Achtergrondrapportage Transitievisie Warmte
Tekst van het document
3 Informatie is onder andere te vinden in de WarmteAtlas; www.warmteatlas.nl
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
29 / 61
5
Tijdspad en realisatie doelstelling In 2050 moeten alle 28.000 woningen in de gemeente aardgasvrij zijn. De tussendoelstelling voor 2030 is 20% hiervan, ofwel 5600 woningen. De volgende aantallen woningen moeten in de periode tot 2030 worden gerealiseerd: Tabel 3: Aantallen woningen per route tot 2030.
Aanpak
Isolatie, individueel verspreid Isolatie, collectief per buurt Hybride WP, individueel verspreid Hybride WP, collectief per buurt ESKA-project All-electric WP, individueel verspreid All-electric WP, collectief per buurt TOTAAL
5.1
Aantal woningen
Besparing aardgas
Equivalent aardgasvrije woningen
Equivalent m3 aardgas
2000
35%
700
1,1 mln.
3000
35%
1050
1,6 mln.
2500
50%
1250
1,9 mln.
3000
50%
1500
2,3 mln.
Ca. 1000
100%
1000
1,5 mln.
500
100%
500
0,8 mln.
500
100%
500
0,8 mln.
12.500
6.500
Vervolgstappen
De bevindingen uit de technische en sociale analyse zijn meegenomen in de TVW. De belangrijkste vervolgstap is enerzijds het intensiveren van bestaande activiteiten gericht op energiebesparingen bij woningen. De gemeente blijft inzetten op een energieloket voor inwoners. Daarnaast worden in enkele buurten gesprekken met de inwoners opgestart om samen met hen, lokale organisaties en bedrijven te verkennen of er tot concretere plannen en oplossingen gekomen kan worden, dit heet ook wel het opstellen van een wijkuitvoeringsplan (WUP). Hierin wordt meegenomen wie op welke manier betrokken wil worden bij het bepalen van opties voor de wijk en binnen welke randvoorwaarden bepaalde opties mogelijk zijn. Daarnaast wordt bekeken op welke manier wordt gecommuniceerd en hoe participatie van met name inwoners bij het bepalen van het wijkuitvoeringsplan en het uitvoeringsproces plaatsvindt. Tenslotte wordt bepaald welke rol de verschillende betrokken partijen op zich nemen en wanneer er tot de uitvoering van de plannen wordt overgegaan. Op basis van de lokale initiatieven en omstandigheden is het voorstel verdere verkenning richting aardgasvrij wonen door te zetten in de kernen Het Lageland en Kiel-Windeweer. De uitdrukkelijke wens van de raad om daarnaast ervaring op te doen in een buurt waar ook energiearmoede kan worden verminderd, wordt opgepakt met de woningcorporaties.
Samen met hen wordt bepaald in welke buurt hiermee het best gestart kan worden. Het is van belang om bijvoorbeeld aan te sluiten bij bestaande plannen van de woningcorporatie. Ook wordt bekeken of de activiteiten van de woningcorporaties kunnen worden geïntensiveerd of opgeschaald/uitgebreid met een aanbod voor vergelijkbare koopwoningen. De keuze om een uitvoeringsplan voor een bepaalde wijk/buurt op te stellen wordt in een apart raadsvoorstel voorgelegd. Op basis van de resultaten, ervaringen en nieuwe ontwikkelingen is periodieke aanpassing van het beleid met betrekking tot de TVW gewenst. Daarom wordt minimaal elke vijf jaar een nieuwe of een herziene versie van de TVW opgesteld.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
30 / 61
5.2
Communicatie
Niet alleen het doel heeft invloed op de communicatiemethode, ook voor het bereiken van verschillende type inwoners is het goed te variëren in de communicatiemethode. Waar jonge gezinnen met weinig tijd liever meedoen met een online overleg, ligt de voorkeur voor inwoners op leeftijd misschien eerder bij een fysieke bijeenkomst en informatie op papier. Door vooraf te analyseren welke verschillende type inwoners onderdeel zijn van een wijk, kan hier de communicatieaanpak en mogelijkheden tot inspraak op aangesloten worden. Na de eerste inventarisatieronde van de sociale analyse is er een beter beeld van de verschillende bewonersgroepen en kan beter onderlegd gekozen worden welke middelen waar ingezet worden. In bijlage E is het communicatie- en participatieplan te vinden.
Online peiling onder de inwoners Om een nog beter beeld te vormen van het draagvlak bij de inwoners van de gemeente is in juni 2021 een bewonersenquête uitgezet. Doel van deze vragenlijst was de meningen en gedragingen van de inwoners achterhalen op het gebied van energie en duurzaamheid. Wat kan de gemeente nog meer doen om mensen te ondersteunen richting duurzaam wonen en leven? Als stap in een bredere communicatie- en participatiestrategie speelt deze peiling een rol in het duidelijk maken dat de energietransitie een serieuze zaak is. Ook kan de gemeente hiermee benadrukken welke hulpmiddelen de gemeente al beschikbaar stelt om verduurzamende maatregelen te nemen en duurzame keuzes te maken in en rond de eigen woning. Deze peiling is het begin van de bredere participatie met inwoners over de TVW en de wijkuitvoeringsplannen die hierop volgen. Algemeen: de input is belangrijk maar niet representatief 155 mensen hebben de vragenlijst ingevuld, waarvan 133 (86%) huiseigenaren en 22 (14%) huurders. Er lijken overwegend mensen te hebben gereageerd aan de uitersten van de schaal van voorstanders versus tegenstanders van de transitie naar duurzame energie. Deze gegevens bij elkaar (aantal respondenten, verhouding koop/huur, en respons vanuit extremen) maken dat de resultaten niet als representatief gezien kunnen worden.
Wel worden deze eerste geluiden meegenomen in de verdere planvorming. Het belangrijkste aandachtspunt zijn de kosten. Er wordt enkele keren gesteld dat een verplichte transitie bewoners geen geld mag kosten. Daarnaast zijn er enkele voorkeuren voor bepaalde technieken (waterstof) en wijst een enkeling op de nadelen van andere (biomassa). Meest genoemde zorgen Of ze verduurzaming van hun woning kunnen betalen en of het de investering waard is. Hoe technische innovatie huidige oplossingen inhaalt ten nadele van mensen die nu al investeren. Om zekerheid van warmte en stroom in de winter als we van het aardgas af gaan. Dat de gemeente zich met de woning bemoeit of dat men gedwongen wordt dingen aan de woning te doen. Enkele mensen maken zich zorgen om hun gasfornuis dat ze willen houden. Meest genoemde gewenste ondersteuning Financiële ondersteuning, mensen balen van de te kleine en beperkt lopende subsidies. Professioneel advies op maat voor wat het beste is voor de woning. Sommige mensen willen het ook graag zelf uitzoeken en hierin hun eigen gang kunnen gaan. Op basis van enkele van de bevindingen kan geconcludeerd worden dat het verstandig is nog meer te communiceren over de mogelijkheden voor het verduurzamen van de eigen woning.
Dit is in lijn met de plannen om vanaf najaar 2021 in te zetten op o.a.: Het opleiden en inzetten van een tiental vrijwillige energiecoaches. Het samen met andere gemeenten en de provincie uitvoeren van een regiobrede campagne voor energiebesparing in huis (Zunde Geld).
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
31 / 61
5.3
Het uitvoeren van een collectieve isolatieactie i.s.m. het Regionaal Energieloket. Meer te communiceren over de beschikbare subsidies. Voorlichting over basiszaken (bijv. welk energielabel heeft mijn huis?) is ook nodig.
Wijkuitvoeringsplannen
Uiteindelijk wordt in een geselecteerde buurt samen met verschillende betrokken organisaties, bewoners- en huurdersorganisaties bepaald welke communicatiemiddelen worden ingezet en op welke manier participatie van inwoners plaatsvindt in de wijkuitvoeringsplannen. De mate van participatie kan hierbij variëren, want de wens voor betrokkenheid en ontzorging kan per buurt sterk verschillen. Of in een buurt een wijkuitvoeringsplan (WUP) wordt opgesteld, wordt in overleg met de betreffende vertegenwoordigende buurtorganisaties, bewoners- en huurdersorganisaties bepaald. In de procedure om te komen tot een WUP wordt eerst het proces besproken en komen in een later stadium pas de mogelijke technische opties aan de orde.
