04 Kaderbrief 2021.pdf
Tekst van het document
Kaderbrief 2021 Augustus 2021
VOORWOORD Tijdens de behandeling van de Begroting 2020-2023 is besloten om jaarlijks een kadernota te bespreken. Voor u ligt het resultaat hiervan: de Kaderbrief 2021 van de gemeente Midden-Delfland. Een kadernota/-brief schetst normaal gesproken de hoofdlijnen en uitgangspunten voor de programmabegroting. Met als basis het coalitieakkoord van 2018 en rekening houdend met het financieel perspectief. In onze brief van 1 juni schreven we dat het dit jaar anders verloopt. Afgelopen jaren hebben we stevige keuzes moeten maken om een evenwichtige financiële koers te kunnen varen met beheersbare risico’s. We moeten de financiële huishouding, de bedrijfsvoering en de dienstverlening op orde hebben en houden. Doel van onze inzet in het komende jaar is dat de basis op orde is. We willen geen losse eindjes, zodat een nieuwe raad en een nieuw college ‘schoon’ kunnen beginnen. Financieel doen we dat door het bijstellen van onze ambities. Verdere grote bezuinigingen voeren we niet door. Echter, het realiseren van een structureel sluitende begroting blijft een uitdaging en er is financieel slechts zeer beperkt ruimte voor nieuw beleid (voor zover keuze) of echte intensivering van huidig beleid. Ook schrijven we u wat we wél doen. We proberen de ambtelijke organisatie te versterken, we willen investeren in onderhoud kapitaalgoederen om later grotere inhaal investeringen te voorkomen.
We onderzoeken welke intensivering op samenwerking mogelijk en wenselijk is en we maken keuzes om te investeren op ICT vlak, om juist efficiënter en duurzamer werken in de toekomst te bevorderen. Voor tijdelijke projecten komen we met separate voorstellen. In deze kaderbrief leest u ook welke (grotere) autonome & onafwendbare financiële ontwikkelingen (exogene ontwikkelingen) op ons pad komen die van invloed zijn op het meerjarenbeeld. Bij de aanbieding van de Begroting 2022-2025 leest u aanvullend ook de overige voorstellen. Voorstellen die niet vallen onder de categorie ‘autonoom en onafwendbaar’, maar die wel nodig of wenselijk zijn. Ook leest u daar een toelichting op de keuzes die we hebben gemaakt voorafgaand aan het indienen van de begrotingstukken. Deze kaderbrief kunt u dus lezen als het eerste deel van de begroting. Hieronder staan we eerst stil bij het financieel meerjarenperspectief en vervolgens informeren wij u aan de hand van de vastgestelde sporen de ontwikkelingen en te maken keuzes.
*2021-19675*
FINANCIEEL MEERJARENPERSPECTIEF In het Financieel meerjarenperspectief schetsen we u het huidige financiële beeld van de gemeente en het perspectief voor de begrotingsjaren 2022-2025. Uitgangspunt is een financieel gezonde gemeente, voor nu en op de lange termijn. Dat wil zeggen een positief meerjarenperspectief met structureel evenwicht, een beperkte ontwikkelingen van de lastendruk voor onze inwoners en een weerstandsvermogen met een ratio dat zich minimaal tussen de 1,0 en 1,4 bevindt. Algemeen financieel beeld Na financieel moeilijke jaren en met nog altijd onzekere vooruitzichten blijft het scherp aan de wind zeilen voor de gemeente Midden-Delfland. Weliswaar slaagden we er de afgelopen jaren in een sluitende begroting vast te laten stellen, maar dit was zeker geen sinecure. Ingrijpende maatregelen waren soms nodig en in enkele jaren bleek een incidenteel beroep op de algemene reserve daarvoor noodzakelijk. Met diverse ontwikkelingen die gaande of in voorbereiding zijn, wordt de opgave voor een sluitende begroting er niet eenvoudiger op. De invoering van de omgevingswet, de uitvoering van het landelijk Klimaatakkoord, landelijke loonafspraken en de (nog altijd) ontoereikende budgetten vanuit het Rijk voor overgenomen zorgtaken zijn daarop van invloed.
Dit zijn ontwikkelingen die niet of slechts zeer beperkt lokaal beïnvloedbaar zijn, maar wel bepalend zijn voor wat wij kunnen realiseren met de beschikbare middelen en in welke mate wij in staat zijn om onze ambities uit het collegeprogramma te realiseren en Midden-Delfland sterk te houden. Met aanvullende inkomsten én door terughoudend te zijn met nieuwe en extra uitgaven, waarborgen we een duurzaam begrotingsevenwicht. De gevolgen voor inwoners, ondernemers, het verenigingsleven en maatschappelijke organisaties houden we zo beperkt. Ook ten aanzien van de gemeentelijke reserves moeten we waakzaam blijven (zie overzicht bij ‘ontwikkeling reserves’). Het weerstandsvermogen heeft nog altijd de aanduiding ‘uitstekend’ (ratio > 2,0). Dit betekent dat we ruimschoots in staat zijn om potentiele risico’s op te vangen. Het interen op de reservepositie is desondanks een slecht signaal en terughoudendheid is geboden bij het aanwenden van reserves. Wel is het denkbaar incidentele middelen in te zetten voor incidentele projecten en/of als impuls ter verbetering van de bedrijfsvoering in structurele zin. Financiële ontwikkelingen De Kaderbrief 2021 heeft een beleidsarm karakter en schetst de onvermijdelijke financiële ontwikkelingen en uitgangspunten.
