CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

06 N223 DVF3b Weidevogelcompensatieplan 1.0 28-09-2020.pdf

Gemeenteraad 2 maart 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: UIT RAAD 27-10-20 TER BESPREKING en BESLUITVORMING Voorstel vaststellen bestemmingplan N223, duurzaam veilig fase 3B4.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Weidevogelcompensatieplan N223 Duurzaam Veilig Fase 3b

Opdrachtgever: Provincie Zuid Holland Referentie:

INFR180673

Revisie:

1.0

Datum:

28 september 2020

Iv-Infra b.v. Ingenieursbureau met Passie voor Techniek

Titel document:

Weidevogelcompensatieplan

Ondertitel document: Referentie: Revisie: Datum: Opdrachtgever: Project:

N223 Duurzaam Veilig Fase 3b INFR180673 1.0 28 september 2020 Provincie Zuid Holland N223 Duurzaam Veilig Fase 3

Opgesteld door:

Rho Iv-Infra

Paraaf:

Gecontroleerd door:

Agrarische natuurvereniging Vockestaert

Paraaf:

Goedgekeurd door:

Provincie Zuid-Holland

Paraaf:

© Iv-Infra b.v., Alle rechten voorbehouden, Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Iv-Infra b.v.

2/20

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

1.1. 1.2. 1.3.

Het project, de aanleiding Huidige situatie Nieuwe situatie

4 6 8

2

Beleid en Omgevingsaspecten

10

2.1. 2.2. 2.3. 2.4.

Omgevingsverordening Zuid-Holland (2019) Milieueffectrapportage Watersysteemkwaliteit Ecologie, Soortenbescherming

10 10 11 11

3

Aantasting weidevogelgebied

12

4

Wijze van Compensatie

14

4.1. 4.2. 4.3.

Inleiding Nee-tenzij afweging Compensatie

14 14 17

BIJLAGEN

19

A. B.

19 19

Ecologische quickscan, Van der Helm d.d. 27-06-2017 Aanvullend ecologisch onderzoek, Mertens d.d. 09-2020

3/20

1

Inleiding

1.1.

Het project, de aanleiding

De N223 (Westland – Midden-Delfland) is een belangrijke schakel in het netwerk van wegen tussen de A4 en de A20. De Provincie verbetert hier, in samenwerking met de gemeenten Westland en Midden-Delfland, in 2 fasen de verkeersveiligheid door de N223 Duurzaam Veilig in te richten. Het project heeft tevens positieve gevolgen voor de bereikbaarheid en verkeersveiligheid van de regio. Het Duurzaam Veilig inrichten van de N223 vindt plaats binnen de grenzen van de gemeente MiddenDelfland. Dit proces is reeds enkele jaren geleden gestart met (de inmiddels gerealiseerde) fases 1 en 2, het deel van het kruispunt Jogchem van der Houtweg tot aan de Zijdekadebrug. De rotonde op het kruispunt N223 - Noord-Lierweg/Oostbuurtseweg (RNLW) binnen Wegen Project Westland is inmiddels uitgevoerd. Het tracé vanaf de Noord-Lierweg tot aan het kruispunt met de N468/A4 is fase 3 van het project. Uit een verhardingsonderzoek blijkt dat er directe noodzaak is om onderhoud te plegen op het trajectdeel tussen ’t Woudt en de A4. Op basis van de nog te doorlopen grondverwerving en RO-procedures voor de aanleg van de rotonde ter hoogte van de Molenlaan, is besloten de N223 Fase 3 op te knippen in een fase 3a en 3b.

