CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

06 240912 Nota van Beantwoording Zienswijzen Afvalbeleid 2030

Gemeenteraad 22 oktober 2024, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel Afvalbeleid 20307.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van Beantwoording Zienswijzen Afvalinzamelbeleid 2030 in Midden-Delfland

12 september 2024

1

Voorwoord Voor u ligt de nota van beantwoording met betrekking tot het afvalbeleid 2030 in de gemeente MiddenDelfland. In deze nota zijn de binnengekomen zienswijzen verwerkt en voorzien van een reactie. Deze nota van beantwoording wordt vastgesteld door de gemeenteraad bij de vaststelling van het afvalbeleid 2030 in de gemeente Midden-Delfland (zaaknummer 589252). Als eerste volgt een inleiding met een beschrijving van de gevolgde procedure. Daarna volgt een beschrijving van de procedure van de ter inzagelegging. De gemeente heeft zienswijzen ontvangen. Vervolgens zijn de zienswijzen per onderwerp van inhoudelijke reacties voorzien, waarbij is aangegeven of de zienswijzen aanleiding hebben gegeven om wijziging in het beleid voor te stellen. Er is een overzicht bijgehouden welk onderwerp uit welke zienswijze is gekomen.

1.

Inleiding

Procedure Het voorliggende ontwerpbeleid is voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij de kennisgeving is het ontwerpafvalbeleid 2030 gedurende zes weken ter inzage is gelegd. Belanghebbenden kregen binnen deze termijn de mogelijkheid om schriftelijk of mondelinge zienswijzen in te dienen. De kennisgeving werd geplaatst op de website van de gemeente Midden-Delfland en in het Nieuwsblad Midden-Delfland. Aangezien het besluit op basis van afdeling 3.4 Awb is voorbereid, geldt voor degene, die zich niet kan vinden in het dit besluit, een afwijkende beroepsprocedure dan de reguliere bezwaar- en beroepsprocedure. Belanghebbenden dienen binnen zes weken na bekendmaking van het aanwijzingsbesluit rechtstreeks beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Nota van beantwoording zienswijzen De beantwoording van de ontvangen zienswijzen op het ontwerpafvalbeleid 2030 is opgenomen in deze nota van beantwoording. De raad stelt de nota van beantwoording vast samen met het afvalbeleid 2030. Per onderwerp uit zienswijzen is beoordeeld of met inachtneming van de geldende beleidsregels deze onderwerpen uit de zienswijzen aanleiding geven om het ontwerpbeleid gewijzigd vast te stellen.

De raad ontvangt zowel de nota van beantwoording en heeft inzage in de ontvangen zienswijzen. Communicatie Het betreft hier een ontwerpafvalbeleid 2030. Hiervoor zijn er geen informatieavonden voor bewoners van Midden-Delfland gehouden. Publicatie van de bekendmaking over de inspraakperiode vond digitaal plaats op de website van de gemeente Midden-Delfland, onder bekendmakingen en in het Nieuwsblad Midden-Delfland. Daarin werd vermeld dat de indiening van een zienswijze tegen het ontwerpbeleid mondeling en schriftelijk (per brief of per e-mail) mogelijk was. Het ontwerpafvalbeleid 2030 lag van 7 juni tot 19 juli 2024 ter inzage op het gemeentehuis. Bewoners die een zienswijze hebben ingediend krijgen de nota van beantwoording toegestuurd.

2. Overzicht zienswijzen Het ontwerpafvalbeleid 2030 in de gemeente Midden-Delfland lag van 7 juni tot 19 juli 2024 ter inzage. In totaal zijn er in genoemde periode 38 zienswijzen binnengekomen. In de onderstaande tabel wordt aangegeven over welke onderwerpen in het ontwerpbesluit zienswijzen zijn binnengekomen. De namen van de personen die zienswijzen hebben ingediend worden uit privacyoverwegingen niet in dit eindverslag opgenomen.

2

Onderwerpen in de zienswijzen op het ontwerpafvalbeleid 2030 Nr. Onderwerp

Aantal ZW Bladzijde

a

Onderbouwing keuze volume/frequentie

12

5

b

Kleine huishoudens zonder opslag

5

6

c

Bewoners die slecht ter been zijn

6

6

d

Kunnen Maaslanders het grof afval niet wegbrengen naar Maassluis?

1

7

e

Kunnen minicontainers bijvoorbeeld voor OPK of PMD niet kleiner gemaakt of afgeschaft worden?

2

7

14

7

2

7

2

8

f g h

Dumping van afval t.g.v. afvalbeleid 2030 Voorgesteld wordt om alle fracties het afval in ondergrondse afvalcontainers in te zamelen en deze per dorp in één dag per week te legen. Is er geen landelijk afvalbeleid?

i

Waarom dwingt de gemeente niet af om producenten minder afval te laten produceren? Nu legt de gemeente het probleem bij de inwoners neer?

5

8

j

Gaat de invoering van het nieuwe afvalbeleid geen administratieve rompslomp geven?

2

9

k

Is het ophalen van grof huishoudelijk afval wel laagdrempelig genoeg? Niet iedereen heeft de beschikking over transport en niet iedereen zonder transport is in staat dit bedrag te betalen.

6

9

l

Het document afvalbeleid 2030 is voor veel mensen (taalzwakke burgers, anderstaligen) ontoegankelijk. Hoe haalt de gemeente de mening van deze bewoners op?

6

9

Bij een groot deel van de verpakkingen hebben bewoners soms geen idee m tot welke grondstoffenstroom deze behoren. Kan dat duidelijker worden aangegeven?

1

10

n

Is er bij het maken van de plannen ook rekening gehouden met gemeenten die het restafvaltarief af geschaft hebben?

1

10

o

Bewoners pleiten voor nascheiding i.p.v. bronscheiding

8

10

p

In hoeverre zit de gemeente Midden-Delfland bij Avalex daadwerkelijk aan het stuur? Er zou nu sprake zijn van een gedwongen winkelnering.

3

10

q

Een onbedoeld effect van het ontwerp kan zijn dat het de (financiële) ongelijkheid tussen bewoners vergroot. Zeker omdat het variabele deel niet wordt kwijtgescholden.

3

11

r

Bewoners maken bezwaar met de huidige aanpak om het gesprek met bewoners aan te gaan. In deze vorm van participatie zit geen wederkerigheid.

