05 Beantw CDA kadernota.docx
Tekst van het document
Beantwoording vragen vanuit fracties Fractie
CDA
Agendapunt
Agendapunt 4 Kaderbrief 2021
Ter verduidelijking van een aantal onderwerpen in de kaderbrief 2021 heeft de CDA-fractie de volgende vragen.
1.
2.
a.
Ten aanzien van de formatie en de aangegeven knelpunten ontbreekt het ons aan voldoende inzicht om daar een goed oordeel over te kunnen geven. Wij hebben daarom de volgende vragen zodat wij daarover bij de begrotingsbehandeling een beter oordeel over kunnen geven. U geeft in de Kaderbrief aan dat de inhuur is teruggedrongen en laag is in vergelijking met andere gemeenten Kunt u ons een overzicht geven van de bereikte besparingen in relatie tot uitbreiding van vast personeel en bezuiniging op inhuur ? Wat zijn de uitgaven op inhuur de afgelopen drie jaar en dit jaar (tot 1 juli) geweest?
Antwoord: Er zijn verschillende manieren waarop wij werken aan GRIP op personeel en inhuur. Het omzetten van inhuur naar vast is daar inderdaad een van. U leest een overzicht met de verschillende maatregelen of mechanismen als bijlage bij deze beantwoording. In jaarrekening 2020 lieten we zien betere sturing te hebben op de inzet van externen en de bekostiging daarvan. Hiermee voorkwamen we dat grote bedragen bijgeraamd moesten worden voor inhuur. Ter toelichting: in 2019 was de totale bijraming voor inhuur via mutaties in de periodieke begrotingswijziging € 690.000,- en in 2020 was dit € 67.000,-. Inhuurkosten worden – volgens afspraak in plan GRIP – in eerste instantie gedekt uit vacaturegelden en project- of afdelingsbudgetten. In de begroting zit een beperkt (specifiek) inhuurbudget van €100.000. Dit budget wordt ingezet wanneer dekkingsmogelijkheden uit vacaturegelden en/of andere budgetten niet toereikend zijn. Tot slot is het in dit kader goed om u te informeren over de in en uitstroom op dit moment. Deze is tot nu toe ‘gezond’. Er staan nu 4 vacatures intern open (Haaglanden) en voor twee vacatures vindt nu de selectie plaats. Daarnaast staan er twee vacatures ‘on hold’ in afwachting van ontwikkelingen. b.
Welke personele bezuinigingen zijn uiteindelijk bereikt
Antwoord: Zie onze reactie bij vraag 1a. c.
Kunt u de toegezegde benchmark van onze organisatie aanleveren voor de komende conceptbegroting in plaats van het vierde kwartaal 2021 (na de begrotingsbehandeling). En kunnen wij inzage krijgen in de genoemde financiële scan van de provincie die door u wordt aangehaald?
Antwoord: Wij verwachten dat het benchmarkonderzoek door Berenschot eind oktober is afgerond. De resultaten zijn niet beschikbaar voorafgaand aan het toesturen van de conceptbegroting (medio september). De uitkomsten kunnen we wel beschikbaar stellen voor de daadwerkelijke begrotingsbehandeling De financiële scan bestaat uit een presentatie met een toelichting door de provincie. Indien dat gewenst is, kunnen we een presentatie organiseren. d.
Kunt u concrete voorbeelden noemen van het besparen met ICT en informatievoorziening en niet op ICT (pagina 8) ?
Antwoord: Ja. Een concreet voorbeeld is de aanschaf van software voor het digitaal ondersteunen van de P&C cyclus. Dat is nu handwerk. Dat is tijdrovend en gevoeliger voor fouten. Het digitaal ondersteunen zorgt voor het beter en sneller ontsluiten van data, het is minder foutgevoelig omdat
informatie uit de bronnen kan worden gehaald. Het maakt samenwerking eenvoudiger doordat bestanden niet heen en weer hoeven te worden gemaild. En bijkomend effect is dat je medewerkers meer inzet op analyse van data in plaats van het verwerken van gegevens. Dit vraagt echter wel eerst een investering. Vergelijkbare voorbeelden zijn bijvoorbeeld het Zaakgericht Werken. Maar ook de investeringen die we nu doen in de bedrijfsvoering sociaal domein of het invoeren van e-facturatie. 2. Verder constateren wij dat ondanks de extra bijdrage van het Rijk in 2022 die nodig zijn om de nog steeds oplopende tekorten voor de jeugdzorg te dekken er voor de komende jaren uitgegaan zal worden van 75% hiervan. Dit is ten opzichte van de overschrijding Jeugdhulp in 2020 al onvoldoende. Volgens de tabel op pagina 4 dient dit tenminste 626k te zijn terwijl de nu geraamde extra inkomsten 487k zijn. Daarmee zijn de te verwachten extra tekorten niet eens te dekken! Hoe denkt het college hiermee om te gaan ? Antwoord: Uw constatering klopt. De structurele doorwerking van de kosten jeugdzorg die wij voor 2021 op basis van ramingen van werkelijk gebruik, hebben moeten bijramen, is hoger dan het maximale bedrag van de stelpost die wij mogen opnemen in de begroting vanaf 2023.
