CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toekomstagenda RGA 2026-2030

Evenement gemeenteraad (breed) 21 mei 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: RGA7.699 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2026-2030

TOEKOMSTAGENDA

Colofon De Toekomstagenda schets de gezamenlijke plannen en ambities van de regio voor de komende jaren 2026-2030. Het is geschreven op basis van de Evaluatie & Actualisatie van het RGA-beleid, uitgevoerd door bureau TwynstraGudde. Tekst: TwynstraGudde en het Regiobureau RGA Ontwerp: Blauwzuur Fotografie: Judith van der Meulen, Sylvia Germes, Jan Buwalda en fotoarchief RGA Print: Repro Provincie Groningen Uitgave: februari 2025 Meer weten over de Regio Groningen-Assen? www.regiogroningenassen.nl LinkedIn: Regio Groningen-Assen Regiobureau Emmasingel 4 9726 AH Groningen info@regiogroningenassen.nl

Nieuw adres per 1 juni 2025: Gedempte Zuiderdiep 22 5-1 9711 HG Groningen

Voorwoord Met gepaste trots presenteer ik u de Toekomstagenda van de Regio GroningenAssen (RGA) voor de periode 2026-2030. Deze agenda markeert een belangrijke mijlpaal in onze samenwerking, waarin zeven gemeenten, twee provincies en het Regiobureau samen werken aan een toekomstbestendige regio. Het is een document dat niet alleen onze gezamenlijke ambities weergeeft, maar ook de kracht van onze samenwerking onderstreept. We positioneren ons als metropoolregio in Noord-Nederland, met ruimte voor wonen, werken en leven in balans met onze unieke landschappen. Dit succes hebben we bereikt door samen te investeren in onze drie thema’s: wonen, economie en mobiliteit. Voor de toekomst blijven we bouwen aan een sterke regio. De uitdagingen die voor ons liggen, van de woningbouwopgave tot verduurzaming en mobiliteit, vragen om visie, daadkracht en bovenal samenwerking. De Toekomstagenda biedt richting voor deze opgaven en zet in op het behoud en de versterking van onze kwaliteiten. Daarbij is het essentieel om het evenwicht te bewaren tussen groei en onze identiteit: een regio waar stedelijke dynamiek hand in hand gaat met rust, ruimte en natuur. Als voorzitter van de Stuurgroep RGA ben ik trots op de betrokkenheid en inzet van alle deelnemende overheden in dit proces.

Laten we deze agenda zien als een kans om met elkaar te blijven groeien, te blijven verbinden en onze regio verder te ontwikkelen. Met vertrouwen kijk ik uit naar wat we samen kunnen bereiken in de komende jaren.

Pascal Roemers Voorzitter Regio Groningen Assen

TOEKOMSTAGENDA RGA 2026-2030

Inhoudsopgave 1

Inleiding

7

1.1 1.2 1.3

Wat is het doel van de toekomstagenda? Hoe is de toekomstagenda tot stand gekomen? Leeswijzer

7 7 7

2

Verhaal van de regio

8

2.1 2.2

Wie zijn wij als RGA? Kracht, kenmerken, positie

8 9

3

Waar willen wij naar toe?

10

3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4

Wat voor een regio willen wij in 2030 zijn? We kiezen voor focus Welke ambities en doelen streven wij na? Kernthema wonen: we (ver)bouwen bewust en in balans. Kernthema economie: we realiseren een toekomstbestendige en aantrekkelijke economie. Kernthema mobiliteit: we verknopen, vergroenen en verslimmen de mobiliteit in onze regio Uitwerking

10 12 13 15 17 20 21

4

Hoe werken wij samen?

23

4.1 4.2 4.3 4.4

Aard en samenwerking binnen de RGA Balans in de regio Governance Betrokkenheid gemeenteraden en Provinciale Staten

23 23 26 27

5

Financieel kader 2026-2030

29

6

TOEKOMSTAGENDA RGA 2026-2030

1

Inleiding

1.1. WAT IS HET DOEL VAN DE TOEKOMSTAGENDA? De toekomstagenda van de Regio Groningen-Assen (RGA) richt zich op de periode 2026-2030. In deze regio werken zeven gemeenten en twee provincies met elkaar samen aan de ruimtelijke ambities die wij met elkaar delen. Zo versterken we de unieke en toonaangevende kwaliteiten van onze regio. Met de toekomstagenda geven we richting aan de komende vijf jaar. We bekennen kleur op de drie kernthema’s die centraal staan in onze samenwerking: wonen, economie en mobiliteit. Binnen elk kernthema werken we samen aan concrete resultaten, die we in 2030 met elkaar willen bereiken. We werken onze ambities verder uit in uitvoeringsprogramma’s en begrotingen.

1.2. HOE IS DE TOEKOMSTAGENDA TOT STAND GEKOMEN? De toekomstagenda is van ons allemaal en is in samenspraak met elkaar tot stand gekomen. We hebben eerst teruggekeken naar de vorige agenda en gekeken naar onze realisatie ten opzichte van de ambities die we gesteld hebben.

We hebben met elkaar stilgestaan bij de wijze waarop we met elkaar samenwerken, binnen de regio en met het Regiobureau. We stellen vast dat we, over de jaren heen, een blijvende en sterke waardering vanuit de deelnemers voor de samenwerking hebben opgebouwd. Dat nemen we mee en zetten we voort in deze vernieuwde toekomstagenda. Vanuit het vertrouwen vanuit de deelnemers om door te gaan op de ingeslagen weg, zijn we aan de slag gegaan met het vernieuwen van de toekomstagenda. Dit heeft vorm gekregen in een proces bestaande uit bestuurlijke gesprekken en regiocafés met betrokkenen vanuit het Regiobureau en de diverse deelnemers. Samen hebben we nagedacht over de ambities voor de toekomst op de verschillende kernthema’s. Ook hebben we met elkaar de vernieuwde governance voor de regio vormgegeven, dienend aan de ambities die we nastreven. Het proces van samen nadenken en samen richting geven heeft geleid tot deze toekomstagenda. Met deze agenda geven wij de toekomst van onze regio vorm.

1.3. LEESWIJZER Hoofdstuk 2 vertelt het verhaal van onze regio. We presenteren wie we samen zijn als regio en schetsen het karakter en de kracht van de regio. Hoofdstuk 3 schetst de ambitie voor de regio in 2030. We schetsen de focus die we aanbrengen voor de komende vijf jaar (20262030). Vervolgens gaan we in op de ambities die we per kernthema nastreven. Hoofdstuk 4 gaat in op de samenwerking die we inrichten om onze ambities te bereiken. We gaan in op de aard van de samenwerking en het belang van balans tussen de deelnemers in onze regio. Vervolgens schetsen we de governance die we inrichten. Tot slot gaan we in dit hoofdstuk in op de betrokkenheid van de gemeenteraden en de Provinciale Staten bij onze samenwerking. Hoofdstuk 5 schetst de contouren van het benodigde financieel kader voor de realisatie van de toekomstagenda.