3

11

s

Is een positieve prikkel niet effectiever? Wat gaat een bewoner er op vooruit wanneer zij het afval goed gescheiden aanbieden?

1

12

t

De ondergrondse containers zouden vaker geleegd moeten worden. Nu zijn er mensen die hun afval naast de container zetten wanneer deze vol is, met als gevolg veel zwerfafval.

3

12

3

u

Is het niet beter om meer in te zetten op voorlichting en informatie, dan het invoeren van een restafvaltarief?

2

12

v

Het ontwerp is vaag over het bepalen van de hoogte van het basistarief na invoering van het restafvaltarief. Meer transparantie is gewenst.

1

13

w

Aandacht wordt gevraagd voor mensen die op medische indicatie incontinentiemateriaal moeten gebruiken.

3

13

x

Is de administratie rond dit ontwerp AVG proof?

1

13

y

Kan de winterregeling voor GFT niet worden teruggedraaid?

2

13

z

Is er na de afschaffing van gratis grof afval ophalen nog onderzocht wat in het restafval zit?

1

13

aa

Waarom trekken al de binnen Avalex aangesloten gemeentes niet gezamenlijk op?

2

14

bb

Zijn er geen betere opties dan optie a bij afvalstoffenheffing (achteraf innen van de daadwerkelijke hoeveelheid restafval?

1

14

cc

In Schipluiden is de ondergrondse containers voor PMD en GFT alleen toegankelijk met een pasje. Is dat niet in tegenspraak met het ontwerp?

1

14

dd

Bewoner stelt voor een optie in te bouwen om kleinere volume aan te bieden bij ondergrondse containers voor restafval

2

15

ee

Voor de verenigingen binnen de gemeente kan het ontwerpbeleid kosten verhogend werken. Is hier rekening mee gehouden?

1

15

ff

Zoals het plan nu is ziet een bewoner alleen verslechteringen en geen verbeteringen. Zoals overlast van ongedierte en stank bij het inzamelen van restafval om de 6 weken.

1

15

Een bewoner geeft aan dat de berekeningen niet kloppen. In de kostenraming worden de implementatiekosten geraamd op € 440.00, gg terwijl in het model in het voorbeeldjaar maar € 115.000 wordt genoemd. Ook lijkt er geen rekeninggehouden te worden met hogere administratiekosten.

1

15

hh

Een bewoner vraagt zich af of de zienswijzen naar de raad gaan of dat alleen de nota van beantwoording?

1

16

ii

Een aantal bewoners hebben het ontwerp minutieus doorgenomen en becommentarieerd. Vaak komt men dan tot de conclusie dat het restafvaltarief niet ingevoerd hoeft/moet worden. Hoe reageert de gemeente hierop?

4

16

Totaal

110

4

3. Zienswijzen De onderwerpen in de zienswijzen zijn hieronder samengevat weergegeven. a. Onderbouwing keuze volume/frequentie (hoofdstuk 5.2 bladzijde 9) In het ontwerpafvalbeleid 2030 wordt in hoofdstuk 5.2 een keuze gemaakt tussen diverse vormen van variabel tarief. Gekozen is voor volume/frequentie. Zowel door een raadsfractie als ook in verschillende zienswijzen, in verschillende vormen, zijn hier over zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen houden samengevat het volgende in. Zienswijze Volgens een raadsfractie als ook in verschillende zienswijzen wordt aangegeven dat een onderbouwing voor de keuze volume/frequentie niet aanwezig is. Ook wordt in verschillend zienswijzen aangegeven dat afrekenen op kilo’s eerlijker zou zijn dan volume/frequentie en dat dan ook kleinere hoeveelheden aangeboden kunnen worden. Beantwoording De diverse vormen van variabel tarief zijn: a. Frequentie b. Volume/frequentie c. Gewicht/frequentie d. Tariefzak Ad. a. Het restafvaltarief instellen op alleen frequentie kan alleen wanneer alle bewoners dezelfde volume aan restafval aanbieden. Dat is in Midden-Delfland niet het geval. In de kernen zijn er de ondergrondse restafvalcontainers met een inworpvolume van 80 liter. In de buitengebieden kunnen de huishoudens kiezen voor een minicontainer voor restafval van 240 liter of 140 liter. Ad. b.

Het restafvaltarief instellen op volume/frequentie kan wel in Midden-Delfland. Een van de voordelen van deze vorm van variabel tarief is dat het relatief eenvoudig is. Het beschikbare aangeboden volume (tussen de 30 liter en 240 liter) wordt afgerekend. Van een huishouden in de kernen wordt het openen van de gemeenschappelijk (ondergrondse) containers geregeld met de Avalexpas. De minicontainers voor restafval hebben een chip ingebouwd. Elke keer dat een container wordt aangeboden, wordt dit geregistreerd. Het nadeel is in het buitengebied dat wanneer huishoudens hun minicontainer niet vol aanbieden dit als zijnde een volle container wordt geregistreerd. Het voordeel daarbij is dat wanneer buren restafval doen in een niet volle container van een huishouden dit geen nadeel oplevert voor het huishouden die de minicontainer aanbiedt. Ad. c. Het restafvaltarief instellen op gewicht/frequentie kan ook in Midden-Delfand. Het voordeel is dat het werkelijke gewicht van restafval wordt afgerekend. Het nadeel is dat het wegen van restafval in de ondergrondse containers en van de minicontainers technisch complexer en duurder is. De weegsystemen in 78 ondergrondse containers voor restafval en van de inzamelvoertuigen zijn kwetsbaar en moeten dan jaarlijks worden geijkt.

Een ander nadeel is dat de aangeboden minicontainers door andere mensen “aangevuld” kunnen worden, dat vervolgens door de gebruiker van de minicontainer wordt betaald. Feitelijk zouden met dit systeem sloten op de minicontainers geïnstalleerd moeten worden. Dit zal het legen er niet eenvoudiger op maken. Ad. d. Het restafvaltarief verrekenen met de aankoop van speciale restafvalzakken. Dit systeem kan alleen wanneer duidelijk is van welk adres de speciale restafvalzakken vandaag komen. Dat is niet mogelijk bij gemeenschappelijke (ondergrondse) restafvalcontainers. Dit systeem zal overigens wel in Midden-Delfland ingezet gaan worden bij de “aan huis regeling”. Bij deze aan huis regeling wordt van huishoudens met mobiliteitsproblemen die hun restafvalzak niet kunnen wegbrengen naar de dichtstbijzijnde ondergrondse containers de restafvalzak opgehaald. Uit het voorgaande zal duidelijk zijn waarom de gemeente in samenspraak met Avalex gekozen heeft voor volume/frequentie.

