Bijdrage gemeente
Totaal inkomen
Verschil tov 100% Wsm (€)
Verschil tov 100% Wsm (%)
1.196 1.315 1.435 1.554
461 461 461 453
176 137 118 0
1.833 1.913 2.014 2.007
+ 81 + 181 + 175
+ 4% + 10% + 10%
1.708 1.879 2.050 2.221
621 621 570 467
183 166 128 0
2.512 2.666 2.748 2.688
+ 153 + 236 + 175
+ 6% + 9% + 7%
Huishoudens met kinderen Huishoudens met kinderen hebben bij ieder hoger inkomen te maken met een grotere procentuele groei van het totale inkomen (zie ook figuur 5.4.2). Bij elk hoger inkomen tot 120 procent Wsm gaan zij er ten opzichte van de vorige inkomensgrens op vooruit. Er is een kleine terugval in de procentuele groei bij een inkomen van 130 procent Wsm ten opzichte van een inkomen tot 120 procent Wsm. Echter is het totaal inkomen nog wel hoger dan een inkomen in de bijstandssituatie. Bij een inkomensgrens van 100 naar 110 procent Wsm hebben huishoudens met kinderen te maken met het wegvallen van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen. De inkomensstijging
35
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
compenseert het wegvallen van deze gemeentelijke regelingen en landelijke toeslagen. Bij een inkomensstijging van 120 naar 130 procent Wsm vervalt het recht op gemeentelijke regelingen. Figuur 5.4.2. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding, huishoudens met kinderen
Inkomensvooruitgang ten opzichte van de bijstandsnorm: huishoudens met kinderen 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
4% Alleenstaande ouder met kinderen
7% 5% 4%
Paar met kinderen
6% 2%
Tabel 5.4.2 Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding, huishoudens met kinderen Huishoudtype
Nettoinkomen incl. VT
Bijdrage Rijk
Verschil tov 100% Wsm (€)
Verschil tov 100% Wsm (%)
2.820 2.932 3.010 2.960
+ 112 + 190 + 140
+ 4% + 7% + 5%
3.151 3.276 3.329 3.212
+ 125 + 178 + 61
+ 4% + 6% + 2%
Bijdrage gemeente
Totaal inkomen
269 223 175 0 297 251 185 0
Alleenstaande ouder met twee kinderen 100% Wsm 1.196 1.356 110% Wsm 1.315 1.395 120% Wsm 1.435 1.400 130% Wsm 1.554 1.406 Paar met twee kinderen 100% Wsm 1.708 1.146 110% Wsm 1.879 1.146 120% Wsm 2.050 1.095 130% Wsm 2.221 992
36
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Voorbeeldcasussen inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding Voorbeeldcasus tabel 5.4.1.: alleenstaande Hilda is alleenstaand en krijgt een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een nettoinkomen van € 1.196 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Zij heeft maandelijks recht op € 461 aan toeslagen van het Rijk. Voor Hilda bestaat dit uit huurtoeslag en zorgtoeslag. Tot slot kan Hilda rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 176 per maand. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, de korting op de collectief aanvullende zorgverzekering, energietoeslag en de regeling voor sociale participatie. In totaal heeft Hilda een inkomen van € 1.833 per maand. Als Hilda werk krijgt tegen een inkomen van 110 procent Wsm, dan stijgt haar nettoinkomen naar € 1.315 per maand. Zij houdt recht op huurtoeslag en zorgtoeslag en deze bedragen blijven onveranderd, dus € 461 per maand. Het recht op kwijtschelding komt te vervallen. Hilda heeft nog recht op de korting op de collectief aanvullende zorgverzekering, de energietoeslag en regeling voor sociale participatie. De gemeentelijke bijdragen zijn nu € 137 per maand. Bij een inkomen van 110 procent Wsm is het totaal inkomen van Hilda € 1.913. Dit is een stijging van € 81 (4 procent) ten opzichte van haar totaal inkomen bij een bijstandsuitkering.
Wanneer Hilda tegen een inkomen van 120 procent Wsm gaat werken, stijgt haar netto-inkomen naar € 1.435 per maand. De bijdrage van het Rijk blijft € 461. De regeling voor sociale participatie vervalt. Het totale inkomen van Hilda is € 2.014 per maand, € 181 (10 procent) meer dan wanneer Hilda een bijstandsuitkering heeft. Als Hilda gaat werken tegen een inkomen van 130 procent Wsm dan stijgt haar nettoinkomen naar € 1.554 per maand. De bijdragen van het Rijk zijn gedaald naar € 453 per maand. Hilda ontvangt minder huurtoeslag, haar zorgtoeslag blijft gelijk. De gemeentelijke bijdragen dalen naar € 0. Het totale inkomen van Hilda is nu € 2.007 per maand, dit is € 175 (10 procent) meer dan toen zij een bijstandsuitkering had.