7

2

Verhaal van de regio ALS RGA… • … verbinden we ons als deelnemers op de drie focusthema’s wonen, economie en mobiliteit met het daily urban system als regionale samenhang. • … komen we in samenwerking tot strategische regionale agendasetting op de drie thema’s. De visies en kaders van onze deelnemers zijn het uitgangspunt.

DE WITTERBRUG IN ASSEN

2.1. WIE ZIJN WIJ ALS RGA? Het daily urban system van de regio Groningen-Assen is onze ruggengraat. Dit zorgt voor de samenhang waar vanuit het logisch is om strategisch samen te werken op thema’s wonen, mobiliteit en economie. Door hier samen op te blijven investeren maken we de regio én onszelf sterker. Wetende dat we samen meer bereiken dan alleen. We hebben allemaal baat bij investeringen in de regio. Zo werken veel inwoners van de ene gemeente in de andere gemeente en profiteren zij van bereikbaarheidsinvesteringen in de gemeente waar ze werken. De Regio Groningen-Assen (RGA) is het bestuurlijke samenwerkingsverband van onze regio. Wij voeden de RGA met onze lokale en provinciale kaders zoals onze gemeenteraden, Provinciale Staten en colleges die hebben vastgesteld. Daarmee staan de deelnemers inhoudelijk aan het roer. We inspireren elkaar en bieden elkaar waar nodig de helpende hand.

Kortom: de RGA, dat zijn wij samen.

8

• … zorgen we voor programmering en afstemming tussen de drie thema’s en stimuleren we binnen deze programmering de realisatie van de uitvoering van concrete regionale projecten door de deelnemers. • .. dragen wij – op onderwerpen – bij aan de zichtbaarheid van de regio richting het Rijk op de drie thema’s en zorgen we samen voor een gezamenlijk verhaal op deze thema’s richting het Rijk, de Europese Unie (EU) en het bedrijfsleven. We organiseren afstemming op het vlak van belangenbehartiging en lobbyactiviteiten. • … verbinden we de drie thema’s aan de onderwerpen die op andere tafels aan bod komen (zoals energie, water, bodem en klimaatadaptatie).

TOEKOMSTAGENDA RGA 2026-2030

2.2. KRACHT, KENMERKEN, POSITIE De RGA is een vrijwillig samenwerkingsverband dat 28 jaar geleden is opgericht. Het omvat de gemeenten Assen, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen, Noordenveld, Tynaarlo, Westerkwartier en de provincies Groningen en Drenthe. De RGA vormt een belangrijk sociaal en economisch kerngebied in Noord-Nederland. Het gebied biedt plaats aan 260.000 arbeidsplaatsen en ruim 500.000 inwoners, met een grote in- en uitstroom van mensen. Naast bedrijven concentreren zich hier voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, sport, cultuur en leisure. Met zijn unieke DNA heeft de regio Groningen-Assen zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een aantrekkelijk woonwerkgebied van 1.200 km2. Het is een logisch en samenhangend gebied waar mensen eenvoudig gemeente- en provinciegrenzen oversteken. De regio kent veel gezichten, variërend van hoogstedelijk tot landelijk, en beschikt over werklocaties met diverse profielen. Het landschap is gevarieerd: van de Hondsrug in het zuiden, die doorloopt tot aan de Grote Markt in Groningen, tot het kleilandschap in het noorden, de veengebieden in het oosten en de coulissen- en houtwallen-landschappen in het westen.

Waterlopen stromen van zuid naar noord, met een hoogteverschil van 20 meter tussen begin- en eindpunt. De RGA kent twee provinciehoofdsteden: Groningen, de enige stad in Noord-Nederland met meer dan 200.000 inwoners en Assen met meer dan 70.000 inwoners. Gelegen op relatief korte afstand van elkaar. Groningen en Assen hebben samen met de omliggende dorpen een sterke magneetwerking op elkaar. De twee compacte steden trekken mensen aan voor werk, zorg en cultuur, terwijl de landelijke dorpen een rustige en ruime woonomgeving bieden. Hier genieten inwoners en toeristen van het prachtige landschap en de bijzondere natuurgebieden. Door deze dynamiek vullen de steden en dorpen elkaar aan en zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. De RGA is van grote betekenis voor Noord-Nederland. Het gebied herbergt veel hoogwaardige voorzieningen die essentieel zijn voor inwoners in de regio. De schaalvergroting en concentratie van deze voorzieningen versterken de relatie tussen de RGA en de rest van NoordNederland.

ZERNIKE CAMPUS GRONINGEN 9

3

Waar willen wij naar toe?

DUURZAAMHEIDSCENTRUM ASSEN

10

In 2030 staat de regio Groningen-Assen trots op de kaart als ‘de Metropool van het noorden.’ We hebben ons daily urban system verder versterkt door ambitieuze projecten op het gebied van wonen, economie en mobiliteit. Als noordelijke metropoolregio combineren we groei en schaalvergroting met het behoud van landschappelijke schoonheid en een hoge kwaliteit van leven.

TOEKOMSTAGENDA RGA 2026-2030

STAD GRONINGEN, MARTINITOREN

3.1. WAT VOOR EEN REGIO WILLEN WIJ IN 2030 ZIJN? Onze regio is uniek: twee dynamische provinciehoofdsteden, met Groningen als de zesde grootste stad van Nederland, en een netwerk van steden en dorpen die naadloos met elkaar verbonden zijn. Gelegen in een prachtig landschap, vormen wij de motor voor zowel economische als sociale groei in het noorden van het land. In 2030 hebben we ons verder ontwikkeld tot dé metropool van het noorden. We bieden ruimte voor wonen en economie, en combineren dat met het aantrekkelijke, groene landschap dat onze regio kenmerkt. We nemen onze positie als metropool serieus en werken samen met regionale en landelijke partners om onze belangen krachtig te vertegenwoordigen. We versterken onze sociaaleconomische positie, met oog voor de ruimtelijke kwaliteit die ons zo uniek maakt. Als betrouwbare partner voor het Rijk, lokale overheden, het bedrijfsleven en onderwijs zetten we ons in voor een duurzame toekomst.

In deze gezamenlijke reis heeft iedere partner zijn eigen, onmiskenbare rol. Wij begrijpen dat we niet los van elkaar kunnen opereren; onze inwoners bewegen zich vrij over de grenzen van steden en dorpen, op zoek naar de perfecte balans tussen wonen en economie. Daarom werken we samen, met respect voor elkaars dynamiek, en zijn we ervan overtuigd dat onze regio alleen kan floreren door gezamenlijke inzet. Samen pakken we de ruimtelijke vraagstukken van de toekomst aan. Wetende dat een investering in onszelf en de ander een investering in de hele regio is. We weten dat we niet de enige speler zijn. Onze regio maakt deel uit van een breed netwerk van samenwerkingsverbanden, zowel met andere partijen als met het Rijk. Wij staan klaar om samen de ruimtelijke transities van de toekomst vorm te geven. Deze samenwerking versterken we continu, bijvoorbeeld via onze bijdrage binnen het programma NOVEX, en we blijven in dialoog met het Rijk om onze ambities waar te maken. Deze ambities zouden nog verder omhoog kunnen gaan tegen het licht van nieuwe Rijksopgaven.

