05 Memo beantwoording aanvullende vragen CDA op beantwoording vragen OGP.docx
Tekst van het document
Memo Aan
:
Fractie CDA
Datum
:
11 juni 2021
Onderwerp
:
COMM 8-6: Fractie CDA aanvullende vragen op beantwoording vragen OGP over Zouteveensenweg
Voor de afgelopen commissievergadering van 8 juni 2021, agendapunt 5 heeft de fractie van het CDA aanvullende vragen n.a.v. beantwoording van vragen van de fractie OGP over de Zouteveenseweg (17c). Onderstaand een antwoord op de vragen van het CDA. Vraag 1 Is het juist dat deze extra transporten ook voor het ophogen van percelen in deze polder zijn en het aanleggen van een kavelpad door het perceel de Keen? Antwoord: Er is geen objectief verband te leggen tussen de hoeveelheid aangevoerde grond en de bij ons bekende plannen voor ophogen van gronden van Lely verderop in de polder. Met het kavelpad door het perceel de Keen wordt vermoedelijk het groenspoor bedoeld waarvoor door een andere partij dan Lely vergunning is aangevraagd. Deze aanvraag staat dan ook geheel los van de ontwikkelingen op en rondom de boerderij van Lely. Vraag 2 Zo ja, hoe zijn de historische waarden geborgd van de ondergrond bij het aanleggen van het cunet voor dit pad? Antwoord: De commissie Welstand heeft een negatief advies afgegeven met betrekking tot de vergunningaanvraag. Dit betekent dat opnieuw naar de vergunningaanvraag van het groenspoor moet worden gekeken, waarbij alle relevante waarden en aspecten zorgvuldig zullen worden meegewogen. Vraag 3 Veel van de percelen die aansluiten aan dit pad hebben de bestemming natuur, ook hier is een goede ontsluiting voor nodig.
Zijn er door de betere ontsluiting bedreigingen voor de weidevogelnatuur bestemming van deze percelen? Antwoord: Er zijn geen aanwijzingen dat het groenspoor, voor zover daar überhaupt vergunning voor kan en/of zal worden verstrekt, bedreigingen gaat opleveren voor de weidevogelstand. Maar net als bij de beantwoording van vraag 2: de vergunningaanvraag zal opnieuw moeten worden bekeken, en alle relevante waarden en aspecten zullen daarbij zorgvuldig worden meegewogen. Vraag 4/1 Een aantal percelen of delen van percelen worden opgehoogd, er liggen historische vindplaatsen in de omgeving. Is er nog onderzoek gedaan op specifiek deze percelen waar de bodem opgehoogd gaat worden
Antwoord: De gemeentelijk archeologisch adviseur gaf in eerste instantie aan dat er vanuit archeologisch oogpunt geen bezwaar is tegen het afgeven van de vergunning. Vervolgens heeft Jacques Moerman (Historische Vereniging Oud-Schipluiden) een reactie gegeven op de rapportage van het archeologisch bureauonderzoek. Dit betrof specifiek de locaties (woonterpjes) met een hoge archeologische verwachting o.b.v. vondstmeldingen uit 1979 en 1997, opgedaan bij veldverkenningen waar o.a. Jacques Moerman bij betrokken is geweest. Zijn reactie gaat in op de vindplaatsen die op een bodemkaart in de rapportage zijn weergegeven; deze zijn niet volledig, de omvang daarvan dient groter te zijn (i.p.v. 2 afzonderlijke locaties betreft het 1 gebied die beide locaties insluit). In de rapportage wordt voor de 2 betreffende zones vervolgonderzoek geadviseerd. Met de informatie van Jacques Moerman is sprake van nieuwe/gewijzigde inzichten die opnieuw zijn voorgelegd aan de gemeentelijk archeologisch adviseur. Vervolgens is de initiatiefnemer en de opsteller van de rapportage aangegeven om met deze ‘nieuwe’ informatie de rapportage opnieuw te bezien.
Vraag 4/2 Is er een kans dat wat mogelijk in de bodem zit beschadigingen door deze ophogingen kan oplopen? Antwoord: Ophogingen kunnen inderdaad schade toebrengen aan de ondergrond: de bodem wordt samengedrukt waardoor de bodem onomkeerbaar van samenstelling verandert. Bodemkundige waarden en de mogelijke archeologische waarden lopen hierdoor ook het risico onherstelbaar en onomkeerbaar te beschadigen. Ophoging is een van de ingrepen waarvoor o.b.v. het bestemmingsplan vergunning aangevraagd moet worden. Hierdoor kunnen voorgenomen werkzaamheden voorgelegd worden bij de adviseurs op het gebied van landschap en cultuurhistorie (waaronder archeologie als dit aan de orde is; afhankelijk van de locatie geeft de bestemming mogelijk uitzonderingen voor ingrepen met een beperkte omvang waaronder een diepte van max. 40 cm. Let wel dit geldt alleen t.a.v. archeologie. Voor overige landschappelijke en cultuurhistorische aspecten noemt de bestemming deze uitzondering niet). Recent is de Leidraad Bodemdaling gemaakt samen met LTO Noord Delflands Groen, provincie Zuid-Holland en hoogheemraadschap van Delfland. Hierin is, in overleg met de cultuurhistorisch adviseurs, een beperking van het maximum op te hogen pakket op de percelen opgenomen van max. 20 cm. Dit om de structuur van het land zo veel mogelijk te handhaven en het bestaande reliëf zichtbaar te houden.
Hiermee worden landschappelijke en bodemkundige waarden behouden.
2