06 bijlage Septembercirculaire 2024
Tekst van het document
Samenvatting: De doorrekening van de septembercirculaire 2024 heeft de volgende financiële consequenties;
Begroting 20252028 Septembercirculaire 2024 Verschil
2024 29.736.253
2025 30.463.938
2026 29.612.004
2027 30.813.496
2028 31.898.855
29.411.192
30.269.112
29.502.397
30.647.683
31.742.869
-325.061
-194.826
-109.607
-165.813
-155.986
Algemeen Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De informatie is steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Bijstelling accres-tranches De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. In de meicirculaire van het lopend jaar wordt de tranche van het lopend jaar definitief. In deze septembercirculaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2025 en verder. Dit voorjaar is in overleg met de VNG en het Interprovinciaal Overleg (IPO) besloten de nieuwe normeringssystematiek vervroegd in te voeren. Dit houdt in dat de koppeling van het accres aan de bbp-ontwikkeling per 2024 is ingevoerd.
In de Miljoenennota is het accres voor het jaar 2025 en verder geactualiseerd op basis van de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB) (MEV25). Voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld. Voor de jaren 2025 t/m 2029 is de raming van de volume bbp ontwikkeling neerwaarts bijgesteld. 2024 Alleenverdienersproblematiek 2023-2024 Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten kunnen de gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele bijzondere bijstand. Hiervoor wordt in totaal een bedrag van € 22,6 miljoen uitgekeerd. De hoogte van het budget per gemeente is mede gebaseerd op informatie van de Belastingdienst over (1) de voorlopige aantallen huishoudens waar de alleenverdienersproblematiek speelt, en (2) de gemiddelde hoogte van de misgelopen toeslagen. De budgetten worden zo nodig bijgesteld wanneer definitieve gegevens beschikbaar zijn, naar verwachting bij de meicirculaire 2025 en de meicirculaire 2026. Voor onze gemeente gaat het om een bedrag van € 12.280. Wet Betaalbare huur Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd.
Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot:
• De maximale huurprijzen die gelden op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS). • De maximale huurverhogingen in de gereguleerde sector. • De informatieplicht op verhuurders om hun huurders een puntentelling te overleggen bij het afsluiten van een contract.
Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage van circa € 5,5 miljoen in 2024 voor de eenmalige kosten die gemeenten maken bij de implementatie van het wetsvoorstel. Deze implementatiegelden worden verdeeld aan de hand van de grootte van de gemeenten.
Daarnaast ontvangen gemeenten een bijdrage voor het ontvangen en behandelen van meldingen en de handhaving op deze meldingen. Voor deze werkzaamheden ontvangen gemeenten vanaf 2024 een structurele bijdrage van circa € 6,5 miljoen per jaar. Deze middelen worden verdeeld op basis van het aandeel private huur per gemeente en de lokale woningmarktdruk (gemeten op basis van de gemiddelde WOZ-waarde). Vanwege de piekperiode in de eerste jaren na inwerkingtreding van de wet is er een aanvullende incidentele bijdrage beschikbaar. De incidentele middelen worden in de periode 2024-2028 uitgekeerd op basis van inschattingen van de piek. Daarmee wordt er zorg voor gedragen dat de gemeenten die naar verwachting veel meldingen zullen ontvangen, hiervoor ook gecompenseerd worden. Deze incidentele middelen worden eveneens verdeeld op basis van het aandeel private huur per gemeente en de lokale woningmarktdruk (gemeten op basis van de gemiddelde WOZ-waarde). Voor onze gemeente gaat het om een bedrag van € 21.965. De jaren daarna neemt het bedrag af tot € 8.467 in 2028. Openbare bibliotheken In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek.
Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een uitkering, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Hiervoor is in 2025 en 2026 in totaal een bedrag van € 59,3 miljoen beschikbaar. Dit bedrag wordt over alle gemeenten verdeeld op basis van een bedrag van € 2,95 per inwoner. Voor kleinere gemeenten waar het bedrag per inwoner leidt tot een bedrag lager dan € 100.000 wordt de uitkering aangevuld tot € 100.000. Voor onze gemeente betekent dat een bedrag van € 100.000 voor 2024 en voor 2025. 2026 Indexatie Wmo demografie Met de VNG is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 op de Aanvullende Post een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. Voor onze gemeente gaat het om een bedrag van € 49.091.
Overige mededelingen De doorrekening van de septembercirculaire 2024 heeft de volgende financiële consequenties;
Begroting 20252028 Septembercirculaire 2024 Verschil
2024 29.736.253
2025 30.463.938
2026 29.612.004
2027 30.813.496
2028 31.898.855
29.411.192
30.269.112
29.502.397
30.647.683
31.742.869
-325.061
-194.826
-109.607
-165.813
-155.986
Wij zullen deze bedragen meenemen in de 4 e Periodieke begrotingswijziging van 2024 en in de eerste begrotingswijziging op de begroting 2025-2028.
2