07 bijlage 2 20220405_r_NL.IMRO.1842.Bp22Veegparaplu-on01.pdf
Tekst van het document
Artikel 20 Buitengebied Gras - reparatie nav Raad van State besluit 20.1 Administratieve bepaling Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - buitengebied gras - reparatie nav raad van state besluit' gelden de volgende regels: 1.
2.
3.
Artikel 6.2 sub f van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Gras - reparatie nav Raad van State besluit' (vastgesteld op 28 april 2015) wordt gewijzigd. In de tabel bij dit onderdeel wordt de tekst ‘bestaand + eenmalig 10% van de inhoud’ vervangen door ‘1000 m³’. Artikel 6.2 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Gras - reparatie nav Raad van State besluit' (vastgesteld op 28 april 2015) wordt aangevuld met onderdeel g. Artikel 6.2 sub g luidt: 'de afstand tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m'. Artikel 6.3 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Gras - reparatie nav Raad van State besluit' (vastgesteld op 28 april 2015) komt te vervallen.
Artikel 21 Glastuinbouwgebieden 21.1 Administratieve bepaling Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - glastuinbouwgebieden' gelden de volgende regels: 1.
2.
3.
4.
Artikel 3.2.3 van het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebieden' (vastgesteld op 28 mei 2013) wordt gewijzigd naar: 'Voor het bouwen en herbouwen van plattelandswoningen op gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning’ zijn de regels zoals opgenomen in artikel 3.2.2, onderdelen e tot en met q, s en t overeenkomstig van toepassing'. Artikel 3.2.4 sub b van het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebieden' (vastgesteld op 28 mei 2013) wordt gewijzigd naar: 'de regels zoals opgenomen in artikel 3.2.2, onderdelen e tot en met t zijn overeenkomstig van toepassing'. Artikel 3.5.2 sub e van het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebieden' (vastgesteld op 28 mei 2013) wordt gewijzigd naar: 'voldaan wordt aan de regels zoals opgenomen in artikel 3.2.2, onderdelen e tot en met q, s en t van dit plan'. Artikel 3.5.3 sub b van het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebieden' (vastgesteld op 28 mei 2013) wordt gewijzigd naar: 'voldaan wordt aan de regels zoals opgenomen in artikel 3.2.2, onderdelen e tot en met t van dit plan'.
31
Artikel 22 Parapluplan 22.1 Standplaatsen a. b. c.
Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - standplaatsen' is het gebruik van gronden ten behoeve van een standplaats toegestaan. In afwijking van het bepaalde onder a is het bakken of frituren van voedingswaren niet toegestaan op een afstand van minder dan 10 m tot een woning. Onder een standplaats als bedoeld onder a wordt verstaan: 'het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel'.
22.2 Parkeren 22.2.1 Toepassingsbereik Het plan herziet alle bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen in de gemeente Midden-Delfland die op het moment van vaststelling van het voorliggende plan zijn vastgesteld, voor zover het betreft het parkeren, op de wijze zoals is aangegeven in artikel 22 lid 2.2 en laat de overige regels uit die bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen, tenzij anders bepaald in dit plan, ongewijzigd. 22.2.2 Regels 22.2.2.1 Parkeren Het bevoegd gezag kan pas een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of het gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, met inachtneming van het volgende: a.
b.
in het geval van nieuwbouw, uitbreiding of functiewijziging van gebouwen, gronden en/of voorzieningen, dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen; er is sprake van voldoende parkeergelegenheid, indien voldaan wordt aan de normen en eisen die zijn neergelegd in de door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning.
22.2.2.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 22 lid 2.2.1, indien wordt voldaan aan de regels en voorwaarden voor afwijking, zoals die zijn opgenomen in de door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning. 22.2.2.3 Voorschriften omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van het bepaalde in artikel 22 lid 2.2.1 en kan in dat kader voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, indien dit noodzakelijk is voor de verkeersveiligheid en/of om een goede verkeersstructuur en/of bereikbaarheid voor een pand, perceel, straat (of deel daarvan) dan wel een andere ruimtelijke functionele structuur te waarborgen. 22.2.2.4 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij in afwijking van een verleende omgevingsvergunning niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
32
22.3 Wonen 22.3.1 Toepassingsbereik en begrippen a.
b.
Het plan herziet alle bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen in de gemeente Midden-Delfland die op het moment van vaststelling van het voorliggende plan zijn vastgesteld, voor zover het betreft de bestemmingen die (het) wonen mogelijk maken in de betreffende bestemmingsomschrijving, op de wijze zoals is aangegeven in artikel 22 lid 3.1 sub b en laat de overige regels uit die bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen, tenzij anders bepaald in dit plan, ongewijzigd. De begrippen van de bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen zoals genoemd in artikel 22 lid 3.1 sub a worden herzien of aangevuld met de begrippen: 1.
c.
duurzaam gemeenschappelijke huishouding: een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen; er dient ook sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen; er is sprake van een economisch-consumptieve eenheid en bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners; 2. huishouden: een alleenstaande óf twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren; 3. kamerbewoning: onzelfstandige woonvorm waarbij een pand door meerdere personen die geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden vormen wordt bewoond, en waarbij sprake is van woonruimtes waarbij afzonderlijke huishoudens afhankelijk zijn van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; 4. kamerwoning: een wooneenheid die geen eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; 5. wonen: het gebruik van een woning door één huishouden; 6.
woning: een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten. De regels van de bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen zoals genoemd in artikel 22 lid 3.1 sub a worden aangevuld met de regels zoals opgenomen in artikel 22 lid 3.2.
