04 Vragen fractie CDA met antwoorden
Tekst van het document
COMMISSIE 11 OKTOBER 2023 Punt 6: Voorstel resultaat onderzoek naar de mogelijkheid van Flexwonen en opvang in MiddenDelfland Indiener: dhr. P.W. van Rijs (CDA) Technische vragen Voorstel Opvang Vluchtelingen – CDA (0610def) Oplegger: 1.1 Er werd bij aanvang onderzoek uitgegaan van 8 mensen per wooneenheid. Dat worden er nu 1 tot 4. Daardoor zijn er 66 woonheden nodig in plaats van 25-50. Vraag 1: a) Waarom nu 3-4 mensen per wooneenheid? b) Hoe wordt er om gegaan met grotere gezinnen? Antwoorden Dit is omdat het nu woningen betreft in plaats van de “units”. De units zijn meer ingericht als slaapzalen. De woningen zijn geschikt voor zelfstandige bewoning er is dus meer aan voorzieningen per wooneenheid. Het niveau van de woning komt nu op een niveau dat lokale doelgroepen aan zal spreken. Er zal in de woningen voor de bewoners meer privacy zijn dan bij containers. De verwachting is dat daarmee de kwaliteit van leven wordt bevorderd. Er is nog geen finale keuze gemaakt uit het aanbod van flexwoningen die het Rijksvastgoedbedrijf biedt. Bij de selectie zal de mogelijkheid om enkele wanden niet te plaatsen zodat een grotere woning ontstaat worden meegenomen.
1.2 Uitkomsten maatschappelijke verkenning Vraag 2: Wat wordt er bedoeld met ‘zich in de praktijk nieuwe/andere elementen naar boven zouden komen’? Antwoord Hiermee wordt bedoeld dat aan de voorkant allerlei zaken kunnen worden bedacht en daar kunnen afspraken over worden gemaakt. Als de praktijk echter toch anders zal zijn dan zijn de partners bereid om met dezelfde insteek ook verbonden te blijven en aan een oplossing te gaan werken. 4. Type opvanglocatie 4.4 Omwonenden zijn welkom op de opvanglocatie, maar moeten hiervoor contact opnemen met de locatiemanager. Vraag 3: a) betekent dit dat dus niet iedereen zo maar in en uit kan lopen? Zo ja, waarom? b) wat is de impact voor bezoek aan de eigen inwoners die daar een flexwoning krijgen? Antwoorden Hier wordt gedoeld op de mogelijkheid om een rondleiding te krijgen en meer over de locatie te horen. Daarvoor is afstemming met de locatiemanager passend. Het dagelijks betreden van het terrein is mogelijk maar er zullen wel beperkende maatregelen zijn. Het COA is verplicht om bescherming te bieden aan de kinderen die op het terrein wonen. Dit betekent dat er maatregelen zijn die zoveel mogelijk voorkomen dat mensenhandelaren vrijelijk het terrein op kunnen. Inwoners kunnen het terrein wel zelfstandig op. Ook is het mogelijk om gasten te ontvangen.
4.5 Sociaal domein en onderwijs Vraag 4: Welke werkzaamheden heeft het KCC aan deze vluchtelingen? Antwoord Het IND zal de dossiers al grotendeels op orde hebben. We hebben hier echter nog geen ervaring mee en we houden er rekening mee dat het KCC de inwoners moet registreren en de brondocumenten moet controleren. Misschien moet ook een verklaring onder ede worden afgenomen. Daarnaast zullen in de systemen niet alleen de mensen maar ook hun onderlinge relaties moeten worden opgenomen. Waarschijnlijk is er sprake van een taalbarrière waardoor deze werkzaamheden meer tijd kosten.
