CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

V6 raamwerk zienswijze 23-24 versie VOG

Raadsvergadering 13 juli 2023, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Ontwerp vaststellingsbesluit Groningenveld 2023-2024 (R) (de stukken volgen zsm)4.791 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

6 alinea's met “sluiting”: 7 12 27 65 67 70

ZIENSWIJZE

op het ontwerp-vaststellingsbesluit Groningenveld voor het gasjaar 2023/2024

Naam organisatie Datum

1

Inhoud

2.4 Wijzigingsbesluit 2022-2023 nodig voor testen............................................................................5

3. Veiligheidsnorm 10-5 en tempo versterken gebouwen.......................................................................6 3.1 Seismiciteit in relatie tot prognose...............................................................................................6 3.2 Monitoring na sluiting Groningenveld..........................................................................................6 3.3 Veiligheid industriële installaties..................................................................................................6 3.4 Een passende SDRA nodig............................................................................................................7 3.5 Zorg voor één set modelinstellingen............................................................................................7 3.6 Toezeggingen nakomen................................................................................................................7 3.7 Versterkingsprogramma nog niet volledig....................................................................................8 3.8 Volwaardige beoordeling voor onveilige gebouwen....................................................................8 3.10 Uitvoering versterking moet reëel zijn.......................................................................................9 4

Schade...............................................................................................................................................11 5. Maatschappelijke gevolgen van bodembeweging door gaswinning.................................................13 5.1 Maatschappelijke ontwrichting door bodembeweging..............................................................13 5.2 Maatschappelijke ontwrichting door afsluiting eindafnemers...................................................14

2

1. Inleiding Op 30 juni 2023 heeft u het ontwerp-vaststellingsbesluit gaswinning Groningenveld 2023-2024 (ontwerpbesluit) ter inzage gelegd. U heeft NAM naar aanleiding van de raming van Groningen Transport Services (GTS) van 31 januari 2023 gevraagd om drie operationele strategieën vast te stellen: 1. 2. 3.

Alle productieclusters sluiten op 1 oktober 2023; productie is 0 Nm 3; Elf productieclusters beschikbaar op waakvlamniveau; productie is 3,2 miljard Nm 3; Vijf productieclusters beschikbaar op waakvlamniveau; productie is 1,5 miljard Nm 3.

Voor elke operationele strategie is door TNO een Seismische Risico- en Dreigingsanalyse (SDRA) opgesteld. Aanvullend heeft TNO weer een zogenaamde 'gevoeligheidsanalyse' uitgevoerd. Op 30 mei 2023 hebben wij u geadviseerd om operationele strategie 1 vast te stellen, dat wil zeggen alle productieclusters sluiten en een productieniveau van 0 Nm 3. U stelt in u ontwerpbesluit vast dat in het gasjaar 2023-2024 in beginsel geen gas uit het Groningenveld wordt gewonnen. Alleen een temperatuur van -6,5 °C of kouder kan er komend gasjaar nog voor zorgen dat elf productieclusters op waakvlamniveau gebracht moeten worden. Ontwikkelingen als afbouw van levering aan het buitenland of geopolitiek hebben geen invloed op de sluiting van het Groningenveld. In het geval het Groningenveld op waakvlamniveau wordt gebracht dient het veld ook als back up en mag in uitzonderlijke situaties maximaal 1,5 Nm 3 worden gewonnen. Deze optie test u in de zomer van 2023. U heeft in het bestuurlijk overleg van 12 juli 2023 aangegeven dat het feit dat het Kabinet is gevallen geen invloed zal hebben op de voortgang van de aanpak van het Kabinet voor Groningen en in voorliggend geval de beëindiging van de winning en de sluiting van het Groningenveld. Dit zal onverminderd doorgaan. Wij zien in uw ontwerpbesluit nog een aantal punten die aanleiding geven om toch een zienswijze in te dienen

3

2. Ontwerpbesluit is onvoldoende duidelijk 2.1 Onduidelijkheid over operationele strategie U moet op grond van artikel 52d, lid 1 Mijnbouwwet een operationele strategie vaststellen. Dat kan onder voorwaarden ook een gewijzigde operationele strategie zijn (lid 4). Het is onduidelijk welke operationele strategie u vaststelt. In artikel 1 van het ontwerpbesluit stelt u vast dat NAM overeenkomstig de operationele strategie gas moet winnen en dat de operationele strategie van 14 april 2023 onderdeel uitmaakt van het besluit. NAM heeft echter niet één, maar op uw verzoek drie operationele strategieën opgesteld. Door uw formulering in artikel 1 stelt u drie strategieën vast. De bedoeling is echter dan geen van de drie strategieën wordt vastgesteld, maar een variant van operationele strategie 1 (geen winning). Dit moet volstrekt duidelijk worden vastgelegd. Uiteindelijk is dit immers het besluit waar NAM zich als houder van de winningsvergunning aan moet houden. Wij vinden dat u: 1. de operationele strategie duidelijk moet vaststellen.