Veelal zijn dit structurele doorwerkingen van mutaties uit de periodieke begrotingswijzigingen 2021, gevolgen voor de uitkering gemeentefonds op basis van de Meicirculaire 2021 en nog niet (volledig) gerealiseerde maatregelen uit de Begroting 2021-2024. In deze kaderbrief zijn nog niet de beleidswijzigingen en/of financiële wensen opgenomen die al dan niet in de begroting worden verwerkt; daarover wordt concreet bij de Begroting 2022 -2025 ingegaan.
3
Een opsomming van de structurele doorwerkingen van mutaties uit de periodieke begrotingswijzigingen 2021 staat in onderstaand overzicht. Tabel structurele doorwerking PBW 2021
2022
2023
2024
2025
-66
-66
-66
-66
-160 -400
-160 -400
-160 -400
-160 -400
Vastgoed/ grondbedrijf Opstal- en brandverzekering gemeentelijke gebouwen OZB-kosten sportaccommodaties Onderhoud kunstwerken
-25 -20 -10
-25 -20 -10
-25 -20 -10
-25 -20 -10
Overig Vrijval kapitaallasten Zuidhoornseweg
193
193
193
193
Algemene Middelen Verlaging dividend Evides Toename budget afhandeling WOZ-bezwaren
-91 -10
-91 -10
-85 -10
-41 -10
Sociaal Domein Loon- en prijsstijging Jeugdhulp Maximale bestedingsruimte vanaf 1-1-2021 (conform raadsbrief 11-2020) Structurele extra kosten Jeugdzorg
Bedragen x € 1.000 Bedragen in rood zijn negatief voor de begroting
Voor de toelichting op deze mutaties verwijzen we u naar de periodieke begrotingswijzigingen. Hierover heeft dus reeds bestuurlijke besluitvorming plaatsgevonden. De gevolgen voor de uitkering gemeentefonds op basis van de Meicirculaire 2021 en nog niet (volledig) gerealiseerde maatregelen uit de Begroting 2021-2024 lichten wij verderop onder ‘Kiezen voor Midden-Delfland’ nader toe. Andere ingrijpende exogene en onvermijdelijke kosten vormen onder meer de werkgeverslasten en de kosten voor de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) met ICT Westland. De huidige cao voor gemeenten liep tot 1 januari 2021. Hoewel er nog geen concreet zicht is op een nieuwe cao per die datum bevat deze ongetwijfeld een stuk loonontwikkeling bevatten die leidt tot hogere werkgeverslasten. Daarnaast verwacht ABP een premiestijging voor 2022. Door de stijging van de pensioenpremies stijgt zowel de werkgevers- als werknemersbijdrage aan de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen. Ten aanzien van de DVO met ICT Westland verwachten we een toename van de kosten vanaf 2023 met € 70.000 per jaar oplopend tot € 210.000 in 2025. Dit betreft een formatieve uitbreiding bij ICT Westland ten behoeve van de inzet voor gemeente Midden-Delfland door een toename van het aantal ICT-projecten alsmede de toenemende aandacht voor security.
Daarnaast is er sprake van een aantal autonome ontwikkelingen, zoals cloudbeheer en het beheer van mobile devices.
4
Financieel uitgangspunt en kader De jaarschijven 2022-2024 uit de Begroting 2021-2024 (gecorrigeerd met tussentijdse begrotingswijzigingen) vormen de basis voor de Begroting 2022-2025. De tussentijdse begrotingswijzigingen betreffen de afzonderlijke raadsvoorstellen uit 2021 en de periodieke begrotingswijzigingen. Hierop worden de autonome en onafwendbare ontwikkelingen gemuteerd. Slechts als daar financiële ruimte voor is, komen wij met voorstellen voor nieuw beleid of echte intensivering van huidig beleid. Bij het streven naar een sluitende begroting volgen wij de lijn van de vorige jaren, waarin voor de eerste jaren nog een incidenteel tekort werd verwacht, maar een structureel sluitende begroting werd gepresenteerd voor in ieder geval het laatste begrotingsjaar. Daarbij stellen wij de volgende kaders voor: a) De Begroting 2022-2025 bevat in beginsel voortzetting van bestaand beleid. b) De bezuinigingen uit de Begroting 2021-2024 (deels afkomstig uit de Begroting 2020-2023) worden voortgezet in de Begroting 2022-2025. c) We zien af van het structureel inzetten van de algemene reserve voor een sluitende Begroting. d) De zeven verbetersporen uit de Kadernota 2020 zetten wij voort in de Begroting 2022-2025 (zie hierna onder ‘Kiezen voor Midden-Delfland’). Verder hanteren wij voor de Begroting 2022-2025 de volgende algemene uitgangspunten: •
Inwoner- en woningprognose: 2019 2020 Bevolkingsprognose 19.391 19.341 Aantal woningen 7.883 7.904 Gem. bezetting 2,46 2,45 Toename woningen 21
2021 19.414 7.996 2,43 92
2022 19.545 8.100 2,41 104
2023 19.622 8.160 2,40 60
2024 19.712 8.225 2,40 65
2025 20.122 8.442 2,38 27
•
Loonindexering personeelskosten Vooruitlopend op de nieuwe cao (zie hiervoor) rekenen wij voor de ontwikkeling van de werkgeverslasten met een structurele jaarlijkse stijging van 1%.
•
Prijsontwikkeling Voor de prijsontwikkeling hanteren wij, indien van toepassing, het Nationale consumentenprijsindex (cpi). Voor 2022 is deze geraamd op 1,5%, voor de jaren erna 1,7%.