5

Sommige bewoners vinden het restafvaltarief op gewicht/frequentie eerlijker, omdat, zo menen zij, de soortelijke massa van restafval sterk kan variëren, bijvoorbeeld wanneer er bouw- en sloopafval bij het restafval wordt gedaan. Naast dat bouw- en sloopafval niet bij het restafval hoort (minicontainers met bouw- en sloopafval worden door Avalex niet geleegd) blijkt dat de soortelijke massa van restafval redelijk constant is. Advies: Het advies is om de beantwoording op te nemen in het afvalbeleid 2030 als onderbouwing van de keuze van volume/frequentie in bijlage 4. b. Hoe wordt omgegaan met bewoners uit kleine huishoudens en met weinig mogelijkheden om restafval op te slaan? Deze huishoudens komen alleen voor in de gestapelde bouw. Voor woningen met tuin in de kernen wordt aangenomen dat deze huishoudens restafval kunnen opslaan tot een volle afvalzak van 60 liter. Zienswijze Volgens een raadsfractie en ook in verschillende zienswijzen wordt aangegeven dat kleine huishoudens met weinig mogelijkheden om restafval op te slaan door het restafvaltarief worden benadeeld omdat zij binnen een redelijke tijd geen 60 liter restafval produceren. Volgens sommige zienswijzen geldt dit soms ook voor kleine huishoudens in woningen met tuin, omdat men dan vreest voor overlast van stank en ongedierte.

Beantwoording Het klopt dat kleine huishoudens met weinig mogelijkheden om restafval om te slaan kunnen worden benadeeld wanneer zij bijvoorbeeld wekelijks een kleine zak met restafval bij een ondergronds container aanbieden terwijl een volume van 60 liter wordt berekend. Voor een aantal inzamellocaties bij gestapelde bouw zullen de ondergrondse containers worden aangepast met zowel een grote inworpopening (60 liter) als een kleine inworpopening (30 liter). Hierdoor worden de kleine huishoudens met weinig mogelijkheden om restafval op te slaan niet benadeeld. Huishoudens met een tuin hebben tenminste twee minicontainers. Hierin kan men kleine gesloten zakken met restafval tijdelijk in opslaan tot het moment dat met in totaal 60 liter restafval heeft. Deze zakken dienen te worden gesloten om overlast van stank en ongedierte te vermijden. Advies: Het advies is om de uitbreiding van kleine inworpopeningen bij ondergrondse restafval containers nabij gestapelde bouw op te nemen in het stappenplan in hoofdstuk 5.6. c. Huishoudens die volledig bestaan uit personen die slecht ter been zijn kunnen moeilijk volle restafvalzakken van 60 liter restafval aanbieden bij de ondergrondse restafvalcontainers. Hoe lost de gemeente dit op? Deze huishoudens komen alleen voor in ééngezinswoningen met tuin binnen de kernen.

Zienswijze Volgens een raadsfractie en ook in verschillende zienswijzen wordt aangegeven dat sommige bewoners die slecht ter been zijn en ver van ondergrondse restafval containers wonen moeilijk volle 60 liter restafval naar de ondergrondse restafval containers kunnen brengen. Beantwoording Zoals al aangegeven in de beantwoording van zienswijzen a. (zie Ad.d) kunnen bewoners die moeite hebben met het wegbrengen van restafval naar een ondergrondse restafvalcontainer de “aan huis” regeling aanvragen. Voor het aanbieden van minicontainers is geen “aan huis” regeling. Bewoners die moeite hebben om hun minicontainers aan te bieden op hun aanbiedlocatie wordt geadviseerd om 1). Dit door mantelzorgers te laten doen, 2) assistentie van buren te vragen of 3) via stichting Welzijn Midden-Delfland beroep te doen op vrijwilligers.

6

Advies: Deze zienswijzen geven geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. d. Kunnen Maaslanders hun grof afval niet naar de milieustraat in Maassluis brengen? Zienswijze Een bewoner vindt het teleurstellend dat Maaslanders naar Delft moeten rijden voor de milieustraat, terwijl in Maassluis ook een milieustraat aanwezig is. Beantwoording In mei 2022 is bekend gemaakt via het Nieuwsblad van Midden-Delfland dat Maaslanders hun grof afval kunnen brengen naar de milieustraat van Maassluis. Dit is ook te vinden op de Avalex website. Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. e. Kunnen minicontainers bijvoorbeeld voor OPK of PMD niet kleiner gemaakt of afgeschaft worden? Zienswijze Bewoners vragen zich af of de minicontainers voor OPK en PMD niet kleiner gemaakt of afgeschaft kunnen worden. Hiermee voorkomt men dat er onnodige zaken worden gekocht en kan de afvalstoffenheffing naar beneden. Beantwoording Het is niet aan de gemeente om te bepalen wat bewoners mogen aanschaffen en wat niet. OPK en PMD kunnen gratis worden aangeboden. Voor OPK en PMD ontvangt de gemeente een vergoeding. Deze vergoeding wordt verrekend in de afvalstoffenheffing. Wanneer de gemeente de inzameling van OPK en PMD zouden stoppen dan zal dit afval in het restafval gedaan worden. Dit wort dan vervolgens verbrand. Dit kost geldt.

Het stoppen van PMD en OPK zal de afvalstoffenheffing juist duurder maken. Advies: Deze zienswijzen geven geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. f.

Het voorgestelde afvalbeleid 2030 zal het dumpgedrag van bewoners bevorderen. Hoe denk de gemeente hiermee om te gaan? Heeft de gemeente hiertegen een actief beleid? Zienswijze Bewoners denken dat het nieuwe afvalbeleid 2030 het dumpgedrag van andere bewoners zal gaan bevorderen. Hierdoor zal er ook meer zwerfafval ontstaan. Hoe denkt de gemeente hiermee om te gaan? Beantwoording In hoofdstuk 5.5 van het ontwerpafvalbeleid 20230 wordt aangegeven dat in het begin na de invoering van het beleid een toename van het dumpgedrag wordt verwacht. De gemeente zal dan extra handhaving inzetten en daar waar nodig bewoners te beboeten (zie ook hoofdstuk 5.4 paragraaf 3: Handhaving van het ontwerpafvalbeleid 2030). Naast de extra handhaving zal ook afvalcoaches ingezet worden. Deze coaches handhaven niet, maar lichten inwoners toe wat het gewenste gedrag is en waarom dit het gewenste gedrag is. De afvalcoaches kunnen wel in samenwerking met handhavingspersoneel mensen aanspreken die herhaaldelijk in de fout gaan. Voor deze extra inzet zijn voor de eerste twee jaar middelen gereserveerd (zie bijlage 3 van het ontwerp afvalbeleid 2030).

