06 Hoofdlijnenakkoord 2026-2030 Midden-Delfland 8 mei 2026
Tekst van het document
Hoofdlijnenakkoord 2026-2030 Bouwen aan een sterk Midden-Delfland
Inhoudsopgave 1
Inleiding
2
1.1
Ons uitgangspunt
3
1.2
Uitwerking door college
3
2
Visie op samen besturen
2.1
Wat vinden wij belangrijk
4
2.2
Met elkaar en voor elkaar
4
3
Wonen in een vitale leefomgeving
3.1
Bouwen en woningtoewijzing
5
3.2
Asiel en migratie
5
3.3
Economie en bedrijven
6
3.4
Openbare ruimte
6
3.5
Klimaat en energie
6
3.6
Ruimtelijke ordening
6
3.7
Waterkwaliteit
7
3.8
Mobiliteit
7
4
Een waardevol landschap in het hart van de metropool
4.1
Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland
8
4.2
Landschapsbeheer door onze boeren
8
4.3
Economisch vestigingsklimaat
8
4.4
Recreatie
8
5
Een sterke samenleving van en voor inwoners
5.1
Veiligheid
10
5.2
Accommodaties voor onderwijs en overige voorzieningen
10
5.3
Werk en inkomen
11
5.4
Zorg, jeugd en maatschappelijke ondersteuning
11
5.5
Een veilige digitale leefomgeving voor kinderen en jongeren
12
6
Een efficiënte organisatie met gezond financieel beheer
6.1
Begrotingsbeheer
13
6.2
Ambtelijke organisatie
13
6.3
Bestuurlijke organisatie
13
6.4
Dienstverlening
13
6.5
Informatie en digitalisering
14
2
1. Inleiding Missie De gemeente Midden-Delfland verbindt het groene landschap met de stedelijke omgeving. Vastgesteld door de gemeenteraad op 10 november 2015.
1.1 Ons uitgangspunt Midden-Delfland is een krachtige en aantrekkelijke gemeente om te wonen, te werken en te recreëren. In dit hoofdlijnenakkoord schetsen wij hoe we samen met inwoners, ondernemers en partners blijven bouwen aan wat onze identiteit zo bijzonder maakt.
We koesteren ons oer-Hollandse landschap en de dorpen die daar historisch mee zijn verbonden. Het zijn hechte, betrokken gemeenschappen waar mensen elkaar kennen, helpen en verantwoordelijkheid nemen voor hun leefomgeving. Ons landschap – gevormd door generaties boeren en gekoesterd door onze inwoners – blijft zich ontwikkelen. Deze toekomstgerichte ontwikkeling is van grote betekenis voor het regionale vestigingsklimaat, de leefbaarheid van onze inwoners, onze stedelijke buren en voor iedereen die rust en ruimte zoekt. Daar moeten we extra zuinig op zijn. Ons bestuur en onze ambtelijke organisatie werken krachtig, efficiënt en doelgericht, altijd in het belang van onze inwoners, ondernemers en het landschap dat ons uniek maakt. Samen houden we Midden-Delfland vitaal, herkenbaar en toekomstbestendig. 1.2 Uitwerking door college Dit hoofdlijnenakkoord dient door het college concreet uitgewerkt te worden in een collegewerkprogramma. In hoofdstuk 2 geven wij kort onze visie wat wij belangrijk vinden bij die uitwerking. De uiteindelijke keuzes worden door de gemeenteraad gemaakt met het vaststellen van een kadernota en begroting 2027. Dit past bij een krachtige gemeente met een efficiënt en doelmatig beleid, waar financiële en beleidsmatige keuzes gemaakt worden in het belang van de Midden-Delflanders en het Bijzonder Provinciaal Landschap.
Schipluiden, 8 mei 2026 Namens Mijn Partij Midden-Delfland,
Namens VVD Midden-Delfland,
Ed Roeling
Raymond Hedges
3
2. Visie op samen besturen Met elkaar voor Midden-Delfland Wij staan voor de inwoners, bedrijven en verenigingen van Midden-Delfland. Een sterke gemeenschap die in eerste instantie met elkaar de samenleving van Den Hoorn, Maasland en Schipluiden vormen. Een gemeenschap die met elkaar werkt aan de eigen (sociale) leefomgeving. Een gemeente die durft los te laten en ondersteuning geeft als dit niet anders kan en daar waar mogelijk minder nadrukkelijk aanwezig is. Hierin moet de menselijke maat voor onze inwoners centraal staan. Dit vinden wij passend voor de kleinschaligheid van Midden-Delfland. Waar lokale initiatieven worden gestimuleerd. Waar ondernemers worden gewaardeerd voor hun maatschappelijke bijdragen en gemeentelijke regels alleen worden vastgesteld en gebruikt als deze onvermijdelijk zijn en een toegevoegde maatschappelijke waarde hebben. 2.1 Wat vinden wij belangrijk? Met onze inzet voor het door ontwikkelen van het Bijzonder Provinciaal Landschap en de vitale dorpen blijft Midden-Delfland belangrijk voor het regionaal economisch vestigingsklimaat. Onze economie met bedrijfsterreinen, innovatieve landbouw en glastuinbouw is in combinatie met het landschap en de historische dorpen van meerwaarde voor de regio. Deze regionale functie beperkt de mogelijkheden die wij hebben bij ruimtelijke vraagstukken op het gebied van (grootschalige) woningbouw.