11

de grenzen van het daily urban system maar binnen de gemeentegrenzen vallen.

We zorgen voor een nieuwe plek voor Groeningen Vanuit de vorige Toekomstagenda 2020-2025 heeft de RGA verschillende partijen onder het project Groeningen samengebracht en de penvoering en coördinatie hiervoor gedaan. Als partners hebben we de meerwaarde van Groeningen ondervonden. Het netwerk en platform hebben onze betrokken partners als waardevol ervaren. Het verbinden van ruimtelijke kwaliteit door onze drie thema’s heen willen we daarom ook zeker niet loslaten.

WERKGEBIED RGA

3.2. WIJ KIEZEN VOOR FOCUS We behouden de huidige fysieke begrenzing Als RGA werken we nog steeds met dezelfde partners samen als waarmee wij vanuit het daily urban system in 1996 zijn gestart. De tijd heeft sindsdien niet stilgestaan. Er hebben herindelingen plaatsgevonden waardoor enkele deelnemers zijn opgegaan in nieuwe of bestaande gemeenten. Dit geldt voor de gemeenten Midden-Groningen, Het Hogeland en Westerkwartier. Het daily urban system blijft de ruggengraat van onze samenwerking. In deze Toekomstagenda bestendigen we daarom de keuze om voor ons werkgebied de oorspronkelijke begrenzing van de deelnemers aan te houden. Binnen de samenwerking helpen wij elkaar als deelnemers en vinden we manieren om hier pragmatisch mee om te gaan. Zo neemt de RGA bijvoorbeeld bij regionale onderzoeken ook de gebieden mee die buiten

12

Wel constateren we met elkaar dat Groeningen niet expliciet onder één van onze drie kernthema’s (wonen, mobiliteit en economie) valt. Ook zijn niet al onze deelnemers aan het netwerk van Groeningen verbonden. We kiezen er daarom in deze Toekomstagenda voor om de faciliterende rol van de RGA bij Groeningen los te laten. We bestempelen 2025 als ‘overgangsjaar’ waarna vanuit het Platform Groeningen zelf in 2026 een nieuw onderkomen en bijbehorende financiering wordt geregeld. We benutten het overgangsjaar voor een zachte landing; we ondersteunen Groeningen bij het vinden van een nieuwe plek.

KNUPPELPAD IN T’ ROEGWOLD

TOEKOMSTAGENDA RGA 2026-2030

We stoppen met de ReP-regeling We kiezen ervoor om te stoppen met de Regeling Regionale projecten (Rep). Hoewel we de afgelopen jaren met de ReP mooie initiatieven van derden hebben ondersteund concluderen we ook dat veel ReP-projecten te weinig bijdragen aan onze focusthema’s. Met deze Toekomstagenda kiezen we ervoor om meer focus aan te brengen in de samenwerking. De ReP – in zijn huidige vorm – past daar niet meer bij. We besteden onze middelen directer aan onze kernthema’s wonen, mobiliteit en economie.

3.3. WELKE AMBITIES EN DOELEN STREVEN WIJ NA?

herkomstwaarde en toekomstwaarde. We spreken van een kwalitatieve leefomgeving wanneer we de ruimte praktisch en functioneel (gebruik), prettig en herkenbaar (beleving), en duurzaam en overdraagbaar (toekomst) inrichten. Ruimtelijke kwaliteit is daarmee randvoorwaardelijk voor de ontwikkeling tot een noordelijke metropoolregio. Wij zien ruimtelijke kwaliteit daarom niet meer als een afzonderlijk thema binnen onze toekomstagenda, maar als een vanzelfsprekend kader voor alle plan- en gebiedsontwikkelingen waar we ons de komende jaren voor gaan inzetten.

NOVEX In 2023 is in RGA-verband gewerkt aan het NOVEX-ontwikkelperspectief. Als regio hebben we hierin gezamenlijk opgetrokken met het Rijk en een passend vervolg gegeven aan de jarenlange samenwerking aan de Verstedelijkingsstrategie. Het aanwijzen van de RGA als NOVEX-gebied toont het unieke karakter van de regio. Binnen de thema’s wonen, mobiliteit en economie bouwen we voort op de afspraken in het kader van het programma NOVEX. We leggen hierbij ook dwarsverbanden met randvoorwaarden zoals de benodigde netcapaciteit.

Onze inwoners wonen en werken binnen onze regio. Zij verplaatsten zich tussen hun woonplek, hun werkplek of opleidingsplaats en de verschillende voorzieningen in de regio, maar ook daarbuiten. Onze kernthema’s wonen, economie en mobiliteit vormen daarom de basis voor onze inhoudelijke samenwerking. Het zijn de bouwstenen voor ons daily urban system. Ruimtelijke kwaliteit is de verbinding tussen deze kernthema’s. Ruimtelijke kwaliteit gaat over de kwaliteit van onze leefomgeving en onze regio. Daarbij zoeken we de balans en synergie tussen gebruikswaarde, belevingswaarde,

NOVEX-ONTWIKKELPERSPECTIEF 13

14

TOEKOMSTAGENDA RGA 2026-2030

WONINGBOUW IN DE REGIO

3.3.1. KERNTHEMA WONEN: WE (VER)BOUWEN BEWUST EN IN BALANS. We realiseren een toekomstbestendig woonaanbod voor onze inwoners, dat tegemoetkomt aan hun behoeftes en de verschillende doelgroepen die in onze regio wonen. Het hoofddoel is het realiseren van de afgesproken woningbouwaantallen met het Rijk. Naast de kwantitatieve opgave gaan de afspraken ook over de verdeling betaalbaar en sociale huur. En over de huisvesting van de speciale doelgroepen. Met het alleen bouwen van nieuwe woningen wordt onze woningvoorraad niet voldoende toekomstbestendig. Het is daarom van essentieel belang dat er ook wordt geïnvesteerd in herstructurering en transformatie van bestaande woonwijken en gebouwen.

Er is daarbij extra aandacht voor speciale doelgroepen en de daarbij behorende zorgvragen. Om bewust en in balans te bouwen is het van belang om deze opgave naar behoefte, draagkracht en evenwichtig te verdelen over onze regio. Het laatste regionale woningbehoefteonderzoek laat zien dat de inwoners van de regio hun eigen woning en leefomgeving relatief hoog waarderen. Nieuwe ontwikkelingen mogen dit wat ons betreft niet verslechteren. De huidige ruimtelijke kwaliteit moet in stand blijven en daar waar mogelijk zelfs worden verbeterd. Als regiodeelnemers richten wij ons echter niet alleen op onze eigen rol in het bouwen van woningen, maar stemmen ons woningbouwbeleid ook onderling af. De woningmarkt is grensoverschrijdend. Daarom is het van belang dat we in regionaal verband samenwerken.

