Coalitieakkoord MG Samen bouwen aan morgen DEF
Tekst van het document
Samen bouwen aan morgen 2026 - 2030 Coalitieakkoord Midden-Groningen
Voorwoord Onze gemeente staat de komende jaren voor grote opgaven én grote kansen. Met Nij Begun, de Nedersaksenlijn en de kracht van onze inwoners, ondernemers en verenigingen bouwen we aan een sterke toekomst voor Midden-Groningen. Tegelijk vragen de uitdagingen op het gebied van wonen, bereikbaarheid, leefbaarheid, zorg, economie en energie om duidelijke keuzes en een bestuur dat durft te handelen.
Colofon Dit is een coalitieakkoord van de partijen:
We zijn één gemeente met een eigen identiteit, een centrale positie in de regio en een verhaal dat gehoord mag worden. Dat verhaal dragen we actief uit richting regio, provincie en Den Haag. We trekken stevig op met andere gemeenten en benutten kansen die onze gemeente sterker maken. In dit coalitieakkoord kiezen wij voor een gemeente die regie neemt, zichtbaar is en resultaten boekt. We zijn geen bestuur dat afwacht, maar een bestuur dat initiatief neemt, samenwerkt en naast inwoners staat. Daarbij kiezen we voor een nuchtere aanpak: niet alles kan tegelijk, maar wat we doen moet uitvoerbaar, uitlegbaar en merkbaar zijn voor inwoners. Samen bouwen aan morgen betekent investeren in woningen, bereikbaarheid, leefbare dorpen en wijken, een sterke economie en toekomstbestendige voorzieningen. Daarbij kijken we nadrukkelijk naar de lange termijn. We willen niet alleen problemen oplossen, maar ook bouwen aan brede welvaart en noaberschap: een gemeente waar mensen prettig kunnen wonen, werken, ondernemen en opgroeien. De gevolgen van de gaswinning zijn nog dagelijks voelbaar in onze gemeente. Herstel en versterking blijven daarom onverminderd belangrijk. Tegelijk kijken we verder dan alleen herstel. We benutten de kansen van Nij Begun om structureel te investeren in leefbaarheid, sociale samenhang, economie en perspectief voor toekomstige generaties.
Dit akkoord vraagt ook iets van onszelf als gemeentebestuur en organisatie. We moeten sneller schakelen, beter samenwerken en scherper prioriteren. Minder bureaucratie, meer uitvoering. Minder praten over processen, meer zichtbaar resultaat voor inwoners. De komende jaren bouwen we samen verder aan een sterk, leefbaar en toekomstbestendig Midden-Groningen. Met lef, realisme en vertrouwen in de kracht van onze gemeente.
Vormgeving MarneVeenstra Mei 2026
2
3
Inhoudsopgave
4
Voorwoord
3
Hoofdstuk 1: Wonen en projectontwikkeling
7
Hoofdstuk 2: Mobiliteit en bereikbaarheid
13
Hoofdstuk 3: Zorg, welzijn en bestaanszekerheid
17
Hoofdstuk 4: Energie en Duurzaamheid
23
Hoofdstuk 5: Economie
27
Hoofdstuk 6: Leefbaarheid en openbare ruimte
33
Hoofdstuk 7: Nij Begun en versterkingsopgave
39
Hoofdstuk 8: Bestuurskracht en dienstverlening
45
Hoofdstuk 9: Asiel en immigratie
51
Hoofdstuk 10: Financiën
55
5
Hoofdstuk 1
Wonen en projectontwikkeling
Wonen en projectontwikkeling Wat we willen bereiken Wonen en bouwen is voor dit college een topprioriteit. We gaan werken aan voldoende, passende en betaalbare woningen, met kwaliteit als uitgangspunt. Wonen is een integrale opgave en draagt bij aan brede welvaart, sterke gemeenschappen en een robuuste lokale economie. Tot 2030 realiseren we circa 700 woningen (netto toevoeging). We sturen daarbij op tempo én kwaliteit: nieuwbouw is duurzaam en toekomstbestendig en bestaande woningen worden verduurzaamd. We houden daarbij rekening met netcongestie. We streven gemeentebreed naar een evenwichtige balans tussen sociale huur, particuliere huur en koopwoningen en willen zorgen dat doorstroom op gang komt. We vinden het belangrijk dat alle wijken en dorpen in MiddenGroningen sociaal draagkrachtig en leefbaar zijn. Per project of gebied kijken we daarom wat nodig is. Daarbij hebben we gerichte aandacht voor starters, jongeren, senioren en inwoners met een urgente woon- of zorgvraag. Dat betekent dat we heel hard moeten werken aan doorstroming en dat we opkomen voor het algemene belang. We maken duidelijke ruimtelijke keuzes. In en rond stedelijke kernen benutten we de kansen voor groei en regionale opvang van de woningvraag. We gaan wijs om met onze eigen gronden.
We willen ook in de dorpen gaan bouwen en daar zetten we primair in op vernieuwing, verduurzaming en kleinschalige uitbreiding die aansluit bij de lokale behoefte. Tegelijk vinden we het heel belangrijk om verder vooruit te kijken: ook voor de periode na 2030 zien we aanzienlijke kansen voor woningbouw in het stedelijk gebied, middelgrote kernen en linten en dorpen. In het stedelijk gebied gaat het om een potentieel van circa 1.700 tot 3.400 woningen, aangevuld met honderden woningen in middelgrote kernen en aanvullende capaciteit in dorpen en linten. Deze bandbreedte benutten we om structureel te bouwen aan de toekomst van Midden-Groningen. Daarbij benutten we actief de kansen die Nij Begun biedt, onder andere voor versterking, herstructurering en het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad.
Hoe gaan we dat doen We nemen het stuur strak in handen en gaan regie voeren. We sturen strak op uitvoering door meer programmatisch te gaan werken. De actualisatie van de Omgevingsvisie heeft daarbij topprioriteit, omdat hierin de ruimtelijke keuzes voor woningbouw, economie, mobiliteit en energie samenkomen en richting geven aan alle verdere ontwikkeling in de gehele gemeente. Met de inwerkingtreding van de Wet versterking regie volkshuisvesting nemen we regie en
8
vertalen die in één samenhangend programma Wonen, waarin aantallen, doelgroepen, locaties en betaalbaarheid integraal worden aangestuurd. We gaan bouwen in alle segmenten. We houden ons aan een percentage van maximaal 30% sociale huur gemeentebreed en stemmen af met de regio, maar door ook in andere segmenten te bouwen brengen we doorstroom op gang en worden we aantrekkelijk voor mensen die zich buiten de stad willen vestigen. Daarbij zoeken we naar mogelijkheden om modulair en toekomstbestendig te bouwen. Over de bouwopgave gaan we actief in gesprek met de provincie en gemeenten om ons heen. De ontwikkeling HarkstedeMeerstad en bureau Meerstad heeft daarbij prioriteit. Om het benodigde tempo te halen tonen we lef en werken we hard aan grotere, kansrijke locaties, terwijl we tegelijkertijd ruimte houden voor kleinschalige initiatieven in dorpen. De Nedersaksenlijn benutten we als vliegwiel voor gebiedsontwikkeling: rond stationslocaties koppelen we woningbouw aan bereikbaarheid, economie en voorzieningen en versnellen we herstructurering in het stedelijk gebied. We initiëren eveneens een woningbouwfonds. Met dit fonds brengen we kansrijke initiatieven sneller op gang. Ook in de dorpen en linten schakelen we een versnelling hoger.
