94 1 Uitvoering en Handhavingsstrategie 2023-2027
Tekst van het document
Uitvoering en Handhavingsstrategie voor de uitvoeringstaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) die gemeenten en Provincie verplicht en facultatief hebben overgedragen aan de omgevingsdienst Groningen.
U&H STRATEGIE 2023-2027
Samenvatting Een uniforme Uitvoering en Handhavingsstrategie (U&HS) 2023-2027 legt de ambitie en kaders vast voor de uitvoering van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) die gemeenten en provincie verplicht en facultatief hebben overgedragen aan de Omgevingsdienst Groningen (ODG). Met het vaststellen van dit document voldoen wij aan de wettelijke verplichting en geven wij invulling aan de wens om de uitvoering van vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven van de regelgeving gezamenlijk vorm te geven en eenduidiger te maken voor inwoners en bedrijven. De gemeenten, provincie en de ODG hebben een gemeenschappelijk belang en een gezamenlijke ambitie in het behouden van een duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Door gezamenlijk doelen en werkwijze met elkaar af te spreken, bevorderen we een duurzame naleving van wet- en regelgeving en kunnen we risico’s voor de leefomgeving beter beheersen. Met de vaststelling van de U&HS leggen de deelnemers van de ODG hiervoor de basis. De U&HS vormt de gereedschapskist voor de uitvoering van de werkzaamheden van de ODG. In de strategie is de werkwijze opgenomen van vergunningverlening, toezicht en handhaving (en samenwerking met externe partners).
De focus ligt op het basistakenpakket, met een doorkijk naar de Omgevingswet, maar richt zich ook op de overige (milieu)taken voor deelnemers die die taken bij de ODG hebben ondergebracht. De U&HS legt de minimale uit te voeren (kwaliteits)niveau vast. Elke gemeente/provincie kan aanvullend hierop zijn/haar bestuurlijke prioriteiten voor de ODG laten uitvoeren. De bestuurlijke prioriteiten kunnen worden opgenomen in het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma en de daaraan gekoppelde jaaropdracht aan de ODG.
Inhoud Samenvatting...........................................................................................................................................2 1 Inleiding ................................................................................................................................................5 1.1 Doel en taken ................................................................................................................................5 1.2 Scope en looptijd ...........................................................................................................................6 1.3 Totstandkoming.............................................................................................................................6 2 Wettelijke kader en uitgangspunten ....................................................................................................7 2.1 Wettelijk kader ..............................................................................................................................7 2.1.1 Ontwikkelingen .......................................................................................................................9 2.2 Uitgangspunten U&HS ...................................................................................................................9 2.2.1 Risicogericht werken
..............................................................................................................9 2.2.2 Informatie - en datagestuurd werken ..................................................................................10 2.2.3 Eigen verantwoordelijkheid ..................................................................................................10 2.2.4 Ondermijning ........................................................................................................................10 2.2.5 Ketentoezicht .......................................................................................................................10 3 Visie en doelstellingen ........................................................................................................................11 3.1 Visie U&HS ...................................................................................................................................11 3.2 Algemene doelstelling U&HS .......................................................................................................11 3.2.1 Begrippenkader U&HS ..........................................................................................................11 3.2.2 Begrippenkader en doelstellingen uit verordening VTH ......................................................13 4 Omgevingsanalyse
..............................................................................................................................15 4.1 Provincie kenmerkende branche .................................................................................................16 4.2 Branches met de hoogste risico's ................................................................................................20 4.3 Provinciekenmerkende branches met een hoog risico ...............................................................28 5 Strategieën .........................................................................................................................................32 Bijlagen U&HS...........................................................................................................................................I Bijlage 1 Omgevingsanalyse verdieping ..................................................................................................II Bijlage 2 Vergunningenstrategie ...........................................................................................................XII
1 Inleiding Voor u ligt de uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie 2023-2027 (U&HS) van alle Groningse gemeenten en de provincie Groningen. De U&HS geeft aan welke uniforme doelen Groningse gemeenten en provincie zichzelf stellen bij de uitvoering en handhaving van de taken op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving en welke strategieën de Omgevingsdienst Groningen (ODG) gebruikt om de doelen te bereiken. Met het vaststellen van dit document voldoen wij aan de wettelijke verplichting en geven wij invulling aan de wens om de uitvoering van vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven (VTH) van de regelgeving gezamenlijk vorm te geven en eenduidiger te maken voor inwoners en bedrijven.
1.1 Doel en taken De gemeenten, provincie en de ODG hebben een gemeenschappelijk belang en een gezamenlijke ambitie in het behouden van een duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Er zijn verschillende wetten en regels die het milieu en onze leefomgeving moeten beschermen. Denk hierbij aan thema’s zoals bijvoorbeeld energie, geluidsoverlast, luchtkwaliteit, bodemkwaliteit en het gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. De ODG controleert of bedrijven in onze regio zich aan deze regels houden en dit gebeurt door vergunningverlening, toezicht, handhaving (VTH) en advies over diverse milieuthema’s die bij haar taakuitvoering ligt. Ook verzorgt de ODG de intake en afhandeling van milieuklachten die via de milieuklachtenlijn en hinderapp binnenkomen. De ODG werkt in opdracht van en samen met de Groningse gemeenten en de provincie Groningen. Tevens is de ODG voor de drie noordelijke provincies aangewezen als de omgevingsdienst voor de Seveso bedrijven in dat gebied. Dit geldt voor alle omgevingsrechtelijke-taken (taken met betrekking tot de fysieke leefomgeving) bij de Groningse, de Friese en Drentse Seveso bedrijven. De afspraken over de uitvoering van deze taken zijn vastgelegd in de Noordelijke Maat. Hieronder staat de huidige indeling van taken toebedeeld aan de ODG afgebeeld.