Advies: Deze zienswijzen geven geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. g. Voorgesteld wordt om alle fracties het afval in ondergrondse afvalcontainers in te zamelen en deze per dorp in één dag per week te legen. Zienswijze Bewoners stellen voor om al het afval in ondergrondse afvalcontainers aan te bieden en de minicontainers af te schaffen. Tevens stellen bewoners voor dan per kern alle ondergrondse

7

container is één dag te legen. Verwacht wordt dat dan minder afval naast containers geplaatst wordt. Beantwoording De gemeente heeft ervoor gekozen om de grondstoffen (GFT, PMD, OPK) bij huishoudens in eengezinswoningen zoveel mogelijk in te zamelen met minicontainers. Bekent is dat dit de beste afvalscheiding oplevert. In de kernen worden de grondstoffen (GFT, PMD, OPK) alleen bij de gestapelde bouw met ondergrondse containers ingezameld. Het restafval wordt in de kernen met ondergrondse containers ingezameld. Omdat de bewoners dan meer moeite moeten doen om van hun restafval af te komen, wordt aangenomen dat dit ook het scheidingsgedrag gestimuleerd. De ondergrondse containers zijn voorzien van sensoren die de vullingsgraad vaststellen. Op het moment dat de vullingsgraad 80% aangeeft, dan wordt de container de volgende dag geleegd. In principe zoude bewoners hun afval niet naast een container gezet hoeven te worden, omdat deze vol zou zijn. Echter, het plaatsen van afval naast een ondergrondse container komt voor op bijvoorbeeld zondagavonden. Dit komt omdat veel huishoudens hun afval in het weekend weg brengen. Vaak is er dan in de dichtstbijzijnde ondergrondse container nog ruimte. Het komt voor dat Avalex op sommige locaties, waar veel afval naast de containers wordt geplaatst, de containers met 80% vullingsgraad al op vrijdag legen.

Advies: Deze zienswijzen geven geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. h. Waarom is er geen landelijk afvalbeleid? Zienswijze Bewoners geven aan dat het afvalbeleid per gemeente verschilt en vragen zich af waarom er geen landelijk afvalbeleid is. Beantwoording In hoofdstuk 2 van het ontwerpafvalbeleid 2030 wordt het landelijke afvalbeleid uitgelegd. De gemeenten zijn, volgens de wet, verantwoordelijk voor het inzamelen van het huishoudelijk afval. Dat de afvalinzameling per gemeente verschilt heeft te maken met het feit dat gemeenten van elkaar verschillen. De afvalinzameling in een dorp heeft andere kenmerken dan de afvalinzameling in een stad. Het percentage gestapelde bouw in een gemeente is belangrijk wat bij de inzameling mogelijk is en wat niet. De gemeente Midden-Delfland heeft een beperkt percentage gestapelde bouw (23%). Het overgrote deel van de huishoudens in de gemeente Midden-Delfland heeft een eengezinswoning met een tuin. Hierdoor is in de kernen van de gemeente Midden-Delfland gekozen voor omgekeerd inzamelen (grondstoffen (GFT, PMD en OPK) in minicontainers aan huis en restafval in centraal gelegen ondergrondse afvalcontainers). In de buitengebieden hebben de huishoudens ook een minicontainer voor restafval. Feitelijk is de titel ontwerp-afvalbeleid 2030 onjuist. Dat zou ontwerp-afvalinzamelbeleid 2030 moeten heten.

Advies: Deze zienswijzen geven aanleiding de naam van het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen naar ontwerp-afvalinzamelbeleid 2030. i.

Waarom dwingt de gemeente niet af om producenten minder afval te laten produceren? Nu legt de gemeente het probleem bij de inwoners neer? Zienswijze Bewoners vragen zich af waarom gemeenten producenten niet dwingen om minder afval te produceren. Naar hun mening legt de gemeente nu het probleem bij de bewoners neer. Beantwoording Zoals in beantwoording h. is aangegeven, is de gemeente alleen verantwoordelijk voor de inzameling van huishoudelijk afval. Het Rijk (en EU) is verantwoordelijk om met producenten in gesprek te gaan om afval te verminderen. Als voorbeeld is het convenant verpakkingen, waarin het Rijk en producenten afspraken hebben gemaakt over verpakkingsmaterialen (plastic, metaal en drankkartonverpakkingen). Een ander voorbeeld is het stimuleren van statiegeld op

8

producten. Wanneer deze ontwikkelingen richting de circulaire maatschappij bewegen dan zal het ‘probleem’ worden neergelegd bij de consumenten, want zij zullen afgedankte producten terug moeten brengen naar de producent. Advies: Deze zienswijzen geven geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. j.

Gaat de invoering van het nieuwe afvalbeleid geen administratieve rompslomp geven? En wie controleert of het registratiesysteem wel werkt? Zienswijze Bewoners vragen zich af of het nieuwe ontwerp-afvalbeleid 2030 geen administratieve rompslomp geeft. Tevens vragen zij zich af wie controleert of het registratiesysteem wel werkt? Beantwoording Om het afvalbeleid 2030 te realiseren zal er extra administratie gedaan moeten worden. Omdat veel gemeenten in Nederland reeds het restafvaltarief is ingevoerd, is bij gemeenten bekend hoe de administratie moet worden ingericht. Bewoners hoeven zelf geen administratie bij te houden (het mag overigens wel). In de bijlage 3 is een inschatting gemaakt wat de extra administratieve kosten zullen zijn. De controle over de gemeentelijk registratiesystemen/financiën is een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad.