Om de woningbouw in de dorpen te versnellen, maken we ruimte voor kleinschalige nieuwbouwplannen die aansluiten bij de lokale behoefte, waarbij we niet alleen kijken naar vernieuwing maar ook expliciet naar uitbreidingsmogelijkheden. We faciliteren hier actief nieuwe woningbouwinitiatieven en kijken naar passende uitbreidingslocaties aan de randen van de kernen. We versnellen initiatieven door een duidelijke en voorspelbare werkwijze. We combineren een ‘rode loper’ voor initiatiefnemers met een permanente marktdialoog met corporaties, ontwikkelaars en beleggers. We zorgen dat onze interne structuur en primaire processen om onze ambities te verwezenlijken op elkaar aansluiten. Het initiatievenloket ontwikkelen we door naar een omgevingstafel voor snelle, integrale beoordeling aan de voorkant met daarbij duidelijke informatie over regels, eisen en procedures. De initiatiefnemer zit direct aan tafel met alle relevante specialisten van de gemeente en externe partners. Door deze gezamenlijke aanpak aan de voorkant beoordelen we plannen niet alleen sneller en integraal, maar kunnen we processen ook vaker parallel laten lopen in plaats van volgtijdelijk te programmeren. Dit vraagt een actieve houding van zowel de gemeente als de marktpartij om gezamenlijk tot een snellere realisatie te komen.
We prioriteren initiatieven waar netcapaciteit beschikbaar is én werken actief aan het vergroten van die capaciteit, onder andere via samenwerking met netbeheerders en door in te zetten op slimme oplossingen zoals energiehubs en netbewust bouwen. We vergroten de diversiteit van het aanbod door ruimte te bieden aan nieuwe woonvormen, zoals Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) en mantelzorgwoningen. Tegelijk versterken we onze regie via een actieve grondpolitiek en betere grondpositie in lijn met het huidige beleid. We kijken hierbij ook naar grondposities die niet expliciet voor woningbouw bestemd moeten zijn, zoals in het lage veengebied. We zullen terughoudend omgaan met het handhaven van permanente bewoning in recreatiewoningen totdat de instructieregel al dan niet is vastgesteld in de Eerste Kamer.
9
Wij vinden het van groot belang dat inwoners van onze gemeente een eerlijke kans hebben op een passende woning. Daarom zetten wij in op het versterken van de positie van eigen inwoners en mensen met een aantoonbare lokale binding bij de toewijzing van woningen. Binnen de wettelijke kaders willen wij voorrang verlenen aan woningzoekenden die afkomstig zijn uit de gemeente Midden-Groningen of daar een duidelijke sociale of economische binding mee hebben, zoals werk, familie of langdurig verblijf. Hiermee willen wij de leefbaarheid in onze dorpen en wijken behouden en versterken, en voorkomen dat inwoners noodgedwongen hun eigen omgeving moeten verlaten. Wij gaan hierover in overleg met woningcorporaties en andere betrokken partijen om deze voorrangsregeling zorgvuldig, transparant en juridisch houdbaar vorm te geven. Daarbij houden wij oog voor een evenwichtige verdeling, zodat ook kwetsbare doelgroepen en mensen van buiten de gemeente met een dringende woonbehoefte niet worden uitgesloten. Op deze manier zorgen wij voor een woningmarkt die recht doet aan onze gemeenschap en bijdraagt aan een duurzame en sociale ontwikkeling van Midden-Groningen. We verkennen een pilot gericht op de ontwikkeling van kleinschalige ouderenwoonvormen zonder zorgindicatie in kleinere kernen.
Deze woonvormen bieden ouderen de mogelijkheid om binnen hun vertrouwde omgeving te blijven wonen, terwijl tegelijkertijd doorstroming op de woningmarkt wordt gestimuleerd. Door in te zetten op aantrekkelijke, levensloopbestendige woningen met ruimte voor ontmoeting, dragen we bij aan zowel het welzijn van ouderen als de leefbaarheid van dorpen. We borgen tempo én draagvlak door participatie vooraf duidelijk te kaderen. Bestaande instrumenten zoals de starterslening en verzilveringslening zetten we voort en we toetsen de effectiviteit van de zelfbewoningsplicht.
Kosten en middelen We maken € 350.000 vrij voor structurele uitbreiding van de projectorganisatie om de woningbouw te versnellen en regie te voeren. We investeren in strategische grondaankopen en in het versnellen van processen. We stellen € 1.500.000 eenmalig beschikbaar voor een woningbouwfonds. We benutten maximaal subsidies en cofinanciering van regio, provincie en Rijk. We gaan gericht het gesprek aan met relevante partijen. Investeringen worden per project afgewogen binnen de planning- en controlcyclus. Voor enkele initiatieven zullen we incidenteel geld beschikbaar stellen, maar we verwachten de opgave voor wonen veelal binnen bestaande middelen op te kunnen lossen.
10
11
Hoofdstuk 2
Mobiliteit en bereikbaarheid
Mobiliteit en bereikbaarheid Wat we willen bereiken Midden-Groningen blijft goed bereikbaar en veilig voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Mobiliteit is een integraal onderwerp en ondersteunt onze economische ontwikkeling, woningbouw en leefbaarheid. Daarbij zorgen we dat stedelijke kernen, dorpen en het buitengebied goed bereikbaar blijven. We kiezen voor een toekomstbestendig mobiliteitssysteem dat meegroeit met toenemende verkeersdruk en nieuwe ontwikkelingen en de forse woningbouwopgave. Verkeersveiligheid staat centraal: inwoners moeten zich veilig kunnen verplaatsen, in de kernen én in het buitengebied. De Nedersaksenlijn benutten we als strategische kans om onze positie als tweede kern van de provincie te versterken en onze gemeente beter te verbinden met Noord- en Oost-Nederland.
Hoe gaan we dat doen We zorgen voor toekomstbestendige infrastructuur. We brengen verkeersknelpunten in alle kernen systematisch in beeld en pakken deze gefaseerd aan. Daarbij gaat het onder andere om onveilige kruisingen, drukke dorpslinten en knelpunten rond scholen en voorzieningen. We investeren in een veilig en aantrekkelijk fietsnetwerk door verbetering van schoolroutes en doorfietsroutes. We passen wegen aan waar de inrichting niet past bij het gebruik en verhogen zo de verkeersveiligheid. We realiseren een structurele en toekomstbestendige oplossing voor de verkeerssituatie in Zuidbroek, want de huidige situatie is onhoudbaar en ondermijnt de leefbaarheid en verkeersveiligheid in de kern, waardoor ingrijpen op de korte termijn noodzakelijk is. We zetten in op de aanleg van een tweede brug en een nieuwe ontsluitingsroute, inclusief een passende inrichting van omliggende wegen zoals de Spoorstraat en Kerkstraat. Doorgaand (vracht)verkeer wordt zoveel mogelijk om de kern heen geleid. Alleen bestemmingsverkeer blijft in het dorp. Op de middellange/lange termijn verbeteren we de doorstroming op de belangrijkste verkeersassen, waaronder de randweg rond Hoogezand en Sappemeer waardoor we de verkeersdruk op de Kerkstraat, de Woldweg en de Noordbroeksterstraat verminderen.
Hiermee scheiden we doorgaand verkeer en bestemmingsverkeer beter, verminderen we druk op centra en creëren we ruimte voor wonen, werken en verblijven. Daarnaast zetten we in op verbetering van de aansluiting op N33, als belangrijke regionale verbinding voor onze gemeente.
We benutten de Nedersaksenlijn maximaal. We zitten bestuurlijk en ambtelijk stevig aan tafel bij de MIRT-verkenning en de verkenning Gebiedsontwikkeling en zetten erop in dat zowel het openbaar vervoer in de gemeente Midden-Groningen (inclusief een nieuw station in Hoogezand) als de gebieden rond de stations een impuls krijgen door de aanleg van de Nedersaksenlijn. We maken hierin duidelijke keuzes die passen bij onze positie als tweede kern van de provincie en koppelen deze ontwikkeling aan gebiedsontwikkeling en brede welvaart. Door woningbouw en voorzieningen te concentreren bij ov-knooppunten versterken we het gebruik van openbaar vervoer, verbeteren we de bereikbaarheid van de dorpen, en dragen we bij aan duurzame groei. Bij nieuwe mobiliteitsplannen nemen we netcongestie vanaf het begin mee. Dat geldt voor laadinfra, logistiek, bedrijventerreinen en ov-knooppunten. We werken samen met netbeheerders, provincie en ondernemers aan slimme oplossingen, zoals fasering, laadpleinen en energiehubs, zodat plannen ook daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden. We houden rekening met alle gebruikers van het netwerk. We investeren in een veilig en aantrekkelijk fietsnetwerk dat bijdraagt aan een bloeiende vrijetijdseconomie. Juist voor kleinere kernen en het buitengebied is een goed fietsnetwerk essentieel voor bereikbaarheid, schoolroutes en voorzieningen.