5.3.1
Actief betrokken bij uitvoering van de energietransitie
Bij de uitvoering is het zaak de lokale installateurs en bouwbedrijven steeds meer te betrekken. Niet alleen om lokale werkgelegenheid te waarborgen, maar ook omdat deze partijen de ogen en oren van de energietransitie zijn. De bouw- en installatiebedrijven komen bij de mensen thuis en hebben daarom een goed beeld van de woning, de mogelijkheden voor verduurzaming en hoe mensen staan tegenover het toepassen van deze mogelijkheden. In de uitvoeringsfase is afstemming met de lokale installateurs en aannemers een must. Als er samen met de uitvoerende partijen immers consensus kan worden bereikt, is er minder twijfel in de uitvoeringsfase. Het vertrouwen in de voorgestelde maatregelen heeft een positieve uitwerking op de participatie van de bewoners en daarmee op het te behalen deelnamepercentage en de resultaten.
5.3.2
Betrokkenheid/communicatie met betrokken partijen bij wijk/buurt uitvoeringsplannen
InTWV: de uitvoeringsplannen worden de belanghebbende Opstellen Transitie warmte en periodieke actualisatie partijen per buurt bepaald en betrokken. Naast de partijen die al zijn betrokken bij de visievorming hiervoor ook de bedrijven en eigenaren van Uitvoeringsplan = Uitvoeringsplan op bijvoorbeeld wijk of worden buurtniveau utiliteitsgebouwen in of bij de betreffende buurt of wijk betrokken. Er kan immers sprake zijn van bruikbare restwarmte, mogelijke afname van restwarmte door bedrijven of een actieve rol van bepaalde bedrijven in verband met de verduurzamingsdoelstelling van het betreffende bedrijf. Voor de uitvoeringsplannen worden er sowieso gesprekken gevoerd met de diverse installatiebedrijven en aannemers/bouwbedrijven uit Midden-Groningen. Zij kennen de situatie in de woningen het best en kunnen ook in de uitvoering een actieve rol spelen.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
32 / 61
Bijlagen A Begrippenlijst technieken A.1
Duurzame warmteopties
Individueel All-electric warmtepomp Een warmtepomp haalt energie uit buitenlucht, de bodem, of (oppervlakte)water. Er kan met een warmtepomp 4 tot 6 keer zo veel warmte worden geproduceerd ten opzichte van de elektriciteit die nodig is om de warmtepomp te laten draaien. Een al-electric warmtepomp maakt water voor de verwarming én warm tapwater. Omdat het vermogen van een warmtepomp lager is dan van een cv-ketel moet voor warm tapwater een voorraadvat/boiler worden geplaatst die gedurende de dag wordt bijverwarmd op de juiste temperatuur. De meeste warmtepompen kunnen in de zomer worden omgeschakeld, zodat ook koeling van de woning mogelijk is. Hybride warmtepomp Combinatie van cv-ketel met kleine warmtepomp. Een groot deel van het jaar is de warmtevraag beperkt. Met een kleine, goedkopere warmtepomp kan dit deel van het jaar worden verwarmd. Wanneer de warmtevraag hoger wordt en ook voor productie van warm tapwater, springt de cv-ketel bij of neemt het helemaal over. Tot nu toe ging het bij hybride warmtepompen om een kleine binnenunit naast de cv-ketel en een buitenunit om de warmte uit de buitenlucht te halen. Tegenwoordig zie je steeds meer warmtepompen zonder buitenunit die de warmte uit de ventilatielucht en/of de buitenlucht halen via het dak.
Figuur 20: Links: binnen en buitenunit van lucht-water hybride warmtepomp. Rechts: ventilatiewarmtepomp die op de plek van een mechanische ventilatie box kan worden gemonteerd.
Er zijn inmiddels ook hybride warmtepompen op de markt die een deel van de verwarming én warm tapwater kunnen maken. Sommige hybride warmtepompen kunnen in de zomer ook voor koeling worden ingezet. meestal zijn hiervoor echter wel aanpassing aan het afgiftesysteem/de radiatoren nodig.
Collectief Warmtenetten hoge temperatuur Tot voor kort werd vooral restwarmte van elektriciteitscentrales gebruikt voor verwarming van woningen. Dit systeem werd ook wel stadsverwarming genoemd. Deze warmte heeft een hoge temperatuur (tot 90 °C aanvoertemperatuur), zodat alle woningen met radiatoren hiermee verwarmd kunnen worden. De enige duurzame warmtebron die als vervanger hiervoor kan worden ingezet is geothermie, ook wel aardwarmte genoemd. Voor winning van aardwarmte wordt op geschikte locaties geboord tot een diepte van rond de 3km. Hierbij kan water naar boven worden gepompt met een
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
33 / 61
temperatuur van zo’n 100 °C. Ook een biomassacentrale kan voor dit doel worden ingezet. Het aandeel hernieuwbare biomassa is echter gering waardoor toepassing van biomassa duurder en steeds minder populair wordt. Warmtenetten midden temperatuur Doordat woningen in de loop van de tijd beter zijn geïsoleerd, is het leveren van warmte met midden temperatuur (tot 70 °C) voldoende voor de meeste wijken. Voordeel hiervan is dat hiermee de woningen ook kunnen worden voorzien van warm water (via een warmtewisselaar). Warmtenetten lage temperatuur Er zijn behoorlijk veel duurzame warmtebronnen of restwarmtebronnen met een lagere temperatuur. Het is zeer efficiënt om deze bronnen in te voeden op een lage temperatuur warmtenet. Er zijn vervolgens verschillende varianten mogelijk: per woning een warmtepomp om het cv-water en het warm tapwater op de gewenste temperatuur brengen of alleen leveren aan woningen die met lage temperatuur (max 40-50 °C) verwarmd kunnen worden. Voor warm tapwater kan dan een boosterwarmtepomp, een ventilatiewarmtepomp of een andere voorziening worden aangelegd.
Klein collectief/minigrid De aanleg van warmtenetten is duur door de aanleg van de grote geïsoleerde leidingen en omringd door onzekerheden. Dit komt vooral door de schaal. Voor de start van een project moet deelname gegarandeerd zijn van een groot deel van de woningen (liefst alle) die men van warmte wil voorzien. De afzet van warmte kan meestal niet worden gegarandeerd. Er zijn daarom steeds meer initiatieven om een klein warmtenet aan te leggen voor een klein aantal woningen. Hierbij worden schaalvoordelen gerealiseerd, maar wordt een veel lager risico gelopen. Een minigrid kan een warmtepomp zijn voor meerdere woningen, maar ook een bodembron voor meerdere woningen, waarbij per woning een warmtepomp wordt aangelegd die het water op de gewenste temperatuur brengt (voor niet alle woningen hoeft de temperatuur voor verwarming even hoog te zijn).
A.2
Energieopslag
Warmte Koude Opslag (WKO) Bij open WKO wordt in een zandlaag tussen 2 stilstaande kleilagen (met stilstaand water) warmte opgeslagen in de zomer (temperatuur van de bron stijgt van 12 tot maximaal 25 °C). Dat gebeurt door het in de zomer koelen van gebouwen en/of woningen. In de winter kunnen de gebouwen met het warmere water weer worden verwarmd. Door toepassing van een warmtepomp wordt het verwarmingswater en het benodigde warme tapwater op temperatuur gebracht. Vanwege de grootte van de installatie en de benodigde dubbele boring, voor aanvoer en retour met 50 tot 100 meter tussenruimte, is hiervoor een hoge investering nodig. Daarmee is deze vorm van WKO vooral geschikt voor grotere kantoorgebouwen en woongebieden met meer dan 100 woningen.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
34 / 61
Figuur 21: Zomer- en wintersituatie bij open WKO.
Individuele bodembronnen Het is ook mogelijk per woning een boring voor warmte en koude opslag te realiseren. De investering daarvoor is hoog, maar voor een kleiner aantal woningen lager dan voor een WKO. Meestal wordt hiervoor slechts één boring verricht van zo’n 100 meter diep. In het boorgat wordt een dubbele buis (aanvoer en retour) aangebracht; dit wordt gesloten WKO genoemd. De laatste jaren worden ook diepere bronnen geboord van ongeveer 300 meter diep, die voor meerdere woningen als warmte en koude opslag kunnen fungeren. Dit is niet alleen goedkoper, maar ook een uitkomst als de boorinstallatie niet bij elke gewenste woning geplaatst kan worden.