Figuur 1 – Overzicht Duurzaam veilig fase 3A en 3B

4/20

Na de realisatie van de N223 Duurzaam Veilig Fase 3: • Is de N223 ingericht volgens de principes duurzaam veilig; • Reconstructie en verbreding hoofdrijbaan (van circa 6,50 a 7,00 meter tot 7,5 meter) vanaf de rotonde Noord-Lierweg tot kruispunt A4 en; • Heeft de N223 een landschappelijke inpassing van de weg en de verkeerskundige elementen. In Fase 3A en Fase 3B bestaan de werkzaamheden/maatregelen uit het volgende: Fase 3A • Reconstructie fietspad noordzijde vanaf Koelaan tot kruispunt A4; • Reconstructie fietspad zuidzijde vanaf Woudseweg 25 tot Woudseweg 23; • Herinrichting fietsoversteek Lotsweg op kruispunt A4; • Aanleg parallelweg met breedte van 5,0 meter vanaf Woudseweg 23 naar bestaande parallelweg langs N468/Klaas Engelbrechtsweg en; • Uitbreiding aantal parkeerplaatsen carpoolplaats A4. Fase 3B • Aanpassingen Heulbrug; • Verlengen fietstunnel; • Vrij liggend fietspad langs Molenlaan; • Parkeerplaatsen langs Molenlaan; • Aanleg meerstrooksrotonde ter hoogte van huidige aansluiting Molenlaan; • Aanleg bushaltes conform huidige richtlijnen ter hoogte van rotonde meerstrooksrotonde. • Realisatie toeristisch uitzichtpunt; • Aanleg parallelweg (fietsstraat) met breedte van 5,5 meter aan de noordzijde vanaf rotonde tot Koelaan en; • Aanleg Parallelweg met breedte van 5,0 meter aan de zuidzijde vanaf rotonde tot Woudseweg 25.

5/20

1.2.

Huidige situatie

De N223 (Woudseweg) loopt in een lange rechte lijn door het open veenweidelandschap van MiddenDelfland en vormt de verbinding tussen de A4 bij Delft via knooppunt Westerlee-Maasdijk in het Westland naar Hoek van Holland. Het plangebied betreft een gedeelte van het oostelijke deel van de N223 in de gemeente Midden-Delfland. De openheid en het agrarisch karakter vormen belangrijke kwaliteiten van dit gebied, met name ook in contrast met de verstedelijkte gebieden er omheen.

Figuur 2 – Ligging N223 in het provinciale en rijkswegennet (bron: provincie Zuid-Holland)

Cultuurhistorie en landschap zijn hier nauw met elkaar verweven in de vorm van de aanwezige historische verkavelingen en enkele fraaie, op een kreekrug gesitueerde boerderijen. Ten noorden van de weg ligt de Woudse Polder en ten zuiden de Klaas Engelbrechtspolder. De Woudse Polder wordt gekenmerkt door een blokvorming verkaveling met enkele verspreide erven en het dorpje ’t Woudt. De open ruimte wordt begrensd door de kascomplexen langs de Zweth (in het noorden) en die bij de Lier (in het westen). Aan de oostzijde vormt de A4 de begrenzing. De Klaas Engelbrechtspolder heeft een langgerekte verkaveling en wordt als ruimte aan de zuidoostzijde afgebakend door de Gaag met daarlangs de bebouwing van Hodenpijl en Schipluiden. Aan de westzijde vormt de Monsterwatering met erachter gelegen kassen de begrenzing. Aan de oostzijde van de polder bevinden zich enkele losse erven. Direct ten zuiden van de N223 bevindt zich tevens een boerderij. Markant is het dorp ’t Woudt, dat als een eiland in de open ruimte ligt en getekend wordt door een fraai dorpsilhouet met een markante kerktoren. ‘t Woudt vormt ook historisch gezien een waardevol ensemble en is aangewezen als beschermd dorpsgezicht.

6/20

Verder is de Groenveldsche- of Monsterwatering als historische en landschappelijke structuur van belang. Aan deze boezem-watergang staat de Groeneveldse Molen (1719); één van de weinige overgebleven watermolens in Midden Delfland. In landschappelijke zin vormt de watergang een grens in het landschap; enerzijds door de hogere ligging van de kades, maar vooral ook door het feit dat het de grens vormt tussen het open veenweidegebied en de kassen van het Westland.

