CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

04 c 2024-09-10 Bijlage 2 Uitspraak betreft het beroep van G.G.T.L. Kerkhof

Commissie 10 september 2024, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vraag dhr Ringeling (CU) over (voorgenomen) verkeersbesluit Den Hoorn1.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer:SGR 24/2247 uitspraakvande enkelvoudige kamervan19juli 2024in de zaaktussen G.G.T.L. Kerkhofe.a., uit Den Hoorn,eisers en het collegevanburgemeesteren wethoudersvanMidden-Delfland, verweerder (gemachtigden: C.N. vanBergenHenegouw en J. Meerbeek).

Inleiding 1. In deze uitspraakbeoordeeltderechtbankhetberoepvaneisers tegeneen door verweerdergenomen verkeersbesluit. 1.1. Verweerderheeftop11 mei 2023 een verkeersbesluitgenomen. Met hetbestreden besluit van8 februari 2024heeftverweerderhetdoor eisers gemaaktebezwaar ongegrond verklaard. 1.2.

Verweerderheeftophet beroepgereageerdmet een verweerschrift.

1.3. De rechtbankheefthetberoepop4juli 2024opzittingbehandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, vertegenwoordigd door G.G.T.L. Kerkhof en J. Schoften,en de gemachtigden vanverweerder.

Beoordeling doorde rechtbank fVaargaaf dezezaakover? 2. Eisers wonen aan Haverland,Vlaskampen Koolveld in Den Hoorn.In dezestraten geldteenrichtingsverkeer. Het afval wordtopgehaald door een vuilniswagen met zijbelading,die vanwege deopstelplaats voor vuilniscontainers, tegenhetverkeerin moest rijden.Verweerderheeftdaarombeslotende rijrichting om te draaien.Verweerderheeftdit besluit in bezwaar gehandhaafd. Verweerdervindt tegenhetverkeerin rijdendoor de vuilniswagen risico-verhogend en ongewenst. Verweerderheeftverdergewezenophet adviesrapport van5 december 2023 vanverkeerskundig adviesbureau Ronnico, waarin wordtgeconcludeerd dat hetverkeerskundig niet uitmaaktin welkerichtinghet eenrichtingsverkeer geldt.

Watis derelevantewet- enregelgeving?

zaaknummer:SGR 24/2247

2

3. De relevantewet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage, diedeel uitmaakt vandeze uitspraak. Watvinden eisers? 4. Het omdraaien vanderijrichtingleidttoteen onveilige verkeerssituatie.De indew ijkzal minderzichtbaar zijnenter hoogte vandespeeltuin zullendeauto ’s speeltuin een hogere snelheidhebben. Ookzal het kruispunt bij de ingang vande wijkonduidelijk en onoverzichtelijk worden.Daarbij komtdat hetomdraaienvande rijrichting totmeer verkeersbewegingen zal leiden,bijvoorbeelddoor de situering vande vrijeparkeerplaatsen. adviesrapport nietgeconcludeerd dattegenderichting Verderwordtin het verkeerskundig in rijdendoor devuilniswagen risico-verhogend is. Het rapport gaatbovendien nietin opde argumenten vande bewoners. 4.1. Daarnaastheefthetomdraaien vanderijrichting onevenredige gevolgen. De omdraaiing is alleen noodzakelijk voor hetéénkeerperweekophalen vanhetvuilnis, terwijl de nadelen ervanpermanent zijn. 4.2. Tot slotheeftverweerderten onrechtein bezwaar geenvolledige heroverweging gemaakt.Verweerderheeftdezorgen enargumenten vaneisers nietmeegewogen en ook nietgedeeld met hetadviesbureau. Ookheeftverweerdernietgekeken naarde door eisers aangeboden alternatieven voor hetaanbiedenvande vuilcontainers. Watis hetoordeel vanderechtbank? Het is vaste rechtspraak'datverweerderbeoordelingsruimte heeft bij de 5.

