06 Beantw vragen college Locatie Halllensleben- Vragen fractie OGP Raad 30- augustus 2022.docx
Tekst van het document
Beantwoording vragen vanuit fracties Fractie
OGP
Agendapunt
Mogelijkheid tot het stellen van vragen
Vraag OGP
Vragen inzake locatie “Hallensleben” te Den Hoorn In juni werd zichtbaar dat de locatie van “Hallensleben” aan de Rijksstraatweg is verkocht aan een vastgoedontwikkelaar, Teunisse+Berendsen. Deze nieuwe eigenaar is voortvarend te werk gegaan, de opstallen zijn inmiddels gesloopt en de terreinverharding is geheel verwijderd. Gezien de ligging van deze locatie, tegen de dorpskern van Den Hoorn aan was/is dit bij uitstek een locatie om woningbouw te plegen en daarmee de woonopgave in Midden Delfland weer een stukje vooruit te helpen. Navraag bij de wethouder leverde op dat weliswaar met de huidige of vorige eigenaar gekeken is naar de mogelijkheden om hier woningen te realiseren maar dat dit “niet rond te rekenen was”. Nieuwe bebouwing ter plaatse wordt dus conform het vigerende bestemmingsplan bedrijfspanden. Dat leidt bij fractie OGP tot de volgende vragen: 1. 2. Met welke partij zijn de gesprekken gevoerd over de mogelijkheden om hier woningen te realiseren? 3. Wat is de reden dat het niet gelukt is om hier woningen te realiseren, met welke uitgangspunten is hier “gerekend”? 4.
Welke mogelijkheden ziet het college nog om toch met de huidige eigenaar in gesprek te gaan om op deze locatie toch woningbouw te realiseren? Antwoorden college 1 In hoeverre is de gemeente met de vorige eigenaar in gesprek geweest om deze locatie zelf aan te kopen en daarmee ook zelf regie te krijgen over de mogelijkheden tot het ontwikkelen van deze locatie?
Antwoord vraag 1: De gemeente is in overleg geweest met de eigenaar van de grond. Wij hebben de eigenaar aangegeven dat er behoefte is aan woningbouwlocaties en dat wij zijn locatie als interessante optie zien om woningbouw te realiseren. Wij hebben de eigenaar gevraagd hier onderzoek naar te doen. Op basis van ons facilitaire grondbeleid hebben wij het initiatief daarvoor bij de eigenaar gelaten. Wij hebben in dit stadium in het midden gelaten wie uiteindelijk de ontwikkeling doet: de eigenaar, de gemeente of een derde. Antwoord vraag 2: De gesprekken zijn gevoerd met de eigenaar en een adviseur die optrad namens de eigenaar. Antwoord vraag 3:
De belangrijkste gemeentelijke beleidslijn in dit stadium is het woningbouwprogramma, zoals vastgesteld door de raad. Dit behelst een programma met minimaal 30% sociale woningbouw. Dit uitgangspunt is aan de eigenaar meegegeven. Behalve dit beleidsuitgangspunt had de eigenaar vanuit zijn persoonlijke wensen een aantal restricties bij de mogelijke ontwikkeling van de kavel. Wij schatten in dat rekening houdend met de wensen van de eigenaar er inderdaad geen haalbare businesscase op te stellen was. Daarnaast kunnen milieuzoneringen als gevolg van aanwezige bedrijvigheid op naastgelegen percelen de bebouwingsmogelijkheid op dit perceel negatief beïnvloeden. Op basis van de resultaten van noodzakelijk milieukundig onderzoek zou een stedenbouwkundig onderzoek uitgevoerd moeten worden. De eigenaar is gevraagd daar onderzoek naar te laten doen, maar heeft hier geen gehoor aan (willen) gegeven. Antwoord vraag 4: Er is een vergunning afgegeven voor de bouw van bedrijfsmatig vastgoed. De aanvraag past binnen de uitgangspunten van het bestemmingsplan. Deze herontwikkeling betreft slechts een gedeelte van de gehele kavel waarover wij met de vorige eigenaar hebben gesproken. Op basis daarvan achten wij de kans niet hoog in dat woningbouw realistisch is. Uiteraard heeft de gemeente de mogelijkheid om te proberen de bestemming te wijzigen naar woningbouw.
Als dit zonder medewerking van de eigenaar gaat leidt dat tot een mogelijke schadeloosstelling op basis van de Onteigeningswet. Dit lijkt ons voor deze locatie niet een (financieel) haalbaar scenario.
2