CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Bijlage 1 Integrale notitie investeringen welzijn

Gemeenteraad 22 oktober 2024, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel uitgangspunten financiering welzijnsorganisaties1.236 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Financiële ondersteuning welzijnsorganisaties Een integrale notitie Waarom deze notitie Deze notitie wordt u aangeboden als één van de bijlagen bij het raadsvoorstel ‘Uitgangspunten financiering welzijnsorganisaties’. Naar aanleiding van uw motie met nummer 277663, waarbij het college opgeroepen wordt te komen tot integraal beleid voor financiële ondersteuning bij investeringen in welzijnsaccommodaties, hebben wij eerst nader informatie verzameld. In bijlage 4 leest u meer hierover. In deze integrale notitie brengen we samenhang in de bevindingen na het verzamelen van de informatie, vervolgens doen wij een analyse en komen we tot conclusies. Tenslotte doen wij een voorstel aan uw raad. 1. Inleiding Voor de vitaliteit van dorpen is het van belang dat er plekken zijn waar mensen elkaar ontmoeten, verenigingen kunnen bloeien, en waar mensen samen activiteiten kunnen ondernemen. Verenigingsleven draagt in hoge mate bij aan binding in de samenleving. Juist die sociale binding maakt onze gemeente aantrekkelijk om in te wonen. Voor een bruisend verenigingsleven is de beschikbaarheid van goede en uitnodigende accommodaties van belang. De gemeente kent verschillende mogelijkheden om stichtingen, verenigingen of andere non-profitorganisaties op het gebied van welzijn, te ondersteunen bij investeringen in hun accommodaties.

Grofweg vallen die mogelijkheden uiteen in subsidie, leningverstrekking en garantstelling. Hoewel er beleid is vastgesteld, blijven de afwegingen ten aanzien van het ondersteunen van een voorgenomen investeringen vaak individueel maatwerk. Enerzijds is dit inherent aan de aard van de vraagstukken: geen investering is hetzelfde en de maatschappelijke meerwaarde van een investering moet per geval worden vastgesteld. Anderzijds bestaat de behoefte naar meer transparantie in afspraken en afwegingscriteria. Dit laatste is aanleiding geweest voor de raad om de motie aan te nemen. In navolging van de raadsinformatiebrief van 23 december 2023waarin wij u informeerden over de stand van zaken van de impuls op het sportdossier en van de voortgang in de beantwoording van de motie, kunnen wij u dit raadsvoorstel aanbieden. 2. Voorstel aan de raad: vaststellen van de bijgaande beleidsuitgangspunten 1 tot en met 6, voor ondersteuning bij investeringen in welzijnsaccommodaties. Vanaf vaststelling van deze beleidsuitgangspunten, zijn deze richtinggevend bij de behandeling van individuele aanvragen; het college opdracht te geven de genoemde uitgangspunten, waar het gaat om kredietverstrekking te verwerken in beleidsregels bij de financiële verordening; met de vaststelling van dit raadsvoorstel beschouwen we de motie als afgedaan. 3.

Tot stand komen van het voorstel In de aanloop naar dit voorstel hebben we een aantal zaken nader in kaart gebracht. We hebben daarbij zowel gekeken naar relevante wet- en regelgeving, ons huidige subsidiebeleid bij investeringen, als naar leningverstrekking. Daarnaast hebben we een uitgebreide analyse gedaan van de overeengekomen financiële afspraken rond de

buitensport. Voor deze laatste analyse is onder meer gesproken met alle beheersstichtingen en een aantal sportverenigingen. 4. Bevindingen analyse en onderzoek Onze bevindingen zijn als volgt: 4.1. Subsidie De voorwaarden om in aanmerking te komen voor subsidie zijn helder vastgesteld in de huidige regeling. Ook wordt in de voorwaarden een duidelijke link gelegd met de maatschappelijke doelen die de gemeente voorstaat. De subsidieregeling kent een maximum percentage van 35% van de investering als gemeentelijke bijdrage. De regeling kent geen absoluut plafond: voor iedere aanvraag die naar de mening van het college voldoet aan de criteria, besluit de raad over het beschikbaar stellen van het subsidiebedrag (budgetrecht). Een kanttekening die hierbij geplaatst kan worden is dat iedere subsidie – ook als het om geringe bedragen gaat – individueel door de raad moet worden beoordeeld. Dat kost de initiatiefnemer tijd en de raad extra werk. Tussenconclusie: op dit moment concluderen wij dat de huidige subsidieregeling voldoet. Er is geen aanleiding deze regeling op korte termijn aan te passen. 4.2. Buitensport Voor de buitensport zijn bijzondere afspraken vastgelegd. Voor elk van de sportparken in de drie dorpen is een constructie overeengekomen met een sportstichting, die werkt voor de daar aanwezige sportverenigingen.