Figuur 22: installatie voor boren van bodembron (gesloten WKO).
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
35 / 61
A.2.1 Alternatieve opslagmethoden Ecovat (HT opslag) Een Ecovat is een opslagvat voor warm water dat is ingegraven onder de grond. Het vat wordt modulair opgebouwd uit wandplaten. Door verschillende koppelstukken tussen de wandplaten te gebruiken, kan de grootte van het vat gevarieerd worden; de typische hoogte en diameter is 20-30 meter. Eerst wordt een betonnen buitenvat geplaatst in een vooraf gegraven gat. Hierin wordt een geïsoleerd binnenvat geplaatst. Vervolgens wordt het vat gevuld met water. Het Ecovat kan worden gevuld met warmte uit lokale (rest)warmtebronnen en/of worden (na)verwarmd met (lokale) overschotten elektriciteit. Hiermee kunnen warmtepompen koud water omzetten in warm water, dat door warmtewisselaars in de wand van het binnenvat loopt. Het water in het vat warmt zo op tot een temperatuur van 90 °C. Het water in het vat zelf wordt niet verpompt. De warmtevraag wordt op dezelfde manier voldaan uit het vat. Doordat de stromingen van het water verwaarloosbaar klein zijn, kunnen er thermoclines (waterlagen met een verschillende temperatuur) in het vat worden aangebracht. Op deze manier kan tijdens het ontladen warmte worden afgetapt uit de laag met het juiste temperatuurniveau; daardoor is het exergieverlies minimaal. Een Ecovat kan worden toegepast als middel om het net te balanceren op wijkniveau.
Zelfsturende en zelflerende software regelt de energiestromen op basis van weersvoorspellingen en het actuele energieaanbod om maximale besparingen te realiseren. Bij lokale overschotten of lage elektriciteitsprijzen wordt elektrische energie omgezet in warmte. Zo wordt op de meest rendabele momenten energie opgeslagen om later in te zetten. Door het geïsoleerde binnenvat vindt slechts circa 10% energieverlies plaats in zes maanden tijd, afhankelijk van de grootte van het systeem. De grond boven het Ecovat kan gebruikt worden voor openbare doeleinden, zoals parkeerplaatsen of openbaar groen. Een Ecovat kan worden gebruikt als opslag en piekvoorziening in buurten, met een minimaal aantal aangesloten woningen van 500 tot maximaal 3500 woningen.
Figuur 23: Alle installaties van Ecovat kunnen onder het maaiveld worden weggewerkt.
Hocosto systeem voor klein aantal woningen Hocosto is een warmtebuffer waarbij warmteopslag plaatsvindt in een rechthoekige betonnen bak met daarin een piramidevormig buizensysteem. De bak wordt aan de bovenkant gesloten en kan ook weer bebouwd worden. In het dorp Nagele is een systeem gebouwd voor de warmtevoorziening van 8 woningen. De buffer wordt gevuld met warmte uit zonnecollectoren. Aan de woningen zelf is geen
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
36 / 61
aanpassing van het afgiftesysteem nodig. Alle installaties bevinden zich onder de grond, zodat voor het dorp met hoge architectonische waarde geen afbreuk hieraan wordt gedaan. De zonnecollectoren zijn zodanig opgesteld dat ze nauwelijks zichtbaar zijn.
Alternatieve individuele opslagsystemen Voor individuele woningen zijn er diverse alternatieve opslagsystemen op de markt, zoals een aardwarmtekorf en een horizontale bodemwisselaar. De toepasbaarheid en grootte van het systeem is afhankelijk van beschikbaarheid van ruimte rond de woning en de maximale warmtebehoefte van de woning in de winterperiode.
Figuur 24: Aardwarmtekorf.
Figuur 25: Bodemwarmtewisselaar.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
37 / 61
A.3
Aquathermie
Het winnen van warmte/thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), afvalwater (TEA) en drinkwater (TED) wint de laatste jaren aan populariteit. Met name bij het winnen van warmte uit oppervlaktewateren die momenteel in de zomer te warm worden, snijdt het mes aan twee kanten. Omdat de warmte met name nodig is in de winter, is opslag van deze zomerse warmte nodig. Meestal gebeurt dat met een WKO op een diepte van rond de 100 meter. Ook voor waterleidingen geldt dat deze te warm kunnen worden in de zomer, zodat er risico ontstaat voor legionellabesmettingen. Ook de winning daarvan vraagt een energie-opslagsysteem, dat overigens ook een kleiner gesloten systeem zou kunnen zijn dat kan worden aangelegd voor een klein aantal woningen. TEO en TEA zijn makkelijker te winnen, omdat er minder risico’s spelen met betrekking tot behoud van de waterkwaliteit. Voor TED zijn in Midden-Groningen alleen kansen als daarmee problemen met te warm drinkwater kunnen worden opgelost.
Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) Bij TEO wordt warmte via een warmtewisselaar in de zomer uit oppervlaktewater gehaald. Deze warmte wordt meestal opgeslagen in een WKO of aquifer. In de winter wordt het warme water weer opgepompt en via een centrale warmtepomp of een individuele warmtepomp per woning op de gewenste temperatuur gebracht. Deze vorm van energiewinning wint aan populariteit bij de oppervlaktewateren die in de zomer te warm dreigen te worden. Winnen van deze warmte lost daarbij dus twee problemen op.
Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) TEA wordt ook wel Riothermie genoemd. Er kan via een warmtewisselaar onderin een (hoofd)riool warmte uit afvalwater (influent) of via een warmtewisselaar op reeds gezuiverd afvalwater (effluent) worden gehaald. Voordeel van TEA is dat de temperatuur van dit water in de winter niet veel lager is dan in de zomer. Hierbij hoeft dus niet altijd warmteopslag te worden toegepast.
Thermische Energie uit Drinkwater (TED) Bij TED wordt uit drinkwater warmte gewonnen. Het drinkwater wordt daarbij iets afgekoeld. Als TED gecombineerd wordt met energie/warmteopslag kan juist in de zomer meer warmte worden gewonnen. Dit is met name interessant in gebieden waar de temperatuur van het drinkwater steeds hoger wordt en legionellaproblemen dreigen te ontstaan (meestal boven de 24 °C).
A.4
Afgiftesystemen
Met een afgiftesysteem worden de warmteleidingen en de daarmee verbonden afgiftetoestellen van een woning bedoeld, zoals radiatoren, convectoren of vloerverwarming. Hoe groter het oppervlak van een afgiftesysteem, hoe lager de temperatuur die nodig is om een woning te verwarmen. Vloer- of wandverwarming wordt daarom ook wel lage temperatuur verwarming genoemd. Het effect van oppervlakteverhoging kan ook worden bereikt door het plaatsen van lamellen op de radiatoren, ook wel convectoren genoemd. Om het verwarmingsvermogen verder te verhogen, kunnen ventilatoren worden toegepast op radiatoren en convectoren. Verwarmingssystemen werken efficiënter bij een lage afgiftetemperatuur.
A.5
Innovatieve isolatietechnieken
Isolatie van een woning heeft een dubbel effect: verlaging van de warmtevraag én verlaging van de benodigde afgiftetemperatuur. Er zijn steeds meer mogelijkheden om met minder dikke isolatie toch een redelijk goed isolatiewaarde te halen. Denk hierbij aan aerogel uit de ruimtevaart en vacuümisolatie (ook voor glas). Deze vormen van isolatie zijn wel wat duurder.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
38 / 61
B Overzicht bronnen van duurzame warmte en restwarmte B.1
Aquathermie
TEO: oppervlaktewater met relevante opbrengst voor warmtenet Bron: overzicht van Stowa (Stichting toegepast onderzoek waterbeheer van de waterschappen) Tabel 4: Potentieel TEO.