15

WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN? We stemmen de woningbouwaantallen af Met de nieuwe wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting komen er grote veranderingen op het gebied van volkshuisvesting. Met deze uitdagingen gaan we de komende tijd aan de slag om de samenwerking in de regio aan te laten sluiten bij deze nieuwe wet. Er moeten volkshuisvestingsprogramma’s worden gemaakt, zowel op nationaal, provinciaal als gemeentelijk niveau. Deze programma’s zijn een uitwerking van de gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies en dienen als kader

WONEN IN DE REGIO

16

voor de regionale opgave. Belangrijk onderdeel hierbij is de onderlinge afstemming, die zowel bij de gemeentelijke als de provinciale programma’s wordt vereist. De samenwerking in de regio GroningenAssen is van belang om ervoor te zorgen dat de nieuwe te maken programma’s regionaal worden afgestemd en worden vertaald in een regionale opgave. In een woningmarkt die gemeente- en zelfs provinciegrensoverschrijdend is, is deze afstemming van cruciaal belang. Wij blijven daarom de woningbouwaantallen, inclusief de woonmilieus en de kwalitatieve opgave afstemmen volgens het Regionaal Woondocument en het bijbehorende instemmingsmodel. Deze docu-

menten zijn nog niet aangepast aan de Woondeals en de komst van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting. In 2025 zal ook de herijking van de Woondeals plaatsvinden. Op basis hiervan wordt bekeken of het Regionaal Woondocument en het bijbehorende instemmingsmodel aanpassing behoeft.

We monitoren, analyseren en adviseren over ontwikkelingen op de woningmarkt Het bewust en in balans realiseren van onze woningbouwopgave betekent dat we bouwen naar behoefte en draagkracht. Daarbij kijken we niet alleen naar hoeveel woningen we bouwen per gemeente, maar houden we ook in ogenschouw welke woningen we bouwen per gemeente. Bevolkingsprognoses en periodieke Woningbehoefteonderzoeken leveren hiervoor de belangrijkste input. Daarnaast worden er door de nieuwe Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting eisen opgelegd voor het aandeel betaalbaar en sociaal in de woningbouwprogrammering (realisatie en planvoorraad) van gemeenten. Op regionaal niveau stellen we de doelen en resultaten vast en monitoren we de voortgang. We nemen tussentijdse mijlpalen op, die we gebruiken om elkaar scherp te houden en om waar nodig te kunnen bijsturen. We werken samen om de regionale opgave te realiseren en waar nodig helpen we elkaar.

TOEKOMSTAGENDA RGA 2026-2030

We maken ook inzichtelijk welke afhankelijkheden we hebben in de realisatie op het gebied van samenwerking, planontwikkeling en wetgeving. We leggen in ons regionale woningbouwprogramma de link met het ontwikkelen van arbeidsplaatsen in de regio. De regio initieert al dan niet op verzoek aanvullende onderzoeken om te kunnen anticiperen op trends en ontwikkelingen.

We delen de kennis die we in de regio opdoen en nodig hebben De ontwikkeling van onze regio draait niet alleen over het realiseren van nieuwe woningen. Als regio hebben we ook een grote herstructureringsopgave en een opgave in de bestaande woningvoorraad. We werken aan de kwaliteitsverbetering in kernen en buurten door herstructurering. Daarbij kunnen verschillende opgaven worden gecombineerd. Wij delen de kennis die wordt opgedaan bij de planvorming en de uitvoering. Niet alleen onderling, maar ook binnen het netwerk van de regio. Daarbij wordt vooral ingezet op kennisuitwisseling, bijvoorbeeld door het organiseren van netwerkbijeenkomsten.

3.3.2. KERNTHEMA ECONOMIE: WE REALISEREN EEN TOEKOMSTBESTENDIGE EN AANTREKKELIJKE ECONOMIE. Economie is per definitie grensoverschrijdend. Regionale afstemming en samenwerking is daarom van groot belang voor het versterken van het vestigingsklimaat. Primair geldt dat voor het bieden van ruimte aan bedrijven, om hun activiteiten te kunnen ontplooien. Maar ook andere aspecten van het vestigingsklimaat zijn van belang, zoals de beschikbaarheid van voldoende - geschoold - personeel, of een toegankelijk innovatie-ecosysteem. Allemaal zaken die we het beste samen kunnen regelen. Daarbij is economie geen doel op zich. Het moet bijdragen aan de brede welvaart van onze inwoners, maar ook aan andere opgaven, waaronder de verschillende transities. Ook hierbij is samenwerking van groot belang. Om iedereen mee te nemen en te laten delen in de resultaten. Maar ook om onze inspanningen ten aanzien van de transities maximaal te laten renderen.

WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN? We werken in het kader van NOVEX RGA aan de versterking van het vestigingsklimaat

De energietransitie is een thema dat binnen andere tafels in onze regio wordt opgepakt. We formuleren daarom geen aparte ambities op dit thema. Wel leggen we als regio de verbinding met deze tafels, zodat we hierin als regio kunnen sturen.

Eén van de doelen binnen NOVEX RGA is het realiseren van 28.000 extra arbeidsplaatsen tot 2040. Dat doen we door het versterken van ons vestigingsklimaat, waarbij met name het bieden van voldoende ruimte aan bedrijven een belangrijke factor is.

We ondersteunen de deelnemers bij het aanvragen van subsidies en bijdragen

In het Ontwikkelperspectief NOVEX RGA hebben we vastgelegd op welke manier we invulling willen geven aan de bovengenoemde opgave. De komende periode werken we dat nader uit in een Uitvoeringsagenda en een bijbehorende Regionale Investeringsagenda.

Het woningbouwprogramma geeft ons de basis om – waar dat mogelijk is – onze opgaven te bundelen in de subsidieaanvragen die we bij het Rijk kunnen doen. De regio vormt ook het platform waar de expertise en ervaring van de deelnemers kan worden ingezet om tot succesvolle aanvragen te komen. De regio onderzoekt de mogelijkheden om projecten indien nodig een steuntje in de rug te geven.

Om op een goede manier ruimte aan bedrijven te kunnen bieden, is actuele kennis over de beschikbare kavelvoorraad van cruciaal belang. Daartoe wordt jaarlijks de Bedrijventerreinenmonitor opgesteld, waarin naast de

17

BEDRIJVENTERREIN IN DE REGIO

voorraad ook de verkoop van en de belangstelling voor kavels wordt geregistreerd.

We werken samen aan het toekomstbestendig maken van onze bedrijventerreinen De ruimte in Nederland én binnen onze regio wordt in toenemende mate schaars. Bij de verdeling van ruimte moeten daarom de verschillende belangen op een zorgvuldige wijze worden afgewogen. Daardoor wordt het de komende jaren steeds lastiger om met nieuwe bedrijventerreinen te voldoen aan de ruimtebehoefte van bedrijven. We moeten daarom op zoek naar andere manieren om te voorzien in de ruimtebehoefte van bedrijven. Belangrijk in dit kader is de integrale aanpak toekomstbestendige bedrijventerreinen, waarbij de doelstelling is om: • de kwaliteit van alle bedrijventerreinen op alle relevante thema’s op het gewenste niveau te brengen én houden, en daarmee;

18

• de markt te verleiden om te investeren in bestaand vastgoed, waardoor ruimte ontstaat voor nieuwe economische activiteiten. Binnen de integrale aanpak heeft de energietransitie en de daarmee onlosmakelijk verbonden problematiek van netcongestie momenteel de absolute prioriteit.

