06 Vragen fractie VVD met antwoorden
Tekst van het document
I. In de commissievergadering van 14 januari 2025 heeft wethouder Voskamp op vragen van de VVD ten aanzien van agendapunt 6 aangegeven dat de raad recht heeft op informatie (artikel 42 Reglement van Orde van de Gemeenteraad Midden-Delfland), maar dat dit niet betekent dat alles 1 op 1 wordt doorgezet en dat er gekeken zal worden wat er nodig is voor de raad om te delen. In artikel 169 Gemeentewet is het volgende geregeld: 1. Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. 2. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. vraag: Is het college van mening dat zij is gehouden om alle beschikbare rapporten, memo’s, notities, e-mails van ambtenaren en wethouders die zien op het agendapunt 6, (maar ook t.a.v. raadsaangelegenheden in het algemeen) aan de raad te verstrekken, of is het verstrekken daarvan in strijd met het openbaar belang? Indien dat laatste volgens het college aan de orde is, dient het college nauwgezet te onderbouwen waarom dat naar zijn mening aan de orde is en wordt verlangd dat dit wordt gedaan.
Antwoord: Het college vindt dat zij moet voldoen aan de informatieplicht zoals bedoeld in artikel 169 van de Gemeentewet. Voor wat betreft de vragen die zijn gesteld n.a.v. agendapunt 6 van de commissievergadering van 14 januari jl. (voorstel principebesluit beoogde ontwikkellocatie flexwoningen Zuidhoornseweg) is door de wethouder aangegeven dat de raad recht heeft op informatie die nodig is om een besluit te kunnen nemen, en zal kijken welke rapporten nog gedeeld kunnen worden. Op donderdag 23 januari jl. zijn de gevraagde rapporten en notities met de raad gedeeld.
II. In de commissievergadering van 14 januari 2025 heeft wethouder Voskamp op vragen van de VVD geantwoord dat de 30 flexwoningen zoals bedoeld in de samenwerkingsovereenkomst tussen COA en de gemeente Midden-Delfland eerst voor de helft behoeven te worden aangewend voor de huisvesting van statushouders, wanneer niet aan de lokale taakstelling voor de huisvesting van statushouders is voldaan. Daarbij gaf de wethouder aan dat in de voorliggende jaren aan de taakstelling voor de huisvesting van statushouders is voldaan. vragen: 1. Is de volgende stelling (volledig) juist? Zo nee, op welk onderdeel niet? “Voor de eerste zes maanden van 2025 is de taakstelling 19 statushouders, gelijk dat voor de laatste zes maanden van 2024 het geval was. Begin december 2024 waren er slechts 7 statushouders gehuisvest. Indien er in de resterende vier weken van december 2024 niet sprake is van het huisvesten van de resterende 12 statushouders, dan wordt dat aantal opgeteld bij de 19 voor de eerste zes
maanden van 2026, zodat er in die periode 31 statushouders moeten worden gehuisvest.” Antwoord: “Voor de eerste zes maanden van 2025 is de taakstelling 19 statushouders, gelijk dat voor de laatste zes maanden van 2024 het geval was.” = Juist “Begin december 2024 waren er slechts 7 statushouders gehuisvest”.= Onjuist. Dit moet zijn: “Begin december 2024 waren er 12 statushouders gehuisvest.” “Indien er in de resterende vier weken van december 2024 niet sprake is van het huisvesten van de resterende 12 statushouders, dan wordt dat aantal opgeteld bij de 19 voor de eerste zes maanden van 2026, zodat er in die periode 31 statushouders moeten worden gehuisvest.” = Onjuist. Dit moet zijn: “Indien er in de resterende vier weken van december 2024 niet sprake is van het huisvesten van de resterende 7 statushouders, dan wordt dat aantal opgeteld bij de 19 voor de eerste zes maanden van 2025, zodat er in die periode 26 statushouders moeten worden gehuisvest.”
