CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

04 2024 06 24 Vragen CU - agrarisch met duurzaam beheer_pdf

Commissie 10 september 2024, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vraag dhr M. de Bakker (ChristenUnie) over agrarisch met duurzaam beheer777 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

24 juni 2024 Vragen CU m.b.t. agrarische gronden met duurzaam beheer Toelich ng: Bij eerdere commissievergaderingen is aan de orde geweest dat gemeente Midden-Delfland subisidie gee en wil geven aan boeren die hun land duurzaam beheren. Het gaat hierbij om boerderijen met (voor in elk geval een deel van de gronden) een mest- en maaibeleid dat is afgestemd op de behoe en van de aanwezige weidevogels e.d. Een dergelijke duurzame bedrijfsvoering draagt bij aan de groei en instandhouding van een rijke biodiversiteit. Gelukkig zijn er nog heel veel boeren die niet louter kijken naar winstgevendheid maar in hun bedrijfsvoering ook rekening willen houden met de natuur. Des jds hebben wij als CU tegelijk geconstateerd dat hier ook de Achilleshiel zit: de boer kan met pensioen gaan of stoppen en dan wordt de duurzaam beheerde boerderij opgekocht en overgenomen door een nieuwe boer die misschien totaal geen boodschap hee aan duurzaam beheer. Een dergelijke overname is namelijk kapitaal-intensief en de economische omstandigheden zijn inmiddels zodanig, dat het maximaliseren van het aantal keren dat er bemest en gemaaid kan worden bijna noodzakelijk is om als boer meer dan een karig belegde boterham te hebben. Mede door dit effect zijn al heel wat weidegronden met een rijke biodiversiteit in Midden-Delfland verdwenen en vervangen door uitgestrekte velden met goed renderend raaigras.

En als ze eenmaal verdwenen zijn, zijn ze voorgoed verdwenen. Kortom, als gemeente Midden-Delfland kunnen we wel decennia blijven investeren in duurzaam beheer van weidegronden, maar elke investering die is gedaan kan op elk willekeurig moment weer geheel teniet worden gedaan. Als CU vinden wij het zeer onwenselijk dat deze situa e voortduurt. Qua ruimtelijke bestemming van agrarische gronden was de situa e tot voor kort dat hier geen subbestemming ‘duurzaam beheer’ (of iets dergelijks) aan kon worden gekoppeld. Een stuk grond was hetzij agrarisch hetzij natuur, voor de crea e van een categorie ertussenin waren we a ankelijk van de landelijke poli ek. Inmiddels zijn er twee factoren die deze situa e in poten e aanzienlijk hebben veranderd: 1. De Omgevingswet is gekomen. Deze laat expliciet meer ruimte aan gemeenten om qua ruimtelijke bestemmingen, maatwerk lokaal beleid te voeren. 2. Op Europees niveau is onlangs onverwacht de Natuurherstelwet aangenomen. Deze zal naar verwach ng de nodige druk gaan geven op de Rijksoverheid om bestaande natuurwaarde in kaart te brengen en te koesteren en zonodig ook nieuwe natuur te creëren.

Het perspec ef is hiermee dat er op middellange termijn wellicht beleid en budget gaat komen vanuit de Rijksoverheid om de in de gemeente Midden-Delfland aanwezige agrarische gronden met een hoge natuurwaarde consequenter als zodanig te gaan beheren en blijvend te beschermen. Te denken valt bijv aan het aankopen van boerderijen zodra deze te koop komen en het in erfpacht uitgeven van de boerderij met de bij de boerderij behorende weidegronden maar dan onder de voorwaarde van duurzaam beheer. Twee opmerkingen hierbij: (1) wij beseffen als CU terdege dat het creëren van een sub-bestemming ‘agrarisch met duurzaam beheer’ niet buiten de boeren in de regio om kan gaan. Belangrijk is en blij dat er in het boerenbedrijf een goed belegde boterham kan worden verdiend, juist ook bij weidegronden die zouden vallen onder duurzaam beheer. Hoe dit precies vorm moet krijgen moet zeker onderwerp zijn en blijven van gesprek bijv. in dialoog met de agrarische natuurvereniging

Vockestaert. Saillant gegeven hierbij is dat het louter bestemmen van een stuk grond tot ‘natuurgebied’ maar dit dan zonder bijbehorend duurzaam beheer, kan maken dat de biodiversiteit daar snel verslechtert. Boer en natuur kunnen dus niet zonder elkaar. (2) Over het feitelijk juridisch construct moet nog worden nagedacht. Anders gezegd: het is waarschijnlijk niet wenselijk dat de gemeente zelf boerderijen gaat aankopen maar dat dit wordt ingebed in een bestaande s ch ng of bestaand werkverband, of dat er bijv wordt aangestuurd op een gemengde s ch ngs- en coöpera evorm. Vragen aan het college: 1. Is het college het ermee eens dat de gedane investeringen in duurzaam agrarisch beheer momenteel geheel afhankelijk zijn van de bedrijfsopvolging van de betreffende boer en daarmee te kwetsbaar zijn ? 2. Zou het college willen onderzoeken welke handvatten die nieuwe Omgevingswet biedt om als gemeente een sub-bestemming “agrarisch met duurzaam beheer” (of iets soortgelijks) aan weidegronden te kunnen toekennen ? 3. Welke mogelijkheden ziet het college om op pro-actieve wijze de te beschermen weidegronden te koppelen aan boerenbedrijven zodanig, dat als er een boerderij te koop komt, bij de gemeente gelijk bekend is welke beschermenswaardige weidegronden hiermee gemoeid zijn ? 4.

Zou het college willen onderzoeken met welk juridisch construct het duurzaam beheer van weidegronden het beste kan worden veiliggesteld ?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=885319dc-e99d-43fe-9f10-25a3198261b9