CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

06 BriefRekenkamerMiddenDelflandinzakeJeugdzorg versie 0.12.docx

Commissie 12 oktober 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Rapport Rekenkamer over “Jeugdzorg”3.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rekenkamer

Den Haag, 22 februari 2021 Aan de gemeenteraad van Midden-Delfland Betreft: Jeugdzorg

Geachte leden, De Rekenkamer Midden-Delfland heeft onderzocht hoe de gemeenteraad vanaf 2015 is geïnformeerd over de uitgaven voor jeugdzorg. Het veldwerk vond plaats in het eerste halfjaar van 2020 en maakte deel uit van een gezamenlijk Rekenkameronderzoek in H10-verband. Met deze brief rapporteren wij u over de uitkomsten.

Opzet van het onderzoek Aangezien de tien gemeenten al samenwerken op het gebied van jeugdzorg, lag een rekenkamer onderzoek naar dit onderwerp bij deze gemeenten voor de hand. Naar aanleiding van een voorstel daartoe van de rekenkamer(commissie)s van Den Haag, WVOLV en Zoetermeer heeft de rekenkamer Midden-Delfland zijn medewerking toegezegd aan een gezamenlijke onderzoek naar de jeugdhulp over de periode vanaf 2015 tot en met 2019. De coördinatie van het gezamenlijke onderzoek berustte bij de Rekenkamer Den Haag. Het onderzoek bestaat uit drie delen. Het eerste deel betreft de ontwikkeling van de kosten naar verwijzer, naar soort jeugdhulp en naar (categorieën van) aanbieders. Het tweede deel van het onderzoek heeft betrekking op de kosten voor de jeugdhulp die niet via het Servicebureau worden verstrekt, zoals de kosten van jeugdhulp die door de wijkteams worden verstrekt of de kosten voor de praktijkondersteuners voor de huisartsen. Het derde onderzoekdeel betreft de beoordeling van de informatievoorziening aan de gemeenteraad (hierna: Raad). De vraag die hier centraal staat is of de Raad op enigerlei wijze de ontwikkeling van de kosten in de jeugdhulp kan controleren. Afgesproken is dat de afzonderlijke rekenkamer(commissie)s over de uitkomsten van dit deel rapporteren aan hun eigen Raad. Met deze brief geven wij aan deze afspraak invulling.

Basis voor onze bevindingen vormen de 171 documenten over de periode 2015 -2019 die de rekenkamer Midden-Delfland heeft ontvangen met betrekking tot de informatievoorziening aan de Raad. Om dit volume aan documenten op een doelmatige wijze te ontsluiten is ervoor gekozen om door middel van

1

concept – versie 0.12

trefwoorden te zoeken op relevante passages. Aansluitend heeft de Rekenkamer Midden-Delfland uit die passages relevante informatie gefilterd.

Context van het onderwerp Sinds de decentralisaties in 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van jeugdzorg. Uit recent onderzoek blijkt dat een flink aantal gemeenten in de afgelopen jaren substantieel meer heeft uitgegeven aan jeugdhulp dan dat zij ontving voor de uitvoering van deze taak. Driekwart van de Nederlandse gemeenten was veel meer geld kwijt aan jeugdzorg dan begroot. Eén op de vijf gemeenten kampt met een tekort van meer dan 40 procent1. Gemeenten luidden in mei 2019 gezamenlijk de noodklok: door de tekorten in de jeugdzorg dreigen jongeren met problemen de dupe te worden en dreigen als gevolg van de tekorten bezuinigingen op tal van voorzieningen, langere wachtlijsten en toenemende overlast. Het kabinet stelde in mei 2019 € 350 miljoen extra beschikbaar voor de jeugdhulp in 2019, voor de drie jaar daarna jaarlijks € 190 miljoen. Deze problematiek speelt ook in regio Haaglanden: o.a. de gemeenten Den Haag, LeidschendamVoorburg, Zoetermeer en Delft kampen met tekorten op de jeugdhulp. Om te komen tot een doelmatige inkoop van jeugdzorg hebben tien gemeenten, waaronder de gemeente Midden-Delfland, besloten het contractmanagement met derden voor de uitvoering van de Jeugdwet centraal uit te voeren via één punt, het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden2.