Vraag 5: Waarom wordt er gesproken over ‘tenminste 225 inwoners’? Is er ook een kans dat er meer asielzoekers geplaatst worden? Antwoord Nee. 225 is het maximale aantal vluchtelingen. Het woord tenminste staat er omdat niet op voorhand zeker is dat in de 30 andere woningen alleen maar mensen komen die nu ook al in de gemeente wonen. Hier zouden, afhankelijk van de voorwaarden, bijvoorbeeld ook mensen tussen kunnen zitten die weer naar Midden-Delfland willen terugkeren. 5.2 Veiligheid Vraag 6: a) Wat voor soort sancties kunnen af worden gegeven indien de huisregels niet worden nageleefd? b) Wanneer kan iemand overgeplaatst worden naar een handhaving- en toezichtslocaties? Antwoorden Van de sancties die het COA oplegt is in bijlage 5 onder 4.2 een overzicht te zien. Dit betreft vaak het inhouden op voorzieningen of het beperken van de bewegingsvrijheid. Onder sanctie 10 staat de werkwijze bij een overplaatsing. IND en DT&V hebben hier een rol in. Vraag 7: a) Mogen de beveiligers van het COA ook het terrein verlaten indien er sprake zou zijn van een incident in de omgeving? b) Hoe is de samenwerking geregeld tussen beveiliging en politie? Antwoorden Beveiligers kunnen niet optreden als handhaver in het openbaar terrein. Van het kan echter wel een rapportage verlangd kan worden, ook als ze daarvoor het perceel moeten verlaten, die de aanpak van een incident mogelijk maakt.
De afspraken hieromtrent moeten nog concreet worden gemaakt. Als de raad besluit tot een opvang zal dit worden opgepakt. Politie, OM en de gemeente hebben de aanpak op de COA locatie in Rijswijk met elkaar besproken. Dit is een goede blauwdruk voor de afspraken die we in MiddenDelfland willen maken. In de periode van anderhalf jaar tussen besluit en realisatie zal dit worden uitgewerkt. Hierbij zal de ervaring op andere opvanglocaties worden betrokken. 6. Huisvesting eigen doelgroepen 6.1.1/2/3 aanbod en wat er wordt gebouwd Vraag 8: Hoe worden de woningen voor eigen inwoners in de blokken verdeeld? Antwoord Dit is nog niet concreet gemaakt. Omdat de woonblokken per 24 woningen zijn ingedeeld en de gemeente er 30 van de 96 mag gebruiken ligt het voor de hand dat er blokken zijn waarin de bewoning “gemengd” is. 6.1.3 Voor medewerkers en bezoekers is er 1 parkeerplaats per 10 asielzoekers Vraag 9: Hoe is de parkeergelegenheid voor eigen inwoners geregeld? Antwoord Dit zal gaan voldoen aan de vigerende regelgeving. Dit wordt nog nader uitgewerkt. Vraag 10: Wat is de oppervlakte van de woningen voor lokale doelgroepen? Antwoord Bij de antwoorden zit een bijlage van de woningen die het RvB biedt. Dit betreft 1,2 en 3 kamer woningen met elke een eigen oppervlakte. De verdeling van deze woningen is nog niet vastgelegd.
Vraag 11: Welke huurprijs gaat gevraagd worden voor de woningen voor lokale doelgroepen? Antwoord Dit bedrag is nog niet berekend. Het tenminste kostendekkende bedrag zal in ieder geval binnen de bandbreedte vallen van de sociale huur.
7.1 Stichting Wonen Midden-Delfland vindt de aanschaf van woningen voor eigen inwoners niet haalbaar. Vraag 12: Waarom is dat dan voor de gemeente wel haalbaar? Antwoord Voor de gemeente is de aanschaf en realisatie ook niet zonder meer haalbaar. Het aanbod van 30 woningen zonder aanschafkosten en 66 woningen voor 50% van de aanschafkosten maakt het echter wel mogelijk. Dat de gemeente, in ieder geval bij aanvang, deze 30 woningen op de “balans” krijgt is omdat het Rijksvastgoedbedrijf niet aan anderen dan de overheid levert. Op die manier voldoet het RvB altijd aan de regels omtrent staatsteun. 7.2 24 statushouders per jaar voor een periode van 5 jaar worden door omliggende gemeenten opgenomen. Vraag 13: a) Hoe zeker is deze deal? b) Hoeveel woningen komen er dan voor eigen inwoners per jaar beschikbaar? c) Wanneer wordt hier meer over bekend? Antwoorden De gemeenten waar mee gesproken is, reageerden positief. Er werd aangegeven dat wel de spreidingswet/c.q. de verplichting tot huisvesting helpend zou zijn om de intenties vast te leggen. In aanloop naar die wet zullen we niet communiceren over de gemeenten waarmee gesproken is. De afspraken zijn niet op schrift vastgelegd. De 30 woningen zijn allemaal voor de lokale doelgroepen, de eigen inwoners.