We verbeteren schoolroutes, vullen ontbrekende schakels aan en realiseren doorfietsroutes richting de regio. Landbouwverkeer en logistiek krijgen een volwaardige plek in de inrichting van wegen en we betrekken de sector actief bij oplossingen. Ook de bereikbaarheid van hulpdiensten is randvoorwaardelijk bij aanpassingen. Participatie en communicatie verbeteren we, zodat keuzes duidelijk en uitvoerbaar zijn.
Kosten en middelen We geven voorrang aan projecten die bijdragen aan meerdere doelen tegelijk: bereikbaarheid, veiligheid, leefbaarheid en economische ontwikkeling. We werken maatregelen verder uit op basis van onderzoek en kostenramingen, zodat we per project weloverwogen keuzes kunnen maken. We investeren gericht in bereikbaarheid, verkeersveiligheid en infrastructuur. Daarbij maken we duidelijke keuzes in prioriteit en fasering. Grote projecten realiseren we samen met Rijk en provincie. We zetten actief in op cofinanciering en benutten beschikbare middelen maximaal. Daarbij houden we rekening met de benodigde investeringen in energie-infrastructuur, zodat mobiliteitsmaatregelen ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. Met betrekking tot de tweede brug in Zuidbroek is reeds €2.100.000,- gereserveerd in de begroting voor cofinanciering.
Ook houden we rekening met intensiever gebruik van water en spoor zoals vaker treinverkeer en een hogere vaarklasse van het Winschoterdiep. We zetten in op ongelijkvloerse en duurzame oplossingen.
14
15
Hoofdstuk 3
Zorg, welzijn en bestaanszekerheid
Zorg, welzijn en bestaanszekerheid Wat we willen bereiken In Midden-Groningen moeten inwoners kunnen rekenen op zorg en ondersteuning die werkt in de praktijk. We willen dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en volwaardig mee kunnen doen. Zorg en welzijn zijn integrale opgaven die nauw samenhangen met thema’s als gezondheid, leefbaarheid en wonen. We blijven bouwen aan een toekomstbestendig stelsel waarin preventie, welzijn en ondersteuning dichtbij huis een stevige plek krijgen. Door de dubbele vergrijzing neemt het percentage ouderen toe. Dat vraagt om andere keuzes: meer geschikte woningen, betere samenwerking tussen zorg en welzijn en voorzieningen dichtbij huis. We willen dat ouderen veilig, gezond en met kwaliteit van leven oud kunnen worden in hun eigen omgeving, met passende woningen, toegankelijke voorzieningen, ruimte voor ontmoeting en ondersteuning wanneer dat nodig is. We zetten daarom in op een sterke sociale basis en investeren in een goede samenwerking tussen het sociaal en medisch domein. Daarnaast hechten we ook grote waarde aan gezond en veilig opgroeien. Dit betekent dat we ook stevig inzetten op onze toekomstige generatie. Daarom zetten we bij jeugd(zorg) preventie centraal.
We versterken de bestaanszekerheid van inwoners door armoede en schulden gerichter aan te pakken en deze opgave nadrukkelijk te verbinden met de sociale agenda en de economische agenda. Bestaanszekerheid is breder dan alleen inkomen: het gaat ook om betaalbaar wonen, toegang tot zorg, energie, onderwijs en de mogelijkheid om volwaardig mee te doen in de samenleving. Deze opgaven hangen nauw samen met de keuzes die we elders in dit coalitieakkoord maken op het gebied van wonen, gezondheid, onderwijs, duurzaamheid en leefbaarheid. Daarbij kiezen we niet voor een generieke benadering, maar voor een gerichte inzet op huishoudens en groepen waar de problematiek het grootst en het meest hardnekkig is.
Hoe gaan we dat doen We zetten het bestaande beleid grotendeels door. Dat betekent dat we de sociale basis in onze gemeente versterken door te investeren in sterke gemeenschappen, mantelzorgondersteuning, vrijwilligerswerk, welzijn op recept, en andere algemene voorzieningen die zwaardere zorg kunnen voorkomen of uitstellen. De doelgroep ouderen heeft voor ons prioriteit en daarom stellen we een integraal ouderenbeleid op. Sport is inherent verbonden aan gezondheid, zowel fysiek als mentaal. We blijven inzetten op sterke sportfaciliteiten die toegankelijk blijven, in de brede zin van het woord. We benutten
18
kansen om onze faciliteiten in samenwerking met de clubs en verenigingen te versterken en te verduurzamen, zodat ze ook toekomstbestendig worden. We zetten alleen in op effectieve interventies en stoppen met wat niet werkt. Daarbij maken we vooraf duidelijk welke resultaten we willen bereiken en monitoren we jaarlijks de effecten op gezondheid, participatie, armoede en schulden. We vergelijken ons voorzieningenniveau met dat van buurgemeenten en onderzoeken de effecten van verschillen in aanbod en gebruik. Eventuele beleidsaanpassingen worden integraal gewogen op kwaliteit, toegankelijkheid en financiële houdbaarheid. De sociale agenda van Nij Begun benutten we maximaal voor langdurige investeringen in preventie in goede samenwerking met het maatschappelijk middenveld. We durven daarbij gericht te investeren in wijken, dorpen en bij doelgroepen, zoals ouderen, waar de zorgvraag het grootst is of waar problemen zich stapelen. We positioneren wonen nadrukkelijk als onderdeel van de zorgopgave: zonder passende woningen en woonvormen is houdbare zorg niet mogelijk. Daarom maken we dit een vast onderdeel van onze woningbouwprogrammering en ruimtelijke keuzes.
We realiseren meer geclusterde en levensloopbestendige woningen, met concrete afspraken met woningcorporaties en ontwikkelaars, en bieden meer ruimte aan (kleinschalige) woon-zorginitiatieven via ruimtelijke afwegingen in tenders voor woningbouw. We breiden mogelijkheden uit voor kortdurende opvang en herstelplekken om langer thuis wonen mogelijk te maken, zodat mantelzorgers worden ontlast en ziekenhuisopnames kunnen worden voorkomen. In dat kader houden we ook de invulling van het programma vrijkomende locaties opnieuw tegen het licht. In de jeugdhulp richten we ons op eerder helpen, normaliseren waar dat kan en minder snel doorverwijzen naar zware zorg. De omvorming van Kwartier Zorg en Welzijn naar een gemeentelijke stichting zetten we voort. Niet als doel op zich, maar als middel om de toegang tot zorg te verbeteren, de kwaliteit te verhogen en de kosten beter te beheersen. Ook zetten we steviger in op het voorkomen van jeugdcriminaliteit. We intensiveren de samenwerking met partners als scholen, politie, jongerenwerk, leerplicht, en Kwartier Zorg en Welzijn, zodat we eerder in beeld krijgen welke jongeren kwetsbaar zijn voor afglijden richting criminaliteit en sneller passende ondersteuning kunnen organiseren. Waar nodig treden we ook handhavend op, onder meer via de inzet van de jeugdagent en de jeugdboa.
