05 d rv beleidskader VVE
Tekst van het document
Datum
29 augustus 2024
Nummer
2024-09-05 d
Datum commissievergadering 10 september 2024 Datum raadsvergadering
24 september 2024
Oplegger Zaaknummer
642647
Onderwerp
Beleidskader VVE 2025-2030
Portefeuillehouder
M. Oderwald - Ruijsbroek
Uiterste behandeldatum (met toelichting)
24-09-2024 Tijdige besluitvorming is gewenst vanwege het aflopen van de looptijd van het huidige kader.
Eerdere besluitvorming
22 oktober 2020: vaststelling Beleidskader Voor- en vroegschoolse Educatie 2021-2024 door gemeenteraad
Samenvatting voorstel
In Midden-Delfland kennen we het Beleidskader Voor- en Vroegschoolse Educatie (hierna: VVE). Dit is in het kader van ons Onderwijsachterstandenbeleid. De looptijd van het huidige beleidskader eindigt bijna. Daarom deden we een actualisatie in overleg met onze samenwerkingspartners. Dit leidde tot het Beleidskader VVE 2025-2030 dat voorligt (bijlage A). Met VVE willen we (het risico op) onderwijsachterstanden bij jonge kinderen tegengaan en/of helpen voorkomen. Het gaat hierbij meer specifiek om het verlagen van (het risico op) achterstanden in de Nederlandse taal. De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor voorschoolse educatie aan doelgroeppeuters van 2,5 tot 4 jaar. Scholen zijn verantwoordelijk voor vroegschoolse educatie aan doelgroepkleuters in de groepen 1 en 2. Het beleidskader biedt een inhoudelijk kader; uitvoeringsafspraken liggen vast in de subsidieregeling. Het aangepaste beleidskader is opgesteld in samenwerking met, en heeft draagvlak van onze gemeentelijke Werkgroep VVE. Hier werken aanbieders VVE, JGZ en gemeente in samen. We hebben de afgelopen periode geëvalueerd. Hieruit bleek dat al veel zaken goed gaan en die continueren we. Op enkele punten is meer aandacht nodig. Die hebben we beschreven in speerpunten. Er zijn concrete resultaatafspraken gemaakt over de speerpunten en enkele andere zaken.
Speerpunten en resultaatafspraken monitoren we de komende VVE-periode in de werkgroep. Het geactualiseerde kader heeft, naast commitment van de Werkgroep VVE, ook draagvlak vanuit het Bestuurlijk LEA en van de Adviesraad Sociaal Domein, waarbij wij enkele adviezen van de Adviesraad hebben verwerkt in het kader (bijlagen D en E).
Beslispunten
De gemeenteraad besluit om:
1.
2.
Bijlage(n)
Het Beleidskader Voor- en vroegschoolse Educatie 2025-2023 Midden-Delfland met Zaaknummer 602944 vast te stellen en deze in te laten gaan op 1 januari 2025; Het Beleidskader Voor- en vroegschoolse Educatie 2021-2024 van Midden-Delfland in te trekken per 1 januari 2025.
A. Beleidskader Voor- en vroegschoolse Educatie 2025-2023 Midden-Delfland B.
Bijlagenboek bij Beleidskader VVE 2025-2030 Midden-Delfland
C.
Beleidskader Voor- en vroegschoolse Educatie 2021-2024
D. Advies van Adviesraad Sociaal Domein op Beleidskader VVE 2025-2030 Midden-Delfland E. Reactie van college op advies Adviesraad Sociaal Domein op Beleidskader VVE 2025-2030 Midden-Delfland Advies commissie
De commissie stemt in met het voorstel en geleidt het als een hamerstuk door naar de raad.
Raadsbesluit
o Akkoord / o Niet akkoord Opmerking:
Datum van besluit gemeenteraad: 24 september 2024
A. de Vos griffier
F.I. Noordermeer – van Slageren voorzitter
2
Inleiding In Midden-Delfland kennen we het Beleidskader Voor- en Vroegschoolse Educatie (hierna: VVE). Dit is in het kader van ons Onderwijsachterstandenbeleid. De looptijd van het huidige beleidskader eindigt bijna. Daarom deden we een actualisatie in overleg met onze samenwerkingspartners. Dit leidde tot het Beleidskader VVE 2025-2030 dat voorligt (bijlage A). Met VVE willen we (het risico op) onderwijsachterstanden bij jonge kinderen tegengaan en/of helpen voorkomen. Het gaat hierbij meer specifiek om het verlagen van (het risico op) achterstanden in de Nederlandse taal. De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor voorschoolse educatie aan doelgroeppeuters van 2,5 tot 4 jaar. Scholen zijn verantwoordelijk voor vroegschoolse educatie aan doelgroepkleuters in de groepen 1 en 2. Het beleidskader biedt een inhoudelijk kader; uitvoeringsafspraken liggen vast in de subsidieregeling. Het aangepaste beleidskader is opgesteld in samenwerking met, en heeft draagvlak van onze gemeentelijke Werkgroep VVE. Hier werken aanbieders VVE, JGZ en gemeente in samen. We hebben de afgelopen periode geëvalueerd. Hieruit bleek dat al veel zaken goed gaan en die continueren we. Op enkele punten is meer aandacht nodig. Die hebben we beschreven in speerpunten. Er zijn concrete resultaatafspraken gemaakt over de speerpunten en enkele andere zaken.
