CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Regio Groningen-Assen

Evenement gemeenteraad (breed) 21 mei 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: RGA32.490 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

4 alinea's met “breed”: 135 208 838 890

Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Regio Groningen-Assen Compleet Coöperatief Complementair

december 2023

Inhoudsopgave

RGA 02

1 2

Inleiding

03

Regio Groningen-Assen: een logisch geheel

De ontwikkelprincipes NOVEX RGA

05

Kracht van de regio als basis

38

BIJLAGE

59

BIJLAGE I Verstedelijkingsstrategie

Regiobeeld 2040

BIJLAGE II NOVEX

Verstedelijking en dorpsontwikkeling als motor voor maatschappelijke

BIJLAGE III: Nationale programma’s en regio Groningen-Assen

opgaven Compleet, coöperatief & complementair

3

4 5

Uitwerking per gemeente

Thema’s Wonen in de RGA in 2040 Werken in de RGA in 2040 Mobiliteit in de RGA in 2040 Groen in de RGA in 2040 Energie in de RGA 2040 Integrale werkwijze in de RGA Wisselwerking tussen de thema’s

11

Inleiding

RGA 03

Aanleiding: NOVEX-gebied Groningen-Assen Groningen-Assen is in het kader van het programma NOVEX aangewezen als één van de 16 NOVEX-gebieden. Regio en Rijk werken hierin samen aan het vormgeven van gebiedsgerichte regie op een combinatie van ruimtelijke opgaven. Het opstellen van voorliggend ontwikkelperspectief is hierin formeel de eerste stap, voortgebouwd op de jarenlange samenwerking binnen de Regio Groningen-Assen en samenwerking met het Rijk als verstedelijkingsgebied. Het Ontwikkelperspectief en de door de provincies op te stellen Ruimtelijke Voorstellen in het kader van de NOVEX komen in min of meer dezelfde periode tot stand. Als er zich belangrijke beleidsontwikkelingen voordoen die voortvloeien uit de Ruimtelijke Voorstellen en de verdere uitwerking daarvan kan het Ontwikkelperspectief worden geactualiseerd. Nadere toelichting op de NOVEX aanpak en de rollen van rijk, provincies en RGA is toegelicht in bijlage II. Het ontwikkelperspectief vormt een bouwsteen voor de ruimtelijke voorstellen die provincies opstellen in het kader van het programma NOVEX en dient ook als input voor het komen tot een nieuwe nota ruimte. Hoofdopgaven en samenhangende opgaven met ruimtevraag Diverse ontwikkelingen en transities vragen de komende decennia om ruimte. We hebben echter niet altijd voldoende ruimte om alle opgaven uit te voeren.

Ruimte voor wonen en werken, mobiliteit, natuur, water en energie staan soms op gespannen voet met elkaar. Soms kunnen opgaven elkaar ook aanvullen en zelfs versterken. De belangrijkste ruimtelijke opgaven in het NOVEXgebied die in dit ontwikkelperspectief nader worden uitgewerkt zijn:

•

Ruimte voor wonen (hoofdopgave): realisatie van 21.000 woningen in de periode 2020 – 2030 en nog eens 15.000 woningen in de periode 2030 – 2040. Van deze woningen zijn er in de periode 2020-2022 al ca. 8.500 woningen gerealiseerd. Er bestaat een directe link met de in 2023 ondertekende woondeals.

•

Ruimte voor werken(hoofdopgave): accommoderen van 28.000 extra arbeidsplaatsen tot 2040. Prognoses laten een behoorlijke potentiële ruimtevraag voor (nieuwe) werkgelegenheid zien.

•

Ruimte voor mobiliteit: Locatiekeuze van woningbouw en de mobiliteitskenmerken van verschillende gebieden bepalen hoeveel er dagelijks gereisd wordt binnen de Regio en welke netwerken milieudruk daarbij hoort. De transitie naar duurzame mobiliteit vraagt bovendien ruimte. Het voorzieningenniveau in dunner bevolkte gebieden van de Regio is beperkt. De bewoners zijn mede afhankelijk van voorzieningen in stedelijke gebieden, die ook voor hen duurzaam bereikbaar moeten zijn.

•

Ruimte voor energie: De transitie van fossiele naar hernieuwbare energie is urgent, zowel voor de bebouwde omgeving, mobiliteitssysteem als nieuwbouwopgave. Verzwaring en uitbreiding van netten vraagt ruimte in en buiten bebouwde gebieden. Netbeheerders zijn aan het werk

met de uitbreiding van het elektriciteitsnet. De warmtevoorziening staat voor grote veranderingen. De slimste strategie zal per dorp en stad verschillen. Stedelijke gebieden vragen immers om andere oplossingen dan dunbevolkte gebieden. Provincies werken onder meer aan pMIEKs om investeringen in het energiesysteem in beeld te brengen en waar nodig te prioriteren. Antwoorden zullen variëren van collectief warmtenet tot all-electric oplossingen. Daarnaast zal opwek en opslag van energie bepalend zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen. •

Ruimte voor ‘groen’: Met de verstedelijkingsopgave groeit ook de druk op de natuurlijke systemen in de regio. De landschappelijke en de ecologische kwaliteiten moeten meegroeien en de regio moet klimaatadaptief worden. Om het landschap voor iedereen bereikbaar te houden, zijn goede verbindingen belangrijk. Ook binnen de woonomgeving is vergroenen een belangrijke opgave. Daarnaast spelen in het kader van de provinciale programma’s landelijk gebied grote opgaven in het landelijke gebied die om ruimte vragen. Opstellen van de PPLG’s maakt geen onderdeel uit van het NOVEXgebied. Een voortvarende aanpak hiervan is wel van belang voor realisatie van de ruimtelijke opgaven.

In dit ontwikkelperspectief bekijken we de opgaven zo veel mogelijk in samenhang.

Regio Groningen-Assen: een logisch geheel

RGA 04

Een logisch geheel De Regio Groningen-Assen (RGA) is een belangrijk sociaal en economisch kerngebied van Noord-Nederland. De regio biedt ruimte aan 260.000 arbeidsplaatsen en 550.000 inwoners. De in- en uitstroom van mensen is groot. In de regio concentreren zich - naast bedrijven - voorzieningen voor zorg, onderwijs, sport, cultuur en leisure. In de RGA zijn de A28, de A7 en de spoorverbindingen belangrijke ordenende mobiliteitsstructuren. De grote ruimtelijke ontwikkelingen bevinden zich op of in de nabijheid van deze verbindingsassen. Het gebied heeft veel verschillende gezichten, van hoogstedelijk tot landelijk en werklocaties met verschillende profielen. Binnen de Regio bevindt zich een prachtig landelijk gebied. In het zuiden de Hondsrug, die doorloopt tot op de Grote Markt van Groningen. In het noorden het kleilandschap en in het oosten de veengebieden. Het landschap met coulissen en houtwallen in het westen. Verschillende waterlopen stromen van zu id naar noord. Met 20 meter hoogteverschil tussen begin- en eindpunt. De RGA is een logisch en samenhangend werk- woon- en leefgebied waarin mensen gemakkelijk gemeente- en provinciegrenzen doorkruisen. Het ligt voor de hand om die samenhang terug te vinden in de bestuurlijke samenwerking als RGA, die inmiddels al meer dan 25 jaar bestaat.

De samenwerking bestaat uit de gemeenten Assen, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen, Noordenveld, Tynaarlo en Westerkwartier en de provincies Groningen en Drenthe. De samenwerking maakt de Regio sterk. Door krachten te bundelen, kunnen we bestuurlijke slagkracht inzetten en hebben we meer ‘massa’ als het gaat om landelijke thema’s. De samenwerking verhoogt ook de kwaliteit van beleid en bestuur op het gebied van wonen, werken en bereikbaarheid. Het faciliteert daarmee direct en/of indirect inwoners en bedrijven in de Regio.

De RGA is van grote betekenis voor Noord-Nederland. In de Regio bevinden zich veel hoogwaardige voorzieningen, waar inwoners op zijn aangewezen. De schaalvergroting en concentratie van voorzieningen versterkt de relatie tussen RGA en de rest van Noord-Nederland. Bereikbaarheid van de voorzieningen is voor heel Noord-Nederland belangrijk. Niet alleen de fysieke bereikbaarheid is hierbij van belang, zo dragen we ook bij aan sociale verbindingen. Daarnaast moet er een balans zijn met de groei van de RGA en de gebieden rondom de RGA. Zo is bijvoorbeeld het RGA-gebied sterk afhankelijk van de energie die buiten de RGA wordt opgewekt.