Wel zijn er diverse mogelijkheden om leegstaande panden te transformeren naar woningen, panden (waaronder boerderijen) te splitsen en in te zetten op zowel optoppen als flexibele woningen. Woningen die worden gebouwd en vrijkomen dienen ingezet te worden voor het versterken van de vitaliteit van de dorpen en zijn bedoeld, waar haalbaar, voor onze inwoners. Met elkaar vormen wij een gemeente met een extra regionale taak om als bestuur de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit van het Bijzonder Provinciaal Landschap te begeleiden en de kwaliteiten daarvan voor onszelf en het omliggend stedelijk gebied te behouden. Een landschap dat in stand blijft door agrarisch beheer, waar de boer in staat wordt gesteld om met eigen keuzes te komen tot een werkend economisch verdienmodel. Midden-Delfland is een gemeente waar bestuurders en ambtenaren zichtbaar en toegankelijk zijn voor de inwoners, ondernemers en verenigingen. Een bestuur dat zijn financiële organisatie op orde heeft. Waar dus de inkomsten en uitgaven structureel in balans zijn. Waar het niet-vrij besteedbare budget van de algemene reserve niet gebruikt wordt om de begroting sluitend te krijgen. Een gemeente waar de OZB niet als sluitstuk van de begroting wordt gehanteerd.
Wij verwachten van het college dat zij een ontwikkeling in gang zet, die ervoor zorgt dat Midden-Delflanders wonen in dorpen met een goed voorzieningenniveau. Dorpen in een landschap dat wordt beheerd door boeren, waar glastuinbouw en een verscheidenheid aan ondernemers de samenleving van Midden-Delfland versterken en van belang blijven voor het regionaal economisch vestigingsklimaat. 2.2 Met elkaar en voor elkaar De inwoners van Midden-Delfland hebben gekozen voor een andere koers. Wij verwachten van het college dat zij het noodzakelijke vertrouwen van de inwoners in het bestuur van Midden-Delfland herstelt. Boven alles doen wij dit in het belang van de inwoners, ondernemers, verenigingen en het landschap van Midden-Delfland. Niet alleen voor de inwoners die op ons gestemd hebben, maar voor en samen met alle inwoners. Veilig en prettig wonen is voor iedereen van belang. Wij streven er dan ook naar om dit met een open en transparante besluitvorming, door en met alle partijen in de gemeenteraad, voor elkaar te krijgen. Wij zetten ons in om te zorgen dat alle inwoners, ondernemers en verenigingen zich bij voor hen relevante thema’s betrokken en gehoord voelen en we als gemeenteraad in gezamenlijkheid de besluiten voor ons mooie MiddenDelfland kunnen nemen.
4
3. Wonen in een vitale leefomgeving Vitale dorpen In Midden-Delfland wonen we prettig, veilig en in levendige dorpen waar alles binnen handbereik is. Onze dorpen hebben een aantrekkelijke openbare ruimte en vormen een hechte gemeenschap. Inwoners, ondernemers en verenigingen nemen er samen initiatief om de leefkwaliteit te behouden en verder te versterken. Zo bouwen we iedere dag aan sterke dorpen waar het goed leven is.
3.1 Bouwen en woningtoewijzing Wij vinden dat je in Midden-Delfland goed en veilig moet kunnen wonen. Een thuis in een goed ingerichte openbare ruimte met voldoende basisvoorzieningen in het dorp. Op het thema wonen moet projectmatig een inhaalslag worden gemaakt om ideeën om te zetten in concrete plannen en die plannen ook sneller te realiseren. Dit door als gemeente zelf meer de regie te nemen en te houden. In beginsel zonder in een actieve grondpolitiek terecht te komen. Dat is een vorm van projectontwikkeling die geen kerntaak van de gemeente is. Versnellen is mogelijk door meer vertrouwen te geven en minder beperkingen op te leggen aan kleinschalige initiatieven en procedures meer gelijktijdig op te laten lopen in plaats van volgordelijk in tijd. Wij zien kansen in de dorpen voor particuliere ontwikkeling van kleine locaties. In het landschap zien wij mogelijkheden bij de herontwikkeling van vrijkomende agrarische bebouwing. Dit binnen de bestaande bouwoppervlakte en met behoud van de historie. Hierbij houden we rekening met de beperkingen die veroorzaakt worden door de ruimtelijke begrenzingen van het landschap.
