RB 330 1 Bijlage 1 Ruimtelijk economisch perspectief A7-N33
Tekst van het document
Ruimtelijkeconomisch perspectief A7/N33-regio
2
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
september 2021
3
Ruimtelijkeconomisch perspectief A7/N33-regio
Voorwoord 04 Inleiding 08
1.
Kenmerken en kwaliteiten
12
2.
Economische opgaven en actielijnen
24
3.
Ruimtelijke uitdagingen en principes
36
4.
Perspectief voor de regio
58
Colofon 86
4
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Voorwoord
Als gemeenten Midden-Groningen, Veendam en Oldambt hebben wij samen met de provincie Groningen de handen ineengeslagen om tot één gezamenlijk en regionaal ruimtelijk en economisch perspectief te komen voor de A7/N33regio. We zien veel kansen om de economische ontwikkeling en werkgelegenheid in deze regio te stimuleren, onder andere vanwege de goede verbindingen en de kracht van de aanwezige bedrijvigheid. De regio is goed vertegenwoordigd in de logistieke sector en heeft een strategische positie t.o.v. de stad Groningen, de havens (Eemshaven, Delfzijl) en Noord-Duitsland. Maar de A7/N33 wordt vooral gekenmerkt door de historische verwevenheid tussen de ontginningsgeschiedenis, de landbouw en de
Voorwoord
(maak)industrie. Hier wordt nog uitgevonden, geproduceerd, gebouwd en te water gelaten. Tegelijkertijd heeft de regio een rijke cultuurhistorie met mooie lintdorpen en kenmerkend voor het landschap zijn de prachtige vergezichten. De regio heeft troeven in handen als De Dollard (als onderdeel van UNESCO werelderfgoed De Waddenzee), De Graanrepubliek en de Oldambtster erven, Borgerswold, het Zuidlaardermeer, het Schildmeer en 't Roegwold. Kwaliteiten waar we zuinig op willen zijn. Daarom bekijken we het gebied in samenhang met opgaven op het terrein van energie, klimaat, leefbaarheid, landbouw, natuur, duurzaamheid, recreatie en toerisme. Het gaat om het vinden van een balans tussen ontwikkeling en behoud.
5
6
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
En tussen bestaand en nieuw. In het perspectief is in beeld gebracht wat de kracht is van de regio en waar de potentie zit. Want we willen versterken wat we hebben en de bestaande kwaliteiten optimaal benutten. Zo wordt gekeken naar mogelijkheden voor herstructurering, transformatie en verduurzaming van bedrijfsterreinen. Daarnaast willen we zorgvuldig kiezen voor impulsen van buitenaf. Wij kijken nadrukkelijk naar wat het beste aansluit bij de omgeving en de arbeidsmarkt en hoe opgaven het beste landschappelijk kunnen worden ingepast. Het opstellen van dit perspectief doen wij met inbreng van professionele (ervarings-) deskundigen en betrokken bedrijven, (maatschappelijke) organisaties en inwoners. Dat past bij de integrale en gebiedsgerichte manier van samenwerken die wij voor ogen hebben en hoe wij onze inwoners bij de plannen willen betrekken. Om de economie in de gehele provincie te stimuleren en om de keuzes voor de toekomst te maken. Want mensen wonen, werken en recreëren graag in het gebied, maar er komen veel uitdagingen op de regio af en de druk op de ruimte neemt toe. Om die keuzes te kunnen maken stellen we graag iedereen in de gelegenheid om met ons mee te denken. Daarom hebben wij met verschillende inwoners, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties gesproken over de huidige en toekomstige kracht van de A7/N33 regio en de opgaven die er spelen.
Wat we hieruit hebben opgepikt is dat mensen de balans tussen enerzijds economische
Voorwoord
ontwikkeling en anderzijds de versterking van de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteiten in de regio erg belangrijk vinden. Dit is vertaald naar een eerste versie van dit perspectief dat nu met iedereen wordt gedeeld. Vervolgens nemen wij alle inbreng van belanghebbenden tot ons en gaat dit mee in de politieke besluitvorming, zodat het perspectief als bouwsteen kan dienen voor de gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies. Het perspectief, dat uiteindelijk dus wordt vertaald in de omgevingsvisies, dient daarbij als een soort raamwerk om iedereen ook in de toekomst met veel plezier in onze regio te kunnen laten wonen, werken en recreëren.
José van Schie Wethouder gemeente Midden-Groningen
Henk Jan Schmaal Wethouder gemeente Veendam
Erich Wünker Wethouder gemeente Oldambt
Mirjam Wulfse Gedeputeerde provincie Groningen
7
8
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Inleiding
Eind 2020 hebben de Provincie Groningen en de gemeenten Midden-Groningen, Veendam en Oldambt besloten gezamenlijk een perspectief op te stellen voor de ruimtelijke en de economische ontwikkeling in de regio aan weerszijden van de A7 en de N33. Een aantal tendensen langs deze transportassen (vestiging van nieuwe bedrijven, ontwikkelingen op gebied van hernieuwbare energie, open ruimte die onder druk komt te staan) vragen om gezamenlijke afstemming. Het perspectief biedt een venster op de ruimtelijkeconomische ontwikkeling van de regio met 2040 als tijdshorizon. Een marktanalyse van de economische kansen van de regio ligt aan de basis van het perspectief en de ruimtelijke kwaliteiten (inclusief de mogelijkheden om die te versterken) vormen een belangrijk vertrekpunt.
Inleiding
I.1 De A7/N33-regio: grondgebied van de gemeenten Midden-Groningen, Veendam en Oldambt met het knooppunt in het hart*
Het doel van het ruimtelijk-economische perspectief is om de economische kansen voor het gebied op zo’n manier ruimtelijk te vertalen dat de karakteristiek en de landschappelijke kwaliteiten van het gebied worden behouden en waar mogelijk worden versterkt. * De bronnen van de in dit rapport gebruikte beelden zijn opgenomen in het colofon
9
10
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Het perspectief is tot stand gekomen op basis van onderzoek van Buck Consultants International (BCI) en H+N+S Landschapsarchitecten i.s.m. Stichting Libau en is begeleid door een ambtelijke projectgroep van provincie en gemeenten. Tijdens een drietal online werkbijeenkomsten met o.a. vertegenwoordigers van bedrijven, dorpsraden, waterschappen en belangenorganisaties als de LTO en de Natuuren Milieufederatie Groningen zijn de (tussen) resultaten becommentarieerd en verrijkt met de inzichten van betrokkenen. Parallel aan het opstellen van dit perspectief zijn er een aantal processen die relatie hebben met de ruimtelijk-economische toekomst van de A7/N33-regio. Om er enkele te noemen: de verstedelijkingsstrategie Regio GroningenAssen, de ruimtelijk-economische visie voor het westelijk deel van de A7-zone en de Verkenning Ontwikkelzones Grootschalige Bedrijven Groningen. Voor zover van belang voor het Ruimtelijk-economische perspectief A7/N33regio zijn de conclusies en/of eerste uitkomsten van deze studies en onderzoeken afgestemd en meegenomen. Verder maakt de gemeente Midden-Groningen deel uit van het NOVIgebied Groningen (inclusief de bijbehorende uitwerkingen) met een bijzondere taakstelling op gebied van wonen en economie.
Inleiding
In deze rapportage worden achtereenvolgens de kenmerken en kwaliteiten (hoofdstuk 1), de economische opgaven en actielijnen (hoofdstuk 2) en de ruimtelijke opgaven en principes (hoofdstuk 3) beschreven. Tot slot wordt het economische en het ruimtelijke verhaal geïntegreerd tot een samenhangend perspectief voor de regio in een drietal strategieën (hoofdstuk 4).
I.2 Snelweg – landschap – lint; een terugkerend motief
11
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
12
1. Kenmerken en kwaliteiten
Vooraf De A7/N33-regio is op het eerste gezicht niet eenvoudig te duiden, anders dan dat deze langs twee grote wegen ligt die het gebied letterlijk doorkruisen. Bij het tekenen van een kaart van de regio ligt ook de vraag voor: waar begint en eindigt de regio? Loopt deze door tot de stad Groningen en tot en met Delfzijl? Doet Bad Nieuweschans op dezelfde wijze mee als Winschoten? Hebben het lange lint van Slochteren en de ontginningslinten van de Veenkoloniën nog relatie met de A7 en de N33? Een tweede blik op de regio biedt mogelijke handvatten. Hoewel de regio wellicht niet eenduidig als gebied is te kenschetsen zijn er wel degelijk kenmerken waarmee de regio is te duidendie helpen grip te krijgen op het gebied
1. Karakteristiek en opbouw
en op de opgaven. Ook zijn er onmiskenbare kwaliteiten die vanuit verschillende invalshoeken steeds naar voren komen en die, hoe divers de regio ook is, voor een zekere consistentie zorgen en houvast bieden. Zo ontstaat op het tweede gezicht herkenbaarheid en een fundament om dit ruimtelijk-economische perspectief op te bouwen. De belangrijkste karaktertrekken komen hierna langs.