We kiezen voor een gerichte aanpak om de bestaanszekerheid van onze inwoners te versterken. In Midden-Groningen gaat het om een grote groep inwoners in de bijstand. We streven ernaar het aantal inwoners in de bijstand in de komende vier jaar aantoonbaar terug te dringen, met bijzondere aandacht voor duurzame uitstroom naar werk, opleiding of maatschappelijke participatie. We gaan scherper sturen op wat werkt, op de doelgroepen, en op de kosten en effecten van de interventies. Daarbij erkennen we dat niet iedere inwoner volledig kan uitstromen naar regulier werk. Ook maatschappelijke participatie, deeltijdwerk en ontwikkeling richting werk zijn waardevolle stappen. Het voorkomen van schooluitval en het behalen van startkwalificaties zien we als een belangrijke sleutel om armoede op langere termijn terug te dringen. Daarom
19
zoeken we nadrukkelijk de samenwerking met scholen, ROCs, de arbeidsmarktregio en gezinnen, zodat jongeren die dreigen uit te vallen sneller in beeld zijn en opnieuw perspectief krijgen. We zetten daarnaast in op betere stagekansen, leerwerktrajecten en begeleiding richting vervolgonderwijs en werk om generatiearmoede te doorbreken. Ook willen we actiever sturen op toeleiding naar werk en ontwikkeling, onder meer via de kansen die Nij Begun biedt. Als gemeente pakken we onze rol en maken we prestatieafspraken met maatschappelijke partners. We zijn scherp in waar wij op willen sturen en waar wij faciliterend zijn. We sturen actief op de samenwerking met zorgaanbieders, huisartsen, woningcorporaties, vrijwilligersorganisaties en andere maatschappelijke partners en gaan periodiek in overleg met het platform ouderen.
Kosten en middelen We maken binnen het sociaal domein gerichte keuzes. We geven prioriteit aan investering in preventie en het versterken van de sociale basis mede om zwaardere zorg te voorkomen of uit te stellen. Daarbij zijn we ons ervan bewust dat de kosten vaak bij de gemeente liggen, terwijl de baten (deels) bij andere partijen terechtkomen. Dat is niet houdbaar op de lange termijn, daarom zoeken we actief naar afspraken met partners over gezamenlijke inzet en financiering. Daarover zoeken we actief het gesprek en de samenwerking met deze partijen om initiatieven zo veel mogelijk gezamenlijk vorm te geven. Externe financiering is een belangrijke randvoorwaarde voor onze extra ambitie. We benutten beschikbare middelen van het rijk en de Sociale agenda zo veel mogelijk voor structurele versterking van de leefwereld in plaats van alleen voor tijdelijke projecten. Tijdelijke projecten evalueren we en stoppen we als ze niet werken of onvoldoende maatschappelijk renderen.
20
21
Hoofdstuk 4
Energie en Duurzaamheid
Energie en Duurzaamheid Wat we willen bereiken Midden-Groningen maakt werk van de energietransitie. De stijgende energiekosten en de knellende energie-infrastructuur maken duidelijk dat keuzes en maatregelen nodig zijn. Netcongestie is daarbij leidend in onze keuzes voor woningbouw, economie en verduurzaming. Zonder voldoende capaciteit op het stroomnet kunnen plannen niet doorgaan. We geven prioriteit aan energiebesparing boven energieopwekking. Grootschalige zonneparken kunnen de druk op het elektriciteitsnet vergroten. In een situatie van netcongestie is het niet vanzelfsprekend dat extra grootschalige opwek inpasbaar is zonder aanzienlijke netverzwaring. Wij leggen daarom de prioriteit bij isolatie, efficiënt energiegebruik en het versterken van de energieinfrastructuur. Zo bouwen we aan een robuust en toekomstbestendig energiesysteem dat minder afhankelijk is van grootschalige opwek op land. Nieuwe zonneparken of windparken op land passen niet in deze koers. Voor lopende initiatieven wordt geen verdere planologische medewerking verleend. We gaan maximaal inzetten op zon op daken en bestaande bebouwing. Voor ondernemers kiezen we voor een benadering die stimuleert en ondersteunt. We bevorderen verduurzaming en circulariteit zonder bovenwettelijke eisen te stapelen en ondernemers af te schrikken.
Voor ons eigen vastgoed en onze eigen inkoop nemen we verantwoorde keuzes op het gebied van verduurzaming en maatschappelijk verantwoord inkopen en opdrachtgeverschap.
Hoe gaan we dat doen We werken uiterlijk in 2028 toe naar een warmteprogramma waarin per dorp en wijk duidelijk wordt welke route richting aardgasvrij haalbaar en betaalbaar is. Daarbij zetten we nadrukkelijk in op duurzaam bouwen, isolatie en andere maatregelen die de energietransitie voor inwoners betaalbaar maken. Dit geldt ook voor de isolatiemaatregelen uit Nij Begun. In de wijk Gorecht gaan we door met de aanleg van het warmtenet en onderzoeken mogelijkheden om in de toekomst meer wijken hierop aan te sluiten. We zetten in op initiatieven voor zon op daken. Daarnaast onderzoeken we mogelijkheden van een brede energiemix met bijvoorbeeld aquathermie. Tenslotte hebben we aandacht voor de ervaren overlast van de windmolens langs de N33. Voor MVOI onderzoeken we de mogelijkheden en beginnen met pilots. We vinden het belangrijk om, vooral kleine, ondernemers niet onnodig te belasten. We gaan daarbij in gesprek met ondernemers in onze gemeente en houden ontwikkelingen in de regio in de gaten. Daarbij is het belangrijk dat het geen extra regeldruk oplevert.
24
Voor zonneparken op land verlenen we geen verdere planologische medewerking. Wel werken we mee met kleinschalige bewonersinitiatieven met breed draagvlak. We gaan actief in gesprek met de regio over de consequenties voor de RES om de afspraken te herijken, passend bij deze koerswijziging.
Netcongestie Netcongestie lossen we helaas niet op in onze gemeente, maar we vinden het wel belangrijk om netcongestie te verbinden aan bredere opgaven zoals woningbouw, economie, landbouw, verduurzaming en maatschappelijke voorzieningen. Energie-infrastructuur moet daarom vanaf het begin onderdeel zijn van nieuwe plannen en gebiedsontwikkelingen. Netcongestie vraagt om actieve sturing. De gemeente pakt regie op de ruimtelijke inpassing van energie-infrastructuur en maakt dit een vast onderdeel van elke gebiedsontwikkeling. We bouwen alleen waar energie beschikbaar is of tijdig gerealiseerd kan worden en sturen actief op de fasering van woningbouw en bedrijvigheid in relatie tot de beschikbare netcapaciteit. We zetten in op meerdere energiehubs met bedrijven en onderwijs om slimme lokale samenwerking op het gebied van energie te stimuleren. We verkennen of parkmanagement daarbij een ondersteunende rol kan spelen, waarbij de regie bij de ondernemers ligt. We zorgen voor een stevige positie aan tafel bij Enexis en in regionale programma’s zoals pMIEK, zodat projecten in Midden-Groningen prioriteit krijgen en afspraken worden gemaakt over planning en uitvoering. We nemen initiatief in lokale oplossingen zoals energiehubs en netbewust bouwen om de beschikbare capaciteit beter te benutten.
Waar knelpunten buiten onze directe invloed liggen, zetten we in op een actieve lobby richting provincie en Rijk om versnelling en investeringen voor onze regio te realiseren. We zoeken nadrukkelijk de samenwerking met gemeenten, netbeheerders, ondernemers en kennisinstellingen om te werken aan praktische oplossingen voor netcongestie. Daarbij gebruiken we de aanpak van Groningen Stroomt Door als inspiratie.