Volgens dat bureau was er in 2018 sprake van een kostenoverschrijding bij de tien aangesloten gemeenten van gemiddeld 19%. De gemeente Midden Delfland had in 2016 en 2017 een klein tekort van 1 % respectievelijk 2% op de begroting voor jeugdhulp. In 2018 was dit beeld compleet veranderd door een tekort van 47% op de begroting. Midden Delfland was daarmee de grootste stijger in 2018 in de regio Haaglanden. (Bron: Beleidskader Jeugd 2020-2023).

Bevindingen Er zijn aanzienlijke kostenstijgingen in de jeugdhulp, die relatief laat in beeld komen bij de Raad Als wordt gekeken naar de ontwikkelingen van de kosten van jeugdhulp, dan signaleren we inderdaad een aanzienlijke stijging van kosten van jeugdhulp vanaf 20183, zoals uit onderstaande tabel blijkt. Jeugd- en 2015 2016 2017 jongerenwerk Werkelijk € 1.574.016 € 1.696.126 € 1.592.682 Primitieve € 1.779.977 € 1.675.657 € 1.663.299 begroting Bron: jaarverslagen / jaarrekeningen 2015 tot en met 2019

2018

2019

€ 3.564.871 € 1.805.105

€ 3.877.175 € 1.853.480

Benchmarkanalyse uitgaven jeugdhulp in 26 gemeenten, Significant in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 19 april 2019, p. 4. 2 Dit bureau heette tot 16 april 2020 het H10 Inkoopbureau. Tien gemeenten zijn aan dit bureau verbonden, te weten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar, Westland en Zoetermeer. Tezamen vormen deze gemeenten de Gemeenschappelijke Regeling H-10 Inkoopsamenwerking. 3 Een kwantificering ontbreekt echter, maar het is niet onmogelijk dat 2017 ook al een overschrijding liet zijn. Het document ‘Prognose kosten jeugdhulp 2019’, bijlage bij het "PvA kostenbeheersing jeugd” zoals dat in november 2019 aan u is voorgelegd, noemt in 2018 nagekomen facturen over voorgaande jaren voor een totaalbedrag van € 375.000. 1

2

concept – versie 0.12

De Raad is over de kostenstijging in 2018 voor het eerst geïnformeerd bij de derde begrotingswijzing 2018 op 18 december 2018. In de bijlage Sociaal Domein bij deze wijziging valt hierover het volgende te lezen: “Tot aan de zomer van 2018 meenden wij dat de ontwikkeling in Midden-Delfland veel minder sterk zou zijn dan elders in Nederland; sinds de zomer van 2018 moeten wij vaststellen dat die ontwikkeling in Midden-Delfland vergelijkbaar is met de landelijke tendens”. Voorgesteld werd het budget voor dat jaar met € 1,7 miljoen te verhogen. De kostenstijging van de jeugdhulp komt vervolgens aan de orde in de 1e periodieke begrotingswijziging 2019, die op 23 april 2019 in de Raad is behandeld. In de toelichting op de post Jeugd is hierover het volgende opgemerkt: “In de 3e Periodieke begrotingswijziging 2018 hebben wij u een voorstel gedaan het budget voor jeugdzorgtaken met € 1,7 mln. te verhogen. De voorlopige prognose voor 2019 is dat zich, zonder maatregelen, een tekort van dezelfde orde van grootte zal voordoen. Wij stellen u daarom voor de betreffende budgetten ook in 2019 bij te ramen ( € 1,5 mln. voor individuele voorzieningen natura jeugd (ZIN) en € 0,2 mln. voor PGB).” De begroting 2019 voor de post Jeugd steeg daarmee met 80 %, van (afgerond) € 2,0 miljoen naar (afgerond) € 3,6 miljoen4.

Met het vanaf 2018 ontstaan en oplopen van de tekorten in de jeugdzorg is gestart met het opbouwen en versterken van de informatiepositie. In voorliggende jaren, waarbij geen sprake was van tekorten, ontbrak deze prikkel. De eerste gedetailleerde analyse van de kostenontwikkeling van de jeugdhulp dateert van 28 november 2019. Op verzoek van de Raad gaf het College in een memo de ontwikkeling van de kosten van de diverse vormen van jeugdhulp weer (prognose 2019 ten opzichte van werkelijke kosten 2018) en voorzag het van een analyse en conclusie. De conclusie beperkt zich tot een weergave van de procentuele en absolute verschillen (zonder daaraan een oorzakenanalyse te verbinden) alsmede maatregelen om toekomstige kostenstijgingen te voorkomen.