1.1 Het grote open landschap van oost-Groningen: veen, klei en (veel) water van rivieren, diepen en meren. Uitsnede van 'Caerte van de Groeninger Eylanden ende Watte' (ca. 1660), Nicolaus Visscher
13
14
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Kenmerkend voor de A7/N33regio
corridor plaatsvinden. Denk aan de uitbreidingen van bedrijventerreinen, aan grote zonneparken die worden
Drie kenmerken die het waard zijn kort
ontwikkeld, aan het nieuwe windpark
te beschrijven zijn: ten eerste de relatie
en aan de stikstoffabriek. Het zijn vaak
tussen de corridor en de regio, ten
grote ontwikkelingen die veel aandacht
tweede de verschillende schaalniveaus
vragen en een inpassingsvraagstuk
(de lokale, regionale en bovenregionale
opleveren. Tegelijkertijd zijn er ook
schaal), die in de regio aan de orde zijn
tragere processen, gevormd door alles
en ten derde de dynamiek in de regio,
wat zich in de luwte achter de corridor
die niet overal gelijk is maar in de
afspeelt, die niet altijd zo’n eenduidige
verschillende onderdelen onderling wel
ruimtelijke weerslag hebben maar net
sterke gelijkenissen vertoont.
zo belangrijk zijn: de landbouwtransitie, de klimaatopgave, de leefbaarheid in
Het eerste kenmerk is dat een regio
de dorpen en de ijle bebouwingslinten,
aan een (inter)nationale corridor als
enz. Dit is het trage landschap, waar
de A7/N33-regio vanuit verschillende
processen spelen die veel effect zullen
snelheden te begrijpen is. Er is
hebben op de toekomst van de regio.
enerzijds de letterlijke hoge snelheid
Een perspectief op de A7/N33-regio
van de snelwegen die het gebied
moet dan ook recht doen aan deze twee
doorkruisen, die symbool staat voor
snelheden, oog hebben voor de opgaven
veel van de snelle ontwikkelingen
die er spelen en de snelheden op elkaar
en veranderingen die in deze
afstemmen.
1.2 Zonneveld ten noorden van de A7 bij Hoogezand als voorbeeld van een ‘snelle’ dynamiek
1. Karakteristiek en opbouw
1.3 Leegstaande Oldambtster boerderij als voorbeeld van de ‘langzame’ en tijdloze ontwikkeling
Het tweede kenmerk is dat er
Het derde kenmerk is dat van
verschillende schaalniveaus van belang
de dynamiek, oftewel waar
zijn. Allereerst het lokale niveau,
ontwikkelingsdruk zich manifesteert
dat van het dorp of de stad, van het
en er vraag is naar nieuwe
lokale centrum en de plaatsgebonden
bedrijventerreinen, nieuwe woonwijken
bedrijvigheid. Dan het regionale niveau,
en nieuwe natuur of recreatie. Wat in
waar dit perspectief zich specifiek op
een gebied als de A7/N33-regio speelt is
richt en dat gaat over de verbanden
dat de ontwikkelingen op één plek soms
tussen de afzonderlijke delen van de
ten koste gaan van de ontwikkelingen
regio en de ligging aan de A7/N33,
op een andere plek. Denk aan de
spoor en kanaal. Het gaat ook over
centrumontwikkeling in de grotere
de bedrijvigheid die een rol speelt
kernen in relatie tot het kleinbedrijf
op de regionale schaal; de maak- en
in de kleine dorpen en linten, nieuwe
procesindustrie, de logistiek, enz.
bedrijventerreinen in relatie tot
En ten derde is er de bovenregionale
verouderde terreinen elders, of druk
schaal, die gaat over de positie van
op de woningmarkt in de nabijheid van
het plangebied ten opzichte van de
de stad Groningen, ten opzichte van
stad Groningen, van de industrie- en
dreigende leegstand en verpaupering
havenclusters Delfzijl en Eemshaven en
elders. In dit perspectief wordt telkens
zelfs daarbuiten in relatie tot Noord-
gezocht naar de balans, om niet met de
Duitsland. Elke schaal levert andere
ene ontwikkeling de ander teniet te doen
opgaven op maar onderling zijn ze
maar om juist verbanden te zoeken en
verbonden – het een kan niet zonder
integraal te kijken naar de ruimtelijk-
het ander.
economische mogelijkheden in de regio.
15
16
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Kwaliteiten van de A7/N33-regio Dit perspectief gaat uit van de bestaande situatie en kijkt van daaruit naar de mogelijke ontwikkelingsrichtingen voor economie en ruimte. Wat heeft de regio te bieden, waar ontbreekt het aan? Uit de analyse blijkt dat er veel is om trots op te zijn en om op door te bouwen.
Een open landschap van formaat als kwaliteit Het landschap van de A7/N33-regio is vooral een landschap van de grote open maat. Dat is voor de inwoners de normaalste zaak, maar wie de A7 richting het westen rijdt ervaart dat de schaal hier indrukwekkend is. Deze schaal en openheid komen vaak onder druk te staan, zeker in de corridor door ontwikkelingen aan de randen van kernen (waardoor deze soms tegen elkaar lijken te groeien tot een doorgaande bandstad) en door grootschalige ontwikkeling zoals zonne- en windparken en grootschalige bedrijvigheid. Waar de A7 en N33 vrij in het open landschap liggen, gedragen ze zich als zeer aantrekkelijke parkways. Dit betekent ook dat snelwegen, spoor en kanalen meer zijn dan een gebundelde ontwikkelcorridor, ze vormen het visitekaartje voor de regio. Dit imago van de regio draagt ook bij aan haar economische spankracht. Daarom is het niet alleen vanuit ruimtelijk perspectief van belang om spaarzaam om te gaan met ruimte en om vooral de open maat intact te houden. Die vormen een steeds zeldzamer goed.
1.4 Openheid, ruimte en horizon een grote landschappelijke kwaliteit van het gebied
1. Karakteristiek en opbouw
17
1.5 Oude schoolwandkaart van Groningen met (strokarton) industrie midden in het landbouwgebied van OostGroningen
Historische verwevenheid van landbouw en industrie De landbouwrevolutie die zich in Groningen heeft voltrokken is nog steeds duidelijk afleesbaar in het landschap: in de grote boerderijen van Oldambt, de strakke verkaveling van de Veenkoloniën, in de kanalen én in de aanwezigheid van de aan de landbouw gelieerde bedrijvigheid: denk aan de Avebé en de uit de strokartonindustrie ontstane bedrijven als Eska en Essity. Het zijn voorbeelden van deze lange lijn in de geschiedenis, die in het licht van de landbouwtransitie een vervolg kan krijgen. Zo kan de landbouw nieuwe betekenis krijgen als leverancier van grondstoffen voor de productie van biobased bouwmaterialen, biobrandstoffen, enz. En zo kan de maak- en procesindustrie tegelijkertijd een perspectief
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
18
bieden voor de agrarische sector in de regio. Het toont ook aan dat de grenzen tussen stad en land niet altijd hard hoeven te zijn, maar dat er mogelijkheden zijn om deze, ook via economische verbanden weer aan elkaar te verknopen.