2. Is het juist dat de gemeente de verplichting op zich heeft genomen om (de) statushouder(s) die wordt gehuisvest in een Gemeente Flex-Woningen zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 sub c van de samenwerkingsovereenkomst COA / Midden-Delfland binnen vierentwintig maanden permanente huisvesting moet worden aangeboden binnen de gemeente? Zo ja, op welke wijze wenst de gemeente dat te realiseren, indachtig het feit dat in 2024 niet aan de taakstelling tot huisvesting van statushouders is voldaan? Antwoord: Dit is juist. Om aan deze opgave te voldoen zullen we samenwerken met WoonWest en hierbij naar mogelijkheden binnen de bestaande sociale huurvoorraad zoeken. Naar aanleiding van bovenstaande vraag en antwoord verstrekken wij de volgende achtergrondinformatie, om u een totaalbeeld te geven. In voorgaande jaren hebben we onze taakstelling altijd vrijwel geheel gehaald (op 1 jaar na, waarin 1 persoon 1 maand te laat werd geplaatst). Op dit moment staan we al langere tijd op trede nul van de bestuurlijke interventieladder. Een toelichting hierop leest u in onderstaande tabel.
Het niet direct behalen van de halfjaarlijkse taakstelling betekent niet direct dat we in de volgende periode de achterstand volledig moeten inhalen. Na signalering (trede 1) worden we eerst in de gelegenheid gesteld de achterstand in te halen. Mocht dat in deze periode weer niet lukken, dan volgt een ambtelijk gesprek (Trede 2). Bij Trede 3, als de achterstand nog niet ingelopen is, moet er een Plan van Aanpak worden opgesteld. Onze verwachting is dat we met de toevoeging van 30+15 nieuwe woningen de achterstand kunnen inlopen. Hiervoor zullen naar verwachting een aantal woningen voor statushouders worden ingezet. Wij geven u ook een indicatie voor de toewijzing van de 45 woningen. Deze indicatie is in overleg met WoonWest tot stand gekomen. Het ontwikkelde schetsontwerp met 30 nieuwe flexunits van circa 30 m2 is geschikt voor bewoning door en toewijzing aan 1 persoon. Op basis van dit schetsontwerp is het volgende indicatieve verdeelschema tot stand gekomen:
Doelgroep obv leeftijd Tot 23 Tot 30 Geen leeftijdsbeperking
Lokaal Maatwerk 3 10 2
Beschikbaar voor lokaal én regio 3 4 8
Voor de 15 woonunits van de Sterappel die herplaatst kunnen worden, houden we de volgende indicatie voor toewijzing aan: Type woning
aantal
1-persoonsunits Meerspersoonsunits
11 4
Lokaal Maatwerk / Spoedzoekers
Statushouders 11
4
Onderbouwing doelgroepen: Lokale jongeren De Woonvisie 2024-2030 onderschrijft de noodzaak om te sturen op woningbouw voor jongeren. Daarom adviseren we 20 van de 30 nieuwe flexwoningen met een leeftijdsbegrenzing toe te wijzen. Hierbij is een onderscheid aangebracht tussen de doelgroep tot 23 jaar en tot 30 jaar. Bij de reacties op de flexwoningen in Euterpe was zichtbaar dat met name “oudere” jongeren (tot 30 jaar) heel hard op zoek zijn naar een woning en een groot deel nog thuis woont. Spoedzoekers De urgentieregels zijn in 2019 aanzienlijk verscherpt waardoor veel aanvragen afgewezen worden. Dit is gedaan omdat het aantal woningen dat aan urgenten werd toegewezen dermate groot was dat reguliere woningzoekenden ernstig benadeeld werden. Echter, er blijft wel degelijk een groep spoedzoekers over. Zij worden afgewezen voor urgentie, maar zoeken nog steeds met spoed een woning en bevinden zich vaak ook in schrijnende situaties. Voorbeelden hiervoor zijn echtscheiding of aflopende tijdelijke huurcontracten. De groep economisch daklozen wordt ook groter. Voor veel mensen wordt het steeds moeilijker om in de vrije sector nog een woning te vinden. In sommige gevallen kunnen wij niet anders dan mensen naar de daklozenopvang verwijzen. Uit ervaring met deze doelgroep bij Euterpe weten we dat het vaak complexe echtscheidingssituaties betreft, waarbij kinderen betrokken zijn.