We werken aan de oprichting van een herontwikkelingsmaatschappij Met de provincies werken we samen aan de oprichting van de Herontwikkelingsmaatschappij Drenthe-Groningen (HMDG). In aanvulling op de integrale aanpak toekomstbestendige bedrijventerreinen is de HMDG bedoeld als specifiek instrument voor de herontwikkeling van verouderde bedrijfslocaties. Daarnaast kan de HMDG desgewenst worden ingezet voor complexe transformatie-locaties. Het streven is gericht op een sluitende business case, waardoor de HMDG in hoge mate revolverend kan werken.

TOEKOMSTAGENDA RGA 2026-2030

We versterken de samenwerking binnen de regio Om burgers en bedrijven zoveel mogelijk gelijke kansen en mogelijkheden te kunnen bieden, is afstemming en samenwerking binnen de regio van groot belang. Daarbij komt dat de arbeidsmarkt steeds krapper wordt, waardoor ook deelnemers binnen de regio in toenemende mate met vacatures worden geconfronteerd. Samenwerking binnen de regio kan dan van belang zijn voor de continuïteit van de dienstverlening.

SCHEEPVAART IN DE REGIO

De samenwerking binnen de regio wordt versterkt, daar waar dat een meerwaarde heeft. Eén van de concrete thema’s waarop wordt samengewerkt, is gezondheidseconomie. We werken hiervoor samen om op basis van een uitvoeringsagenda, projecten en subsidieverzoeken te kunnen beoordelen. We gaan deze samenwerking met onze deelnemers verder uitbreiden naar het onderhouden van contact met bedrijven en overige stakeholders. Een ander thema betreft impact-ondernemen, waarbij we ook op verzoek van de deelnemers een gezamenlijke uitvoeringsagenda gaan opstellen.

Voor de HMDG is een investeringskapitaal van voldoende omvang nodig, om voorinvesteringen in projecten mogelijk te maken. We ontwikkelen samen een regionaal vestigingskader Om “het juiste bedrijf op de juiste plek” te krijgen, is een goede afstemming van groot belang. Daartoe ontwikkelen we een regionaal vestigingskader, waarin we – met name voor bovenregionale bedrijvigheid, hogere milieucategorieën en XXL-ruimtevragers – afspraken maken. Welke bedrijven zijn passend binnen de regio en waar kunnen we hen, rekening houdend met ieders kwaliteiten, het beste ruimte bieden? Gezien de druk op de beschikbare ruimte wordt een goede regionale samenwerking in toenemende mate van belang. Daarom worden tevens afspraken gemaakt, over hoe ruimtevragen van bedrijven binnen de regio worden afgehandeld.

LOKALE MARKT ASSEN19

WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN? We werken aan het optimaliseren van mobiliteitsnetwerken binnen de regio. We hebben in de basis een goed functionerend mobiliteitsnetwerk: het hoofdwegennet is grotendeels op orde en we hebben een robuust HOV-netwerk met Q-link, Qliner, regionaal spoor. Verder werken we nog aan de voltooiing van het doorfietsroutenetwerk en onze hubs. De fijnmazigheid van het mobiliteitssysteem is een continu aandachtspunt.

MOBILITEIT IN GRONINGEN

3.3.3. KERNTHEMA MOBILITEIT: WE VERKNOPEN, VERGROENEN EN VERSLIMMEN DE MOBILITEIT IN ONZE REGIO In de Regio Groningen-Assen vormen de steden, regiokernen en dorpen een samenhangend geheel waar mensen wonen, werken, leren en leven. Er is sprake van een sterke onderlinge afhankelijkheid en de vraag naar mobiliteit is groot en groeiende. Niet alleen richting de steden, maar ook zeker vanuit de steden naar buiten. Een goede, duurzame bereikbaarheid in de regio en naar de regio toe is randvoorwaardelijk voor brede welvaart en groei. De regio staat namelijk voor een forse groeiopgave. Over de wijze waarop we willen groeien hebben we in het NOVEX Ontwikkelperspectief afspraken gemaakt. Door op de juiste plaatsen wonen en werken toe te voegen, benutten we onze bestaande mobiliteitsnetwerken optimaal. Met een beperkt aantal uitbreidingen en aanpassingen in de netwerken verwachten we deze toekomstbestendig te kunnen maken en de groei te kunnen accommoderen.

20

We kennen binnen de regio een jarenlange traditie van gezamenlijk analyseren, onderzoeken, definiëren van de opgaven en het zorgen voor de realisatie van die opgaven. Deze traditie zetten we voort, door in te zetten op een goed integraal beeld van de mobiliteitsopgaven. Op basis daarvan kunnen we verkennen hoe we de realisatie hiervan mogelijk kunnen maken. Dit integrale beeld maken we in goede samenhang met de woon- en werkopgaven. In de NOVEX Uitvoerings- en Investeringsagenda doen we dit bijvoorbeeld, samen met het Rijk, met de focus op 36.000 nieuwe woningen en 28.000 nieuwe banen. Ondanks deze groei staat de bereikbaarheid van voorzieningen in kleine kernen onder druk. Enerzijds door de centralisatie van voorzieningen, en anderzijds door het strekken van OV-lijnen. Om de hele regio goed bereikbaar te kunnen houden is fijnmazigheid van het netwerk essentieel. We zetten daarom in op multimodale bereikbaarheid, waarbij de ketenreis centraal staat. Regionale overstappunten (Hubs / P+R’s) zijn hierin een belangrijke schakel. Passend mobiliteitsaanbod en de juiste voorzieningen op deze overstappunten, zoals OV en deelmobiliteit, dragen bij aan een comfortabele ketenreis en een betere bereikbaarheid. Voor een deel van de inwoners is de auto een eerste schakel in de ketenreis. Waar nodig biedt publieke mobiliteit een oplossing als schakel in de keten.

TOEKOMSTAGENDA RGA 2026-2030

In de regio wordt al jaren hard gewerkt aan het faciliteren en stimuleren van actieve mobiliteit. We blijven in goede samenwerking verder bouwen aan het regionale doorfietsroutenetwerk en de aanlanding van de doorfietsroutes in de steden en kernen. Hierbij houden we aandacht voor kwaliteit, een goede herkenbaarheid van de routes en de bekendheid ervan bij onze inwoners en bezoekers.

We verkennen kansen voor het beter benutten van de mobiliteitsnetwerken binnen de regio. De Regio werkt al vele jaren, samen met het Rijk, aan het optimaal benutten van de bestaande mobiliteitsnetwerken. Dit doen we bijvoorbeeld met werkgeversaanpakken, stimuleringscampagnes en integratie van nieuwe mobiliteitsoplossingen zoals deelmobiliteit.