Met de komst van de Omgevingswet wijzigt de huidige indeling en worden alle huidige wetten die met de fysieke leefomgeving te maken heeft gebundeld in de Omgevingswet.
De huidige indeling van werkpakketten en de taken zullen worden aangepast aan de terminologieën van de Omgevingswet. De U&HS blijft onverkort van toepassing op de uitvoeringstaken VTH. Om deze taken goed te kunnen uitvoeren zijn de deelnemers verplicht om een U&HS op te stellen voor in ieder geval het basistakenpakket. Onder het pakket van basistaken (BTP) wordt de vergunningverlening (uitvoering), het toezicht en de handhaving van omgevingsvergunningen milieu, meldingen Activiteitenbesluit milieubeheer en beschikkingen in het kader van de Wet bodembescherming verstaan. Als onderdeel van het BTP gelden ook de omgevingsrechtelijke-taken,
5
niet zijnde milieu voor zover de provincie bevoegd gezag is. Bij de provincie vallen ook de bouwtaken wetgeving onder het BTP. Buiten het verplichte basistakenpakket, nemen gemeenten ook facultatieve milieu- en bouwtaken af bij de ODG. Gemeenten zorgen zelf voor de coördinatie en afstemming van deze taken met de ODG.
1.2 Scope en looptijd Deze U&HS gaat over de uitvoering- en handhavingstaken die gemeenten en provincie verplicht hebben overgedragen in het kader van het BTP en de milieu- en bouwtaken die facultatief zijn overgedragen aan de ODG. De U&HS heeft een doorlooptijd van vier jaar. De VTH-taken in het kader van de Seveso richtlijn III vallen buiten de scope van deze U&HS. De U&HS is uniform voor de taken die uitgevoerd worden door de ODG. Dit betekent dat de gemeenten en provincie eigen strategieën moeten vaststellen voor de taken die niet aan de omgevingsdienst zijn overgedragen. Het staat de gemeenten en provincie vrij om de uniforme strategieën ook van toepassing te verklaren op haar eigen taken. Elke deelnemer kan aanvullend hierop zijn/haar bestuurlijke prioriteiten door de ODG laten uitvoeren. Deze bestuurlijke prioriteiten kunnen worden opgenomen in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en de daaruit voortkomende jaaropdracht aan de ODG.
1.3 Totstandkoming Deze U&HS is een actualisatie van een eerder opgestelde regionale strategie. Deze strategie is door omstandigheden niet eerder bestuurlijk vastgesteld en eind 2021 is ervoor gekozen om met inbreng van de Groningse gemeenten, de provincie Groningen en de ODG een vernieuwde versie op te stellen. Door colleges van gemeenten en provincie is deze U&HS ter consultatie voorgelegd aan het Openbaar Ministerie (OM). Er staan duidelijke uitgangspunten in hoe we binnen de provincie Groningen met elkaar samenwerken op het gebied van VTH. De U&HS wordt op die basis verder doorontwikkeld. Het is een adaptief document, in de geest van de Omgevingswet.
6
2 Wettelijke kader en uitgangspunten In het omgevingsrecht worden regels gesteld waar het bevoegd gezag zich aan moet houden bij het uitvoeren van de VTH-taken. De eisen aan de inrichting van processen zijn wettelijk vastgelegd. Dit wettelijk kader wordt in de volgende paragraaf beschreven, gevolgd door de uitgangspunten.
2.1 Wettelijk kader De Omgevingswet vraagt van de overheid een integrale benadering van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Hiermee bewerkstellingen we een gelijk speelveld. Het transparant formuleren en uitvoeren van een U&HS is daarbij een belangrijke opgave. Landelijk zijn kwaliteitscriteria ontwikkeld voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Met deze kwaliteitscriteria wordt de kwaliteit van de processen, de uitvoeringsorganisaties (gemeenten, provincies, omgevingsdiensten) en haar medewerkers geborgd. De kwaliteitscriteria VTH zijn opgebouwd uit twee delen: de kritieke massa (deskundigheid en ervaring) en de procescriteria. De procescriteria beschrijven de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus. Deze beleidscyclus staat bekend als de ‘BIG 8’-cyclus (zie figuur). De U&HS is onderdeel van de ‘BIG 8’-beleidscyclus. Voorliggende U&HS heeft betrekking op de bovenste cirkel en is richtinggevend voor de operationele cyclus (onderste cirkel). Zowel in de huidige als in de nieuwe situatie (na inwerkingtreding van de Omgevingswet) zijn de zogenaamde procescriteria leidend voor de U&HS.
De volgende procescriteria worden onderscheiden in de Omgevingswet onder het Omgevingsbesluit (Ob): de uitvoeringsstrategie (artikel 13.5 en 13.6 Ob), de handhavingsstrategie (artikel 13.5 en 13.6 Ob), het uitvoeringsprogramma (artikel 13.8 Ob), de uitvoeringsagenda (artikel 13.6 Ob), de uitvoeringsorganisatie (artikel 13.9 Ob,) de borging van middelen (artikel 13.10 Ob) en de evaluatierapportage (artikel 13.11 Ob).
7
Elke gemeente en provincie is conform de procescriteria verplicht om een of meerdere documenten vast te stellen waarin gemotiveerd aangegeven wordt welke doelen de omgevingsdienst moet behalen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten daartoe uitgevoerd dienen te worden.