Totstandkoming ontwikkelperspectief en vervolg De samenwerking van regio en Rijk in wat we nu NOVEXgebied Groningen-Assen noemen gaat al een aantal jaren terug. Voor dit ontwikkelperspectief is voortgebouwd op de Verstedelijkingsstrategie die in juli 2021 in het BO Leefomgeving is besproken. Uitgangspunten uit de verstedelijkingsstrategie en daaraan voorafgaand opgestelde woondeal Groningen zijn meegenomen in de regionale woondeal Groningen-Assen, die in februari 2023 door Rijk en Regio is ondertekend. Die in februari 2023 door Rijk en Regio (gemeenten en provincies) is ondertekend Ten opzichte van de verstedelijkingsstrategie is het ontwikkelperspectief thematisch verrijkt. Hoewel een integrale benadering in de verstedelijkingsstrategie al belangrijk was, is deze nu verder verbreed. Welke producten en stappen in verleden jaren hebben geleid tot het opstellen van de verstedelijkingsstrategie is meer gedetailleerd opgenomen in bijlage I

Foto: Pieter Musterd via Flickr CC0

Na de vaststelling van dit ontwikkelperspectief werken Rijk en Regio samen verder aan de NOVEX Uitvoeringsagenda en de bijbehorende Investeringsagenda.

Foto: Deon Prins, Marcel van der Burg

De ontwikkelprincipes NOVEX RGA

RGA

De basis voor de ontwikkeling van de Regio Groningen-Assen zijn de ontwikkelprincipes. Deze zijn ook terug te vinden in het Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied RGA en in de Verstedelijkingsstrategie RGA. De kracht van deze principes ligt niet alleen in de principes individueel, maar ook in de versterkende werking op elkaar. De ontwikkelprincipes vormen het sturings- en toetsingskader voor de Uitvoeringsagenda, de Regionale Investeringsagenda en de Uitvoeringsafspraken. 1.

++

+

+

+

+++

+

+

+

+ +

+

+

Bestaand verstedelijkt gebied versterken

4.

Mobiliteit in balans

Rijk en Regio zetten zich in om het bestaand verstedelijkt gebied te versterken en het landschap open te houden. De bouw van nieuwe woningen in het bestaand verstedelijkt gebied versterkt de agglomeratiekracht van de Regio: er is keuze uit meer banen, personeel, opleidingen, dienstverleners en voorzieningen. En dat is goed voor de concurrentiepositie van de RGA in Nederland.

Rijk en Regio zetten zich in om het daily urban system in de regio optimaal te laten functioneren voor zowel het verstedelijkt als het landelijk gebied. Bereikbaarheid van voorzieningen in de RGA is belangrijk voor heel Noord-Nederland. De hele Regio profiteert van het beter benutten van het OVnetwerk. RGA kan zo koploper worden in de transitie naar een meer duurzame mobiliteit.

2.

5.

Agglomeratiekracht vergroten

Rijk en Regio zetten zich in om de agglomeratiekracht van de Regio te vergroten. De nieuwe woningen worden ingezet als versneller voor andere opgaven. De benadering is altijd integraal en biedt meerwaarde voor íedereen (in de Regio). We zetten in op vermindering van de energievraag van mobiliteit, versterken van de economische concurrentiekracht en daarmee de welvaart in de Regio.

++ + + + +

+

+

+

+ +

Samenwerken aan een duurzame regio

Rijk en Regio zetten zich in om bij te dragen aan het verduurzamen en gezonder maken van de regio. Daarbij behouden we de bijzondere kwaliteiten van het landelijk gebied, de grote diversiteit aan landschappen en natuurlijke milieus en de algehele leefkwaliteit. In de RGA hebben alle nieuwe woningen en werklocaties een meerwaarde als het gaat om duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, minder opwarming, energietransitie, grondstoffen transitie, economie, leefbaarheid en biodiversiteit. Zo zetten we woningbouw optimaal in als versneller voor andere opgaven. Nadere uitwerking van principe 7 vanuit het thema Groen (zie verder paragraaf Groen onder Thema’s) (zie pagina 30). 7a. Aansluiten op en versterken van het diverse en historische landschap van de RGA 7b. Klimaatbestendig transformeren en bouwen

6.

Polycentrische ontwikkeling stimuleren

Rijk en Regio zetten zich in om een polycentrische ontwikkeling van de regio te bevorderen. Door de bouw van nieuwe woningen en het creëren van werkgelegenheid rondom sterke OV-knooppunten, versterken we de stedelijke en regionale economie. Kernen blijven leefbaar en aantrekkelijk, het werken kan aanjager zijn van (bevolkings-)groei en gebiedsontwikkeling. De welvaart wordt evenwichtig verdeeld en daar profiteert de hele Regio van.

+

Rijk en Regio zetten zich in om de hele Regio kans te bieden om nieuwbouw proportioneel in te zetten voor versterking van de ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en keuzevrijheid in woonomgevingen- en types. Door elke opgave in de RGA passend op de plek te ontwerpen, kunnen we de woningbouw als versneller inzetten voor andere opgaven. Daar profiteert de hele Regio van.

Aandachtspunt hierbij is dat de verdiencapaciteit van de totale Regio omhoog moet.

3.

+

Proportioneel en passend

7.

05

++ +

Hefboom voor herstructurering

Rijk en Regio zetten zich in om de nieuwbouwopgave te laten werken als hefboom om zoveel mogelijk wijken die toe zijn aan een opknapbeurt, nu aan te pakken. Zo zien inwoners van de Regio dat ook hun directe leefomgeving aantrekkelijker, gezonder en mooier wordt.

7c. Beschermen, benutten en ontwikkelen van natuur 7d. Breng het groen naar de mensen en de mensen naar het groen

Kracht van de regio als basis

RGA

De RGA is een regio van ruimte met prachtige, diverse landschappen, bijzondere natuur, grote steden en kleine kernen. Er ligt een sterke basis die verder ontwikkeld kan worden. Unieke samenhang steden en dorpen

Topsectoren en economische potentie

Een overzichtskaart van de RGA kenmerkt zich door een ‘sterrenhemel’ van verstedelijking: er zijn veel verschillen in schaal en karakter. Zeer verschillende leefomgevingen liggen dicht naast elkaar, van dynamisch en hoogstedelijk tot rustig en lommerrijk. De eerdergenoemde opgaven spelen op al die verschillende schaalniveaus.

DDe RGA heeft een belangrijke economische functie in het noorden. Ons verzorgingsgebied strekt verder dan de regiogrens. De economische activiteit is met name geclusterd in de steden en grote kernen: Groningen, Assen, Hoogezand, Leek en Roden. In de regio wonen ruim een half miljoen mensen en er zijn bijna een kwart miljoen arbeidsplaatsen. Belangrijke sectoren zijn industrie, handel, transport en dienstverlening. Door de aanwezigheid van vooraanstaande kennis- en onderwijsinstellingen heeft de RGA een sterke kenniseconomie. Sterke kennissectoren zijn agrifood, biobased materials, energie, gezondheid en ICT.

Veelzijdig landschap en topnatuur Ook in landschap is de Regio divers: van Groningse wierden in het noorden tot Drentse beekdalen in het zuiden, van de overgang van klei via veen naar zand in het westen en oosten. De landschappelijke veelzijdigheid kenmerkt de Regio. De sterk verschillende cultuurlandschappen zorgen voor een aantrekkelijke omgeving voor wonen, werken en recreëren. Mede dankzij topnatuur als Drentsche Aa, Fochteloërveen, Witterveld, Norgerholt, Zuidlaardermeer, Onlanden en Leekstermeer. Landschappelijke en natuurkwaliteiten staan voorop bij de verdere uitwerking van de verstedelijkingsopgave.

De RGA in Stedelijk Netwerk Nederland Het Rijk richt zich op ontwikkeling van het hele Stedelijk Netwerk Nederland, gekoppeld aan infrastructuur en goede omgevingskwaliteit. De verbindingen met alle landsdelen worden verbeterd.