Voor de bekostiging van de jeugdzorg in 2023 en verder is de impact hiervan tweeledig: in de eerste plaats bestaat de verwachting dat het nieuwe kabinet afspraken maakt over de structurele financiering en dit ertoe leidt dat de werkelijke rijksfinanciering (waarop vooruitlopend de stelpost nu is gesteld op 75%), meer in lijn wordt gebracht met de reële kosten zoals bepaald door het demissionaire kabinet na overleg met VNG en commissie van wijzen. Op dit moment is daarover echter nog niets bekend. In de tweede plaats zal in alle gevallen, dus ook bij een bijstelling van het rijksbedrag door het nieuwe kabinet, nog altijd sprake zijn van een grote financiële uitdaging en een hoge urgentie op kostenbeheersing: uit de beschikbare middelen dienen immers zowel de tekorten op de zorgkosten, als de uitvoering van kostenbeheersende maatregelen (reeds in gang gezette maatregelen en maatregelen voortvloeiend uit de hervormingsagenda) te worden gefinancierd.
3. Op pagina 8 staat bij spoor 1 vermeld: Om wachtlijsten en een toename van de verwijzingen naar geïndiceerde zorg te voorkomen, lijkt het inhoudelijk en financieel raadzamer de flexibele schil de komende periode juist te versterken. Wij hebben daarbij de volgende vragen, a.
Hoeveel kinderen staan er op dit moment op de wachtlijst voor geïndiceerde jeugdhulp.
Antwoord: Er is geen algehele wachtlijst voor ‘de geïndiceerde jeugdhulp’. Wel is er regelmatig sprake van wachttijden voor de specifieke en passende hulp aan een jeugdige. Kinderen in MiddenDelfland hoeven in die gevallen niet te wachten op jeugdhulp. Indien mogelijk wordt er ondersteuning geboden vanuit het Maatschappelijk Team. Mocht een specifiek hulpaanbod tijdelijk niet beschikbaar zijn, dan wordt gezocht naar een (weliswaar minder passend) alternatief aanbod. Regionaal wordt in het kader van de afspraken met het kabinet een aanpak gestart, gericht op het in kaart brengen en aanpakken van de wachtlijstproblematiek in Haaglanden. b. Zijn er vanaf 1 januari 2021 kinderen doorverwezen naar de geïndiceerde jeugdhulp vanwege een krappe personeelsbezetting binnen de flexibele ambulante jeugdhulp schil van het Maatschappelijk Team? Zo ja, om hoeveel kinderen gaat het? Antwoord: Onze inzet is altijd om de juiste zorg en ondersteuning te bieden. De afgelopen periode is dat een uitdaging geweest vanwege de beschikbare bezetting en verschillende ontwikkelingen, zoals de impact van corona en ontwikkelingen in de regio (in het bijzonder de ontstane druk bij GI’s). We hebben de afgelopen periode enige malen hierdoor de beslissing moeten nemen eerder te verwijzen naar geïndiceerde zorg, dan feitelijk gewenst. We verwachten een toename van dergelijke situaties.
Om te voorkomen dat we meer moeten verwijzen en om het team gezond te houden, is versterking noodzakelijk (zoals is beschreven in de raadsbrief ter toelichting bij de tweede periodieke begrotingswijziging 2021). c. U geeft aan dat het financieel raadzamer is om de flexibele ambulante schil de komende periode te versterken. De CDA fractie wil graag weten hoeveel kinderen er dan gemiddeld minder worden doorverwezen naar de geïndiceerde jeugdhulp en wat de verwachting is wat dit ons financieel op zal leveren? 2
Antwoord: In aantallen is deze vraag niet vooraf te beantwoorden. Wel verwachten wij twee effecten met een financiële doorwerking: enerzijds zijn de kosten per uur voor inzet vanuit het lokale team aanmerkelijk lager dan de kostprijs van de geïndiceerde zorgproducten. Anderzijds verwachten we met afdoende capaciteit in het lokale team meer problematiek in een eerder stadium beheersbaar te maken, waardoor zwaardere (en dus kostbaardere) geïndiceerde interventies niet nodig zijn. Versterking van de ambulante schil van het MT is momenteel onderdeel van discussie in de besprekingen over de meerjarenbegroting en de beschikbare financiële ruimte daarbij. 4. Op pagina 9 bij spoor 3 onder B zegt u nauw betrokken te zijn bij de leerstoel gebiedsontwikkeling van de TU Delft. a. kunt u concreet aangeven wat wij daarmee beogen ? b. Hoe de financiering daarvan plaatsvind ? Antwoorden: Het onderzoek van de leerstoel Gebiedsontwikkeling van de TU Delft is in opdracht en voor rekening van de MRDH, maar (informeel) in goede afstemming met en op initiatief van onze gemeente. De MRDH beoogt daarmee zicht te krijgen op structurele financieringsmogelijkheden voor groen/blauwe ontwikkelings- en beheerkosten, naast bestaande en nieuwe gelden voor infrastructuur en economie.
Dat belang is breder dan alleen voor onze gemeente, maar evengoed van groot belang voor de structurele opdracht die onze gemeente op dit terrein heeft. 5. In de tabel op pagina 5, inwoner- en woningprognose, is onder de cijfers bij 2026 een toename van 27 woningen aangegeven. Om in overeenstemming te zijn met de 8.422 aangegeven woningen bij “Aantal woningen” zou dit dan niet 217 moeten zijn ? Antwoord:: Dit is een correcte constatering. Waar staat ‘27’ moet dit inderdaad ‘217’ zijn. Voor de volledigheid is dit het correcte overzicht: Inwoner- en woningprognose:
Bevolkingsprognose Aantal woningen Gem. bezetting Toename woningen
2019 19.391 7.883 2,46
2020 19.341 7.904 2,45 21
2021 19.414 7.996 2,43 92
2022 19.545 8.100 2,41 104
2023 19.622 8.160 2,40 60
2024 19.712 8.225 2,40 65
2025 20.122 8.442 2,38 217
3