Naam oppervlaktewater Schildmeer Borgmeren Scharmerplas Damsterplas Slochterdiep Botje Zandgat Winschoter Diep Winschoter Diep Winschoter Diep Winschoter Diep
Potentie in TJ 4166 TJ 324 TJ 73 TJ 39 TJ 25 TJ 202 TJ 238 TJ 57 TJ 93 TJ 34 TJ
Kieldiep
20 TJ
Werfkanaal Kieldiep
42 8
Kieldiep
6
Kieldiep Kieldiep Plassen De Dreven Plassen De Vosholen Plassen zuidwest Hogezand Plassen boven Zuidlaardermeer Zuidlaardermeer Winschoterdiep Kanaal Plassen bij Foxhol Plas bij Kolham
8 35 4,5 9 12 TJ 40 TJ 2450 TJ 155 TJ 36 TJ 112 TJ 6,5 TJ
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
Buurt Steendam en Tjuchem Harkstede en Scharmer Scharmer Siddeburen Slochteren Noordbroek Zuidbroek Sappemeer-Oost Margrietpark (Sappemeer) en Noorderpark Stadshart-Noord Industrieterrein Martenshoek en Stadshart Noord Industrieterrein Martenshoek en Martenshoek Spoorstraat en Kieldiep Burg. Van Rooijen en omg. Gorecht-Noord en Stadshart-Zuid Gorecht-West en Stadhart-Zuid Woldwijck-Oost en De Dreven De Dreven De Vosholen-West en -Oost Hogezand-Zuidwest Hogezand-Zuidwest Meerwijck Foxhol Foxhol Foxhol Kolham
39 / 61
Figuur 26: Belangrijkste bronnen van TEO in Midden-Groningen.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
40 / 61
TEA: Potentieel warmte uit Rioolleidingen, gemalen en RWZI Bron: STOWA Tabel 5: Potentieel TEA.
Buurtcode en plaats 51 Gemaal Muntendam (incl WKO) 3 Foxhol Riool-leidingen 3 RWZI Foxhol (incl. WKO) 25 RWZI Hoogez/sappemeer (Incl. WKO) 39 Rioolleidingen boven Hoogezand 15 Gemaal Hoogezand Kalkhoven (incl. WKO) 89 Gemaal Zuidbroek (incl. WKO) 72 Gemaal Siddeburen (incl. WKO) Rioolleiding tussen Siddeburen en Slochteren (incl. WKO) 75 Gemaal Slochteren (incl. WKO) Rioolleiding tussen Kolham en Slochteren (incl. WK)) 37 Gemaal Kolham (incl. WKO) Riool-Leiding bij Kolham (incl. WKO) 7 Gemaal Harkstede (incl. WKO) 3 Pompgemaal afvalwater VKA Silenka (incl. WKO) 3 Pompgemaal afvalwater VKA Avebe (incl. WKO)
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
Potentieel warmte 7,1 Tj 9,4 Tj 40,8 43,2 TJ 2,2 TJ 17,3 TJ 4,2 TJ 1,9 TJ 1,9 TJ 3,1 TJ 3,1 TJ 3,3 TJ 3,1 TJ 1,8 TJ 4,8 TJ 15,8 TJ
41 / 61
Figuur 27: Leidingentracé hoofdriolen in en rond Midden-Groningen met pompstations.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
42 / 61
B.2
WKO potentieel
WKO is redelijk goed toe te passen in Midden-Groningen. Open WKO is echter nog niet of nauwelijks toegepast. Gesloten WKO (bodembron voor individuele of enkele woningen op zo’n 100 m diepte) slechts een keer of 20.
Figuur 28: Beschermde gebieden in Midden-Groningen waarbij toestemming van de provincie Groningen voor een WKO-boring nodig is.
Er is in Midden-Groningen géén beperking door waterwingebieden. Extra aandacht is er nodig bij boringen in natuurgebieden, bijvoorbeeld kleine gebieden in verband met aardkundige waarden. Deze gebieden liggen echter niet in stedelijk gebied waar je eventueel WKO wilt inplannen. Aardkundige waarden zijn enkel bij Muntendam aandachtsgebied. Bij het bepalen van de definitieve keuze van locaties dient ook rekening gehouden te worden met archeologische waarden - dit wordt bij de aanvraag door de provincie bekeken.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
43 / 61
Figuur 29: Potentie voor open bronnen voor WKO in Midden-Groningen.
Potentie in GJ/ha/jr
1000 - 2000
2000-3000
Relevante buurten Noordbroek, Zuidbroek, Muntendam, Meeden, Hellum, Siddeburen, Slochteren, Schildwolde, Steendam, Tjuchem Froombosch, Gorecht, Woldwijck Kolham, Harkstede, Hoogezand Noord, Sappemeer Noord, Westerbroek, Foxhol, Kalkwijck, Tripscompagnie
Figuur 30: Potentie WKO voor verschillende buurten in Midden-Groningen.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
44 / 61
B.3
Restwarmtebronnen in Midden-Groningen
Bronnen: WarmteAtlas, Startanalyse en documentatie van ISDE subsidie RVO Tabel 6: Restwarmtebronnen.
Bron / Locatie LT (rest)warmte (<40 °C) Supermarkt Zweepe Supermarkt Plus Spithof Supermarkt Van der Lut Bok Spar Supermarkt Supermarkt COOP Supermarkt COOP Banketbakker Van Rotterdam Supermarkt Supermarkt Aldi Supermarkt Lidl Supermarkt Pepping Supermarkt Albert Heijn Supermarkt Lidl Supermarkt Kelders
Potentie in MWh of TJ
Buurt(en)
1 TJ 1 TJ 1 TJ 2,3 TJ 2,3 TJ 2,3 TJ 4,3 TJ 10 TJ 1 TJ 10 TJ 5 TJ 10 TJ 1 TJ 10 TJ
Aldi Supermarkt
1 TJ
Siddeburen Schildwolde Harkstede Noordbroek Zuidbroek Muntendam Polder de Nijverheid Margrietpark Margrietpark Compagniesterpark Boswijck-West Stadshart Zuid Stadshart Zuid Woldwijck-Midden Martenshoek en industriegebied Martenshoek
MT Restwarmte (40-70 °C) ESKA karton
onbekend
ESKA karton
onbekend
SAPA aluminium
onbekend
Slachthuis
3 MW
Datacentre Groningen
13 MW
Avebe ua Foxhol Covestro? (voorheen Bayer) Fiber glas industrie
18,5 MW
Polder de Nijverheid Martenshoek en industriegebied Martenshoek Industriegebied Martenshoek Bedrijventerrein Gouden Driehoek Bedrijventerrein Gouden Driehoek Foxhol industriegebied
onbekend
Foxhol industriegebied
onbekend
Koekjesfabriek Jac Vegter
1,69 TJ
Westerbroek Industriegebied Martenshoek en industriegebied Martenshoek
Biowarmte/WKK Biowarmte Zuidl.weg (2015) BioWKK (2017) BioWKK (2017)
7,4 TJ 65,3 TJ 27,7 GWh = 100 TJ
Biowarmte (2015)
10,2 TJ
BioWKK (2011)
17,3 TJ
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
Kiel-Windeweer Kalkwijk zuid Tripscompagnie Zuiderpark (wordt vervangen door ESKA?) Steendam (nu alleen elektriciteitsproductie)
45 / 61
B.4
Biomassa en biogas
Bron: WarmteAtlas
Tabel 7: Potentieel beschikbare biomassa in Midden-Groningen
Potentieel
Waarde
Eenheid
Totaal potentieel houtachtige biomassa
0.34
GJ/(ha.jaar)
Houtachtige biomassa snoeiafaval
0
TJ
Houtachtige biomassa bos reststromen
9.63
TJ
Houtachtige biomassa totaal
9.63
TJ
Tabel 8: Potentieel te produceren biogas in Midden-Groningen
Potentieel
Waarde
Eenheid
Totaal biogas
68.337056
GJ/(ha.jaar)
Biogas uit akkerbouw reststromen
1065
TJ
Biogas uit gras en groenvoerdergewassen reststromen
848
TJ
Biogas uit mest
0.21
TJ
Biogas uit groen fruit en tuinafval
0
TJ
Biogas totaal
1913
TJ
Slechts klein deel biogas (op termijn) beschikbaar voor de gebouwde omgeving Met name waar het gaat om bronnen voor biogas lijkt Midden-Groningen een groot potentieel te hebben. Deze bronnen hebben echter grotendeel reeds een bestemming. Mocht zo’n 10% hiervan beschikbaar komen voor de gebouwde omgeving, dan is dit - inclusief biomassa - een kleine 200 TJ. Dat is alsnog zo’n 13% van de huidige warmtevraag van de woningen in Midden-Groningen; ca. 1500 TJ. In het kader van de RES heeft New Energy Coalition een rapportage over de mogelijke productie van biogas in Groningen gemaakt voor het jaar 2030. Daarbij zijn verschillende scenario’s uitgewerkt. Wat LTO Noord betreft blijft daar uiteindelijk alleen het meest conservatieve scenario overeind; het gebruik van biogrondstoffen die vrijkomen bij overheidswerkzaamheden (denk aan de verwerking van bermgras). Het zou daarbij gaan om 3.297 TJ (94 MNm3 groen gas) voor heel de provincie Groningen (21% van de energiebehoefte van de gebouwde omgeving in 2030). Als het lukt om ook een deel van de reststoffen van de landbouw in te zetten, kan dat groeien tot 35% en bij toepassing van hybride warmtepompen stijgen naar 70%.