06

s op eau g iv n jki aaln i l e h ed e sc t s r d Ve llen hi sc r ve

rs ve i D

p ha c ds lan

Ontwikkelende infrastructuur De regionale samenhang is gebaseerd op het daily urban system en een samenhangende woningmarkt van de steden Groningen en Assen en hun omgeving. Binnen de RGA stemmen we al meer dan 25 jaar af en maken we afspraken over wonen, werken, mobiliteit en groen. Van oudsher is ‘de T-structuur’ (snelwegen A7 en A28 en het spoor) de drager voor (economische) ontwikkelingen. De RGA investeerde veel in hoogwaardige openbaar vervoersverbindingen in de hele Regio. Het netwerk van buslijnen (Q-liner en Q-link) is uitgebouwd. Samen met mobiliteitshubs en snelfietsroutes vormt dit netwerk een stevige ruggengraat voor het dagelijkse verkeer.

or ur o p tu n s truc e eg : T-s w n e rk inge e St ind rb ve

er erk o w v er -net v r aa h: Q b en zic Op kelt k wi t on

Regiobeeld 2040 Wat willen we voor 2040 in de RGA bereiken met dit ontwikkelperspectief? Op regionale schaal De actuele verstedelijkingsopgave is een belangrijke investeringsmotor voor maatschappelijke opgaven in de Regio. De RGA pakt de nieuwbouwopgave zo aan, dat deze positief effect heeft op de leefomgeving van bestaande en nieuwe bewoners. De kritische succesfactor is de integrale benadering van wonen, werken, mobiliteit en groen. Er worden 36.000 nieuwe woningen gerealiseerd. Door de gekozen locaties voor de nieuwbouw ontstaat er in de Regio als geheel meer nabijheid - van werk en wonen, van voorzieningen en natuur -, meer keuzevrijheid en kansengelijkheid voor iedereen. Actieve mobiliteit en een gezonde leefstijl staan centraal: inwoners in steden en dorpen lopen en fietsen meer. Voor grotere afstanden biedt de nabijheid van openbaar vervoer een alternatief voor de auto. Deze met de Verstedelijkingsstrategie ingezette nieuwe koers biedt een passend antwoord op de grote vraag naar stedelijk wonen, dichtbij werk en voorzieningen. In alle bestaande steden en dorpen in de regio liggen daar kansen. Deze zorgen op de korte termijn voor financiële en ruimtelijke uitdagingen, maar na voltooiing is de maatschappelijke meerwaarde duidelijk zichtbaar. Er is ook aandacht voor snelheid: de uitgangssituatie is urgent en betaalbaarheid een sleutelwoord.

Naast nieuwbouw worden dan ook slimme transformaties en oplossingen op de woningmarkt ingezet. Het prachtige en diverse landschap in de Regio krijgt een kwaliteitsimpuls, net als de bestaande steden en dorpen. De natuur in het gebied wordt versterkt. Dat is goed voor de soortenrijkdom en neemt juridische belemmeringen voor ontwikkelingen in de gebouwde omgeving weg. De waterkwaliteit en -kwantiteit is een belangrijk aandachtspunt, ook voor de drinkwatervoorziening. Er komt meer samenhang in ‘de groene contramal’ en de gebieden ontwikkelen zich tot een landschap van waarde voor de RGA en daarbuiten. De Regio bestendigt haar eigenheid als ‘sterrenhemel van grote en kleine kernen’ en zet contrasten in als kracht. Het werklandschap ontwikkelt zich polycentrisch. De kernen gebruiken hun eigen specialisatie en profiel als economische motor, waarbij regionale samenhang wordt gehandhaafd en versterkt.

RGA 07

Regiobeeld 2040

RGA 08

Wijk- en dorpsharten versterken met nieuwe woningen voor lokale vraag

De dagelijkse leefomgeving Met het inzetten van de verstedelijkingsopgave in het bestaande verstedelijkte gebied krijgen veel centra en wijken een kwaliteitsimpuls. Met het toevoegen van woningen ontstaat er ook investeringskracht voor beter groen en blauw in stad en dorp. Daardoor neemt de leefkwaliteit in de Regio toe. De ruimte in het buitengebied blijft weids, maar wordt ook rijker, met integrale oplossingen voor de grote maatschappelijke opgaven van de 21e eeuw: klimaatadaptatie, betere biodiversiteit, duurzame landbouw en energietransitie. In de dagelijkse leefomgeving zijn de positieve effecten van meer nabijheid zichtbaar: mensen wandelen en fietsen meer, en er is meer economische activiteit in stad en dorp. Het toevoegen van nieuwe woningen zorgt ook voor een passender aanbod, waardoor mensen makkelijker een woning vinden die past bij hun wensen. Deze ruimtelijke kwaliteit en economische kracht in een duurzaam regionaal systeem zet de RGA als geheel beter op de kaart. De RGA is een complete, complementaire en coöperatieve regio, waar het fijn wonen, werken en recreëren is voor iedereen.

Vernieuwing bedrijventerreinen voor ruimte nieuwe economie

Brede welvaart Met de integrale NOVEX-aanpak leveren Rijk en Regio een belangrijke bijdrage aan de brede welvaart. Brede welvaart omvat volgens het Planbureau voor de Leefomgeving alles wat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en veiligheid. Bovendien betreft het niet alleen de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’, maar ook de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen ‘elders’ (buiten de regio) en ‘later’ (toekomstige generaties). Momenteel zijn er veel onderlinge verschillen binnen de regio. Met de samenhangende aanpak van de verstedelijkingsopgave beogen we alle inwoners in de regio en daarbuiten te laten profiteren van een toenemende brede welvaart en dus kwaliteit van leven. Dit betekent dat ook de negatieve effecten niet naar regio’s buiten de RGA worden afgewenteld.

Vergroenen en verdichten in woonwijken en benutten ruimtevoordelen transities

Verstedelijking en dorpsontwikkeling als motor voor maatschappelijke opgaven Met de nieuwe koers en de nieuwbouwopgave die daarbij hoort, willen we de bestaande woningbouwvoorraad versterken en maatschappelijke meerwaarde creëren. Van vicieuze naar virtuoze cirkel Dit Ontwikkelperspectief bouwt voort op de jarenlange samenwerking van Rijk en Regio en bevat een koerswijziging. Deze koerswijziging is nodig vanuit de grote opgaven waar wij als maatschappij voor staan. De afgelopen decennia is nog veel buiten bestaand verstedelijkt gebied gebouwd, op locaties die sterk afhankelijk waren van automobiliteit. Dat leidt tot druk op de netwerken en tot meer asfalt: een vicieuze cirkel. Het alternatief is de nieuwe koers: inzetten op verdichting, herstructurering, meer woningen nabij de bestaande voorzieningen bouwen, waardoor je optimaal gebruikt maakt van bestaande netwerken. Door grotere nabijheid kan er meer zonder de auto en is er keuzevrijheid in vervoer. Van deze virtuoze cirkel willen we de Regio de komende decennia laten profiteren.

Bestaand profiteert van nieuw In de huidige woon- en werkgebieden liggen grote maatschappelijke opgaven, zoals klimaatadaptatie en de energietransitie. Door in te zetten op het versterken van het bestaande bebouwde gebied, biedt het bouwen van nieuwe woningen nabij bestaande woon- en werkgebieden kansen. Want de verstedelijkingsopgave is een enorme investeringsmotor, die ingezet kan worden om ook bij kan dragen aan de brede welvaart, bijvoorbeeld leefbaarheid, de sociaal-economische structuur en de energietransitie.

bron: Studio Bereikbaar

Bovendien kan nieuwbouw op de juiste plek helpen om meer draagvlak voor voorzieningen en openbaar vervoer te creëren. En op de juiste wijze kan het ook bijdragen aan kansengelijkheid, een gezonde vergrijzing, het voorkomen van sociale tweedeling en het voorkomen van vereenzaming. Dit zijn hoge ambities van de RGA. Samen willen we zo een complete, complementaire en coöperatieve regio zijn.

Een warm hart versus nieuwe vleugels Concreet illustreren we dit met de uitspraak ‘een warm hart versus nieuwe vleugels’. We streven ernaar de woningbouwopgave in te zetten om dorpsharten en wijkcentra levendig te houden. We maken hierbij dankbaar gebruik van de aanwezige dorpskracht en versterken deze waar mogelijk. We koppelen het aan noodzakelijke transities in gebouwde omgeving en openbare ruimte en aan draagvlak om bestaande voorzieningen op peil te houden. Daardoor is het niet nodig te investeren in nieuwe vleugels op afstand, die extra ruimte in het buitengebied vragen en waardoor bewoners verder van elkaar en bestaande voorzieningen komen te wonen.