37
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Voorbeeldcasus tabel 5.4.2.: paar met kinderen Daan en Sam hebben twee kinderen 8 en 13 jaar oud en krijgen een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.708 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Zij hebben maandelijks recht op € 1.146 aan toeslagen van het Rijk. Voor het gezin bestaat dit uit huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag en kindgebonden budget. Tot slot kunnen Daan en Sam rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 297 per maand. Dit bestaat uit kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, de korting op de collectief aanvullende zorgverzekering, de energietoeslag en de regeling voor sociale participatie. Voor hun kinderen maken zij nog aanspraak op Jeugdfonds Sport en Cultuur en een regeling voor schoolkosten. In totaal hebben Daan en Sam een totaal inkomen van € 3.151 per maand. Als Daan of Sam werk krijgt tegen een inkomen van 110 procent Wsm, dan stijgt hun netto-inkomen naar € 1.879 per maand. Zij houden recht op de toeslagen van het Rijk. Ze kunnen geen kwijtschelding meer aanvragen, maar houden wel het recht op de andere gemeentelijke regelingen. De gemeentelijke bijdragen zijn dan € 251 per maand. Het totaal inkomen van Daan en Sam is bij een inkomen van 110 procent Wsm € 3.276. Dit is een stijging van € 125 (4 procent) ten opzichte van hun totaal inkomen bij een bijstandsuitkering.
Wanneer Daan of Sam tegen een loon van 120 procent Wsm gaat werken, stijgt hun netto-inkomen naar € 2.050 per maand. De bijdrage van het Rijk neemt wat af, en is nu € 1.095. Het gezin verliest het recht op de regeling voor schoolkosten en een regeling voor sociale participatie; dit wordt € 185 per maand. Het totale inkomen van het gezin is dan € 3.329 per maand. Dit is € 178 (6 procent) meer dan wanneer zij een bijstandsuitkering hebben. Als Daan of Sam gaat werken tegen een inkomen van 130 procent Wsm dan stijgt hun netto-inkomen naar € 2.221 per maand. De bijdragen van het Rijk dalen verder naar € 992 per maand. Het gezin heeft geen recht op regelingen vanuit de gemeente; dit wordt € 0 per maand. Het totale inkomen van Daan en Sam is nu € 3.212 per maand, dit is € 61 (2 procent) meer dan toen zij een bijstandsuitkering hadden.
38
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
6. Behoeftepeiling Minima In dit hoofdstuk wordt het minimabeleid vanuit de doelgroep 13 in de gemeente MiddenDelfland bekeken. Deze groep inwoners heeft door middel van een vragenlijst hun mening en ervaringen over het minimabeleid kenbaar gemaakt. In de vragenlijst staat een aantal thema’s centraal, zoals: meedoen, financiële situatie, kennis en gebruik van gemeentelijke regelingen, informatievoorziening, contact met de gemeente en tips en adviezen van respondenten. Hieronder volgt een analyse van de ervaringen en meningen van de respondenten14. Meedoen Twee derde van de respondenten heeft het gevoel mee te kunnen doen in de samenleving. Daarentegen geeft een derde aan niet mee te kunnen doen. Als belemmering in het meedoen, noemen respondenten het vaakst dat weinig geld (44 procent) en een slechte gezondheid (45 procent) ervoor zorgen dat ze niet volledig mee kunnen doen. Bijna een kwart van de respondenten (22 procent) ziet het hebben van weinig sociale contacten als een belemmering. 66 procent van de respondenten is zelfstandig en de helft van de respondenten weet bij wie hij moet zijn als hij hulp nodig heeft. Tegelijkertijd voelt 54 procent zich (weleens) eenzaam. Financiële situatie Rondkomen Twee derde van de respondenten kan maandelijks niet (altijd) rondkomen. Een derde van de respondenten kan dit wel.
De helft van de respondenten die aangeeft niet rond te kunnen komen, geeft ook aan dat zij niet mee kunnen doen in de samenleving. Geldzorgen Meer dan de helft van de respondenten heeft geldzorgen. De grootste groep (63 procent) heeft ook al drie jaar of langer geldzorgen. Voor het komende jaar verwacht iets meer dan de helft dat ze rond kunnen komen. Van de groep respondenten die dit jaar niet (altijd) rond kunnen komen, verwacht driekwart dat ze volgend jaar ook niet rond kunnen komen. Het ontbreekt respondenten het meest aan financiële middelen voor sociale participatie (leuke dingen doen, meedoen aan sport en/of cultuur) en het kopen van noodzakelijke spullen (als kleding, een fiets en huishoudelijke apparaten). Bekendheid organisaties Respondenten kunnen bij geldzorgen hulp vragen bij maatschappelijke organisaties, in dit geval Stichting Welzijn Midden-Delfland (SWMD) en Schuldhulpmaatje. Bijna twee derde van de respondenten is bekend met SWMD en een vijfde van de respondenten heeft ondersteuning gekregen van deze organisatie. Schulpdhulpmaatje is bij iets meer dan de helft van de respondenten bekend en 8 procent van de respondenten heeft ondersteuning van hen ontvangen. Tegelijkertijd houdt dit in dat ruim een derde SWMD en bijna de helft van de respondenten Schuldhulpmaatje niet kent.
