05 d rv ontheffing ingezetenschap wethouder.docx
Tekst van het document
Datum
8 juni 2023
Nummer
2023-08-05 d
Datum commissievergadering
19/20 juni 2023
Datum raadvergadering
4 juli 2023
OPLEGGER Registratienummer Onderwerp
Ontheffing ingezetenschap wethouder M. Oderwald-Ruijsbroek
Portefeuillehouder Uiterste behandeldatum (+reden)
4 juli 2023
Eerdere besluitvorming
6 juli 2022
Samenvatting
Één van de wettelijke vereisten voor het vervullen van het wethouderschap is ingezetene zijn van de gemeente. Bij het aantreden als wethouder op 6 juli 2022 is aan mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek ontheffing van het ingezetenschap verleend. Deze ontheffing kent een wettelijke termijn van maximaal één jaar (Gemeentewet artikel 36a). De huidige ontheffing eindigt op 5 juli 2023 23.59 uur. Mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, wethouder van de gemeente MiddenDelfland, ontheffing van het ingezetenschap verlenen voor de duur van één jaar, ingaande op 6 juli 2023 om 0.00 uur
Te nemen besluit
Bijlagen
Besluit d.d. 6 juli 2022 Brief mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek d.d. 31 mei 2023
Advies commissie
De commissie is voor het verlenen om ontheffing en geleidt het als een hamerstuk door naar de raad.
Raadsbesluit
o Akkoord / o Niet akkoord opmerking:
A. de Vos griffier
Drs. A.P.J. van Hemmen voorzitter
*2019-13975*
Inleiding Één van de vereisten voor het vervullen van het wethouderschap is ingezetene zijn van de gemeente. Bij haar aantreden als wethouder op 6 juli 2022 is aan mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek ontheffing verleend van het ingezetenschap. Deze ontheffing kent een wettelijke termijn (Gemeentewet, artikel 36a) van maximaal één jaar. De ontheffing eindigt op 5 juli 2023 23.59 uur. Op basis van artikel 36a, lid 2 van de Gemeentewet kan de raad in bijzondere gevallen de ontheffing telkens met een periode van één jaar verlengen. Een ontheffingsduur van telkens maximaal één jaar brengt met zich mee dat de raad steeds opnieuw aan de hand van actuele omstandigheden moet beoordelen of sprake is van een bijzonder geval dat afwijking van het wettelijk uitgangspunt rechtvaardigt.
Reactie college op commissiebehandeling
2