De nieuwbouwopgave ten opzichte van de bestaande voorraad, in de RGA, naar bouwjaar

?

Verbeelding ter inspiratie: een warm hart versus nieuwe vleugels

RGA 09

Compleet, coöperatief & complementair

RGA

Dit zijn de sleutelbegrippen in de aanpak van verstedelijking en dorpsontwikkeling in de RGA. Ze zijn leidend in de regionale samenwerking. Compleet

Complementair

De nieuwbouwopgave kan niet los gezien worden van de bestaande woningvoorraad. Die nieuwbouw maakt de totale woningvoorraad meer divers en evenwichtig. De nieuwe woningen sluiten aan op de huidige urgente woonvragen, maar zijn ook voor volgende generaties. Met het toevoegen van woningen én banen én betere verbindingen én meer groen ontstaat een complete, integrale benadering. Deze integrale benadering is noodzakelijk om een gezonde en duurzame leefomgeving te creëren. Voor de komende 20 jaar kent de regio nog een forse opgave om woningen aan de voorraad toe te voegen. Op de langere termijn zal toevoeging steeds minder en (kwalitatieve) transformatie steeds meer het adagium zijn. Ook daarom is het zaak om nu via een bredere aanpak te profiteren van de actuele opgave en daarbij behorende investeringskracht.

De rijke ontstaansgeschiedenis van de regio biedt handvatten om de verstedelijkingsopgave in al haar facetten op te pakken. Het cultuurlandschap van de RGA is één van de oudste van West-Europa en laat een betoverende bodemkaart zien. De diverse landschappelijke onderleggers worden als vertrekpunt genomen bij hoe we omgaan met de grote opgaven van verstedelijking, dorpsontwikkeling, klimaat, circulaire economie, energie en ecologie. Daardoor ontstaat er complementariteit in de Regio. In de verschillende delen van de regio worden deze opgaven verschillend uitgewerkt. Dat maakt de regio rijker en completer.

Coöperatief Het noorden kent een lange traditie van coöperaties. Verschillende omgevingen, van hoogstedelijk tot zeer landelijk, kunnen niet zonder elkaar en zijn juist in samenhang sterk. Woningbouw gebeurt zowel in de steden (grootste woonvraag) als in kleinere kernen (vitaliteit behouden / breed palet woonmilieus bieden). De verstedelijkingsopgave is goed voor de regio als geheel (aanvullende woonmilieus, veerkracht, uitwisseling). De verstedelijkingsopgave is ook goed voor bredere context van Noord-Nederland. Een sterke RGA biedt ook kansen voor omliggende gebieden met een stabiel of dalend bevolkingsaantal. Het verzorgingsgebied van de RGA is daarbij groter dan de regio zelf. De RGA is coöperatief: de verstedelijkingsopgave zet in op een krachtige regio waarvan ook de omgeving meeprofiteert.

010

++

+

+ +

+ +++ + + +

+

+

+

compleet complementair coöperatief

++ + + + +

+

+

+

+ + +

++ +

+

RGA 011

Uitwerking per thema De volgende pagina’s gaan dieper in op de thematische opgaven wonen, werken, mobiliteit en groen aan de hand van de 7 ontwikkelprincipes en brengen strategische opgaven richting 2040 in kaart.

De verstedelijkingsstrategie bestaat uit ruimtelijke bouwstenen, die op verschillende manieren te ordenen zijn. In dit hoofdstuk per thema:

Thema’s

Schaal

Principe

Wonen

1

Werk

2

XL

Type Project Programma

3

Mobiliteit 4

Groen L

Energie

Gemeente

5

6 7

Wonen in de RGA in 2040

RGA

Alle steden en dorpen profiteren van de nieuwbouwopgave. De focus ligt op passend, tijdig en proportioneel bouwen in bestaand verstedelijkt gebied..

012

Uitwerking ontwikkelprincipes De zeven Ontwikkelprincipes geven richting aan de keuze voor woningbouwlocaties. Met de kernwaarden compleet, coöperatief en complementair en woningbehoefte per kern willen we alle steden en dorpen in de regio laten profiteren van de verstedelijkingsopgave. De nieuwe woningen voegen we zo veel mogelijk toe in het bestaande bebouwde gebied, in de buurt van HOV en bestaande voorzieningen en banen. Daar profiteren ook de bestaande inwoners van. Het (H)OV en andere voorzieningen worden zo beter benut. [Principe 4. Mobiliteit in balans]. Verdichting van bestaand stedelijk gebied kan met hoogbouw en door compacter grondgebonden te bouwen, in beide gevallen met voldoende groen en in verbinding tussen stad en land. De woningtypologieën in nieuwbouw zijn bij voorkeur aanvullend op de bestaande voorraad in de omgeving [Principe 1. Bestaand verstedelijkt gebied versterken]. We stimuleren lokale projectinitiatieven die aantoonbaar helpen de bestaande omgeving te verbeteren en die passen binnen de Ontwikkelprincipes. Een voorbeeld is het hergebruik van vrijkomend vastgoed. [Principe 5. Proportioneel en passend]. Het bouwen van voldoende betaalbare woningen is één van de kerndoelstellingen in de regionale woondeal RGA.

Waar we vastgoed en de openbare ruimte aan moeten pakken, zoeken we ruimte om extra woningen toe te voegen. Zo zorgen we ook voor meer doorstroming voor buurtbewoners, waardoor huishoudens meer keuze hebben bij het zoeken naar een woning die bij hun situatie past [Principe 6. Hefboom voor herstructurering].

Bebouwingspatroon: sterrenhemel van vele kleine kernen en enkele grotere.

De gevolgen van nieuwe woningbouwontwikkelingen wentelen we niet af op de omgeving: ze leiden er niet toe dat we elders duurzame energie op moeten wekken of water moeten bergen. Verdere uitwerking hiervan krijgt een plek in de Uitvoeringsagenda. [Principe 7. Samenwerken aan een duurzame regio]. Nieuwbouw moet bijdragen aan de versnelling van de energietransitie en het klimaatbestendig maken van de Regio. Nieuwe woningen ontwikkelen we energieneutraal of energieleverend. Zo neemt de vraag naar ‘externe energielevering’ van de Regio als geheel door de bouw van nieuwe woningen niet toe. Dat is noodzakelijk, want we moeten voorkomen dat we concurreren met de veel grotere opgave om bestaande woningen van duurzame elektriciteit en warmte te voorzien. Waar het kan, koppelen we een nieuwbouwproject aan opgaven in de bestaande voorraad, bijvoorbeeld door investeringen in verduurzaming en klimaatadaptatie.

Stadshavens Groningen: nieuwe groene, autoluwe wijk krijgt een stedelijk karakter, gemengd met bestaande bouwwerken.

RGA (2018): 215.500 woningen en 249.000 banen

Analysekaart Wonen: de RGA in context

Wonen in de RGA in 2040

RGA

Alle steden en dorpen profiteren van de nieuwbouwopgave. De focus ligt op passend, tijdig en proportioneel bouwen in bestaand verstedelijkt gebied.. Strategische opgaven De basis voor de totale regionale opgave voor de RGA tot 2030 is aangegeven in het rapport Woningmarktonderzoek Groningen-Assen’ (maart 2020). Voor de periode 2020-2030 gaat het rapport uit van ruim 21.000 woningen. Voor de periode 20302040 van nog eens 15.000 woningen. In 2022 is in de tussentijdse Trendanalyse geconcludeerd dat de totale veronderstelde opgave tot 2040 onveranderd is. Er is wel geconcludeerd dat een deel van de behoefte op kortere termijn nodig is (vóór 2030) en dat de verdeling tussen gemeenten veranderd is t.o.v. het eerdere Woningmarktonderzoek. Deze aantallen vormen ook de basis voor de woondeal RGA (2023). De woningvraag is opgebouwd uit huishoudensverdunning (minder mensen per huishouden), natuurlijke aanwas en migratie binnen en van buiten de regio.

2.