Verplichte documenten VTH: • Gemeentelijke U&H-strategie voor thuistaken • Gezamenlijke U&H-strategie voor in ieder geval de basistaken • Gemeentelijk uitvoeringsprogramma • Gezamenlijk uitvoeringsprogramma • Gemeentelijk jaarprogramma/evaluatieverslag • Gezamenlijk jaarprogramma/evaluatieverslag
8
In Groningen hebben wij ervoor gekozen om de 3 gezamenlijke documenten op te stellen: 1. U&HS: hierin zijn de doelstellingen (wat we willen bereiken?) opgenomen en in de bijlagen zijn de strategieën uitgewerkt (op welke wijze willen we de doelen behalen?). Deze strategieën bestaan uit een aantal componenten: preventie, vergunningverlening, toezicht, sanctioneren en gedogen. Zij vormen de uitwerking op hoofdlijnen van de werkwijze en intensiteit van de werkzaamheden door de ODG. 2. Uitvoeringsprogramma: jaarlijkse vindt een uitwerking van deze U&HS in een uitvoeringsprogramma plaats. In dit programma wordt benoemd welke VTH-instrumenten de ODG concreet gaat inzetten en wat de formatieve en financiële gevolgen zijn. Eventuele aanpassing van ambities kan ook in dit uitvoeringsprogramma plaatsvinden. 3. Jaarverslag: in het jaarverslag van de ODG wordt jaarlijks verantwoording over de realisatie van de activiteiten afgelegd. Naast de wettelijke verplichtingen uit het omgevingsbesluit vloeien er verplichtingen voort uit de verordening VTH. Elke Groningse gemeente en provincie Groningen heeft een verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht vastgesteld. Deze verordening geeft uitvoering aan de wettelijke opdracht om regels te stellen aan de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht.
Deze regels gelden in ieder geval ook voor de taken die de ODG uitvoert. Dit betekent dat het minimum kwaliteitsniveau van de overgedragen taken is vastgesteld. Alle bevoegde gezagen hebben daarmee de verplichting om te voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2 (en haar rechtsopvolgers). Tevens is in de verordening een verplichting opgenomen om doelen uit te werken op de volgende onderwerpen: uitvoeringskwaliteit, dienstverlening en financiën. Nadere uitwerking van deze doelen is terug te vinden in hoofdstuk 3.
2.1.1 Ontwikkelingen Diverse ontwikkelingen hebben gevolgen voor de VTH-uitvoeringstaken. Denk daarbij aan de wet VTH, de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de inwerkingtreding van de Omgevingswet met grote wijzigingen in de bodem-, geluid- en luchtwetgeving en de ontwikkelingen rondom de Wet Natuurbescherming. Verder is er een toenemende aandacht voor nieuwe thema's zoals de stikstofproblematiek, Zeer Zorgwekkende Stoffen, klimaatadaptatie, energietransitie, duurzaamheid en circulaire economie.
2.2 Uitgangspunten U&HS We hanteren de volgende uitgangspunten voor de U&HS:
2.2.1 Risicogericht werken De ODG richt zich bij het uitvoeren van de taken op de grootste risico's. Dit betekent dat de activiteiten met de grootste risico's de meeste aandacht krijgen. Om die risico's te kunnen inschatten is een uniforme regionale risicoanalyse uitgevoerd door de vakinhoudelijk specialisten van provincie, gemeenten en de omgevingsdienst. Op basis van de risico's wordt bepaald welke vorm van toezicht hier het beste bij past. Deze benadering biedt de mogelijkheid om onderbouwde adviezen te geven als er keuzes gemaakt moeten worden in het uitvoeringsniveau. Het risicogericht vergunnen is een nieuwe landelijke ontwikkeling die nog verder doorontwikkeld dient te worden. Wij blijven deze ontwikkeling actief volgen en passen de U&HS aan indien dit nodig is.
9
2.2.2 Informatie - en datagestuurd werken Informatievoorziening en data krijgen een steeds grotere rol in de samenleving en zeker met de komst van de Omgevingswet. Dit biedt kansen om werkzaamheden efficiënter en effectiever uit te voeren. Om beter bij te kunnen dragen aan de doelstellingen en om hierover beter te kunnen verantwoorden is de wens om meer informatie- en datagestuurd te gaan werken. Datagestuurd werken wordt op dit moment ingericht door de ODG.
2.2.3 Eigen verantwoordelijkheid Eigen verantwoordelijkheid is de belangrijkste preventie tegen schade aan milieu en overlast in de omgeving. Het stimuleren van de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven voor naleving van de wet- en regelgeving is dan ook een belangrijk speerpunt. Het stimuleren van het oppakken van de eigen verantwoordelijkheid is ook terug te vinden in de preventiestrategie.
2.2.4 Ondermijning Het is belangrijk te voorkomen dat burgers of bedrijven een vergunning of toestemming gebruiken om activiteiten uit te voeren met geld dat verdiend is via misdrijven. Toetsing vindt plaats op basis van integriteit van de aanvragers. Onaanvaardbare risico’s worden gereduceerd door gebruik te maken van bevoegdheden die op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Middels een zorgvuldige en gezamenlijke afweging is het mogelijk om een vergunning te weigeren of in te trekken. De ODG geeft nu al invulling aan bestrijding van ondermijning in overleg met enkele deelnemers. Het streven is om hier in gezamenlijkheid invulling aan te geven. Denk aan instrumenten als preventie, toezicht en sanctie actief in te zetten om ondermijnende activiteiten te reduceren.
