CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Vragen fractie OGP met antwoorden

Gemeenteraad 25 oktober 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: COMMISSIE Vragen fracties met beantwoording4.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

3 oktober 2023 Technische vragen Opvang vluchtelingen_deel 1

Het voorstel dat wij op vrijdag 22 september als gemeenteraad hebben gekregen ten aanzien van de opvang van vluchtelingen aan de locatie Harnaschdreef in Den Hoorn kent vele kanten. Na het eerste doorlezen van de stukken hebben wij een aantal technische vragen die we graag van het college beantwoord willen zien. Over het raadsvoorstel, de oplegger Inleiding: gesproken wordt over taakstelingen van aantallen vluchtelingen in de provincie ZuidHolland (3.600 oekrainers en 18.593 asielzoekers). Vraag 1: is dit voor alleen dit jaar (2023) ? en zo ja hoe ziet dat er bijv voor 2024 en verder uit, wat is de verwachting? Antwoord: De cijfers die in het voorstel zijn opgenomen zijn gebaseerd op de landelijke taakstellingen en de verdelingen per regio. De taakstelling is deels afhankelijk van de instroom van nieuwe kansrijke vluchtelingen en ontheemden uit de Oekraïne. De verwachting is dat voor beide categorieën het aantal op te vangen mensen toeneemt. Effecten van een hogere instroom zijn wisselend voor de beide categorieën. Voor ontheemden uit de Oekraïne wordt vooralsnog uitgegaan van een tijdelijke opvang. De Europese Commissie heeft onlangs de Richtlijn Tijdelijke Bescherming verlengd tot en met 2025. In het Veiligheidsberaad is besloten de coördinatie van deze opvang over te dragen aan de PRT (provinciale regietafel) en RRT (regionale regietafel Haaglanden).

Doordat sprake is van een continue stroom van nieuwe mensen is de taakstelling voor de regio Haaglanden verhoogd naar 3.792. Voor Midden-Delfland komt dit neer op 65 mensen. Op de locatie Euterpe worden binnenkort 51 opvangplekken opgeleverd, waardoor voor deze wettelijke taakstelling een tekort blijft van 14. Voor de reguliere opvang van vluchtelingen stelt het COA tweemaal per jaar het capaciteitsbesluit vast. Het aantal van 18.593 is gebaseerd op een verwachte landelijke behoefte van 75.500. Inmiddels is dit landelijk iets verhoogd naar 77.100. De taakstelling voor de provincie Zuid-Holland en onderverdeling naar gemeenten wordt net als in het concept van de ‘Spreidingswet’ gebaseerd op het aantal inwoners. In de memorie van toelichting wordt de werkwijze beschreven. Hier wordt ook de mogelijkheid genoemd dat de taakstelling per gemeente door de minister op voordracht van de provincie wordt opgelegd op een ander aantal dan de rekenkundige verdeling van 97. De taakstelling waar we vanuit gaan is gebaseerd op de instroom van nieuwe vluchtelingen en de uitstroom uit bestaande opvanglocaties van mensen uit de categorie ‘statushouder’. De krapte op de woningmarkt belemmert deze uitstroom waardoor de achterstand huisvesting statushouders landelijk toeneemt en er een grotere behoefte ontstaat aan opvangplekken voor vluchtelingen.

Daarnaast wordt gesproken over het bijdragen van onze steen in deze regio. Vraag 2: Welke aantallen en soorten vluchtelingen zijn er in de ons omringende gemeenten de afgelopen vijf jaar opgevangen en hoe verhouden deze zich tot wat wij in Midden-Delfland hebben gedaan? Per gemeente zijn deze cijfers te wisselend om aan te leveren. Dit komt doordat deze frequent veranderen doordat locaties buiten gebruik worden gesteld of juist in gebruik worden genomen. Binnen de regio is sprake van veel hotelarrangementen. Deze wisselen helemaal snel waardoor er voortdurend grote verschillen zijn in de actuele cijfers. Een lijst maken van de afgelopen vijf jaar met daarin de verdeling over de zes groepen is daardoor niet haalbaar. Hieronder staat informatie die wel enigszins een beeld geeft.