Advies: Deze zienswijzen geven geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. k. Is het ophalen van grof huishoudelijk afval wel laagdrempelig genoeg? Niet iedereen heeft de beschikking over transport en niet iedereen zonder transport is in staat dit bedrag te betalen. Zienswijze Bewoners vragen zich af of het ophalen van grof huishoudelijk afval tegen betaling wel laagdrempelig genoeg. Niet iedereen in Midden-Delfland heeft de beschikking over transport en niet iedereen zonder transport is in staat dit bedrag te betalen. Beantwoording In hoofdstuk 4.3 wordt aangegeven dat het gratis ophalen van grof huishoudelijk afval in 2023 via het Uitvoeringbesluit Afvalstoffen door het college per 1 januari 2024 is afgeschaft. Dit besluit is via een inspraakprocedure tot stand. Dit besluit is daarom geen onderdeel van het ontwerpafvalbeleid 2030. Indien blijkt dat bewoners vanwege aangegeven redenen het grof huishoudelijk afval niet kunnen laten ophalen, dan zal de gemeente hiernaar kijken en mogelijk met passende oplossingen komen. Advies: Deze zienswijzen hebben geen invloed op het ontwerp-afvalbeleid 2030. l.

Het document afvalbeleid 2030 is voor veel mensen (taalzwakke burgers, anderstaligen) ontoegankelijk. Hoe haalt de gemeente de mening van deze bewoners op? Zienswijze Bewoners vragen zich af of het document ontwerp-afvalbeleid 2030 wel voor veel mensen (taalzwakke burgers, anderstaligen) toegankelijk is. Hoe haalt de gemeente de mening van deze bewoners op? Beantwoording In de bewonersbrief over de aankondiging van ontwerp-afvalbeleid 2030 is aangegeven dat bewoners zowel schriftelijk als mondeling hun zienswijze konden indien. Ook werd aangegeven dat bij vragen iemand van de gemeente gebeld kon worden. De gemeente neemt aan dat een dergelijke benadering afdoende is om de mening van taalzwakke bewoners of anderstaligen op te halen.

Advies: Deze zienswijzen geven geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen.

9

m. Bij een groot deel van de verpakkingen hebben bewoners soms geen idee tot welke grondstoffenstroom deze behoren. Kan dat duidelijker worden aangegeven? Zienswijze Bewoners hebben bij een groot deel van de verpakkingen soms geen idee tot welke grondstoffenstroom deze behoren. Bewoners vragen of dat duidelijker kan worden aangegeven. Beantwoording De gemeente is het met deze bewoners eens. Echter, de gemeente gaat daar niet over (zie beantwoording zienswijzen i). De gemeente zal dit onderwerp blijven aankaarten bij de branchevereniging NVRD en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. n. Is er bij het maken van de plannen ook rekening gehouden met gemeenten die het restafvaltarief af geschaft hebben? Zienswijze Een bewoner vraagt zich af of er bij het maken van dit ontwerp rekening is gehouden met gemeenten die juist een tegenovergestelde beweging maken en het zelf GOED scheiden en geen duizenden mensen willen opleiden die de helft van de tijd geen idee hebben. Beantwoording In het ontwerp-afvalbeleid 2030 wordt in hoofdstuk 5 de ‘Diftarparadox’ beschreven. Door de juiste balans te vinden in het vaste en het variabele deel van de Afvalstoffenheffing zal de gemeente deze paradox tegengaan.

Er zijn enkele gemeenten geweest die na het invoeren van het restafvaltarief veel minder restafval overhielden dan verwacht. Hierdoor ontstond een groot financieel te kort. Men was toen gedwongen de invoering terug te draaien. Vanuit deze ervaring is geleerd dat het voor het behalen van de gestelde doelen niet nodig is het variabele deel van de heffing hoog te maken. Een kleine financiële ‘prikkel’ is voldoende om mensen in beweging te krijgen en ze beter het afval te laten scheiden. Hier is in het voorstel voor de hoogte van het restafvaltarief rekening gehouden. De raad zal uiteindelijk het restafvaltarief in 2025 vaststellen in de Verordening Afvalstoffenheffing en Reinigingsrecht. Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. o. Bewoners pleiten voor nascheiding in plaats van bronscheiding. Zienswijze Verschillende bewoners pleiten voor nascheiding in plaats van bronscheiding. Dit zou volgens deze bewoners een verlaging van de afvalstoffen te weegbrengen. Beantwoording In het ontwerp-afvalbeleid 2030 wordt in hoofdstuk 5.1.4 gesproken over nascheiding. De nascheiding zou alleen van toepassing kunnen zijn voor PMD. De grondstoffen OPK en GFT kunnen niet via nascheiding worden opgewerkt tot herbruikbare producten. Echter het advies van HVC is om bronscheiding toe te passen waar het kan en nascheiding toe te passen waar het moet.

In Midden-Delfland is het bronscheiden van PMD nu nog de beste optie. Bij een nieuwe aanbesteding van de verwerking het restafval zal Avalex opnieuw alle mogelijkheden onderzoeken en in kaart brengen. Indien dat onderzoek de mogelijkheid geeft om nascheiding te heroverwegen dan zal dat aan de raad worden voorgelegd. Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. p. In hoeverre zit de gemeente Midden-Delfland bij Avalex daadwerkelijk aan het stuur? Er zou nu sprake zijn van een gedwongen winkelnering. Zienswijze Een bewoner vraagt zich af of de verhouding van de gemeente Midden-Delfland met Avalex wel evenwichtig is, omdat het een gemeenschappelijk regeling is met meerdere gemeenten. Er zou

10

sprake zijn van een gedwongen winkelnering. Deze bewoner vraagt zich af in hoeverre de gemeente Midden-Delfland bij Avalex wel daadwerkelijk aan het stuur zit. Beantwoording Alle deelnemende gemeente hebben indertijd via een raadsbesluit de gemeenschappelijk regeling Avalex opgericht. Een gemeente kan via een raadsbesluit hier ook uit treden. Het college is in het bestuur van Avalex vertegenwoordigd. Jaarlijks stelt de raad de dienstverleningsovereenkomst met Avalex vast. Er zijn momenteel geen signalen dat het bestuur van de gemeente Midden-Delfland uit de gemeenschappelijk regeling Avalex wil stappen. Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. q. Een onbedoeld effect van het ontwerp kan zijn dat het de (financiële) ongelijkheid tussen bewoners vergroot. Zeker omdat het variabele deel niet wordt kwijtgescholden. Zienswijze Bewoners vragen zich af of het onbedoeld effect van het ontwerp-afvalbeleid 2030 kan zijn dat het de (financiële) ongelijkheid tussen bewoners vergroot, zeker wanneer het variabele deel niet wordt kwijtgescholden (zie hoofdstuk 5.4.7). Beantwoording Het zou kunnen dat dit ontwerp de (financiële) ongelijkheid tussen bewoners vergroot.