2.2.5 Ketentoezicht Inzicht en grip op ketens, zoals afval-, asbest-, grond- en kwantitatieve meststromen zijn de belangrijkste redenen voor het oprichten van de omgevingsdiensten. Het uiteindelijke doel is om schadelijke effecten vanuit deze ketens op de leefomgeving te voorkomen en (ondermijnende) milieucriminaliteit in een vroegtijdig stadium te herkennen en op te treden. De ODG adviseert in samenspraak met haar deelnemers door jaarlijks afstemming met het Rijk op welke ketens toezicht aangescherpt dient te worden.
10
3 Visie en doelstellingen De visie die hieronder is verwoord, is leidend voor de U&HS.
3.1 Visie U&HS Een doeltreffende U&HS is flexibel en speelt in op actuele behoeften met behoud van uniformiteit. De uniforme U&HS sluit zoveel mogelijk aan bij veranderende wensen uit de politiek en de samenleving en haar ambities. De uitdaging is daarbij om ambities en capaciteit goed op elkaar af te stemmen. De ambities staan verwoord in de doelstellingen. Dit document geeft handvatten voor het bepalen van accenten bij de capaciteitsinzet. Een goede inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving bevordert consistent optreden en een goede vertaling van beleid en regelgeving naar de praktijk.
3.2 Algemene doelstelling U&HS In de Omgevingswet staat een belangrijke doelstelling opgenomen. Het verlenen van vergunningen, het beoordelen van meldingen, het houden van toezicht op de naleving en het handhaven van regels speelt een belangrijke rol om de doelstelling van de Omgevingswet te kunnen bereiken. Deze doelstelling staat verwoord in artikel 1.3 van deze Omgevingswet. “Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur en b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” Om de doelstelling van de Omgevingswet te kunnen bereiken is het belangrijk om een duidelijk beeld te hebben van wat wij in het licht van deze U&HS onder de vetgedrukte termen verstaan.
3.2.1 Begrippenkader U&HS We hebben de termen van een definitie en doelstelling voorzien. Waar mogelijk, is ook een prestatie indicator opgenomen voor de ODG: Wat verstaan we onder ‘veilige’? Onder ‘veilige’ verstaan we een fysieke leefomgeving waarin risico’s als gevolg van activiteiten in de fysieke leefomgeving vallend onder het basistakenpakket beperkt aanwezig zijn. Doelstelling veiligheid: Het voorkomen dan wel zoveel mogelijk beperken van de risico’s in de fysieke leefomgeving. Daarbij valt te denken aan het gevaarsaspect wegnemen of verminderen bij handelingen met gevaarlijke stoffen en het voorkomen van emissie naar bodem, lucht en water door voorzieningen te treffen of maatregelen te nemen.
11
Subdoelstelling: Overtredingen voor de branches dan wel activiteiten uit het Bal voortkomend uit de Omgevingswet die vallen onder het hoogste risico (vanuit de risicoanalyse) is na vier jaar gedaald. In het uitvoeringsprogramma worden jaarlijks/ 2 jaarlijks de benodigde indicatoren en of targets opgenomen om deze doelstelling te bereiken.
Wat verstaan we onder 'gezonde' en 'goede omgevingskwaliteit'? Onder 'gezonde' en 'goede omgevingskwaliteit' wordt verstaan een gezonde leefomgeving. Voor een gezonde leefomgeving is het nodig dat de milieutaken en bodemtaken op een adequaat uitvoeringsniveau wordt gebracht en gehouden zodat het naleefgedrag van regels over milieukwaliteit zijn geborgd.
Doelstelling gezonde en goede omgevingskwaliteit: Om een gezonde leefomgeving in de provincie Groningen te bereiken, dan wel te behouden, is het nodig dat milieuschade zoveel mogelijk wordt voorkomen en/of beperkt en waar nodig herstelt.
Subdoelstelling: De overtredingen die plaatsvinden bij grondverzet en saneringen terugbrengen aan de hand van de uitkomsten van de risicoanalyse. In het uitvoeringsprogramma worden jaarlijks/ 2jaarlijks de benodigde indicatoren en of targets opgenomen om deze doelstelling te bereiken.
Wat verstaan we onder ‘duurzame’? Onder ‘duurzame’ verstaan we toekomstbestendige gebruik en hergebruik van energie en grondstoffen. Doelstelling duurzaamheid: Het zoveel mogelijk inzetbaar houden en nuttig (her)gebruiken van stoffen met een constructieve bijdrage aan de energietransitie.
Subdoelstellingen: Stimuleren van het toepassen energiebesparende maatregelen per categorie bedrijven conform risicoanalyse (L/M/H). In het uitvoeringsprogramma worden jaarlijks/ 2 jaarlijks de benodigde indicatoren en of targets opgenomen om deze doelstelling te bereiken. Komende 4 jaren gaan wij voor alle bedrijven vallend onder het Activiteiten-besluit naar het volledig voldoen aan energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van < 5 jaar.
12
Wat verstaan we onder ‘natuur’? 'Natuur' is een samenhangend geheel van planten, dieren, levensgemeenschappen, bodem- en grondsoorten, water en klimaat. Doelstelling natuur: Het voorkomen van aantasting van natuur als gevolg van milieuactiviteiten. Hieronder valt onder meer aantasting van beschermde plant- en diersoorten, aantasting bodem(ecologie), lucht- en waterverontreiniging.
Subdoelstelling: Het opstellen van een risicoanalyse voor advisering van natuuractiviteiten. Het betreft advisering van natuuractiviteiten die worden uitgevoerd in samenwerking met de provincie, gemeenten en de ODG. Met deze doelstelling willen wij bereiken om op een eenduidige manier de risico's te bepalen, zodat we onze natuuractiviteiten risico-gestuurd kunnen uitvoeren.