2.2 Onduidelijkheid over waakvlamniveau

In uw ontwerpbesluit bestaat ruimte voor onduidelijkheid over de condities waaronder een of meerdere productieclusters op waakvlamniveau worden gebracht en wat volgens u waakvlam niveau precies is. 1. Wanneer krijgt NAM een signaal dat ze een of meer productieclusters op waakvlam moeten zetten? De door u gekozen formulering brengt veel onzekerheden met zich mee: wat is het algemeen bericht van KNMI, is dat veertien dagen van tevoren zo zeker dat gesproken kan worden over een temperatuur die er zal zijn, is dat veertien dagen van tevoren al gecorrigeerd met windsnelheid, wat is waakvlam? De maximale hoogte van het waakvlamniveau is niet bepaald en uit de formulering van artikel 2, lid 2 blijkt ook niet dat NAM de productieclusters op waakvlamniveau moet brengen, alleen dat NAM dat kan. Wij gaan er dan vanuit dat het alle clusters betreft die in artikel 3 worden benoemd, inclusief de satelliet-clusters. 2. Wat is het signaal precies? 3. Welk cluster wordt dan op waakvlamniveau gebracht? En hoe wordt dat bepaald? 4.

Hoe verhoudt dit besluit zich tot het besluit om in theorie 11 clusters te kunnen gebruiken in plaats van 5? Hoe gaat u om met de 6 clusters die op 1 april 2023 buitengebruik zijn gesteld? Ook motiveert u in uw besluit niet waarom het nodig is om 11 productieclusters naar waakvlamniveau te brengen bij een temperatuur van -6,5 °C of kouder terwijl Gasunie Transport Services (GTS) in zijn brief van 26 mei 2023 aangeeft dat ook volstaan kan worden met 5 productieclusters bij een temperatuur van -6,5 °C.

4

Wij vinden dat u 2. Operationele strategie 1 moet vaststellen; 3. indien u dat niet doet de condities waaronder NAM de productieclusters op het waakvlamniveau moet brengen, duidelijk moet bepalen en ook moet definiëren wat u verstaat onder waakvlamniveau; 4. in dat geval bovendien moet motiveren waarom er 11 productieclusters nodig zijn in plaats van 5 bij een temperatuur van -6,5°C.

2.3 Onduidelijkheid over consequenties niet-slagen zomertest of niet-beschikbaar zijn stikstoffabriek Zuidbroek of wijze van testen

Uw scenario om de productieclusters alleen te activeren bij een verwachte temperatuur van -6,5 °C moet nog getest worden in de zomer en is ook afhankelijk van het functioneren van de stikstoffabriek op 1 oktober 2023. Uw besluit biedt echter geen duidelijkheid over de vraag welke operationele strategie wordt vastgesteld wanneer de zomertest anders verloopt dan u verwacht of wanneer de stikstoffabriek toch niet beschikbaar is op 1 oktober 2023. Dat maakt het ook voor ons en onze inwoners moeilijk om te reageren op het ontwerpbesluit. Ook blijkt uit uw ontwerpbesluit niet hoe het testen verloopt en welke cluster(s) getest wordt/worden. Worden bij het testen alle 11 clusters opgestart? Of worden alleen de 6 clusters die sinds 1 april 2023 buitenwerking zijn gesteld, opgestart? Of worden deze 6 buitenwerking gestelde clusters afwisselend getest? In het definitieve besluit zult u het resultaat van de zomertest verwerken. Wij vinden dat u 5. in uw besluit duidelijk moet maken welke operationele strategie u vaststelt wanneer de condities (zomertest en stikstoffabriek Zuidbroek) niet gerealiseerd worden.