Kosten en middelen We benutten maximaal middelen van Nij Begun en subsidies van regio, provincie en Rijk op het gebied van energie en duurzaamheid, zoals de CDOK middelen. Nieuwe ambities voeren we alleen uit als deze financieel haalbaar en uitvoerbaar zijn
25
Hoofdstuk 5
Economie
Economie Wat we willen bereiken Midden-Groningen werkt aan een sterke en toekomstbestendige economie die past bij het karakter van onze gemeente. We zijn trots op wat al aanwezig is en bouwen voort op sectoren waarin we sterk zijn. We geven tegelijk ruimte aan vernieuwing, innovatie en ontwikkeling. Daarbij zien we economie als onderdeel van een bredere opgave voor leefbaarheid en brede welvaart én het moet duidelijk zijn waar we voor staan. Werk, ondernemerschap en investeringen zijn de basis onder leefbare dorpen, goede voorzieningen en kansen voor onze inwoners. Daarom maken we duidelijke keuzes: we geven ruimte aan bedrijvigheid die past bij Midden-Groningen en die bijdraagt aan werk, innovatie en een sterke lokale economie. We staan naast onze ondernemers. Dat betekent een grondhouding van ‘ja, mits’ en geen onnodige stapeling van regels of bureaucratie. Regels zijn er voor duidelijkheid en een gelijk speelveld, niet om ondernemers onnodig vast te zetten. Agrarische ondernemers moeten in staat gesteld worden om kansen die de transities in het landelijk gebied met zich mee brengen te benutten. Zij verdienen perspectief, ruimte om te investeren en een gemeente die naast hen staat en aandacht heeft voor heldere communicatie.
Hoe gaan we dat doen Als het om bestaande sectoren gaat richten we ons in het bijzonder op de maritieme sector, maakindustrie, landbouw en vrijetijdseconomie. Uiteraard is er ook voortdurend aandacht voor de belangrijke rol van het (lokale) MKB, want zij zorgen voor werk, stageplekken, levendigheid en herkenbaarheid in onze dorpen en centra. We zetten in op toekomstbestendige bedrijventerreinen, versterking van bestaande locaties en ruimte voor lokale en regionale ondernemers om te groeien en te vernieuwen. Daarbij sturen we scherper op welke bedrijvigheid op welke plek past, zodat economie, leefomgeving en landschap met elkaar in balans blijven. We kiezen nadrukkelijk voor herstructurering, intensivering en kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijventerreinen en sluiten aan bij de regionale afspraken binnen de A7/N33samenwerking. Daarbij zetten we in op passende uitbreiding rond Hoogezand en Sappemeer en niet op nieuwe grootschalige uitbreidingen op locaties waar regionaal reeds andere keuzes zijn gemaakt, zoals bij Rengerspark/Kolham en de Tussenklappenpolder. We tonen lef en kijken kritisch naar regels, procedures en vergunningverlening en zullen deze zoveel mogelijk vereenvoudigen. Daarbij hanteren wij als uitgangspunt dat we geen aanvullende
28
lokale eisen bovenop landelijke regelgeving voor (agrarische) ondernemers opleggen. Bij nieuwe economische ontwikkelingen kijken we nuchter naar wat past bij de plek, bereikbaarheid, energie-infrastructuur, omgeving en werkgelegenheid. Netcongestie en voldoende fysieke ruimte zijn daarbij harde randvoorwaarden: zonder stroom, ruimte en bereikbaarheid komen ambities niet van de grond. Midden-Groningen richt zich op bedrijvigheid die past bij de schaal en identiteit van onze gemeente: ruimte voor MKB, maakindustrie, innovatie, circulaire economie en lokale werkgelegenheid. Grootschalige XXL-logistiek en grootschalige ‘dozenbouw’ die onvoldoende aansluit bij landschap, infrastructuur en leefomgeving passen niet binnen deze koers. We versterken de samenwerking tussen gemeente, ondernemers en onderwijs, zodat deze leidt tot meer stageplekken, leerwerktrajecten en betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. We organiseren rondetafelbijeenkomsten met het bedrijfsleven, organiseren ondernemingstafels en onderzoeken hoe de innovatiewerkplaatsen meer resultaat kunnen opleveren. Energyhubs, toekomstbestendige bedrijventerreinen en een aantrekkelijk ondernemersklimaat zijn belangrijke elementen in het versterken van die samenwerking. Ondernemerstafels zijn geen praattafels, maar werktafels met vervolgacties.
Daarnaast zorgen we dat wij en onze ondernemers stevig aan tafel zitten bij de Economische agenda van Nij Begun en richting geven. We zetten in op campusontwikkeling die aansluit bij onze economische krachten. Voor de landbouw kiezen we voor een actieve rol in lobby en samenwerking. We ondersteunen de sector om kansen uit landelijke en provinciale ontwikkelingen te benutten, zonder op de stoel van de ondernemer te gaan zitten. De kansen moeten zichtbaar landen bij lokale ondernemers, dorpen, bedrijventerreinen en jongeren. Campusontwikkeling steunen we als die aansluit bij onze eigen kracht en niet leidt tot nieuwe bestuurlijke drukte. Voor de landbouw kiezen we voor perspectief, innovatie en ruimte voor ondernemerschap, met respect voor de praktijk op het erf.
Kosten en middelen We zetten beschikbare middelen en samenwerkingskansen gericht in om de economische structuur van Midden-Groningen te versterken. Daarbij kijken we nadrukkelijk naar provinciale en regionale middelen, naar kansen vanuit Nij Begun en naar publiek-private samenwerking waar dat meerwaarde heeft. Daarbij maken we scherpe keuzes en voorkomen we dat ambities onnodig leiden tot nieuwe structuren of extra bureaucratie. Middelen zetten we in waar ze leiden tot zichtbaar resultaat: behoud en groei van werkgelegenheid, versterking van bedrijventerreinen, betere samenwerking met onderwijs of het binnenhalen van externe middelen. We voorkomen dat geld vooral opgaat aan overlegstructuren,
29
onderzoeken of plannen zonder uitvoering. Voor incidentele initiatieven kan gericht ruimte worden gemaakt als deze bijdragen aan de economische koers van de gemeente en voldoende perspectief bieden op blijvend effect. Daarbij kijken we vooraf naar doel, dekking, uitvoerbaarheid en blijvend effect. Incidenteel geld mag helpen om iets op gang te brengen, maar mag niet ongemerkt leiden tot structurele lasten zonder duidelijke keuze van de raad
30
31
Hoofdstuk 6
Leefbaarheid en openbare ruimte
Leefbaarheid en openbare ruimte Wat we willen bereiken Midden-Groningen zorgt voor een openbare ruimte die schoon, heel en veilig is en blijft. Inwoners moeten prettig en veilig kunnen wonen, bewegen en verblijven. We zorgen voor leefbare dorpen en wijken waar inwoners elkaar ontmoeten, meedoen en zich veilig voelen. We verkleinen verschillen tussen gebieden en richten onze inzet eerst op plekken waar de opgaven het grootst zijn. Bovenal geldt dat de basis in alle dorpen en wijken op orde moet zijn. Met middelen uit Nij Begun versterken we de sociale basis structureel: sterke ontmoetingsplekken, actieve verenigingen en zichtbare ondersteuning in het aardbevingsgebied. Daarmee zetten we de middelen gericht in waar ze voor bedoeld zijn, met concrete resultaten voor inwoners en zonder versnippering. We verbeteren het onderhoudsniveau door achterstanden verder weg te werken, terwijl we de leefomgeving gelijktijdig toekomstbestendig maken. We streven naar een openbare ruimte die niet alleen functioneel is, maar ook bijdraagt aan leefbaarheid en identiteit van dorpen en wijken. De inrichting van de openbare ruimte sluit aan bij het dagelijks gebruik en de behoeften van inwoners, ondernemers en bezoekers. Daarbij zoeken we actief de verbinding met andere opgaven, zoals wonen, mobiliteit en klimaatadaptatie, zodat investeringen elkaar versterken en we toekomstbestendig ontwikkelen.