Dat maakt de meerpersoonsunits meer geschikt als tijdelijke oplossing voor spoedzoekers. Bovenstaande verdeling blijft indicatief. Het kan zijn dat op basis van de samenstelling van de huishoudens van de spoedzoekers een andere verdeling beter uitkomt. Statushouders Sinds 2016 zijn de units van de Sterappel voornamelijk ingezet voor de huisvesting van statushouders. De 11 1-persoons units zijn hierbij veelal ingezet als doorstroomwoning. In praktijk betekent dit, dat hier statushouders worden gehuisvest die wachten op gezinshereniging. Nu deze woningen niet meer in gebruik zijn, levert dit een aanzienlijke druk op de bestaande vrijkomende sociale huurwoningen op. Het aantal kleinere sociale huurwoningen in Midden-Delfland is
beperkt. Deze woningen zijn hard nodig voor deze doelgroep en kunnen de druk op de bestaande voorraad aanzienlijk verlichten. Inzet Lokaal Maatwerk 50% van de vrijkomende sociale huurwoningen mogen via Lokaal Maatwerk worden toegewezen. Lokaal Maatwerk moeten we daarom weloverwogen en strategisch inzetten. Indien we alle nieuwe flexwoningen 100% met lokale voorrang toewijzen, gaat dit ten koste van de mogelijkheid om woningen op andere plekken of in andere nieuwbouwprojecten in te zetten. Zeker gezien de tijdelijke aard van deze flexwoningen, is het niet optimaal om hier maximaal lokaal maatwerk in te zetten, maar dit tot 50% te beperken.
3. Is de volgende stelling (volledig) juist? Zo nee, op welk onderdeel niet? “Wanneer het kabinet de taakstelling tot huisvesting van statushouders schrapt, wat onderdeel is van wetgeving dat binnenkort naar de Tweede Kamer gaat, dan moet de gemeente gemiddeld over de gehele looptijd van de samenwerkingsovereenkomst met COA de helft van de Gemeente FlexWoningen toedelen aan statushouders en die statushouders moeten dan binnen vierentwintig maanden doorstromen naar permanente huisvesting binnen de gemeente.” Antwoord: De stelling is niet juist. Indien de taakstelling wordt geschrapt, worden ook geen statushouders meer aan onze gemeente gekoppeld. Zodra er geen taakstelling meer is, kan er dus ook geen sprake meer zijn van een situatie waarbij we de taakstelling niet halen. En daarmee is er geen grond voor artikel 8.1 en hoeft de gemeente dus niet over de gehele looptijd van de samenwerkingsovereenkomst met COA gemiddeld de helft van de Gemeente Flex-Woningen toe te delen aan statushouders. En ook niet deze statushouders binnen vierentwintig maanden laten doorstromen naar permanente huisvesting binnen de gemeente.
III. Wethouder Voskamp gaf in de commissievergadering van 14 januari jl. aan dat er geen sprake is van onredelijke verzwaring van de ambtenaren die zich bezig houden met RO. Alle ambtenaren en ingehuurde krachten binnen de gemeente houden bij op welk dossier zij hun uren schrijven. Vraag: Kan het college een gespecificeerde opgave opstellen en aan de raad verstrekken van alle interne en externe kosten die in 2024 en 2025 zijn gemaakt op de afdeling RO met betrekking tot de locatie De Sterappel en Zuidhoornseweg (waar wordt beoogd 45 flexwoningen te realiseren). De specificatie graag onderverdelen naar ambtenaar (zonder de naam, maar wel met de functie), per maand en tegen welk uurtarief die uren worden meegenomen in het project. De externe kosten graag in een totaaloverzicht per factuur en een totaaltelling van die facturen, alsmede waarop de werkzaamheden van betreffende factuur zien. Antwoord: Onderstaand overzicht geeft weer hoeveel interne en externe uren zijn besteed en welke kosten zijn gemaakt voor adviesdiensten. Het betreft bestedingen tot en met 31 december 2024. Dit is onder voorbehoud van eventuele naboekingen,
omdat boekjaar 2024 administratief sluit op 10 februari 2025. De externe advieskosten zijn als dienst afgenomen en niet nader gespecificeerd in uren. Zuidhoornseweg/Sterappel Projectleiding Projectondersteuning Stedenbouw Planeconomie Externe advieskosten (m.n. bodem, juridisch, inrichting)
Aantal uren Bedrag Aantal uren Bedrag Aantal uren Bedrag Aantal uren Bedrag
2024 intern extern 151 113 € 14.630 € 14.125 5 € 533 18 € 1.368 92 € 8.372
Bedrag
€ 18.515