2.4 Wijzigingsbesluit 2022-2023 nodig voor testen In uw ontwerpbesluit geeft u aan dat de strategie die u voorstaat, eerst getest moet worden. Alhoewel het ontwerpbesluit niet aangeeft wat u dan gaat testen, veronderstellen wij dat u een cluster die op 1 april 2023 gesloten is, danwel al deze clusters, op waakvlamniveau zult brengen. Dit is in strijd met het vaststellingsbesluit 2022-2023. Het testen is in het belang van het sluiten van het Groningenveld, maar wij vinden ook dat u hierin transparant moet zijn door een wijzigingsbesluit voor het huidige gasjaar te nemen. Wij verwachten dat u 6. het vaststellingsbesluit 2022-2023 wijzigt om de zomertest mogelijk te maken.

5

3. Veiligheidsnorm 10-5 en tempo versterken gebouwen 3.1

Seismiciteit in relatie tot prognose

Zoals u aangeeft in uw ontwerpbesluit is het aantal werkelijke aardbevingen met een magnitude van 1,5 M of meer aan de bovengrens van de onzekerheidsmarge. KNMI stelt dat de prognostische afname waarschijnlijk minder snel zal gaan dan TNO aanneemt. SodM doet hier onderzoek naar, maar de onderzoeksresultaten zijn vermoedelijk niet beschikbaar voordat u een definitief besluit neemt. Wij vinden dat u 7. in het vaststellingsbesluit de bovengrens van de onzekerheidsmarge mee moet wegen in het besluit en operationele strategie 1 moet vaststellen; 8. aan moet geven hoe u omgaat met te verwachten seismiciteit als blijkt dat u toch gas moet winnen uit het Groningenveld bij koude omstandigheden of (technische) noodzaak.

3.2 Monitoring na sluiting Groningenveld In uw ontwerpbesluit geeft u terecht aan dat ook wanneer er geen gas meer gewonnen wordt uit het Groningenveld, de zorg- en monitoringsplicht blijven bestaan. Voor bewoners is het van essentieel belang de garantie te krijgen dat monitoren geen verkapte gaswinning is. De putten moeten daarom zodanig gesloten worden dat monitoren geborgd is terwijl gaswinning niet meer mogelijk is. Wij vinden dat u 9. in uw vaststellingsbesluit duidelijk moet maken dat monitoren los staat van gaswinning.

3.3 Veiligheid industriële installaties Uit het advies van het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) blijkt dat industrie erop geanticipeerd heeft dat op 1 oktober 2023 tijdvak 6 wordt toegepast bij de beoordeling of gebouwen voldoen aan de veiligheidsnorm en welke maatregelen nodig zijn. Het ACVG adviseert echter om tijdvak 5 toe te passen met de mogelijkheid van maatwerk. Wij verwachten in uw vaststellingsbesluit een actualisatie aan te treffen, wat betreft de veiligheid van industriële installaties in onze provincie Wij vinden dat u 10. in het definitieve vaststellingsbesluit uw motivering voor wat betreft industrie moet actualiseren.

6

3.4

Een passende SDRA nodig

U gaat uit van een variant op operationele strategie 1 met een aantal onzekerheden. Zo kan het zijn dat de zeer uitzonderlijke situaties zich gaan voordoen, ook is het mogelijk dat uit de testen van NAM en GTS blijkt dat snel genoeg opschakelen niet mogelijk is. In feite betekent dit dat u kiest voor een variant waarvoor geen wettelijk verplichte Seismische Dreiging en Risico Analyse (SDRA) beschikbaar is. Daarom vinden wij dat u een SDRA moet laten uitvoeren die past bij het besluit dat u voornemens bent te nemen. Wij vinden dat u 11. een SDRA moet laten opstellen en uitvoeren die aansluit op het voorgenomen besluit van 0 Nm3 met een opschalingsmogelijkheid.