Het is mogelijk dat de raad beslist dat bijvoorbeeld bewoners die in aanmerking komen van kwijtschelding van de afvalstoffenheffing, ook in aanmerking kunnen komen voor een kwijtschelding van een deel van het restafvaltarief, bijvoorbeeld voor de eerste 50 kg per persoon. Het gedeelte van het restafvaltarief kan niet volledig worden kwijtgescholden omdat dan enerzijds de prikkel om zo min mogelijk restafval te produceren wegvalt en anderzijds andere bewoners hiermee zouden kunnen liften. Advies: Deze zienswijzen geven aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. In hoofdstuk 5.4.7 zal de tekst worden aangepast. De hoogte van de kwijtschelding zal de raad in 2025 vaststellen in de Verordening Afvalstoffenheffing en Reinigingsrecht. r.

Bewoners maken bezwaar dat met de huidige aanpak om het gesprek met bewoners wordt aangegaan. In deze vorm van participatie zit geen wederkerigheid. Zienswijze Bewoners vragen zich af de aanpak van de gemeente om in gesprek te gaan met bewoners over dit onderwerp wel correct is. Bewoners menen dat in deze vorm van participatie geen wederkerigheid zit. Beantwoording De raad is in 2022 volledig geïnformeerd over de voor- en nadelen die de invoering van een restafvaltarief met zich meebrengt door middel van presentaties van de afvalbranche (NVRD) als ook van Avalex (bijlage 1). Daarnaast hebben ook bewoners de mogelijkheid om via Internet zich op de hoogte te stellen van de details rondom dit onderwerp. Met de vrijgave van het ontwerp-afvalbeleid 2030 heeft de raad getracht dit onderwerp onder de bevolking ter sprake te brengen, meningen bewoners te polsen en draagvlak voor de invoering van het restafvaltarief te vergroten. Het is echter aan de volksvertegenwoordigers in de raad om dit ontwerp-afvalbeleid 2030 vast te stellen of niet.

Advies: Deze zienswijzen geven geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen.

11

s. Is een positieve prikkel niet effectiever? Wat gaat een bewoner erop vooruit wanneer zij het afval goed gescheiden aanbieden? Zienswijze Een bewoner vraagt of een positieve prijsprikkel niet effectiever is? Deze bewoner vraagt zich ook af wat inwoners erop vooruitgaan als ze op een goede wijze hun afval gescheiden aanbieden? Beantwoording De afvalinzameling is binnen de gemeente een gesloten financieel systeem. Dat betekent dat bewoners de kosten moeten opbrengen via de afvalstoffenheffing. Eventuele meevallers/tegenvallers worden vrijwel direct verrekend met de hoogte van de afvalstoffenheffing. Een positieve prijsprikkel moet dus eerst worden opgebracht door alle bewoners voordat de gemeente deze kan uitkeren aan bewoners die het afval goed scheiden. Andere bewoners zouden dit een ‘sigaar uit eigen doos’ noemen. Dit zal de gemeente niet doen. Een bewoners (die alleen woont) betaalt in 2030 160 kg restafval per jaar produceert, betaald ongeveer € 400,- afvalstoffenheffing, een bewoner die 50 kg restafval produceert betaalt € 295,afvalstoffenheffing. Een voordeel van ruim € 100,- (zie voorbeelden in bijlage 2). Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. t.

De ondergrondse containers zouden vaker geleegd moeten worden. Nu zijn er mensen die hun afval naast de container zetten wanneer deze vol is, met als gevolg veel zwerfafval. Zienswijze Bewoners menen dat de ondergrondse containers vaker geleegd zouden moeten worden. Nu zijn er mensen die hun afval naast de container zetten wanneer deze vol is, met als gevolg veel zwerfafval. Beantwoording De ondergrondse containers zijn voorzien van sensoren die de vullingsgraad aangeven. Op het moment dat de vullingsgraad 80% aangeeft, dan wordt de container de volgende dag geleegd. Hiermee kan worden voorkomen dat een container vol is. Echter, het plaatsen van afval naast een ondergrondse container komt voor op bijvoorbeeld zondagavonden. Dit komt omdat veel huishoudens hun afval in het weekend weg brengen. Het komt voor dat Avalex op sommige locaties, waar veel afval naast de containers wordt geplaatst, de containers met hoge vullingsgraad al op vrijdag legen. Het is niet mogelijk om in de weekenden volle containers te legen. Bewoners kunnen wel overwegen om naar een andere locatie uit te wijken wanneer zij in het weekend een volle container tegen komen, in plaats van het afval naast de container te zetten.

Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. u. Is het niet beter om meer in te zetten op voorlichting en informatie, dan het invoeren van een restafvaltarief? Zienswijze Bewoners vragen zich af of het niet beter is om meer in te zetten op voorlichting en informatie, dan het invoeren van een restafvaltarief? Beantwoording Om de VANG doelstelling te halen wordt door zowel de NVRD als ook door Avalex (zie bijlage 1) aangegeven dat naast de invoering van een restafvaltarief ook ingezet moet worden op voorlichting en informatie. De een zonder de ander leidt tot niet tot hetzelfde resultaat. Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen.

12

v. Het ontwerp is vaag over het bepalen van de hoogte van het basistarief na invoering van het restafvaltarief. Meer transparantie is gewenst. Zienswijze Een bewoner vindt dat het ontwerp afvalbeleid 2030 vaag is over de berekening van de hoogte van het basistarief na de invoering van het restafvaltarief. Deze bewoner wenst meer transparantie. Beantwoording In het rekenmodel (bijlage 2) wordt het basistarief bepaald op basis van de jaarlijkse afvalbeheerskosten, vermeerderd met jaarlijkse invoeringskosten restafvaltarief (zie bijlage 3) en een HVC-bijdrage en verminderd met de jaarlijkse kosten van de verwerking van restafval (grof en fijn), gedeeld door het aantal huishoudens (deze komen immers via het restafvaltarief binnen). Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. w. Aandacht wordt gevraagd voor mensen die op medische indicatie incontinentiemateriaal moeten gebruiken. Zienswijze Bewoners vragen aandacht voor de bewoners die op medische indicatie incontinentiemateriaal moeten gebruiken. Beantwoording In het huidige beleid krijgen bewoners, die op medische indicatie een extra minicontainer voor restafval nodig hebben, deze gratis. Op dit moment wordt er (nog) geen regeling voorgesteld om op medische indicatie korting te krijgen op het restafvaltarief.