Iedere stad of dorp profiteert van nieuwbouw als investeringsmotor. Alle gemeenten hebben sleutelprojecten die niet alleen van belang zijn voor de woningbouwproductie, maar ook voor kwaliteitsverbetering van stad of dorp. In Assen, Groningen en Hoogezand zijn dit vooral transformatiegebieden langs water en spoor, maar ook transformatie van winkelgebieden. In de overige kernen gaat het met name om locaties waar fysieke ingrepen gewenst zijn om de kwaliteit van verouderde (bedrijven) terreinen te verbeteren. Voorbeelden zijn de omgeving van de Vrijetijdsboulevard en Health Hub in Roden, de PBH-locatie in Zuidlaren en Industriepark in Leek. Op sommige plekken zijn de ontwikkelingen al gestart.

3. 1.

De juiste woning op de juiste plek: bouwen naar behoefte

De RGA biedt een onderscheidend palet aan woonmilieus: rustige woondorpen, kernen met grotere voorzieningen en dynamische steden. Elk deelgebied levert een eigen bijdrage aan het geheel. Dit is ook terug te vinden in het Woningbehoefteonderzoek (KAW, 2019). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die verhuizen zich vaak oriënteren op (hoog)stedelijke woonmilieus. Deze voorkeur voor hoogstedelijk wonen wil zeggen dat het gaat om centraal gelegen locaties met een grote functiemenging. Deze menging betekent dat er - naast ruimte voor een thuiswerkplek – ruimte moet zijn voor werk, dat zich goed verhoudt tot de woonfunctie, zoals ambachtelijke bedrijven. Daardoor neemt de druk op de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen af. Uiteraard realiseren we dit in een dichtheid die past in de Regio. Voorbeelden zijn het Ebbingekwartier in Groningen en het Havenkwartier in Assen. De grootste groei ontstaat door één- en tweepersoonshuishoudens. Zij voelen zich aangetrokken tot een stedelijke omgeving en willen graag bij voorzieningen wonen, zo bleek uit het onderzoek van KAW. Als het gaat om aantallen, dan concentreert de woningvraag zich in de RGA voornamelijk in de gemeente Groningen. Er is een sterke relatie tussen de woningbouwproductie in Groningen en nabijgelegen kernen. Dit vraagt aandacht en afstemming.

Sleutelprojecten als aanjagers van een kwaliteitsimpuls

Overige locaties bestaand bebouwd gebied

De plannen van de Regio variëren van enkele woningen tot grote ontwikkellocaties. Een groot deel hiervan is gepland in bestaand bebouwd gebied. Deze plannen helpen de bestaande woonomgevingen een kwaliteitsimpuls te geven.

4.

Potentie knooppuntontwikkeling

Naast binnenstedelijke plannen hebben we een voorkeur voor plannen nabij bestaand OV. Hier is de keuzevrijheid in bereikbaarheid groot en zijn publieke investeringen gedaan. Door prioriteit te geven aan woningbouw op deze plekken, kunnen deze maatschappelijke investeringen zo goed mogelijk renderen. Door het vergroten van massa versterken we op termijn ook de kwaliteit en frequentie van het OV. Het gaat hier om stationsgebieden en centraal gelegen HOVhaltes, waar de keuzevrijheid in bereikbaarheid al groot is of waar we die verder kunnen ontwikkelen [zie ook: Uitbouwen van lokale sterktes: polycentrische structuur onder Werken]. Op deze locaties liggen nog kansen voor meer plannen.

013

5.

Vernieuwing naoorlogse woonwijken

Naast locaties waarvoor al concrete plannen of initiatieven zijn, is het noodzakelijk om bestaande woonomgevingen ‘op leeftijd’ te vernieuwen. Het gaat om gebieden met woningen uit de periode 1950-1980. Deze huizen zijn in de periode tot 2040 toe aan groot onderhoud: verduurzaming, isolatie en van het gas af. Bij het zoeken naar mogelijkheden om te verdichten, kijken we ook naar de demografie van de buurt. Hier liggen kansen, bijvoorbeeld door woningen toe te voegen die geschikt zijn voor kleine huishoudens, zodat grotere woningen beschikbaar komen voor grotere huishoudens. Zo kan er ook een bijdrage worden geleverd aan het verminderen van energiearmoede. In stedelijk gebied kan in sommige buurten sloop-nieuwbouw tot meer woonoppervlak leiden. Bijvoorbeeld in de noordelijke stadswijken in Groningen, waar veel corporatiebezit is. In dorpen en gebieden met minder stedelijke druk en meer particulier bezit leidt sloop-nieuwbouw vooral tot een beter passende verdeling van woonruimte. Dit kan zonder grote toename in bebouwd oppervlak, maar soms wel met meer wooneenheden.

6.

Ruim, suburbaan wonen

In de Regio is vraag naar ruim wonen. Er zijn verschillende locaties waar dit centraal staat. Het gaat om uitbreidingswijken waar grote woningen met veel buitenruimte zijn of komen. Op sommige plekken zijn deze gebieden al in ontwikkeling, zoals Meerstad, De Held, Kloosterveen, Kloosterakker, Vosholen, Leek Oostindie, Norg-Oosterveld, Peize-Zuid en Vries-Zuid. Bij de voltooiing ervan wordt met scherpe blik gelet op de ontwikkelingen in de markt. Het gaat hier namelijk om grote woonoppervlaktes per woning, terwijl de omvang van de huishoudens in de Regio steeds verder afneemt. Voor deze ontwikkelingen in relatief lage dichtheden is het van belang dat ze binnen de eigen grenzen energieneutraal en natuurinclusief ontwikkeld worden en landschappelijk goed ingepast worden.

7.

Snelheid

Voor 2025 willen we circa 17.000 woningen bouwen. Dat is meer dan de 11.200 woningen die volgens de regionale prognoses nodig zijn (ruim 150%). Alle steden en dorpen profiteren van de nieuwbouwopgave. De focus ligt op passend, tijdig en proportioneel bouwen in bestaand verstedelijkt gebied.

8.

Natuur- en klimaatinclusieve woningbouw

In de RGA zijn ambities voor duurzaamheid, klimaat en energie de randvoorwaarden voor ontwikkelingen. Bij nieuwe ontwikkelingen en transformaties zien wij dit dus niet als ‘extra’ of als iets waarop kan worden bezuinigd. Dit betekent dat we klimaatadaptief en energieneutraal bouwen. Waar het kan, vangen wij opgaven uit de omgeving op. Een nieuwe wijk kan bijvoorbeeld als spons dienen voor gevallen regenwater. Of we faciliteren herstel van groenen watersystemen die door plangebieden lopen. Juist in stedelijke gebieden zijn veel kansen voor natuurontwikkeling. Nieuwbouwprojecten kunnen dienen als ecologische stepping stones tussen grotere natuurgebieden aan de randen van de stad. Zo kan er een breed vertakkend ecologisch netwerk ontstaan. Een netwerk dat zich vertakt van de brede slagaders als de Drentsche Aa en de Hunze tot in de haarvaten van de dorpen en de wijken. Zo wentelen we natuur en klimaatopgaven niet af op de omgeving, maar helpen we elkaar bij de opgaven waar we gezamenlijk voor staan.

Kamerbrief Water en bodem sturend” (25 november 2022). “Verschillende locaties zijn op dit moment al in een vergevorderd stadium van ontwikkeling en daarvoor geldt dat heroverweging vanuit water en bodem tot onevenredige vertraging zou leiden. Daarom geldt dat het concept-kader om een klimaatrobuuste ontwikkeling te realiseren wordt toegepast op projecten en gebiedsontwikkelingen waar op 1-1-2025 nog geen bestemmingsplan is vastgesteld. Voor alle andere ontwikkellocaties wordt het kader zoveel mogelijk toegepast, waarbij de locatiekeuze wordt geëvalueerd en lokale afwegingen en keuzes worden gemaakt voor inrichting van de locatie en de bouwwijze voor nieuwe bebouwing.”

Wonen in de RGA in 2040 De kaart toont een evenwichtige spreiding van nieuwe woningen over de regio. Daarbij is een eerste voorzet gegeven voor prioritering van projecten vanuit de 7 ontwikkelprincipes. Wat duidelijk wordt is dat er in principe voldoende planlocaties voorradig zijn die passen binnen de nieuwe koers. Daarbij geldt een globale verdeling die in lijn is met het woningbehoefteonderzoek. Om de (sleutel) woningbouwprojecten ook echt van de grond te krijgen is goede afstemming en samenwerking in proces en financiering noodzakelijk.

Strategische opgaven in kaart 1.

De juiste woning op de juiste plek: bouwen naar behoefte 10-100 woningen 100-500 woningen

500-1000 woningen

1000-2000 woningen

2000-3000 woningen

2.

