notitie raadsakkoord na verkiezingen
Tekst van het document
Proceshandreiking gemeenteraadsverkiezingen 2022 Wat is nodig om een raadsakkoord op te stellen?
Aanleiding Na de verkiezingen moeten twee zaken gebeuren. Er wordt gezocht naar politieke samenwerking en er worden bestuurders benoemd. In het fractievoorzittersoverleg van 11 november is de “proceshandreiking gemeenteraadsverkiezingen 2022” besproken. Hierin staat als voorstel om na de verkiezingen een coalitieakkoord en een collegeprogramma op te stellen. Aanvullend daarop kan de raad een strategische raadsagenda opstellen met een aantal onderwerpen/thema’s waar de raad in die raadsperiode zelfstandig dan wel op voorstel van het college over wil debatteren. Deze agenda laat zich goed combineren en integreren in een lange termijnagenda van de raad. De fractievoorzitters willen de mogelijkheid openhouden om niet een meerderheidscoalitie te vormen maar om een raadsprogramma/raadsakkoord op te stellen. De griffie is gevraagd te verkennen wat daarvoor nodig is. Hierbij is gebruik gemaakt van de volgende twee rapportages: 1. “Leerkring raadsakkoorden: de rol van de griffier dienstbaar maar niet gedienstig”, juni 2020, Democratie in Actie 2. “Een routekaart voor raadsakkoorden, varianten, ervaringen en lessen”, april 2021, Vereniging voor Raadsleden Wat is precies een raadsakkoord? Een raadsakkoord komt vaak voort uit de wens om op een ander manier politiek te bedrijven en de klassieke structuur van oppositie en coalitie lost te laten.
Een raadsakkoord kan echter op elk moment onafhankelijk van verkiezingen worden opgesteld. Een raadsakkoord wordt gesloten vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid die alle fracties willen nemen om de rol van de gemeenteraad in de lokale samenleving neer te zetten. Het raadsakkoord is vooral een werkplan voor de raad, waarin ambities en afspraken met zichzelf staan.
Waar het om gaat is dat er raadsbrede overeenstemming is, vastgelegd in een document, over het politiek bestuurlijk proces en/of inhoudelijke thema’s in de lokale politiek. Een raadsakkoord kan diverse vormen aannemen. Een aantal in de praktijk voorkomende uitwerkingen staan hieronder: 1. De raad en niet een coalitie stelt een politiek programma op, dat door het college wordt uitgevoerd. De vaste structuur van oppositie en coalitie wordt doorbroken. De representatieve democratie wordt van binnenuit veranderd. Dit betekent dat de onderhandelingen niet beperkt worden in de coalitievorming, maar dat er gedurende vier jaar politiek debat is en er gezocht wordt naar wisselende meerderheden. De collegeleden worden door de raad benoemd (zakencollege, komt 4 x voor bijvoorbeeld Smallingerland, is niet altijd succesvol verlopen) 2. Een aantal partijen vormen een coalitie en deze partijen leveren de wethouders. De agenda voor de komende vier jaren wordt opgesteld door de raad. De wethouders stellen een uitvoeringsprogramma / collegeprogramma op, als uitwerking van het raadsakkoord. Dit geeft handvatten om aan de slag te gaan. Er is een raadsakkoord en daarbinnen een collegeprogramma. (komt 24 x voor) 3. Na de verkiezingen wordt een coalitie gevormd en deze partijen leveren een wethouder. Deze partijen sluiten geen gezamenlijk coalitieakkoord, dat wordt gedaan door de hele
1
raad. Er wordt nog niet uitgeschreven hoe er uitvoering wordt gegeven wordt nog niet opgeschreven. (komt 20 x voor) 4. Een aantal partijen vormen een coalitie en leveren de wethouders. Deze partijen bepalen samen de agenda voor de komende jaren, een coalitieakkoord. Het is geen regulier meerderheidscollege omdat zij de raad uitnodigen een raadsakkoord te maken. Onafhankelijk van elkaar is er een coalitieakkoord en een raadsakkoord. Het raadsakkoord is een aanvullend document waarin de oppositie de kans krijgt om het beleid voor de komende jaren mee te bepalen. Het kan zeer uitgebreid zijn maar ook de vorm aannemen van een strategische agenda, met door de raad gekozen thema’s waarbij veelal contact met de maatschappij van groot belang is. (komt 8x voor bijvoorbeeld Coevorden en Heerenveen1) 2 De meeste gemeenten in Nederland (289 van de 355) sloten in de vorige raadsperiode een coalitieakkoord, waarbij de coalitiepartijen het inhoudelijke programma afspreken en de wethouders leveren. Kansen en risico’s bij een raadsakkoord De ervaringen in de leerkring en de enquête uitgevoerd onder raadsleden naar hun ervaringen met raadsakkoorden laten een aantal kansen en risico’s zien. Positieve ervaringen: 1. De overbrugging in de tegenstelling tussen oppositie en de coalitie. (Er wordt rondom vraagstukken een positie ingenomen en een rol bepaald.) 2.