De maak- en procesindustrie als fundament De aanwezigheid van de (maak- en proces)industrie in de corridor en de bijhorende werkgelegenheid vormen een belangrijke kracht van de regio – en een belangrijke troef naar de toekomst toe. Hier wordt nog uitgevonden, geproduceerd, gebouwd en te water gelaten. Op veel plaatsen in Nederland is die industriekant dicht bij de kernen verdwenen. De keerzijde van deze nabijheid van de industrie is op ook goed zichtbaar – soms liggen industriegebied en woonwijk ‘koud’ tegen elkaar aan, zonder vorm van tussenruimte of overgang. Dit
1.6 Huidige banen in de industrie op de kaart; de (maak)industrie is goed vertegenwoordigd in de regio
1. Karakteristiek en opbouw
19
historisch gegroeide gegeven is vooral aan de westkant van de regio duidelijk zichtbaar. Om de (maak)industrie ook in de toekomst ontwikkelmogelijkheden te bieden is het zaak deze spanning op te lossen, zonder de industrie te verbannen naar de randen van de gemeenten. Het is immers ook een deel van de identiteit en van de cultuur van de regio. Nieuwe en groeiende bedrijven – zoals EAZWind, dat kleine windturbines bouwt – trekken vanuit de omgeving naar terreinen voor de (maak)industrie in de corridor en kunnen zo in de regio blijven en doorgroeien. Daarom geldt voor deze tak van de economie: behouden, vernieuwen, en gebruiken als basis voor nieuwe vormen van maak- en procesindustrie die passen bij de regio.
Een breed palet aan woon-werkmilieus De A7/N33-regio heeft een grote hoeveelheid (potentieel) aantrekkelijke woonvormen in de aanbieding, al dan niet gecombineerd met werken aan huis. Wie door de regio rijdt kan niet anders dan concluderen dat er veel gebeurt in de linten en dorpen – er wordt veel opgeknapt, herbouwd en bijgebouwd. Er is ook zeker nog veel werk aan de winkel en even zo vaak is er sprake van sleetsheid of zelfs leegstand, maar de dorpen en linten zijn bezig met een opwaartse curve. Ook bij uitzoomen naar een hoger schaalniveau gebeurt er veel. Blauwestad ontwikkelt zich langzaam maar zeker
1.7 Kwaliteit (hier van een erfensemble in Oldambt) als belangrijke voorwaarde voor een gewild en vitaal leefmilieu
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
20
1.8 Drie voorbeelden van de verschillende woonkwaliteiten, die de regio te bieden heeft
tot een uniek woongebied (zeker met de nieuwe aantrekkelijke en doeltreffende fietsverbinding naar Winschoten), maar het wonen aan water komt ook ten zuiden van Hoogezand en ten westen van Veendam voor. Dat laatste geval laat bovendien zien dat een duidelijke zonering wonderen doet: Veendam heeft een duidelijke woonkant aan het landschap en een werkkant richting de N33, met het centrum als schakelpunt. De centra van de drie grote kernen in de regio kampen soms zichtbaar met het op peil houden van de kwaliteit en voorzieningen. Hier biedt de transformatie van binnenstedelijke (of daaraan grenzende) verouderde bedrijventerreinen naar woon-werkgebieden mogelijk kansen voor een kwaliteitsslag. Dit voegt een nieuw soort woonmilieu toe dat de regio nog niet echt kent (vaak ook aan het water!). Daarnaast zijn het herbestemmen van grote boerderijen tot woonwerklocaties en centraal wonen nabij stationslocaties twee aantrekkelijke richtingen, die de moeite waard zijn verder uit te zoeken.
Multimodaal verbonden Bij een deel van de afslagen van de A7 (en ook de N33) is de overgang vanaf de snelweg wel heel abrupt; direct na de afslag draait men een aan twee kanten bewoonde weg in. Het zegt iets over hoe de snelwegen bij aanleg het bestaande cultuurlandschap van stad en dorp hebben doorgesneden. Tegelijkertijd is de snelweg daardoor soms meer een regioweg dan een (inter)nationale verbindingsweg – ook gezien de vrij hoge afslagen-dichtheid, die voor de regio voor een goede verbondenheid zorgt.
1. Karakteristiek en opbouw
Op bovenregionaal schaalniveau is die goede verbondenheid ook belangrijk, zeker ook richting het grote industrie- en havencomplex bij Delfzijl en de Eemshaven via de N33. En internationaal gezien zorgt de A7 voor de verbinding tussen de Groningse en NoordDuitse economische complexen. Met een reeks treinstations op korte afstand van elkaar is de regio ook met het openbaar vervoer in potentie goed verbonden (vooral de oost-westverbinding); op deze manier is ook de spoortoegankelijkheid voor bedrijven gewaarborgd. En liggen in de corridor het Winschoterdiep en het A.G. Wildervanckkanaal, waarmee er ook over water sprake is van een
1.9 Het spoor: belangrijke drager in logistieke ketens en goede verbinding tussen Stad en regio
1.10 Het Winschoterdiep en de kanalen: dragende verbindingen in de A7/N33 corridor
21
22
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
goede verbinding tussen de bedrijventerreinen en het achterland. Die driedubbele verbondenheid is een grote kans. Voor de weg is die erkend, maar als het gaat over de A7/N33-regio, dan moeten eigenlijk de spoorverbindingen Groningen-Winschoten/Groningen-Veendam en de kanalen zeker worden meegenomen. Voor de duurzame economische ontwikkeling van de regio kunnen naast de weg ook het spoor en het water (opnieuw) van grote waarde zijn.
Een groot natuur-, water en recreatielandschap De regio verschiet langzaam van kleur – met meer tinten groen en blauw. Bijvoorbeeld in de vorm van de aantrekkelijke natuurcorridor ten westen van Hoogezand, die het Zuidlaardermeer verbindt met het Schildmeer, of langs het – ooit functioneel aangelegde – vaarnetwerk van kanalen en wijken, waar jachthavens en woonwijkjes langs gerealiseerd worden en waar met het aanbrengen van een paar ontbrekende schakels een groot aaneengesloten vaarnetwerk zou kunnen ontslaan. Of door het toenemende aantal toeristen dat op de regio af komt, die in het cultuurhistorische erfgoed en de grote open ruimten met de groen omlijste erven als oases aan de horizon een aantrekkelijk recreatielandschap kunnen beleven. In potentie ligt het er al, maar de netwerken voor langzaam (en sportief!) verkeer zijn een aandachtspunt – inclusief goede verbindingen over en onder de A7 en N33. Een landschap dat verschiet van kleur kan bijdragen aan
1.11 Op gebied van natuur en (water)recreatie (brug over de A7 bij Blauwestad) zijn er in de A7/N33-regio nog volop kansen!
1. Karakteristiek en opbouw
de transitie van het gebied, met nieuwe kansen en verdienmodellen voor de landbouw in het vooruitzicht.
1.12 Door de aanwezige productie en de infrastructuur van hernieuwbare energie fungeert de A7/N33 regio als een belangrijk knooppunt in het nationale netwerk
Scharnierpunt in de nationale energie infrastructuur Het is onmiskenbaar, de bijzondere positie die de regio (en de provincie meer in het algemeen) inneemt in het energiesysteem van Nederland. Het gebied is een zwaartepunt in de gasinfrastructuur (tel alleen het aantal NAM-terreinen eens!) en het wordt doorkruist door de hoogspanningslijnen vanuit Eemshaven en Delfzijl die het land van stroom voorzien. En er zijn in de regio forse stappen gemaakt in de productie van hernieuwbare energie. Dat lijkt een goede uitgangspositie voor de nieuwe economie, met mogelijkheden voor ontwikkelingen in relatie tot waterstof (waar een deel van de gaswinninginfrastructuur voor kan worden hergebruikt) en voor een voortrekkersrol in de energietransitie (incl. aanlanding van wind op zee). De verdere ontwikkeling van de energieproductie en de aansluitingen op de energie-infrastructuur zullen worden uitgewerkt in de Regionale Energie Strategie. Maar de regio kan wel al voortbouwen op de positie die ze inneemt en voorsorteren op haar positie in de nieuwe economie door bedrijven aan te trekken, die vooroplopen in de toepassing van hernieuwbare energie in hun producten. De maak- en procesindustrie in de regio biedt daar goede uitgangspunten voor.
23
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
24
2. Economische opgaven en actielijnen Vooraf Als bouwsteen voor het integrale ruimtelijkeconomische perspectief zijn in de marktanalyse acht economische actielijnen geformuleerd. De actielijnen zijn tot stand gekomen door inzichten uit (data)analyses, beleidsambities van gemeenten en provincie, gesprekken met bedrijven, meerdere workshops met belanghebbenden en expertise van Buck Consultants International (BCI).