Gevolgen gezondheid door financiële situatie Twee derde van de respondenten heeft (min of meer) last van negatieve gevolgen door hun financiële situatie. Dit zijn bijvoorbeeld last van stress en zorgen en piekergedachten. Bij een derde van de respondenten lopen de spanningen thuis op. Onder respondenten die maandelijks niet (altijd) rond kunnen komen, is de groep met negatieve gevolgen van hun financiële situatie groter.
13 De doelgroep van de behoeftepeiling verwijst naar alle huishoudens in de gemeente die een of
meerdere minimaregelingen heeft gebruikt en/of de energietoeslag toegekend heeft gekregen. 14 De volledige analyse is weergegeven in een aparte rapportage: ‘Rapport Behoeftepeiling gemeente Midden-Delfland’, opgeleverd in juli 2023. Voor een uitgebreide weergave van de resultaten, diagrammen en analyses verwijzen wij u graag naar dat rapport.
39
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Landelijke toeslagen De landelijke toeslagen zijn bij de meeste respondenten bekend; de zorgtoeslag is bij bijna alle respondenten bekend en de huurtoeslag bij ongeveer 90 procent van de respondenten. Ook kennen nagenoeg alle respondenten het kindgebondenbudget en maken zij hier ook gebruik van. De kinderopvangtoeslag is bij ongeveer 80 procent bekend en een derde van de respondenten met kinderen maakt gebruik van deze toeslag 15. Gemeentelijke regelingen Van de gemeentelijke regelingen is de energietoeslag de meest bekende en gebruikte regeling: 83 procent van de respondenten is bekend met de regeling en 68 procent maakt ook gebruik van de regeling. De kwijtschelding gemeentelijke belastingen is bij twee derde van de respondenten bekend. De sociale participatie is onder 30 procent van de respondenten bekend en slechts 7 procent van de respondenten heeft de regeling gebruikt. Dit is opvallend, omdat respondenten ook aangeven dat zij vaak niet mee kunnen doen omdat zij te weinig geld hebben. Bij de meeste gemeentelijke regelingen geeft iets meer dan een op de tien respondenten aan dat zij niet in aanmerking komen voor de regelingen door een te hoog inkomen en/of vermogen. Figuur 6.1.1. Bekendheid en gebruik gemeentelijke regelingen (n = 81 ~ 100)
Gebruik en bekendheid gemeentelijke regelingen Ja, gebruik ik
Nee, ken ik wel
Nee, ken ik niet
Energietoeslag
Nee, inkomen/ vermogen is te hoog 68%
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
40%
Collectief Aanvullende Verzekering (CAV)
28%
33%
Bijzondere bijstand
14%
26%
Individuele inkomenstoeslag
16%
Computerregeling
11%
Sociale Participatie (voor 18 jaar en ouder)
21%
7%
23%
Studietoeslag 2%
41%
13% 4%
15%
17%
40%
39% 25%
15%
18%
13% 17%
46%
13%
60%
8%
59%
11%
47%
10%
De meeste kindregelingen zijn bekend onder de helft van de respondenten en een derde maakt ook gebruik van de regeling. Figuur 6.1.2. Bekendheid en gebruik kindregelingen onder respondenten met kinderen (n= 20~22)
Gebruik en bekendheid kindregelingen Ja, gebruik ik
Nee, ken ik wel
Nee, ken ik niet
Nee, inkomen/ vermogen is te hoog
Schoolkosten
36%
18%
Jeugdfonds Sport en Cultuur
32%
27%
41%
Zwemlesregeling
29%
33%
33%
Fietsregeling
18%
27%
46%
46%
5% 9%
15 Niet alle respondenten zullen hier gebruik van maken, omdat de kinderen niet meer in de leeftijd zijn
voor de kinderopvang.
40
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Invloed van de regelingen Ruim een kwart van de respondenten geven aan dat ze door de regelingen mee kunnen doen in de samenleving. Respondenten geven vaker aan dat hun kinderen kunnen meedoen (65 procent) dan zijzelf (28 procent). Niet-gebruik regelingen Onbekendheid van regelingen is de voornaamste reden voor niet gebruik (46 procent). Een vijfde van respondenten gebruikt de regelingen niet, omdat het aanvragen regelingen moeilijk is of dat het inkomen en/of vermogen te hoog is. Informatie Een medewerker van de gemeente vormt de belangrijkste informatiebron bij geldzorgen. Ook worden vrienden of kennissen vaak genoemd of zoekt een respondent zelf informatie op het internet. Daarnaast gebruiken respondenten ook andere informatiebronnen; zoals familie, coaches, cursus budgetbeheer en sociale mediakanalen. Tussen de 30 en 45 procent van de respondenten is positief over de informatie: een derde van de respondenten kan de informatie vinden die hij zoekt en 44 procent snapt de informatie die hij vindt of krijgt. Tegelijkertijd is de informatie voor een kwart van de respondenten niet duidelijk. Aanvraag De helft van de respondenten kan een aanvraag niet zonder hulp doen. De wijze waarop respondenten een aanvraag doen (digitaal of op papier) verschilt.