Figuur 3 – Luchtfoto: Links van de N223 de Woudse Polder en ’t Woudt. Rechts de Klaas Engelbrechtspolder en Schpluiden.

Vanaf de weg zijn verre zichten mogelijk door het open veenweidegebied. Daarbij spelen landmarks als het dorpsgezicht van ’t Woudt en kerktorens (Schipluiden, Hodenpijl) een belangrijke rol ter oriëntatie Het kassencomplex aan de Molenlaan ligt los in de ruimte en ontneemt het zicht op het achtergelegen open polder en de molen die hier aan de Groeneveldse Watering staat. De langste zichtlijnen zijn er vooral in zuidelijke richting, waarbij het zicht zich ook tot ver achter het silhouet van Schipluiden uitstrekt. De weg ligt precies op de scheiding tussen beide polders en voegt zich qua oriëntatie naar de verkaveling van Klaas Engelbrechtspolders. De weg ligt daarmee vanzelfsprekend in het landschap, zonder opvallende doorsnijdingen van de landschappelijke hoofdstructuur. Vanuit de omgeving is de weg maar beperkt zichtbaar; andere doorgaande routes liggen op vrij grote afstand. Voor fietsers lopen er routes langs de N223 zelf (aan weerszijden een dubbelzijdig fietspad), een route langs de Monsterwatering in zuidelijke richting naar Schipluiden en een route in noordelijke richting via ’t Woudt naar de Zweth en Delft (via Harnaschwatering). De weg ligt vrij vlak in het landschap en kent weinig begeleidend ‘meubilair’. Bij de aantakkende wegen staat een enkele lantaarnpaal en bewegwijzering. De weg is aan de noordzijde deels beplant met een (jonge) bomenrij.

Richting de kruising met de Groenveldsche- of Monsterwatering buigt de N223 af en loopt de weg omhoog richting de brug. Er is sprake van een bescheiden verkeerskundige knoop met behalve de provinciale weg ook een fietstunnel, een houten fietsbrug en erftoegangen tot de bedrijven langs de Molenlaan. De plek heeft ook een recreatieve betekenis in de vorm van een parkeerterrein en diverse picknickplekken. Ter weerszijden van dit deel van de weg staat beplanting; aan de zuidzijde met name in de vorm van opgekroonde bomen, aan de noordzijde in de vorm van dicht bosplantsoen.

7/20

1.3.

Nieuwe situatie

Dit Weidevogelcompensatieplan is alleen van toepassing op fase 3B van het project. In deze paragraaf worden dan ook de nieuwe situatie binnen fase 3B toegelicht. In de nieuwe situatie wordt een meerstrooksrotonde dicht op de Molenlaan en de brug over de Monsterwatering gesitueerd. De gedachte hierbij is dat door de rotonde in de 'westelijke hoek' te plaatsen bij de Monsterwatering en bebouwing van de (glastuinbouw)bedrijven aan de Molenlaan, het open karakter zo min mogelijk verstoord wordt en de rotonde een zo goed mogelijke landschappelijke inpassing kent. Aan de noordzijde van de rotonde sluit de Molenlaan haaks aan, waarbij de Woudseweg (richting 180 t/m 184) en de parallelstructuur richting ‘t Woudt en de Koelaan aansluiten op de Molenlaan. Aan de zuidzijde van de rotonde is er de aansluiting van de parallelstructuur richting de Woudseweg 25 t/m 29.

Figuur 4 – Luchtfoto met visualisatie nieuwe situatie

De nieuwe meerstrooksrotonde wordt vormgegeven op basis van het Handboek Ontwerpcriteria Wegen 4.0. Dit houdt onder andere in dat er goed zicht moet zijn op de conflictpartij (takken of aansluitende wegen sluiten haaks aan) en dat de rotondestroken goed berijdbaar zijn door 16,50 m lange voertuigen. Op de hoofdstroom (N223) wordt een toeleidende tak aan de linkerzijde van de bestaande rijkstrook toegevoegd (uitvoegen van rechts naar links). Op de afleidende tak wordt de rijstrook aan de rechter rijstrook beëindigd (invoegen van rechts naar links). Aan de zuidzijde van de rotonde blijft de huidige fietsstructuur gehandhaafd. Het fietspad van en naar de Lier gaat, ter plaatse van de zuidelijke aansluiting op de rotonde, over in een parallelstructuur.