Sleutelprojecten als aanjagers kwaliteitsimpuls

3.

Overige binnenstedelijke locaties Projecten binnen bestaand verstedelijkt gebied

4.

Potentie knooppuntontwikkeling Kansrijke knooppunten voor verdichting

5.

Vernieuwing naoorlogse woonwijken Wijken met gemiddeld bouwjaar tussen 1950-1980

6.

Ruim, suburbaan wonen Afmaken uitleglocaties

7.

Snelheid Locaties waar voor 2025 al gebouwd wordt

RGA 014

Werken in de RGA in 2040

RGA

Economie en agglomeratiekracht versterken met verstedelijking. Menging van functies om omgevingskwaliteit te verhogen. Strategische ruimte voor de economie van morgen.

015

Uitwerking ontwikkelprincipes •

•

•

De grootste concentratie van mensen en arbeidsplaatsen ligt in de steden. In de RGA zetten we in op meer gemengde woon-werkgebieden. Deze gebieden zorgen voor een betere omgevingskwaliteit, voor meer nabijheid van voorzieningen en vergroten de agglomeratiekracht van de regio [Principe 2. Agglomeratiekracht vergroten]. De RGA wil kernen met een van oudsher sterk economisch profiel, zoals Leek, Roden en Hoogezand, blijvend versterken [Principe 3. Polycentrische ontwikkeling stimuleren]. Het Noorden kent krachtige samenwerkingsverbanden vanuit het bedrijfsleven en onderwijs op het gebied van energie, agrifood, chemie, health en logistiek. Dit gaan we verder uitgebouwen. We vergroten de wisselwerking tussen ondernemen, onderwijs en overheid (triple helix). Dit biedt ruimte voor meer innovatie, meer uitwisseling en meer benodigde veerkracht voor de toekomst [Principe 7. Samenwerken aan een duurzame regio].

•

De keuze voor polycentrische ontwikkeling is goed voor bestaande OV-netwerken die zich richten op

Voorbeeld van lokaal profiel en clustering: Health Hub Roden

Herstructurering van verouderde bedrijventerreinen biedt kansen. Door deze terreinen te mengen met nieuwe stedelijke ontwikkelingen krijgen ze een kwaliteitsimpuls. [Principe 6. Hefboom voor herstructurering].

•

Bij de transformatie van bestaande woonwijken liggen kansen door mogelijkheden voor werken aan deze wijken toe te voegen.

•

Andersom ligt er een kans in het toevoegen van een woonprogramma aan binnenstedelijke werklocaties, zoals een binnenstad. Zo’n programma kan dienen als katalysator voor stedelijke ontwikkeling. [Principe 5. Proportioneel en passend].

• •

30% van Oldambt, Veendam, Delfzijl, Loppersum, Appingedam, Westerwolde en Pekela werkt in de RGA.

de gebieden waar veel werk is. Het stimuleert een betere spreiding van werkgelegenheid over de hele Regio [Principe 4. Mobiliteit in balans]. Bestaande stationsgebieden in de Regio spelen daar een belangrijke rol in.

Er is ruimte nodig voor (regionale) bedrijvigheid die minder goed past in een woonomgeving en waar goede bereikbaarheid een aandachtspunt is.

60% van de banen in de RGA in Groningen.

75% van RGA inwoners werkt ook in de RGA. 75% van de banen niet op bedrijventerreinen.

Analysekaart Werken: de RGA in context

Werken in de RGA in 2040

RGA

Economie en agglomeratiekracht versterken met verstedelijking. Menging van functies om omgevingskwaliteit te verhogen. Strategische ruimte voor de economie van morgen. Strategische opgaven

1.

Ontwikkelingen in de economie en ruimtelijke ordening zorgen ervoor dat werkgelegenheid er anders uit gaat zien. Bedrijven zijn steeds vaker afhankelijk van menselijk kapitaal, waardoor veel werk zich in stedelijke centra bevindt, buiten bedrijventerreinen. Dit betreft ongeveer driekwart van de arbeidsplaatsen in de RGA. De klassieke bedrijventerreinen zijn nog steeds van belang voor de bedrijvigheid die zich meer richt op productie en handel. werk, gemengd met wonen en voorzieningen in verstedelijkt gebied

In de Marktanalyse kantoren en bedrijventerreinen van de RGA (Stec, 2023) wordt de ruimtevraag van bedrijven nader uitgewerkt. Daarbij blijkt het volgende:

Vooruitkijkend kunnen we globaal onderscheid maken in drie typen werklocaties: •

werk, gemengd met wonen en voorzieningen in verstedelijkt gebied

•

ruimte voor lokale bedrijvigheid op verduurzaamde bedrijventerreinen met slimme circulaire koppelingen

•

(boven-)regionale terreinen met productie en opslag van goederen, grondstoffen en energie.

•

•

Marktanalyse kantoren en bedrijventerreinen RGA

Kantoren; binnen de kantorenmarkt wordt geen kwantitatieve groei verwacht, wel een clustering op met name OV- en centrumlocaties en op campussen Bedrijventerreinen; de komende jaren hebben bedrijven nog een substantiële behoefte aan ruimte. Dit gaat zowel om ruimte voor uitbreiding van bestaande bedrijven, als om vervangende ruimte voor de verplaatsing van bedrijven op transformatielocaties. Er is nog vraag van bedrijven, die zich in de regio willen vestigen.

Verschillende gemeenten in de regio hebben nog plannen voor nieuwe terreinen of uitbreiding van bestaande terreinen in de pijplijn. Daarmee kan - even afgezien van de benodigde schuifruimte - grosso modo worden voorzien in de vraag die Stec becijferde. De Regio wil bedrijven niet alleen ruimte bieden door de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen, maar ook de ruimte bieden door het beter benutten van bestaande terreinen èn door het ontwikkelen van gemengde gebieden en van campusachtige woon-, werk- en leeromgevingen.

Veranderingen vragen in (stads-)logistiek een slimme inpassing bij al deze soorten werklocaties.

Kwantitatieve vraag-aanbodverhouding in netto hectare (2022-2040) 350 300 250 200 150 100 50 0 Ruimtevraag 2022 tot 2040 - Ruimtevraag 2022 tot 2040 Laag Hoog

Bron: Stec Groep (2023).

Planaanbod

2.

016

Stedelijk gebied als banenmotor

Met name in stedelijk gebied wordt groei van arbeidsplaatsen verwacht. Dit blijkt uit onderzoek van Stec (2023), Bureau Buiten (2018) en uit de WLO-scenario’s van PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Een belangrijke factor daarin is de kantorenmarkt. Daar verwacht Stec geen kwantitatieve groei, maar wel een clustering op met name OV- en centrumlocaties, en op campussen. Uitgangspunt hierbij is dat actieve handhaving plaats gaat vinden op het minimaal vereiste energielabel van kantoorpanden waardoor vierkante meters kantoorruimte uit de markt verdwijnen. De Verstedelijkingsstrategie sluit daarop aan. We zetten in op versterking van de bovenregionale werkgelegenheid in clusters als Campus Groningen, rondom het Martini ziekenhuis op Corpus den Hoorn, op Europapark en op de hoofdstations van Groningen en Assen en de zone langs de Europaweg-Zuid in Assen. Dit zijn locaties met veel arbeidsplaatsen. Het streven is om deze locaties duurzaam toegankelijk te maken of te houden. Bij de ontwikkeling van gebieden die goed bereikbaar zijn met het regionale (H)OVnetwerk, maken we een gebalanceerde afweging tussen het aandeel wonen, werken en onderwijs. De binnensteden zijn clusters van werkgelegenheid met betekenis voor een veel groter gebied.

Zo kunnen Groningen en Assen, als centra van stedelijke economie met opleidingen en kennis als kruisbestuiver, werken voor subregionale specialisatie. De internet-economie zet de detailhandel in binnensteden onder druk. Er zijn nieuwe modellen nodig voor een levendige binnenstad. We moeten toe naar een goede mix van winkels en woningen. Gecombineerd met horeca en andere vormen van bedrijvigheid zoals cultuur en open (groene) ruimtes die een binnenstad aantrekkelijk, vitaal en dynamisch maken. Het toevoegen van woningen kan eraan bijdragen dat deze mix van functies financieel mogelijk wordt. De Verstedelijkingsstrategie speelt hierop in door te focussen op het hart van steden en dorpen.

3.