Het beeld van de oorzaken van de kostenstijging is niet stabiel en niet voldoende gespecificeerd Eén van de normen die in het gezamenlijke onderzoek wordt gehanteerd is dat de Raad informatie krijgt over de ontwikkelingen vanaf 2015 van de kosten, gespecificeerd naar  soort verwijzer (gemeente, huisarts, jeugdarts, gecertificeerde instellingen, medisch specialist, rechter/justitie, geen verwijzer en verwijzer onbekend)  soort specialistische zorg (crisisinterventieteam (CIT), Gecertificeerde instellingen (GI), Ambulant, Residentieel, Top specialistisch);  soort hulpvorm (jeugd- en opvoedhulp, jeugd-GGZ, Jeugd-LVB, Jeugd Gedwongen kader, Wijkteam);  persoonsgebonden budget (PGB). Deze informatie ontbreekt in de stukken die naar de Raad zijn gestuurd. Wel worden hierin diverse oorzaken genoemd voor de kostenstijging. Deels worden dezelfde oorzaken genoemd, deels andere, zonder dat duidelijk is in welke mate zij bijdragen aan de kostenstijgingen. Een weging van de oorzaken ontbreekt. Ter illustratie mag onderstaande informatie dienen.

4

Indien wordt vergeleken met de primitieve begroting is het stijgingspercentage 93.

3

concept – versie 0.12

In de toelichting bij de derde begrotingswijziging 2018 (gepresenteerd eind 2018) worden vier hoofdredenen voor de kostenstijging opgegeven. Dit zijn: 

Tariefharmonisering: in de aanloop naar 2018 is het aantal producten fundamenteel omlaag gebracht. In dat proces heeft een groot aantal aanbieders in 2018 duurdere producten ingezet met als gevolg een kostenstijging

Toename van de hoeveelheid ingezette eenheden per cliënt

Verschuiving naar duurdere zorgproducten

Lichte toename van het aantal jeugdigen

Aangegeven werd dat in deze fase nog onvoldoende kan worden ingeschat in welke mate de kostenstijging ook structurele effecten heeft voor begroting 2019 ev. Dit vraagt nog nadere analyse en afronding van het begrotingsjaar. Op 12 februari 2019 is een Plan van aanpak kostenbeheersing jeugdhulp Midden-Delfland besproken in de commissievergadering en samen met een nadere onderbouwing van de probleemanalyse behandeld in de raadsvergadering van 26 maart 2019. “Al sinds de invoering van de nieuwe wet is er landelijk sprake van tekorten in de beschikbare budgetten en tegelijkertijd sprake van stijgende kosten. Sinds halverwege vorig jaar zien wij deze kostenstijging zich ook in Midden Delfland voordoen. Het komen tot stevige maatregelen gericht op kostenbeheersing, en het terugbrengen van het tekort wordt daarmee een prioriteit”, zo valt te lezen in de analyse. Stijging van de kosten van specialistische GGZ wordt aangevoerd als mogelijke reden, In een presentatie op 27 juni 2019 voor de raadswerkgroep Sociaal Domein worden de volgende redenen voor de kostenstijging opgegeven •Toename aantal declaraties over eerdere jaren5; •De intensiteit van de gevraagde ondersteuning nam toe; •Een groter beroep gedaan op de dure specialistische GGZ jeugdhulp; •Regionale harmonisatie tarieven zorgaanbieders.

In het Beleidskader Jeugd 2020-2023, behandeld in de raadsvergadering van 20 november 2019, worden factoren genoemd als stijging van tarieven van bepaalde zorgproducten, toegepaste wijzigingen in de systematiek van kostentoedeling (de zogenaamde tarief-harmonisatie), en waterbed effecten in de samenhang met andere wettelijke kaders. “In Midden-Delfland zien we bijvoorbeeld dat de instroom naar zorgvarianten geleidelijk afneemt maar dat de kosten per cliënt (bijvoorbeeld bij het ambulante aanbod van de zorgaanbieders) zijn toegenomen.”