De helft van de respondenten geeft aan dit het liefst op papier te doen en de helft van de respondenten doet dit het liefst digitaal. Er is wel een voorkeur naar leeftijdscategorie: respondenten van 67 jaar en ouder hebben een voorkeur voor een papieren aanvraag, respondenten jonger dan 67 jaar hebben een voorkeur voor een digitale aanvraag. Contact Een meerderheid van de respondenten vindt dat de medewerkers voldoende tijd voor hem neemt (63 procent) en vindt dat de medewerkers hun afspraken nakomen (61 procent). Verder vindt ruim de helft (57 procent0 dat de medewerkers telefonisch goed bereikbaar zijn en dat de medewerkers hem serieus nemen. Tussen de 10 en 15 procent van de respondenten is minder tevreden over het contact met de gemeente en 33 procent van de respondenten weet niet bij wie hij moet zijn voor vragen over de regelingen. Zorgkosten Een deel van de respondenten maakt geen gebruik van de collectief aanvullende verzekering. Hiervoor zijn een aantal redenen genoemd, zoals: onbekendheid van de regeling (27 procent), overstappen naar een andere zorgverzekering is te moeilijk (12 procent) of de regeling is te duur (6 procent). Tips en adviezen Respondenten hadden de gelegenheid om tips en adviezen mee te geven: • Informatievoorziening: respondenten willen graag (meer) duidelijke informatie over de regelingen.
Dit zou volgens hen bijvoorbeeld kunnen als medewerkers van de gemeente daarin een pro-actievere rol innemen. Maar ook een duidelijk en overzichtelijke folder zou hen helpen. Daarnaast zou het respondenten helpen als het taalgebruik makkelijker zou worden. • Toegankelijkheid: Het is voor respondenten niet altijd duidelijk waar zij bepaalde informatie moeten zoeken en daarnaast hebben zij moeite met het aanvragen van regelingen. Ook wordt aangegeven dat een aantal respondenten een drempel ervaren wanneer zij een aanvraag willen doen. • Persoonlijke behandeling: respondenten hebben behoefte aan een persoonlijke behandeling. Hierbij zou rekening gehouden kunnen worden bij het leveren van passende informatie en hulp.
41
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van registratiegegevens van de verschillende lokale en landelijke regelingen die de gemeente uitvoert. Daarbij gaat het om de volgende voorzieningen: Participatiewet, minimaregelingen en kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Alle brongegevens zijn via encryptie versleuteld aangeleverd zodat ze niet te herleiden zijn tot individuele natuurlijke personen. Onderstaand beschrijven we de wijze waarop het onderzoeksbestand is aangemaakt. Stap 1 In de eerste bewerkingsstap wordt de informatie uit de genoemde registratiebronnen aan het actuele BRP-bestand (dat ook is versleuteld) gekoppeld. Op deze wijze wordt inzichtelijk welke personen gebruik maken of gebruik hebben gemaakt van welke voorziening. Stap 2 In stap 2 wordt aan de hand van de BRP een analysebestand op huishoudniveau gemaakt. We onderscheiden 8 huishoudtypes: alleenstaanden, eenoudergezinnen met minderjarige kinderen, eenoudergezinnen met minder- en meerderjarige kinderen, eenoudergezinnen met meerderjarige kinderen, meerpersoonshuishoudens zonder kinderen, meerpersoonshuishoudens met minderjarige kinderen, meerpersoonshuishoudens met minderen meerderjarige kinderen en meerpersoonshuishoudens met meerderjarige kinderen. De operationele definities van deze begrippen treft u verderop in deze verantwoording aan.
Stap 3 Het feitelijke gebruik van voorzieningen in het jaar voorafgaand aan het peilmoment van de BRP wordt op huishoudniveau vastgesteld. Indien één persoon binnen het huishouden gebruik heeft gemaakt van een bepaalde voorziening, wordt dit toegerekend naar het hele huishouden. Statistisch kader In tegenstelling tot wat gangbaar is bij sociaalwetenschappelijk onderzoek is dit rapport gebaseerd op gegevens van de totale bevolkingspopulatie. Dat betekent dat de vermelde aantallen en percentages niet getoetst hoeven te worden op statistische betrouwbaarheid en altijd de feitelijke situatie weergeven.
Operationele definitie huishouden Het bepalen van het soort en type huishouden gebeurt aan de hand van gegevens uit de bevolkingsadministratie en wel op de volgende wijze: • indien één persoon op een adres woont, is duidelijk dat er sprake is van een alleenstaande; • personen op één adres waartussen geregistreerde ouder-kindrelaties of echtrelaties bestaan worden tot een gezamenlijk huishouden gerekend; • indien er één meerderjarige op een adres woont met een ouder-kindrelatie tellen we een eenoudergezin; • indien er meer meerderjarige op een adres wonen waarbij één meerderjarige ouder is en er een ouder-kindrelatie bestaat met de andere meerderjarige (en/of minderjarige) tellen we een eenoudergezin; • als er vier of meer meerderjarigen op een adres wonen, gaan we ervan uit dat er meerdere huishoudens op dit adres gevestigd zijn; • indien er drie meerderjarigen zonder echtrelatie op één adres wonen, kijken we naar de gemiddelde leeftijd. Ligt die onder de 27 jaar dan rekenen we iedere persoon als een afzonderlijk (studenten)huishouden. Ligt deze boven de 27 jaar dan tellen we één meerpersoonshuishouden. • als er minimaal 20 personen op een gezamenlijk adres wonen, registreren we een institutioneel huishouden, tenzij de gemiddelde leeftijd van alle bewoners hoger is dan de AOW-leeftijd.