Specifiek voor Midden-Groningen worden 2 locaties genoemd (Slochteren en Hoogezand), die samen zo’n 7 - 20 MNm3 aan biogas zouden kunnen produceren, dat komt overeen met 5000 tot 15.000 huishoudens; 8 - 22% van de huishoudens in Midden-Groningen.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
46 / 61
C Overzicht data en uitgangspunten C.1
Data op gemeenteniveau
Figuur 31: Overzicht van verdeling koop en huurwoningen in de wijken van Midden-Groningen.
C.2
Data per buurt
Voor de verkenning van verschillende mogelijkheden voor het toepassen van duurzame warmteopties is voor elke buurt een overzicht van parameters opgesteld die een indicatie geven van kansen voor energiebesparing en toepassing van duurzame warmteopties en energieopslag. Informatie over de verschillende buurten is op te vragen via de afdeling data-analyse van de gemeente.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
47 / 61
Figuur 23: Overzicht van eigenschappen van de buurt Noorderpark in Hoogezand-Noord.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
48 / 61
C.3
Data per cluster
De onderstaande figuren geven een overzicht van de kenmerken per cluster. De buurtclusters zijn zo gekozen dat er een duidelijke spreiding is in de eigenschappen, zoals bouwjaar, koopkracht, energiegebruik en woningoppervlak.
Figuur 32: Data van de verschillende clusters woningen.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
49 / 61
D Samenvatting gesprekken met betrokken organisaties Midden-Groningen Waterbedrijf Groningen Waterbedrijf Groningen heeft bij een aantal projecten een trekkerspositie ingenomen, o.a. bij Warmtestad Groningen en bij het project warmtelevering Gorecht-Noord. Gezien de beperkte capaciteit bij dit onderdeel/deze dochter van Waterbedrijf Groningen, is de verwachting dat Waterbedrijf Groningen niet snel nog meer projecten op gaat pakken. Qua restwarmte verwachten ze ook niet veel extra projecten, hoogstens een uitbreiding van het huidige restwarmteproject in Gorecht-Noord. Waterschap Hunze en Aa’s Er is door het waterschap geen diepgaande inventarisatie gedaan van de mogelijke opbrengsten van aquathermie in Midden-Groningen. Het waterschap neemt hier dus géén proactieve houding aan. Pas als er interesse is voor gebruik van oppervlaktewater of riolering voor winning van thermische energie op een bepaalde locatie, gaat men een berekening maken van mogelijke opbrengsten op de betreffende plek. Voor het berekenen van een eventuele businesscase moet een adviesbureau worden ingehuurd. Deelnemen aan een aquathermieproject is voorlopig zeker niet aan de orde. Men richt zich voorlopig op het energieneutraal maken van de eigen organisatie. Netbeheerder Enexis Als regionale netbeheerder is Enexis Netbeheer een belangrijke organisatie in de TVW voor de gemeente Midden-Groningen.
Door de netbeheerder in een vroegtijdig stadium te betrekken bij de uitrol van de warmtetransitie in de wijkuitvoeringsplannen en deze te koppelen aan andere (duurzame) thema’s, zoals de uitrol van de laadinfrastructuur, regionale energiestrategie, klimaatadaptatie en regulier onderhoud van wegen en riolering, kan er op een integrale wijze gekeken worden naar de totale impact van al deze thema’s op de ondergrondse infrastructuur. En kunnen de maatschappelijke kosten en impact zo beperkt mogelijk gehouden worden. Door vroegtijdig met elkaar in gesprek te gaan over deze thema’s en de termijnen kan er een realistisch en uitvoerbaar plan opgesteld worden over de inzet van middelen en personeel door Enexis. LTO Noord LTO was betrokken bij de RES in Drenthe en vindt dat de rapportage over het gebruik van biomassa voor de productie van non-fossiel gas die in het kader van de RES is opgesteld te positief is over de mogelijkheden. Dat gaat ook op voor de rapportage van New Energy Coalition die voor de RES in Groningen is opgesteld. De grootste hoeveelheid reststromen komen uit de landbouw en deze hebben nu vooral een bestemming als meststof, (bijmenging) veevoer of als grondstof voor de industrie (denk hierbij bijvoorbeeld aan stro). LTO verwacht dat verwaarding van reststromen, niet zijnde biogas productie, veel belangrijker gaat worden.
Dus dat er eerder minder dan meer biomassa beschikbaar komt om biogas van te maken. Techniek Nederland Techniek Nederland is tot nu toe nauwelijks betrokken bij TVW’s. De wijze waarop men nu haar leden probeert te bedienen is door aan te geven welke primaire functie per buurt in de TVW wordt aangegeven door de gemeenten. Techniek Nederland inventariseert de voorstellen en geeft deze door aan de lokale installateurs, zodat ze op de hoogte blijven. Techniek Nederland juicht het idee toe dat we in de uitvoering de lokale en regionale installateurs willen betrekken, te beginnen bij het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen. Meestal worden installateurs niet betrokken bij de uitvoering vanwege het verstoren van de marktwerking. Gezien het feit echter dat installateurs de ogen en oren van de bewoners zijn (zij komen gemiddeld 1 keer per 2 jaar bij de mensen over de vloer vanwege onderhoud cv-ketel), is het goed deze mensen mee te nemen in het verhaal en met één mond te spreken.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
50 / 61
Groninger Huis Groninger Huis hecht veel waarde aan verduurzaming van haar woningbezit. Zij doet dit om verschillende redenen, waaronder het betaalbaar houden van de woonlasten en het reduceren van de CO₂ uitstoot. Groninger Huis reserveert een aanzienlijk deel van haar uitgaven voor verduurzaming. Het streven is om het woningbezit van Groninger Huis in Midden-Groningen op gemiddeld label B te brengen. Bij veel woningen hebben zij inmiddels een project zonnig en warm uitgevoerd. Dit houdt in dat de woning wordt voorzien van vloer isolatie-spouwisolatie, HR++ glas-dakisolatie en zonnepanelen. Daarnaast verduurzamen zij woningen door het plaatsen van zonnepanelen. Waar mogelijk honoreert Groninger Huis individuele aanvragen voor zonnepanelen. Alle nieuwbouwwoningen worden energetisch uitgevoerd volgens BENG of indien mogelijk beter. Een project is Gasvrij Gorecht. Binnen dit project wordt onderzocht of enkele hoogbouw complexen aangesloten kunnen worden op een warmtenet. Deze woningen worden eerst energetisch verbeterd naar gemiddeld B of beter en worden voorzien van elektrische kookplaten. Naast de reguliere verduurzamingsmaatregelen experimenteert Groninger Huis ook met nieuwe oplossingen. Een voorbeeld hiervan is WaterstofWijk Wagenborgen. In dit project isoleert Groninger Huis bestaande jaren ’70 woningen die uiteindelijk worden verwarmd met waterstof.