ANDERS DENKEN, SAMEN DOEN!

3 oktober 2023 De zes groepen zijn: A. B. C. D. E. F.

Reguliere duurzame asielplekken (0-930) Crisisnoodopvang (0-1000) Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (0-55) Taakstelling statushouders (76-700) (MD-27) Oekrainers in gemeentelijke opvang (171-1.444) Oekrainers in private opvang (36 – 2.136) (MD-23)

Midden-Delfland heeft in catergorie D en F realisatie kunnen rapporteren. Categorie F is niet gerealiseerd vanuit de overheid maar door particulieren. De getallen van de realisatie in MiddenDelfland staan tussen haakjes genoemd. Op de andere 4 categorien leverde Midden-Delfland 0 plaatsen. Andere gemeenten leverden tussen tenminste 3 en maximaal 6 categorien plaatsen. De aantallen varieren hoogfrequent. Achter elke categorie staat wat minimaal en maximaal geleverd is door andere gemeente op enig moment in de afgelopen 2 jaar (sinds twee jaar worden laagfreqeunt de cijfers gedeeld). Eind 2023 zal Midden-Delfland ook in categorie E “leveren”. Dan huisvesten we 51 Oekrainers binnen de gemeentegrenzen. Tot op heden maken we voor deze categorie gebruik van een aanbod van de gemeente Westland. Categorie D en E hebben een wettelijke grondslag. De conceptwet die als “spreidingswet” bekend is richt zich op de categorien A,B en C. In 1.2 wordt gesproken over een passend aanbod en het zorgen voor voldoende vrijwilligers. In ons bezoek aan een bestaand AZC vorige week kwam dit ook als een kritische succesfactor naar voren: voldoende vrijwilligers die de bewoners helpen met allerhande zaken en hun verdere stappen in onze maatschappij.

Vraag 3: Hoeveel vrijwilligers en op welke gebieden zijn nodig om 225 mensen in de opvang zoals nu voorgesteld ook goed te kunnen begeleiden? En vraag 4: Hoe kan de gemeente of het COA voldoende vrijwilligers mobiliseren en motiveren? Wat gaat de gemeente doen? Het is zeker van meerwaarde met vrijwilligers te werken. De hoeveelheid vrijwilligers per COA locatie loopt sterk uiteen. Het is lastig om een aantal te noemen aangezien het ook uitmaakt wat voor activiteiten deze vrijwilligers oppakken en hoe veel ze beschikbaar zijn. Om toch wat te noemen zou het zou mooi zijn als we op den duur 10-15 vrijwilligers kunnen werven. Dit hoeft niet allemaal bij de start klaar te staan overigens. Hun werk hangt af van waar ze kennis/energie op hebben. Te denken valt bijvoorbeeld aan; buddy zijn voor een vluchteling/gezin, taalmaatje, helpen bij activiteiten (creatief/sport) met volwassenen of kinderen, informele peuterochtenden, helpen bij fietsles/fietsen reparatie, samen koken eg. Wat goed is om te beseffen is dat we graag werken met vrijwilligers op locaties, maar het ook goed werk dat de asielzoekers naar andere locaties gaan voor vrijwilligers werk of betaald werk. Het COA werft zelf vrijwilligers. Het helpt als de gemeente hier ook een actieve rol in speelt. Dit kan bijvoorbeeld door de stichting Welzijn Midden-Delfland worden ingevuld.

ANDERS DENKEN, SAMEN DOEN!