Bijlage 4 – Concept bestuursovereenkomst Overwegende Vraag 14: Welke afspraken zijn er gemaakt met het COA met betrekking tot het opvangen van asielzoekers die opgevangen zouden worden en uiteindelijk een status krijgen aangezien er in de overwegingen staat “dat het wenselijk is dat vreemdelingen die in de COA-opvanglocatie verblijven zo snel mogelijk nadat zij over een verblijfsvergunning beschikken in te laten stromen in de gemeente Midden-Delfland, danwel de gemeente waaraan zij zijn gekoppeld.”? Antwoorden Het COA heeft er “last” van dat in de opvang mensen zitten met een status. Op het moment dat deze mensen een status hebben moeten zij eigenlijk uit de opvang en via de werkwijze van de taakstelling naar de gemeente. Dit is de reguliere werkwijze. Dit betekent dat Midden-Delfland ”de eigen taakstelling” niet laat zitten in de opvang maar elders huisvest. In de een na laatste bullit staat dat de directe verantwoordelijkheid voor het nemen van de noodzakelijke maatregelen op de beleidsterreinen Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare orde en veiligheid, behalve bij de gemeente en het COA, bij meerdere partijen ligt. Vraag 15: Over welke meerdere partijen gaat dit? Antwoord Hier kunt u bijvoorbeeld denken aan onderwijsinstellingen en de politie. Ook is het mogelijk dat COA en gemeenten wel zelf verantwoordelijk zijn maar derden vragen om hier een rol in te vervullen.
Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de inzet van buurtpreventie. Let wel dit is een voorbeeld en hier is nog niet over gesproken. Artikel 3 In de oplegger wordt gesproken over minimaal de helft van de doelgroep tot een gezin behoort, in de concept bestuursovereenkomst staat echter dat 50% uit gezinnen bestaat. Vraag 16: Wat is de reden dat in de concept bestuursovereenkomst niet minimaal 50% staat? Antwoord Dit is ontstaan doordat er eerst met twee doelgroepen werd gewerkt. Met het aantal van 225 was het handiger om te spreken over 50% dan over 112,5 persoon. Toen de doelgroep AMV erbij kwam
en daar het getal van 25 aan werd verbonden had het consequenter geweest om over 25, 100 en 100 te spreken. Het aantal AMV is heel concreet te bepalen omdat dit “per persoon” komen. Het kan zo zijn dat van de doelgroepen gezinnen het net niet op 100 uitkomt. We hebben met het woord minimaal bij de gezinnen willen aangeven dat we dan liever iets meer “gezinnen” hebben dan alleen-gaanden. Vraag 17: Waarom zijn er in de concept bestuursovereenkomst geen afspraken gemaakt over wat er gebeurt indien het COA niet aan de gewenste doelgroepen kan voldoen? Antwoord De bestuursovereenkomst gaat uit van datgene wat we afspreken en niet van wat we doen als het anders loopt. De gemeente en het COA (zie art 4 lid 3) kunnen de overeenkomst echter allebei beëindigen. 3.2: In dit artikel wordt gesproken over maximaal 275 capaciteitsplaatsen. Vraag 18: Wat wordt hier mee bedoeld? Antwoord Dit is nodig vanwege wat “snijverlies” wordt genoemd. De AMV en de alleengaanden kunnen redelijk nauwkeurig worden ingepland. De samenstelling van gezinnen kan echter zodanig zijn dat niet al de bedden in een woning worden benut. Daar is dus wat extra capaciteit voor nodig. 3.5 Vreemdelingen uit spoor 2 Vraag 19: Wat zijn kwetsbare vreemdelingen die in spoor 2 zitten? Antwoorden Spoor 2 zijn de veilige landers. Vanuit die landen kunnen echter ook mensen als “erkende” vluchteling worden bestempeld.