5
Ontwikkeling reserves De reserves houden we graag op niveau. Goed om op te merken is dat onze solvabiliteit zowel absoluut als relatief goed en gezond is. Daarbij maken we nog de kanttekening dat onze solvabiliteit in negatieve zin wordt beïnvloed door leningen die zijn aangetrokken ten behoeve van in erfpacht uitgegeven gronden. Hierbij zijn de erfpachtopbrengsten substantieel hoger dan de rentes op de aangetrokken leningen. Dit levert de gemeente ca. € 1,5 mln additionele opbrengsten op. De aflossingen van de aangetrokken leningen zijn gekoppeld aan de duur van de erfpacht. Wij sluiten het inzetten van incidentele middelen uit de reserves niet uit mits dit nodig is om onze structurele (financiële) positie te versterken. Dit is naar onze mening acceptabel gezien onze huidige solvabiliteit. Vooralsnog is onze algemene reserve nog steeds op het peil van 2018. Een overzicht van de ontwikkeling van de algemene reserve en de bestemmingsreserves in de jaren 2017 tot en met 2021 is in onderstaand overzicht weergegeven.
Algemene reserve Beginsaldo Stortingen Ontrekkingen Eindsaldo voor resultaat Resultaat boekjaar Eindsaldo (31-12) na resultaat Bestemmingsreserve Beginsaldo Stortingen Ontrekkingen Eindsaldo (31-12)
2017
2018
2019
2020
2021 (begroot)
€ € € € € €
8.187.270 € 180.000 € 3.210.899 € 5.156.371 € 218.897 € 5.375.268 €
5.375.269 134.700 1.507.203 4.002.766 -209.067 3.793.699
€ € € € € €
7.352.685 € 2.455.168 € 2.224.292 € 7.583.561 € -77.197 € 7.506.364 €
7.506.364 677.482 1.694.581 6.489.265 1.889.306 8.378.571
€ € € €
8.378.571 -43.778 3.849.308 4.485.485
€
4.485.485
€ € € €
40.013.628 € 1.295.982 € 1.168.874 € 40.140.736 €
40.140.735 € 679.857 € 1.124.769 € 39.695.823 €
39.695.822 € 7.217.364 € 8.376.949 € 38.536.237 €
38.536.238 € 1.639.001 € 2.463.539 € 37.711.700 €
37.711.700 405.596 1.013.827 37.103.469
6
KIEZEN VOOR MIDDEN-DELFLAND Zolang er geen financiële balans is tussen inkomsten en verplichte uitgaven voor wettelijke taken, blijft de gemeente jaarlijks geconfronteerd worden met tekorten die gedekt moeten worden vanuit andere bronnen. Afgelopen jaren hebben we stevige keuzes moeten maken om een evenwichtige financiële koers te kunnen varen met beheersbare risico’s. Daarnaast blijven we ook kiezen voor Midden-Delfland. Dat houdt in dat we een robuuste en efficiënte ambtelijke organisatie moeten hebben die is opgewassen voor onze bijzondere taken met een voldoende niveau van onderhoud van onze kapitaalgoederen (wegen, groen, bruggen, etc.). Financiële scan In het tweede kwartaal van dit jaar hebben we de provincie gevraagd een financiële scan te doen van onze begroting. We hebben met hen gekeken of we zaken over het hoofd zien, of er nog mogelijkheden zijn om verdere bezuinigingen door te voeren. De provincie heeft – kort samengevat geconstateerd dat wij vergeleken met de referentiegemeenten een ‘goedkope’ gemeente zijn. Met andere woorden: wij geven minder uit op de taakvelden dan de referentiegemeenten. Uitzondering hierop is ‘recreatie’ en dat is verklaarbaar vanuit onze identiteit, visie en missie. Ook de provincie ziet niet direct mogelijkheden tot verdere bezuinigingen.
Bezuinigingen en doorbreken mechanismen Naast de bezuinigingen van de afgelopen jaren, is in 2020 gekozen voor een aantal financiële verbetersporen. De eerdere bezuinigingen richtten zich op het terugbrengen en schrappen van budgetten voor niet-wettelijke taken, en bestedingen waarvoor geen meerjarige verplichtingen aan de orde zijn. Het ging daarbij dus bij uitstek om onderwerpen die vallen onder de lokale beleidsvrijheid. De vrije beleidsruimte is inmiddels daardoor zeer beperkt. De sporen richten zich op het doorbreken van kostenverhogende mechanismen en het versterken van grip op wettelijk of anderszins verplichte uitvoeringstaken. Voor het voortbestaan van de gemeente is het van belang om dergelijke mechanismen te doorbreken. Daarnaast willen we het mechanisme doorbreken om steeds verder te moeten bezuinigen op lokale beleidstaken. In deze brief leest u dan ook nog geen extra, ingrijpende bezuinigingen. Wel zijn investeringen nodig om ook in de toekomst onze taken goed uit te kunnen blijven voeren. Doel van de verbetersporen Doel van de verbeterslagen is om duurzaam grip hebben op de gemeentelijke financiën, om de personele bezetting op orde te hebben en om op adequate wijze invulling geven aan gedecentraliseerde taken. Spoor 1: Samenleving rendabel stimuleren We werken hard om de kosten in het sociaal domein terug te brengen.