2. Economische opgaven en actielijnen
Schaal
Klein
25
Middel
Groot
Aard Combineren wonen en 1 werken in kernen/linten
Groeikracht van binnenuit
2
5
Impulsen van buitenaf
4
7
Transitie en intensivering industriële energiehubs
Kringlooplandbouw als duurzame toekomst
6
3
Herontwikkeling delen van bedrijventerreinen
De toepassing van duurzame energie in productieprocessen
Additionele impuls creëren woningbouw
8
Nieuwe grootschalige bedrijfsvestigingen
Toerisme en leisure als economische drager
2.1 De acht economische actielijnen naar schaalgrootte en aard geordend (zie de Marktanalyse A7/N33 regio van BCI. Er wordt hier een andere nummering toegepast dan in het rapport van BCI).
De aard van de actielijnen varieert en deze zijn gericht op het verzilveren van kansen (waar wenselijk) en het tegengaan van bedreigingen (waar mogelijk). Ze sluiten ook goed aan bij de twee leidende principes uit de marktanalyse: - optimaal benutten van bestaande kwaliteiten en de autonome groeikracht (‘versterken wat je al hebt’) en - zorgvuldig en onderbouwd kiezen voor nieuwe impulsen van buitenaf (‘niet alles zomaar overal’)
26
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
1. Combineren wonen en werken in kernen en linten
een bedrijventerrein zijn gebonden. Deze bedrijven kunnen in kernen en linten van waarde zijn voor de
Een substantieel deel van de
leefbaarheid en economische dynamiek.
werkgelegenheid (ongeveer twee-
In het perspectief is aandacht voor
derde) in de regio is niet gevestigd op
deze economische functie in relatie tot
bedrijventerreinen, en zit verspreid
diversiteit en kwaliteit van woon- en
in de centrumgebieden, woonkernen,
werklandschappen belangrijk. Een
linten en in het buitengebied. Op deze
goede afweging blijft wel nodig voor
plekken waar wonen en werken naast
de bedrijven met omgevingshinder
elkaar bestaan zijn mogelijkheden
(geluid, geur, stof en verkeer). Voor
voor vestiging van uiteenlopende
deze bedrijven heeft vestiging op
kleinschalige economische activiteiten.
bedrijventerreinen de voorkeur.
Dat kan gaan om startende bedrijven en middelgrote bedrijven met lichte activiteiten, die niet per definitie aan
2.2 Wonen en werken (voorzieningen en diensten) naast elkaar in de cultuuras Slochteren. Elke kleur staat voor een ander soort bedrijvigheid
2. Economische opgaven en actielijnen
2. Kringlooplandbouw als duurzame toekomst
programma’s, zoals 'Fascinating' of het 'CAN-DO-IT' project. Ook sociaaleconomische thema’s spelen
De landbouwsector is en blijft een
hierin een belangrijke rol, omdat veel
belangrijke economische pijler voor de
werkgelegenheid direct of indirect
A7/N33-regio en is historisch gezien ook
gelieerd is aan de landbouwsector.
sterk verweven met andere sectoren, zoals de (voedings)industrie. Op dit moment werken veel stakeholders in de regio aan nieuwe perspectieven voor de Groningse landbouw, door slim gebruik te maken van natuurlijke processen en zuiniger om te gaan met grondstoffen. In de toekomst is de beoogde circulaire landbouw zowel een leverancier van voedsel als een leverancier van grondstoffen voor onder meer de industrie en de bouwsector. De verwaarding (het economisch aantrekkelijk maken) van reststromen uit de akkerbouw en voedingsindustrie speelt daar een belangrijke rol in. De A7/N33-regio beschikt over een waardevol open landschap met een
2.3 De kleigronden in de regio zijn drager van akkerbouwbedrijven
landbouwsector die fungeert als een sterke economische drager. In Noord-Nederland lopen er diverse programma’s in relatie tot kringlooplandbouw. In de komende jaren zullen steeds meer principes vertaald worden naar regionale toekomstbeelden en concrete handelingsperspectieven. Voor de A7/N33-regio is het van belang om goed aangehaakt te zijn op deze
2.4 In de veenkoloniën en in het kleigebied vormt ook de melkveehouderij een belangrijke landbouwsector
27
28
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
2.5 Het waterlint, een veelvoorkomend en gewild woonmilieu in de regio, zoals in Wildervank
3. Additionele impuls creëren woningbouw
ontwikkelopgave voor Hoogezand. In de gemeenten Veendam en Oldambt ligt de nadruk meer op de kwalitatieve opgave
Het creëren van een mogelijke extra
voor de woningmarkt. Het inzetten
woningbouwimpuls vertaalt zich
op een aantrekkelijke omgeving voor
naar economische dynamiek voor de
wonen met verschillende woon(-werk)
regio en kan ook bijdragen aan het
milieus kan goed aansluiten bij het
realiseren van sociaal-maatschappelijke
realiseren van economische ambities
doelstellingen. De behoefte aan
en versterking van de regionale
betaalbare en duurzame woningen
arbeidsmarkt.
in Nederland is op dit moment groot en ook de A7/N33-regio kan een bijdrage leveren aan het terugdringen van de woningnood. In de regio Groningen-Assen wordt binnen de Verstedelijkingsstrategie gewerkt aan een Woondeal om de woningtekorten aan te pakken, met ook een
2. Economische opgaven en actielijnen
4. Toerisme en leisure als economische drager
woon- en recreatiemilieus (o.a. Wildervank en Meeden). Ook zijn er initiatieven voor leisure, bijvoorbeeld
De toeristische sector wordt door
met Veendammer Poort aan de N33.
de gemeenten beschouwd als een
In de gemeente Oldambt wordt
groeiende bedrijfstak. In de drie
vooral ingezet op speerpunten voor
gemeenten worden inspanningen
de binnenstad van Winschoten,
geleverd om het aantal toeristen te laten
Blauwestad en Bad Nieuweschans en
groeien en de sector te versterken. De
worden de pijlen ook op de Duitse
kwaliteit van de dorpen, het landschap
markt gericht. De gemeenten hebben
en de natuur bieden goede kansen
een goed zicht op het functioneren
voor toerisme en leisure. Recreatieve
van de toeristisch-recreatieve sector,
voorzieningen en evenementen zorgen
maar geven aan dat er sprake is van een
niet alleen voor banen, maar zorgen
onbenut ontwikkelpotentieel. De opgave
ook voor een positieve beleving door
is om de krachtige eigenschappen
inwoners van de regio en bieden ook
van de regio optimaal te blijven
vrijetijdsmogelijkheden.
verzilveren in goede samenhang met
In de gemeenten Veendam en Midden-
de landschappelijke kwaliteiten die in
Groningen wordt sterk ingezet op
het ruimtelijk-economische perspectief
de unieke kwaliteiten van de ‘oude’
duidelijk terug moeten komen.
Veenkoloniën en kansen voor groene
2.6 De meren, diepen, kanalen, vaarten en wijken vormen een kansrijk waterrecreatiemilieu in de regio. Het Zuidlaardermeer vanuit het Zuidoosten
29
30
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
5. Herontwikkeling delen van bedrijventerreinen
en verduurzamen. Het werken aan de toekomstbestendigheid van de terreinen draagt bij aan de versterking
Het belang van goede en
van het concurrentievermogen van de
toekomstbestendige vestigingslocaties
regio, de gemeenten en uiteindelijk de
voor bedrijven is groot. Bedrijven willen
individuele bedrijven. De vraag naar
adequaat inspelen op veranderingen
bedrijventerreinen hoeft niet altijd op
in markten, wensen van personeel en
nieuwe locaties te worden opgevangen.
een goede uitstraling naar klanten.