Iedere bewoner wordt dan als afzonderlijk huishouden meegeteld (gehuwden tellen als één huishouden). 42
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Zelfstandig huishouden Een zelfstandig huishouden bestaat uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien. Institutioneel huishouden Tot de institutionele huishoudens behoren adressen met minimaal 20 personen, waarbij de gemiddelde leeftijd jonger is dan de AOW-leeftijd. Hiertoe behoren bijvoorbeeld opvangcentra, penitentiaire inrichtingen, kindertehuizen en internaten. In de bevolkingsoverzichten in deze rapportage zijn deze personen meegeteld. In de hoofdstukken waar de inkomensverdeling in termen van huishoudens wordt besproken blijven zij buiten beschouwing. Besteedbaar inkomen (CBS) Besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (zoals alimentatie) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting. Het bruto-inkomen omvat winst uit onderneming, bruto-inkomsten uit arbeid, inkomsten uit vermogen en bruto ontvangen overdrachten (zoals AOW, Anw, WAO/WIA, studiefinanciering, kinderbijslag en huursubsidie). Inkomensbron In dit onderzoek worden de termen Participatiewet, AOW en ‘ander’ inkomen gebruikt. Voor de bijstandsgerechtigden is de inkomensbron direct vast te stellen. De AOW-inkomensgrondslag is bepaald op basis van de leeftijd van de huishoudoudste.
De AOW-gerechtigde huishoudens die tevens een aanvullende bijstandsuitkering ontvangen rekenen we eveneens tot deze categorie. Alle overige inkomens zijn vervolgens onder de noemer ‘ander’ inkomen gebracht. Wanneer het inkomen van een huishouden alleen bestaat uit AOW dan wordt het huishouden tot de minimapopulatie gerekend. Berekening van de duur van het minimuminkomen De duur van de periode waarin een huishouden op het minimuminkomen leeft, wordt berekend aan de hand van een combinatie van gegevens uit verschillende bronnen. Een sluitende definiëring in termen van een volledig onafgebroken periode is niet altijd mogelijk. Indien de periode tussen het gebruik van de ene regeling en de andere maximaal 30 dagen is, wordt dit daarom toch als aaneengesloten periode gezien. Wettelijk sociaal minimum Het wettelijk sociaal minimum is de actuele bijstandsnorm voor het betreffende huishoudtype. Deze normbedragen worden halfjaarlijks vastgesteld. Voor AOW-huishoudens is de netto AOWuitkering het normbedrag voor het wettelijke sociale minimum. Herkomst (CBS) Voor bepaling van herkomst wordt gekeken naar het geboorteland van de ouder(s). Iemand met een migratieachtergrond is iemand waarvan minimaal een van de ouders in het buitenland is geboren. Inwoners afkomstig uit Europa, Noord-Amerika, Australië, Japan en Indonesië worden als mensen met een westerse migratieachtergrond gezien.
Andere landen worden gezien als nietwesters.
43
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Bijlage 2. Bevolkingskarakteristieken In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de bevolkingspopulatie, op 31 december van het desbetreffende jaar. Alle huishoudens Onderstaande tabel geeft het aantal inwoners en huishoudens weer. Tabel B2.1 Aantal huishoudens en inwoners Midden-Delfland16 Categorie 2022 Aantal huishoudens 8.044 Aantal personen 19.432 Gemiddelde huishoudgrootte 2,4 Kenmerken Tabel B2.2 Kenmerken alle huishoudens in 2022 2022
Categorie
Aantal
%
2.211 211 42 208 2.632 1.625 313
27% 3% 1% 3% 32% 20% 4%
802 8.044
10% 100%
Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
192 1.816 3.420 2.616 8044
2% 23% 43% 32% 100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
6.732 699 613 8.044
84% 9% 7% 100%
Woonplaats Maasland Schipluiden Den Hoorn Totaal
2.760 1.867 3.417 8.044
34% 23% 43% 100%
Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin met minderjarige kinderen Eenoudergezin met minder- en meerderjarige kinderen Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met minderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met minder- en meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met meerderjarige kinderen Totaal
16 Alle gegevens in de tabellen in deze monitor zijn gebaseerd op gemeentelijke registratiegegevens, tenzij
anders aangegeven. Landelijke cijfers zijn afkomstig van het CBS.