Dat kan als het land niet veilig is voor bijvoorbeeld de levensovertuiging, de politieke overtuiging of de geaardheid van de betrokkene. Artikel 4 Vraag 20: Zouden er bij ernstige ongeregeldheden ook mogelijkheden zijn om de locatie te sluiten? Antwoord Ja, dat kan. Wanneer dat precies gebeurd is niet vastgelegd. De werkwijze die de gemeenten en het COA hier zullen hanteren moeten in principe afdoende zijn om dit te voorkomen. Artikel 8 – Gemeente-Flexwoningen Het voorstel gaat uit van een periode van 5 jaar. Maar er zijn ook afspraken gemaakt voor een periode van 10 jaar. De vragen 21 t/m 25 gaan hierover. Vraag 21 : wat is voor 5 jaar vastgelegd en wat is de verplichting voor 10 jaar? Antwoord De 30 woningen zijn van de gemeente. Daar is geen periode van 5 of 10 jaar aan gekoppeld. De plaatsing op de Harnaschpolder is beperkt tot 5 jaar. De periode van 10 jaar betreft een voorwaarde die gekoppeld is aan de “gratis” flexwoningen. Dus aan de 30 woningen en niet aan de 66 die eventueel later nog kunnen worden overgenomen. Het Rijk wil niet dat een gemeente wel flexwoningen krijgt en niet de taakstelling op statushouders realiseert. Als een gemeente die flexwoningen krijgt niet de taakstelling haalt dan wil het Rijk kunnen afdwingen dat deze taakstelling in de flexwoningen wordt gerealiseerd.
Let op dit gaat dus niet over de opvang (vluchtelingen) maar over de nu reeds geldende taakstelling op statushouders! Als de gemeente Midden-Delfland dus niet zelf of via een regionale uitwisseling aan de taakstelling van statushouders voldoet dan kan een probleem ontstaan. Dan zijn er diverse scenario’s. In de eerste vijf jaar kan de gemeente er dan voor kiezen om deze statushouders niet in het reguliere aanbod van WMD maar alsnog in de flexwoningen onder te brengen. Het is nu nog niet duidelijk wat de situatie in de tweede periode van vijf jaar is. Het ene uiterste is dat de gemeente de 30 flexwoningen doorverkoopt en er 0 behoudt het andere uiterste is dat er 96 flexwoningen ter beschikking zijn. De verplichting geldt alleen op de 30 “gratis” woningen. Dus bij
een beschikking over 96 woningen is de verplichting relatief overzichtelijk. Wanneer de gemeente al de woningen verkoopt dan zal de gemeente of aan de taakstelling moeten blijven voldoen, of de voorwaarde mee verkopen bij de verkoop van de woningen of de opbrengst van de verkoop (deels) moeten inzetten om de voorwaarde af te kopen. In artikel 8 van de conceptovereenkomst (en ook par 6.1 van de oplegger) staat dat de overeenkomst uitgaat van de verplichting voor de gemeente om de opvang voor 10 jaar te garanderen in deze woningen. Vraag 22: a) Geldt dat voor alle 225 mensen? b) Vindt het college ook niet dat het erg onwaarschijnlijk is dat deze woningen na 5 jaar dan elders in Midden Delfland worden geplaatst? Met andere worden: is deze overeenkomst een verplichting voor 10 jaar? Antwoorden De periode van 10 jaar heeft geen relatie met de opvang van 225 vluchtelingen. In die tien jaar moet de gemeente de gemeentelijke taakstelling op het gebied van statushouders volledig invullen. Als de gemeente dat niet redt dan wil het Rijk met deze voorwaarde afdwingen dat de huisvesting van statushouders in deze flexwoningen wordt gerealiseerd. De verplichting geldt voor 50% van de wooncapaciteit voor een periode van 10 jaar. Als de gemeente op de huidige wijze, dus binnen het reguliere aanbod aan de taakstelling blijft voldoen gaan we niets van deze voorwaarde merken.
De waarschijnlijkheid van herplaatsing is een onderwerp dat college en raad de komende jaren kunnen bespreken. Vraag 23: a) Wat is er gebeurd met voorwaarde dat de gemeente dan ook de eigen opgave aan statushouders minstens 10 jaar lang zonder mankeren moet huisvesten en dat de gemeente daar de flexwoningen voor moet gebruiken? b) Wat betekent dit voor huisvesten van lokale doelgroepen? Antwoorden De gemeente moet elk jaar de taakstelling aan statushouders huisvesten. Daar verandert wel of niet vluchtelingen opvangen niets aan. Het aanbod van gratis woningen is wel gekoppeld aan het voldoen aan deze taakstelling. Het Rijk wil niet dat een gemeente stevig gesubsidieerde flexwoningen krijgt en tegelijk niet voldoet aan de taakstelling. Omdat de taakstelling niet verandert betekent dit dus ook geen verandering voor lokale doelgroepen. Ongeacht of de statushouders in de reguliere voorraad of in deze woningen worden gehuisvest. De raad heeft tot nu toe echter aangegeven dat deze woningen voor de “eigen” inwoners zouden zijn. Als daar ook statushouders onder vallen dan is het ook mogelijk om die hier te huisvesten. Dan komen weer meer woningen uit de reguliere voorraad ter beschikking voor andere groepen.