Indien dit noodzakelijk blijkt dan zal de gemeente passende maatregelen nemen. Advies: Deze zienswijzen geven geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. x. Is de administratie rond dit ontwerp AVG proof? Zienswijze Een bewoner vraagt zich af op de administratie voor het afvalbeleid 2030 wel AVG proof is? Beantwoording De registratie en administratie voor de realisatie van het nieuwe avalbeleid 2030 zal volledig AVG proof zijn. Daar is de gemeente toe verplicht. Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. y. Kan de winterregeling voor GFT niet worden teruggedraaid? Zienswijze Bewoners vragen zich af of bij de invoering van dit nieuwe beleid de winterregeling (in de wintermaanden GFT-inzameling op de 4 weken i.p.v. 2 weken) niet kan worden afgeschaft? Beantwoording De winterregeling zal in het seizoen 2024-2025 komen te vervallen. Dit heeft enerzijds te maken met de klachten van bewoners over de onlogische start en anderzijds met de invoering van nieuwe routes. De onlogische start zat het in het feit dat de start van een winterseizoen niet goed overeenkwam met de start van de reductie van de GFT inzameling. Advies: Deze zienswijzen geven geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. z.

Is er na de afschaffing van gratis grof afval ophalen nog onderzocht wat in het restafval zit? Zienswijze Een bewoner vraagt zich af of er na de afschaffing van het gratis ophalen van grof huishoudelijk afval nog is onderzocht wat in het restafval zit.

13

Beantwoording In het voorjaar van 2024 is een sorteeranalyse uitgevoerd op het restafval in Midden-Delfland. Deze analyse wordt om de twee jaar gedaan. Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. aa. Waarom trekken al de binnen Avalex aangesloten gemeentes niet gezamenlijk op? Zienswijze Een bewoner vraagt zich af waarom alle binnen Avalex aangesloten gemeenten niet gezamenlijk optrekken? Beantwoording In elke gemeente bepaalt de gemeenteraad het beleid. De samenstelling van de raden binnen de bij Avalex aangesloten gemeenten verschilt. Hierdoor kan het tempo en wijze van invoering van het restafvaltarief in elke gemeente anders zijn. Wel worden binnen het Avalex-gebied beleidszaken met elkaar afgestemd. De gemeente Midden-Delfland loopt ten op zichten van de andere gemeente iets voor, wellicht ook omdat de gemeente Midden-Delfland door het Citaslow kenmerk sneller duurzame ontwikkelingen omarmt. Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. bb. Zijn er geen andere opties dan optie a bij afvalstoffenheffing (achteraf innen van de daadwerkelijke hoeveelheid restafval? Zienswijze Een bewoner ziet dat de keuze voor optie a voor inning van de afvalstoffenheffing voor de gemeente het makkelijkste is.

Deze bewoner vraagt zich af of dat voor de bewoners ook makkelijk is, omdat je pas een jaar later het restafvaltarief moet afrekenen. Beantwoording De keuze voor optie a voor inning van de afvalstoffenheffing is inderdaad voor de gemeente het makkelijkste en daardoor voor de bewoners in uitvoering het voordeligst. Het is correct dat in het jaar 2026 het basistarief wordt geint en vervolgens in het beging van 2027 het restafvaltarief over 2026 (januari t/m december) wordt afgerekend, samen met de inning van het basistarief voor 2027. Wanneer blijkt dat de ander opties beter werken dan kan de gemeente indien gewenst overstappen naar de andere opties. Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. cc. In Schipluiden is de ondergrondse containers voor PMD en GFT alleen toegankelijk met een pasje. Is dat niet in tegenspraak met het ontwerp? Zienswijze Een bewoner merkt op dat de ondergrondse containers voor PMD en GFT in Schipluiden alleen toegankelijk zijn met de Avalex pas. Deze bewoner vraagt zich af of dit niet in tegenspraak is met het ontwerp-afvalbeleid 2030? Beantwoording Bij wijze van proef zijn de ondergrondse containers voor PMD en GFT in Schipluiden alleen toegankelijk voor de bewoners uit de gestapelde bouw. Deze proef is gestart doordat er veel ladingen GFT en PMD werden afgekeurd door te grote vervuiling door restafval.

Het blijkt dat de vervuiling inmiddels grotendeels is verdwenen. Hierdoor is het mogelijk dat bij de invoering van het restafvaltarief de PMD en OPK-containers alleen toegankelijk zijn voor de bewoners uit de gestapelde bouw. Immers, de bewoners in de laagbouw hebben een minicontainer voor GFT en PMD. Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen.

14

dd. Voorgesteld wordt om een optie in te bouwen om kleinere volume aan te bieden bij ondergrondse containers voor restafval. Zienswijze Bewoners stellen voor om een optie in te bouwen om kleinere volumes aan te bieden bij ondergrondse containers voor restafval. Beantwoording De mogelijkheid is onderzocht om de zuiltjes voor de ondergrondse restafvalcontainers uit te rusten met een trommel van 60 liter en een trommel van 30 liter. Dit blijkt te kunnen. Aan de raad zal worden voorgesteld om de locaties nabij gestapelde bouw deze ondergrondse containers toe te passen. Deze aanpassing kan gefinancierd worden door de post onvoorzien (zie bijlage 3). Advies: Deze zienswijze geeft aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. ee. Voor de verenigingen binnen de gemeente kan het ontwerpbeleid kostenverhogend werken. Is hier rekening mee gehouden? Zienswijze Voor de verenigingen binnen de gemeente kan het ontwerpbeleid kostenverhogend werken. Is hier rekening mee gehouden? Beantwoording Wanneer verenigingen die aangesloten zijn op de inzameling van huishoudelijk afval niet goed het afval gescheiden aanbieden dan zal de afvalstoffenheffing voor deze verenigingen hoger uitvallen. Het is aan de desbetreffende verenigingen zelf om hier de juist acties te ondernemen. Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. ff.