3 oktober 2023 Onder 2 wordt gesproken over de locatie. In de eerste alinea wordt aangegeven hoe is omgegaan met de zoektocht naar lokaties en het terughoudend zijn in het delen van alle lokaties vanwege mogelijke ophef omdat betrokkenen van deze lokaties niet op de hoogte zijn. Wij vinden het belangrijk om een beter en concreter beeld te hebben van deze route van 41 locaties naar 4 en uieindelijk 1. Vraag 5/verzoek: graag een (waarschijnlijk besloten) commissie/informatievergadering organiseren om hier meer inzicht in te geven Het college kan dit, besloten, bieden. Als de raad een datum vind dan kan de bijeenkomst worden gehouden. Onder 4.2 gaat het over de zorgvoorzieningen waaronder GZA. Vraag 6: hoe ziet de aanwezigheid van deze zorg er concreet uit, wanneer en hoe vaak zijn deze mensen ook daadwerkelijk aanwezig op de AZC-locatie? GZA verzorgd de eerstelijns gezondheidszorg (zowel regulier als geestelijk) op locatie. De vorm is 2ledig; door een gezondheidslijn, die bewoners gratis kunnen bellen bij vragen, en door fysieke aanwezigheid op locatie. Gezien de grootte van de locatie zal dit niet 5 volle dagen per week zijn, maar een toereikend aantal dagdelen per week. Er is nauwe samenwerking met het COA team en het COA maakt gebruik van een tolkenlijn indien dat nodig is.

Voor meer informatie zie ook: https://www.coa.nl/nl/medische-zorg-aan-asielzoekers https://www.coa.nl/nl/vergoeding-van-medische-zorg Ook wordt hier gesproken over begeleiders en taaldocenten. Uit een bezoek bij een bestaand AZC is ons duidelijk geworden dat (in elk geval daar) taalonderwijs pas voor de bewoners toegankelijk was nadat ze een status hebben gekregen. Dit was voor de “wachtende inwoners” erg lastig omdat ze graag de taal wilden leren. Vraag 7: Hoe is dit in dit geval geregeld? En mogen mensen gewoon meedoen ook al hebben ze nog geen status? Het formele voor inburgeringsprogramma, bestaande uit uit taalles en kennis van Nederlandse maatschappij, is alleen voor mensen die een status hebben gekregen. Dit is het kader als bepaald door het ministerie in het licht van investeren in die mensen waarvan je ook weet dat ze in Nederland mogen blijven. Wat het COA daarnaast veel ziet is dat er op locatie door vrijwilligers Nederlandse taalles wordt gegeven aan alle bewoners. Het COA faciliteert dit graag, maar kan de formele taalles alleen aanbieden aan statushouders Onder 5.3 gaat het over de veiligheid waarbij gesteld wordt dat “toezicht in en rond de locatie in principe een verantwoordelijkheid is van de beheerder”.

Vraag 8: hoe breed is de definitie van “rond de locatie” in dit geval, waar houdt de grens van het toezicht door de beheerder op? Formeel gezien houdt dit op vanaf de plaats die niet verhuurd wordt aan het COA. Dan is er sprake van “openbaar terrein” en daar heeft deze instelling geen zeggenschap. Het is van belang voor zowel het COA als voor de gemeente (de samenleving) om deze grens niet hinderlijk te laten zijn in het toezicht. Logischerwijs is er goede samenwerkingen tussen beiden. Indien dit betekent dat de gemeete extra moet investeren zijn hier evt. SPUK middelen voor beschikbaar. Zie ook: https://www.coa.nl/nl/nieuws/specifieke-uitkering-voor-gemeenten

ANDERS DENKEN, SAMEN DOEN!

3 oktober 2023 Ter bevordering van de samenwerking komt er een overleg komt tussen gemeente, politie en COA. Dit overleg zal toezicht/veiligheid als onderwerp hebben. Hier wordt casusistiek besproken en in dit overleg wordt ook afgestemd hoe de partijen zo goed mogelijk kunnen samenwerken bij onverhoopte ontwikkelingen. Ook komt er een betrokkenen-overleg waarbij naast bovengenoemde partijen ook vertegenwoordigers uit de samenleving aan deelnemen. Dit overleg kent meerdere onderwerpen. Toezicht is er een van. Ook dit overleg zal ervoor zorgen dat de samenwerking op toezicht echt vorm krijgt en niet ophoudt bij het verhuurde perceel. Onder 6.2 wordt gesproken over “lokaal toewijzen” en dat hier nog het nodige voor moet worden uitgezocht. Vraag 9: Wanneer verwacht het college deze informatie beschikbaar te hebben? Dit zal worden opgepakt na het besluit van 25 oktober. In het kader van het voor 25 oktober gedane onderzoek is uitgezocht: Dat dit hoogst waarschijnlijk mogelijk is en dat dit al eerder in een iets andere vorm is toegepast Dat er een partij voor nodig is niet zijnde WMD of de gemeente Dat het COA deze partij niet kan zijn (valt buiten de taak waartoe het COA bij wet beperkt is) Verder staan de grootste resterende vraagpunten in het raadsvoorstel. Daarmee is in onze optiek voldoende duidelijk dat lokaal toewijzen waarschijnlijk wel kan.