44
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Bijlage 3. Kenmerken kinderen In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar in de gemeente Midden-Delfland. Kenmerken Tabel B3.1 Kenmerken alle kinderen in 2022 2022
Categorie
Aantal
Aandeel
344 55 3.187
9% 1% 79%
425
11%
4.011
100%
Leeftijdscategorie Tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal
785 1.816 1.410 4.011
20% 45% 35% 100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
3.267 269 475 4.011
81% 7% 12% 100%
Woonplaats Maasland Schipluiden Den Hoorn Totaal
1.308 797 1.906 4.011
32% 20% 48% 100%
Huishoudtype Eenoudergezin met minderjarige kinderen Eenoudergezin met minder- en meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met minderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met minder- en meerderjarige kinderen Totaal
45
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Bijlage 4. Kenmerken minima tot 100% en 110% Wsm In het rapport staan de kenmerken van de minimahuishoudens tot 120 procent Wsm centraal, omdat dit de hoogste inkomensgrens is voor de gemeentelijke regelingen. In deze bijlage geven we kenmerken weer van minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm en 110 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Tabel B4.1 Aantal huishoudens en inwoners Midden-Delfland Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% Tot 110% Tot 120% Subtotaal
2022 Aantal 229 24 38 291
% 2.8% 0.3% 0.5% 3.6%
Geen minima Totaal
7.753 8.044
96.4% 100%
Kenmerken minimahuishoudens tot 100% Wsm Tabel B4.2 Kenmerken minimahuishoudens met een inkomen tot 100% Wsm Aandeel
2022
Categorie
minima t.o.v. alle
Aantal
%
144 40 45 229
63% 17% 20% 100%
114 28
50% 12%
5% 13%
5
2%
12%
11 23 27
5% 10% 12%
5% 1% 2%
13
6%
4%
8
5%
1%
229
100%
Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
9 70 108 42 229
4% 31% 47% 18% 100%
5% 4% 3% 2%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
87 18 124 229
38% 8% 54% 100%
1% 3% 20%
Inkomensbron Participatiewet AOW-uitkering Overig inkomen Totaal Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin met minderjarige kinderen Eenoudergezin met minder- en meerderjarige kinderen Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met minderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met minder- en meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met meerderjarige kinderen Totaal
46
huish.
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Aandeel
2022
Categorie
Woonplaatsen Maasland Schipluiden Den Hoorn Totaal
Aantal
%
90 37 102 229
39% 16% 45% 100%
minima t.o.v. alle huish.
3% 2% 3%
Kenmerken minimahuishoudens tot 110% Wsm Tabel B4.3 Kenmerken minimahuishoudens met een inkomen tot 110% Wsm Aandeel
2022
Categorie
minima t.o.v. alle
Aantal
%
144 43 66 253
57% 17% 26% 100%
124 35 5
49% 14% 2%
6% 17% 12%
11 23 30
4% 9% 12%
5% 1% 2%
15
6%
5%
10
4%
1%
253
100%
Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
9 82 117 45 253
4% 32% 46% 18% 100%
5% 5% 3% 2% 5%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
101 21 131 253
40% 8% 52% 100%
2% 3% 21%
Woonplaatsen Maasland Schipluiden Den Hoorn Totaal
100 39 114 253
40% 15% 45% 100%
4% 2% 3%
Inkomensbron Participatiewet AOW-uitkering Overig inkomen Totaal Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin met minderjarige kinderen Eenoudergezin met minder- en meerderjarige kinderen Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met minderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met minder- en meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met meerderjarige kinderen Totaal
47
huish.
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Bijlage 5. Onderzoeksmethodiek inkomens effectrapportage In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden voor de Inkomens Effectrapportage.
B5.1 Huishoudens en inkomensgrenzen We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2023 voor de volgende zes huishoudtypen: Niet AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • paar zonder kinderen; • alleenstaande ouder met twee kinderen (8 en 13 jaar); • paar (twee volwassenen) met twee kinderen (8 en 13 jaar). AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • paar (twee volwassenen). We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120 en 130 procent Wsm.
B5.2 Inkomensbronnen Het totaal inkomen van de minimahuishoudens is opgebouwd uit het netto-inkomen, de gemeentelijke regelingen en diverse toeslagen van het Rijk. Specifiek gaat het om de volgende categorieën: • •
•
netto-inkomen inclusief vakantietoeslag; bijdrage Rijk: o huurtoeslag; o zorgtoeslag; o kinderbijslag; o kindgebonden budget; o combinatiekorting. gemeentelijke minimaregelingen.
B5.3 Gemeentelijke minimaregelingen In de onderstaande tabel volgt een overzicht van de gemeentelijke minimaregelingen in 2023. In bijlage 6 worden deze regelingen verder toegelicht. De gemeente rekent niet met de kostendelersnorm als het gaat om het recht op de regelingen. Tabel B5.3.1 Gemeentelijke minimaregelingen in de gemeente Midden-Delfland Regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Collectief aanvullende verzekering • AV-Standaard • AV-Top Individuele inkomenstoeslag Bijzondere bijstand: • Schoolkosten • Sociale participatie 18+ Jeugdfonds Sport en Cultuur Energietoeslag (hoewel het Rijk de energietoeslag heeft ingesteld, telt het bedrag mee bij de
Inkomensgrens 100% Wsm 120% Wsm 105% Wsm, referteperiode 3 jaar. 110% Wsm 120% Wsm 120% Wsm
48
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Regeling gemeentelijke regelingen omdat inwoners de toeslag bij de gemeente dient aan te vragen) Niet meegenomen in berekeningen: Bijzondere bijstand: • Peuterspeelzaal • Zwemles • Fiets • Computer • Overig Studietoeslag
Inkomensgrens
110% Wsm
Specifieke doelgroep
Bijzondere bijstand is deels meegenomen in de berekeningen, alleen de onderdelen waarvoor een vast bedrag per jaar staat. De onderdelen van de bijzondere bijstand zijn niet meegenomen, omdat dit niet van toepassing is, of omdat deze vorm van bijstand vaak incidenteel wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit dus niet maandelijks bij iedereen voorkomt. Daarnaast wordt ook de studietoeslag buiten beschouwing gelaten. Deze regeling kent een specifieke doelgroep; namelijk studenten met een lichamelijke of psychische beperking die niet kunnen bijverdienen naast hun studie. In deze inkomens effectrapportage is geen huishouden opgenomen waarbij deze regeling van toepassing is.