3.5

Zorg voor één set modelinstellingen

In uw ontwerpbesluit gaat u uit van een SDRA die hoort bij een gesloten gasveld (0 Nm 3 en geen opschaling mogelijk). Uit deze SDRA blijkt dat er toch nog enkele honderden gebouwen zijn met een (licht) verhoogd risicoprofiel. Deze zijn grotendeels al in beeld bij de NCG. Voor de adressen die nog niet in beeld zijn (8 op basis van de door u opgegeven modelinstellingen en 22 op basis van de gevoeligheidsanalyse van TNO) geeft u NCG de opdracht om deze alsnog aan de werkvoorraad toe te voegen. Wij blijven het niet wenselijk vinden dat er met twee versies van modelinstellingen wordt gewerkt; de door u opgegeven instellingen en de instellingen die TNO vanuit wetenschappelijk inzichten uitvoert. Ook in dit geval vinden wij dat zekerheid boven alles gaat. Wij hebben u daarom meermaals geadviseerd om de modelinstellingen van TNO over te nemen en te bewerkstelligen dat er één set van modelinstellingen komt waarop de SDRA gebaseerd wordt. Wij vinden dat u 12. moet zorgen dat de modelinstellingen zoals geadviseerd door TNO worden gereviewd en toegevoegd worden aan het basismodel van de SDRA zodat er in het vervolg geen verschil in uitkomst meer is; 13. er voor moet zorgen dat de gebouwen die uit de SDRA behorende bij het vaststellingsbesluit komen voortvarend worden toegevoegd aan het versterkingsprogramma, niet via het LOOVprogramma.

3.6

Toezeggingen nakomen

Afgelopen jaar hebben de regionale overheden een beroepsprocedure opgestart toen bleek dat bij het vaststellingsbesluit 2022-2023 geen passende SDRA-berekening was gemaakt. U heeft toen alsnog een passende SDRA laten uitvoeren en in een Kamerbrief (d.d. 22 november 2022) toegezegd de gebouwen die hieruit zouden komen en nog niet aan het versterkingsprogramma waren toegevoegd, alsnog te laten beoordelen door de NCG. Helaas moeten wij constateren dat begin juli 2023, dus meer dan een half jaar na uw toezegging, de desbetreffende gebouwen nog steeds niet in het versterkingsprogramma zijn opgenomen door de NCG. Daarmee kunnen deze gebouwen nog niet meegewogen worden in de prioritering van de beoordelingen. Wij hebben u hier in ons advies van 30 mei 2023 ook al op gewezen. 7

Wij vinden dat u 14. uw toezeggingen moet nakomen en de gebouwen die voort zijn gekomen uit SDRA’s van voorgaande jaren (inclusief die van gasjaar 2022-2023) ook daadwerkelijk toe moet laten voegen aan het versterkingsprogramma, niet via het LOOV-programma.

3.7

Versterkingsprogramma nog niet volledig

In uw ontwerpbesluit concludeert u dat het aannemelijk is dat gebouwen die daadwerkelijk niet aan de veiligheidsnorm voldoende in beeld zijn. Dat zijn wij niet met u eens. Uit het onderzoek dat het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) onlangs heeft gedaan naar de veiligheid buiten de versterkingsscope, blijkt dat ook buiten de ruim 27.000 adressen die in het versterkingsprogramma zijn opgenomen, adressen bestaan die niet aan de veiligheidsnorm voldoen. U geeft aan dat u de conclusies van het ACVG volgt. Wij vinden dat u in uw besluit ook expliciet moet aangegeven tot welke concrete acties dit dan leidt. Daarnaast doet TNO-onderzoek naar risico's voor gebouwen op wierden waar wellicht ook nog adressen uit voortkomen die aan het versterkingsprogramma toegevoegd moeten worden. Ook blijkt steeds dat een geringe wijziging in een model leidt tot grote veranderingen in het aantal gebouwen dat beoordeeld moet worden. Dat blijkt uit de gevoeligheidsanalyse van TNO, maar ook uit het advies van het ACVG over het toepassen van tijdvak 6. Tot slot blijkt dat de werkelijkheid zich anders gedraagt dan de prognose, bijvoorbeeld bij prognose van het aantal bevingen met een magnitude van 1,5 M of meer. De situatie is nog niet zo dat we kunnen zeggen dat de gebouwen die in het versterkingsprogramma beoordeeld moeten worden op veiligheid voldoende in beeld zijn.

De doorlooptijd staat daarmee ook niet vast Wij vinden dat u 15. concrete acties moet verbinden aan de uitkomsten van het onderzoek van het ACVG naar de veiligheid buiten de scope en deze acties in uw vaststellingsbesluit moet betrekken; 16. rekening moet houden met een grotere versterkingsopgave en een langere doorlooptijd.