Voor deze onderzoeksfase is dat toereikende geacht. De resterende vragen kunnen goed worden opgepakt als een derde partij gevonden is en erbij betrokken wordt. Hierbij kan gedacht worden aan een bedrijf dat VVE beheer doet. Om die stap nu reeds te zetten is mogelijk wat voorbarig omdat het raadsbesluit nog niet is genomen. In de anderhalf jaar tussen besluit en realisatie is er tijd genoeg om dit goed uit te werken.

Onder 7.4 (tabel) wordt gesproken over: getallen taakstelling 2023, maar ook in de tabel over opvang asielzoekers (incl AMV) als verzoek van het Rijk. Vraag 10: wat is de status van een verzoek vanuit het Rijk en hoe verhoudt dit zich tot aantallen van 18.000 zoals ook eerder aangegeven als opgave voor de provincie? De opvang van ontheemden Oekraïne en de huisvesting van statushouders hebben een wettelijke grond en zijn daarmee juridisch afdwingbaar. De wettelijke grondslagen zijn respectievelijk het Staatsnoodrecht en de Huisvestingswet 2014. De opvang van vluchtelingen en alleenstaande minderjarigen vloeit voort uit een verzoek tot bestuurlijke medewerking op basis van internationale verdragen waar de Nederlandse staat aan is gebonden. Deze verzoeken zijn niet juridisch afdwingbaar. Doelstelling van het Rijk is de afdwingbaarheid als belangrijk onderdeel op te nemen in de zogenaamde Spreidingswet. Al genoemde getallen zijn rekenkundig bepaald. Het getal is het resultaat van “het verzoek verdeeld over degenen aan wie het verzoek is gedaan”. Er zit dus geen vastgestelde opdracht/taakstelling per gemeente bij. Voor het formuleren van die daadwerkelijke taakstelling lijkt in de memorie van toelichting een rol te worden gegeven aan de provincie.

Onder 8.7 gaat het over reguliere inzet en dienstverlening waarbij gesteld wordt dat ook voor de lokale doelgroepen meer ondersteuning en inzet vanuit de gemeente nodig zal zijn. Vraag 11: wat is daar de reden voor? Deze lokale doelgroepen zijn nu toch ook al inwoners van Midden-Delfland? Onder dit kopje staat dat deze kosten zowel voor de vluchtelingen als de lokale doelgroepen gemaakt worden. Het merendeel van de kosten zal voor de vluchtelingen gemaakt worden.

ANDERS DENKEN, SAMEN DOEN!

3 oktober 2023 Daarom is het ook passend om dit te bekostigen vanuit de “COA bijdrage” op basis van het faciliteitenbesluit. De opzet is dat de 30 woningen gaan naar mensen die al in de gemeente wonen (of naar mensen die hier jaren woonden en nu willen terugkeren). De eventuele kosten die dat met zich meebrengt kunnen meeliften op deze bijdrage vanuit het COA We bevestigen dus de waarschijnlijk achter uw vraag liggende gedacht dat de kosten voor de lokale doelgroepen beperkt zullen zijn.

Hoofdstuk 9 kosten, in de verdeelsleutel worden de verhoudingen 66/96 en 30/96 gehanteerd over alle kosten in de tabel. Ook over zaken als sociaal domein en veiligheid. Vraag 12: waarom tellen dit soort zaken ook mee in de 30 woningen die we beschikbaar maken voor lokale bewoners en spoedzoekers? Deze verdeling onderaan de tabel is, zeker voor de incidentele kosten, inderdaad te grofmazig. Er zitten kosten bij die niet gemaakt zouden worden als er geen sprake zou zijn van opvang. Die zouden dus ook uit de verdeling gehouden moeten zijn. Bij het toerekenen van de directe kosten zal het bedrag (waar nu staat 175.000) eerder rond de €100.000 uitkomen. Uw bemerking is terecht. De verdeling is gemaakt ter indicatie. De verdeling werkt dus niet door in een dekkingsvoorstel. Deze aanpassing heeft dus geen financieel effect.