De vitaliteit in de dorpen staat al decennialang onder druk doordat te weinig woningen beschikbaar komen en jongeren onze dorpen hierdoor verlaten. Dit vergroot het effect van de dubbele vergrijzing en verzwakt het verenigingsleven. Het is ook een risico voor de sociale samenhang en de leefbaarheid in de dorpen, waardoor de gemeente mogelijk extra kosten en werkzaamheden krijgt. Met name op het gebied van preventie en de zorg zal zich dit voordoen. Een ommekeer is noodzakelijk door meer te bouwen voor zowel jongeren als ouderen, zodat de doorstroom wordt bevorderd. Bij wonen voor ouderen moet nagedacht worden over voorzieningen in de buurt, in combinatie met zorg en welzijn. Bij deze inhaalslag in het bouwen streven wij naar projecten met een groot percentage middel dure huur en betaalbare koop. Duurdere koopwoningen zijn aanvullend om te komen tot een economisch rendabel plan. Wij willen geen sociale koop, daar dit in de huidige woonmarkt direct een bonus oplevert voor de eerste koper. Bij alle projecten geldt binnen de juridische grenzen dat toewijzing plaatsvindt aan Midden-Delflanders. Ook voor de woningtoewijzing van (sociale) huurwoningen geldt, vanuit het streven naar een vitale samenleving, dat toewijzing aan Midden-Delflanders dient plaats te vinden.
Als het Woonnet Haaglanden hierin belemmerend werkt, staan wij open voor aansluiting bij een betaalbaar alternatief toewijzingssysteem. 3.2 Asiel en migratie De onderlinge sociale verhoudingen in Midden-Delfland zijn door het proces én de realisatie van het grootschalige asielzoekerscentrum in Den Hoorn verstoord. Het nieuwe college heeft een belangrijke taak te werken aan het herstel van vertrouwen en de sociale cohesie. In het bijzonder Den Hoorn verdient hierbij aandacht. Een meerderheid van de inwoners is geen voorstander van deze grootschalige opvang. We maken een pas op de plaats en laten ons niet leiden door wat er landelijk en internationaal op ons af komt. De leefbaarheid in onze wijken stellen we daarbij voorop.
5
Wij geven het college opdracht om het grootschalige AZC in Den Hoorn zo snel als mogelijk te beëindigen. Dat betekent sowieso dat het college de overeenkomst met het COA na vijf jaar niet zal verlengen en onderzoekt of de grootschaligheid eerder kan worden gestopt. Tegelijkertijd dient het college ervoor te zorgen dat de gronden voor de contractbeëindiging worden verkocht en daarmee weer beschikbaar zijn voor de oorspronkelijke bedrijfsbestemming. Het college draagt de zorg voor het minimaliseren van de impact van het grootschalig AZC op de leefbaarheid in Den Hoorn. Dit doet het college door het handhaven van de gemaakte afspraken met het COA, scherpt deze afspraken waar nodig aan en treft aanvullende maatregelen. De belangen van de inwoners van Den Hoorn zijn hierbij leidend. 3.3 Economie en bedrijven Ondernemers in Den Hoorn, Maasland en Schipluiden zijn van groot belang voor de vitaliteit in de dorpen. Het college heeft structureel overleg met de MKB-verenigingen over ontwikkelingen in de dorpen in relatie tot de ondernemersbelangen. Tuinbouw is een grote economische sector van Midden-Delfland, waarvoor we de samenwerking behouden in de Greenport West-Holland. Onze boeren zijn met het agrarisch beheer de hoeders van ons Bijzonder Provinciaal Landschap. Ondernemers handelen vaak sneller en innovatiever dan dat de overheidsnormen mogelijk maken.
Dit vraagt van het college een open houding om juist innovatieve en afwijkende initiatieven niet te belemmeren, maar mogelijk te maken. 3.4 Openbare ruimte Het beheer van de openbare ruimte is van onvoldoende niveau. De beperkte beschikbaarheid van voldoende financiële middelen zijn daaraan debet. De komende periode dient de kwaliteit van de openbare ruimte verbeterd te worden. Hierbij dienen mogelijkheden benut te worden dat inwoners en collectieven zelf het onderhoud overnemen, en hierbij meer gebruik te maken van lokale ondernemers. Specifiek voor het landschap en de randen daarvan het agrarisch beheer over te laten aan onze eigen boeren. 3.5 Klimaat en energie De gemeente geeft uitvoering aan de energietransitie. In de meeste situaties is dit een langetermijnbeleid. De invloed van klimaatwijzigingen vraagt een aanpassing in de inrichting van de openbare ruimte, van huishoudens en bedrijven. Wij zien hierin geen bovenwettelijke rol voor de gemeente. Wij willen een gemeentelijk beleid waarin geen wijken worden aangewezen om verplicht gasloos te worden. Bij het uitwerken van plannen en het daarna realiseren van voorzieningen, dient vooraf duidelijk te zijn dat deze haalbaar zijn en betaalbaar blijven.