Door kwalitatieve verbetering van
Bedrijven investeren bij voorkeur in
bestaande bedrijventerreinen ontstaan
uitbreidingen en optimalisaties op de
ook mogelijkheden om het effectieve
huidige locatie en willen dat combineren
terreinaanbod voor bedrijven te
met andere onderdelen van de
vergroten.
bedrijfsvoering, zoals energietransitie
Er is geconstateerd dat een deel
en duurzame inrichting.
van de bedrijventerreinen in de A7/
Herontwikkeling van bedrijventerreinen
N33-regio kenmerken vertoont
staat al jaren hoog op de agenda van de
van veroudering. De mate van deze
A7/N33-gemeenten. Gemeenten willen
veroudering, en daarmee de urgentie
de bestaande bedrijventerreinen zo veel
voor herontwikkeling, verschilt per
mogelijk optimaliseren, intensiveren
terrein. Op basis van gesprekken
2.7 Ook al hebben ze vaak een karakteristieke uitstraling, een aantal bedrijventerreinen in de regio (of delen ervan) zijn verouderd of anderszins toe aan een nieuwe impuls
2. Economische opgaven en actielijnen
2.8 Kaartbeeld met in geel de bedrijventerreinen die ‘boven aan het lijstje’ staan voor herontwikkeling (op basis van een inventarisatie bij de gemeenten). Deze terreinen, op basis van het Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem (IBIS) zijn (deels) verouderd en aan vernieuwing toe
met gemeenten zijn prioritaire
als er ook voldoende elementen van
bedrijventerreinen aangemerkt
energietransitie en duurzame(re)
met de grootste urgentie voor
inrichting in de plannen zitten.
herontwikkeling of transformatie. Bij
Ook kunnen gemeenten individuele
het (her)ontwikkelen zal nagedacht
bedrijven die willen investeren op de
moeten worden over de juiste
huidige locatie faciliteren, bijvoorbeeld
interventiestrategieën en rol van
door versnelde vergunningverlening of
de gemeente. Een aanpak is vooral
aanpassing van het bestemmingsplan
kansrijk als deze is gericht op deelzones
om investeringen in groei en
van bedrijventerreinen met grote
verduurzaming mogelijk te maken. In
betrokkenheid vanuit gevestigde
het integrale ruimtelijk-economische
bedrijven en ontwikkelende partijen,
perspectief zou het zeker moeten
die zich organiseren als trekker van
gaan over het optimaal benutten
de herontwikkeling. Gemeenten en
van de kwaliteit op de bestaande
provincie kunnen mee investeren (bijv.
bedrijventerreinen, waar op dit moment
met onderhoudsgelden of leningen)
circa 17.000 banen zijn gevestigd.
31
32
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
6. De toepassing van duurzame energie in productieprocessen
vooroplopen in nieuwe toepassingen in duurzame energie. De bedrijventerreinen kunnen een
De energiesector is belangrijk voor de
belangrijke rol spelen in het opwekken
Groningse economie. De provincie ziet
van groene energie op het grote
veel kansen voor nieuwe duurzame
dakoppervlak van het bedrijfsvastgoed.
economische activiteiten, (groene)
Zeker bij herstructurering en uitbreiding
banen en kennis, en wil koploper zijn
kunnen de bedrijfsdaken geschikt
als het gaat om energietransitie. In
worden gemaakt voor zonnepanelen.
de Regionale Energiestrategie (RES)
Daarvoor moeten er nog wel stappen
van Groningen is afgesproken welke
worden gezet m.b.t. de beschikbare
bijdrage geleverd wordt aan duurzame
netcapaciteit, de draagkracht van de
energieopwekking via zon en wind
dakconstructie en richting verzekeraars.
op land. Er is veel belangstelling
Ook fungeren bedrijventerreinen in
vanuit de markt voor het realiseren
de toekomst als schakels in nieuwe
van zonneparken (ook binnen de A7/
energienetwerken waar opslag
N33-regio). De gemeenten maken
en distributie van hernieuwbare
in het kader van de RES Groningen
energie zal gaan plaatsvinden. De
gezamenlijke afspraken over de
bedrijventerreinen zijn onlosmakelijk
ruimtelijke aspecten van nieuwe
verbonden met energietransitie.
locaties voor grondgebonden
Energietransitie en economische
opweklocaties zoals zonneparken.
vernieuwing gaan hand in hand.
De energiesector zal ook in de toekomst een belangrijke sector blijven in de regionale economie. De werkgelegenheid uit zonneenergieprojecten is echter vooral tijdelijk van aard (realisatiefase). In de exploitatiefase is er zeer beperkte structurele werkgelegenheid in onderhoud, monitoring en beveiliging. De provincie en ook de A7/N33-regio kunnen zich in de komende tien jaar gaan profileren als de nieuwe kraamkamer van bedrijven die
2.9 De regio als nieuwe kraamkamer van bedrijven die voorlopen in de energietransitie, zoals EAZwind in Hoogezand
2. Economische opgaven en actielijnen
2.10 Een overzicht van de grote daken in Winschoten (groot genoeg om mee te tellen voor de RES); vooral de bedrijfsdaken aan de oostzijde van de stad (Reiderland, Rensel, Hoogebrug) vallen op. Niet alle daken zijn constructief geschikt voor zon, maar de potentie is het onderzoeken waard.
7. Transitie en intensivering industriële energiehubs
met infrastructuur (weg, water, spoor, elektriciteit en gas). Er liggen economische kansen voor
De energietransitie en overgang naar
duurzamer vervoer van grondstoffen,
een volledig circulaire economie vraagt
goederen en reststromen die nu
om meer lokale productie, korte ketens
nog onvoldoende worden benut. De
en het sluiten van kringlopen. Zeker de
aanwezige verbindingen over water
industriële bedrijven staan voor grote
(en spoor) kunnen een sleutelrol
opgaven m.b.t. energie, technologie,
gaan spelen in het robuuste netwerk
milieu en klimaat. De transities zijn
waarop de nieuwe economie gaat
niet alleen economische opgaven,
draaien. Ook de elektrificatie van
het zijn ook ruimtelijke opgaven. De
de bestaande industrie is een
bedrijventerreinen met veel industriële
enorme opgave met grote impact
bedrijvigheid hebben daarom de
op het elektriciteitsnetwerk –
potentie om een belangrijke functie te
waarvoor uitbreidingen van het
vervullen, omdat ze goed verbonden zijn
elektriciteitsnetwerk vaak nodig zullen
33
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
34
zijn. De industriële bedrijven in de A7/
innovaties van bedrijven
N33-regio staan voor een uitdaging om
- Ruimte voor experiment en
de productie- en verwerkingsprocessen
ontwikkeling duurzame (productie)
duurzaam in te richten en uitwisseling
technieken
te organiseren tussen verschillende
Binnen de A7/N33-regio zijn vier
ketens. Argumenten voor het
industriële hubs geïdentificeerd
versterken van industriële energiehubs:
(omgeving Foxhol; Sappemeer
- Infrastructuur is al aanwezig (weg,
Oost; Veendam omgeving A.G.
water en/of spoor) - Goede aansluitingen (KV) op
Wildervanckkanaal; Winschoten omgeving Reiderland, Rensel en
energienet (ook voor teruglevering)
Hoogebrug). Om tot een versnelling in
- Duurzaam vervoer en transport beter
de transities te komen en de hubs te
mogelijk - Onderlinge uitwisseling van warmte en reststromen - Meer samenwerking tussen bedrijven (ladingen, opslag, arbeid)
intensiveren zullen bedrijven en andere stakeholders (incl. de netbeheerders) met elkaar in contact moeten komen om tot een gezamenlijk ruimtelijkeconomisch toekomstbeeld te komen.
- (Milieu)ruimte voor groei en
Legenda Bedrijventerrein (IBIS) Bedrijven in de industrie (>25 werknemers) Snelweg & afslag Vaarwater & havenkade Spoor & station Hoogspanningsnet & transformatorstation
2.11 Voorbeeld van een cluster bedrijventerreinen (rond Foxhol) met veel industrie; de verduurzaming (in combinatie met herstructurering) van de productieprocessen en het terrein biedt grote kansen, ook voor het oplossen van het warmtevraagstuk in aangrenzende wijken
2. Economische opgaven en actielijnen
8. Nieuwe grootschalige bedrijfsvestigingen De A7/N33-regio staat in de belangstelling van grote spelers van buitenaf, vanwege specifieke kwaliteiten die grootschalige bedrijven aanspreken (ruimte, duurzame energie, authenticiteit, arbeidsaanbod). Het ontbreekt echter aan een heldere regionale visie over het accommoderen van dit type ruimtevraag. De initiatieven die binnenkomen kunnen
2.12 De regio kent een traditie van vestiging van grootschalige bedrijven van oudsher in de sectoren scheepsbouw en emballage, tegenwoordig ook in de logistiek
niet adequaat (snel) en integraal beoordeeld en afgewogen worden op wenselijkheid. Er is een marktanalyse uitgevoerd naar grootschalige doelgroepen; op basis daarvan zijn uit een overzicht van tien bovenregionale doelgroepen de vijf meest kansrijke geselecteerd. Dat zijn grootschalige bedrijven in de segmenten: Agro & Food, Modulaire bouwmaterialen, Hyperscale datacenters, e-commerce en automotive & batterijen-fabricage.