Over bijlage 3: selectie locatie voor opvang en flexwonen: De hele afweging met “geanonimiseerde opties” is eigenlijk niet te volgen/te controleren voor ons als leden van de commisie en raad. Vraag 13: graag ontvangen wij (al dan niet vertrouwelijk) een versie van deze selectie waarin de opties B t/m D gewoon inzichtelijk zijn gemaakt qua locatie(s) Aan dit verzoek is invulling gegeven.

Ten aanzien van optie D “spreiding over de drie kernen” is uit de stukken (raadsvoorstel en deze bijlage 3) onvoldoende duidelijk wat hier nou voor nodig zou zijn ten opzichte van het huidige voorstel voor 1 locatie aan de Harnaschdreef. Dit staat wel tussendoor omschreven maar redelijk “abstract”. Vraag 14: Er van uitgaande dat er in drie kernen een opvang wordt gerealiseerd van 3 x 75 personen, wat moet er dan georganiseerd worden om deze drie lokaties conform de richtlijnen van het COA te realiseren en te beheren. Graag ontvangen wij een helder overzicht met daarin de noodzakelijke aspecten en welke partij daar dan eventueel de kosten voor moet dragen. Met daarbij in het bijzonder:

- De verwerving/huur van de drie lokaties incl de inrichting en realisatie van de woningen voor de vluchtelingen; - Welke inzet moet dan worden gepleegd op het aanwezig zijn van voldoende zorg en begeleiding voor de bewoners - Welke inzet moet dan worden gepleegd op het zorgen voor voldoende beveiliging en beheer op de lokaties Een globale bandbreedte van de inschatting van deze kosten zou hierin helpen om te kunnen bepalen hoe een dergelijke optie zich naast het organisatorische en menselijke aspect ook financieel verhoudt tot het voorstel voor 1 locatie. Dit opleveren voor drie locaties die nog moeten worden bepaald is niet haalbaar. Dit kan pas tot op dat niveau worden uitgewerkt als over een groot aantal zaken eerst een besluit wordt genomen.

ANDERS DENKEN, SAMEN DOEN!

3 oktober 2023 Dan moet duidelijk zijn wat de concrete locaties worden en de doelgroepen. Daarover moeten dan besprekingen met het COA en andere partijen worden gevoerd. Na de vaststelling kan de globale berekening worden gemaakt. Het uitwerken van drie locaties is dus geen rekensom maar een aanzienlijk project. Het zou betekenen dat een aantal medewerkers langere tijd aan de slag moet om dat uit te werken. In het raadsvoorstel is zo goed mogelijk aangegeven wat tot nu toe al wel bekend is. Op basis daarvan is duidelijk dat binnen de huidige criteria dit niet haalbaar is. Dit hangt niet alleen samen met de financiele kant maar juist met het feit dat bepaalde voorzieningen bij kleinere locaties niet worden geboden. Op de criteria van de veiligheidsmaatregelen, de druk op de lokale voorzieningen en het aanbod voor lokale doelgroepen voldoet het verdelen over drie locaties niet. Het is dus veel meer dan een kostenvraagstuk. Het COA kan dit ook niet leveren op basis van hun ervaring elders. Het COA geeft aan dat op een kleinere locatie er simpelweg geen sprake kan zijn van een regulier aanbod. Het aanbod aan zorg en beveiliging zal worden afgestemd op de omvang van de locatie. Het COA zal als we een kleine locatie aanbieden aangeven wat het COA dan wel kan en zal oppakken en betalen en wat niet. Ook zal het COA dan aangeven welke doelgroep er gehuisvest kan worden.