De wisselende meerderheden zorgen voor meer dynamiek in de raad. 3. Het politieke proces vindt plaats vanuit een gedeeld vertrekpunt, gezamenlijke ambitie. 4. Als er een raadsakkoord wordt afgesloten waarbij er op veel punten raadsbrede consensus is, kan het politieke debat zich toespitsen op thema’s waarbij partijen echt van mening verschillen. Er is minder behoefte zich op alle onderwerpen te profileren, waardoor het aantal debatten waarbij partijen dezelfde standpunten herhalen kleiner wordt. 5. Burgers worden op een andere manier betrokken bij de politiek en dat vergroot het vertrouwen. Dit wordt versterkt doordat partijen niet enkel denken aan partijbelang maar meer oog hebben voor het algemeen belang. Risico’s: 1. Een andere werkwijze is lastig vol te houden. Wat als werken met wisselende meerderheden begint, leidt uiteindelijk tot een vorm van coalitievorming. 2. Er worden zo veel ideeën ingebracht, dat deze op de grote hoop verdwijnen, het overzicht verdwijnt en het onmogelijk is deze allemaal te agenderen. (De rol van het raadslid veranderd, zij moeten agenderend en formerend werk verrichten en de raad moet daar samen met elkaar uitkomen) Het college kan in deze mêlee lastig prioriteiten aanbrengen, zeker als er geen collegeprogramma is. Bepaalde partijen zien nog steeds niets van hun ideeën terug. 3.
De raad moet wel een gevoel van eigenaarschap hebben, wanneer een college voor de volledige raad werkt, anders wordt een wethouder een “wandelende schietschijf”. 4. Het blijft lastig om tot overeenstemming te komen. Coalitie-discipline heeft nadelen, maar er worden wel besluiten genomen. De politiek verplaatst zich van de relatief korte periode 1
Heerenveen en Coevorden hebben een thematisch raadsakkoord met drie thema’s waar de raad mee aan de slag gaat en de dialoog met de samenleving zoekt. In Heerenveen wordt jaarlijks, in samenspraak met burgers, een vierde initiatief opgepakt. 2 In Noordenveld is er een raadsakkoord naast een coalitieakkoord. Hierbij heeft de raad een groot aantal gezamenlijke thema’s en acties benoemd die de raad uitgevoerd wil zien. De gemeenteraad vraagt het college om op basis van een meerjarig uitvoeringsplan voorstellen uit te werken en deze voor te leggen aan de raad. 2
5. 6.
7. 8.
9.
van formeren naar de voltallige raadsperiode. Het komen tot wisselende meerderheden kost tijd; er moet aandacht zijn voor de feitelijke efficiëntie. Het risico bestaat dat in een raadsakkoord uiteindelijk niet veel wordt bereikt, het blijft bij praten, maar er ontstaat weinig actie. Akkoorden zijn soms te vrijblijvend en abstract. Zaken waar wel overeenstemming op kon worden gevonden waren vaak erg specifiek en concreet. De raad kan dan dicht op de uitvoering komen. Wat is dan nog het verschil met het college? Er kunnen spanningen ontstaan als één of meerdere partijen het akkoord willen openbreken (bijvoorbeeld bij financiële tegenvallers). Als de werkwijze fundamenteel veranderd moeten gangbare afspraken en werkwijzen daarop worden aangepast. Denk daarbij aan de vergaderstructuur, het reglement van orde. Er moeten spelregels worden opgesteld om politieke verschillen en overeenkomsten in een goed op maat gemaakt proces te brengen. Het niet hebben van een coalitie levert praktische problemen op. Bijvoorbeeld: Wie stelt bij een raadsakkoord de begroting op? Wie haalt de financiële teugels aan?
Wat is nodig om te komen tot een raadsakkoord?
De leerkring voor raadsleden heeft geconcludeerd dat er drie sporen van belang zijn: 1. Analyse van de lokale situatie; waar is behoefte aan? 2. Het proces van totstandkoming en uitvoering; hoe doen we het met elkaar? 3. Inhoud van het raadsakkoord; wat leggen we vast?
De routekaart voor raadsakkoorden noemt vier stappen. Deze zijn: 1. Wat willen we bereiken met het raadsakkoord? Welk probleem lossen we er mee op? Welke verbetering moet plaatsvinden? 2. Welke variant kiezen we? Welk raadsakkoord past bij ons en bij wat we willen? 3. Wat moeten we daarvoor regelen? Welke randvoorwaarden moeten we op orde brengen? 4. Welke risico’s treden hierbij op en wat kunnen we doen om deze in te dammen? Conclusie:
Allereerst is het belangrijk met elkaar te verkennen wat voor type akkoord er wordt gesloten en met welk doel. Een raadsakkoord wordt opgesteld i.v.m. ervaren problemen met drie thema’s: 1. De verhouding tussen college en raad 2. De verhouding tussen coalitie en oppositie 3. De verhouding tussen volksvertegenwoordiging en de lokale samenleving
De vraag is of de oplossing niet ook zou kunnen liggen in andere instrumenten dan het aangaan van een raadsbreed akkoord in plaats van een klassieke meerderheidscoalitie. Soms kan een aanpassing van bestaande werkafspraken al een oplossing zijn. Bijvoorbeeld door het invoeren van een jaarlijkse evaluatie en update van het coalitieakkoord. Of door het werken met een lange termijnagenda samengesteld en vastgesteld door de raad. Hierop staan een aantal onderwerpen voor de komende raadsperiode waarop de raad regie wil voeren. Dit kan worden uitgewerkt in processen waarin de raad is gepositioneerd. Jaarlijks kan dit worden bijgewerkt en geactualiseerd. De in een raadsakkoord opgenomen ambitie om iets anders te willen is geen garantie dat het ook gebeurt. Er zijn heldere en handhaafbare procesafspraken nodig waar partijen elkaar op kunnen aanspreken. Dit om te zorgen dat een raadsakkoord tot de afgesproken (maatschappelijke) resultaten leidt.
3