3.8 Volwaardige beoordeling voor onveilige gebouwen Bovendien blijkt uit het onderzoek van het ACVG dat de NCG in het verleden adressen die uit de aanvullende SDRA’s kwamen via het programma Loket Opname op Verzoek (LOOV) liet instromen. In de praktijk betekent dit dat een adres met een (licht) verhoogd risicoprofiel eerst globaal wordt bekeken alvorens deze wel of niet aan het versterkingsprogramma wordt toegevoegd. Dat is in onze ogen (en dat van het ACVG) een oneigenlijke werkwijze. Wij vinden dat alle adressen die voortkomen uit een SDRA een volwaardige beoordeling behoren te krijgen. Wij vinden dat u 17. in uw vaststellingsbesluit moet aangeven dat alle adressen die voortkomen uit een SDRA een volwaardige beoordeling krijgen.

8

3.9 Gebouwen buiten de scope moeten gegarandeerd veilig zijn

Gebouwen worden opgenomen in het versterkingsprogramma op basis van wetenschappelijke inzichten en modellen. Maar dat moet dan betekenen dat de gebouwen die niet in het versterkingsprogramma zijn opgenomen, veilig zijn. Echter die garantie hebben we tot nu toe niet gekregen. Om zeker te zijn dat we met de juiste scope bezig zijn zou veiligstellen van alle woningen in het aardbevingsgebied de enige garantie zijn. Wij voorzien dat aspirant-kopers van gebouwen in het gebied willen weten of de woning veilig is. Een opname in de werkvoorraad van de NCG, of het ontbreken daarvan, is dan onvoldoende garantie. Wij vinden dat u 18. moet garanderen dat gebouwen die niet in het versterkingsprogramma zijn of worden opgenomen voldoen aan de veiligheidsnorm.

3.10 Uitvoering versterking moet reëel zijn Het versterkingsprogramma is primair een veiligheidsprogramma. De periode waarbinnen eigenaren en bewoners in onzekerheid leven over de veiligheid van hun woning of bedrijf moet zo kort mogelijk zijn. Dat geldt ook voor de periode waarin een eventuele onveilige situatie bestaat. Tegelijkertijd is een belangrijke conclusie uit het rapport van de Parlementaire Enquête Commissie Aardgaswinning Groningen dat de versterking tot op heden te veel techniek gedreven was en te weinig bewoners gericht. De NCG heeft van u de opdracht gekregen om voor 2024 alle adressen in het versterkingsprogramma te hebben beoordeeld en in 2028 het versterkingsprogramma af te ronden. Met de huidige voortgang wordt deze doelstelling niet gehaald. Dat concludeert Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) in haar jaarlijkse voortgangsrapportage (d.d. 4 juli 2023). SodM geeft aan dat de versterkingsopgave de benodigde versnelling nog onvoldoende laat zien. Om de versterking in 2028 af te kunnen ronden moet de “productie” met een factor drie omhoog. SodM stelt dat als niet direct wordt overgegaan tot het nemen van passende maatregelen de afronding van de versterking in 2028 in gevaar komt. Onze eigen bevindingen zijn dat er absoluut voortgang wordt geboekt door de NCG.

In een aantal gemeenten neemt het aantal beoordelingen toe en het aantal gebouwen dat op norm wordt verklaard neemt toe, terwijl er ook op steeds meer plekken daadwerkelijke versterking plaatsvindt. Maar dat gebeurt nog niet in het tempo dat nodig is. Bovendien zien we ook telkens dat de realiteit ons inhaalt. Zo bleek een deel van de typologisch op norm verklaarde adressen toch niet aan de veiligheidsnorm te voldoen en hebben zowel de typologieaanpak als de praktijkaanpak 2.0 meer uitval dan vooraf gedacht. Wij zien dus onvoldoende voortgang om optimisme over de planning te rechtvaardigen. Bovendien zien we enerzijds dat de 50 kabinetsmaatregelen impact kunnen hebben op de planning van de NCG en anderzijds dat de invulling van deze maatregelen dusdanig wordt gedaan dat deze de planning van de NCG zo weinig mogelijk beïnvloeden. Het al te rigide vasthouden aan een deadline kan leiden tot negatieve effecten voor onze inwoners. Door het vasthouden aan een, in onze ogen, niet realistische deadline van 2028 zien we dat de aanbevelingen van de enquêtecommissie nu al onder druk staan.