Hoe gaan we dat doen We richten onze inzet op de gebieden waar de opgaven het grootst zijn. Dat betekent dus dat niet iedere wijk of kern hetzelfde krijgt. In delen van de stedelijke gebieden en een aantal dorpen waar sprake is van armoede, gezondheidsachterstanden en minder voorzieningen, zetten we extra capaciteit en middelen in. We zetten het gebiedsgericht werken door en evalueren dit in 2027. Wat werkt, zetten we door. Wat niet werkt, passen we aan of stoppen we. We gaan verder met de bestaande dorps- en wijkplannen en faciliteren dorpen of wijken waar ze nog niet zijn. Gebiedsgericht werken vraagt heldere keuzes en uitlegbaarheid. Inwoners moeten weten waarom de ene plek meer inzet krijgt dan de andere, en wat de gemeente concreet gaat doen. We versterken bestaande plekken waar inwoners elkaar ontmoeten, zoals dorpshuizen, sportverenigingen en wijkcentra. In kernen waar deze basis onder druk staat, investeren we gericht in behoud en verbetering.
34
In de openbare ruimte gaan we door met het wegwerken van achterstanden en brengen het onderhoud structureel op orde. Daarbij sturen we minimaal op kwaliteitsniveau B. We investeren in goede bereikbaarheid en veilige infrastructuur. Als gemeente met een sterke regionale positie zorgen we voor goede ontsluiting over weg, water en andere verbindingen. We blijven investeren in ons wegennet en benutten ook de kracht van onze vaarwegen en spreken andere overheden aan op hun aandeel in bovenlokale infrastructuur. We combineren werkzaamheden waar mogelijk. Onderhoud, versterking, vervanging en verduurzaming pakken we integraal op om efficiënter te werken en overlast te beperken. We werken gebiedsgericht en geven inwoners een actieve rol bij de ontwikkeling van hun wijk of dorp via wijk- en dorpsplannen die aansluiten op lokale behoeften en initiatieven. Midden-Groningen is een waterrijke gemeente en we willen aantrekkelijk blijven voor recreatievaart en toerisme. We gaan investeren in vaarwegen, bruggen en bediening zodat onze waterinfrastructuur toegankelijk, gastvrij en toekomstbestendig is en blijft. Daarnaast zetten we in op betere samenwerking tussen gemeente, provincie, waterschap, Rijkswaterstaat en andere beheerders van bruggen, sluizen en vaarverbindingen.
We willen scherp hebben wie waarvoor verantwoordelijk is en maken duidelijke afspraken over bediening, onderhoud, baggeren, informatievoorziening en kosten. Daarbij is het uitgangspunt dat inwoners, ondernemers en recreanten niet de dupe mogen worden van gebrekkige afstemming tussen overheden. We spreken andere overheden actief aan op hun verantwoordelijkheid en werken toe naar een meer samenhangende aanpak van de vaarrecreatie. Waar dat helpt, organiseren we één aanspreekpunt of een praktische regiestructuur. We houden de lokale lasten voor inwoners beheersbaar en hanteren daarbij het uitgangspunt dat de gebruiker betaalt. De afvalstoffenheffing blijft daarom in beginsel kostendekkend. Tegelijk vinden we het belangrijk om inwoners met onvoldoende financiële draagkracht te ontzien. Kwijtschelding beschouwen we als onderdeel van ons armoedebeleid en niet als kostenpost die automatisch via de tarieven op andere inwoners wordt afgewenteld. We schaffen de heffing op groeninzameling per 2027 af en passen de financieringssystematiek van de kwijtschelding aan, zodat de gederfde inkomsten niet langer via een opslag worden doorberekend aan de overige belastingbetalers. We onderzoeken actief waar samenwerking binnen de regio bij afvalinzameling en -verwerking mogelijk en effectief is.
Samen met regionale partners kijken we hoe we de inzameling slimmer kunnen organiseren, afval beter kunnen scheiden en grondstoffen zoveel mogelijk kunnen hergebruiken, met blijvende aandacht voor verduurzaming en circulariteit. Verder willen we kwaliteit, veiligheid en goede spreiding van speelvoorzieningen, met ruimte voor maatwerk per dorp of wijk.
35
Kosten en middelen We zetten middelen gericht in op gebieden met de grootste opgaven en benutten Nij Begun en andere beschikbare middelen maximaal. Door per gebied samenhangend te werken voorkomen we versnippering. We investeren in wat werkt en stoppen met wat onvoldoende effect heeft. We sturen op kostendekkendheid en houden de lasten voor inwoners beheersbaar. We maken duidelijke keuzes in prioriteiten en fasering. We investeren gericht in het wegwerken van achterstanden en het op peil houden van de openbare ruimte. De dekking voor de kwijtschelding en afschaffing van de heffing op de groeninzameling zoeken we binnen een gemeentebrede efficiencyopgave van 0,2%. Dit doen we door bij de jaarrekening scherper te sturen op efficiency door standaard 40% van de onuitgeputte budgetten niet over te hevelen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat deze efficiencyopgave niet leidt tot verschraling van voorzieningen of minder ondersteuning voor inwoners. De toegankelijkheid en kwaliteit van onze dienstverlening blijven op peil.
36
37
Hoofdstuk 7
Nij Begun en versterkingsopgave
Nij Begun en versterkingsopgave Wat we willen bereiken De gevolgen van de gaswinning zijn in Midden-Groningen nog dagelijks zichtbaar en voelbaar. Voor veel inwoners betekent versterking nog steeds onzekerheid, frustratie en stilstand. De gaskraan blijft gesloten. Wij vinden dat herstel en versterking niet alleen gaan over stenen, maar ook over vertrouwen, gezondheid, leefbaarheid en toekomstperspectief. Daarom koppelen we herstel nadrukkelijk aan de sociale en economische agenda van Nij Begun. De komende decennia wordt fors geïnvesteerd in brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe, met structurele middelen voor leefbaarheid, gezondheid, armoedebestrijding, participatie, onderwijs, economie en werkgelegenheid. Die kans willen we maximaal benutten voor Midden-Groningen.
Hoe gaan we dat doen Nij Begun krijgt nadrukkelijk prioriteit binnen het college. Daarom komt er een wethouder Nij Begun, die verantwoordelijk wordt voor de coördinatie van de sociale en economische agenda én de verbinding met de versterkingsopgave. Deze wethouder is nadrukkelijk aanwezig in de regio, onderhoudt intensief contact met andere overheden en werkt nauw samen met de portefeuillehouders economie en sociaal domein in ons eigen college. We blijven ons stevig inzetten voor inwoners die vastlopen in de versterking. Daarbij kiezen we nadrukkelijk voor maatwerk, omdat standaardoplossingen in complexe situaties vaak onvoldoende werken. We zetten de knelpuntenpot gericht in om vastgelopen casussen los te trekken wanneer andere partijen geen oplossing bieden. We zijn bereid risico’s te nemen in de voorfinanciering. Daarmee nemen we niet de verantwoordelijkheid van het Rijk of uitvoeringsorganisaties over, maar zorgen we wel dat inwoners niet tussen wal en schip vallen. We hanteren hierbij één principe: geen inwoner mag vastlopen door systeemgrenzen. De sociale en economische agenda van Nij Begun vormen de uitvoeringsmotor onder de keuzes die we elders in dit coalitieakkoord maken op het gebied van wonen, gezondheid, onderwijs, duurzaamheid, leefbaarheid en economie. We benutten de sociale agenda van Nij Begun actief om de leefbaarheid in onze dorpen en wijken te versterken.
We werken ook hier gebiedsgericht en koppelen versterking aan investeringen in ontmoetingsplekken, dorps- en wijkondersteuners, opbouwwerk, gezondheid en kansen voor kinderen en jongeren. Het creëren van ‘een plus’ is daarbij belangrijk. We sluiten aan bij bestaande dorps- en wijkplannen en zorgen dat middelen zichtbaar terechtkomen in onze gemeente.