Zoals het plan nu is ziet een bewoner alleen verslechteringen en geen verbeteringen. Zoals overlast van ongedierte en stank bij het inzamelen van restafval om de 6 weken. Zienswijze Een bewoner merkt op dat hij/zij alleen verslechteringen ziet en geen verbeteringen. Zoals overlast van ongedierte en stank bij het inzamelen van restafval om de 6 weken. Beantwoording Het verassende van deze opmerking is dat deze bewoner in een van de kernen woont en dan ook nog in een eengezinswoning met tuin. Deze bewoner heeft geen minicontainer met restafval die eventueel overlast kan geven van ongedierte en stank. Het vermijden van ongedierte en stank is overigens eenvoudig. Ongedierte en stank wordt vaak veroorzaakt door organisch materiaal, met name vlees/vis resten. Wanneer bewoners dit in een afgesloten plastic zak doen dan zal de overlast niet of nauwelijks voorkomen. Wanneer bewoners dit doen in een GFT-container dan dient de plastic zak wel biologisch afbreekbaar te zijn. Deze bewoner verwijst naar het inzamelen van de restafval minicontainer om de zes weken. Dit wordt op hoofdstuk 5.4. (blz 13) genoemd als optie wanneer de hoeveelheid restafval in de minicontainers van de buitengebieden door invoering van de restafvaltarief sterk terugloopt. Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. gg.

Een bewoner geeft aan dat de berekeningen niet kloppen. In de kostenraming worden de implementatiekosten geraamd op € 440.00, terwijl in het model in het voorbeeldjaar maar € 115.000 wordt genoemd. Ook lijkt er geen rekening gehouden te worden met hogere administratiekosten. Zienswijze Een bewoner merkt op dat de berekeningen niet kloppen. In de kostenraming worden de implementatiekosten geraamd op € 440.00, terwijl in het model in het voorbeeldjaar maar

15

€ 115.000 wordt genoemd. Volgens deze bewoner lijkt er geen rekening gehouden te worden met hogere administratiekosten. Beantwoording In bijlage 3 (blz.31) wordt kostenraming gegeven over de implementatiekosten van het restafvaltarief (zie bijgevoegd tabel). Invoering restafvaltarief * Avalex Gemeente belastingen/financiën communicatie € handhaving onvoorzien Totaal € * inschattingen ** uit algemene reserves

2024 €

2025** 110.000 €

10.000

€ €

60.000 10.000

10.000

€

180.000

2026 20.000 €

€ 20.000 € 25.000 € 25.000 € 25.000 € 115.000

2027 totaal 20.000 € 150.000

€ 10.000 € 25.000 € 25.000 € 25.000 € 105.000

€ 90.000 € 70.000 € 50.000 € 50.000 € 410.000

Dit beslaat de jaren 2024 t/m 2027. In 2026 worden de invoeringskosten geraamd op € 115.000. Dit bedrag is gekozen als jaarlijks bedrag voor de invoering van het restafvaltarief. In het reken model wordt dat bedrag gebruikt om de hoogte van de grondslag van het vaste tarief te berekenen. De post Avalex en Gemeente (belastingen/financiën) zijn de bedragen die geraamd zijn voor de benodigde registratie en administratie om het restafvaltarief in te voeren. Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. hh. Een bewoner vraagt zich af of de zienswijzen naar de raad gaan of alleen de nota van beantwoording? Zienswijze Een bewoner vraagt zich af of de zienswijzen naar de raad gaan of alleen de nota van beantwoording? Wanneer de raad alleen de nota van beantwoording ziet dan zou volgens deze bewoner alle context van een vraag verloren kunnen gaan. Beantwoording De raad wordt volledig geïnformeerd. Dat betekent dat de raad het overzicht ontvangt welke vragen uit welke zienswijzen zijn geselecteerd. De raad kan dan ook de zienwijzen terugvinden en bekijken of de selectie van vragen volledig is. Tevens ontvangt de raad de nota van beantwoording. Advies: Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen. ii. Een aantal bewoners hebben het ontwerp afvalbeleid 2030 minutieus doorgenomen en becommentarieerd.

Vaak komt men dan tot de conclusie dat het restafvaltarief niet ingevoerd hoeft/moet worden. Hoe reageert de gemeente hierop? Zienswijze Een aantal bewoners hebben het ontwerp afvalbeleid 2030 minutieus doorgenomen en becommentarieerd. Vaak komen deze bewoners dan tot de conclusie dat het restafvaltarief niet ingevoerd hoeft/moet worden. Beantwoording Het is opvallend dat deze bewoners veel moeite hebben gestopt in het beargumenteren waarom de invoering van het restafvaltarief niet hoeft of moet worden ingevoerd. Het lijkt erop dat deze bewoners de presentaties van de NVRD en Avalex (zie bijlage 1) grotendeels negeren. Zo hebben deze bewoners geen analyse gegeven hoe het komt dat de relatie tussen de afvalbeheerskosten (€ per huishouden) en de hoeveelheid restafval (kg/inw/j) (zie de grafieken op blz. 21 en 22 van het ontwerp-afvalbeleid 2030) laat zien dat door invoering van het restafvaltarief zowel de kg restafval per inwoner per jaar dalen als ook de totale afvalbeheerskosten (€ per huishouden). Deze grafieken zijn ontstaan na analyse van inzamelgegevens van alle gemeenten in Nederland. Dit beeld wordt bevestigd in het rekenmodel voor Midden-Delfland in bijlage 2.

16

Advies: Deze zienswijzen geven geen aanleiding het ontwerp-afvalbeleid 2030 aan te passen.

4. Resultaat Het resultaat van de ter inzagelegging van het ontwerp afvalbeleid 2030 in de gemeente MiddenDelfland is dat uit de in totaal van 20.000 bewoners (ongeveer 8.000 huishoudens) 38 zienswijzen zijn binnengekomen (0,2%). Ten gevolge van de zienswijzen worden de volgende aanpassingen voorgesteld in het ontwerp-afvalbeleid 2030: 1. De onderbouwing van de keuze volume/frequentie aan het ontwerp toe te voegen (zie a.); 2. De toevoeging in hoofdstuk 5.6 dat er ondergrondse restafvalcontainers bij de gestapelde bouw komen met zowel een grote inworptrommel (60l) als een kleine trommel 30l (zie b); 3. De naam van het ontwerp-afvalbeleid 2030 te veranderen naar afvalinzamelbeleid 2030 (zie h). 4. Om voor de bewoners die in aanmerking komen voor kwijtschelding dit te doen over zowel het vaste deel van de heffing als ook de eerste 50 kg restafval in hoofdstuk 5.4-7(zie q); Het aldus aangepaste afvalinzamelbeleid 2030 kan worden vastgesteld.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=3816003c-a44d-4d6f-8242-031224d3eca8