07 Bijlage 2 RvO artikel 5 en 6
Tekst van het document
REGLEMENT VAN ORDE
Artikel 5 Benoeming kandidaat-wethouders 1. De voorzitter van de raad stelt een commissie onderzoek geloofsbrieven in, die onderzoek verricht naar de benoembaarheid van een of meerdere wethouders en de raad hierover schriftelijk adviseert. 2. De commissie bestaat uit drie leden van de raad. Bij tussentijdse benoeming van (een) wethouder(s) zal in deze commissie geen raadslid zitting hebben, behorende tot de fractie van waaruit de kandidaat wordt voorgedragen. Bij een compleet nieuwe collegevorming wordt deze voorwaarde losgelaten. 3. De kandidaat-wethouder legt de documenten en informatie over die nodig zijn voor de in het hiernavolgend lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat-wethouder maakt bovendien alle overige door hem in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar. 4. De commissie toetst de van de kandidaat-wethouder ontvangen documenten en informatie aan de hand van de volgende voorschriften: a. De verklaring omtrent het gedrag; b. De artikelen 36a en 41a Gemeentewet (benoembaarheidvereisten); c. Artikel 41b, eerste, derde en vierde lid Gemeentewet (nevenfuncties); d. Artikel 36b Gemeentewet (onverenigbare functies); e. De artikelen 41c, eerste lid en 46 Gemeentewet (onverenigbare of verboden handelingen); f. Verslag risicoanalyse integriteit (zie artikel 6 Reglement van Orde) 5.
De commissie verricht haar werkzaamheden in een niet-openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gemaakt. 6. De kandidaat-wethouder kan in de gelegenheid worden gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten. 7. Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Indien de commissie niet unaniem is in haar oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies. Artikel 6 Risicoanalyse integriteit In opdracht van de burgemeester wordt voor aanvang van iedere ambtstermijn ten behoeve van de wethouder(s) een risicoanalyse integriteit uitgevoerd door een onafhankelijk en erkend bureau. De burgemeester brengt over het eindresultaat van deze risicoanalyse verslag uit aan de in artikel 5 genoemde commissie “Benoembaarheid wethouder(s)”.
TOELICHTING REGLEMENT VAN ORDE
Artikel 5. Benoeming kandidaat-wethouders Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incomptabiliteiten en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. Bij de benoeming van een wethouder zal er een integriteitstoets plaatsvinden. De gedragscode politieke ambtsdragers speelt hierbij een rol. Daarnaast dient een verklaring omtrent het gedrag (VOG) worden gevraagd. De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Bij dit profiel staat de integriteit van de aspirant bestuurder centraal.
Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de Gemeentewet). In het geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van één stem kan het verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een nieuw raadslid te benoemen. Het vooraf ontslag nemen als raadslid is een risico. Het kan immers gebeuren dat deze persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of dat de geloofsbrieven niet worden goedgekeurd. Artikel 6. Risicoanalyse integriteit Integriteit van het openbaar bestuur is van wezenlijk belang voor het functioneren van onze democratie. De bijzondere kenmerken van de overheidstaken, zoals de besteding van publieke middelen en het innemen van een monopolie positie op diverse terreinen, vereisen van de overheid een hoog integriteitbesef. Het vertrouwen in het openbaar bestuur staat of valt met de integriteit van de politieke ambtsdragers. Recente incidenten raken het gezag van lokale politici en overschaduwen het algemene integriteitbeeld van het openbaar bestuur. Van het vooraf toepassen van de risicoanalyse op kandidaat-wethouders op mogelijke integriteitbelemmeringen gaat een preventieve werking uit.
Bovendien wordt door integriteitrisico’s zichtbaar te maken, te bespreken en afdoende maatregelen te treffen het integriteitbewustzijn van de kandidaat-wethouder verhoogd. De risicoanalyse integriteit moet leiden tot afname van incidenten op dit gebied en de kwetsbaarheid van bestuurders verminderen. Een risicoanalyse integriteit heeft een preventief karakter en is bedoeld om eventuele belemmeringen op integriteitgebied, voor een ongehinderd functioneren van een kandidaat-wethouder, te onderkennen en te beheersen. De resultaten van de risicoanalyse kunnen toegepast worden op de collegevorming en de portefeuilleverdeling. Het is primair een taak van de politieke groeperingen om bij werving en selectie van voor te dragen politieke ambtsdragers toe te zien op de morele geschiktheid van de kandidaten. De politieke partij dient voor het voordragen van een kandidaat-wethouder zich ervan te vergewissen of deze integriteitanalyse tot onoverkomelijke belemmeringen ten aanzien van een benoeming zou kunnen leiden. De benoembaarheid van een kandidaat-wethouder is ter beoordeling aan de gemeenteraad. De burgemeester heeft met artikel 170,lid 2 van de Gemeentewet een versterkte rol ten aanzien van het bevorderen van integriteit in de gemeente.
Het ligt voor de hand om de risicoanalyse integriteit in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de burgemeester uit te laten voeren door een onafhankelijk, daartoe erkend bureau of onderzoeker en het eindresultaat door de burgemeester te laten inbrengen in de benoemingsprocedure. De
burgemeester waakt over de duur, de kosten en de relevantie van het onderzoek. De eindrapportage wordt met de kandidaat-wethouder besproken en eventuele risicobeheersende maatregelen worden door de burgemeester bewaakt. De burgemeester informeert de commissie onderzoek geloofsbrieven over de eindconclusie. De raad mandateert de burgemeester tot het vervullen van zijn procesmatige rol in dezen. Daartoe is in onderhavig reglement van orde artikel 6 opgenomen. De kandidaat-wethouder is verantwoordelijk van het aanleveren van een VOG, uittreksel BKR en de ingevulde vragenlijsten betreffende financiële belangen, functies, nevenfuncties en persoonlijke omstandigheden aan de externe onderzoeker. De kandidaatwethouder bespreekt met de externe onderzoeker diens bevindingen, analyse en eventuele risico beheersende maatregelen. Vervolgens heeft de kandidaat-wethouder een gesprek met de burgemeester over de eindconclusie. De externe onderzoeker stelt naar aanleiding van de opdracht van de burgemeester, aan de hand van de aangeleverde VOG, het BKR- uittreksel en de ingevulde vragenlijsten, een open bronnen onderzoek in naar eventuele integriteitsbelemmeringen van de kandidaatwethouder. De onderzoeker stelt een risicoanalyse op bespreekt de bevindingen met de kandidaat-wethouder.
Daarna stelt de onderzoeker de eindrapportage waarvan de conclusies ter kennis gebracht worden aan de burgemeester. Relevante onderwerpen zijn in dat kader de nevenfuncties (organisatiesfunctietijdsbesteding-vergoeding), financiële belangen (bedrijven of instellingenzeggenschaprelatie met gemeente-persoonlijke financiën ) en maatschappelijke activiteiten (verenigingenstichtingen-lidmaatschappen-bestuursfuncties).