8/20

Figuur 5 – Huidige en nieuwe situatie locatie rotonde

Figuur 6 – Huidige en Nieuwe situatie, foto vanaf Woudseweg 182 (Woudse Polder)

Figuur 7 – Huidige en Nieuwe situatie, foto vanaf terrein Woudseweg 29 (Klaas Engelbrechtspolder)

De populieren aan de zuidzijde van het fietspad bij de rotonde blijven gehandhaafd. Aan het einde van de levensduur van deze bomen zal vanwege het zicht vanaf het uitzichtpunt / recreatievoorziening en de verstorende invloed van deze hoge bomen op weidevogels geen herplant plaatsvindt. Via de https://pzh.projectatlas.app/n223/ zijn meer visualisaties, waaronder 3d vanuit de lucht en vanaf maaiveld, van het project te vinden.

9/20

2

Beleid en Omgevingsaspecten

2.1.

Omgevingsverordening Zuid-Holland (2019)

; De Omgevingsvisie Zuid-Holland is vertaald in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende onderwerpen relevant: 1. Regionale waterkeringen; 2. Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën; 3. Cultureel erfgoed Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën; Het plangebied is op kaart 14 van de Omgevingsverordening aangeduid als 'groene buffer' met beschermingscategorie 2. In artikel 6.9 zijn de volgende voor dit plan relevante regels opgenomen: Lid 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c.

als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Lid 6. Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad, of karakteristieke landschapselementen, is het provinciale compensatiebeleid van toepassing zoals vastgelegd in de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013).

2.2.

Milieueffectrapportage

Het plangebied ligt niet in een gevoelig gebied, zoals een Natura 2000-gebied of een verbindingszone binnen het Natuurnetwerk Nederland. We ligt het plangebied gedeeltelijk in belangrijk weidevogelgebied. Hiervoor worden compenserende maatregelen getroffen. De plaats van het project rechtvaardigt geen MER.

10/20

2.3.

Watersysteemkwaliteit

Binnen of in de omgeving van het plangebied bevinden zich geen KRW-waterlichamen. Het plangebied is niet gelegen in waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringsvrije zone. Het eerste watervoerend pakket van het gehele gebied is van groot belang voor de gietwatervoorziening van Greenport Westland. Opslag van zoetwater heeft dan ook hoge prioriteit voor het Hoogheemraadschap van Delfland. Op basis van het Weidevogelpact Midden-Delfland wordt beoogd hoge grondwaterstanden en plas-dras gebieden te bevorderen en ook natte omstandigheden (voor weidevogels) te bevorderen. Daarom heeft Delfland afgelopen jaren een aantal onderbemalingen opgeheven.

2.4.

Ecologie, Soortenbescherming

Ten behoeve van het aspect soortenbescherming is door Van der Helm Milieubeheer een ecologische quickscan uitgevoerd. Deze is opgenomen als bijlage A. Uit de quisckscan bleek dat nader soortgericht onderzoek noodzakelijk was om de aan-/afwezigheid van nesten van de sperwer, ransuil en buizerd te tonen. Daarnaast is geadviseerd om een soortgericht onderzoek uit te voeren naar de aan-/afwezigheid van voortplantings- en rustplaatsen van de rosse vleermuis, watervleermuis, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Ook het gebruik van de bomenrijen als vliegroute van deze soorten dient aangetoond of uitgesloten te worden. Naar aanleiding van de quickscan is door Adviesbureau Mertens B.V. een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage B. De belangrijkste conclusies van dit onderzoek zijn in het gebied vliegen en foerageren laatvlieger, meervleermuis, gewone en ruige dwergvleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. • Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen en de platte schijfhoren komt niet voor. Op grond van de bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen voor de optimalisatie van de N223 zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming.

