02 c Beantwoording aanvullende vragen over anterieure overeenkomst bouw enkele woning vraag Mijn Partij.docx
Tekst van het document
Beantwoording vragen vanuit fracties Fractie en agendapunt
Mijn Partij
raad 21-02 punt 2 onderdeel c “Beantwoording schriftelijke vragen over anterieure overeenkomst bouw enkele woning INBRENG FRACTIE MIJN PARTIJ Zoals eerder aangegeven is er door de Wethouder in de commissievergadering van 18 juni 2012 aangegeven blz 11 dat de regeling niet geldt voor het plan voor een woning en kan niet samenlopen met de ruimte -voor- ruimteregeling. Dit is dan ook zo vermeld in de Notulen ( Beknopte Advies / Besluitenlijst ) en zodanig vastgesteld in de openbare vergadering van de raadscommissie Grondgebied van de gemeente Midden-Delfland op 10 september 2012. Met het hierboven genoemde besluit welke is vastgesteld mag de Raad dan ook vanuit gaan dat de beantwoording van de Wethouder hierin ook leidend is.
VRAGEN Vraag 1: Kan het college aangeven of de aangegeven vastgestelde Notulen d.d. 10 september 2012 rechtmatig zijn? Vraag 2: Mag het college afwijken van een bestuurlijke mening ingenomen door de Wethouder in de genoemde commissievergadering d.d. 18 juni 2012? Vraag 3: Het college constateert dat de implicaties van de bespreking in de commissie van 18 juni 2012 niet verwerkt zijn in het voorliggende raadsvoorstel op 3 juli 2012. ook is het niet verwerkt in het gepubliceerde beleidsstuk. De afwijking van de notitie is daarmee niet kenbaar gemaakt en heeft daardoor geen rechtskracht verkregen. Dit houd in wat de Wethouder heeft aangegeven en heeft toegezegd in de commissie van 18 juni 2012 en overigens in elke commissievergadering door een wethouder wordt (toe)gezegd of uitgelegd hierdoor van generlei waarde is. kan het college dit bevestigen? Zoja kan het huidige college de implicaties van de bespreking welke niet zijn verwerkt in het raadsvoorstel welke op 3 juli 2012 zijn vastgesteld ten spoedigste aan het raad voorleggen en met terugwerkende kracht in laten gaan?
Reactie college Beantwoording Vraag 1 De notulen zijn rechtmatig vastgesteld in de volgende vergadering conform de commissieverordening. Beantwoording Vraag 2 Tussen een commissie en raadsvergadering is het primair de wethouder degene die afweegt of het voorstel aangepast mag/moet worden. Een eventueel aangepaste versie legt de wethouder dan ter besluitvorming voor aan college en raad. In dit geval is de afweging gemaakt dat het gegeven antwoord niet hoefde te leidden tot een aanpassing op dit punt. De wethouder heeft blijkbaar een andere uitleg gehad bij het gegeven antwoord. Derhalve is deze vraag niet in het college op tafel geweest. De raad heet destijds het voorgelegde voorstel in de vergadering bekrachtigd. Beantwoording Vraag 3 Normaliter worden de toezeggingen en uitspraken in de raadsvoorstellen en beleidsstukken opgenomen. In dit geval heeft deze opmerking dus niet tot een aanpassingen geleidt. Nu, 11 jaar later, is niet te achterhalen of de intentie van de antwoorden was zoals u nu stelt. In de huidige regeling is de afkoopsom van toepassing bij het toevoegen vanaf één nieuwe woning. Deze wordt niet toegepast bij vervanging, waarbij een woning wordt gesloopt en op dezelfde locatie nieuw wordt gebouwd. Op zich is dat zuiver omdat elk bouwproject aan de 30% norm moet voldoen.
Niet alleen de projecten vanaf 2 woningen. Die kosten niet koppelen aan elk project leidt tot een tekort dat via publieke middelen zal worden opgevangen. Ook is het relevant te melden dat deze regeling 11 jaar geldt. Het afwijken met terugwerkende kracht doet afbreuk aan het rechtszekerheidsbeginsel. Indien uw raad andere kaders voor (de regeling afkoop) wil inzetten, dan kan dit door het college opdracht te geven dit via de reguliere bestuurlijke instrumenten in gang te zetten.
2