De financiële problematiek hangt echter voor een groot deel samen met externe factoren. In de opgave om voldoende middelen te krijgen voor het sociaal domein staan we niet alleen. Binnen onze beïnvloedingssfeer, zien we twee ‘knoppen’ waarmee we als gemeente kunnen sturen op kostenbeheersing; het maatschappelijk team en het professionaliseren van de bedrijfsvoering/ICT in het sociaal domein. Met het vaststellen van het plan van aanpak kostenbeheersing jeugdhulp in maart 2019 en het beleidskader jeugd medio 2020 is de richting hiervoor bestuurlijk vastgesteld in de gemeenteraad. Eind 2020 heeft het college de organisatorische wijzigingen voortkomend uit het plan van aanpak kostenbeheersing jeugdhulp en het beleidskader jeugd vastgesteld.
7
De organisatorische doorontwikkeling ligt op schema, en is grotendeels afgerond. De gewenste basisstructuur staat. De vervolgstappen richten zich op borging en formalisering van de nieuwe situatie. Parallel daaraan implementeren we de nieuwe regionale instrumenten rond de kostenbeheersing. Daarnaast werken we aan de uitvoering van het plan van aanpak optimaliseren bedrijfsvoering en ICT Sociaal Domein. De eerste inzet hierbij was gericht op het op orde brengen van de formatie, om zo ruimte te creëren het plan van aanpak uit te voeren. Bij de bedrijfsvoering is door de inzet van deze medewerker meer ruimte ontstaan om achterstallige werkzaamheden op te pakken. De komende periode ligt de focus op het signaleren van onrechtmatigheden en het uitvoeren van controlewerkzaamheden. Daarnaast zijn de systemen inmiddels grotendeels zo ingericht en aan elkaar gekoppeld, dat we veel handmatig werk kunnen automatiseren. Een aantal investeringen moet de komende periode worden gedaan, zoals de aanschaf van een nieuwe applicatie voor schuldhulpverlening, omdat de huidige applicatie met ingang van 2022 verdwijnt. Dit biedt meteen de mogelijkheid om de processen direct bij aanvang optimaal in te richten. Bij de tweede periodieke begrotingswijziging hebben wij u uitgebreid geïnformeerd over de stand van zaken. Voor de komende periode zien we een aantal knelpunten.
De aard en omvang van de vraag vanuit de samenleving neemt toe, en de langdurige hoge werkbelasting begint zijn tol te eisen. Tegelijkertijd vragen de regionale maatregelen in de toegang veel energie in de implementatie. Al met al leiden deze ontwikkelingen ertoe dat het verder terugbrengen van de flexibele schil van ambulante hulp vooralsnog niet reëel is. Een toename in de zorgvraag en de uitvoeringstaken brengen meer uitvoeringskosten met zich mee. Om wachtlijsten en een toename van de verwijzingen naar geïndiceerde zorg te voorkomen, lijkt het inhoudelijk en financieel raadzamer de flexibele schil de komende periode juist te versterken. Spoor 2: Bedrijfsvoering op orde/digitale basis op orde Informatie is steeds meer van strategische waarde. Alle processen gebruiken en/of genereren informatie, leunen op allerlei informatiesystemen en vrijwel alle medewerkers zijn hierdoor, bewust en onbewust, informatiewerkers geworden. De gemeentelijke taken zijn daarnaast in de afgelopen periode toegenomen. Deze ontwikkelingen hebben tot gevolg dat we hogere eisen aan onze bedrijfsvoering stellen. Afgelopen jaren is ingezet op het rationaliseren van het applicatielandschap. En waar mogelijk is bespaard en bezuinigd op applicaties of op autorisaties. Ook zijn investeringen uitgesteld als dat enigszins mogelijk was om op die manier bij te dragen aan grote bezuinigingsopgave.
De huidige situatie in stand houden is echter geen optie. En leidt tot hogere kosten, minder zicht en grip en is uiteindelijk niet houdbaar met daarbij risico’s voor informatiebeveiliging. Investeringen zijn dus nodig om te zorgen dat er ‘minder meerkosten’ in de toekomst zijn. Dus besparen mét ICT en informatievoorziening en niet óp ICT. Naast een flink aantal autonome en wettelijke verplichtingen, hebben vier aandachtsgebieden aanstaand jaar prioriteit: de bedrijfsvoering van het sociaal domein, de (gemeentebrede) P&C-cyclus, het Zaakgericht Werken en het plaatsonafhankelijk werken (onder meer migratie digitale werkplekoplossingen naar de cloud en gaan aan de slag met slimmere oplossingen voor communicatie).
8
Ook investeren we meer in de samenwerking met de gemeente Westland. In 2015 hebben we de dienstverleningsovereenkomst voor ICT-dienstverlening met de gemeente Westland gesloten, in 2022 actualiseren we die. We doen dit naar de huidige behoefte aan onder andere informatiebeveiliging en ondersteuning op moderne werkplek-apparatuur en software. Bij al deze grote ontwikkelingen houden we aandacht voor digitale bewustwording op het gebied van privacy en informatieveiligheid, digitale vaardigheden van de medewerkers, digitale dossiervorming, digitale werkprocessen, datagericht werken en de doorontwikkeling naar een eigentijds (kantoor)applicatielandschap. Spoor 3: Landschap lokaal dragen Midden-Delfland heeft bij de oprichting een bijzondere bestuurlijke opdracht meegekregen om het cultuurlandschap in de sterk verstedelijkte Randstad in stand te houden en te versterken. Dat kost natuurlijk geld. Voor de dekking van deze kosten zijn middelen beschikbaar. ‘IODS’ is bij ieder wel bekend. Ook hebben we in voorgaande jaren subsidies gekregen voor diverse onderdelen zoals voor het saneren van kassen, inrichting kerngebied weidevogels, groensubsidie via de Landschapstafel Hof van Delfland en Europese POP3-subsidie via de provincie Zuid-Holland. We bekijken hoe we onze eigen begroting kunnen ontlasten.