De gemeente heeft in het klimaat- en energiebeleid richting huishoudens en bedrijven een faciliterende rol. Particuliere initiatieven worden ondersteund; de gemeente heeft geen voortrekkersrol, maar werkt op gelijkwaardige schaal samen met de lokale initiatiefnemers. Wel dient de gemeente bij de herinrichting van de openbare ruimte zoveel mogelijk adaptieve en toekomstgerichte maatregelen mee te nemen. Dit moet hogere lasten voor de gemeente, huishoudens en bedrijven in de toekomst beperken. Inwoners, tuinders en overige bedrijven moeten binnen de landelijke kaders de regie over hun eigen energiebehoefte kunnen houden. 3.6 Ruimtelijke ordening Wij zien een meerwaarde in de wettelijke doelstellingen van de huidige Omgevingswet. De gemeenteraad stelt in de Omgevingsvisie de algemene kaders in welke richting de verschillende delen van de gemeente zich dienen te ontwikkelen. De uiteindelijke realisatie is daarna mede afhankelijk van initiatieven vanuit de samenleving. Wij verwachten van het college deze periode een nieuwe Omgevingsvisie.
6
In de uitvoering verwachten wij dat inwoners en ondernemers meer vrijheid krijgen om vanuit hun visie te werken aan de inrichting van hun eigen woon- en werkomgeving. Dit hoeft niet altijd plaats te vinden binnen de strakke gemeentelijke kaders, maar vooral binnen de bedoeling van een goede ruimtelijke ordening en verdeling van (ruimtelijke en maatschappelijke) functies over de gemeente. Een voorbeeld waar naar onze mening de gemeenteraad meer ruimte voor ruimere ontwikkelmogelijkheden moet bieden is de Maaslandse Poort. Deze locatie biedt kansen om een recreatieve inrichting te realiseren, passend bij de entree van Maasland. Dit in combinatie met andere voorzieningen en woningen. 3.7 Waterkwaliteit Schoon en gezond water zijn een basisvoorwaarde voor de leef- en omgevingskwaliteit. De kwaliteit van water draagt bij aan het welzijn van onze inwoners, een hoogwaardig landschap voor veehouderij en een sterke natuur en daarmee ook aan het economisch vestigingsklimaat. Wij investeren in samenwerking met het waterschap, gebiedsorganisaties en land- en tuinbouw om de waterkwaliteit te versterken. Bij nieuwe ontwikkelingen werken wij vanuit het principe dat water en bodem sturend zijn. In samenwerking met elkaar streven we naar het versterken van ecosystemen en dragen we daarmee bij aan een gezonde leefomgeving.
Goed waterbeheer is daarmee niet alleen een gezamenlijke verantwoordelijkheid, maar vooral een kansrijke investering in een leefbare, groene en economisch veerkrachtige toekomst voor onze inwoners en het Bijzonder Provinciaal Landschap. 3.8 Mobiliteit Een groot gedeelte van onze inwoners is voor onderwijs, werk, zorg en gebruik van grootschalige voorzieningen afhankelijk van mobiliteit naar omliggende gemeenten. Het college moet werken aan beschikbaarheid, keuzevrijheid en bovenal aan veiligheid. In de regionale samenwerking binnen de MRDH dient blijvend gepleit te worden voor goed en toegankelijk openbaar vervoer; zeker voor herstel van de OV-voorziening na de openstelling van de N468. Daarnaast dient bekeken te worden in hoeverre de kwaliteit en samenwerking binnen de diverse soorten van doelgroepenvervoer (onderwijs, gehandicapten e.d.) beter kan, eventueel in combinatie met vraagafhankelijk vervoer zoals de MUS. Verkeersveiligheid is van groot belang voor de leefbaarheid in de dorpen. Dit geldt zeker voor schoolroutes en de veiligheid rondom de scholen. Op korte termijn verwachten wij van het college voorstellen die de verkeersveiligheid verbeteren. De uitvoering van verkeerspunt Oude Veiling/Maassluiseweg in Maasland krijgt prioriteit en moet in overleg met de inwoners en bij voorkeur in afstemming met Maassluis nog in 2026 starten.
Tegelijkertijd moet het college met de regio werken aan een oplossing waarbij het verkeer uit Maassluis een alternatieve route erbij krijgt.
7
4. Een waardevol landschap in het hart van de metropool Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland beschikt over een uniek agrarisch cultuurlandschap, midden in het hart van de metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Onze boeren beheren dit bijzondere gebied en samen werken we aan een toekomstbestendig landschap. Het groene karakter van Midden-Delfland en de vitaliteit van onze dorpen spelen een belangrijke regionale rol: voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat, waardevolle natuur, ruimte voor recreatie en de productie van (h)eerlijk voedsel. Zo houden we ons landschap levend en betekenisvol voor iedereen.