Lefier Woningcorporatie Lefier heeft hoge ambities om CO₂-neutraal of aardgasloos te worden. Voor wat betreft sloop/nieuwbouw zet men voor grondgebonden woningen in op Nul op de Meter. Voor hoogbouw is dit nog niet haalbaar. Hier wordt ook gekeken naar de mogelijkheden van een warmtenet, zoals in Gorecht-Noord. Betaalbaarheid en leveringszekerheid zijn hierbij belangrijke issues. Voorlopig is het beleid ten aanzien van de bestaande woningvoorraad: - Geen aanpassingen aan woningen die nu al label A hebben. Wel wordt, daar waar dat mogelijk is, deze huurders de mogelijkheid geboden om zonnepanelen te nemen. - Woningen met een laag label worden aangepakt, waarbij wel wordt geselecteerd op woningen die uiteindelijk in aanmerking komen voor sloop/nieuwbouw. In gevallen waarbij sloop/nieuwbouw op de korte termijn niet aan de orde is, wordt nog wel ingezet op het nemen van meer eenvoudige energiemaatregelen ter verlaging van de energielasten en daarmee verhoging van het wooncomfort. - Woningen met lange termijnperspectief brengt Lefier naar A om voor te sorteren op aardgasloze aansluiting of aansluiting op collectieve warmte in toekomst. - Lefier heeft zelf nog géén plannen om complexen actief van het aardgas te halen.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
51 / 61
E
Communicatie- en participatieplan TVW Midden-Groningen Het Communicatie- en participatieplan is opgesteld in maart 2021.
1 Inleiding en achtergrond In dit plan wordt uitgewerkt hoe en wanneer we de verschillende betrokken partijen, organisaties of betrokken organisaties willen betrekken bij de Transitievisie Warmte voor Midden-Groningen. Het communicatie- en participatieplan is dynamisch. Afhankelijk van ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht kan de communicatiestrategie periodiek worden geëvalueerd en aangepast.
2 Rol van betrokken organisaties Midden-Groningen Er zijn allerlei verschillende betrokken organisaties/partijen die mede bepalen hoe en wanneer wijken overstappen van aardgas op duurzame vormen verwarmen. In dit geval gaat het specifiek over het opstellen van de TVW. BDH gaat met de verschillende betrokken organisaties in gesprek om samen met hen uitgangspunten, prioriteiten en criteria op te stellen. Natuurlijk zijn er verschillen in de manier waarop de diverse betrokken organisaties worden betrokken. Zie hiervoor de stakeholderanalyse op basis van de huidige situatie (2.a.vi.). Per fase en onderwerp kijken we naar de rol van de betrokken organisaties. De betrokken organisaties die staan in de ring van meebeslissen zijn onderdeel van alle fasen voor het opstellen van de TVW. Daarnaast spelen betrokken organisaties een belangrijke rol in het signaleren van koppelkansen tussen de warmtetransitie en andere ontwikkelingen binnen de gemeente.
2.a Communicatie in de fase van dataverzameling In het kader van de verkenning van duurzame warmteopties richten we ons op het verzamelen van data over technische en financiële mogelijkheden van woningen. Onze ervaring is dat het niet erg zinvol is om in gesprek te gaan met gebruikers en afnemers zolang nog geen globaal beeld van de mogelijkheden is gevormd. Daarvoor benaderen we in de eerste fase de interne afdelingen, woningcorporaties, de energiecoöperaties en de gebiedsregisseurs. Hen wordt voor de volgende fase wel gevraagd om relevante informatie waar het gaat over bestaande of toekomstige lokale initiatieven.
2.a.i Vertegenwoordigers van afdelingen binnen de gemeente MiddenGroningen Voor medewerkers van de gemeente Midden-Groningen is inmiddels een startbijeenkomst georganiseerd. Degenen die zijn uitgenodigd en andere geïnteresseerden hebben inmiddels een verslagmail, de presentatie en het plan van aanpak ontvangen. Daarnaast wordt er informatie en data opgevraagd via verschillende afdelingen (met name gebiedsregie) over afgeronde en toekomstige projecten in de openbare ruimte. Zoals civiele werken (wegen en riolering), maar ook groenvoorziening of andere werkzaamheden die koppelkansen bieden. En ook kennis over de verschillende buurten voor wat betreft draagvlak, sociale situatie, lokale problemen en in welke buurten problemen worden opgepakt en opgelost. Het organiserend vermogen kan een indicatie zijn voor de mogelijkheden om de energietransitie als buurt op te pakken. De gebiedsregisseurs krijgen in de fase van het beschrijven van mogelijke duurzame warmteopties per buurt nadrukkelijk de kans om te participeren. Dit gaat ons helpen met voorstellen te komen die ook in de praktijk realiseerbaar zijn in de betreffende buurt.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
52 / 61
2.a.ii Externe betrokken organisaties Bij de verschillende externe betrokken organisaties wordt in beeld gebracht wat het beleid is/wordt. De gemeente heeft een coördinerende rol, maar heeft de komende jaren de steun van deze betrokken organisaties hard nodig, met name waar het gaat om het realiseren van collectieve vormen van duurzame warmte of bij de uitvoering van energiemaatregelen bij individuele woningen. De betrokken organisaties worden ingelicht over de ontwikkeling van de Transitievisie warmte en gevraagd naar het beleid van de betreffende organisatie met betrekking tot de energietransitie. In welke mate wil een organisatie participeren in het proces en welke rol wil men op zich nemen bij de uitvoering van collectieve projecten? De externe betrokken organisaties zijn: - Waterschap Hunze en Aa’s - Waterbedrijf Groningen - Energiecoöperaties - Woningcorporaties
2.a.iii Woningcorporaties De woningcorporaties worden op de hoogte gebracht en gevraagd naar gegevens over al genomen maatregelen en toekomstige projecten. Op 9 maart schuift BDH aan bij het maandelijks overleg van de gemeenten met de woningcorporaties en enkele huurdersorganisaties om het proces voor het vaststellen van de Transitievisie Warmte voor te leggen. De woningcorporaties en huurdersorganisaties kunnen vervolgens aangeven welke rol zij willen nemen. In april worden de eerste resultaten van de verkenning van mogelijke warmteopties per buurt toegelicht, waarbij de eventuele rol van de woningcorporaties bij het ontwikkelen van wijkuitvoeringsplannen en in de uitvoering van de woningcorporaties op de agenda komt.
2.a.iv Bedrijven/industrie Ook bedrijven worden betrokken bij de totstandkoming van de Transitievisie warmte. Er zijn immers bedrijven die warmte kunnen leveren, zoals Eska bij het woningbouwproject Gorecht-Noord. Via de omgevingsdienst gaan we na welke bedrijven veel (rest)warmte kunnen leveren of in de toekomst willen afnemen. Niet alle informatie hierover kan via de Omgevingsdienst worden gedeeld. Dit heeft vooral te maken met de privacywetgeving. Daarnaast benaderen we voor het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen bedrijven via overkoepelende bedrijfsverenigingen of organisaties van bedrijventerreinen.
2.a.v Bouw- en installatiebedrijven Bouw- en installatiebedrijven worden over het algemeen niet of nauwelijks betrokken bij het totstandkomen van een beleidsplan. Toch zit bij deze bedrijven de meeste kennis over de verduurzamingsmogelijkheden in de gemeente. Denk aan isolatiebedrijven, aannemers en installatiebedrijven, met name voor verwarming. Zij komen bij de mensen in huis, hebben kennis van de technische situatie en weten wat het sentiment in verschillende buurten is. In eerste instantie worden de installatiebedrijven betrokken via overkoepelende verenigingen. Er is wellicht ook informatie binnen het gemeentelijk apparaat over de meest actieve bouw- en installatiebedrijven. Een aantal bedrijven is mogelijk bereid mee te werken, omdat ze zien dat ze daarmee invloed hebben op de voorstellen én op hun rol bij de uitvoering. We gaan zowel bij collega’s binnen de gemeente Midden-Groningen als bij de omgevingsdienst navraag doen naar actieve bouw- en installatiebedrijven. De verschillende bedrijven worden in eerste instantie telefonisch benaderd, waarna later een online gesprek kan plaatsvinden. BDH legt contact met de regiomanager van Techniek Nederland.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
53 / 61
2.a.vi Cirkel van beïnvloeding De onderstaande cirkel van beïnvloeding komt uit de Startanalyse van de Rijksoverheid, enigszins aangevuld met de relevante lokale namen, en is bedoeld als handvat om het gesprek met de verschillende betrokkenen aan te gaan. In de cirkel staat de aanzet voor de belangrijkste betrokken organisaties in de totstandkoming van de TVW. De cirkel wordt als uitgangspunt gebruikt gedurende het proces van het vormen van de TVW, en is er om richting te geven aan de vragen: hebben we iedereen in beeld? En hoe betrekken we eenieder? De positie van de betrokken organisaties ligt niet vast en kan gedurende het proces veranderen. Ook kan de cirkel worden aangevuld met nieuwe betrokken organisaties. De communicatie- en participatiestrategie kan er ook op gericht zijn om bijvoorbeeld bepaalde doelgroepen, als een bewonersgroep, niet alleen te laten meedenken, maar ook mee te laten werken of mee te laten beslissen zodat er meer draagvlak is voor het nemen van maatregelen in de uitvoeringsfase.