We zijn ook samen met anderen aan het onderzoeken of de opbrengst van onze inzet zodanig zichtbaar gemaakt kan worden dat ‘derden’ daar meer aan willen bijdragen. Hieronder staat dat verder uitgewerkt. A) Op operationeel/tactisch niveau doen we dit met de Landschapstafel Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland (BPL) en de Coöperatie Beheer Groengebieden Midden-Delfland u.a. (CBG). Deze samenwerking is gericht op het in stand houden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het BPL. De meeste kosten voor de personele inzet komen nu nog ten laste van de begroting. Voor het kwaliteitsproject Groen ondernemen komen deze ten laste van het IODSbudget. Voor nieuwe projecten geldt dat hier in samenwerking met andere partijen specifiek naar financiering gezocht gaat worden, waarbij vanuit Midden-Delfland projectfinanciering vanuit IODS mogelijk is. Externe middelen kunnen zijn het liquidatiebudget Recreatieschap of de bovengenoemde subsidies. B) Op strategisch-tactisch niveau werken wij nauw samen met de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Met de MRDH zijn wij nauw betrokken bij een opdracht aan de Leerstoel Gebiedsontwikkeling van de TU Delft. In diverse wetenschappelijke onderzoeken is vastgesteld dat een hoogwaardig groenblauw raamwerk van maatschappelijke meerwaarde is.
Het landschap en de groenblauwe leefomgeving dienen hierbij niet als sluitstuk, maar als integraal onderdeel betrokken te worden. Doel van het traject met de Leerstoel Gebiedsontwikkeling is om op regionaal niveau, met een directe relatie naar het nationaal beleid, vast te stellen wat nodig is om die integrale benadering te realiseren. De motivatie hiervoor is aanwezig en vastgelegd in beleidsnota’s, zoals de Nationale Omgevingsvisie. Concrete handvatten en ontbrekende financiering zijn belemmerende factoren. Kern van het onderzoek is dan ook in beeld te brengen welke instrumenten de bekostiging van groenblauw (structureel) kunnen bewerkstelligen en hoe die ingezet kunnen worden. Hiermee moet de economische en maatschappelijke opbrengst van het landschap ‘verwaard’ worden. Dit biedt kansen om het risico van een verminderde bijdrage van de provincie aan het CBG op te vangen en middelen vrij te maken voor het versterken van de natuurlijke en belevingswaarden van het BPL MiddenDelfland.
9
Spoor 4: Strategisch personeelsbeleid Om goede dienstverlening te kunnen bieden, is een robuuste organisatie nodig. Een organisatie met (eigen) medewerkers die gemotiveerd en betrokken zijn, breed inzetbaar en flexibel in denken en handelen. Een organisatie die tegen een stootje kan. Daarnaast staan twee opgaven: een taakstelling en - ook hier - het doorbreken van mechanismen die tot kostenverhoging leiden. We hebben inmiddels veranderingen doorgevoerd en deze leiden tot resultaten. Via het plan GRIP hebben we afspraken gemaakt voor betere sturing op de inzet van inhuur en om eerder in het proces zicht te krijgen op de ontwikkeling van de werkgeverslasten. GRIP We hebben goed zicht op de formatie en bezetting, grip op het proces en de effecten daarvan op de begroting. Wij sturen op het terugdringen van inhuur en hebben waar dat nodig en mogelijk was inhuur vervangen door medewerkers ‘in dienst’. Hiermee hebben we gebouwd - en bouwen we nog steeds - aan een sterke(re) kennispositie en investeren we in doorontwikkeling van de organisatie. We richten ons op ‘de juiste mensen op de juiste plek op het juiste moment’: een optimale match tussen medewerker en functie. Dit zorgt enerzijds voor duurzame inzetbaarheid van medewerkers en anderzijds minder inhuur.
Slim samenwerken Ook onderzoeken we of samenwerkingen of uitbesteden van taken leiden tot meer continuïteit, tot betere dienstverlening of lagere kosten1. Samenwerking vraagt echter ook capaciteit. De steeds verdergaande regionale samenwerkingen zijn nodig voor de opgaven die we hebben, maar vragen echter ook extra inzet van medewerkers. Resultaten behaald We ontwikkelen onze organisatie en tegelijkertijd voorkomen we kostenverhogende mechanismen. Bovenstaande heeft geleid tot kostenreductie. De inhuur is teruggebracht en laag in vergelijking met andere gemeenten. Dat laat echter onverlet dat op een aantal specifieke terrein inhuur nodig is en zelfs wenselijker dan medewerkers vast in dienst. Nog geen robuustheid We hebben behoorlijke stappen gezet, we zijn echter (nog) geen robuuste organisatie. Een toenemend aantal taken heeft bij veel gemeenten geleid tot een groei in hun gemeentelijke personeelsbezetting. De afgelopen jaren heeft onze organisatie die groei niet doorgemaakt vanwege de continue focus op het beperken van de omvang van de personeelskosten. Ook is de gemeente gegroeid afgelopen jaren (areaal) en is de omvang van organisatie niet in dezelfde mate meegegroeid. Tot slot heeft de steeds verdergaande digitalisering impact op de taak- en functie invulling van medewerkers. Functies worden dus al met al groter en complexer en taken nemen toe.