4.1 Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland Midden-Delfland heeft een unieke opdracht om het landschap vanuit een duurzame ontwikkeling te behouden voor het omliggend stedelijk gebied. De gemeente dient de samenwerking met de provincie, andere gemeenten, maatschappelijke organisaties en LTO Delflands Groen in de Landschapstafel Bijzonder Provinciaal Landschap verder te ontwikkelen en te versterken. Dit via een minder vrijblijvende samenwerking en gericht op de ruimtelijke samenwerking in de Haagse en Rotterdamse regio met ondersteuning van de NOVEX ZR (verstedelijking). De gemeenteraad dient hierbij betrokken te worden vanuit de algemene belangen, zoals de inpassing en compensatie van de aanleg van de Oude Lijn en klimaatmaatregelen (bijv. onderzoek waterberging hoogheemraadschap). Midden-Delfland is en blijft een agrarisch cultuurlandschap. Een landschap dat al eeuwenlang beheerd wordt door onze boeren. Zij produceren voedsel en zorgen daarbij voor de natuur en beleving (recreatie). Boeren dienen meer keuzevrijheid te krijgen in hun eigen bedrijfsvoering. Wij onderschrijven de innovatieve ontwikkeling van de kringlooplandbouw. Tegelijkertijd is het een individuele keuze van de agrarische ondernemer hoe hij zijn bedrijfsvoering inricht.
Die vrijheid moet aanwezig zijn in andere economisch georiënteerde keuzes en verbreding, zolang die bijdragen aan het relevant en vitaal houden van het buitengebied en een ruimtelijk verantwoord en toekomstbestendig beheer van ons landschap. 4.2 Landschapsbeheer door onze boeren Gebiedsorganisaties zijn de afgelopen periode door beperkte financiële middelen niet in staat gebleken te zorgen voor een verantwoord landschapsbeheer. Wij betreuren dit, daar onze boeren in principe in staat zijn dit beheer (deels) beter en goedkoper voor hun rekening te nemen. Dit draagt bij aan een beter verdienmodel voor de agrarische sector en vergroot de beleving van het gebied. Het college dient zich wederom in te spannen meer agrarisch beheer in het BPL mogelijk te maken. 4.3 Economisch vestigingsklimaat Het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland heeft een belangrijke functie voor het economisch vestigingsklimaat en de leefbaarheid in de verstedelijkte zuidwestelijke Randstad. Het landschap moet zich daarom op een passende wijze kunnen blijven ontwikkelen om de maatschappelijke functies voor omliggende steden te blijven vervullen. Van het college verwachten wij dat zij vanuit die wederkerigheid de ondersteuning van en voor het landschap met de stedelijke omgeving versterken.
4.4 Recreatie Het landschap heeft door de ligging midden in het stedelijk gebied van Rotterdam en Den Haag een belangrijke recreatieve functie. Een gemeentelijke visie op de recreatie ontbreekt. Wij vragen het college om binnen 1 jaar hiervoor in afstemming met de gemeenteraad te komen met een beleidskader dat ruimte biedt voor verbreding van de agrarische bedrijfsvoering. In het beleidskader dienen de economische potenties in beeld te komen, maar ook de aantrekkelijkheid voor de recreant vergroot te worden met
8
kleinschalige activiteiten, watertappunten, toiletvoorzieningen en punten voor het opladen van elektrische fietsen en boten. Bij de voorstellen voor het beleidskader dient ook gekeken te worden naar het heffen van de toeristenbelasting. Zijn de kosten en opbrengsten met elkaar in verhouding, betaalt iedereen hieraan mee en welke uitzonderingen worden bij de belastingheffing gebruikt. Daarbij dient ook gekeken te worden naar de meerwaarde van de marketing, nu uitgevoerd door PUUUR. Staan deze kosten in een redelijke verhouding tot de gemeentelijke bijdrage, de bijdrage in de bekostiging door ondernemers zelf, hun onderlinge samenwerking en de effectiviteit daarvan?
9
5. Een sterke samenleving van en voor inwoners Een veerkrachtige en weerbare samenleving Midden-Delfland heeft goud in handen: sterke sociale gemeenschappen, betrokken ondernemers en actieve verenigingen vormen hier het kloppend hart van de samenleving. Dankzij de inzet van talloze vrijwilligers en mantelzorgers is er oog voor elkaar en blijft de sociale verbinding krachtig. De gemeente ondersteunt inwoners om regie over hun eigen leven te nemen en te behouden, en biedt waar nodig passende zorg, ondersteuning en mogelijkheden om mee te doen. Zo bouwen we samen aan een veerkrachtige en betrokken gemeenschap.