3.2.2 Begrippenkader en doelstellingen uit verordening VTH Elk van de gemeenten en de provincie Groningen heeft een Verordening kwaliteit VTH vastgesteld (onder de Omgevingswet: Verordening Uitvoering en Handhaving) en zijn daarmee verplicht om de doelstellingen ‘uitvoeringskwaliteit’, ‘dienstverlening’ en ‘financiën’ nader uit te werken. Wat verstaan we onder ‘uitvoeringskwaliteit’? De mate waarin een product voldoet aan de juridische en organisatorische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving) en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. M.a.w. de inhoudelijke en organisatorische kwaliteit. •
Doelstelling uitvoeringskwaliteit:
De actualiteit van vergunningen1 is inzichtelijk. Op basis van het Meerjaren actualisatie programma (MAP) worden actualisatietoetsen periodiek uitgevoerd. Indien blijkt dat een vergunning niet actueel is wordt het actualiseren van de vergunning ingepland.
1 VTH-activiteiten en de daarvoor beschikbaar gestelde middelen worden ingezet op die locaties die bij de
overheid gekend zijn middels melding of vergunningaanvraag. Locaties waar geen gemelde/ vergunde activiteiten (meer) plaatsvinden vallen hiermee buiten het toezicht. Op dergelijke locaties kunnen ongewenste activiteiten zich ontwikkelen die daarmee buiten het beeld van de overheid blijven. Zo kunnen op dergelijke locaties wederom milieubelastende activiteiten worden opgestart zonder in achtneming van de geldende milieueisen. Ook is bekend is dat leegstaande panden in trek zijn als locatie voor opslag van gevaarlijke stoffen, worden ze gebruikt als hennepplantage of geven ze plek aan drugslaboratoria. Ze bieden hiermee de gelegenheid tot het plegen van milieucriminaliteit of dragen bij aan ondermijning. Zicht krijgen en zicht houden op deze locaties kan dit voorkomen.
13
Wat verstaan we onder ‘dienstverlening’? De manier waarop (in communicatie, snelheid, service) de organisatie met belanghebbenden (aanvragers, omgeving, klagers etc.) omgaat. Doelstelling dienstverlening: Het afstemmen en uniformeren van de klachtenafhandeling in de provincie Groningen.
Wat verstaan we onder ‘financiën’? De inzet van middelen in relatie tot de kwaliteit van de geleverde diensten/producten. Doelstelling financiën: Door toepassing van de regionale risicoanalyse wordt getracht financiële efficiëntie en effectiviteit te bewerkstelligen. De begroting dient dekkend te zijn voor de geplande inzet.
14
4 Omgevingsanalyse In dit hoofdstuk beschrijven we de regio Groningen in een omgevingsanalyse. Om (integraal) zicht te hebben op de risico’s en ontwikkelingen, is een goede omgevingsanalyse nodig van het grondgebied en de activiteiten die hierop plaatsvinden. We hebben de omgevingsanalyse branchegericht ingestoken en een onderverdeling gemaakt in voor de provincie kenmerkende branches (akkerbouw, veehouderij en voeding), de branches met de hoogste risico’s (afval, autodemontage, biovergisters, kunststof, loonbedrijven, metaal en tankstations) en de combinatie kenmerkend én risicogerichte branches (karton en papier, opslag gevaarlijke stoffen, procesindustrie). De regionale risicoanalyse ligt hieraan ten grondslag. Risico's zijn tot stand gekomen middels kans x effect en resulteert in een rangorde van hoogste tot laagste risico's. Per branche geven we de locaties weer in een gekleurd bolletje. De grootte van het bolletje geeft de huidige hoeveelheid van locaties aan (peildatum nov 2022). Alle getoonde locaties zijn voor de ingebrachte taken bij de ODG. Dus de niet ingebrachte basistaken en de niet ingebracht milieutaken zijn niet meegenomen in de omgevingsanalyse.
Vervolgens is per branche aangegeven wat de milieubelastende activiteit (MBA) onder de Omgevingswet is, wat de risico’s zijn en/of de ernst van de overtredingen binnen de branche zijn en/of het naleefgedrag gelijk, gestegen of gedaald is. Meer details over de verschillende branches zijn te vinden in de bijlage 1.
Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Overzicht van alle locaties ondergebracht bij ODG die in de omgevingsanalyse terugkomen
15
4.1 Provincie kenmerkende branche De provincie Groningen staat bekend om de vele inrichtingen in de branches Akkerbouw, Veehouderij en Voeding. In onderstaand kaartje is aangegeven waar deze branches in de provincie bevinden.
Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Overzicht van provincie kenmerkende branches
16
Branche akkerbouw
Akkerbouw groot (met tank / wasplaats / koeling / mest Akkerbouw klein (zonder tank / wasplaats of koeling) Akkerbouw losstaande mestopslag Akkerbouw middel Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Onder de Omgevingswet heet deze branche MBA telen van gewassen in de openlucht •
Akkerbouwbedrijven bevinden zich in alle agrarische gebieden door de gehele provincie (nog niet alle locaties zijn ondergebracht bij de ODG omdat deze nog niet onder het basistakenpakket vallen onder de Bor)
•
De risico’s bij deze bedrijven bevinden zich voornamelijk op het niet toepassen van de zuiveringsvoorzieningen voor het reinigen van werktuigen waarmee gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast. De ernst van de overtreding(en) en het naleefgedrag is vrijwel gelijk gebleven.