Dit kan dus pas concreet worden gemaakt als de locaties benoemd zijn en als de bewoners (gezinnen, AMV, alleengaanden) bekend zijn. Het abstractieniveau van het huidige raadsvoorstel is dus het hoogst haalbare. Dit nader uitwerken vergt enkele maanden werk. Ook voor de locaties en de ontwikkeling daarvan is er variatie in de kosten. Er zijn diverse combinaties te maken. De kosten voor aanschaf en huur kunnen enorm verschillen. Ook zal per locatie dan bekeken moeten worden wat het betekent vor de aanleg vannutsvoorzieningen, wegen en riolering. De plankosten (nu 175.000) zullen toenemen maar niet met een factor 3 een verdubbeling is realistischer. Voor de projectleiding en de projectadministratie zal dit ook zo ongeveer de toename zijn. Het woonrijpmaken zal waarschijnijk wel met een factor 3 toenemen. Over Bijlage 4: de concept-bestuurlijke overeenkomst met het COA In artikel 3 lid 3 wordt gesproken over enerzijds een inspanningsverplichting vanuit het COA op een evenwichtige samenstelling, maar ook over “instroom is bepalend”. In art 3 lid vier gaat het over de samenstelling zoals is afgesproken (50% uit gezinnen en 50% azielzoekers die langer dan 6 maanden in procedure zitten. Hier wordt expliciet gestelt dat het COA dit zal doen.

Vraag 15: hoe verhouden deze twee onderdelen zich met elkaar: “Instroom is leidend” ten opzichte van dat het COA de afgesproken verdeling zal hanteren? Wat is in deze overeenkomst leidend? In de 50-50 verdeling gezinnen en alleengaanden uit artikel 3 lid 4 lijkt geen apart percentage meer opgenomen voor de AMV. Vraag 16: Hoe zit dit nou precies? De meest concrete afspraken (25, 100 en 100) zijn leidend. Het COA maakt die afspraken met de gemeente Midden-Delfland. De juridische afdeling van het COA heeft lang gedacht over de verwoording in de overeenkomst. Nu bouwt het qua tekst zo op dat eerst wordt benoemd dat de instroom er simpelweg is, dan wordt benoemd dat uit die groep de AMV hier ook welkom is en vandaar worden de specifieke afspraken over de gezinnen en de werkenden genoemd. Het COA meent op deze wijze een juridisch gezien houdbare logica op te bouwen. De mengeling van percentages en aantallen is blijven hangen na lang onderhandelen. Eerst is gesproken over 225 met een verdeling van tweemaal 50%. Die teksten lagen klaar. Toen ging het

ANDERS DENKEN, SAMEN DOEN!

3 oktober 2023 getal van 25 daarvan af voor de AMV. De percentages zijn toen blijven staan. In de inleiding van deze antwoorden staan de getallen genoemd. In artikel 8 lid 1 wordt gesproken dat als de gemeente de lokale taakstelling voor het plaatsen van statushouders niet haalt, dan 50% van de 30 flexwoningen ingezet moeten worden voor tussenvoorziening voor statushouders. Daarbij wordt ook de termijn van 10 jaar genoemd. Vraag 17: Waarom staat hier ineens een termijn van 10 jaar ipv 5? Vraag 18: Het lijkt alsof we als we bijv 1 plaatsing achterlopen, we toch 15 woningen voor statushouders beschikbaar moeten stellen? Klopt dit en waarom deze afspraak? Het aanbod van flexwoningen is gebonden aan afspraken met het rijk. Een van die afspraken is dat 50% van de gegeven woningen (dit zijn dus de 30 woningen niet de 96) voor een periode van tien jaar moet worden ingezet voor statushouders. Op deze manier wil het rijk stimlueren dat statushouders worden gehuisvest en voorkomen dat een gemeente wel flexwoningen heeft maar dan alsnog niet aan de taakstelling zou voldoen. Het getal van 10 jaar komt dus voort uit die voorwaarde. Dit heeft dus geen link met de periode van de opvang die vijf jaar is. De taakstelling aan statushouders zelf neemt met deze voorwaarde echter niet toe.