Conclusie: marktpotentie en match vestigingsvoorwaarden Fase 1 Beoordeling marktpotentie
Fase 2 Match huidige vestigingsvoorwaarden
Agro & food Modulaire bouwmaterialen Hyperscale datacenters E-commerce Batterijenfabriek / automotive Biobased
2.13 Overzicht van grootschalige bedrijven die in de Marktanalyse van XXL-logistiek BCI kansrijk worden geacht voor vestiging in de A7/N33-regio Afgevallen na
Hightech (assemblage) Chemie
beoordeling fase 1
35
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
36
3. Ruimtelijke uitdagingen en principes Vooraf Dit hoofdstuk geeft een beeld van wat er moet gebeuren om de economische kansen zó in de regio te laten ‘landen’, dat de waarden en kwaliteiten, die de regio karakteriseren, overeind blijven en de ruimtelijke kwaliteiten zo mogelijk nog worden versterkt. Daarbij gaat het zeker niet alleen om het kiezen van nieuwe locaties voor bedrijven. Zoals is gesignaleerd zit de economische vitaliteit van de regio niet alleen op bedrijventerreinen, maar juist ook op de erven, in de linten en in de centrumlocaties van de dorpen en steden. En het faciliteren en stimuleren van deze vormen van verspreide bedrijvigheid, waardoor levendigheid en groeikracht wordt gecreëerd, is een belangrijk uitgangspunt voor beleid.
3. Ruimtelijke uitdagingen en principes
Zo is ook de kwaliteit van de leefomgeving meer en meer een economische factor aan het worden. Zeker voor de bedrijven in de kennis- en diensteneconomie geldt dat recreatiemogelijkheden, aantrekkelijke woonmilieus en nabijheid van landschap en natuur een vestigingsfactor zijn geworden. Een viertal koppels van ruimtelijke uitdagingen en principes zijn van belang voor de toekomst van de A7/N33-regio. In dit hoofdstuk komen telkens eerst de uitdaging en daarna het principe aan bod.
3.1 Het op peil houden van de kwaliteit van woning en woonomgeving als basisconditie voor de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van de regio als plek om te wonen en te werken
37
38
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Uitdaging 1: De kwaliteit van het landschap en het vestigingsklimaat voor bewoners en bedrijven versterken elkaar De regio kent een aantal opgaven met
niet verstikken. En de landbouw, die
het oog op de toekomst. Het centrale
zelf een belangrijke transitie doormaakt
deel behoort (door bodemdaling
in de richting van kringlooplandbouw,
vanwege veenoxidatie en gaswinning)
moet als dragende functie achter de
tot de laagste delen van de provincie.
openheid van het gebied ruimte houden
Klimaatverandering (met perioden
en ontwikkelingsmogelijkheden krijgen.
van intense buien enerzijds en grote droogte anderzijds) plaatst een dergelijk
Naast toekomstopgaven zijn er
gebied voor een grote wateropgave:
kansen die kunnen worden benut. Zo
peilverhoging (om de oxidatie van
komen in de regio drie landschappen
het veen tegen te gaan) en vergroting
(Veenkoloniën, Centrale Woldgebied en
van het bergend vermogen kunnen
Duurswold samen met het ‘schiereiland’
daarbij een oplossing bieden. Ook
Winschoten en de Dollardpolders
is de ‘doorwaadbaarheid’ van de
in het noordoosten) bij elkaar. Dat
transportcorridors een belangrijk
levert een rijk palet aan patronen,
gegeven: de economische functies langs
landschapsbeleving en nederzettingen
de A7 en de N33 moeten de relaties
op.
tussen de kernen en het buitengebied
3. Ruimtelijke uitdagingen en principes
3.2 Viermaal een landschappelijk relict, van boven naar onder: het oude gedempte Winschoterdiep bij Martenshoek zorgt voor een abrupte overgang; de buitenplaats Langwijk ligt verstopt tussen kanaal en lint; de Oude Ae ten noorden van Veendam ligt aan de achterkant van de linten; en het Meedenerdiep is 'doorgeknipt' bij Scheemda ten gunste van het Winschoterdiep.
39
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
40
Ruimtelijk principe 1: Groenblauwe structuur als onderlegger voor economische ontwikkeling In het licht van genoemde opgaven
van het Zuidlaarder- tot het
kan het kiezen van de groenblauwe
Schildmeer. Elders is het zaak om
structuur van de regio als uitgangspunt
de natuurgebieden en -gebiedjes
bij de verdere ontwikkeling uitkomst
aaneen te smeden tot eigenstandige
bieden. Dat betekent:
complexen van formaat.
- Water als ordenend principe
- De variatie in de Groningse
hanteren. Dat betekent het
landschappen, die in de A7/N33-
landgebruik afstemmen op het
regio bij elkaar komen, versterken.
watersysteem. Nieuwe ruimtelijke
Veenkoloniën, de Wolden en het
ontwikkelingen (bedrijvigheid,
zeekleigebied hebben elk hun eigen
duurzame energie) worden
karakteristieke waterstructuur,
als aanjager ingezet voor het
nederzettingsvormen en opbouw
klimaatadaptief maken van het
van erven. Het gaat erom die
watersysteem. Daarbij wordt
eigenheid te koesteren. De
de waterstructuur van de regio
randen en overgangen tussen de
zoveel mogelijk als één verbonden
verschillende landschappen kunnen
systeem vormgegeven om de
worden geaccentueerd door ze te
ecologische kwaliteiten en
voorzien van bosopstanden. Dit
de recreatiemogelijkheden te
zou in het kader van de provinciale
vergroten. Daarnaast is er in de
bosopgave nader kunnen worden
regio een aantal plekken met een
uitgewerkt. Behoud van variatie en
hoog overstromingsrisico (bv langs
het leggen van accenten komt ook
hooggelegen boezemkanalen); bij
de recreatieve aantrekkelijkheid ten
voorkeur die plekken onbebouwd
goede.
laten of als het niet anders kan op
- De lintdorpen als belangrijke dragers
die plekken overstromingsbestendig
van ruimtelijke kwaliteit in de regio
bouwen.
koesteren. De transparantie van de
- Natuurontwikkeling: aan
linten en de groene dwarsrelaties
de westzijde van de regio
zijn belangrijk voor de leefbaarheid.
vormt Groeningen een groot
Daartoe is het van groot belang een
aaneengesloten complex van
ruime zone langs linten te vrijwaren
natuur- en recreatiegebieden
van gebouwde ontwikkelingen,
3. Ruimtelijke uitdagingen en principes
zodat dergelijke ruimtelijke ‘buffers’ ook levensvatbaar blijven voor de
3.3 Op kaart de variatie in landschappen rond de A7/N33 en de aanwezige landschappelijke structuren en natuurcomplexen
landbouw. - De grote open ruimten zoveel mogelijk héél laten. Met name ten noorden van de A7 liggen aan weerszijden van de N33 tussen de linten van Slochteren aan de ene kant en de linten van Nieuw Scheemda en Nieuwolda aan de andere kant grote open agrarische landschappen (elk met een eigen karakter en mate van openheid); deze zorgen ervoor dat de A7/N33-regio en de Appingedam-Delfzijl regio los van elkaar blijven liggen en zijn van structurele betekenis op provinciaal
3.4 De linten liggen vrij, met doorzichten vanaf de weg het landschap in. Zoals het lint van Slochteren-Siddeburen
41
42
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
niveau. Vandaar dat bundeling en concentratie van economische ontwikkeling in en aan de bestaande economische complexen aan de zuidzijde van de A7 als ruimtelijk principe belangrijk is. - De landschappelijke relaties tussen gebieden aan weerszijden van de A7 en de N33 versterken. Dat betekent het behouden van een
4
aantal strategische open ruimten die de kernen verbinden met het open landschap aan de overzijde van de corridor. En tevens het ecologisch en recreatief netwerk haaks op de transportassen A7 en N33 verbeteren door de infra-barrières royaal oversteekbaar te maken.