5.1 Veiligheid Goed wonen in Midden-Delfland is nadrukkelijk ook veilig wonen en zich veilig voelen, thuis en op straat. Zorgen van inwoners dienen serieus te worden genomen en ondersteund te worden met empathisch contact en zo nodig met maatregelen. Met elkaar kunnen inwoners werken aan de veiligheid in de eigen leefomgeving. Primair blijft de zorg voor veiligheid een overheidstaak, die ondersteund moet worden met de zichtbare aanwezigheid en aanspreekbaarheid van politie en BOA. Ook hier geldt optreden als dit van maatschappelijke meerwaarde is, aanspreken op gedrag voor bewustwording en een positieve gedragsverandering en juridische procedures als dit in het algemeen belang is. De beperkte capaciteit is een feit, echter de effectieve inzet daarvan op de grote maatschappelijke vraagstukken is juist dan van meerwaarde. Geopolitiek, ondermijning en cyberveiligheid zijn een bedreiging voor de samenleving. Het Rijk belegt hiervoor steeds meer taken bij de gemeente. De gemeente dient te werken aan een weerbare samenleving. In de basis zien wij hierbij vooral een gemeentelijke taak in ondersteuning, bewustwording en het faciliteren van de samenleving. Het faciliteren van ontmoeting en het versterken van de sociale verbindingen is daarbij de basis; voor andere maatregelen moet de meerwaarde voor de samenleving van Midden-Delfland aantoonbaar zijn.
Wij verwachten van het college dat zij daaraan vormgeven vanuit een combinatie van het accommodatiebeleid, inwonersparticipatie, onderhoud van de openbare ruimte en de combinatie van wonen, zorg en welzijn. 5.2 Accommodaties voor onderwijs en overige voorzieningen Kinderen zijn belangrijk voor de toekomst. Goed onderwijs en deelname aan sport- en verenigingsactiviteiten zorgen voor een stevige basis om zich later tot zelfstandige en verantwoordelijke personen te kunnen ontwikkelen. Toekomstbestendige accommodaties zijn daarbij noodzakelijk. Wij ondersteunen in principe de uitgangspunten van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het onderwijs. Voordat verdere besluitvorming plaats kan vinden dient wel de haalbaarheid van nieuw- of verbouw te worden aangetoond. De verdeling in het Gemeentefonds is ontoereikend voor de huidige planvorming. Voordat een verdere uitwerking van het IHP kan plaatsvinden dient het college onderzoek te doen naar de meerjarige financiële gevolgen (kapitaalslasten) voor de gemeentelijke begroting van nieuwe accommodaties en gebouwen na realisatie. Dit geldt ook voor de al lopende studies en onderzoeken op basis van het IHP. Voldoende accommodaties zijn voor de vitaliteit van de dorpen van groot belang. Deze voorzieningen zijn niet altijd zelfstandig te realiseren, maar wel noodzaak voor ontmoeting en daarmee de sociale binding in een dorp.
Bij relevante ruimtelijke plannen moeten de mogelijkheden meegenomen worden ruimte voor voorzieningen te creëren; zeker bij huisvesting voor ouderen. Een combinatie van wonen, zorg en (welzijns)voorzieningen is van blijvende meerwaarde. Voor Den Hoorn vragen wij het college om in
10
nauw overleg met het bestuur van HV DIOS de opties te verkennen voor een sporthal en op basis daarvan te rapporteren op welke wijze in Den Hoorn wordt voorzien in de behoefte aan het voorzieningenaanbod. Voor al onze dorpen geldt dat de aanwezigheid van betaalbare voorzieningen op lange termijn noodzakelijk blijft. Vanuit de gemeentelijke taakinvulling geldt dit primair voor de sport, welzijns- en gezondheidsvoorzieningen en secundair voor de aanwezigheid van voldoende winkel- en bedrijfsruimten. Als uitwerking van de dorpenvisie vragen wij aandacht om deze behoeften in beeld te brengen en te gaan werken met een gericht beleid op versterking van het voorzieningenniveau. 5.3 Werk en inkomen Wij streven naar een samenleving waarin inwoners zo zelfstandig mogelijk kunnen leven en deelnemen. Wij bieden ondersteuning waar dat nodig is, maar stimuleren tegelijkertijd dat inwoners, met hun eigen mogelijkheden en netwerk zelf de regie houden over hun leven. De beste wijze om uit de armoede en zorg te komen en te blijven is werk. Eigen verantwoordelijkheid en ondersteuning vragen om een zorgvuldige balans. Als gemeente staan wij klaar met passende sociale ondersteuning voor wie het niet (meer) zelf kan, tijdelijk of langdurig. Dat doen wij dichtbij, laagdrempelig en gericht op het versterken van de eigen kracht van mensen.