Gemengde woon-werkmilieus ontwikkelen

De Verstedelijkingsstrategie zet in op de nabijheid van wonen en werken. Waar mogelijk creëren we gemengde woon-werkgebieden. Dat kan zowel in de vorm van solitaire bedrijfslocaties, als van woon-werk combinaties. Uitstijgend boven wat in veel bestemmingsplannen is geregeld voor beroepen en bedrijven aan huis. Met een gemengd woon-werkmilieu kunnen verschillende grotere en kleinere gebiedsontwikkelingen bijdragen aan de regionale economie en de lokale omgevingskwaliteit. Bij knooppuntontwikkeling is dit altijd een vereiste. Daar wil je de bestaande infrastructuur zo goed mogelijk benutten. Bij andere binnenstedelijke ontwikkelingen kan menging bijdragen aan het vitaal houden van de dorpskern of het wijkcentrum. In een paar gevallen kan ook sprake zijn van het mengen de andere kant op: wonen toevoegen aan werken. Op bedrijventerreinen waar de milieulast van bedrijven laag is en waar het niet goed gesteld is met de verblijfskwaliteit en sociale veiligheid, kan het mengen met vormen van wonen een kans zijn voor verbetering op deze punten. Door te mengen en te verduurzamen, geven we deze bedrijventerreinen een kwalitatieve impuls. Enkele gebieden op de kaart zijn qua ligging kansrijk, maar spelen pas na 2030. Andere gebieden zijn kansrijk en al voor 2030 ontwikkeld worden.

Werken in de RGA in 2040

RGA

Economie en agglomeratiekracht versterken met verstedelijking. Menging van functies om omgevingskwaliteit te verhogen. Strategische ruimte voor de economie van morgen. 4.

Toekomstbestendig maken bedrijventerreinen

5.

Ruimte maken op bestaande bedrijventerreinen

In de Verstedelijkingsstrategie is nadrukkelijk aandacht voor het bestaande verstedelijkte gebied. Daar vallen ook de bestaande bedrijventerreinen onder. In de Regio ontwikkelde iedere plaats van enige omvang de afgelopen decennia ruimte voor bedrijfsvestigingen. Op deze terreinen vinden verschillende activiteiten plaats, veelal van lokaal MKB.

In aanvulling hierop onderzoeken we of een Herstructureringsmaatschappij een goed instrument kan zijn om actief ruimte op bestaande terreinen te creëren.

Bestaande bedrijventerreinen moeten verduurzamen en toekomstbestendig worden. In dat kader spelen tal van uitdagingen, waaronder de energietransitie, klimaatadaptatie en de transitie naar een circulaire economie. Een integrale aanpak van de bestaande bedrijventerreinen is van groot belang. Alleen dan zal de markt bereid zijn om te investeren. Juist daar waar de vraag naar woningbouwlocaties groot is, is het van belang bestaande bedrijventerreinen te beschermen om aanwezige ruimte te behouden.

De concentratie van arbeidsplaatsen in met name stedelijk gebied groeit. Er is in de regio veel vraag naar ruimte voor productielocaties, logistieke bedrijven en datacenters. Er zijn meer belangstellenden dan het beperkt aantal bedrijfskavels. Daarom bepaalt de RGA vanuit het publieke belang welke ruimte voor wie beschikbaar komt. Bij deze beslissing weegt mee wat het aandeel groei in de lokale werkgelegenheid is. We kijken ook naar de bijdrage van de bedrijvigheid aan de transitie naar een duurzame economie.

Voor verduurzaming en circulariteit is het kansrijk om verbanden tussen bedrijven onderling te versterken, om ketens efficiënter in te richten. Zo ontstaat voor ieder bedrijventerrein een gewenst prestatieprofiel en sturen we sterker op passende ontwikkeling van het terrein.

Het is belangrijk dat er voldoende strategische ruimte blijft voor het lokaal organiseren van kortere ketens en het opslaan en bewerken van grondstoffen voor een circulaire economie. Er is een strategische blik nodig om bijvoorbeeld kavels met bijzondere eigenschappen in te zetten voor daarbij passende bedrijvigheid. Denk aan kavels die liggen aan waterwegen, in de nabijheid van hoofdinfrastructuur of energiebronnen.

Bij de integrale aanpak van bestaande bedrijventerreinen is een goede samenwerking binnen de regio van groot belang. Overal spelen immers dezelfde uitdagingen. Samen optrekken bij het delen van kennis en het verwerven van middelen ligt voor de hand. Op korte termijn werken we een voorstel uit voor een (boven-)regionale aanpak van de bestaande bedrijventerreinen.

6.

Strategisch sturen op ruimte voor bedrijvigheid met grote kavels en/of hogere milieucontour

Met het oog hierop ontwikkelen we een regionaal vestigingskader. Conform de handreiking (regionale) meerwaarde vanuit GRIP, op grote ruimtevragers, kunnen we met dit vestigingskader sturen op regionale meerwaarde tijdens de fase van gronduitgifte. Tegelijkertijd biedt het kader input voor meerwaarde bij planontwikkeling en programmering.

7.

017

Uitbouwen van lokale sterkte: polycentrische structuur

De RGA heeft een aantal economische specialismen die zich lenen voor verdere ontwikkeling. Deze specialismes zijn ontstaan vanuit de historie en de langjarige ontwikkeling en profilering van kennisinstellingen en bedrijven in de Regio. Een interessant instrument om kwalitatieve ontwikkeling van werkomgevingen in de hele Regio te continueren. Een sterke koppeling met het onderwijs Universiteit, HBO en MBO is hierbij van groot belang. Iedere gemeente heeft zijn eigen kracht. In een aantal gevallen zijn hiervoor specifieke faciliteiten ontwikkeld. Denk aan: •

Assen: de gezondheidseconomie, met een prominente plek voor de zorg en de bioanalyse;

•

Het Hogeland gekoppeld aan de Eemshaven: maakindustrie en energie

•

Midden-Groningen: de maakindustrie, zoals die hier van oudsher als toeleverancier voor de scheepsbouw is gevestigd;

•

Noordenveld: de gezondheidseconomie, met name gericht op het snijvlak van gezondheid en techniek, waarbij de Health Hub een belangrijke rol speelt;

•

Tynaarlo: luchthaven gebonden activiteiten rond de ontwikkeling van drones en elektrisch vliegen;

•

Westerkwartier: de agrifood-sector

Meerdere van deze economische specialismen hebben een onderdeel (universitaire) kennis en diensten in de stad Groningen of hangen hiermee samen.

8.

Onderzoek inpassing stedelijke distributie

De interneteconomie zorgt voor een grote verschuiving in de (stedelijke) distributie. In de steden zijn/worden zeroemissiezones voor bestel- en vrachtwagens ingevoerd. Om de bevoorrading en belevering in de stad te organiseren, is een goed ontwikkeld stadslogistieksysteem nodig. Dit vraagt om strategische plekken in de Regio waar we grootschalige internationale ketens koppelen aan kleinschalige, schone en duurzame logistiek voor de stad. Op de kaart zijn strategische zoekgebieden aangegeven met bestaande bedrijventerreinen waar hierop geanticipeerd kan worden. Het is kansrijk om te onderzoeken hoe we deze ruimtebehoefte kunnen combineren met mobiliteitshubs. Deze hubs spelen een grote rol in de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen in stedelijk gebied. De kaart toont de diversiteit in werkgebieden en geeft een voorzet in de mate van menging per gebied. De groei van arbeidsplaatsen is met name in het stedelijk gebied te verwachten.

Werken in de RGA in 2040 De kaart toont de diversiteit in werkgebieden. Daarin is een voorzet gegeven in de mate van menging per gebied. De groei van arbeidsplaatsen is met name in het stedelijk gebied te verwachten.

Strategische opgaven in kaart 1.

Stedelijk gebied als banenmotor Concentraties arbeidsplaatsen

2.

Gemengde woon-werkmilieus ontwikkelen op lange en korte termijn

3.

Toekomstbestendig maken bedrijventerreinen

4.

Strategisch sturen op ruimte voor bedrijvigheid met grote kavels en/of hogere milieucontour o.a. t.b.v. grondstoffenstromen in een circulaire economie

5.

Uitbouwen van lokale sterktes: polycentrische structuur Gezondheidseconomie Energie Agrifood Maakindustrie Innovatie en verduurzaming luchtvaart

6.