1
3.5 Kaartbeeld met een aanzet voor de groenblauwe structuur als landschappelijke ruggengraat van de regio
3. Ruimtelijke uitdagingen en principes
43
3
2
Legenda 1
Veenkoloniën met linten
2
Schiereiland Winschoten
3
Open klei-landschap met linten en dijkzones
4
Cultuuras Slochteren Siddeburen met natuuras Versterking groenstructuren Versterking waterstructuur langs landschappelijke mazen Onder / overgangen A7/N33 Landschappelijke verbindingen Indicatie vrije open ruimte linten Open ruimte Veenoxidatie gebied Dijken Landgoederen en borgen Water Bos en groenstructuren Natuur Bebouwing
44
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Uitdaging 2: De leefbaarheid en de aantrekkingskracht van het lokale vestigingsmilieu voor bewoners en bedrijven worden groter en de economie is ingebed in de kwaliteiten en kenmerken van de regio De verschillende leefmilieus in de
regio. Dat vormde een belangrijk
regio hebben stuk voor stuk hun
uitgangspunt bij het formuleren van de
aantrekkelijke kanten. Het is zaak
economische principes uit het vorige
de kwaliteit ervan op peil te houden.
hoofdstuk. En omgekeerd geldt ook:
Hier en daar slaat de veroudering toe.
de woonmilieus in de regio moeten
Erven komen leeg te staan, delen
hun aantrekkingskracht behouden
van woonwijken verouderen. De
en nieuwe woonmilieus moeten de
tendens van een vertrekkende jonge
kwaliteiten hebben om de werknemers
beroepsbevolking is maar moeilijk te
van de groeiende en zich vestigende
keren, waardoor vergrijzing aan de
bedrijven een passende woning en
orde is. Voorzieningen verdwijnen
woonomgeving te bieden.
naar verder afgelegene locaties. Uiteindelijk is een goede (ruimtelijke
Het ‘doorspekt’ zijn van de woonmilieus
en sociale) kwaliteit van de woon- en
met vestigingen van bedrijven kan
werkmilieus één van de belangrijkste
helpen om de vitaliteit ervan op peil te
basisvoorwaarden voor leefbaarheid, die
houden. In de linten zorgen vestigingen
in stand moet worden gehouden. Het
van het midden- en kleinbedrijf voor
verduurzamen van de woningvoorraad
afwisseling en reuring overdag. In
in het aardbevingsgebied is een kans
de centrummilieus van dorp en stad
om de kwaliteit van het gebied als
houden bedrijven naast winkels en
leefomgeving een impuls te geven.
andere voorzieningen de loop van en naar de centrale locaties erin.
In de scope van dit ruimtelijk-
Maar de combinatie van wonen en
economische perspectief is het van
industrie moet worden vermeden. De
belang om middels economische
stationslocaties in de regio kunnen
ontwikkeling de vitaliteit van de
middelpunten van stedelijke activiteit
samenleving een impuls te geven.
en bedrijvigheid worden. In deze
Dat kan onder meer door die
gevallen zijn de verschillende vormen
werkgelegenheid te bieden, die
van bedrijvigheid in de samenleving
aansluit op de arbeidsmarkt van de
ingebed en is er sprake van uitwisseling
3. Ruimtelijke uitdagingen en principes
en wederkerigheid. Op de lokale schaal is de hoge mate van spreiding van vestigingen van diverse bedrijven in gemengde woon-werkmilieus kenmerkend. Dit is een belangrijk ruimtelijk-economisch principe dat waar mogelijk gefaciliteerd en gestimuleerd moet worden. 3.6 Het op peil houden van het basis voorzieningenniveau in de kernen is van groot belang voor de leefbaarheid. Spoorstraat, Zuidbroek.
3.7 Stations kunnen brandpunten van stedelijke activiteit en bedrijvigheid vormen en zijn schakelpunten tussen kern en regio
Ruimtelijk principe 2: Omgevingskwaliteit en diversiteit van erf, lint, dorp en stad behouden en vergroten Dat betekent:
bedrijven krijgen er een surplus aan
- Leefbaarheid in dorpen en steden en
omgevingskwaliteit voor terug.
de kwaliteit van de woonmilieus een
- Stationslocaties en de (voormalige)
impuls geven met verduurzaming
havengebieden in de centra van
en versterking (voor de woonmilieus
stad en dorp worden middelpunten
in het aardbevingsgebied) van de
van gemengde stedelijke activiteit:
woonvoorraad als aanjagers.
wonen, winkels en andere
- De aantrekkelijkheid van de linten als veelzijdige woon- en werkmilieus
voorzieningen, bedrijven. - Vooral in Hoogezand, waar
garanderen en vergroten. Niet
bedrijventerreinen en woonwijken
alle voorzieningen zijn er meer
soms direct in elkaars invloedssfeer
aanwezig maar de bewoners en
liggen, ligt een opgave om de
45
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
46
knelpunten op te lossen d.m.v. herstructurering, transformatie en/of verplaatsing van de bedrijventerreinen. - Nieuwe woongebieden zowel de grotere (als onderdeel van de verstedelijkingsstrategie Regio Groningen-Assen) als de kleinere in- en uitbreidingen, krijgen een duidelijke kwaliteitsdrager mee: wonen in het lint, woonwijken aan water, woonmilieus aan groene dragers. - Vanwege de krapte op de woningmarkt elders lijkt de regio plotseling aantrekkelijk te worden voor vestiging van inwoners van buitenaf. Ook deze groei, die langzaam op gang aan het komen is, inzetten voor kwaliteitsverbetering van de woonmilieus. - Nieuwe concepten voor openbaar vervoer en langzaam verkeer (fiets) ontwikkelen om de linten en ook de bedrijvenlocaties bereikbaar te houden. De trein in combinatie met een daarop afgestemd systeem van korte buslijnen vormen een te onderzoeken uitgangspunt voor zo’n nieuw OV-concept. - Vrijkomende agrarische bebouwing kan aantrekkelijk zijn als vorm van (gedeeld) wonen of voor de vestiging van bedrijven (op de grotere erven).
3.8 Kaartbeeld met de constellatie van woon- en werkmilieus op de erven en in de linten, dorpen en steden als het ankerpunt voor de verdere ontwikkeling van de bebouwing in de regio
3. Ruimtelijke uitdagingen en principes
47
Legenda Wonen aan water/bosranden Linten Kernen Bedrijventerreinen Centrum kernen Binnenstedelijk groen Groene bosranden Water Kanaal Ruimtelijke aandachtsgebieden Stations Agrarische erven Winkels/supermarkten Cultuurassen Onder-/overgangen Lokale en regionale wegen
48
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Uitdaging 3: Het juiste bedrijf komt in de A7/N33regio op de juiste plek en de aanwezige ruimte voor bedrijven wordt optimaal benut Naast de overal verspreide kleine
bedienen in hun ruimtevraag, maar
bedrijven op de lokale schaal lijkt voor
anderzijds moet er voor worden
de bedrijven die te groot zijn voor
gewaakt dat er een overmaat aan nieuw
vestiging in de gemengde milieus van de
bedrijventerrein wordt gecreëerd, zodat
linten, dorpen en steden, of die te veel
leegstand en suboptimale invulling
overlast veroorzaken, een bundelings-
op bestaande terreinen worden
en concentratiebeleid aan de orde. Het
veroorzaakt.
is van belang het vestigingsbeleid voor
Het palet van bedrijventerreinen
bedrijventerreinen zó in te richten
in de regio is omvangrijk, rijk en
dat een bedrijf op een plek komt,
breed; de ruimtelijke condities van de
waar het qua korrelgrootte, milieu-
huidige voorraad bedrijventerreinen
categorie, bereikbaarheidseisen,
(850 ha!) zijn qua grootte, ligging,
energievoorziening en uitstraling
ontsluiting gedifferentieerd. Voor
goed past. Ook is van belang om
veel verschillende typen bedrijven
enerzijds voldoende ruimte op nieuwe
zijn de vestigingscondities in de regio
bedrijventerreinen beschikbaar te
aanwezig.
hebben om bedrijven te kunnen
3. Ruimtelijke uitdagingen en principes
3.9 Bedrijven die uit hun jas zijn gegroeid komen terecht aan de rand van het dorp (Siddeburen). Het is van belang dat bedrijven door kunnen groeien in de regio
49
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
50
Ruimtelijk principe 3: De werklocaties in de A7/ N33-regio vormen een rijkgeschakeerd palet van bedrijventerreinen elk met een specifieke omvang, set kwaliteiten en vestigingsmogelijkheden Dat betekent:
in samenwerking tussen gemeente
- Voortbouwen op de rijkdom en
(faciliterende/stimulerende rol) en
variatie aan bedrijvenlocaties en de
bedrijven (trekkende rol). Daarbij
vestigingscondities verder benutten;
kan de verduurzamingsopgave van de
naar schaal (bedrijventerreinen
bedrijven en de bedrijventerreinen
voor M-, L- en XL-bedrijven),
als impuls worden gebruikt.