•
17
Branche veehouderij
Veehouderij Veehouderij intensieve veehouderij met luchtwasser Veehouderij intensieve veehouderij zonder luchtwasser Veehouderij melkrundveehouderij Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Onder de Omgevingswet heet deze branche MBA veehouderij •
Veehouderijen bevinden zich door de gehele provincie. Intensieve veehouderijen met luchtwassers bevinden zich meer in het oosten en zuidwesten.
•
De risico’s bij deze bedrijven bevinden zich voornamelijk bij veehouderijen met luchtwassers; denk aan stik- en fijnstof uitstoot, geuroverlast ed.
•
De ernst van de overtreding(en) en het naleefgedrag is vrijwel gelijk gebleven.
18
Branche voeding
Voeding groot (+ IPPC) Voeding klein Voeding middel Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Onder de Omgevingswet heet deze branche MBA Voedingsmiddelenindustrie, maar er kunnen in het omgevingsplan ook bruidsschatregels worden opgenomen Bruidsschat Niet-industriële voedselbereiding •
De bedrijven in de branche Voeding groot bevinden zich voornamelijk op de industrieterreinen nabij/rondom de steden en grotere dorpen. De bedrijven in de branche Voeding klein bevinden zich voornamelijk in de winkelgebieden van de steden en dorpen.
•
De risico’s bij deze industrie bevinden zich voornamelijk in het niet tijdig keuren van de brandstoftoevoerleiding van de stookinstallatie. De verplichte energiebesparende maatregelen worden niet of niet tijdig uitgevoerd.
•
De ernst van de overtreding(en) is vrijwel gelijk gebleven en het naleefgedrag is iets verbeterd.
19
4.2 Branches met de hoogste risico's De bepaling van de branches met de hoogste risico's komt voort uit de uitgevoerde risicoanalyse. De risico's zijn tot stand gekomen middels kans x effect en resulteert in een rangorde van hoogste tot laagste risico's. De branches met de hoogste risico's zijn: -
Afval Autodemontage Biovergisters Kunststof Loonbedrijven Metaal Tankstations
Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Overzicht branches hoogste risico (risicoanalyse U&HS)
20
Branche afval
Afval groot Afval klein Afval middel Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Onder de Omgevingswet heet deze branche MBA o.a. verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen •
Afvalbedrijven bevinden zich met name in de grotere industriegebieden en het midden van de provincie.
•
De risico’s bij deze bedrijven bevinden zich voornamelijk bij de diverse administratieve handelingen zoals het niet of het niet tijdig melden van afvalstoffen. Ook de acceptatieprocedures worden niet altijd juist gevolgd en de overschrijding van de maximale opslagtermijnen van afval worden regelmatig overschreden.
•
De ernst van de overtreding(en) is licht stijgend en het naleefgedrag is verslechterd.
21
Branche autodemontage
Autodemontage Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Onder de Omgevingswet heet deze branche MBA Autodemontagebedrijf en tweewielerdemontagebedrijf •
De groot cluster van de demontagebedrijven bevinden zich in de stad Groningen en overige in de (grotere) industriegebieden verspreidt door de provincie.
•
De risico’s van deze bedrijven hebben met name betrekking op bodemverontreiniging.
•
Er is te weinig data beschikbaar om op dit moment iets op te nemen over de ernst van de overtredingen en het naleefgedrag.
22
Branche biovergisters
Biovergisters Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Onder de Omgevingswet heet deze branche MBA Bedrijf voor mestbehandeling •
Biovergisters bevinden zich op een aantal (grote) industriegebieden of bij een veehouderij.
•
De risico’s bij deze bedrijven bevinden zich met name op de geurvoorschriften en coproducten die niet zijn toegestaan maar wel uitgereden worden op het land.
•
De ernst van de overtreding(en) is gelijk gebleven en het naleefgedrag is licht verbetert.
23
Branche kunststof
Kunststof Kunststof groot Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Onder de Omgevingswet heet deze branche MBA Rubberindustrie en kunststofindustrie •
De locaties uit de branche kunststof bevinden zich doorgaans op industrieterreinen in het midden en zuiden van de provincie.
•
De risico’s bij deze bedrijven bevinden zich met name bij de opslag van gevaarlijke stoffen, het niet tijdig keuren van brandstoftoevoerleiding van de stookinstallaties.
•
De ernst van de overtreding(en) is gelijk en het naleefgedrag is wat verslechterd.
24
Branche loonbedrijven
Loonbedrijven Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Onder de Omgevingswet heet deze branche MBA Agrarisch loonwerkbedrijf •
De locaties uit de branche loonbedrijven bevinden zich doorgaans in de agrarisch gebieden verspreid over de gehele provincie.
•
De risico’s bij deze bedrijven bevinden zich voornamelijk op het niet toepassen van de zuiveringsvoorzieningen voor het reinigen van werktuigen waarmee gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast.
•
De ernst van de overtreding(en) is nagenoeg gelijk en het naleefgedrag is licht verbeterd.
25
Branche metaal
Metaal Metaal groot Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Onder de Omgevingswet heet deze branche MBA Metaalproductenindustrie •
Metaalbedrijven bevinden zich met name in de industriegebieden en het zuiden van de provincie.
•
Bedrijven met de branche Metaal groot bevinden zich met name aan het Winschoterdiep.
•
De risico’s bij deze bedrijven bevinden zich voornamelijk bij het opslaan van gevaarlijke stoffen. Het niet tijdig keuren van de brandstoftoevoerleiding van de stookinstallatie. In deze branche worden de geluidsvoorschriften ook regelmatig overtreden.
•
De ernst van de overtreding(en) is dalend en het naleefgedrag is vrijwel gelijk gebleven.