We zetten in op oplossingen die bijdragen aan veerkracht, zelfredzaamheid en het benutten van informele netwerken zoals familie, buren, vrijwilligers en verenigingen. Tegelijkertijd verwachten wij van inwoners dat zij, waar mogelijk, verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen welzijn en actieve deelname aan de samenleving. Dit betekent dat wij ondersteuning inzetten wanneer er een duidelijke meerwaarde is en wanneer inwoners bereid zijn hun eigen mogelijkheden te benutten. Bij ondersteuning door de gemeente wordt altijd gekeken of de maatregel effectief is ten opzichte van de kosten. De gemeente werkt hierbij transparant, zorgvuldig en in samenwerking met partners in het sociaal domein. Zo zorgen we voor een sociaal vangnet dat werkt: betrokken, effectief én toekomstbestendig. 5.4 Zorg, jeugd en maatschappelijke ondersteuning De kosten voor de Wet maatschappelijke ondersteuning en zorg voor jongeren (Jeugdzorg) stijgen steeds harder. Het Rijksbeleid richt zich steeds meer op gemeentelijke preventie, overigens zonder voldoende financiële dekking. Wij verwachten dat het college zich met een krachtige en efficiënte inzet van het sociaal team nog sterker gaat richten op preventie en de eigen regie van inwoners. Hierin heeft de gemeente een faciliterende rol. Bij de uitvoering verwachten wij een kritische beschouwing van de inzet van externe partijen en de gemeentelijke organisatie.
De voorkeur heeft de samenwerking met het maatschappelijk middenveld. Tegelijkertijd beseffen wij dat preventie niet altijd de hoge kosten van zwaardere zorg, zeker bij de jeugd, kan voorkomen. De dubbele vergrijzing in Midden-Delfland vraagt bovendien om extra aandacht. Onze ouderen vormen een waardevol deel van onze gemeenschap, maar de groeiende groep senioren betekent ook dat de zorgvragen zullen toenemen. Niet alleen op het gebied van ondersteuning en passende voorzieningen, maar ook rondom het voorkomen van eenzaamheid en het bevorderen van een actief en gezond leven. Wij vinden het belangrijk dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig en prettig kunnen blijven wonen, in een omgeving waar zij zich veilig en verbonden voelen. Dat vraagt om toegankelijke voorzieningen in de dorpen, voldoende geschikte woningen, goede dagbesteding en ondersteuning voor mantelzorgers. Tegelijkertijd moeten we als gemeente investeren in netwerken en initiatieven die ontmoeting stimuleren en isolement tegengaan.
11
Wij verwachten van het college dat zij deze kosten beheersbaar houdt door bewust ondersteuning beschikbaar te stellen, wanneer redelijkerwijs mag worden verwacht dat dit bijdraagt aan het oplossen van problemen. Daarbij hoort ook het – binnen de wettelijke kaders – beter delen van gegevens met andere zorgverleners, zodat hulp sneller, effectiever en zonder onnodige overlap kan worden ingezet. De vraag is of we vraagvolgend kunnen financieren (geen vraagvolgend budget) in plaats van volumegaranties af te werken. Dit is het begin van een transitie in het domein van zorg en welzijn. Daarnaast vragen wij het college om, binnen landelijke convenanten, te blijven streven naar het laten bijdragen van baathouders (zoals het Zorgkantoor) aan preventieve kosten. Een goede, tijdige informatievoorziening aan de gemeenteraad blijft hierbij essentieel, zodat we samen kunnen sturen op een toekomstbestendige, betaalbare en mensgerichte zorg voor al onze inwoners – jong én oud. 5.5 Een veilige digitale leefomgeving voor kinderen en jongeren De gemeente zet zich in voor een veilige en respectvolle digitale leefomgeving voor kinderen en jongeren. Digitale media bieden veel kansen, maar brengen ook risico’s met zich mee, zoals cyberpesten. Door preventie, educatie en samenwerking versterken we de weerbaarheid van jongeren en dragen we bij aan een positieve online cultuur.
We vinden het belangrijk dat kinderen en jongeren leren om bewust, verantwoord en veilig met internet en sociale media om te gaan, en dat zij risico’s tijdig leren herkennen. Daarbij ondersteunen we ouders, scholen en verenigingen in hun rol. Onze inzet richt zich op een samenhangende aanpak met scholen, verenigingen en politie. Wij faciliteren de samenwerking en stimuleren scholen om bestaande antipestprogramma’s zorgvuldig en effectief uit te voeren en mediawijsheid structureel een plek te geven binnen het onderwijs.
12
6. Een efficiënte organisatie met gezond financieel beheer Een dienstverlenende gemeente In Midden-Delfland vormen onze inwoners de kern van een sterke gemeenschap, ondersteund door een bestuur en organisatie die voor hen werkt én ruimte biedt voor eigen initiatief. We laten los waar het kan en handelen waar het nodig is. Als financieel gezonde gemeente streven we naar een toekomstbestendig beheer van onze middelen. Zo laten we samen de kracht van onze samenleving én ons waardevolle landschap volop tot bloei komen.