OV-HUB

Met de integrale benadering van de groeiopgave in het NOVEX Ontwikkelperspectief wordt deze benadering voortgezet. Waar mogelijk verzilveren we kansen om succesvolle aanpakken voort te zetten of op te schalen.

We zetten ons in voor een goed bereikbare regio. Vanuit Noord-Nederland wordt ingezet op een betere verbinding van het Noorden met de rest van het land en Europese netwerken. Waar nodig kan gebruik worden gemaakt van de schaal van de RGA. De trekkende partijen zorgen voor een gecoördineerde aanpak, waarbij de regionale en NoordNederlandse schaal goed met elkaar worden verbonden. Het Regiobureau wordt waar nodig betrokken en ingezet ter ondersteuning van deze lobby.

3.3.4. UITWERKING Onze ambities binnen de kernthema’s wonen, economie en mobiliteit zijn op hoofdlijnen geformuleerd. Ze geven richting aan onze overkoepelende ambitie om ons verder te ontwikkelen tot de metropoolregio van het noorden. Om de ambities verder uit te werken, wordt per thema een jaarlijks uitvoeringsprogramma ontwikkeld voor de komende vijf jaar. In het uitvoeringsprogramma werken we de ambities en doelen verder uit tot een actieprogramma per jaar. We formuleren daarbij zo concreet mogelijk tussentijdse mijlpalen. Deze mijlpalen gebruiken we om onze voortgang inzichtelijk te maken. De mijlpalen stellen ons ook in staat om tussentijds bij te kunnen sturen. We gebruiken de uitvoeringsprogramma’s dan ook om tussentijds in te kunnen spelen op ontwikkelingen binnen én buiten onze regio. Voor onze NOVEXopgave stellen we een adaptieve Uitvoeringsagenda en Regionale Investeringsagenda op, die we met regelmaat actualiseren en agenderen met en bij het Rijk. De thematische uitvoeringsprogramma’s en NOVEX Uitvoeringsagenda en Regionale Investeringsagenda’s zullen elkaar waar mogelijk overlappen en altijd aanvullen of versterken. De uitvoeringsprogramma’s worden elk jaar verwerkt in de begroting van de regio en in de begrotingen van onze deelnemers.

21

22

TOEKOMSTAGENDA RGA 2026-2030

4

Hoe werken wij samen?

4.1. AARD EN SAMENWERKING BINNEN DE RGA De RGA is een strategisch samenwerkingsverband met als doel om samen sterk te staan op de thema’s wonen, mobiliteit en economie. Op basis van de kaders van onze deelnemers zijn wij agendasettend voor de regio op de drie kernthema’s. We zijn het platform voor het gezamenlijke gesprek met Rijk en Europa. Als het netwerk voor kennisdeling tussen de deelnemers bieden we elkaar inspiratie. We zoeken elkaar op om onszelf en elkaar te versterken. Strategisch samenwerken kan alleen als we allemaal meedoen, input geven en openstaan voor hulp van anderen. Zo bouwen we samen aan de regio. De RGA stelt geen eigenstandig beleid vast. De bevoegdheid hiervoor is altijd voorbehouden aan de individuele deelnemers en hun gemeenteraden en Provinciale Staten. De inhoud die in de samenwerking wordt ingebracht komt van de deelnemers zelf, tenzij het Regiobureau een opdracht krijgt om inhoud in de samenwerking in te brengen. Het Regiobureau verbindt de deelnemers en ondersteunt, faciliteert en stimuleert onze samenwerking. Hierdoor is het geheel meer dan de som der delen. Het Regiobureau heeft een agenderende rol om beleidsvorming bij de deelnemers tot stand te brengen. We gebruiken de volgende metafoor: ‘De RGA pakt de pen vast, de inkt is van de deelnemers’. Wat vraagt dit dan van ons als deelnemers? • Als RGA focussen we op de strategische samen-

werking tussen de drie kernthema’s. Deze samenwerking kan alleen tot stand worden gebracht als onze deelnemers in huis hun kaders, visies en standpunten op orde brengen. En dit via de reguliere governance (4.3) in RGA-verband inbrengen. • Als RGA helpen we elkaar om onze plannen en ambities gerealiseerd te krijgen door ons als partners aan elkaar te verbinden. Dit betekent dan wel dat wij als deelnemers zelf onze ambities moeten formuleren en moeten uitwerken in projecten om dat vervolgens in te brengen in RGA-verband. • De RGA is gegroeid naar een samenwerkingsverband met een gedeelde historie én gedeelde toekomstambities. Er is hiermee voldoende basis om ook tussen deelnemers samen te werken. Bijvoorbeeld op het vlak van capaciteitsgebrek, kennis- en expertise-uitwisseling en door elkaar op te zoeken bij knelpunten in de uitvoering van projecten. RGA is meer dan een samenwerkingsverband. Als deelnemers kennen we elkaar goed, zoeken elkaar op en helpen elkaar.

4.2. BALANS IN DE REGIO In het kader van het programma NOVEX gaat er de komende jaren flink worden geïnvesteerd in onze regio. Dit is een prachtig resultaat van de gezamenlijk inzet van al onze partners in de afgelopen periode. Deze investeringen zijn meer dan een lokale impuls voor een enkele deelnemer; de NOVEX RGA leidt tot een directe investering in de kracht en toekomst van de hele regio.

23

We constateren dat de beschikbare middelen binnen de NOVEX-aanpak niet evenredig verdeeld landen binnen onze regio. Eerder hebben ook niet alle gemeenten aanspraak gemaakt op andere landelijke middelen die wel bijdragen aan onze kernthema’s, zoals het Volkshuisvestingsfonds, de Woningbouwimpuls en het Mobiliteitsfonds. Het Rijk heeft binnen onze kernthema’s de afgelopen jaren meer regie gepakt in de regio en financiert daarbij via specifieke uitkeringen. Om die uitkeringen binnen te halen moeten projecten worden ingediend die kunnen voldoen aan ondergrenzen. Dit gaat bijvoorbeeld om honderden eenheden bij een woningbouwontwikkeling. Met name voor onze niet-stedelijke gemeenten blijkt het in de praktijk lastig om projecten van voldoende omvang in te dienen. Hierdoor landen er minder nationale subsidies in deze gemeenten. Dit doet iets met de balans in de regio. In deze Toekomstagenda blijven we bewust aandacht houden voor de balans tussen onze deelnemers. Daarom gaan we een cofinancieringsfonds oprichten. Dit zijn middelen voor (in omvang) kleinere projecten van al onze deelnemers die in hun vezels bijdragen aan onze kernthema’s: wonen, economie en mobiliteit. Alle deelnemers kunnen hierop een beroep doen. Het gaat specifiek om kleine projecten van deelnemers die een