Experts
Beslissers
Gebiedsregisseurs Ruimtelijke ontwikkeling
Waterbedrijf Communicatie
Bedrijven/industrie Waterschap Hunze en Aa’s
Omgevingskwaliteit Gebouwbeheer
Afdeling Duurzaamheid
Gemeenteraad
Bewoners en dorpsverenigingen Enexis Energiecoöperaties
Installateurs en bouwbedrijven
Woningcorporatie Lefier Woningstichting Groninger Huis Bewoners (eigenaren)
Energieloket Bewoners (huurders)
Uitvoerders
Gebruikers/afnemers
Figuur 33: Cirkel van beïnvloeding.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
54 / 61
2.b Communicatie na de eerste analyse van mogelijkheden Na een eerste analyse van mogelijkheden wordt de informatie teruggekoppeld aan de medewerkers van de gemeente Midden-Groningen. Vervolgens worden de verschillende betrokken organisaties benaderd. Afhankelijk van de mogelijkheden die er t.z.t. zijn worden er meerdere online of ‘live’-bijeenkomsten georganiseerd. De medewerkers van de gemeente kunnen eventuele ontbrekende gegevens over koppelkansen en te benaderen organisaties per buurt in de fase van het opstellen van een uitvoeringsplan aanvullen. De betrokken organisaties kunnen ontbrekende informatie aanvullen en aangeven welke rol men per buurt ziet voor de eigen organisatie. Begin april wordt bekeken of voor bepaalde betrokken organisaties, zoals de woningcorporaties, een aparte bijeenkomst wordt gehouden of dat er meer gezamenlijke bijeenkomsten worden gehouden. Aan de raad wordt in april onder andere gevraagd waar hun belangrijkste prioriteiten liggen in de energietransitie, met name waar het gaat over de keuze voor de buurten waar met de transitie van warmte in de gebouwde omgeving moet worden begonnen. Nadat de eerste contouren van mogelijkheden duidelijk worden, gaan we met verschillende gebruikers en afnemers het gesprek aan over de randvoorwaarden waarbinnen verduurzaming van woningen mogelijk is of wordt. We gaan nog niet direct met bewoners in gesprek.
Wel met huurdersverenigingen, vereniging van eigenaren en bewonersorganisaties. Eventueel kan worden overwogen bij een deel van de bewoners van de gemeente een enquête te houden over de verschillende aandachtspunten van de energietransitie.
2.cUitwerken van mogelijkheden per buurt of voor bepaalde woningtypes Nadat meer informatie binnen is over mogelijkheden per buurt, de voorkeuren en de prioriteiten die het gemeentebestuur en de gemeenteraad zien in het energietransitieproces worden verschillende scenario’s uitgewerkt. Dat kunnen aanpakken per buurt zijn of een aanpak voor een bepaald type woningen.
2.d Communicatie met bewoners Communicatie met bewoners lijkt pas relevant als meer bekend is over de mogelijkheden van de woningen in hun eigen buurt. Dat betekent dat er pas na de verkenning van mogelijke opties wordt gevraagd mee te denken over de keuze voor de beste warmteopties voor hun woningen. Toch is het ook goed in een eerder stadium een indruk te krijgen van wat bewoners belangrijk vinden in de energietransitie. Gaat het vooral om financiën en technische mogelijkheden of over participatie en betrokkenheid? Bijvoorbeeld via een enquête onder een deel van de bevolking of via een burgerpanel. In het geval van algemene vragen, kan die inventarisatie al tijdens de verkenning plaatsvinden. De uitkomsten geven een beter beeld van al of niet haalbare opties en hebben invloed op de uiteindelijke prioritering van buurten of wijken waar gestart wordt met de energietransitie. Vervolgens kan in overleg met de bewoners een definitieve keuze voor bepaalde warmteopties worden gemaakt.
2.d.i Sociale analyse De sociale analyse (zie blz. 15 Plan van Aanpak TVW Midden-Groningen) geeft inzicht in sociale structuren binnen wijken en de verschillende type bewoners en is net als de technische analyse een handvat voor participatie. Naast impact op de fysieke omgeving beoogt de warmtetransitie bij te dragen aan sociale ontwikkelingen in een wijk. De mate van betrokkenheid van bewoners bij de warmtetransitie verschilt sterk. In sommige wijken nemen bewoners zelf initiatief en/of vormen coöperaties die zich inzetten voor collectieve duurzame
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
55 / 61
energie in de wijk, waarbij ze actief hun best doen andere bewoners bij dit initiatief te betrekken. In andere wijken zijn bewoners totaal niet bezig met de warmtetransitie. De mate van betrokkenheid is volgens de Startanalyse voor de warmtetransitie van het Rijk in te delen in vier type buurten:
Figuur 34: Indeling buurten in mate van betrokkenheid.
Het voordeel van starten in een wijk met veel betrokkenheid is dat het betrekken van bewoners relatief eenvoudig gaat. Bewoners zijn vaak al begonnen met een eigen energie-initiatief, hierdoor is het mogelijk in korte tijd meer vooruitgang te boeken. De kans bij het starten in een wijk met weinig betrokkenheid is dat dit vaak de buurten zijn waar bewoners een relatief groot deel van hun inkomen uitgeven aan de energierekening. Voor de aanpak van energiearmoede is het beter te starten in een wijk met weinig betrokkenheid van de bewoners. Nadeel is wel dat de gemeente relatief veel tijd moet steken in het betrekken van bewoners, waardoor de warmtetransitie in deze wijken een langdurig traject is. De mate van betrokkenheid per wijk bepalen we aan de hand van een overleg met betrokken betrokken organisaties, inclusief bewoners zelf. Ook de methoden voor het overleg met bewoners moeten nog worden vastgesteld.
2.d.ii Communicatiemethodes Afhankelijk van het doel kiezen we een communicatiemethode. We maken gebruiken van de volgende mogelijkheden: • Persoonlijke gesprekken (online of fysiek) • Online informatiebijeenkomsten • Informatieve folders • Nieuwsbrieven • Infographics (plaatjes werken altijd goed!) • Brieven • Via een “woordvoerder” in de wijk (actieve bewoner of bijvoorbeeld een klankbordgroep) • (E-)mailing of nieuwsbrief • Een digitale communicatiedienst/app • Prototype-/modelwoning • Filmpjes • Website • Persbericht
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
56 / 61
Niet alleen het doel heeft invloed op de communicatiemethode, ook voor het bereiken van verschillende type bewoners is het handig te variëren in de communicatiemethode. Waar jonge gezinnen met weinig tijd liever meedoen met een online overleg, ligt de voorkeur voor bewoners op leeftijd misschien eerder bij een fysieke bijeenkomst en informatie op papier. Door vooraf te analyseren welke verschillende type bewoners onderdeel zijn van een wijk, kun je hier de communicatieaanpak en mogelijkheden tot inspraak op aansluiten. Na de eerste inventarisatieronde van de sociale analyse hebben we een beter beeld van de verschillende bewonersgroepen en kunnen we beter onderlegd kiezen welke middelen we waar inzetten.
3 Uitgangspunten bij benaderen van/communiceren met bewoners in de TVW -
-
-
Rol van de inwoners: meedenken en voorkeuren aangeven. Waar is draagvlak voor en welke bezwaren t.o.v. bepaalde warmteopties zijn er? Zorg dat ze een keuze hebben: bied altijd twee (of meer) opties aan. Gebruik de inwonersreis in alle vormen van communicatie: hoe neem je ze mee? Stadia: Bewustwording Oriëntatie Interesse Besluitvorming Uitvoering Exploitatie Eerste pilotdeelnemers zijn ambassadeurs, behandel ze ook zo en zorg voor tevredenheid. Mocht er iets misgaan, dan wordt het z.s.m. opgelost. Communiceer duidelijk dat ze koploperspositie hebben. Vertrouwen is de basis. Tussen bewoners en woningcorporaties lijkt er een redelijke vertrouwensrelatie te zijn. Vanuit bewoners naar de overheid, zowel rijk, provincie als gemeente, lijkt er minder vertrouwen te zijn. Richt je in de communicatie op wooncomfort, -ervaring en betaalbaarheid, niet per se op verduurzamen, techniek, winst en terugverdientijd. Bijvoorbeeld verbetering binnenklimaat (frisse lucht, geen vocht, tocht en schimmel), uitstraling woning/buurt. Wel communiceren dat we van het aardgas af moeten en de redenen daarvoor. Zorg ervoor dat de bewoners verder kunnen, het ene heeft consequenties voor het andere. Bied perspectief. Gemeente heeft regierol. In communicatie benadrukken dat het gaat om een samenwerking tussen gemeenten en andere organisaties, zoals woningcorporaties.