Goede stuurinformatie ontbreekt om de kostenontwikkelingen naar behoren te beheersen Al vroeg heeft de Raad de ambitie uitgesproken om te sturen op doelen en prestaties. Bij de behandeling van het Regionaal Inkoopkader jeugdhulp 2016-2017, scherpte de Raad in zijn vergadering van 26 mei 2015 met een amendement de uitgangspunten van dit kader als volgt aan. “We sturen op doelen en prestaties: we sturen dus op wat er bereikt moet worden. Niet op de manier waarop dit bereikt wordt, dit laten we aan de professionals in het veld over. De nieuwe Jeugdwet verplicht gemeenten met jeugdhulpaanbieders afspraken te maken over het gebruik van prestatie-indicatoren. Aan deze verplichting wordt (een begin van) uitvoering gegeven in de afspraken met de zorgaanbieders, onder meer door zorgaanbieders zich bereid te laten verklaren mee te werken aan de ontwikkeling en

Onverwachte kostenstijgingen als gevolg van de mogelijkheid voor aanbieders van jeugdzorg om nog vijf jaar na afronding van Diagnose Behandeling Combinaties (DBC’s) te declareren, zijn inmiddels ondervangen doordat het Servicebureau de aanbieders van jeugdzorg dwingt om maandelijks te declareren (bron: jaarstukken 2018 H-10 Inkoopbureau). 5

4

concept – versie 0.12

toepassing van indicatoren.(…) De gemeenten in de regio Haaglanden hebben uitgesproken dat de prestatie-indicatoren in de regio gelijk zullen zijn en dat de monitoring ervan een regionale taak wordt. (…) Resultaatgerichte bekostiging of outcomebekostiging: Bekostiging vindt plaats op basis van het gerealiseerde resultaat zoals een persoon die is geholpen of een groep personen waar verbetering is opgetreden. Het niet halen van het vooraf afgesproken resultaat betekent dat geen betaling plaatsvindt.” Om deze ambitie te realiseren zijn in de nota ‘mogelijk maken wat nodig is’ (9 december 2016 aan de Raad gestuurd) een aantal indicatoren geformuleerd op grond waarvan op het resultaat wordt gestuurd. Drie indicatoren worden genoemd:  Uitval van cliënten  Tevredenheid van cliënten over het nut en effect van de jeugdhulp en  Doelrealisatie van de hulp. Aan de ambitie van de Raad ligt een terechte zorg over de kwaliteit van de beschikbare stuurinformatie ten grondslag. Illustratief is de evaluatie van de samenwerking door middel van het Servicebureau d.d. 21 december 2016. Hierin geven de geïnterviewden unaniem aan dat zij een sterke behoefte hebben aan duiding van de sturingsdata: "je stuurt nu met je handen op je rug". De ambitie van de Raad is tot op heden nog niet gerealiseerd.

Zo heeft dit gremium nagenoeg geen6 informatie ontvangen over de ontwikkelingen in het aantal unieke jongeren dat jeugdzorg ontvangt, gespecificeerd naar  soort verwijzer (gemeente, huisarts, jeugdarts, gecertificeerde instellingen, medisch specialist, rechter/justitie, geen verwijzer en verwijzer onbekend)  soort specialistische zorg (crisisinterventieteam (CIT), Gecertificeerde instellingen (GI), Ambulant, Residentieel, Topspecialistisch);  soort hulpvorm (jeugd- en opvoedhulp, jeugd-GGZ, Jeugd-LVB, Jeugd Gedwongen kader, Wijkteam);  persoonsgebonden budget (PGB). Eveneens wordt geen informatie gegeven over doorlooptijden en geen antwoord gegeven op de vraag in hoeverre jeugdhulptrajecten succesvol zijn beëindigd7. Een goede analyse over de kostenontwikkelingen in relatie tot de behoefte aan jeugdzorg is dan ook niet mogelijk. Ook de jaarrekeningen over de jaren 2015 – 2019 vermelden onder het kopje ‘wat hebben we bereikt?’ alleen teksten, zonder vermelding van kwantitatieve informatie over geleverde prestaties. Een koppeling met de kosten is niet te maken. Ten slotte ontbreekt informatie over de bovengenoemde drie indicatoren. Stuurinformatie voor gemeenten is niet van meet af aan ingeregeld.