De reden hiervoor heeft te maken met de toen nog geldende BTW vrijstelling en de meer efficiënte organisatie van beheer en onderhoud op de sportparken. De belangrijkste reden waarom we deze constructies in het licht van de motie hebben onderzocht, is dat - anders dan voor de sportaccommodaties (de gebouwen) - andere afspraken gelden voor de sportvelden. Voor sportvelden is de hiervoor genoemde subsidieregeling niet van toepassing. In de gebruikersovereenkomsten met de beheersstichtingen en de sportverenigingen is voor de voetbalvelden een aparte systematiek overeengekomen voor huur, renovatie en onderhoud. Daarbij betalen de verenigingen huur voor de grond aan de gemeente, en betaalt de gemeente een bijdrage voor het onderhoud en een bijdrage voor de toekomstige vervanging van velden. Voor de handbalvelden is in de afspraken vastgelegd dat de verenigingen de velden van de gemeente huren, en dat de gemeente verantwoordelijk is voor de kwaliteit. In de praktijk ervaren de meeste stichtingen de vastgestelde werkwijze als positief. Rondom het sportpark Den Hoorn is er vorig jaar wel enige discussie ontstaan bij de aanleg van een nieuw kunstgrasveld. De huidige afspraken lopen nog tot 2028 en dienen dus voor die tijd te worden geactualiseerd. Tussenconclusie: de huidige afspraken voldoen.

Het is wel van belang tijdig te beginnen met het voorbereiden van de nieuwe periode die ingaat per 2028, en daar de gebruikers goed bij te betrekken. Daarbij is extra aandacht nodig voor de situatie van grondeigendom en rechten van opstal om risico’s te verminderen. 4.3. Leningverstrekking In individuele gevallen verstrekt de gemeente een lening aan een vereniging. Ook komt het voor (wanneer de grond waarop de investering plaatsvindt eigendom is van de

gemeente), dat de gemeente de investering voorfinanciert. De vereniging betaalt de investering dan in termijnen aan de gemeente terug. Het algemene kader waarop leningverstrekking terugvalt is de financiële verordening. In de financiële verordening staat beschreven wanneer het college bij het verstrekken van een lening de raad gelegenheid moet geven tot een zienswijze. Inhoudelijk zijn er voor leningverstrekking aan welzijnsorganisaties geen criteria opgenomen in de verordening. Ook is er geen beleid over het te hanteren rentepercentage. Uniformiteit en beleid hierin is wenselijk. Bij de analyse die wij hebben laten maken, is ook gekeken naar diverse wettelijke kaders en richtlijnen. Hieruit komt een aantal randvoorwaardelijke zaken naar voren die we ook een plek willen geven in het beleid (bijvoorbeeld wet FIDO). Tenslotte is naar voren gekomen dat we geen eenduidige afweging hebben waarom en wanneer gebruik te maken van leningverstrekking en wanneer van subsidie. Tussenconclusie: op het gebied van leningverstrekking is ons huidige beleid niet uitgewerkt. Dit biedt veel ruimte voor maatwerk, maar brengt ook risico’s met zich mee, zoals: ongelijke behandeling van initiatieven, of oneigenlijke rol van de gemeente (wij zijn immers geen bank).

We werken verder aan het bevorderen van gelijkheid en het verminderen van risico’s zoals bij situaties grondeigendom, zie tussenconclusie 4.2. 5. Conclusie en voorstel De gemeentelijke ondersteuning bij investeringen in welzijnsaccommodaties is in de basis vastgelegd: in de subsidieregeling, in de gebruikersovereenkomsten en in de financiële verordening. Subsidie en afspraken buitensport zijn beschreven en werkbaar. Leningverstrekking vraagt uitwerking. Met het door de raad laten vaststellen van bijgaande beleidsuitgangspunten beogen we in één document op een heldere manier het totaal van gemeentelijke mogelijkheden tot ondersteuning bij investeringen inzichtelijk te maken. Voor de onderdelen subsidie en buitensport wordt daarbij het staand beleid voortgezet. Voor het onderdeel leningverstrekking worden aanvullende richtlijnen en voorwaarden genoemd. Deze voorwaarden zullen – na vaststelling van de uitgangspunten – door het college worden geformaliseerd in beleidsregels. De beleidsregels worden na vaststelling door het college ter kennisgeving aan de raad verstrekt. De beleidsuitgangspunten leggen de basis voor een gelijke behandeling van initiatieven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=83489452-a7e3-4697-8ce0-9c09326089a3