40
Daarnaast zetten we stevig in op de economische agenda van Nij Begun. We willen dat MiddenGroningen volop profiteert van investeringen in onderwijs, arbeidsmarkt, innovatie, bedrijvigheid en vrijetijdseconomie. Daarbij zoeken we nadrukkelijk samenwerking met gemeenten en partners in de regio en trekken we bovenregionaal op om projecten sneller van de grond te krijgen en onze economische positie te versterken. Daarvoor is het belangrijk dat we met ondernemers en bedrijven blijven praten. De gemeente moet een open en betrouwbare partner zijn: benaderbaar, voorspelbaar en duidelijk over wat wel en niet kan. Alleen dan kan de economische agenda van Nij Begun ook echt slagen en bouwen we aan een duurzame relatie met het lokale bedrijfsleven. Nij Begun mag niet blijven hangen in nieuwe tafels, loketten en overlegstructuren. Het moet zichtbaar iets opleveren: projecten die van de grond komen, ondernemers die mee kunnen doen, jongeren die kansen krijgen en dorpen en wijken die er beter van worden. Maatregel 29 en de knelpuntenpot worden nog onvoldoende benut door en voor inwoners. Daardoor blijven kansen liggen. We willen dit doorbreken. Daarom starten we in het 100%-gebied met actieve ondersteuning en stimulering. Zo weten inwoners Maatregel 29 beter te vinden en maken zij er daadwerkelijk gebruik van voor woningverduurzaming en leefbaarheidsverbetering.
We sturen daarbij op zichtbaar resultaat en voorkomen versnippering van middelen. Bij de uitvoering van Maatregel 14 benutten we koppelkansen om ook de gebieden waar minder middelen naartoe gaan extra te versterken. Zo zorgen we voor een evenwichtige ontwikkeling en voorkomen we dat verschillen tussen dorpen en wijken groter worden. We blijven richting Rijk, NCG en andere betrokken organisaties duidelijk maken dat versterking “koste wat het kost” uitgevoerd moet worden. Tegelijkertijd moeten we zorgen dat dit realistisch blijft. We zien dat bedragen in complexe dossiers oplopen, maar accepteren niet dat inwoners daardoor alsnog vastlopen in procedures of financiering. Ook investeren we in een sterke organisatie die deze opgaven kan dragen. Daarbij maken we scherpe keuzes in prioriteiten en kijken we eerst naar slimmer organiseren en het verschuiven van capaciteit binnen de organisatie voordat we uitbreiden. Ambities moeten uitvoerbaar zijn. Zeker bij Nij Begun willen we vooraf scherp hebben wat we willen bereiken, wie waarvoor aan zet is, welke inzet van de gemeente nodig is en wanneer de raad kan zien of het werkt. We hebben niet overal invloed, maar we kunnen wel helder zijn over onze rol, onze inzet en het beste resultaat voor Midden-Groningen realiseren.
Kosten en middelen We zetten bestaande middelen uit Nij Begun, de sociale agenda en de economische agenda gericht en in samenhang in. Investeringen koppelen we zoveel mogelijk aan leefbaarheid, economische ontwikkeling en sociale versterking.
41
We sturen op concrete resultaten. Nij Begun moet merkbaar zijn voor inwoners en ondernemers: in herstel van vertrouwen, betere leefbaarheid, economische ontwikkeling en nieuw perspectief. Waar wij zelf aan zet zijn, pakken we door. Waar anderen aan zet zijn, zorgen we dat MiddenGroningen stevig aan tafel zit en dat de middelen zichtbaar landen in onze gemeente. De knelpuntenpot blijft beschikbaar voor complexe en vastgelopen situaties waar reguliere trajecten tekortschieten. Tegelijk blijven we druk zetten op het Rijk om voldoende middelen beschikbaar te stellen voor een snelle en rechtvaardige uitvoering van de versterkingsopgave.
42
43
Hoofdstuk 8
Bestuurskracht en dienstverlening
Bestuurskracht en dienstverlening Wat we willen bereiken Midden-Groningen is één gemeente, met een eigen identiteit en een eigen verhaal. En daar zijn we trots op. Daar hoort een proactieve, zelfbewuste bestuurscultuur met focus op herkenbaarheid, resultaatgerichtheid en een versterkte lobby bij. We gaan de komende vier jaar bouwen aan dat verhaal en dragen onze identiteit actief uit in onze dorpen en wijken, in de regio, maar zeker ook richting provincie en Den Haag. We pakken zelf de regie en tonen lef. We zijn zichtbaar, oefenen invloed uit en boeken resultaten. Inwoners, ondernemers en organisaties moeten merken dat de gemeente sneller, duidelijker en praktischer werkt: minder bureaucratie, duidelijke aanspreekpunten en meer tempo in de uitvoering. Ambitie is goed, maar uitvoering telt. Dat vraagt om een andere manier van besturen. We gaan minder afwachten en meer initiatief tonen. We willen minder nadruk op processen en regels en meer focus op resultaten. We werken vanuit vertrouwen en de menselijke maat, met dienstverlening die duidelijk, bereikbaar en betrouwbaar is. Inwoners en ondernemers moeten weten waar zij aan toe zijn, zonder te verdwalen in formulieren en procedures. Op deze manier nemen we verantwoordelijkheid voor een koers die de leefbaarheid in Midden-Groningen versterkt.
Dat betekent dat we keuzes maken ook als die ingewikkeld zijn en niet alles vooraf vaststaat. We werken daarbij doelgericht aan een sterk en herkenbaar verhaal van Midden-Groningen. Een verhaal dat onze positie als regiogemeente van formaat onderstreept en ons helpt om onze ambities sneller te realiseren door zichtbaarder te zijn en gerichter invloed en middelen te organiseren. Het gaat daarbij niet alleen om zichtbaar zijn, maar vooral om het boeken van concrete resultaten. Daarmee is bestuur en dienstverlening geen op zichzelf staand onderwerp, maar de basis onder al onze opgaven.
Hoe gaan we dat doen We pakken nadrukkelijk de regie en gaan meer programmatisch en opgavegericht werken. Dat helpt om sneller keuzes te maken, verantwoordelijkheden helder te beleggen en de uitvoering te versnellen. We stellen duidelijke prioriteiten en sturen scherper op uitvoering en resultaat. Daarbij accepteren we dat niet alles vooraf vastligt en dat we al doende verbeteren. Tegelijkertijd positioneren we Midden-Groningen nadrukkelijker naar buiten. In de regio, bij de provincie en in Den Haag vergroten we onze invloed met een concrete lobby-agenda. We wachten niet af, maar nemen het voortouw. Met een breder college vergroten we onze bestuurskracht en voeren we sterker regie op meerdere opgaven, in de regio en richting Den Haag. We zijn beter in staat om
46
op meerdere opgaven tegelijk regie te voeren en onze belangen krachtig te vertegenwoordigen in de regio en richting Den Haag en Brussel. We ontwikkelen een compact en krachtig strategisch verhaal voor Midden-Groningen. Dit positioneert ons als regiogemeente van formaat, sluit aan op bestaande opgaven en vormt de basis voor lobby, samenwerking en subsidieverwerving. Onze dienstverlening brengen we verder op orde en verbeteren we structureel. We zorgen voor begrijpelijke communicatie, kortere doorlooptijden en goede bereikbaarheid digitaal, telefonisch en fysiek. We organiseren onze dienstverlening vanuit het perspectief van inwoners en ondernemers en aandacht voor mensen met uitdagingen in de breedste zin van het woord. Inwoners en ondernemers moeten snel weten waar zij aan toe zijn. Bij vergunningen, initiatieven en ondernemersvragen maken we duidelijk wat verplicht is, wat advies is, wat wel kan en wat niet kan. Waar nodig werken we met één duidelijk aanspreekpunt. De basisinstelling van onze organisatie verschuift van het toetsen aan regels naar het mogelijk maken van initiatieven. We hanteren hierbij een 'ja, tenzij'-houding: we vertrekken vanuit de wil om een inwoner of ondernemer verder te helpen en zoeken daarbij ruimte in de wet- en regelgeving.