Indirecte aantasting van de weidevogelleefgebieden langs de N223 is daarnaast uitgesloten omdat het plan geen verkeerstoename tot gevolg heeft. Wel zal er directe aantasting plaats vinden als gevolg van ruimtebeslag.

11/20

3

Aantasting weidevogelgebied

Figuur 8 – Beschermde gebieden (bron: geoloket Zuid-Holland)

In de provincie Zuid-Holland zijn belangrijke weidevogelgebieden aangegeven in de Provinciale Omgevingsvisie onder de beleidskeuze: behoud en versterking biodiversiteit. . De bescherming van weidevogelgebieden is geregeld in de verordening. In deze gebieden zijn geen nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen toegestaan die een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een groot openbaar belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Conform de Omgevingsverordening dienen de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte, kwaliteit en samenhang van de ecologische hoofdstructuur worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. Hiertoe is het provinciale compensatiebeleid van toepassing zoals vastgelegd in de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013). Het plan heeft een direct gevolg op de omvang van het weidevogelgebied. Direct betreft het feitelijk ruimtebeslag van de uitbreiding van de N223. Het directe invloedgebied is betreft de rotonde op de kruising van de N223 (Woudseweg) met de Molenlaan en het aanleggen van vrij liggende parallelwegen voor bestemmingsverkeer.

12/20

Figuur 9 – Berekening weidevogelcompensatie op basis Definitief Ontwerp 2019

Zoals blijkt uit de berekening in Figuur 9 wordt door de realisatie van het project 13.356 m2 weidevogelleefgebied aangewend (direct ruimtebeslag). Indirect neemt de effectafstand niet toe als gevolg van o.a. licht, geluid en optische verstoring omdat het plan geen gevolgen heeft op de verkeersintensiteiten. Wel dient lichtafscherming van koplampen van auto’s op de te realiseren rotonde plaats te vinden. Maatregelen om deze lichtafscherming te voorkomen zullen worden genomen. Alleen op het akkerperceel (op ca. 180 meter van de Woudseweg), zitten een tweetal nestplaatsen kivieten. Blijkbaar is de kwaliteit van het weidegebied langs de N223 gering als broedgebied. Er wordt wel (veel) gefoerageed. De kivieten komen niet in het effectgebied bij de verbreding (Reijnen e.a. 1992). De kiviet is daarnaast niet verstoringsgevoelig.

13/20

4

Wijze van Compensatie

4.1.

Inleiding

Conform het provinciaal blad van Zuid-Holland beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap geldt in belangrijke weidevogelgebieden het zogenaamde ‘nee, tenzij’-regime (art.2). In gebieden waar het ‘nee, tenzij’-regime van toepassing is, zijn geen nieuwe (ruimtelijke en niet-ruimtelijke) ontwikkelingen toegestaan die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied significant aantasten, tenzij daarmee een groot openbaar belang gemoeid is, er geen reële alternatieven zijn, de negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. Dat betekent dat niet iedere ingreep in het weidevogelgebied per definitie compensatie-plichtig is, maar alleen die ingrepen die de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied zodanig aantasten dat ze als significant moeten worden beschouwd. Het gaat in ieder geval om effecten die duidelijk aantoonbaar en permanent zijn, en waarmee de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied in betekenende mate worden aangetast.

4.2.