beantwoording vandevraagwat nodig is ter beschermingvande verkeersbelangen genoemd in de Wegenverkeerswet 1994. Verweerdermoetditnaarbehorenmotiveren. Afhankelijk vandeberoepsgronden gaatde bestuursrechterin opde vraagofde manier waaropverweerdervandie beoordelingsruimte gebruikheeftgemaaktin overeenstemming is met hetrecht. Daarbij moetde bestuursrechternagaan ofverweerderredelijkerwijsde beoordelingsruimte opdiemanierheeftkunnen invullen. Nadatverweerderheeftvastgesteld wat naarzijn oordeelnodig is geletopde betrokken verkeersbelangen, moethetde uitkomst vandie beoordeling afwegentegende voor een ofmeer belanghebbenden nadelige gevolgen vanhet verkeersbesluit.Bij dieafweging heeft hetbestuursorgaan beleidsruimte.De bestuursrechtergaatnietnaofhij in hetconcretegevaltothetzelfdebesluit zouzijn gekomen. De bestuursrechterbeoordeeltaandehand vandeberoepsgronden ofde(uitkomst vande) belangenafweging dieten grondslag ligtaan hetbesluit onevenredig is in totdemet dat besluit te dienen doelen.verhouding 5.1. Verweerderheeft in het verkeersbesluitvermelddathetomdraaienvande rijrichting als doelheefthetvoorkomen vandoor het verkeerveroorzaakte hinder.-^ Verweerderheefter daarbij opgewezendatde inzameling vanhetafval met eenzijladeraan de rechterkant vanhetvoertuig nietkanplaatsvinden volgens de bestaanderijrichting.

Momenteelheefthetafvalbedrijfdaaromeen ontheffing om tegende rijrichtingin te rijden. ' Zie o.a. de uitspraak vandeAfdeling bestuursrechtspraak vande Raad vanState (hierna:Afdeling) van8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1945. - Artikel 3:4,tweede lid. vande Algemenewet bestuursrecht(Awb). ^ Artikel 2, tweede lid, aanhefen onder a, vande Wvw.

zaaknummer:SGR 24/2247

3

De rechtbankis vanoordeel datverweerdervoldoende heeftgemotiveerd dat diteen ongewenste verkeerssituatie oplevert die leidttothinder.Daarbij heeftverweerderin redelijkheid eropgewezendatauto ’s, geletopdeaanzienlijke omvang vande vuilniswagen, achteruitmoetenrijdennaareen vrije parkeerplek om de vuilniswagen te laten mogelijk passeren.Doorde rijrichting vanhetverkeerom te draaienkande vuilniswagen opdejuiste manierde straat in rijdenen hetafval opeen goede en veiligemanierophalen. Verweerder heefter terechtopgewezendatonverwachte ofonveilige ontmoetingen tussende en bewonershiermeeworden vermeden. vuilniswagen 5.2. Verderheeftverweerderbij de beoordeling betrokken datde politieophetgebied vanveiligheid geenzorgen heeftbij omdraaiing vande rijrichting en dat in het adviesrapport staat dater geendoorslaggevende argumenten zijn om de verkeerskundig rijrichting al dannietom te draaien.De omstandigheid dat de argumenten en bezwaren van eisers nietmet het adviesbureau gedeeld zijn, maaktnaarhetoordeelvanderechtbankniet dathet adviesonzorgvuldig totstandis gekomen. Verweerderheeftter zittingverklaard dat de bezwaren vaneisers bewust niet met hetadviesbureau zijn gedeeldom hetonderzoek van hetadviesbureau niette beïnvloeden.

Eisers hebben nietaannemelijkgemaaktdathet adviesrapport naarinhoud ofwijze vantotstandkoming gebrekenvertoont, inhoudelijk tegenstrijdig ofanderszins nietofnietvoldoende concludent is. De stellingvaneisers dat in hetadviesrapport nietblijkt dathettegende rijrichting in rijdendoor de vuilniswagen risicois, is daartoenietvoldoende, omdatditgeenonderdeel is vanhetgevraagde verhogend adviesen datook niet hoefde te zijn. Het adviesgaatoverde vraagofomdraaiing vande rijrichting verkeerskundige consequenties heeft. Dit is volgens hetadviesrapport niet het geval.Verweerderheeft hetadviesrapport daarommogenbetrekkenin debesluitvorming. Eisers hebben de uitkomst vanhetadviesrapport onvoldoende weerlegd,bijvoorbeeldmet een eigenverkeerskundig advies. 5.3. Verweerderheeftzich danookin redelijkheid ophet standpunt kunnen stellen dat het verkeersbesluitstrekttot hetvoorkomen vandoor hetverkeerveroorzaakte hinder. Vervolgens ligtdevraagvoor ofde omdraaiing vande rijrichtingleidttotonevenredige gevolgen voor eisers. Gelet opdebeoordelingsruimte dieverweerderdaarbij heeft, dientde bestuursrechterdedoor verweerdergemaaktebelangenafweging terughoudend te toetsen. 5.4. Zoalshiervoor is overwogen, hebben eisers degesteldeveiligheidsaspecten onvoldoende aannemelijk gemaakt.Deze aspectenkunnen danook niet leidentot het oordeel dathetverkeersbesluitonevenredig is.