24

zetje in de goede richting kunnen gebruiken maar hiervoor, gelet op hun geringere (project)omvang, niet in aanmerking komen voor Rijksmiddelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan mobiliteitsmaatregelen, gebiedsontwikkeling of transformatie/herstructurering van objecten. We stellen hierbij als randvoorwaarden: • Dat deelnemers samen maar ook alleen de deelnemers zélf een beroep kunnen doen op deze middelen. Deze middelen worden dus niet, zoals bij de ReP-regeling het geval was, aan derden verstrekt. De (project) voorstellen voor co-financieringsbijdragen komen dan ook vanuit de deelnemers zelf. • Voorstellen worden voorbereid en afgestemd vanuit de inhoudelijke lijn (ambtelijke werkgroepen en POHO’s) en ter besluitvorming aan de Stuurgroep voorgelegd. Onderdeel van de aanvraag is een schriftelijke en mondelinge toelichting in de POHO en Stuurgroep. • Projecten moeten bijdragen aan de ambities/doelstellingen van de Toekomstagenda. • Het gaat om (substantiële) projecten met een minimale omvang van € 50.000. • Bij de motivering moet duidelijk worden dat: • De bijdrage bedoeld is om het deel aan te vullen dat de

deelnemer niet met eigen middelen kan vullen (laatste duwtje). • Het niet past binnen bestaande regelingen van provincies of Rijk. • De voortgang wordt jaarlijks gemonitord en voorgelegd aan de Stuurgroep door middel van een Barometer. • De Stuurgroep kan de toekenning heroverwegen indien de realisatie achter blijft, zodat er geen ‘geld op de plank blijft liggen’. De rol van het regiobureau is om het proces te begeleiden van aanvraag tot besluit, bewaken van de balans in de regio, monitoring van de voortgang in de uitvoering (middels een barometer) en kansen herkennen als een aanvraag (of gebundelde aanvraag) in aanmerking kan komen voor Rijkscofinanciering.

TOEKOMSTAGENDA RGA 2026-2030

25

4.3. GOVERNANCE We behouden maar optimaliseren onze structuur We kiezen ervoor om de structuur van de samenwerking in de basis vast te houden. We constateren dat de huidige opzet past bij wie we zijn als RGA en zien geen redenen om hierin ingrijpende veranderingen door te voeren. Wel is het noodzakelijk dat we het Convenant (tot aan 2030) herijken en de mandaatverlening op orde brengen. En vinden we het verstandig om – binnen de staande structuur – enkele aandachtspunten aan te pakken. Deze maatregelen dienen het volgende doel: het versterken van de strategische sturing door de Stuurgroep. We investeren in de strategische sturing door de Stuurgroep door: • de voorzitters van de portefeuillehoudersoverleggen (POHO’s) cq. bestuurlijke trekkers op de drie kernthema’s vanuit die hoedanigheid in de stuurgroep plaats te laten nemen. Dit was de afgelopen periode niet (altijd) het geval. De bestuurlijke trekkers hebben, samen met de voorzitter, een belangrijke rol in het vertalen en bespreekbaar maken van de strategische kernthema’s aan de stuurgroeptafel en de integraliteit tussen deze thema’s te borgen. We zorgen er ook voor dat de POHO’s op een zelfde manier worden voorbereid met de ambtelijke werkgroepen. Dit betekent in elk geval: gelijke frequentie en timing. • de stuurgroepagenda aan te laten sluiten op de koers van de RGA.

Zo komen we meer toe aan (bij)sturen in plaats van (bij)praten. De stuurgroepagenda bouwen we op aan de hand van – in elk geval – de volgende vragen: • liggen we op koers (vanuit de Toekomstagenda en uitvoeringsprogramma)? • loopt de samenwerking goed? • wat gebeurt er in onze omgeving (zowel bij het Rijk als aan gesprekstafels waar aanpalende thema’s aan bod komen)? • is bijsturing nodig? Zo ja, wie doet daarbij wat?

26

• te zorgen voor een goede balans in de samenstelling van het Directeurenoverleg (DO) voor wat betreft vertegenwoordiging vanuit de drie kernthema’s en het bijbehorende strategische niveau. Deze vertegenwoordiging is de afgelopen tijd niet altijd in balans geweest. We laten het DO daardoor meer sturend en voorbereidend zijn op de agenda van de stuurgroep. • het Regiobureau meer in positie te brengen bij het strategisch voeden van de agenda, bijvoorbeeld door ontwikkelingen/trends die heel de regio aangaan op te (laten) halen en in te brengen in het DO. Het Regiobureau ziet meer dan een enkele deelnemer alleen en heeft vanuit die hoedanigheid ook een belangrijke monitoringsrol. Zo benutten we de helicopter view die het Regiobureau – over provinciegrenzen heen – heeft. • de invulling van het voorzitterschap. Voor de strategische sturing is een belangrijke rol weggelegd voor de voorzitter van de stuurgroep. De voorzitter is het boegbeeld van de RGA en treedt als zodanig op in het intern als en externe netwerk. De voorzitter bereidt de agenda van de stuurgroep voor met de trekkers van de POHO’s, op basis van de input van het DO. Ook stemt de voorzitter periodiek af met het Regiobureau op de voortgang van de realisatie van de agenda en bevordert zo de onderlinge samenwerking. Dit vergt beschikbaarheid, tijd, inzet en (tussentijds) commitment.

Meer als ‘laaghangend fruit’ zorgen we er voor dat vergaderingen voortaan door de hele regio plaatsvinden. We wisselen per vergadering af tussen de vergaderlocaties. Dit geldt voor zowel de stuurgroep, het Directeurenoverleg als de ambtelijke werkgroepen. Zo krijgen we elke vergadering een kijkje in de keuken van een andere deelnemer en begeven we ons als partners door ons hele daily urban system. We spreken in deze Toekomstagenda bewust uit dat onze samenwerking staat met hoe we met elkaar omgaan. We zijn nieuwsgierig, leergierig en zoeken elkaar ‘thuis’ op.

TOEKOMSTAGENDA RGA 2026-2030

4.4. BETROKKENHEID GEMEENTERADEN EN PROVINCIALE STATEN De primaire verantwoordelijkheid voor het betrekken van de gemeenteraden en Provinciale Staten ligt bij de afzonderlijke colleges. Het is dan wel belangrijk dat bestuurders goed ‘gevoed’ worden. De RGA kan daarin een ondersteunende rol vervullen. Dit kan door fysieke momenten te organiseren voor gemeenteraden en Provinciale Staten, waar successen worden gedeeld en gevierd, en door het overbrengen van een eenduidige, aansprekende boodschap.

Uit eerdere inspanningen is gebleken dat het lastig is om centrale bijeenkomsten te organiseren voor alle raads- en Statenleden gezamenlijk. Daarom gaat, al dan niet op verzoek, periodiek een afvaardiging vanuit de RGA fysiek langs bij afzonderlijke gemeenteraden en Provinciale Staten. Ook kijken we hoe we de informatie die we verstrekken, beter kunnen laten beter aansluiten op het werk van raads- en statenleden. We zetten in op het vergroten van de uitlegbaarheid van de jaarstukken.