Nee-tenzij afweging

De reconstructie van de N223 ter hoogte van het plangebied hebben nadelige gevolgen voor belangrijk weidevogelgebied. Door deze werkzaamheden treedt ruimtebeslag op en is er sprake van een toename van verstoring door geluid en verlichting. In principe zijn alle plannen of projecten die ertoe leiden dat delen van weidevogelgebieden een andere bestemming krijgen, en daardoor in oppervlakte afnemen, als significant aan te merken. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het nee, tenzij regime van toepassing is op de voorgenomen ingreep. Toestemming kan dan ook alleen worden verleend indien kan worden aangetoond dat er sprake is van een groot openbaar belang en dat reële/aanvaardbare alternatieven ontbreken. Tevens dienen de nadelige effecten zoveel mogelijk gemitigeerd te worden en de resterende effecten gecompenseerd. Hierna wordt ingegaan op de nee-tenzij afweging. Is er sprake van groot openbaar belang? Het tracé van de N223 tussen de Noord-Lierweg en de kruising met de A4 is een traditionele provinciale weg met enkele zijwegen en uitritten. De N223 is een gebiedsontsluitingsweg, de zijwegen zijn erftoegangswegen. De drie kruispunten met de erftoegangswegen zijn vormgegeven als voorrangskruispunt (respectievelijk van west naar oost: Molenlaan/Woudseweg, `t Woudt, Koelaan).

De Molenlaan en `t Woudt hebben een snelheidslimiet van 30 km/h en zijn voor motorvoertuigen 'doodlopende weg', de Koelaan is ook doodlopend en is een 'eigen weg'. Bij alle kruispunten kunnen fietsers en bromfietsers vanaf het zuidelijk gelegen fiets-/bromfietspad de rijbaan oversteken; alleen bij `t Woudt is dat vormgegeven met voldoende verhardingsbreedte en voorrangstekens. Er is een fiets-/bromfietstunnel ter hoogte van de Kleine Zijkade. De weg en de berm zijn te smal, de herkenbaarheid is onvoldoende, er zijn conflictpunten tussen verschillende soorten verkeersdeelnemers (vrachtverkeer, landbouwverkeer, autoverkeer, fiets- en voetverkeer) en de verkeersintensiteit op de N223 is de laatste jaren toegenomen, De combinatie van deze factoren zorgt er voor dat de N223 aan een reconstructie toe is.

14/20

Op het relatief korte tracé N223 Fase 3 zijn drie aansluitingen aan de noordzijde (de Molenlaan, ’t Woudt en de Koelaan). Aan de zuidzijde bevinden zich een tweetal clusters van uitritten (Woudseweg 25 t/m 29 en 21(a) en 23) en diverse perceelontsluitingen. Dit conflicteert met de filosofie van Duurzaam Veilig, zoals gehanteerd binnen de provincie Zuid-Holland, om zoveel mogelijk aan de landelijke richtlijnen van de CROW te voldoen. De op- en afrijbaarheid van de weg voor weggebruikers is, vooral in de spitsmomenten, slecht. Door de grote drukte op de N223 wordt het steeds moeilijker om op een veilige manier de N223 op te rijden. Er zijn regelmatig onveilige situaties en er heerst een groot gevoel van onveiligheid onder de bewoners en gebruikers. Dit wordt gestaafd door cijfers met betrekking tot de ongevallenfrequentie. Gelet op bovenstaande is de voorgenomen ingreep van groot openbaar belang. Zijn er geen reële alternatieven? Aan de totstandkoming van het ontwerp ligt een zorgvuldig voortraject ten grondslag waarbij verschillende reële alternatieven zijn onderzocht. In het originele ontwerp van 2008 is sprake van een tweetal voorrangskruispunten (ter hoogte van de Molenlaan en ’t Woudt). Vervolgens zijn door de Provincie in 2011 twee varianten opgesteld met een meerstrooksrotonde tussen ’t Woudt en de Molenlaan (één dicht op ’t Woudt, één meer richting het westen).