26
Branche tankstations
Tankstations groot (minder dan 20 meter type C) Tankstations LPG (type C) Tankstations middel (verder dan 20 meter type B) Tankstations waterstof Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Onder de Omgevingswet heet deze branche MBA Tankstations bevinden zich verspreid over de provincie. •
De risico’s bij deze bedrijven bevinden zich voornamelijk bij het niet tijdig uitvoeren van keuringen en het ontbreken van diverse veiligheidsmaatregelen zoals het afleveren van LPG zonder voldoende toezicht en het ontbreken van brandvertragende maatregelen.
•
De ernst van de overtreding(en) is stijgend en het naleefgedrag is vrijwel gelijk gebleven.
27
4.3 Provinciekenmerkende branches met een hoog risico Met provinciekenmerkende branches en met een hoog risico bedoelen we branches die veel voorkomen in de provincie Groningen en uit de risicoanalyse blijkt dat er een hoog risico is. De volgende branches zijn hiervoor specifiek: -
Karton en papier Opslag gevaarlijke stoffen (Proces)industrie
Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Overzicht provincie kenmerkende branches met een hoog risico
28
Branche karton en papier
Karton en papier Karton en papier groot Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Onder de Omgevingswet heet deze branche MBA Complexe papierindustrie, houtindustrie en textielindustrie •
De bedrijven uit de branche karton bevinden zich voornamelijk in de Veenkolonie.
•
De risico’s bij deze bedrijven bevinden zich onder andere bij het niet tijdig uitvoeren van keuringen van stookinstallaties en de bijbehorende brandstoftoevoerleiding en het niet doorvoeren van energiebesparende maatregelen.
•
De ernst van de overtreding(en) is gelijk gebleven en het naleefgedrag is iets verslechterd.
29
Branche Opslag gevaarlijke stoffen
Opslag gevaarlijke stoffen brandstofdepot Opslag gevaarlijke stoffen gasflesdepot en vulstation Opslag gevaarlijke stoffen vuurwapen en kruitopslag Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Onder de Omgevingswet heet deze branche MBA Opslagtank voor gassen en Opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking •
De bedrijven uit de branche Opslag gevaarlijke stoffen bevinden zich op diverse industrieterreinen in de provincie met een cluster binnen de gemeente Groningen.
•
De risico’s bij deze bedrijven bevinden zich onder andere bij het niet voldoen aan de voorschriften van de van toepassing zijnde PGS-richtlijnen.
•
Er is te weinig data beschikbaar om op dit moment iets op te nemen over de ernst van de overtredingen en het naleefgedrag.
30
Branche (proces)industrie
(Proces) industrie groot (Proces) industrie klein (Proces) industrie middel Grote bol geeft huidige hoeveelheid locatie aan
Onder de Omgevingswet heet deze MBA o.a. Andere industrie •
De bedrijven uit de branche (Proces) industrie bevinden zich voornamelijk op industrieterreinen in het midden en zuiden van de provincie.
•
De risico’s bij deze bedrijven bevinden zich onder andere bij het niet tijdig uitvoeren van keuringen van stookinstallaties en de bijbehorende brandstoftoevoerleiding, het niet conform de voorschriften opslaan van gevaarlijke stoffen en het niet doorvoeren van energiebesparende maatregelen.
•
De ernst van de overtreding(en) is licht gestegen en het naleefgedrag is iets verslechterd.
31
5 Strategieën Bij de uitvoering van de uitvoeringstaken door de ODG geldt het principe dat initiatieven, activiteiten en handhavingssituaties in een gelijke situatie gelijk worden behandeld. Om zoveel mogelijk volgens dat principe te werken zijn onderstaande strategieën op de uitvoeringstaken die bij de ODG zijn ondergebracht van toepassing. De inhoud van de strategieën is terug te vinden in het Omgevingsbesluit artikel 13.6 en 13.7 (voorheen terug te vinden in hoofdstuk 5 van de Wabo). De strategieën bestaan uit vijf componenten: 1. 2. 3. 4. 5.
preventiestrategie, vergunningenstrategie, toezichtstrategie, sanctiestrategie, en gedoogstrategie.
In de provincie Groningen is door alle bevoegde gezagen in 2016 de Toezicht- & Handhavingsstrategie WABO in de provincie Groningen vastgesteld. In deze strategie is een preventie-, toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie opgenomen. De taken die door de ODG uitgevoerd worden, worden overeenkomstig deze strategie uitgevoerd. Voor BRZO-bedrijven heeft de Provincie Groningen een aparte handhavingsstrategie vastgesteld. De vergunningenstrategie is nieuw opgesteld en geldt voor de taken die door de ODG worden uitgevoerd, zie bijlage 2. Ondertussen zijn ontwikkelingen gaande, zoals het opleveren van een geactualiseerde Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet, genaamd Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) en het risicogericht vergunnen. Tijdens het schrijven van dit document is de LHSO nog niet bekrachtigd. Wij blijven deze ontwikkeling actief volgen en passen de U&HS hierop aan indien dit nodig is. Wij maken gebruik van de LHSO met de uitbreiding van het stappenschema zoals eerder is vastgelegd in de strategie van 2016.