Goede oplossingen aandragen en uitleggen waarom dat werkt. Kaders bepalen bij opgehaalde informatie van betrokken organisaties: dit kan niet en dit zijn nu de beste opties. Energiecoöperaties z.s.m. betrekken nadat technische kaders duidelijke indicatie geven van (on)mogelijkheden. Eind maart/begin april 2021. Waar hebben zij behoefte aan, waar zijn zij meegeholpen? Dit serieus nemen. Bij doelgroep-bepaling: hoeveel invloed hebben ze? Houd het simpel. En kies voor herhaling, maar dan in andere vorm. Zorg dat inwoners iets te kiezen hebben, dat werkt drempelverlagend. Wil je dat ze zelf het heft in handen nemen en zaken mogen regelen (marktpartij), zoals een eigen warmtenet, of neem je de regie als gemeente? Geef bewoners invloed, dat werkt beter. Communiceer in beginfase: we gaan samen op reis, maar we hebben allemaal veel vragen. Ook de gemeente. Geen geld: subsidies onderzoeken en lobbyen samen met andere gemeenten bij het rijk.
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
57 / 61
-
Op de gemeentelijke website ruimte maken voor informatie over transitievisie warmte; via deze weg bewoners informeren. Proces uitleggen en voorbeelden van animaties en infographics gebruiken. Oplossingen, begin klein: spouwmuurisolatie etc. Persbericht: zorg dat helder is wat je wilt communiceren, niet eerder. Lijst maken met overwegingen voor verdere communicatieproces.
4 Communicatie in de verschillende fases van de TVW Fase 1: vastleggen traject, planning, communicatie en participatie Essentie: “We zijn ermee bezig! Doe je mee?” 1. Afstemming invulling van plan van aanpak energietransitie Midden-Groningen. 2. Plan van aanpak voorleggen aan bestuur en gemeenteraad (plus communicatiemomenten en inspraakmomenten voorleggen. Polsen waar gemeenteraad en bestuur de nadruk willen leggen: betaalbaarheid, flexibiliteit, snelheid etc. 3. Gesprekken met gebiedsregisseurs, 1 op 1 of in duo’s om gevoel te krijgen bij wat er speelt in de verschillende wijken en buurten en welke partijen zinvol zijn om ook nog te benaderen/mee te nemen in de sociale analyse, en om een inschatting te kunnen maken van draagvlak voor het nemen van maatregelen. 4. Communicatie/participatie(plan): vastleggen wijze van communiceren, frequentie en vorm, en participatie in traject TVW (voor verkenning (fase 2), afweging (fase 3) en prioritering (fase 4) m.b.t. - Bestuur en politiek - Interne betrokken organisaties - Externe betrokken organisaties - Inwoners Vanuit de regierol van de gemeente: Vastleggen wat zij wil vragen/aan input op wil halen van de verschillende interne en externe betrokken organisaties 5. Tijdens proces duidelijk (blijven) maken wat ieders rol is. In eerste instantie wordt alleen om informatie gevraagd/ met name harde data.
Er wordt teruggekoppeld hoe de data wordt gebruikt en of een juiste interpretatie van gegevens wordt gegeven. Vervolgens worden de gegevens verwerkt in een eerste analyse die aan de raad wordt voorgelegd om handvatten te verkrijgen voor een goede prioritering van gebieden, buurten of bepaalde woningen in de gemeente. 6. Startbijeenkomst interne betrokken organisaties; commitment m.b.t. de doelstelling polsen en afspraken over aanleveren van verschillende gegevens en verwerking van de gegevens op een manier waar de gemeente op termijn ook mee uit de voeten kan. Afspraken maken over wijze van communiceren en participatie. 7. Bijeenkomst externe betrokken organisaties; commitment polsen, (toekomstige) actieve rol in de energietransitie, ambities en afspraken over het aanleveren van gegevens. Afspraken maken over wijze van communiceren en participatie. 8. Aanpassen planning en communicatie/participatieplan op basis van startbijeenkomsten. Half maart 2021 ijkpunt: eerste schets van de uitkomsten van harde data. Wat zijn de mogelijkheden en kaders? En hoe kunnen/moeten we met deze inzichten verder? 9. Bewonerscommunicatie: In fase 1 en 2 beperkt de input van bewoners zich tot de contacten met bewonersvertegenwoordigende organisaties. 10.
Uitbreiden communicatieplan naar communicatie met bewoners voor fase 3 In hoeverre wordt meegenomen wat bewoners belangrijk vinden of worden bewoners betrokken bij de uiteindelijke keuzes (participatie)? Vaststellen hoe te communiceren met bewoners van verschillende buurten over de resultaten van de verkenning Afweging communicatie per buurt of kiezen voor communicatie met bewoners van gelijksoortige woningen Optimaal gebruikmaken van de kracht van de kleine gemeenschap; waar mogelijk van onderaf benaderen
Transitievisie Warmte Midden-Groningen
58 / 61
-
Doelgroepbenadering: betrekken ouderen, jongeren, gezinnen etc. via de kanalen van de betreffende doelgroep. Bijvoorbeeld voor jongeren: Instagram, youtube filmpjes, podcasts, e-democracy tool Bepaalde doelgroepen kunnen via sport- of muziekverenigingen worden bereikt, of via politieke organisaties. In veel buurten zijn buurtraden actief of partijen die ervoor zorgen dat de buurt leefbaar blijft Activiteitenplanning maken voor contactmomenten met bewoners
Fase 2: Verkenning warmteopties Essentie: “Dit is er technisch nodig en (on)mogelijk per wijk.” De verkenning bestaat uit: 1. Verzameling (harde) data voor wat betreft mogelijkheden techniek, potentieel duurzame warmtebronnen, kosten en betaalbaarheid van warmteopties bij interne en externe betrokken organisaties. 2. Verzameling meer zachte data over sociale cohesie in buurten, draagvlak, bestaande initiatieven Vaststellen koppelkansen als het gaat om aansluiting bij buurtinitiatieven en activiteiten van verenigingen en maatschappelijke organisaties. Koppelkansen met andere beleidsterreinen zoals Wonen en Sociaal domein Samenwerkingsmogelijkheden externe partijen (eerste online bijeenkomst organiseren en uitwisseling van gegevens voorstellen; opvraag gegevens over beleid, al dan niet actieve rol nu of in de toekomst en opvragen van praktische gegevens over leidingen, vervangingsschema (werkzaamheden) en potentieel aan mogelijkheden voor duurzame energie of de mogelijkheden voor het aanleggen van een warmtenet) Ook lokale energiecoöperaties kunnen hier een rol in krijgen, zoals in Steendam 3.
Eerste analyse van de verzamelde gegevens terugkoppelen naar de gemeenteraad; op basis daarvan handvatten krijgen voor prioritering; waar wil de raad de grootste accenten geven, net als bij de Woonvisie bijvoorbeeld bij buurten met een combinatie van lage inkomens en hoge energierekeningen?? 4. Terugkoppeling verkenning naar interne en externe partijen; evt. aparte of gezamenlijke bijeenkomst(en). Voorleggen mogelijke samenwerking met externe partijen; wie kan voor welke onderdelen van de energietransitie de lead nemen? Wijziging huidige en toekomstige rol mogelijk binnen bepaalde randvoorwaarden of in de tijd gezien, zeker bij toekomstige wijkuitvoeringsplannen. Wetgeving kan bijvoorbeeld zo veranderen dat een partij als de netbeheerder meer mag dan nu. 5. Beeld van rol verschillende betrokken organisaties. 6. Aanpassing verkenning met meest recente gegevens en beschrijven/vastleggen samenwerkingsmogelijkheden.