naar modaliteit (aan weg, water,
- Bij herstructurering van
spoor, nabij stad en dorp), naar
bedrijventerreinen en bij nieuwe
milieucategorie en naar energievraag.
vestigingen van bedrijven de dak-
- Multimodaal ontsloten locaties
capaciteit voor zon ten volle benutten
reserveren voor bedrijven met een
(inclusief het bouwtechnisch
bijbehorend bereikbaarheidsprofiel.
mogelijk maken daarvan). Op die
Zo kunnen watergebonden bedrijven,
manier kan een flink deel van de 850
die vanwege de transformatie van
ha bestaand bedrijventerrein voor de
bedrijventerrein aan het water in de
productie van zonne-energie worden
stad Groningen worden uitgeplaatst,
ingezet. Op bedrijventerreinen
in de A7/N33-regio een plek krijgen.
waar de productieprocessen
- Heldere profilering van de
restwarmte opleveren (met name
bedrijventerreinen in de regio,
in de industrie-energiehubs!)
die aangeeft voor welke type,
onderzoeken of die kan worden
omvang en bereikbaarheidseisen
ingezet voor het oplossen van het
van bedrijven de bedrijfslocaties
warmtevraagstuk van de omliggende
geschikt zijn. Zo’n profilering vormt
wijken. Gezien de doorlooptijd en
een goed uitgangspunt voor een
kosten van netverzwaring voor de
regionaal bedrijventerreinenbeleid.
elektriciteitsvoorziening is contact
Op de kaart ‘profilering bestaande
met de netbeheerders in een vroeg
bedrijventerreinen’ is daar een eerste
stadium hierbij van groot belang.
voorzet voor gegeven. - Herstructurering van verouderde bedrijventerreinen op gang brengen
- Verkeershinder vanwege M- en Lbedrijfslocaties op lokale wegen in lint, stad en dorp beperken. Sommige
3. Ruimtelijke uitdagingen en principes
51
3.10 Herstructurering en herbestemming van (delen van) oude bedrijventerreinen biedt mogelijkheden voor bedrijven en voor de aanliggende stedelijke gebieden
1. weg/water 2. groot 3. regionaal 4. ja 5. 4 6. nee 1. water/spoor 2. groot 3. lokaal/regionaal 4. deels 5. 6 6. nee
1. water/spoor 2. mix 3. lokaal/regionaal 4. nee 5. 6. ja
Legenda 1. bereikbaarheid 2. kavels 3. oriëntatie 4. zichtlocatie 5. milieucategorie 6. nabij hoogspanningsnet
1. weg/water/spoor 2. mix 3. lokaal 4. nee 5. 3/4 6. nee
1. weg 2. middelgroot 3. regionaal 4. ja 5. 4 6. nee
1. spoor 2. mix 3. lokaal/regionaal 4. nee 5. 6. nee
1. weg/water/spoor 2. klein/middel 3. lokaal/regionaal 4. deels 5. 3/4 6. nee 1. weg/water/spoor 2. mix 3. lokaal/regionaal 4. deels 5. 4/6 6. ja
1. spoor/water 2. klein 3. lokaal 4. nee 5. 4/6 6. nee
1. water/spoor 2. mix 3. lokaal 4. nee 5. 3/4 6. ja
1. weg/water/spoor 2. mix 3. lokaal/regionaal 4. deels 5. 3/4 6. nee
1. weg/water 2. mix 3. regionaal 4. ja 5. 3/4 6. ja
3.11 Kaartbeeld profilering bestaande bedrijventerreinen op basis van de belangrijkste vestigingsfactoren
52
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
bedrijventerreinen veroorzaken door hun ligging t.o.v. lint, dorp of stad zwaar vrachtverkeer in de kern of door woonwijken; betere routing of een nieuwe aansluiting op het hoofdwegennet kan dan een oplossing zijn. - Regie voeren over de inpassing en inrichting van werklocaties. Bij herstructurering van bestaande Gr
bedrijventerreinen is er niet alleen
on
in g
en
gelegenheid om de bedrijven en het complex als geheel te verduurzamen; er liggen ook kansen om de omgevingskwaliteit (bijv. waterberging als landschappelijk element) te vergroten. En ook bij de inrichting van nieuwe werklocaties is er gelegenheid voor zorgvuldige inrichting en inpassing door bijv. in de beplanting en de wateroplossingen aansluiting met het omliggende landschap te zoeken.
3.12 Kaartbeeld met de bedrijventerreinen langs de diverse onderdelen van de multimodale corridor A7/N33 met een rijkgeschakeerd palet van vestigingscondities
3. Ruimtelijke uitdagingen en principes
53
De lf z i jl
Du
it s l
and
Legenda Industriebedrijf met >25 arbeidsplaatsen Overige bedrijven met >50 arbeidsplaatsen Bedrijventerreinen M Bedrijventerreinen L Bedrijventerreinen XL (Woon)bebouwing Industriehubs (indicatief) Windturbine Zonneparken bestaand en vergund Restwarmtebronnen (naar potentie) Stikstoffabriek NAM locatie Glastuinbouw Hoogspanningnetwerk Kanaal met havens Afslagen N33 / A7 Stations
54
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Uitdaging 4: De economie van de A7/N33-regio neemt een specifieke plek ten opzichte van de andere clusters voor grootschalige bedrijvigheid in de provincie en die positionering vraagt provinciale en regionale regie Op het schaalniveau van de provincie als
Ten aanzien van de grootschalige
geheel (en zelfs daarboven) is er sprake
vestigingen, die kavels vragen vanaf
van een viertal grote economische
3 ha, wordt in de marktanalyse
clusters, waar grootschalige bedrijven
geadviseerd dat voor de vestiging van
(die een bedrijfskavel vragen groter
dergelijke bedrijven gekozen moet
dan 5 ha) terecht kunnen: Eemshaven,
worden als uit nadere analyse blijkt
Delfzijl, Groningen-Zuid (ter Apel)
dat ze van meerwaarde zijn voor de
en de A7/N33-regio. Op basis van
economische structuur van de regio en
het (bereikbaarheids)profiel van
een inpasbaar water- en energiegebruik
deze locaties heeft de Verkenning
hebben. En ook dat ze aansluiten bij de
Ontwikkelzones Grootschalige Bedrijven
gestelde gemeentelijke en provinciale
Groningen (STEC, 2021) beschreven
ambities ten aanzien van structurele
dat de A7/N33-regio een aantrekkelijke
werkgelegenheid. Daarmee is het
vestigingsplaats is voor een breed
zaak dat de regio voorbereid is op de
scala aan grootschalige bedrijven
komst van dergelijke bedrijven en een
en dat de corridor een wezenlijke
filosofie heeft voor een aanpak van een
plus t.o.v. de andere zoekgebieden
dergelijke ruimtevraag.
biedt voor de segmenten logistiek en overige industrie. Deze conclusie is in overeenstemming met de Marktanalyse A7/N33-regio (BCI, 2021), die het scala aan grootschalige bedrijven dat het meest kansrijk is voor de regio aanscherpt met bedrijven in een vijftal sectoren (e-commerce en datacenters als invulling van het logistieke segment en agrofood, modulaire bouw en automotive/batterijen als nadere invulling van het industrie-segment).
3.13 Voor veel grotere bedrijven is een goede ligging aan de corridor en vrij van de kernen en linten een belangrijke vestigingsfactor, zoals in de zuidwesthoek van het knooppunt A7/N33
3. Ruimtelijke uitdagingen en principes
Ruimtelijk principe 4: op de grote schaal moeten landschappelijke kwaliteit, de verblijfskwaliteit en leefbaarheid in de kernen en de economische ontwikkeling in samenhang (en niet los van elkaar) worden ontwikkeld Bij een multimodale vervoerscorridor,
grootschalige ontwikkeling. Zo moet
op een in (inter)nationaal perspectief
grootschalige opwekking van zonne-
gezien aantrekkelijke plek als die van
energie de ontwikkeling van de
de A7/N33-regio hoort ook plek te
economie in de regio niet in de weg
zijn voor grootschalige economische
zitten. Goed per snelweg, spoor en/
ontwikkelingen. De regio beschikt
of water ontsloten locaties in de A7/