05 c b rv woonplaatsvereiste wethouder De Leede
Tekst van het document
Datum
23 januari 2025
Nummer
2025-02-05 c b
Datum commissievergadering
4 februari 2025
Datum raadvergadering
18 februari 2025
OPLEGGER Registratienummer
775898
Onderwerp
Woonplaatsvereiste wethouder A.F. de Leede
Portefeuillehouder
n.v.t.
Uiterste behandeldatum (+reden) Eerdere besluitvorming Samenvatting
Te nemen besluit
Met ingang van 26 maart 2024 is de heer A.F. de Leede te Vlaardingen benoemd als wethouder van de gemeente Midden-Delfland Destijds en is hem ontheffing verleend van het vereiste van ingezetenschap, zoals genoemd in artikel 36a versus artikel 10 Gemeentewet. De ontheffing heeft een geldigheid van een jaar. De huidige ontheffing verloopt derhalve op 25 maart 2025 om 23.59 uur. Wethouder De Leede heeft de raad schriftelijk verzocht om wederom ontheffing te verlenen van het woonplaatsvereiste. Met ingang van 26 maart 2025 de heer A.F. de Leede te Vlaardingen ontheffing te verlenen van het vereiste van ingezetenschap, zoals genoemd in artikel 36a versus artikel 10 Gemeentewet.
Bijlagen Advies Commissie
De commissie stemt in met het voorstel en geleidt het als een hamerstuk door naar de raad
Raadsbesluit
o Akkoord / o Niet akkoord opmerking:
A. de Vos griffier
F.I. Noordermeer – van Slageren voorzitter
Inleiding Één van de vereisten voor het vervullen van het wethouderschap is ingezetene zijn van de gemeente. Bij zijn aantreden als wethouder op 26 maart 2024 is aan de heer A.F. de Leede ontheffing verleend van het ingezetenschap. Deze ontheffing kent een wettelijke termijn (Gemeentewet, artikel 36a) van maximaal één jaar. De huidige ontheffing eindigt op 25 maart 2025 om 23.59 uur. Op basis van artikel 36a, lid 2 van de Gemeentewet kan de raad in bijzondere gevallen de ontheffing telkens met een periode van één jaar verlengen. Een ontheffingsduur van telkens maximaal één jaar brengt met zich mee dat de raad steeds opnieuw aan de hand van actuele omstandigheden moet beoordelen of sprake is van een bijzonder geval dat afwijking van het wettelijk uitgangspunt rechtvaardigt.
2