In de op 14 januari 2014 afgesloten dienstverleningsovereenkomst (DVO) tussen het Servicebureau en de aangesloten gemeenten ontbreken Wel wordt de Raadswerkgroep Sociaal Domein op 28 november 2019 geïnformeerd over ontwikkelingen in de Jeugdhulp. Daarbij wordt over de vrije verwijzers (zoals huisartsen) opgemerkt dat die zo’n 50% van de verwijzingen voor haar rekening neemt richting gespecialiseerde jeugdhulp. In het beleidskader Jeugd 2020-2023 (behandeld in de raadsvergadering van 20 november 2019 staat het volgende: ‘in 2016 liep minder dan 20% van de jeugdhulp via het MT, Inmiddels is dat ongeveer de helft.’ Hieruit volgt dat huisartsen en het Maatschappelijke Team en de huisartsen het overgrote deel van de verwijzingen naar jeugdzorg voor hun rekening nemen. 7 Op de website van de VNG staat wel informatie over beëindigde jeugdhulptrajecten. Zie hiertoe https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/jeugd-en-jeugdhulpverlening 6

5

concept – versie 0.12

bepalingen over de informatieverstrekking van dit bureau naar deze gemeenten8. De gemeente MiddenDelfland heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheden om aanvullende dienstverlening overeen te komen en daarmee de informatievoorziening adequaat te regelen9. Een nieuw sturings- en bekostigingsmodel moet ervoor zorgen dat niet alleen op resultaat wordt gestuurd, maar dat hiermee ook de kosten worden beheerst. Uit de stukken blijkt wel dat de invoering van de resultaatgerichte bekostigingssystematiek op zijn vroegst in 2021 zal plaatsvinden. Zorgaanbieders in de regio Haaglanden dienen daartoe vanaf 2020 voor alle jeugdhulp vooraf een zorgplan inclusief kostenraming op te stellen. Niet bekend is wat de stand van zaken met betrekking tot deze plannen is. Overeengekomen is dat 2020 een overgangsjaar is waarin een soepele(r) overgang van het oude stelsel met producten en inspanningsgerichte bekostiging naar een stelsel met profielen en resultaatgerichte bekostiging kan worden bewerkstelligd10. Op 5 oktober 2020 is de raad geïnformeerd over de wijze van inkoop voor 2021 en hoe de (inhoudelijke en financiële) contractering plaats gaat vinden. Dit moet er toe leiden dat, naast een verdere verbetering van de informatievoorziening, er sprake zal zijn van een betere sturing en beheersing op de uitgaven jeugdzorg.

Het feit dat gewerkt gaat worden met minder aanbieders en wordt overgegaan van raamovereenkomsten naar resultaat- en ontwikkelovereenkomsten met aanbieder maakt dat er meer sturing en flexibiliteit wordt gecreëerd.

Oordeel Afgezet tegen de onderstaande normen van het gezamenlijke rekenkameronderzoek komt de rekenkamer Midden-Delfland tot het volgende oordeel: Norm 1: De rapportages aan de gemeenteraad bevatten minimaal informatie over de ontwikkeling vanaf 2015 van: a) Het aantal unieke jongeren dat jeugdzorg ontvangt; b) De kosten van jeugdzorg Oordeel: Voldoet in beperkte mate. Motivering: Onderdeel (a) wordt niet ingevuld en onderdeel (b) in beperkte mate. Norm 2: Aan de gepresenteerde informatie wordt helder/goed duiding gegeven. a) Gegevens staan in één of meerdere overzichtelijke tabellen/grafieken/etc.; b) Per tabel/grafiek wordt uitleg gegeven; c) Nadere uitleg over de informatie staat in de rapportage zelf of in een begeleidingsbrief bij de rapportage; d) Er is een helder verband tussen de inhoudelijke en de financiële informatie; e) De duiding sluit goed aan op de cijfers; (de oorzaken van) beduidende ontwikkelingen van de aantallen en kosten worden goed toegelicht; De DVO is op dit punt eenzijdig. Zo dienen de samenwerkende gemeenten op grond van artikel 8, lid 5 wel alle informatie aan Servicebureau aan te leveren die het nodig heeft voor de uitvoering van deze overeenkomst. 9 Artikel 3, lid 1 van de dienstverleningsovereenkomst. 10 Extra Bestuurlijk Overleg Jeugd d.d. 19 juli 2019 8