Door de bewoners van ‘t Woudt is een alternatief met een voorrangskruispunt tussen ’t Woudt en de Koelaan (ten oosten van ’t Woudt) aangedragen. Door een ondernemer is een voorstel met een meerstrooksrotonde ter hoogte van de Molenlaan gedaan. Doorslaggevend draagvlak voor een van deze varianten ontbrak echter. In 2014 is een nieuwe start gemaakt vanuit de invalshoek dat verkeersveiligheid het belangrijkste gedeelde belang is, direct gevolgd door landschappelijke inpassing en doorstroming. Om tot een gedragen oplossing te komen zijn al diverse stappen doorlopen. Zo zijn gesprekken gevoerd met verschillende stakeholders (bewoners, bedrijven, overheden en belangenverenigingen), ontwerpsessies uitgevoerd, diverse oplossingsrichtingen en varianten opgesteld, twee bewonersavonden georganiseerd en (ambtelijke) overleggen gevoerd. Tijdens de bewonersavond 29 januari 2015 zijn drie varianten gepresenteerd: Variant 1: Rotonde Molenlaan Variant 2: Parallelstructuur Variant 3: Kruispuntoplossingen Volgend op deze bewonersavond hebben provincie Zuid-Holland en gemeente Midden-Delfland op woensdag 11 maart 2015 een gesprek gevoerd over de verdere stappen in de besluitvorming.

Hierbij is men tot de conclusie gekomen dat er nog twee varianten mogelijk zijn, namelijk: het Kruispuntoplossingen-variant met een parallelstructuur aan de zuidzijde; de Rotonde-variant; Hierbij is afgesproken de varianten verder te onderzoeken op basis van inpasbaarheid, kosten en verkeersveiligheid. Dit onderzoek is in 2015 uitgevoerd,

15/20

Na een zorgvuldige afweging van de landschappelijke inpassing en Duurzaam Veilige inrichting, rekening houdend met aandachtspunten voor het vervolgproces, genoot de rotonde-variant hierin de voorkeur. De uitkomsten van deze rapportage leidde echter niet tot eenduidige voorkeur voor één van de twee varianten, waarbij de gemeente en provincie van mening verschilden over zowel de landschappelijke als de verkeerskundige aspecten van beide varianten. Hierop is in onderling overleg besloten onafhankelijke adviezen in te winnen ter ondersteuning van de besluitvorming door het bestuur. Vervolgens hebben de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK) en Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeerveiligheid (SWOV) de varianten met elkaar vergeleken en eind mei 2016 hun voorkeur uitgesproken (zie bijlage 6). De PARK concludeert op het gebied van landschappelijke inpassing dat dit tot een lichte voorkeur leidt voor de rotonde-variant. Het SWOV concludeert op het gebied van verkeersveiligheid dat de de Rotondevariant een (iets) betere uitkomst heeft dan de Kruispuntenvariant (zie bijlage 7. Beide partijen hebben ook aanbevelingen gegeven om de landschappelijke inpassing en verkeersveiligheid binnen de voorkeursvariant te optimaliseren.

Op basis hiervan zijn de gemeente MiddenDelfland en Provincie op ambtelijk (15 juni 2016) en bestuurlijk niveau (3 november 2016) overeengekomen dat de rotonde-variant de voorkeur geniet binnen het Duurzaam Veilig herinrichten van de N223 fase 3. Dit is verwerkt in de ontwerpnotitie Voorlopig Ontwerp DV. Deze versie is op 26 september 2017 vastgesteld door de gemeenteraad van Midden-Delfland. Andere reële alternatieven zijn niet aan de orde. Worden de nadelige effecten zoveel mogelijk beperkt en worden de nadelige effecten gecompenseerd? Nadelige effecten die kunnen optreden zijn onderzocht en afgewogen. Dit is onderbouwd in het bestemmingsplan. Ten aanzien aan het aspect lichthinder is daarnaast bezien of dit zoveel mogelijk kan worden beperkt. In het ontwerp is er voor gekozen om afschermende maatregelen toe te passen. Nadelige effecten treden op in het provinciale weidevogelgebied. Hiertoe is voorliggend compensatieplan opgesteld, waarin wordt aangegeven op welke wijze compensatie plaatsvindt.

16/20

4.3.