B5.4 Uitgaven De uitgaven zijn gecategoriseerd naar: • •
• •
vaste lasten. Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Voorbeelden zijn huur, energiekosten17 en verzekeringen; reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Er moet in principe een bedrag voor gereserveerd worden. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering; huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke; werkgerelateerde uitgaven. Dit zijn uitgaven die gemaakt worden als een persoon werkt. Voorbeelden zijn de kosten van woon-werkverkeer en werkkleding.
Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur en lokale heffingen. De andere bedragen zijn gebaseerd op landelijke berekeningen van het Nibud. De normbedragen staan per huishoudtype in het financieel maandoverzicht in bijlage 8. We benadrukken dat het bij alle posten gaat om de basale uitgaven en dat de normbedragen gemiddelden betreffen. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks minder uitgeeft dan de normbedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden minder geld per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven.
B5.5 Vrije bestedingen Het budget dat overblijft is vrij besteedbaar en kan bijvoorbeeld worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten. Hieronder vallen bijvoorbeeld kosten voor contributie of een abonnement, maar ook (familie)bezoek, vervoer en vakantie of kleinere uitjes. Voor deze vrije bestedingen hanteert het Nibud per huishoudtype eveneens een normbedrag, dat is terug te vinden in de begrotingen in bijlage 8. Het is belangrijk om te benoemen dat hierbij de aanname wordt gedaan dat huishoudens gebruik maken van alle beschikbare regelingen. Echter in de praktijk is de ervaring dat huishoudens niet of gedeeltelijk gebruik maken van de regelingen. In werkelijkheid zal het vrij besteedbaar budget waarschijnlijk vaak lager uitvallen. Daarnaast zal het 17 De kosten voor water zijn gebaseerd op de tarieven van Evides. Gegevens over het gemiddelde gebruik
per huishoudtype zijn afkomstig van het Nibud (water). De kosten voor gas en elektriciteit zijn gebaseerd op de tarieven van maatschappij Oxxio, pakket Europese Windstroom en Aardgas, 6 maanden vast.
49
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
vrij besteedbaar budget niet alleen besteed worden aan sociale en recreatieve activiteiten, maar ook aan het aflossen van schulden of het betalen van het eigen risico van de zorgverzekering.
B5.6 Aannames Voor de inkomsten en uitgaven doen we de volgende aannames: • de huishoudens maken van alle regelingen gebruik en ontvangen daarvoor het maximale bedrag; • het vermogen van de huishoudens ligt binnen de grenzen van de Participatiewet. Daarom gaan we er ook vanuit dat iedereen in een huurwoning woont en niet in een koopwoning omdat een koopwoning tot een te hoog vermogen zou kunnen leiden om gebruik te mogen maken van de voorzieningen vanuit de Participatiewet. We gaan uit van € 576 kale huur per maand voor een alleenstaande en € 652 kale huur per maand voor een meerpersoonshuishouden. Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid over de gemeente Midden-Delfland; • alleenstaande ouders met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm werken niet of zitten in een traject waarbij de kinderopvang wordt vergoed. We gaan ervan uit dat alleenstaande ouders met inkomens tegen 110 en 120 procent Wsm gebruik maken van twee dagdelen van 4 uur BSO per week. Alleenstaande ouders met een inkomen van 130 procent Wsm maken gebruik van drie dagdelen BSO per week. Dit alles tegen een tarief van € 8,73 (gemiddelde uurtarief in 2023); • bij een paar met twee kinderen en een inkomen hoger dan 100 procent Wsm werkt slechts één van beide partners. Anders is het huishoudinkomen hoger.
