06 Beantw vragen fractie PvdA.docx
Tekst van het document
Beantwoording vragen vanuit fracties Fractie
PvdA
Agendapunt
11-1 agendapunt 6 OZB
Er wordt een gemiddelde waardestijging van 8% aangegeven. 1. Is dit percentage van 8% berekend over de gehele woningvoorraad? Ja, dit percentage is berekend over de gehele woningvoorraad. 2.
Er worden in de berekening voorbeelden gegeven in drie prijsklassen. Wat is de werkelijke relatieve stijging van de woningwaarde per klasse? Binnen het stelsel van de Wet WOZ wordt niet gewerkt met prijsklassen. Een relatieve stijging per klasse is daarom niet beschikbaar. De in het voorbeeld gegeven WOZ-waarden, door de vraagsteller prijsklassen genoemd, zijn willekeurig gekozen.
3.
Klopt het dat als de WOZ-waarde van de minst dure woningen met meer dan 8% stijgt, de OZB voor deze woningen met meer dan 3% stijgt? Ja, dit is correct. Er zijn woningen die meer en woningen die minder dan gemiddeld in waarde stijgen en daarom meer of minder dan de begrote 3% opbrengststijging OZB betalen. Dit geldt overigens niet alleen voor de minst dure woningen, maar voor elke woning met welke waarde dan ook.
4.
Indien het antwoord op de voorgaande vraag ‘ja’ is, is het mogelijk om per prijsklasse een ander OZB-tarief te hanteren zodat de stijging voor iedereen daadwerkelijk ongeveer 3% is? Nu niet gewerkt wordt met prijsklassen is het hanteren van een OZB-tarief per prijsklasse geen optie. De woningen zijn overigens wel onderverdeeld in zogenoemde objectsoorten, 51 in totaal. Dit gaat bijvoorbeeld om vrijstaande woningen, 2-onder-1-kapwoningen, rijwoningen, maar ook appartementen, beneden- en bovenwoningen. Per objectsoort kan een gemiddeld stijgingspercentage berekend worden, maar ook binnen de objectsoorten zelf lopen de percentages (soms behoorlijk) uiteen. Ook hier geldt dat elke woning een eigen stijgingspercentage heeft, en dat dus ook bij een tarief per objectsoort er woningen zijn die meer en minder dan gemiddeld in waarde stijgen en meer of minder dan de begrote 3% opbrengststijging OZB betalen. Het hanteren van OZB-tarieven per objectsoort leidt niet automatisch tot een daadwerkelijke stijging van ongeveer 3% voor iedereen. Los daarvan is het hanteren van 51 verschillende OZB-tarieven voor eigendom woningen uit het oogpunt van efficiency en uitvoerbaarheid niet wenselijk en niet werkbaar.