Speerpunten en resultaatafspraken monitoren we de komende VVE-periode in de werkgroep. Het geactualiseerde kader heeft, naast commitment van de Werkgroep VVE, ook draagvlak vanuit het Bestuurlijk LEA en van de Adviesraad Sociaal Domein, waarbij wij enkele opmerkingen van de Adviesraad hebben verwerkt in het kader en/of van reactie hebben voorzien (bijlagen D en E).
Beoogd maatschappelijk effect Met VVE streven we naar een zo goed mogelijke startpositie voor ieder kind in Midden-Delfland door in een vroeg stadium (het risico op) onderwijsachterstanden te verkleinen.
Argumenten 1.1. Het beleidskader is opgesteld in overleg met onze samenwerkingspartners en heeft draagvlak bij hen. Onze samenwerkingspartners voor VVE nemen deel aan de gemeentelijke Werkgroep VVE. Dit zijn: •
Aanbieders van voorschoolse educatie aan doelgroeppeuters van 2,5-4 jaar. Dit zijn kinderopvangorganisaties Harlekijn Opvang en Dienstverlening en Kindercentrum ’t Kickertje.
•
Aanbieders van vroegschoolse educatie aan doelgroepkleuters in groep 1 en 2. Dit zijn onze basisscholen, in de werkgroep vertegenwoordigd door een directeur van een basisschool.
•
JGZ: JGZ geeft indicaties aan doelgroeppeuters conform de doelgroepdefinitie uit het beleidskader.
•
Gemeente (beleid en waar nodig uitvoering).
Wij werkten nauw samen om tot het aangepaste kader te komen. Het aangepaste kader heeft de instemming van de werkgroep. Dit is voor ons belangrijk, omdat deze samenwerkingspartners het dichtst bij de uitvoering staan en dus weten hoe een en ander gaat in de dagelijkse praktijk rond VVE. Op bestuurlijk niveau werken wij samen via de overlegvorm Bestuurlijk LEA. Hier nemen onze schoolbesturen en samenwerkingsverbanden van het primair onderwijs, onze aanbieders voorschoolse educatie en de gemeente aan deel. Onderwijsachterstandenbeleid is een vast (en wettelijk verplicht) agendapunt in dit overleg. Wij hebben het beleidskader voorgelegd aan het bestuurlijk LEA en ook 3
hier kon dit rekenen op instemming. Tenslotte hebben we het beleidskader voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein. Ook zij konden zich op hoofdlijnen vinden in het kader; enkele opmerkingen hebben wij in het kader verwerkt en/of van reactie voorzien (zie bijlagen D en E). 1.2. We continueren wat goed gaat, we hebben de komende periode extra aandacht voor speerpunten en we maakten concrete resultaatafspraken. We hebben de afgelopen periode geëvalueerd. Wat goed gaat, continueren we. De komende periode hebben we extra aandacht voor afgesproken speerpunten. Dit monitoren we in onze werkgroep. De speerpunten zijn: • • •
Verbetering van warme overdracht van VE-aanbieder naar primair onderwijs Betere timing van VE-indicatie Passende maatregelen bij (risico op) multiproblematiek in relatie tot VVE
We maakten resultaatafspraken over de speerpunten en enkele andere zaken zoals criteria voor ontwikkelingsgroei doelgroeppeuters en – kleuters, registratie, contact tussen JGZ en VE-aanbieders, rapportages en terugkoppeling. Meer informatie hierover vindt u desgewenst in het geactualiseerde beleidskader (bijlage A); de evaluatie en speerpunten staan in hoofdstuk 2 en de resultaatafspraken vindt u in hoofdstuk 11. 1.3.
We blijven voldoen aan wettelijke kaders en richtlijnen op het gebied van VVE
Voor- en vroegschoolse educatie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten en scholen. Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk om voldoende aanbod te realiseren voor voorschoolse educatie, afspraken te maken over onderwijsachterstandenbeleid en hierover te overleggen in (bijvoorbeeld) een bestuurlijk overleg LEA. Met de afspraken die we maken via dit kader, de subsidieregeling en de verschillende overlegvormen over dit onderwerp, voldoen we aan onze wettelijke verplichting. Scholen zijn wettelijk verantwoordelijk voor het bestrijden van achterstanden in het onderwijs, in het bijzonder in de beheersing van de Nederlandse taal, en zij zijn verantwoordelijk voor vroegschoolse educatie aan doelgroepkleuters. Zowel gemeente, VE-aanbieders als onderwijs worden gecontroleerd op het uitvoering van deze wettelijke taken, door GGD, Onderwijsinspectie en/of ministerie (zie ook hoofdstuk 12 van het beleidskader). Mede daarom is het belangrijk een en ander hierover vastgelegd te hebben. 1.4.