Onderzoek inpassing stedelijke distributie Zoekgebied locatie stedelijke distributie

Bestaande structuren Bedrijventerreinen (IBIS) Huidige werkclusters (LISA) Wegennetwerk Spoornetwerk Groningen Airport Eelde

RGA 018

Mobiliteit in de RGA in 2040

RGA

Duurzaam, comfortabel en gezond reizen als basis. Duurzame verplaatsingen per OV en fiets als voorkeur en plek voor de auto waar nodig, al dan niet in de vervoersketen. Slimme, nieuwe technologie toepassen waar nuttig en mogelijk.

019

Uitwerking ontwikkelprincipes Er is veel geïnvesteerd in betere vervoersverbindingen afgelopen jaren. Zo zijn de Q-link en Qliner geïntroduceerd als regionaal hoogwaardig openbaar vervoer (HOV). Hierdoor zijn kernen in de Regio beter verbonden met belangrijke bestemmingen. Het HOV-systeem is uitgebouwd tot een netwerk en fungeert als ruggengraat voor de verstedelijking. Een zorgpunt is de betaalbaarheid van het in stand houden van het systeem. Met toevoeging van woningen en arbeidsplaatsen nabij HOV-haltes proberen we het gebruik te versterken en daarmee de reizigersinkomsten te vergroten. Multimodale verplaatsingen, waarbij mensen (deels) gebruik maken van het OV, zijn met het concept van hubs vanzelfsprekender geworden. Hubs zijn HOV-haltes met goede voorzieningen voor voor- en natransport, bijvoorbeeld P+R’s in de regio en bij de steden. We zijn een regio met relatief grote afstanden en op sommige plekken weinig OV-gebruikers. Het gebruik van de auto blijft van belang. In het dagelijkse leven, in het meer verstedelijkte gebied, is dit echter geen noodzaak. De Verstedelijkingsstrategie zet met name in op bereikbaarheid te voet en op de fiets [Principe 7. Samenwerken aan een duurzame regio] Door in bestaand verstedelijkt gebied te bouwen, gebruiken we het bestaande OV optimaal [Principe 1. Bestaand verstedelijkt gebied versterken].

Door relatief veel te bouwen nabij bestaande en nieuwe werklocaties, vermindert de mobiliteitsvraag. Daarmee brengen we de negatieve milieueffecten per inwoner door mobiliteit omlaag. Vanuit kosteneffectiviteit en maatschappelijke meerwaarde ligt de prioriteit op lopen, de (e-)fiets, het OV en ketenmobiliteit. Het fietsgebruik voor binnenstedelijke verplaatsingen in de stad Groningen is zeer hoog. Regionale (door-)fietsroutes leidden tot meer fietsers naar en in de steden. Dit vraagt in de ruimtelijke inrichting ook aandacht voor fietsparkeren. Gedragsbeïnvloeding bleek succesvol, onder meer in het

programma Beter Benutten dat we uitrolden met Groningen Bereikbaar en Assen Slim Bereikbaar. Deze programma’s laten zien dat er in het mobiliteitssysteem ruimte is om de capaciteit beter te benutten. Bijvoorbeeld door mensen te bewegen anders, op een beter moment of helemaal niet te reizen (thuiswerken). De automobiliteit kan daarvan ook profiteren, omdat er dan meer ruimte in het bestaande systeem beschikbaar is. [Principe 4. Mobiliteit in balans].

55% van de huidige woningen heeft HOV of een treinstation nabij

We zetten in op het beter benutten van sterke HOVhubs. Stationsgebieden en andere HOV-hubs zijn de best bereikbare plekken voor iedereen, met elk vervoersmiddel. Daarom zijn het geschikte plekken om woningen en banen toe te voegen in de hele Regio [Principe 3. Polycentrische ontwikkeling stimuleren]. In 2040 is de uitstoot van het autoverkeer sterk verminderd. Hernieuwbare energie is de belangrijkste energiebron; de tank- en laadinfrastructuur heeft een grootschalige transitie ondergaan. Een robuust mobiliteitssysteem betekent ook een toekomstbestendig systeem. Dit betekent dat we rekening houden met duurzame, hernieuwbare energiedragers in mobiliteit en dat de infrastructuur, ook in de steden, geschikt is voor toekomstige, (autonome) vervoermiddelen. Het is belangrijk dat infrastructuur klimaatbestendig is, betrouwbaar en geschikt voor hoogfrequent openbaar vervoer. Deze nieuwe verbindingen dragen bij aan een betere bereikbaarheid voor alle inwoners [Principe 6. Hefboom voor herstructurering].

Kernen zonder treinstation verbonden met snelle en frequente buslijnen

Voor de Regio als geheel zijn goede verbindingen over het spoor nationaal en internationaal van groot belang. Sommige strategische ontwikkelingen vragen ook om intensivering of betere ontsluiting van OV, die ook de huidige inwoners betere toegang tot het netwerk bieden. [Principe 2. Agglomeratiekracht vergroten].

Analysekaart Mobiliteit: de RGA in context

Mobiliteit in de RGA in 2040

RGA

Duurzaam, comfortabel en gezond reizen als basis. Duurzame verplaatsingen per OV en fiets als voorkeur en plek voor de auto waar nodig, al dan niet in de vervoersketen. Slimme, nieuwe technologie toepassen waar nuttig en mogelijk.

020

Strategische opgaven 1.

Ruimtelijke keuzes

Ruimtelijk beleid is de krachtigste knop om het mobiliteitsgedrag te beïnvloeden. Met de juiste ruimtelijke keuzes vergroten we de nabijheid van wonen, werken en voorzieningen en neemt het aantal verplaatsingen en reisafstanden af. Het maakt de keuze om te lopen en fietsen vanzelfsprekend en verlaagt daarmee druk op het netwerk en CO2-uitstoot door mobiliteit. Daarom is ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied en bij belangrijke OV-knopen prioritair in de Verstedelijkingsstrategie. Dit gaat niet alleen om het ontwikkelen van woningbouw nabij OV, maar juist ook om voorzieningen en onderwijs. De volgorde van ontwikkelen is bepalend bij mobiliteitskeuzes: het mobiliteitsaanbod is idealiter al compleet vóórdat ergens woningen of arbeidsplaatsen bijkomen. Daar waar dat niet lukt zorgen we in ieder geval voor een goede tijdelijke OV-voorziening. Een nieuwe woon- of werkplek is immers een sleutelmoment bij de keuze voor bijvoorbeeld de aanschaf van een (tweede) auto of een (elektrische) fiets. De stationsgebieden in de regio bieden vaak nog ruimte. Ook in de zogenaamde tegenspits zit ruimte op het netwerk, bijvoorbeeld in Zuidhorn, Roden, Leek, Winsum en Hoogezand-Sappemeer. HOV-haltes in centra van grotere dorpen in de regio kunnen zich verder ontwikkelen tot gemengde plekken.

Plekken die steeds vaker niet alleen een herkomst, maar ook een bestemming zijn, voor bezoekers vanuit de Regio

2.

(Regionale) schaalsprong in het OV

De mobiliteitsstrategie van de RGA (2020) stelt als centraal doel het versterken en beter benutten van de duurzame mobiliteitsketens en manieren van vervoer. Concreet: het beter zichtbaar maken en verbeteren van de keuzemogelijkheden naast alleen de auto. De drie kernwoorden van deze mobiliteitsstrategie zijn vergroenen, verknopen en verslimmen. Door de groei van het gebruik van het OV-systeem, met name in en rondom stedelijk gebied, is een schaalsprong nodig. Het axiale regionale systeem, waarin alle stromen op het Groninger hoofdstation bijeenkomen, verandert in een meer tangentieel systeem. Dit is een systeem met meer rechtstreekse verbindingen naar belangrijke regionale voorzieningenclusters en meer overstapmogelijkheden in het OV-netwerk in de Regio. Met de doorkoppeling van de regionale spoorlijnen op het Groninger hoofdstation sorteren we daar al op voor. Een betrouwbaar, robuust en hoogfrequent OV-netwerk vraagt niet alleen om nieuwe hubs (zoals station Suiker), maar om aanpak van de hele vervoersketen. Hubs zijn de centrale plekken waar alle modaliteiten en aanvullende diensten, zoals publiek vervoer en deelmobiliteit, samenkomen. In dit ontwikkelperspectief is waar nodig rekening gehouden met de realisatie van de Lelylijn, Nedersaksenlijn, Wunderline en de versnelling van bestaand spoor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16973284/1