Hoge werkdruk In een kleine organisatie is belangrijke kennis en expertise vaak belegd bij slechts één of enkele medewerkers. Op dit moment zijn er op meerdere plekken in de organisatie taken waar de formatie niet voldoende is ten opzichte van de hoeveelheid werk. Uit onderzoeken en signalen blijkt ook dat medewerkers over de hele linie een hoge werkdruk ervaren.
1
Zie hiervoor spoor 5
10
Naast dat het welzijn van medewerkers onder druk komt, staat daarmee ook de gewenste ontwikkeling en realisatie onder druk. De inzet van medewerkers voor grotere projecten is slechts ten dele te realiseren, ook als die projecten leiden tot verbetering: slimmer en makkelijker werken of betere dienstverlening. Daardoor zitten we regelmatig in een spagaat. Ook de laatste stappen die gezet moeten worden om de resterende teamleiders te plaatsen, kunnen we nog niet afronden vanwege de financiële opdracht. Benchmark formatie Om een objectiever beeld te krijgen van onze formatie, voeren we een benchmark uit voor het in kaart brengen van onze formatie ten opzichte van andere gemeenten. We verwachten de resultaten van deze benchmark in het vierde kwartaal 2021. Kostenreductie gelukt We hebben bezuinigingen doorgevoerd, deze zijn soms incidenteel en soms structureel. Daarnaast hebben we kostenverhogende mechanismen doorbroken. En blijven we kijken naar slimme oplossingen voor de vraagstukken die wij hebben. Verdere bezuiniging niet verantwoord Inmiddels staan we echter op het punt dat verdere bezuinigingen naar onze mening onverantwoord zijn. Tijdens de commissiebehandeling op 8 juni hebben we met u al besproken dat de taakstelling een moeilijke uitdaging is. In de (concept)begroting 2022 e.v.
stellen wij u dan ook voor dat u ons houdt aan de afspraken gemaakt in het plan GRIP, maar dat u de opdracht tot de taakstelling intrekt. Spoor 5: Regionale samenwerking omarmen Intergemeentelijke samenwerking is aan de orde van de dag. Vanuit de rijksoverheid wordt samenwerking ook gestimuleerd. Samenwerking kan leiden tot betere dienstverlening, lagere kosten, minder meerkosten en minder kwetsbaarheid. Of de mogelijkheid om specialistische kennis in te kunnen zetten. Daarom onderzoeken wij of intensivering van huidige (regionale) samenwerkingen mogelijkheden biedt. Voorbeeld hiervan is de samenwerking met de gemeente Westland op ICT-gebied, in 2022 actualiseren we onze dienstverleningsovereenkomst. We kijken daarbij verder dan alleen gezamenlijke inkoop en automatisering, maar ook naar de sterk ontwikkelde terreinen informatiebeveiliging en de eisen en behoeften op het gebied van plaats onafhankelijk werken en moderne werkplek en communicatieapparatuur en software. Ook onderzoeken wij welke taakvelden zich lenen voor het aangaan van een nieuwe samenwerking of uitbesteding van werkzaamheden. Voorbeelden van onderwerpen die we nu verkennen zijn een nieuwe, vernieuwde arbosamenwerking en belastingen. Een goede financiële en inhoudelijke businesscase zijn van belang daarbij. We komen daar voor het einde van dit jaar bij u op terug met de uitkomsten van deze verkenningen.
Spoor 6: Extra middelen Gemeentefonds Zoals wij eerder schreven in de raadsbrief van 1 juni 2021 (kenmerk 2021-15390) is inzicht in de rijksmiddelen die wij (gaan) ontvangen cruciaal voor het schetsen van een actueel en realistisch perspectief. Per slot van rekening vormt de uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. Met de meicirculaire hebben wij een groot deel van dit inzicht gekregen. De gevolgen van de meicirculaire voor Midden-Delfland verwerken wij overeenkomstig in de Begroting 2022-2025. Onderstaand lichten we enkele onderdelen ten aanzien van het gemeentefonds toe: 11
-
Accres: Zoals gemeld in de meicirculaire 2020 zijn de accressen voor de jaren 2020 en 2021 in overleg met de VNG en het IPO bevroren. De accrestranches voor die jaren wijzigen om die reden niet. In deze circulaire is de nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2022 en verder, berekend conform de huidige normeringssystematiek. Voor het jaar 2022 is sprake van een neerwaartse bijstelling van het accres als gevolg van een lagere loon-en prijsontwikkeling dan eerder verwacht. De uiteindelijke ontwikkeling van het accres in 2022 en verder, is afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt: zowel in budgettaire zin als in de wijze waarop een nieuw kabinet de normeringssystematiek vormgeeft.
-
Herijking gemeentefonds: In de Kadernota 2020 schreven wij al over de aangekondigde herijking van het gemeentefonds. Destijds was onze verwachting dat op basis van de criteria die bij deze herverdeling gehanteerd worden (grootte, ligging en eigen middelen) dat de uitkering aan Midden-Delfland lager zou worden. Op grond van deze verwachting namen wij in de Begroting 2021-2024 een korting op het gemeentefonds op van € 100.000 in 2023 en € 200.000 in 2024. De beheerders van het gemeentefonds stuurden 9 juli 2021 het aangepaste voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds naar de Tweede Kamer. Uit dit voorstel blijken wij geen nadeelgemeente, maar een voordeelgemeente te zijn. De fondsbeheerders starten in verwachting in september met de bestuurlijke consultatie van de voorstellen om tot een gedragen advies te komen. Gezien de weerstand van de nadeelgemeenten tegen het voorstel zijn wij terughoudend met het mogelijke (beperkte) voordeel voor onze gemeente en boeken dit vooralsnog niet in. Dit is overeenkomstig het standpunt van de Provincie Zuid-Holland ten aanzien van dit onderwerp. Wel stellen wij voor de korting vanuit de Begroting 2021-2024 terug te draaien.