Daarom gaan we er vanuit dat deze huishoudens geen kinderopvang nodig hebben omdat één van beide partners thuis is voor de kinderen. Dit is eveneens waarom een paar met kinderen geen combinatiekorting krijgt bij werkaanvaarding; • huishoudens in de bijstand werken niet, en hebben daarom geen werkgerelateerde kosten. Bij een inkomen vanaf 110 procent Wsm werkt één persoon in het huishouden, en is er wel sprake van deze kosten; • kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is in de gemeente Midden-Delfland onder andere mogelijk voor afvalstofheffingen, waterschapsbelasting en rioolheffingen. Andere vormen van kwijtschelding zijn niet meegenomen in de berekeningen; • de gemeente Midden-Delfland biedt twee collectief aanvullende zorgverzekeringen van DSW aan: AV-Standaard en AV-Top. Voor huishoudens met de AOW-leeftijd wordt de AV-Top doorgerekend tot 120 procent Wsm. Voor de andere huishoudtypes wordt de AVStandaard doorgerekend tot 120 procent Wsm; • voor de schoolkostenregeling gaan we er vanuit dat een kind van 8 jaar op de basisschool zit (€ 100 per jaar) en een kind van 13 jaar op het voortgezet onderwijs (€ 250 per jaar).
B5.7 Tegemoetkoming in de energiekosten Wegens sterk stijgende energiekosten heeft het Rijk in 2022 een energietoeslag geïntroduceerd. Hiervoor is in zowel 2022 als 2023 een bedrag van € 1.300 per huishoudens gereserveerd waarbij de gemeente de precieze beleidskaders zelf mag vaststellen. De gemeente Midden-Delfland heeft besloten de energietoeslag van € 1.300 als gemeentelijke regeling toe te kennen aan inwoners die in 2022 en 2023 een inkomen hebben tot 120 procent Wsm, waarbij vermogen niet wordt getoetst. Het is belangrijk om hierbij te realiseren dat deze toeslag tijdelijk is. In de figuren is te zien dat de invloed van de energietoeslag relatief groot is binnen het totaal van de gemeentelijke bijdrage (€ 108 per maand). Op het moment dat de energietoeslag wegvalt als gemeentelijke regeling, kan dat beduidende invloed hebben voor de inkomenssituatie van de huishoudens.
50
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Bijlage 6. Overzicht minimaregelingen Tabel B6.1 Gemeentelijke minimaregelingen in Midden-Delfland Soort regeling
Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen
Inkomensgrens t.o.v. Wsm 2023
100% Wsm
(Maximaal) bedrag Afvalstofheffing Eenpersoonshuishouden: €259,20 Meerpersoonshuishouden: €343,90 Rioolheffing €209,40 Gehuwden: 37% van de voor hen geldende bijstandsnorm.
Individuele inkomenstoeslag (incl. referteperiode)
Drie jaar of langer tot 105% Wsm
Collectief aanvullende zorgverzekering
120% Wsm
Bijzondere bijstand: • Schoolkosten • Sociale participatie 18+
110% Wsm
Jeugdfonds Sport en Cultuur
120% Wsm
Energietoeslag
120% Wsm
Alleenstaande ouders: 51% van de voor hen geldende bijstandsnorm. Alleenstaanden: 40% van de voor hen geldende bijstandsnorm. • AV-Standaard: €161,50 zonder korting en €151,50 met korting (€10) • AV-Top: €180,50 zonder korting en €170,50 met korting (€10) Schoolkosten Basisschool: €100,Voortgezet onderwijs: €250,Sociale participatie (18 jaar en ouder) €225,- per persoon per jaar • Sport: €250,• Cultuur: €450,€1.300,-
Niet meegenomen in de berekeningen Bijzondere bijstand: • Peuterspeelzaal • Zwemles • Fiets • Computer • Overig Individuele studietoeslag
110% Wsm
Specifieke doelgroep
51
Situatieafhankelijk
N.v.t.
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Bijlage 7. Opbouw totaal inkomen 100 tot 130% Wsm In deze bijlage geven we de opbouw van het totaal inkomen uit paragraaf 5.4 grafisch weer. Figuur B7.1 Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding, alleenstaande
Alleenstaanden Netto inkomen incl VT
Bijdrage Rijk
Bijdrage gemeente
100% Wsm
€ 1.196
110% Wsm
€ 1.315
120% Wsm
€ 1.435
€ 461 € 118
130% Wsm
€ 1.554
€ 453
€0
€ 461 € 176
€ 500
€ 461 € 137
€ 1.000
€ 1.500
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
€ 3.500
Figuur B7.2 Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding, paar zonder kinderen
Paren zonder kinderen Netto inkomen incl VT
Bijdrage Rijk
€ 1.708
100% Wsm
Bijdrage gemeente
€ 621
€ 1.879
110% Wsm
€ 183
€ 621
€ 2.050
120% Wsm
€ 570
€ 2.221
130% Wsm €0
€ 500
€ 1.000
€ 166 € 128
€ 467 € 1.500
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
€ 3.500
Figuur B7.3 Inkomensvooruitgang, alleenstaande ouder met twee kinderen (8 en 13 jaar)
Alleenstaande ouder Netto inkomen incl VT 100% Wsm
€ 1.196
110% Wsm
€ 1.315
120% Wsm
€ 1.435
130% Wsm
€ 1.554 €0
€ 500
Bijdrage Rijk
Bijdrage gemeente
€ 1.356
€ 269
€ 1.395
€ 1.000
€ 223
€ 1.400
€ 175
€ 1.406 € 1.500
52
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
€ 3.500
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Figuur B7.4 Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding, paar met twee kinderen (8 en 13 jaar)