6

concept – versie 0.12

f) Afwijkingen van de begroting en eerdere voortgangsrapportages worden expliciet benoemd en verklaard. Oordeel: Voldoet niet. Motivering: Cijfermatige analyses ontbreken en tekstuele analyses van oorzaken van de stijging sluiten niet altijd op elkaar aan. Verbanden naar eerdere rapportages worden niet gelegd. Norm 3: De gemeenteraad ontvangt minimaal één maal per jaar informatie die grotendeels of volledig voldoen aan norm 1 en norm 2. Oordeel: Voldoet niet Motivering: Pas eind 2019 wordt een eerste analyse gepresenteerd. Daarvóór ontbreekt dergelijke informatie. Norm 4: De rapportages zijn onderling consistent en eenduidig voor wat betreft de gepresenteerde informatie. Eventuele veranderingen van onderliggende definities worden duidelijk benoemd. Oordeel: Voldoet niet Motivering: De informatie ontbeert een eenduidig format.

Adviezen Rekenkamer Het ontbreekt de gemeente Midden-Delfland aan goede stuurinformatie om de gestegen kosten van de jeugdhulp in combinatie met de realisatie van prestaties te beheersen. Hoe kan hierin verbetering worden aangebracht? Onderstaande adviezen kunnen hierbij behulpzaam zijn. Wij maken onderscheid in adviezen gericht op het Servicebureau en adviezen niet specifiek gericht op deze organisatie. Adviezen aan de Raad ten aanzien van het Servicebureau  Advies 1: zie erop toe dat met het Servicebureau wordt besproken hoe de informatie over de ingekochte jeugdhulp kan worden verbeterd Het Servicebureau vervult een intermediaire functie tussen de zorgaanbieder en de gemeenten en is naar onze mening de geëigende partij om dergelijke informatie te bundelen. Afspraken hierover dienen te worden vastgelegd in de dienstverleningovereenkomst met het Servicebureau. Deze afspraken zijn overigens niet statisch: van de aanbieder mag ook een proactieve rol worden verwacht waarbij de aanbieder de gemeente inhoudelijk ondersteunt met de transformatie, maar deze ook zichtbaar maakt in data. In het bijzonder is het van belang betere en tijdige informatie te krijgen over doel- en prestatiebereiking / realisatie. De drie hiervoor genoemde indicatoren (uitval, tevredenheid en doelrealisatie) kunnen hiervoor als leidraad dienen.

Niet alleen outputinformatie is van belang voor een goede beheersing, ook procesinformatie is nodig om tot een goed inzicht te komen in de ontwikkeling van de kosten van jeugdhulp. Het gaat dan om gegevens als:

7

concept – versie 0.12

        

aantal jongeren dat gebruik maakt van jeugdwet voorzieningen aantallen jongeren gespecificeerd naar leeftijdsklassen geografische spreiding jongeren (in welke wijken / kernen is de hulpvraag het grootst en welke oorzaken liggen hieraan ten grondslag? aantal trajecten (ZIN) gemiddeld aantal eenheden per traject gemiddelde duur per traject wie verwijst aantal PGB’s gemiddelde hoogte PGB’s  Advies 2: zie erop toe dat bij aanbestedingen van zorgtrajecten toereikende informatie ten behoeve van sturing en controle op kosten en prestaties als eis door het Servicebureau wordt meegenomen