Compensatie

Als te lezen in het voorgaande hoofdstuk dient 13.356 m2 aan verloren weidevogelleefgebied gecompenseerd te worden. Op basis van Artikel 2.3.2 Lid 5 van de Verordening ruimte zijn er 3 opties voor compensatie. Lid 5 Compensatieregeling Bij compensatie, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, onder b, worden in ieder geval de volgende voorwaarden in acht genomen: a. de compensatie leidt niet tot een nettoverlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de wezenlijke kenmerken en waarden; b. de compensatie vindt plaats: 1. aansluitend aan of nabij het aangetaste gebied, met dien verstande dat een duurzame situatie ontstaat; 2. door realisering van kwalitatief gelijkwaardige waarden of fysieke compensatie op afstand van het gebied als fysieke compensatie aansluitend aan of nabij het gebied niet mogelijk is, of 3. op financiële wijze als zowel fysieke compensatie als compensatie door kwalitatief gelijkwaardige waarden op korte termijn redelijkerwijs niet mogelijk is. Voorgesteld wordt om de compensatie op volgende wijze vorm te geven: Om het nettoverlies van areaal aan weidevogelleefgebied te compenseren dient er elders een flinke impuls aan de kwaliteit van weidevogelleefgebied te worden gegeven.

Deze impuls kan worden gegeven door op tenminste 13.356 m2 een plasdras situatie te creëren, waarbij de grasgroei wordt geremd en een ideaal vochtig biotoop ontstaat waarin weidevogels en hun kuikens kunnen foerageren. Deze situatie moet tenminste 12 jaar in stand worden gehouden. De kosten voor 13.356 m2 een plasdras zijn de volgende: - 12 jaar beheervergoeding voor (12 x 1,3356 ha x €2557,24) € 40.985,40 perceeleigenaar/gebruiker, toezicht en administratie - Aanschaf 2 plasdraspompen (2 x € 3267) € 6534 - Inrichting gebied en projectbegeleiding € 4000 Totaal € 51.519,40 Optie A – Plasdras in Klaas Engelbrechtspolder Nabij de N223 is in de Klaas Engelbrechtspolder een locatie gevonden om een nieuwe plasdras situatie te creëren die het weidevogelleefgebied in deze polder zal versterken (zie Figuur 10 locatie nieuwe plasdras situatie (rood), rood gearceerde gebied). Door Agrarisch Natuurvereniging Vockestaert kan op deze percelen met het compensatiebudget van € 51.519,40 een plasdras situatie worden gecreëerd, welke de komende 12 jaar in stand en beheerd kan worden. Winter 2020/2021 zullen de betreffende percelen worden ingericht en gereed gemaakt, waardoor de plasdras in het broedseizoen 2021 kan functioneren.

17/20

Figuur 10 locatie nieuwe plasdras situatie (rood)

Optie B – Duurzaam agrarisch weidevogelbeheer Op dit moment wordt nog gewerkt aan een plan voor een grotere en duurzamere impuls aan het weidevogelleefgebied rondom de N223. Met compensatiebudget van € 51.519,40 kan een robuuster plan worden gemaakt dan in de huidige situatie mogelijk is. De planontwikkeling is op dit moment echter nog niet afgerond. Wanneer dit plan in oktober definitief kan worden gemaakt, zal deze ter vervanging van optie A worden aangedragen ter compensatie.

18/20

BIJLAGEN A. Ecologische quickscan, Van der Helm d.d. 27-06-2017

B. Aanvullend ecologisch onderzoek, Mertens d.d. 09-2020

19/20

Iv-Infra b.v. Waarderweg 40 2031 BP Haarlem Nederland

Pettelaarpark 10-15 5216 PD 's-Hertogenbosch Nederland

Fultonbaan 30 3439 NE Nieuwegein Nederland

Trapezium 322 3364 DL Sliedrecht Nederland Telefoon +31 88 943 3200

Trompstraat 36a 9190 Stekene België

Westervoortsedijk 73 Gebouw CB 6827 AV Arnhem Nederland

Postbus 135 3360 AC Sliedrecht www.iv-infra.nl

20/20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=351c1679-0b28-4854-b350-4402c45c7e46