9

Wij vinden dat u in uw totale overwegingen, dus zowel ten aanzien van de keuzes die direct samenhangen met het vaststellingsbesluit, maar ook besluiten die voortkomen uit het rapport van de Parlementaire Enquête Commissie (en de vertaling naar maatregelen in Nij Begun) telkens de balans moet zoeken tussen enerzijds snelheid en anderzijds zorgvuldigheid en menselijkheid. Het loslaten van de deadline van 2028 als dogma waar vanuit alles wordt bepaald zou hierbij kunnen helpen. Wij vinden dat u 19. NCG de opdracht moet geven een planning voor het vervolg van de versterking op te stellen die gebaseerd is op realisme zonder onhaalbare deadlines; 20. tegelijkertijd de NCG alle mogelijkheden moet bieden om de capaciteit voor beoordelen en versterken zoveel mogelijk te vergroten; 21. de voorgestelde maatregelen in Nij Begun goed en ruimhartig moet uitwerken en invoeren, en dat deze niet ingeperkt moeten worden vanwege het rigide vasthouden aan de deadline van 2028.

10

4 Schade In ons advies hebben wij opnieuw aangegeven dat het noodzakelijk is om het IMG voldoende wettelijke regelruimte en financiën te geven zodat het IMG problemen kan oplossen die redelijkerwijs niet voor rekening van bewoners horen te blijven, ook als dat buiten aansprakelijkheid van NAM valt. Wij hebben in het bijzonder aandacht gevraagd voor bewoners in de kern van het gebied. Juist zij moeten ontzorgd worden en kunnen rekenen op een eenvoudige schadeafhandeling. De kabinetsmaatregelen in Nij Begun laten volgens ons te veel aansprakelijkheids- en systeemdenken zien. Als voorbeeld hebben wij de maatregel genoemd om bij schadebedragen tot € 40.000 niet naar een andere schadeoorzaak te zoeken. 1 Dit is geen verbetering van de positie van bewoners, maar een uitholling van het wettelijk bewijsvermoeden die vooral de zwaarst gedupeerden raakt. Wij vinden ook dat er één loket voor schadeafhandeling moet komen (het IMG) en één wijze van beoordelen (het wettelijk bewijsvermoeden). Immateriële schadevergoeding voor wachten op en onzekerheid door versterking moet goed geregeld zijn. In uw ontwerpbesluit erkent u nu dat het essentieel is om het IMG voldoende wettelijke regelruimte en financiën te geven. Het kabinet maakt andere overwegingen dan voorheen en stelt bewoners en hun belangen centraal.

Vervolgens geeft u aan hoe u denkt dat de kabinetsmaatregelen uit Nij Begun daaraan bijdragen. De kabinetsmaatregelen voor schadeafhandeling zijn echter allesbehalve een vereenvoudiging. U plaatst gedupeerden in hokjes en afhankelijk van het hokje is er een 'loket' dat een oplossing moet bieden. - Voor reguliere schadeafhandeling is er het IMG. Het IMG krijgt ook de mogelijkheid om knelpunten buiten aansprakelijkheid van NAM op te lossen. - Voor snelheid bij schades van meer dan € 60.000 moeten gedupeerden echter zijn bij een taskforce: voor Agro, Mkb en particulieren die al meerdere jaren wachten op duidelijkheid. - Voor 'andersoortige zeer complexe situaties' moeten gedupeerden echter zijn bij de Commissie Bijzondere Situaties (CBS) of het Interventieteam Vastgelopen Situaties. - Wanneer er sprake is van mestkelderproblematiek is het IMG weer bevoegd, maar dan moet er afgestemd worden met de specialisten bij het Agroprogramma van de NCG (zie maatregel 24 Nij Begun). Wanneer u de belangen van bewoners centraal stelt, is dit niet te begrijpen. De oplossing is in onze ogen eenvoudig: het IMG regelruimte en budget geven om de problemen op te lossen die redelijkerwijs niet voor rekening van bewoners moet blijven. Speciale programma's moeten niet ingezet worden om schade af te handelen, maar om de doelgroep perspectief te geven.