De gemeente Midden Delfland dient via het Servicebureau te borgen dat deze periodiek informatie verstrekt aan de aangesloten gemeenten over de voortgang die zorgaanbieders maken bij de invoering van het nieuwe sturings- en bekostigingsmodel. Deze informatie moet toegesneden zijn op de wensen en eigen visie van de individuele gemeente op lokale jeugdzorg. Het Servicebureau dient naast de generieke informatie die aan alle deelnemende gemeenten wordt verstrekt maatwerkinformatie per gemeente overeen te komen. Hiermee kan per gemeente zo goed mogelijk sturen op de doelen van het gemeentelijk beleid.  Advies 3: investeer in duurzame relaties met zorgaanbieders Dit vereist goed contractmanagement waarbij de prestaties van de zorgaanbieders goed moeten worden gevolgd. De aanbieder heeft immers baat bij samenwerking voor de langere termijn maar de gemeente kan de vruchten ervan pas na een langere tijd plukken. Daarnaast pleiten wij ervoor te werken met een beperkt aantal aanbieders en een stabiel wisselend aanbiedersveld waardoor een gezamenlijke basis kan worden gelegd voor leren en verbeteren. Adviezen aan de Raad (niet specifiek gericht op het Servicebureau)  Advies 4: volg nadrukkelijk de zes doelen uit het actieprogramma “Zorg voor de Jeugd”.

Informeer de raad periodiek over de voortgang inzake de realisatie van deze doelen en de ontwikkeling van de kosten Het actieprogramma “Zorg voor de Jeugd” is door de minister van VWS op 16 april 2018 naar de Tweede Kamer gestuurd. Met dit actieprogramma worden de volgende zes doelen beoogd: 1. betere toegang tot jeugdhulp voor kinderen en gezinnen; 2. meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien; 3. alle kinderen de kans bieden zich optimaal te ontwikkelen; 4. kwetsbare jongeren beter op weg helpen zelfstandig te worden; 5. jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt; 6. investeren in vakmanschap van jeugdprofessionals.

8

concept – versie 0.12

 Advies 5: ga door met het verleggen van de focus van intensieve naar preventieve zorg. Informeer de Raad periodiek over de uitkomsten van de overleggen met het Maatschappelijk Team en de huisartsen en over de consequenties ervan voor het beleid inzake jeugdhulp Teneinde intensieve (specialistische) jeugdzorgtrajecten te voorkomen zal moeten worden geïnvesteerd in preventie aan de voorkant bij jongeren, thuis en zo dicht mogelijk in de wijk. Zie er daarom op toe dat de gemeente in gesprek komt met degenen die besluiten tot de verstrekking van jeugdzorg, in casu de verwijzers. In Midden-Delfland wordt naar jeugdzorg verwezen via het Maatschappelijke Team of via de huisarts11. Wij stellen overigens vast dat de gemeente al investeert in een goede samenwerking tussen het Maatschappelijk Team en de huisartsen ten einde te komen tot een passend aanbod van jeugdhulp waarbij dure specialistische hulp zoveel mogelijk wordt vermeden. Ook zet de gemeente in op gesprekken met (samenwerkingsverbanden van) scholen om vroegtijdige signalen van jeugdhulp zo spoedig mogelijk op te pakken12. Om de transformatie van het stelsel verder op gang te krijgen is het goed om het Maatschappelijk Team in beeld te laten brengen wat de meest voorkomende vragen en problemen van kinderen en hun opvoeders zijn in een bepaalde wijk of kern.

Vervolgens zullen samen met alle relevante partijen mogelijke verbeteringen in het scala van preventieve maatregelen en het aanbod van jeugdhulp moeten worden geformuleerd en opgepakt. Met vriendelijke groet, Rekenkamer Midden-Delfland

Arie Wijten Voorzitter

Jacques van Kempen Lid / onderzoeker

Diana Boender Lid/onderzoeker

11 Bron: https://www.cbs.nl/benchmark-jeugdzorg#midden-delfland+2020HJ01. In het eerste halfjaar 2020 werd naar 50 % van de

jeugdzorg verwezen via gemeentelijke toegang (het Maatschappelijke Team) en naar 50 % via de huisarts. Er is niet gebruik gemaakt van andere verwijzers zoals jeugdartsen, de Raad voor de Kinderbescherming, gecertificeerde instellingen, rechters en medisch specialisten verwijzen. 12 Memo Voortgang plan van aanpak kostenbeheersing Jeugd d.d. 20 november 2019. Zie ook de presentatie van de teammanager van het Maatschappelijk Team tijdens de bijeenkomst van de raadswerkgroep Sociaal Domein d.d. 2 oktober 2020

9

concept – versie 0.12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=812a9fb7-84a6-4327-8cc0-f4ab30f69fdd