6.1 Begrotingsbeheer Als gemeenteraad beheren we de gemeentelijke financiën: geld dat via gemeentelijke en rijksbelastingen is opgebracht door inwoners en bedrijven. Het is gemeenschapsgeld, en daar gaan we minstens zo zorgvuldig mee om als met ons eigen geld. Het beheer hiervan moet helder, efficiënt en doelmatig zijn. We investeren waar nodig, met oog voor de lange termijn. Daarom werken we het financieel kader en eventuele bezuinigingen zo snel mogelijk uit in de kadernota en de begroting. Zo streven we naar financieel herstel: een begroting die na herstel meerjarig sluitend is, waarbij de vrij besteedbare reserve op peil blijft en niet langer wordt ingezet voor vermijdbare uitgaven. Voor inwoners én gemeenteraad is meer transparantie in de begroting belangrijk. Wat staat er precies op de planning in de dagelijkse uitvoering, en is die planning realistisch gezien de beschikbare vaste formatie? Door realistisch te begroten en gedurende het jaar alleen taken en projecten uit te voeren die echt onvermijdelijk zijn, kunnen we de externe inhuur verminderen. Als er wordt afgezien van externe inhuur, informeert het college de gemeenteraad bij de periodieke begrotingswijzigingen over de gevolgen daarvan.
Wij verwachten van het college dat het de gemeenteraad tijdig en actief informeert over ontwikkelingen en wijzigingen die van belang zijn voor de controle en beheer van de gemeentelijke financiën. 6.2 Ambtelijke organisatie Wij verwachten van het college dat het kritisch kijkt naar de taken van de gemeente en de omvang van de ambtelijke organisatie daarop afstemt. Wij geloven dat inwoners, ondernemers en verenigingen bereid zijn om meer taken op zich te nemen, als je hen daar om vraagt en hen vertrouwen en ruimte geeft om te handelen. Bij zo’n kritische blik hoort ook dat we bekijken welke regels kunnen worden geschrapt, zodat we meer kunnen werken vanuit vertrouwen en minder vanuit controle en streng toezicht. In dat licht zijn we terughoudend met het voeren van procedures die inhoudelijk weinig toevoegen, maar wél zorgen voor extra werkdruk bij de organisatie en het vertrouwen in de overheid ondermijnen. 6.3 Bestuurlijke organisatie Het college is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur. De gemeenteraad stelt de kaders en controleert het bestuur. Dit vraagt een goede en gedoseerde informatievoorziening vanuit het college. Vrijheid van handelen en bijsturing door de gemeenteraad dient georganiseerd te worden door de raad tijdig en juist te informeren.
Als het gaat over de eigen (sociale) leefomgeving van inwoners dienen deze bij de voorbereiding betrokken te zijn of er moet duidelijk gemaakt worden dat dit niet mogelijk was vanuit (juridische) beperkingen, procestijd, formatie en/of middelen. Wij kiezen bewust voor wethouders die wonen in Midden-Delfland. Zij hebben de opdracht makkelijk benaderbaar te zijn, de zichtbaarheid van het bestuur te vergroten en te werken aan het herstel van vertrouwen in de overheid. Wethouders die een menselijke schakel vormen tussen inwoners, ondernemers en verenigingen en de besluitvorming via
13
de ambtelijke organisatie, college en gemeenteraad. Het college pakt deze opdracht actief op. 6.4 Dienstverlening Inwoners hebben voor het aanvragen van gemeentelijke producten geen keuzevrijheid. Zij zijn gebonden en afhankelijk van de gemeente. De kwaliteit van de dienstverlening dient daarbij door het college en de ambtelijke organisatie permanent onderhouden te worden. Bij contact wordt een empathische houding en begrip voor de vraag verwacht. Werk daarbij vanuit de bedoeling van de regelgeving en niet alleen vanuit de onmogelijkheden of het beschikbare aanbod. Ga zorgvuldig om met klachten, gebruik die als leerinstrument en publiceer de formele klachten op internet. Wees bereikbaar en beschikbaar.
6.5 Informatie en digitalisering De huidige digitalisering en het gebruik van AI nemen een steeds prominentere positie in. Veiligheid van gegevens en een goed beheer van de (digitale) informatie zijn essentieel. Het college draagt daarbij zorg voor een toekomstbestendig beheer en veiligheid van gegevens en zeker die van persoonsgegevens. Daarnaast dient gewerkt te worden aan beleid hoe AI kan bijdragen aan een lastenvermindering van de gemeentelijke werkzaamheden. Er komt beleid hoe ambtenaren AI gebruiken. De kaders hiervoor dienen in deze bestuursperiode door de gemeenteraad te worden vastgesteld.
14
15