Past een ontwikkeling niet direct binnen de regels, maar is het initiatief wel gewenst of kansrijk, dan onderzoeken we wat er wél mogelijk is. We zijn transparant over keuzes, dilemma’s en resultaten en brengen de gemeenteraad vroegtijdig en goed in positie. We willen de relatie tussen het college en de gemeenteraad sterk houden. Participatie krijgt een duidelijke plek in onze werkwijze: we betrekken inwoners en organisaties vroegtijdig en maken helder wat we met hun inbreng doen. We maken vooraf duidelijk waar inwoners en organisaties invloed op hebben, wat al vastligt en wie uiteindelijk besluit. We koppelen terug wat er met de inbreng is gedaan. De raad wordt op tijd betrokken bij grote keuzes, financiële risico’s, lobby-inzet en afwijkingen in planning of uitvoering. Van de organisatie verwachten we politieke sensitiviteit: als voorstellen formeel binnen beleid passen, maar maatschappelijk of politiek gevoelig liggen, nemen we raad en inwoners daar tijdig en zorgvuldig in mee. Intern bouwen we aan een organisatie die dit kan dragen. We verminderen bureaucratie, werken meer integraal en stimuleren medewerkers meer ruimte te nemen. We gebruiken de ervaringen van inwoners om knellende interne regels aan te passen of te schrappen.
Kosten en middelen We investeren gericht in het versterken van onze bestuurskracht en dienstverlening. We maken middelen vrij voor programmatisch werken, het verbeteren van processen en het versterken van onze organisatie. Daarbij investeren we ook in onze positionering en belangenbehartiging, zodat we onze belangen beter kunnen agenderen en verzilveren in regio, provincie en Den Haag. Voor belangenbehartiging maken we financiële ruimte vrij in de begroting 2027. Hiervoor stellen we in eerste instantie 150.000 euro beschikbaar.
47
We benutten actief kansen voor cofinanciering vanuit regio, provincie en Rijk en zoeken samenwerking waar dat onze slagkracht vergroot. Investeringen worden integraal afgewogen binnen de planning- en controlcyclus. Waar nodig stellen we incidenteel middelen beschikbaar om versnelling mogelijk te maken. Investeringen worden periodiek beoordeeld op concreet resultaat, zoals betere dienstverlening, kortere doorlooptijden, meer externe middelen of aantoonbare slagkracht.
48
49
Hoofdstuk 9
Asiel en immigratie
Asiel en immigratie Wat we willen bereiken We kiezen voor een zorgvuldige en realistische aanpak van opvang en asiel. We continueren de huidige lijn en zorgen dat we als gemeente voorbereid zijn om aan wettelijke verplichtingen te voldoen. Daarbij houden we landelijke en regionale ontwikkelingen scherp in de gaten en trekken we nadrukkelijk samen op met de regio. Uitgangspunt is dat opvang humaan moet zijn en passend bij de schaal en draagkracht van het gebied. We willen dat opvang zorgvuldig wordt ingepast en dat duidelijk is wat dit vraagt van voorzieningen, leefomgeving en organisatie. Daarbij vinden we het van belang dat Groningen in regionaal verband al veel doet en heeft gedaan. Nieuwe opvanglocaties zijn op dit moment wat ons betreft dan ook niet aan de orde.
Hoe we dat gaan doen We blijven inzetten op een goed functionerende provinciale regietafel en op duidelijke afspraken tussen gemeenten en andere overheden over verdeling, verantwoordelijkheid en uitvoerbaarheid. Daarbij moet ook duidelijk zijn wat het Rijk, de provincie, gemeenten en uitvoeringsorganisaties van elkaar mogen verwachten, inclusief financiering, capaciteit en planning. Mocht er door wettelijke verplichtingen of regionale afspraken toch een nieuwe afweging nodig zijn, dan gebeurt dat zorgvuldig, tijdelijk en onder duidelijke voorwaarden. Daarbij kijken we vooraf naar draagkracht, voorzieningen, kosten, handhaving en veiligheid. Inwoners moeten op tijd en eerlijk worden geïnformeerd. Participatie moet duidelijk zijn: wat ligt nog open, waarover kunnen inwoners meepraten en waarover niet. Veiligheid is voor ons een harde randvoorwaarde. Bij opvang moet vooraf duidelijk zijn hoe toezicht, handhaving en politie-inzet zijn geregeld. Blauw op straat moet geborgd zijn. Dat is nodig voor de veiligheid van inwoners, medewerkers en bewoners van de opvang, én voor het draagvlak in de omgeving. Overlast moet snel en consequent worden aangepakt.
Kosten en middelen We verwachten van het Rijk en andere overheden dat zij verantwoordelijkheid nemen voor financiering, capaciteit en ondersteuning.
52
53
Hoofdstuk 10
Financiën
Financiën Wat we willen bereiken Midden-Groningen kiest voor een financieel gezonde koers die ruimte biedt om ambities waar te maken. We beseffen ons dat er een grote uitdaging ligt voor 2028, omdat daar structurele bezuinigingen dreigen terug te keren als gevolg van kortingen door het Rijk. Voor de komende jaren bereiden we ons hier zo goed mogelijk op voor door aan te sluiten bij het begrotingsadvies van de VNG en door verenigd op te treden met andere gemeenten in de lobby richting het Rijk.
Tegelijk blijven we maximaal inzetten op het binnenhalen en benutten van middelen van en met regio, provincie en Rijk. Externe financiering, cofinanciering en doeluitkeringen gebruiken we actief om investeringen mogelijk te maken en de druk op de gemeentelijke begroting te beperken. Dat geldt onder meer voor wonen, energie, zorg en welzijn, mobiliteit en Nij Begun. Voor grotere investeringen anders dan verwoord in dit coalitieakkoord zien we in de huidige tijd geen ruimte.
We hanteren een grote mate van begrotingsdiscipline met als uitgangspunt dat structurele uitgaven worden gedekt met structurele middelen. Voor de belangrijkste investeringen in dit coalitieakkoord maken we daarom aan de voorkant duidelijke keuzes in dekking. Dat geldt in het bijzonder voor de extra capaciteit voor wonen, voor het versterken van belangenbehartiging en lobby en voor de dekking van de afschaffing van de heffing op de lediging van de groencontainer en de gewijzigde financiering van de kwijtschelding. Voor wonen stellen we structureel € 350.000 beschikbaar voor uitbreiding van de projectorganisatie, zodat de woningbouwversnelling ook organisatorisch kan worden waargemaakt. Deze uitbreiding dekken we door capaciteit scherper toe te rekenen aan projecten en door consequenter kosten te verrekenen die onze gemeente maakt bij ruimtelijke plannen die door private partij worden ontwikkeld. Waar dat niet mogelijk is, dekken we dat uit de reserve investeringsagenda dorpen en wijken. Daarmee vergroten we de uitvoerbaarheid van onze woningbouwambities. Daarnaast stellen we voor wonen eenmalig € 1.500.000 beschikbaar voor een woningbouwfonds. Met dit fonds brengen we kansrijke initiatieven sneller op gang. Zoals beschreven in het hoofdstuk bestuurskracht gaan we meer inzetten op belangenbehartiging en stellen we in eerste instantie € 150.000 beschikbaar bij de begroting 2027.
Daarnaast reserveren we circa € 850.000 voor de afschaffing van de heffing op groeninzameling en voor het anders financieren van de kwijtschelding, zodat deze kosten niet langer via een opslag op de tarieven bij andere inwoners terechtkomen. Deze twee posten dekken we door bij de jaarrekening scherper te sturen op efficiency door standaard 40% van de onuitgeputte budgetten niet over te hevelen. Daarmee dwingen we de organisatie tot een strakkere fasering, scherpere prioritering en doelmatiger inzet van middelen. Voor de tweede brug bij Zuidbroek onderzoeken we in deze bestuursperiode actief welke financieringsmix haalbaar is. Daarbij zetten we in op cofinanciering door provincie en Rijk en verbinden we de gemeentelijke bijdrage nadrukkelijk aan de bredere gebiedsontwikkeling en bereikbaarheidsopgave. Hiervoor hebben we reeds € 2.100.000 aan cofinanciering gereserveerd.
56
57