22.3.2 Regels betreffende splitsing, samenvoeging en kamerbewoning 22.3.2.1 Algemene bouwregels a. b. c.
Het is niet toegestaan een bestaande woning te veranderen in en/of te vergroten tot twee of meer woningen. Het is niet toegestaan meerdere woningen samen te voegen tot een kleiner aantal woningen. Bij herbouw van één of meerdere woning(en) is in de nieuwe situatie een gelijk aantal woningen toegestaan.
22.3.2.2 Afwijkingsbevoegdheid splitsing en samenvoeging Het bevoegd gezag kan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - afwijking splitsing, samenvoeging en kamerbewoning' bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 22 lid 3.2.1 en splitsing en/of samenvoeging toestaan, mits: a.
b.
de ontstane woonruimten een minimale gebruiksoppervlakte van 40 m² hebben en voldoen aan de eisen en bepalingen van het Bouwbesluit 2012, het Besluit bouwwerken leefomgeving of de regelgeving die geldt op het moment van indienen van de aanvraag omgevingsvergunning; de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
33
c. d.
het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivering waarin de aanvrager aantoont dat aan de voorwaarden van dit lid wordt voldaan.
22.3.2.3 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor kamerbewoning. 22.3.2.4 Afwijkingsbevoegdheid kamerbewoning Het bevoegd gezag kan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - afwijking splitsing, samenvoeging en kamerbewoning' bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 22 lid 3.2.3 en kamerbewoning toestaan, mits: a.
b. c. d.
e.
een kamerwoning een minimale gebruiksoppervlakte van 12 m² per bewoner heeft waarbij de om te zetten woning voldoet aan de eisen en bepalingen van het Bouwbesluit 2012, het Besluit bouwwerken leefomgeving of de regelgeving die geldt op het moment van indienen van de aanvraag omgevingsvergunning; de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; op eigen terrein in de parkeerbehoefte wordt voorzien danwel aangetoond kan worden dat op andere wijze in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, waarbij voldaan wordt aan artikel 22 lid 2; de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivering waarin de aanvrager aantoont dat aan de voorwaarden van dit lid wordt voldaan.
22.4 Bed & breakfast a.
Het bevoegd gezag kan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - afwijking bed en breakfast' bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen in de gemeente Midden-Delfland die op het moment van vaststelling van het voorliggende plan zijn vastgesteld, voor zover het betreft de bestemmingen die (het) wonen, niet zijnde bedrijfswoningen en dienstwoningen, mogelijk maken in de betreffende bestemmingsomschrijving en een bed & breakfast toestaan, mits: 1. 2.
b.
de bed & breakfast uitgeoefend wordt door de bewoner(s) van de betreffende woning; de vloeroppervlakte die wordt aangewend voor de bed & breakfast minder bedraagt dan 50% van de totale vloeroppervlakte van de woning, bijgebouwen meegerekend; 3. de woonfunctie in overwegende mate in het hoofdgebouw plaats vindt. Onder bed & breakfast als bedoeld onder a wordt verstaan: 'een overnachtingsaccommodatie gericht op het tegen betaling bieden van de mogelijkheid tot een kortdurend recreatief verblijf met het serveren van ontbijt, gevestigd in een hoofd- en/of bijgebouw en uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning'.
34
Artikel 23 Toepassingsbereik inleidende regels, bestemmingsregels en algemene regels a.
b.
c.
De inleidende regels als bedoeld in regels hoofdstuk 1 zijn uitsluitend van toepassing op de gronden die in het voorliggende plan voor een bepaalde (dubbel)bestemming als bedoeld in regels hoofdstuk 2 zijn aangewezen en als zodanig op de verbeelding (plankaart) zijn weergegeven. De bestemmingsregels als bedoeld in regels hoofdstuk 2 zijn uitsluitend van toepassing op de gronden die in het voorliggende plan voor een bepaalde (dubbel)bestemming als bedoeld in regels hoofdstuk 2 zijn aangewezen en als zodanig op de verbeelding (plankaart) zijn weergegeven. De artikelen 13 tot en met 18 zijn uitsluitend van toepassing op de gronden die in het voorliggende plan voor een bepaalde (dubbel)bestemming als bedoeld in regels hoofdstuk 2 zijn aangewezen en als zodanig op de verbeelding (plankaart) zijn weergegeven.
35
4 Overgangs- en slotregels Artikel 24 Overgangsrecht 24.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. 2.
b.
c.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
24.2 Overgangsrecht gebruik a. b.
c.
d.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 25 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het Veeg- en parapluplan.
36