Vraag 24: a) Hoe verhoudt de afspraak onder het eerste lid waarin staat dat als de gemeente de lokale taakstelling op het gebied van statushouders niet kan realiseren dat dan 30 van de 96 flexwoningen de eerste 10 jaar voor gemiddeld 50% worden ingezet als tussenvoorziening van statushouder, zich ten opzichte van de bestuurlijke bereidheid van enkele gemeenten in de regio om de opvang uit te wisselen met die van statushouders? b) Om welke 30 van de 96 flexwoningen zou dit gaan, de 30 voor de lokale doelgroepen? c) Hoe haalbaar is het om statushouders die gehuisvest worden in de GemeenteFlexwoningen binnen 24 maanden permanente huisvesting binnen de gemeente aan te bieden als het onze eigen inwoners nauwelijks lukt om een huis te vinden? Op welke wijze zou dit bewerkstelligd moeten worden? Antwoorden De taakstelling verandert niet. Dus als de gemeente aan de taakstelling voldoet op basis van het uitwisselen met andere gemeenten dan is daarmee aan de taakstelling voldaan. Dit gaat inderdaad om de 30 woningen die om niet worden gegeven. Het huisvesten van deze groep is de reguliere taakstelling waar we tot op heden ook aan voldoen. Dus de huidige werkwijze kan gecontinueerd worden.
Vraag 25: Artikel 8.1. Kunt u het woordje “tussenvoorziening” nader toelichten? Antwoord Hier wordt bedoeld dat de gemeente de eigen statushouders ook na het wegvallen van de voorwaarde om deze woningen daar (indien nodig) voor in te zetten moet huisvesten. Dat is overigens met al de statushouders die we huisvesten het geval. Het is niet zo dat daar een termijn aan zit waarop de mensen gedwongen worden naar elders te verhuizen. Bijlage 6 - schets en impressie We hebben een schets gezien, wat nog slechts een impressie was. Vraag 26: a) Op welke wijze worden zaken als veiligheid, verkeersveiligheid, omgevingskwaliteit verder vorm gegeven en wie gaan daarmee aan de slag? b) Komt er 1 toegang voor vreemdelingen en 1 toegang voor eigen bewoners, of komt er 1 gezamenlijke toegang? c) waar worden deze toegangen op een veilige plek gerealiseerd? (1 kant sloot, 1 kant drukke weg met vrachtverkeer) d) wat bieden deze flexwoningen meer dan standaard containerwoningen? Antwoorden De vertaling van de impressie naar een concrete uitwerking is iets dat nog nader uitgewerkt in de komende periode. In de periode van anderhalf jaar is dit hetgeen waar zo spoedig mogelijk mee zal worden gestart. De afspraak is nu dat het COA de gehele locatie zal ontwikkelen. De gemeente heeft hierbij, als vergunningverlener een zeer stevige en bepalende rol.
Vanuit de gemeente zal de projectleider opdrachtgever zijn voor het ontwikkelen van de 30 woningen en voor het voldoen aan de eisen die de gemeente heeft gesteld ten aanzien van de inrichting. Veiligheid op het terrein zelf is iets waar het COA zelf veel ervaring mee heeft opgedaan op al de andere locaties. Dat zal zeker tot realistische uitwerkingen leiden. Over de ontsluiting en toegang zijn nog geen definitieve afspraken gemaakt. Het ligt voor de hand dat dit dezelfde toegang zal zijn. Het ontsluiten op de openbare weg is zeker een aandachtspunt. Dat zal waarschijnlijk anders worden dan in de schets omdat daarin een parkeervak haaks ontsluit op de openbare weg. Het is nog niet uitgewerkt hoeveel ontsluitingen er moeten komen. Deze woningen zijn volwaardige woningen die minimaal 25 jaar meegaan dat is veel langer dan de standaard containerwoningen. Ook is het kwaliteitsniveau van de afwerking, zowel binnen als buiten, veel hoger. Er wordt een bijlage meegestuurd met de gegevens van de “percelen” die het Rijksvastgoedbedrijf biedt. Een van die percelen zal het, bij een instemmend besluit van de raad, worden.