De omstandigheid dateisers numogelijk tien minuten achterde vuilniswagen aan moetenrijdenheeftverweerdereveneensin redelijkheid minderzwaar mogen wegendande betrokken verkeersbelangen. Daarbij overweegt de rechtbankdatvolgens eisers de vuilniswagen onder schoolen werktijdkomt en dat hetaantal verkeersbewegingen opdat momentlaag is. De kansdateisers achterde vuilniswagen terechtkomen,is danooknietgroot. 5.5. De rechtbankziet totslotgeenaanleiding voor hetoordeel datverweerderin bezwaar geenvolledige heroverweging heeftgemaakt.De omstandigheid datdebezwaren vaneisers niet hebben geleidtothetdoor hengewensteresultaat, maaktnietdatverweerder dezenietbij debeoordeling heeftbetrokken. Tenaanzienvandebezwaren overde verkeersveiligheid heeftverweerdereropgewezendatdeze bezwaren niet worden ondersteund door hetadviesvande politieofhetverkeerskundig adviesrapport. Ookopde stellingvaneisers datdoor hetandersaanbiedenvande containershetomdraaien vande

zaaknummer:SGR 24/2247

4

rijrichting niet noodzakelijk zouzijn, heeftverweerderin het bestredenbesluit gereageerd.

Conclusie en gevolgen 6. Het beroepis ongegrond. Eisers krijgen daaromhet griffierechtnietterug.Zij krijgen ook geenvergoeding vanhunproceskosten.

Beslissing De rechtbankverklaarthetberoepongegrond.

Deze uitspraakis gedaan door mr. E.K.S. Mollen,rechter, in aanwezigheid van mr. A. Nobel, griffier. De beslissingis uitgesproken in hetopenbaarop19 juli2024. P,

Ml

griffier

'

Techter

Een afschriftvandeze uitspraakis verzonden aan partijenop: J 1 J(J|_2024 Informatieoverhogerberoep Een partij diehet niet eens is met deze uitspraak, kaneen hogerberoepschrift sturennaarde Afdeling bestuursrechtspraak vande Raad vanState waarin wordtuitgelegd waarom deze partij het nieteens is met deze uitspraak.Het hogerberoepschrift moetwordeningediend binnenzes wekennadedagwaaropdeze uitspraakis verzonden. Kan de indiener de behandeling vanhethoger beroepnietaftvachten, omdatdezaakspoedheeft, dankande indiener devoorzieningenrechter vande Afdeling bestuursrechtspraak vande Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (eentijdelijkemaatregel)te treffen.

zaaknummer:SGR 24/2247

5

BIJLAGE Wegenverkeerswet 1994 (Wvw) In artikel 2, eerste lid, staat datde krachtens dezewet vastgestelde regels kunnen strekken tot: a. hetverzekeren vandeveiligheid opde weg; b. hetbeschermenvanweggebruikers en passagiers; c. het in standhouden vandewegen hetwaarborgenvande bruikbaarheiddaarvan; d. hetzoveelmogelijkwaarborgenvandevrijheid vanhetverkeer. In hettweede lid staat datde krachtens deze wet vastgestelde regelsvoorts kunnen strekken tot: a. hetvoorkomen ofbeperkenvandoor hetverkeerveroorzaakte overlast,hinder of schadealsmededegevolgen voor hetmilieu, bedoeldin de Wet milieubeheer; b. hetvoorkomen ofbeperkenvandoor het verkeerveroorzaakte aantasting vanhet karakterofvandefunctievanobjectenofgebieden. Besluitadministratieve bepalingen inzakehetwegverkeer In artikel 21 staat datde motivering vanhetverkeersbesluitin iedergevalvermeldtwelke doelstelling ofdoelstellingen met hetverkeersbesluitworden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke vande in artikel 2, eerste entweede lid, vande Wvwgenoemde belangen ten grondslag liggenaan het verkeersbesluit.Indien tevensanderevande in artikel 2, eerste en tweede lid, vande Wvwgenoemde belangenin hetgeding zijn, wordtvoorts aangegeven opwelkewijze de belangentegenelkaarzijn afgewogen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=4d58701d-6466-4859-9b5c-3e03483d7eb7