Als de gemeente de flexwoningen na 5 jaar doorverkoopt dan zou de gemeente dus in de situatie kunnen komen dat; de taakstelling niet wordt gehaald, dat de woningen er niet meer zijn en dat daarmee de voorwaarde van het rijk niet wordt ingevuld. Dit betreft dus de tweede periode van vijf jaar. Deze voorwaarde zal de gemeente dus, als de woningen niet worden ingezet in Midden-Delfland maar worden doorverkocht, bij voorkeur meegeven bij de verkoop, of afkopen bij het rijk. In artkel 8 lid 2 wordt gesteld dat het COA de kosten voorde realisatie vande flexwoningen voor de gemeente in rekening brengt bij de gemeente. Vraag 19: Welke kosten zijn dit concreet? Dit zijn de reguliere “ambtelijke” kosten die normaal gesproken door de gemeente worden gemaakt en die via een “grex” in kaart worden gebracht. Deze worden normaal gesproken via leges of een anterieure overeenkomst verhaald op een derde partij. Nu is de gemeente echter zelf ontwikkelaar en zal de gemeente deze kosten zelf maken (door eigen inzet of uitbesteden). Nu het COA het grootste deel van de 96 woningen zal benutten en het COA deze capaciteit zelf kan leveren en het handig is om de ontwikkeling bij één instantie neer te leggen heeft het de voorkeur dat het COA ook zaken oppakt voor de 30 flexwoningen. Het COA wordt daarmee opdrachtnemer van de gemeente voor dit deel. Die kosten mag het COA niet zelf dragen.

Bij wet is dat uitgesloten. Deze worden dus door het COA aan de gemeente doorberekend. Over Bijlage 5 (a en b): Plan van aanpak veiligheid In de raadsoplegger wordt gesteld dat het COA voor elke locatie met betrokkenen in overleg gaat over veiligheid. Ter info is nu het PvA van het AZC in Rijswijk bijgevoegd. Duidelijk is dat het overgrote deel van de zorgen die omwonenden uiten en de vragen die zij stellen gaan over veiligheid, niet alleen op de locatie maar ook in de aangrenzende wijk(en). Vraag 20: Met welke betrokkenen gaat het COA in het geval van Den Hoorn in overleg, hoe worden inwoners daar goed in betrokken en welke (mede)zeggenschap hebben zij in het opstellen van dit plan en de uitvoering daarvan? Op dat plan van aanpak zijn allerlei wetten en regels van toepassing. Leidend hierin is welke informatie gemeente, COA, Politie en OM met elkaar mogen delen en op welke manier. Dus dat plan is niet echt geschikt voor medezeggenschap. Indien wettelijk mogelijk zal de buurtpreventie in dit overleg worden betrokken.

ANDERS DENKEN, SAMEN DOEN!

3 oktober 2023 Het overleg met de betrokkenen wordt wel vormgegeven in samenspraak met “de samenleving”. De gespreksonderwerpen, de frequentie van overleg en de wijze van omgang en verwachtingen aan/met elkaar worden hier in samenspraak bepaald. De deelnemers aan dit overleg zijn nog niet vastgesteld. Dit kan op basis van een vraag vanuit de gemeente of het COA of op basis van aanmelding. De partijen die tot nu toe zijn genoemd zijn: een vertegenwoordiging van buurtbewoners, een vertegenwoordiging van nabijgelegen ondernemingen, buurtpreventie, Stichting Welzijnswerk Midden-Delfland, een vertegenwoordiging van winkeliers in Den Hoorn. De definitieve lijst moet echter nog gemaakt worden. Overige technische vragen: Het dossier migratie is breder/meer omvattend dan alleen azielzoekers/vluchelingen. Vraag 21: hoeveel kennismigranten en arbeidsmigranten zijn in Midden-Delfland gehuisvest? Het registeren van arbeids- en of kennismigranten gebeurt niet in de BRP. Het rechtmatig verblijf wordt wel geregistreerd, maar de grondslag niet. Wij weten dus niet welke aantallen van deze migranten in Midden-Delfland wonen. Graag ontvangen wij een plattegrond van zowel de Flexwoning voor spoedzoekers en starters als een plattegrond van een woning waar vluchtelingen gaan wonen. En mochten er meerdere woningtypen zijn, dan ontvangen wij graag een plattegrond van de verschillende woningtypes.

Zie de bijlage

ANDERS DENKEN, SAMEN DOEN!

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=bd69cd37-f726-456b-925a-babb1a72c567