In uw ontwerpbesluit geeft u aan dat door maatregel 6 uit Nij Begun (herhaalschade voorkomen met duurzaam schadeherstel) het budget voor duurzaam herstel verviervoudigt. Herhaalschade voorkomen valt volgens ons onder aansprakelijkheid en moet vergoed worden. Dit mag niet beperkt worden door budget. Volgens u krijgen bewoners die nog steeds wachten op versterking € 2.500 voor geleden immateriële schade. Het punt dat wij in ons advies maken, is dat u de grootste oorzaak van geleden immateriële schade – wachten op en onzekerheid door versterking – nog niet geregeld hebt. U wilt nu – jaren later – een vergoeding geven aan gedupeerden die nog wachten terwijl u in het ontwerpbesluit ook aangeeft dat de beoordelingen in 2023 afgerond moeten zijn. U regelt de schadevergoeding wanneer 1

Dit bedrag is verhoogd naar € 60.000 door het aannemen van een motie door de Tweede Kamer

11

(vrijwel) niemand voldoet aan uw criteria. U regelt niets voor diegenen die misschien nu niet meer wachten, maar dat wel hebben gedaan. Ook geeft u niet aan welke instantie bevoegd is om deze schade af te handelen. Het IMG vindt zichzelf niet bevoegd en de NCG heeft het niet geregeld. Wij blijven dit onacceptabel vinden. U bent van mening dat u door de maatregelen 2, 3 en 22 uit Nij Begun deels tegemoetkomt aan ons advies om één loket voor mijnbouwschade te realiseren. Dat zijn wij niet met u eens. Maatregel 2 betreft het vastleggen in een Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) van het gebied waar het wettelijk bewijsvermoeden van toepassing is. Dat is volgens u vergroot. U heeft het echter ook verkleind en daar gaat u aan voorbij. Kortheidshalve verwijzen wij naar onze reactie op de ontwerp AmvB. Bovendien geldt hier het wettelijk bewijsvermoeden en dat is weerlegbaar en – juist in de gebieden die u binnen het effectgebied probeert te krijgen – ook weerlegd. Maatregel 3 (stoppen met onderzoek naar causaliteit bij schadeherstel tot € 60.000) geldt tenzij schade naar haar aard geen mijnbouwschade is. Dat is het geval volgens de onderzoeken die in de twee gebieden is gedaan die u onder het effectgebied wilt brengen. Dus onderbrengen onder het effectgebied betekent niet dat er dan ook schade vergoed zal worden.

Maatregel 22 (nauwe samenwerking) is een procesmaatregel die van weinig betekenis is voor bewoners. Mijnbouwschade is per definitie complexe materie. In theorie is de afhandeling van schade geregeld, maar in de praktijk hebben bewoners met te veel loketten en manieren van afhandelen te maken. Dit doet zich voor bij gestapelde mijnbouw, maar ook in situaties die niet vallen binnen de grens waar het wettelijk bewijsvermoeden van toepassing is. U gaat over normstelling, vergunningverlening en bent ook bij machte hier iets aan te veranderen. Wij vinden dat u dat ook moet doen. Tot slot vinden wij het onbegrijpelijk dat wij als regio tot nu toe niet betrokken zijn bij de uitwerking van de kabinetsmaatregelen, althans niet op een manier dat we de uitwerking effectief kunnen beïnvloeden. U bent uiteraard verantwoordelijk voor de afhandeling van schade, maar wij zien de effecten wanneer maatregelen niet daadwerkelijk milder, menselijker en makkelijker zijn en hebben een beter beeld wat er nodig is . Wij vinden dat u 22. het IMG voldoende wettelijke regelruimte en financiën moet geven om schade rechtvaardig en ruimhartig te vergoeden ook buiten de aansprakelijkheid van NAM; 23. het IMG de mogelijkheid moet geven om ook bij complexe en/of meervoudige schade een eenvoudige behandeling van de schademelding aan te bieden waarbij niet elke schade bediscussieerd wordt; 24.

duurzaam herstel moet realiseren door onder meer funderingen van gebouwen te herstellen bij schadeafhandeling en versterking; 25. zorg moet dragen voor de realisatie van één loket voor mijnbouwschade in Groningen waarbij het wettelijk bewijsvermoeden wordt toegepast voor gebieden waar sprake is van (gestapelde) mijnbouwactiviteiten.