Uit onderzoek blijkt dat voorschoolse educatie werkt
Naast dat VVE een wettelijke verplichting is, is het goed om te weten dat voorschoolse educatie daadwerkelijk werkt. Uit onderzoek blijkt dat de achterstand van doelgroepkinderen door voorschoolse educatie afneemt ten opzichte van niet-doelgroepkinderen. Zo krijgen kinderen een betere start op de basisschool. Er is veel bewijs dat voorschoolse educatie van hoge kwaliteit een grote en blijvende invloed heeft op de ontwikkeling van doelgroepkinderen (zie ook desgewenst hoofdstuk 1 van het beleidskader). 1.5.
Voorschoolse en vroegschoolse educatie wordt geboden in iedere kern van Midden-Delfland
Met onze VE-aanbieders en ons primair onderwijs kunnen wij in Den Hoorn, Schipluiden èn Maasland voor- en vroegschoolse educatie aanbieden voor de kinderen die dit nodig hebben.
4
Kanttekeningen 1.1.
De Rijksbijdrage voor VE volstaat niet voor Midden-Delfland
Gemeenten ontvangen een rijksbijdrage voor Onderwijsachterstandenbeleid. Voor Midden-Delfland geldt (net als voor een aantal andere gemeenten) dat de rijksgelden helaas niet volstaan om een compleet en goed VE-aanbod te realiseren dat voldoet aan wettelijke eisen. Om te zorgen voor voldoende goede voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters in alle kernen van onze gemeente, is naast inzet van rijksmiddelen tot nu toe ook nodig gebleken om gemeentelijk geld in te zetten. Waarschijnlijk blijft voor het bieden van goede en voldoende voorschoolse educatie een gemeentelijke bijdrage in de toekomst nodig. Hiermee wordt reeds rekening gehouden in de begroting. Door vroegtijdig te investeren in hoogkwalitatieve voorschoolse educatie, kunnen op langere termijn ook baten worden verwacht voor zowel kinderen als de gemeenschap. Dit wordt nader beschreven in het beleidskader onder hoofdstuk 13: Financiën. Het aantal VE-peuters fluctueert per jaar. Met de nieuwe subsidieregeling verstrekken we alleen nog subsidie voor het daadwerkelijk aantal afgenomen uren voorschoolse educatie. Door de nieuwe regeling kunnen we de middelen nog gerichter en efficiënter inzetten, binnen het subsidieplafond dat de gemeenteraad jaarlijks vaststelt. Dit stelt ons in staat om flexibel en toekomstgericht om te gaan met de beschikbare middelen en te blijven investeren in een sterk VE-aanbod. 1.2.
Multiproblematiek bij peuters valt buiten de directe scope van het VVE Beleidskader en concrete resultaatafspraken hierover zijn op dit moment lastig te maken Wij hebben het onderwerp (risico op) multiproblematiek en complexere ondersteuningsvragen bij doelgroepkinderen in relatie tot VVE opgenomen als speerpunt in het beleidskader. Dit valt buiten de directe scope van het beleidskader en er zijn ook nog geen concrete afspraken gemaakt over oplossingsrichtingen. Dit maakt het lastig hier op dit moment concrete resultaatafspraken over te maken. Toch vonden wij het belangrijk dit te noemen in het kader, omdat hier serieuze zorgen over zijn bij VE-aanbieders en primair onderwijs. Ook ons gemeentelijk Maatschappelijk Team herkent een toename van multiproblematiek/complexere ondersteuningsvragen bij de doelgroep VVE-kinderen. We vinden het belangrijk om in ieder geval de mogelijkheden te verkennen om hier goede maatregelen voor te nemen, binnen de (onder andere financiële) marges die we hebben. Onze samenwerkingspartners, Jeugdbeleid en Maatschappelijk Team zijn nauw betrokken bij deze verkenning. Betrokkenen zijn zich ervan bewust dat het nadrukkelijk een verkenning betreft, en dat eventuele uitvoering van maatregelen afhangt van onder andere budgettaire mogelijkheden. Dit onderwerp komt ook terug in het (concept) beleidskader Jeugd.
Meer informatie over dit onderwerp vindt u in bijlage 3 van het Bijlagenboek (bijlage B).
Financiën Een en ander rondom de rijksbijdrage is beschreven onder kanttekening 1.1. Uitvoeringsafspraken zijn vastgelegd in de subsidieregeling. Deze is opgenomen in het bijlagenboek (zie desgewenst bijlage B.4). De raad beslist jaarlijks via de begrotingsbehandeling over de gemeentelijke middelen die, naast de rijksmiddelen, worden ingezet voor onderwijsachterstandenbeleid. De raad bepaalt hiermee jaarlijks het totale subsidieplafond.
Communicatie en participatie In argument 1.1. staat hoe de participatie is vormgegeven. Na uw behandeling van het kader communiceren wij de uitkomst aan onze samenwerkingspartners.
Vervolgstappen Wanneer het kader wordt vastgesteld, gaat deze in per 1 januari 2025. Ook de nieuwe subsidieregeling gaat in per 1 januari 2025. Vervolgens wordt VVE uitgevoerd en gemonitord conform het vastgestelde kader.
5
Reactie college op commissiebehandeling
6