RGA CONGRES 2024

RGA TIJDENS LET’S GRO 2024

27

28

TOEKOMSTAGENDA RGA 2026-2030

5

Financieel kader 2026-2030

Het Financieel Kader (FK) geeft in hoofdlijnen weer op welke manier de beschikbare middelen zullen worden ingezet. De linkerkant van de tabel laat zien wat er in totaal begroot is. De rechterkant laat zien hoe deze posten worden betaald. Financieel Kader

Jaarlijkse

2026-2030 bijdrage Lasten (afgerond in

Begroot

miljoen euro’s)

Baten (afgerond in miljoen euro’s)

Programma Economie

1,38

Saldo Regiofonds*

Programma Mobiliteit

0,65

Westerkwartier

1,21

0,24

Programma Wonen

0,45

Het Hogeland

0,46

0,09

NOVEX

0,75

Midden-Groningen

1,01

0,20

Cofinancieringsfonds

10,20

Groningen

5,35

1,07

Monitor en strategie

0,55

Noordenveld

0,71

0,14

Apparaatskosten

7,24

Tynaarlo

0,76

0,15

Generieke kosten

0,78

Assen

1,52

0,30

(communicatie, administratie

Groningen (prov.)

8,03

1,61

& advies, bijeenkomsten)

Drenthe (prov.)

2,98

0,60

Totaal lasten

Totaal baten

22,00

4,40

22,00

* Bij de start van de nieuwe periode Toekomstagenda 2026-2030 zal er nog sprake zijn van vrijval of doorlopende financiële verplichtingen uit de periode 2020-2025. Bij het opstellen van de begroting 2026, behandeling in SG 14 maart 2025, zal er een indicatie worden gegeven van de hoogte van deze bedragen (verplicht & vrijval).

29

BEGROTING TOEKOMSTAGENDA 2026-2030 De bedragen uit het Financieel Kader zijn begroot voor:

ECONOMIE De taken voor 2026-2030 zijn ambitieus; we zetten in op het versterken van het vestigingsklimaat en werken samen aan het toekomstbestendig maken van onze bedrijventerreinen in de regio. We gaan aan de slag met het oprichten van een herontwikkelingsmaatschappij, ontwikkelen een regionaal vestigingskader en blijven continu inzetten op het versterken van de samenwerking in de regio.

WONEN We zorgen voor de afstemming over de woningbouwaantallen, inclusief de woonmilieus en de kwalitatieve opgave. We monitoren, analyseren en adviseren over ontwikkelingen in de woningmarkt. Daarbij kijken we niet alleen naar hoeveel woningen we bouwen per gemeente, maar houden we ook in ogenschouw welke woningen we bouwen per gemeente. Bevolkingsprognoses en periodieke Woningbehoefteonderzoeken leveren hiervoor de belangrijkste input. Op regionaal niveau stellen we de doelen en resultaten vast en monitoren we de voortgang. We nemen tussentijdse mijlpalen op, die we gebruiken om elkaar scherp te houden en om waar nodig te kunnen bijsturen. Wij ondersteunen de deelnemers bij het aanvragen van (Rijks)subsidies en zetten wij in op het versterken van de samenwerking.

MOBILITEIT We blijven werken aan de voltooiing van het doorfietsroutenetwerk en onze hubs. We zetten daarom in op multimodale bereikbaarheid, waarbij de ketenreis centraal staat. Regionale overstappunten (Hubs / P+R’s) zijn hierin een belangrijke schakel. Onze traditie van gezamenlijk analyseren, onderzoeken en definiëren van de opgaven zetten wij met onze deelnemers voort. Naast het optimaliseren van het mobiliteitsnetwerk zetten wij ook in op het beter benutten ervan door werkgeversaanpakken, stimuleringscampagnes en integratie van nieuwe mobiliteitsoplossingen zoals deelmobiliteit.

30

TOEKOMSTAGENDA RGA 2026-2030

NOVEX Binnen het programma NOVEX hebben wij als regio de afspraken met het Rijk (Interprovinciale Woondeal Regio Groningen-Assen 2023) om 36.000 woningen toe te voegen tot 2040, bekrachtigd. Vanuit de RGA werken we samen met onze deelnemers en het Rijk aan een Uitvoeringsagenda (UA). Hiermee wordt de basis gelegd voor gezamenlijk afgestemde uitvoeringsafspraken en investeringsbesluiten. We vertalen de UA in concrete maatregelen en noodzakelijke financiering. We werken dit uit in een Regionale Investeringsagenda (RIA). De kosten voor dit onderdeel zitten voornamelijk in inhuur van kennis, uitwerking van de UA en RIA en in het ondersteunen van gemeenten om de opgaven in beeld te brengen.

maken en beter te communiceren richting gemeenteraden en Provinciale Staten. Hierdoor kan de RGA haar positie als waardevolle partner voor de regio blijven versterken. Aanvullend valt hier enerzijds onder de juridische borging van de samenwerking in een Convenant met mandaatverlening alsook de kosten voor de evaluatie & actualisatie in 2030 en anderzijds het vergroten van de strategische sturing door de stuurgroep RGA.

Generieke kosten Dit betreft allerlei werkzaamheden waaronder het organiseren van bijeenkomsten en congressen, het maken en uitgeven van informatiemateriaal en de jaarlijkse accountancycontroles.

Verantwoording Cofinancieringsfonds We houden aandacht voor de balans tussen onze deelnemers. In het cofinancieringsfonds zijn middelen gereserveerd voor (in omvang) kleinere projecten van al onze deelnemers die in hun vezels bijdragen aan onze kernthema’s: wonen, economie en mobiliteit. Alle deelnemers kunnen hier een beroep op doen. Het gaat specifiek om kleine projecten van deelnemers die een zetje in de goede richting kunnen gebruiken. De Stuurgroep RGA neemt een besluit over de aangedragen projecten.

Verantwoording van de bestedingen vindt plaats middels de reguliere cyclus van begroting en verantwoording. Met de ingang van de nieuwe Toekomstagenda gaan we werken met inhoudelijke uitvoeringsprogramma’s waarin inzichtelijk wordt gemaakt welke activiteiten voor het komende jaar worden ondernomen. De financiële vertaling hiervan volgt via de hiervoor genoemde begrotingscyclus. Elk jaar stelt de stuurgroep de begroting en de jaarstukken vast en hebben de gemeenteraden en Provinciale Staten de mogelijkheid om hierop zienswijzen in te dienen.

Apparaatskosten Deze post omvat de apparaatskosten bestaande uit formatiekosten, huisvestingkosten, kantoorkosten, ICT en scholing & opleiding). De apparaatskosten hebben betrekking op alle kosten die met het functioneren van het Regiobureau samenhangen.

Monitor en strategie De uitdaging ligt in het versterken van de zichtbaarheid van resultaten, zowel voor de regio als voor de individuele deelnemers. Een verbeterde Regiomonitor kan hierin een belangrijke rol spelen door doelrealisatie concreter te

31

regiogroningenassen.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16973250/2