12

5. Maatschappelijke gevolgen van bodembeweging door gaswinning 5.1

Maatschappelijke ontwrichting door bodembeweging

Bewoners verwachten dat het Groningenveld op 1 oktober 2023 sluit en dat is ook nodig. U komt hier gedeeltelijk aan tegemoet door te bepalen dat in principe geen gas mag worden gewonnen in het komende gasjaar. De problemen van onze inwoners op het gebied van de schadeafhandeling, versterking, de (mentale) gezondheid en de ervaren veiligheid zijn hiermee nog niet opgelost. Ook zorgt de onduidelijkheid in uw ontwerpbesluit voor de nodige zorgen en mogelijke maatschappelijke ontwrichting. Doordat u geen duidelijke operationele strategie vaststelt, en geen daarop afgestemde SDRA uitvoert, is het voor onze bewoners niet duidelijk wat er precies gebeurt en wat de gevolgen zijn. Er zijn veel onzekere factoren zoals het vullingsniveau van de gasopslagen, het functioneren van de stikstofinstallatie in Zuidbroek, het aanbod van LNG en de geopolitieke ontwikkelingen. Door ontwikkelingen over deze risico’s blijven onze inwoners in onzekerheid over het mogelijk weer starten van de gaswinning in Groningen. Het is van belang dat de maatschappelijke impact op bewoners écht zwaarder weegt dan leveringszekerheid en niet steeds afhangt van factoren die steeds wisselen en onzeker zijn. Wij vinden dat dit tot onzekerheid leidt onder onze inwoners en het herstel van vertrouwen niet bevordert.

Alhoewel de gasopslagen Norg en Grijjpskerk nu nodig zijn om gaswinning uit het Groningenveld te beëindigen, vinden wij het ook essentieel dat omwonenden van de gasopslagen perspectief krijgen op het sluiten van de gasopslagen. Daarnaast hebben wij in ons advies het belang benadrukt om aandacht te blijven besteden aan de (mentale) impact die de gaswinnings- en aardbevingsproblematiek heeft op de samenleving, en op jongeren in het bijzonder. We hebben u geadviseerd zich langdurig te committeren om de negatieve (mentale) impact van de gaswinnings- en aardbevingsproblematiek op de gedupeerden weg te nemen. We zijn blij te lezen dat u dit advies overneemt, dat het Kabinet zich langjarig wil committeren op welzijn en sociaal herstel en dat u hiervoor extra financiële middelen beschikbaar stelt voor gemeenten. Hiermee doet u recht aan de adviezen van o.a. de Parlementaire Enquête Commissie, Gronings Perspectief, de Nationale Ombudsman en de Kinderombudsman. De voornemens in de kabinetsreactie Nij Begun vragen echter nog wel om een nadere uitwerking. Tot slot hebben we u geadviseerd de wetgeving die de sluiting van het Groningenveld vastlegt zo snel mogelijk in werking te laten treden. Het wettelijk vastleggen van de sluiting van het Groningenveld betekent voor onze inwoners zekerheid. Wij vinden dat u 26.

in het vaststellingsbesluit duidelijk moet aangeven welke operationele strategie u vaststelt; 27. omwonenden van de gasopslagen Norg en Grijpskerk perspectief moet geven op het sluiten van de gasopslagen; 28. de voorgenomen inspanning om de negatieve (mentale) impact te verminderen, en het welzijn en het economisch perspectief van de regio te versterken samen met de regio nader uit moet werken; 13

29. de wet die de sluiting van het Groningenveld vastlegt zo snel mogelijk het wetgevingsproces moet laten doorlopen en in werking moet laten treden.

5.2

Maatschappelijke ontwrichting door afsluiting eindafnemers

In uw ontwerpbesluit schrijft u dat uit het rapport van de Parlementaire Enquête blijkt dat de veiligheid van de Groningers lange tijd ondergeschikt is geweest aan de leveringszekerheid. In uw besluit om het Groningenveld per 1 oktober 2023 in principe te sluiten heeft u het risico op maatschappelijke ontwrichting door afsluiting van eindafnemers van laagcalorisch gas afgewogen. U geeft aan het risico op een capaciteitstekort te beperken, door o.a. de inwerkingtreding van de stikstofinstallatie in Zuidbroek en het afbouwen van de vraag naar laagcalorisch gas. Gezien de mogelijke maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een tekort aan de beschikbaarheid van hoogcalorisch gas – wat geconverteerd wordt naar laagcalorisch gas – vinden wij dat u extra alternatieven moet onderzoeken om mogelijke tekorten op te kunnen vangen en zodat we niet meer afhankelijk hoeven te zijn van het Groningenveld. Wij vinden dat u 30. voor de definitieve sluiting van het Groningenveld alternatieven moet inventariseren om risico’s op te kunnen vangen van onderbrekingen van de beschikbaarheid van hoogcalorisch gas, zodat u niet terug hoeft te vallen op het Groningenveld.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12995865/2