CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Beantw vragen fractie CU.docx

Gemeenteraad 25 mei 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel implementatie van de Omgevingswet807 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording vragen vanuit fracties Fractie

CU

Agendapunt

Raadsvergadering 25-05 agendapunt 7 Budget implementatie Omgevingswet

Vraag 1 Wat zijn de totale eenmalige kosten voor de implementatie van de omgevingswet? Antwoord 1 In de begroting is € 130.000,- gereserveerd voor de het opstellen van het Plan van aanpak en de projectleiding voor de implementatie van de Omgevingswet in 2021 en 2022. Er wordt nu gevraagd voor incidentele capaciteit voor de implementatie van de omgevingswet éénmalig het bedrag van € 498.540,- beschikbaar te stellen vanuit de algemene reserve. Voor de software is éénmalig in totaal € 85.900,- benodigd. Dekking wordt deels gevonden in een reeds beschikbaar krediet (€ 33.500,-). Het restant (€ 52.400,-) wordt geactiveerd waarna de kapitaalslasten a € 10.480 starten in 2022 en vanaf 2023 ten laste van het reeds structureel beschikbaar gestelde budget ‘Omgevingswet’ a € 150.000,- worden gebracht. Daarmee komt het totaal aan éénmalige kosten voor de implementatie van de Omgevingswet voor Midden-Delfland in op € 498.540,- + 2* €130.000,- + 85.900,- = €844.440,Het gaat daarbij om kosten voor implementatie van de minimale acties die nodig zijn om voor de implementatiedatum aan de wet te voldoen. De kosten voor de activiteiten die ná inwerkingtreding mogen worden uitgevoerd (bijvoorbeeld de kosten voor het maken van het Omgevingsplan) zijn hierbij nog niet meegerekend. Het in beeld brengen van deze kosten is onderdeel van het lopende project.

Vanaf de jaarschijf 2023 is hiervoor structureel €150.000,- geraamd. Vraag 2 Wat zijn, vanaf 2022, de vaste jaarlijkse kosten als gevolg van de invoering van de omgevingswet? Antwoord 2 Veel van de structurele kosten vanaf de invoeringsdatum van de Omgevingswet zijn, evenals de opbrengsten nog onzeker. Ook de kosten hangen daarmee samen met de te maken keuzes die bij het antwoord op vraag drie genoemd worden. Deze onzekerheid wordt onder andere veroorzaakt door:  de kosten en baten van het landelijke DSO en met name de gewenste doorontwikkeling daarvan nog onbekend zijn.  kosten en opbrengsten afhankelijk zijn van de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen (milieu, bouw- en bodemopgave). In het Integraal Financieel Beeld Omgevingswet is een landelijke raming gemaakt van de jaarlijkse financiële effecten van de Omgevingswet. Daarbij zijn de effecten van de Wet kwaliteitsborging bouwen nog niet meegenomen. Deze raming loopt landelijk voor gemeenten uiteen van jaarlijks € 34 miljoen extra lasten tot jaarlijks € 168 miljoen minder lasten dan momenteel. De uiteindelijke (positieve of negatieve) effecten die dit per gemeente heeft zijn afhankelijk van diverse variabelen. Ten opzichte van de huidige in gebruik zijnde software zijn de structurele meerkosten die we al wel in beeld hebben € 17.500,- per jaar.

Ook deze kosten worden vanaf 2023 ten laste van het reeds beschikbaar gestelde budget ‘Omgevingswet’ gebracht. (zie beantwoording vraag 1) Vraag 3

Op een schriftelijke vraag van D66 geeft het college aan dat de opbrengsten van de omgevingswet mede afhankelijk zijn van de te maken keuzes in het implementatietraject. Kunt u aangeven welke keuzemogelijkheden er zijn? Antwoord 3 Een groot deel van dit soort keuzes wordt in het implementatie traject van de Omgevingswet uiteindelijk door de gemeenteraad zelf gemaakt, deze kunnen leiden tot opbrengsten maar ook tot extra uitgaven. Enkele vragen en keuzes die nog gemaakt moeten worden in het vervolg van het implementatietraject zijn: Gaan we de aanvullende milieu- en bodemtaken die we als gemeente krijgen zelf uitvoeren of besteden we die uit aan de Omgevingsdienst Haaglanden? Gaan we in het Omgevingsplan zoveel mogelijk werken met algemeen geldende regels en zorgplichten of kiezen we voor veel maatwerk en vergunningsplichten? Met andere woorden: hoeveel van de decentrale ruimte in het Omgevingsplan gaan we benutten? Dit kan gevolgen hebben voor het aantal vergunningverleners en toezichthouders dat op termijn nodig is en op de hoogte van de legesinkomsten. Dat wordt op zijn beurt weer beïnvloed door het toekomstig naleefniveau, dat zou wel eens kunnen afnemen door de toename van vergunningsvrije activiteiten.

Hoe gaan we het Omgevingsplan tijdens de transitieperiode (tot 2029) actueel houden? Hoe vaak actualiseren we? Hoe richten we onze dienstverlening in, wat betekent dat voor het vooroverleg en (hoe) berekenen we dat door in onze leges kosten? Welke keuzes maken we in de nieuwe legesverordening? Afhankelijk van de mate waarin vooroverleggen en omgevingstafels intensiever worden, worden opgenomen in de gemeentelijke leges én daarna al dan niet in korting kunnen worden gebracht indien een definitieve aanvraag wordt ingediend, kan het kostenniveau voor vooroverleg en omgevingstafels toenemen. De keuze om adviesrecht en participatie intensiever in te zetten als binnen het huidige stelsel wordt gedaan, heeft negatieve financiële gevolgen. Anderzijds kan door intensievere participatie bespaard worden op zienswijzen, bezwaar en beroep. Deze opsomming bevat alleen keuzes die het College en de Raad van Midden-Delfland moeten gaan maken, daarnaast zijn er nog onzekerheden en keuzes op rijkniveau die van grote invloed zullen zijn. Er zijn dus veel variabelen, voor een uitgebreidere samenvatting zie: Structurele financiële effecten Omgevingswet en Wkb: een overzicht - Arena Consulting

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=cf634ea6-abad-45e2-b19b-e76abe48eed7