RB 262 1 Uitspraak
Tekst van het document
BIJLAGE Planregels Artikel 1.6 "Andere bouwwerken Elk bouwwerk, geen gebouw zijnde" Artikel 3.4.1 "Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.2 onder b. van de
Uitspraak 201709331/1/R3
37
Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: […] - het gebruik van gronden en bouwwerken voor biovergistingsactiviteiten." Artikel 4.1.1 "De voor 'Bedrijventerrein - industrie' aangewezen gronden zijn bestemd voor de hoofdfuncties: a. bedrijven; b. Kantoren als onderdeel van bedrijven en dienstverlening tot 30% van de Bedrijfsvloeroppervlakte met een maximum van 1500 m²; c. zelfstandige kantoren tot een gezamenlijke oppervlakte van 1000 m²; en voor de ondergeschikte functies: d. een bestaande zend-/ontvangstinstallatie ter plaatse van de aanduiding 'zend/ontvangstinstallatie' met bijbehorende bouwwerken en installaties; (doorgestreept) e. een gasdrukmeet- en regelstation ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - gasdrukmeet- en regelstation'; f. groenvoorzieningen; g. Nutsvoorzieningen; h. parkeervoorzieningen; i. verkeer- en verblijfsvoorzieningen; j. water; k. geluidscherm, geluidswal. [..] Artikel 4.2.4 luidt; "Ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ bedraagt de bouwhoogte van overige andere bouwwerken niet meer dan is aangegeven dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt. Overige Andere bouwwerken zijn toegelaten tot 10 meter hoogte. (doorgestreept) Artikel 4, lid 4.4.3 Geur en stof "Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.2 onder b.
van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend het vergroten van de bestaande geuremissie per bedrijf met dien verstande dat: a. de geuremissie per bedrijf dat wordt gevestigd op nog uit te geven bouwpercelen vanaf het moment van inwerkingtreding van dit plan niet meer mag bedragen dan 0,25 ouE/m3 als 98 percentiel van de uurgemiddelde concentraties op geurgevoelige objecten; b. onder bestaande geuremissie wordt begrepen de op het moment van vaststelling van dit bestemmingplan vergunde emissie, dan wel later met een omgevingsvergunning (milieu)
Uitspraak 201709331/1/R3
38
aangepaste (lagere) emissie. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.2 onder b. van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend het vergroten van de bestaande fijnstofemissie per bedrijf met dien verstande dat: a. de fijnstofemissie per bedrijf dat wordt gevestigd op nog uit te geven bouwpercelen vanaf het moment van inwerkingtreding van dit plan niet meer mag bedragen dan 380 kg/ha/j.; b. onder bestaande fijnstofemissie wordt begrepen de op het moment van vaststelling van dit bestemmingplan vergunde emissie, dan wel later met een omgevingsvergunning (milieu) aangepaste (lagere) emissie. Artikel 5.1 luidt: "De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor de hoofdfuncties: a. Wonen; (doorgesteept) b. bedrijven met de maximale milieucategorie 1 en 2 genoemd in Bijlage 4 Staat bedrijfsactiviteiten of daarmee vergelijkbaar; c. Dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling; d. Maatschappelijke voorzieningen en overige kantoren; en voor de ondergeschikte functies: e. groen, groenvoorziening; f. Nutsvoorziening en; g. speelvoorziening; h. verkeer, pad, parkeren, Erf en tuin; i. vijver, water; j. Bedrijf of beroep aan huis; k. geluidscherm, geluidswal. […] Artikel 5.2.1, aanhef en onder b, luidt: "Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: [..} b.
Geluidsgevoelige objecten zijn slechts toegestaan indien voor wat betreft wegverkeerslawaai en industrielawaai wordt voldaan aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting." Artikel 5.2.3 luidt: "Overige Andere bouwwerken zijn toegelaten tot 3 meter hoogte." Artikel 6.1 luidt:
Uitspraak 201709331/1/R3
39
"De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor de hoofdfuncties: a. groenvoorzieningen; b. park; c. plantsoen; d. speelvoorzieningen, sportvoorzieningen; en voor de ondergeschikte functies: e. Nutsvoorzieningen; f. vijver, water, waterberging; g. verkeer, paden, parkeren; h. kunstwerken; i. geluidscherm, geluidswal." Artikel 6.2.1 luidt: "Gebouwen zijn niet toegelaten, bestaande gebouwen uitgezonderd." Artikel 9.1 luidt: "De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor de hoofdfuncties: a. vijver; b. (vaar)water; c. waterberging; en voor de ondergeschikte functies: d. brug; e. gemaal, stuw, afsluitvoorziening; f. groen, groenvoorziening, park; g. Nutsvoorzieningen; h. speelvoorzieningen, sportvoorzieningen; i. kunstwerken; j. een bestaand botenhuis ter plaatse van de aanduiding 'schiphuis'; k. het werken aan of op schepen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf scheepsbouw'" Artikel 9.2.1 luidt: "Gebouwen zijn niet toegelaten, bestaande gebouwen uitgezonderd." Artikel 13.1 luidt: "De voor "Waarde-Molenbiotoop" aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar
Uitspraak 201709331/1/R3
40
voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. bescherming van de functie als werktuig van de in dit gebied voorkomende windmolens, onder andere gelet op de windvang; b. bescherming van de waarde van deze molen als landschapsbepalend element en behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische waarden van de molen." Artikel 13.2.1 luidt: "In afwijking van het bepaalde in de andere voorkomende bestemming(en) gelden voor het bouwen van bouwwerken de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone-molenbiotoop 1' zijn bouwwerken toegelaten tot een hoogte van 1,5 meter; b. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone-molenbiotoop 3' zijn bouwwerken toegelaten tot een hoogte van 7 meter; c. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone-molenbiotoop 4' zijn bouwwerken toegelaten tot een hoogte van 9 meter."
Uitspraak 201709331/1/R3
41