-
Baten uit (her)ontwikkelgebieden In de Begroting 2020-2024 hebben wij aangegeven dat herontwikkeling van gebieden mogelijke opbrengsten kunnen genereren, als ook een hogere uitkering uit het gemeentefonds (want meer inwoners en meer woningen). De voorgestelde opbrengst van € 50.000 in 2024 is echter niet haalbaar en wordt daarom uitgesteld (voor het eerst geraamd in 2025). Deze kan naar verwachting in ieder geval worden ingevuld met de extra woningen bij herontwikkeling van de Hoornbloem.
-
Rijksbijdrage kosten Jeugdzorg Als gevolg van het tekort aan middelen heeft het kabinet bij voorjaarsnota voor het jaar 2021 € 613 miljoen beschikbaar gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg om de opgelopen tekorten bij de gemeenten (gedeeltelijk) te compenseren. Het bedrag van € 613 miljoen voor 2021 komt bovenop de € 300 miljoen aan tijdelijke extra middelen die bij voorjaarsnota 2019 al beschikbaar is gesteld voor het jaar 2021. Niet in de meicirculaire opgenomen, is de € 1,314 miljard die het kabinet voor 2022 eenmalig extra beschikbaar stelt aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Deze incidentele middelen zijn de uitkomst van het gesprek dat het Kabinet heeft gevoerd met gemeenten na de uitspraak van de Commissie van Wijzen over het geschil tussen Rijk en gemeenten over de structurele financiering van de jeugdzorg. Directe aanleiding van dit geschil was het onderzoek dat onderzoeksbureau AEF (Andersson Elffers Felix) in 2020 heeft uitgevoerd naar de financiële tekorten in de jeugdzorg (‘Stelsel in groei’). De uitkomsten van het onderzoek lieten zien dat gemeenten in een paar jaar tijd na 12
de decentralisatie fors meer zijn gaan uitgeven aan jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Met het beschikbaar stellen van het incidentele extra geld van € 1,314 miljard voor 2022 committeren gemeenten zich aan de invulling van een set aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen opleveren. Het gaat deels over maatregelen waarover recentelijk (april 2021) ook al afspraken met gemeenten zijn gemaakt. Daarnaast gaan Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen (o.a. cliënten, aanbieders en professionals), aan de slag met het opstellen van een Hervormingsagenda. Deze agenda bestaat uit de combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Gezamenlijke afspraken meerjarenraming gemeenten Zonder afspraken over structurele middelen voor de dekking van de kosten voor jeugdzorg, dreigen op korte termijn bezuinigingen bij gemeenten die zuiver voortvloeien uit de onbekendheid met het nog te bepalen toekomstige bekostigingsniveau van de jeugdzorg. Rijk, VNG en IPO hebben daarom afgesproken dat alle gemeenten in de jaarschijven 2023 tot en met 2025 van de meerjarenraming de bedragen onder de Hervormingsagenda van de Commissie van Wijzen als stelpost mogen opnemen in de begroting.
Vanuit behoedzaamheid en in het licht van de afspraken rond de Hervormingsagenda dat gemeenten ook zelf kostenbesparende maatregelen kunnen nemen, geldt hiervoor een maximum van 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen. Overzicht maximaal op te nemen bedragen:
Bedrag uit Financiële tabel samenvatting oordeel commissie van Wijzen Maximaal op te nemen bedrag (75%) Aandeel gemeente Midden-Delfland
2023 1,451 mld.
2024 1,365 mld.
2025 1,258 mld.
1,091 mld. 518.000
1.024 mld. 487.000
0,944 mld. 449.000
Deze bijdragen zijn nodig om de opgelopen en nog oplopende tekorten op de jeugdhulp te compenseren en leveren geen financiële ruimte op voor nieuw beleid. Temeer omdat in de meerjarenbegroting eerder was uitgegaan van een dalende kostenraming voor jeugdzorg en eerder afgesproken bezuinigingen op formatie zijn verwerkt. De nu (te) ontvangen rijksbijdragen zijn grotendeels nodig om de huidige ramingen (weer) op het noodzakelijke niveau te brengen. Besluitvorming over een structurele oplossing in termen van benodigd budget en aanpassing in het stelsel voor de uitvoering van de Jeugdwet vanaf 2022 zal aan een volgend kabinet zijn. Deze stelpost is dan ook geen budgettaire garantie. Belasting en leges De gemeentelijke belastingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. Deze zijn te onderscheiden in algemene belastingen (o.a. OZB), bestemmingsbelastingen (o.a. afvalstoffenheffing en de rioolheffing) en retributies ((rechten en leges). Om over extra middelen te beschikken kan het gemeentebestuur een belastingverhoging doorvoeren. Voor de OZB-heffing is daar geen wettelijk plafond voor zodat er in theorie ruimte is voor een totale verhoging van de OZB-inkomsten. Midden-Delfland zit echter met de gemiddelde OZB-aanslag landelijk al aan de bovenkant. Daarom ontraden we u een dergelijke verhoging. 13
Voor de bestemmingsbelastingen en retributies geldt dat deze niet meer dan kostendekkend mogen zijn. In de raadsbrief Ontwikkeling tarieven OZB, Rioolheffing en afvalstoffenheffing (kenmerk 202112692) hebben we ons voorstel over deze belastingen al gedeeld. Voor de OZB stellen wij daarin voor om de huidige systematiek voor berekening van de aanslag terug te draaien. Dit betekent dat de OZB-tarieven vanaf 2022 niet langer gefixeerd worden, maar aangepast worden aan de geraamde OZB-opbrengst. Hiermee kunnen fluctuaties op de gemeentebegroting én op de individuele OZB-aanslagen zoveel als mogelijk beperkt worden. Zonder deze aanpassing zouden de OZB-opbrengsten (en dus ook lasten voor de burger) in 2022 met ca. 10% stijgen (de waardestijging van onroerend goed). Wij stellen voor deze stijging te beperken tot 3% per jaar, zoals reeds in de Begroting 2021-2024 in de ramingen is opgenomen (zie pagina 76 en 135 van de Begroting 2021-2024). Door de waardeontwikkeling bij onroerend goed tot 1 januari 2021 (de waardepeildatum voor de OZB in 2022) is er ten opzichte van de meerjarenbegroting 2021-2024 een financieel voordeel in de Begroting 2022-2025 van ca. € 100.000 per jaar. Dit komt doordat de waardestijging hoger was dan vooraf ingeschat.
Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing stellen wij een tariefverlaging van 4% respectievelijk 8% voor conform het voorstel in de raadsbrief Ontwikkeling tarieven OZB, Rioolheffing en afvalstoffenheffing. Bij ongewijzigd beleid kan dit tarief gedurende de begrotingsperiode 2022-2025 gehandhaafd blijven. Deze heffingen worden geëgaliseerd met een egalisatievoorziening2, zodat het geen invloed heeft op de gemeentebegroting. Verhuur gemeentehuis Vorig jaar schreven wij in de kadernota dat wij in aanloop naar de Begroting 2021-2024 zouden onderzoeken of mogelijkheden er zijn om aanvullende middelen te genereren en zo ja welke dat zijn. In de begroting 2021 hebben wij de optie opgenomen om vrije ruimte in het gemeentehuis te verhuren aan derden. Onze verwachting was dat we daarmee met ingang van 2022 een structurele opbrengst van € 50.000 genereren. De voorbereiding en uitwerking van de plannen vorderen. Wij hebben inmiddels potentiele huurders in beeld en we brengen in kaart welke ruimtes geschikt zijn of geschikt te maken zijn voor verhuur. Naar verwachting hebben wij begin 2022 meer zicht op de opbrengsten en de ingangsdatum. In de rapportage die wij hierover opstellen nemen wij ook eventuele investeringen mee om ruimtes verhuur klaar te maken.
Spoor 7: Blijven opletten (en overige onderwerpen) Beheer openbare ruimte In reactie op de begroting 2021 heeft Provincie Zuid-Holland, de toezichthouder, u een brief gestuurd. In deze brief uit de provincie haar zorgen over de financiële ontwikkeling van onze gemeente. De risicokleur van onze gemeente is de afgelopen jaren verslechterd. Dit verhoogde risicoprofiel heeft met een aantal zaken te maken, waaronder het ontbreken van geactualiseerde beheerplannen. De provincie heeft onder andere de optimalisatie van de gemeentelijke gebouwen en de beheerplannen als aandachtspunt meegegeven voor de Begroting 2022-2025.
2
Als de kosten hoger zijn dan de heffingen, wordt het tekort onttrokken aan de voorziening en vice versa. 14
Zelf constateren wij dat de kwaliteit van de openbare ruimte de laatste jaren is afgenomen. Zo heeft momenteel slechts 82% van ons wegareaal de CROW-norm A-B, waar 94% onze vastgestelde ondergrens is. De voornaamste oorzaak hiervan is de forse bezuiniging op de budgetten voor de wegen en het openbaar groen. Om het tij tijdig te keren zijn nu extra investeringen nodig. Bij controle van de kapitaallasten is naar voren gekomen dat voor het totale investeringsbudget (grond + gebouw) van het gemeentehuis een dekkingsreserve is ingesteld ter dekking van de kapitaallasten. Op grond wordt echter niet afgeschreven, zodat de grondwaarde niet opgenomen had hoeven worden in de dekkingsreserve, wat wel is gebeurd. Dit incidentele budget van € 1,7 mln kan daarom een nieuwe bestemming krijgen. Wij stellen voor een bestemmingsreserve Onderhoud Kapitaalgoederen in te stellen en het budget van € 1,7 mln hieraan toe te voegen. Vanuit deze reserve kan over een periode van tien jaar een impuls worden gegeven aan het inlopen van achterstanden op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. In 2022 willen wij een bedrag van € 0,2 mln vanuit deze reserve inzetten, met name voor het actualiseren van meerjarige beheer- en onderhoudsplannen van de kapitaalgoederen.
Daarnaast maken wij vanuit dit budget een eerste slag ten aanzien van het inlopen van achterstanden in het beheer en onderhoud op wegen en openbaar groen. Op basis van de meerjarige beheer- en onderhoudsplannen komen wij in de Begroting 2023-2026 met concrete bestedingsvoorstellen voor de komende jaren. De insteek hierbij is om gedurende 10 jaar een jaarlijks afnemende onttrekking aan de reserve te doen. Tegelijkertijd stellen wij voor vanaf 2024 een structurele en progressieve bijraming te doen op de betreffende budgetten (€ 20.000 in 2024, € 40.000 in 2025, etc.). Het structurele begrotingsbudget voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen kan zo via een ingroeimodel in 10 jaar tijd weer op het gewenste niveau komen.
15