32
Bijlagen U&HS
I
Bijlage 1 Omgevingsanalyse verdieping
II
III
IV
V
VI
VII
VIII
IX
X
XI
Bijlage 2 Vergunningenstrategie Inleiding We stellen vergunningen op volgens de wettelijke eisen en volgens vastgestelde beleidsuitgangspunten. De vergunningenstrategie vindt haar wettelijke basis in het Omgevingsbesluit (artikel 13.6 lid 1). Dit artikel bevat de elementen waar met de uitvoerings- en handhavingsstrategie inzicht in moet worden gegeven (voorheen artikel 7.2 lid 6 Besluit omgevingsrecht). De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt in ieder geval inzicht in: a. de prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 13.5, eerste lid; b. de methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen, bedoeld in artikel 13.5, eerste lid, worden bereikt; c. de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet; en d. de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet. De elementen die wij uitwerken voor de vergunningenstrategie zijn onderdeel c en d (zie hieronder). De vergunningenstrategie verstaat onder vergunningverlening: •
Het verlenen, (gedeeltelijk) weigeren, wijzigen of (gedeeltelijk) intrekken van een omgevingsvergunning (mogelijk als onderdeel van een legalisatietraject);
•
Het verlenen van een ontheffing;
•
Het behandelen van een melding en informatieplicht;
•
Het opstellen van een maatwerkvoorschrift en/of gelijkwaardigheid;
•
Het opstellen van een gedoogbeschikking (zie hiervoor de gedoogstrategie);
•
Het afgeven van een advies in het kader van het adviesrecht van de raad;
•
Het besluit nemen over het al dan niet vereisen van een MER (m.e.r.-beoordeling);
•
Het actualiseren van een vergunning.
Reikwijdte De strategie heeft betrekking op alle wet- en regelgeving waarvoor de provincie en de gemeenten binnen het domein van het omgevingsrecht bevoegd gezag zijn. De uitvoering is gericht op een integrale benadering van wetten en besluiten die vallen onder de Omgevingswet en de daaronder vallende Amvb’s. Met de vaststelling van de vergunningenstrategie is voldaan aan de wettelijke verplichting om een strategie voor vergunningverlening toe te passen. De vergunningenstrategie dient tevens uitvoerbare regels voor toezicht & handhaving te bewerkstelligen.
XII
Doelstelling en uitgangspunten Doelstelling Deze strategie levert een belangrijke bijdrage in de ontwikkeling en vaststelling van het uitvoeringskader van het bevoegd gezag om de belangrijke doelen voor de omgeving en de uniforme uitvoering daarvan te bereiken. Een gedegen uitvoering verkleint het risico op bezwaar en beroep en op uitvoeringsproblemen bij toezicht en/of handhaving. De vergunningenstrategie heeft als doel: • • • • • •
vaststellen van gezamenlijke uitgangspunten die het bevoegd gezag kan toepassen in de zorg voor de leefomgeving; mogelijk maken van (economische) initiatieven met oog voor de fysieke leefomgeving; aandacht voor actualisatie van beleid, zoals veiligheid, gezondheid en duurzaamheid; uniformeren van het proces van vergunningverlening ter vermindering van regeldruk; bieden van uitgangspunten voor het werken als 1-overheid; verkleinen van het risico op latere omgevingsproblemen.
Uitgangspunten vergunningverlening Bij het behandelen van een vergunningaanvraag of een ingediende melding hanteren we de onderstaande uitgangspunten om te zorgen voor een kwalitatief goede beoordeling. Deze uitgangspunten geven invulling aan de algemene uitgangspunten uit hoofdstuk 2. Dit zijn: integraal werken, risicogericht werken (o.a. door probleemanalyse), toetsen integriteit aanvragers, betrouwbaarheid, transparantie, professionaliteit en verantwoordelijkheid waar deze hoort. a. Omgevingsgericht, integrale afstemming aan de voorkant • • • • • •
nieuwe activiteiten toetsen we op belasting van de omgeving; we beoordelen integraal, toetsen aan de weigeringsgronden en beoordelen inhoudelijk; we voorkomen onacceptabele omgevingsbelasting; politiek-bestuurlijke speerpunten geven we prioriteit; bij (potentiële) maatschappelijke onrust communiceren we goed naar de omgeving; we stimuleren innovatie en duurzaamheid.
b. Transparant, voorspelbaar en betrouwbaar • • •
•
we passen landelijke standaarden toe; we maken, heldere en transparante, begrijpelijke, handhaafbare vergunningen op maat, deze zijn openbaar en digitaal beschikbaar we baseren voorschriften op de best beschikbare technieken (BBT) en stellen vooral doelvoorschriften; bedrijven kunnen dan zelf bepalen hoe ze daaraan voldoen. Dit past bij onze uitgangspunten voor deregulering en vermindering van administratieve lasten en meer zelfsturing; vergunningen leggen we overzichtelijk vast, zodat alle verplichtingen van het bedrijf op ieder moment inzichtelijk zijn. We hebben ook een overzicht van al deze bedrijven digitaal beschikbaar.
XIII
c. Afgestemd op de situatie •
we behandelen aanvragen voor omgevingsvergunningen en/of beoordelen meldingen, als de situatie daarom vraagt intensiever. Hiervoor wordt gebruikt gemaakt van maatwerk- en/of middelvoorschriften;
•
als landelijke voorschriften niet goed helder zijn, niet goed toepasbaar voor een specifieke situatie dan stellen we maatwerk- en/of middelvoorschriften op. Maatwerk- en middelvoorschriften geven minder speelruimte voor eigen invulling en meer duidelijkheid.
d. Gezamenlijk en professioneel •
• • •
het proces van vergunningverlening begint bij voorkeur met een voorbereidende fase waarin de initiatiefnemer de mogelijkheden verkent, een aanvraag opstelt en eventueel vooroverleg heeft; het proces van vergunningverlening eindigt bij de oplevering naar toezicht, soms voeren we een gezamenlijke opleveringscontrole uit; we maken onherroepelijke vergunningen openbaar voor iedereen; we dragen het casemanagement (indien nodig) over aan toezicht.
Uitwerking elementen vergunningverlening Zoals eerder beschreven dient de vergunning strategie inzicht te geven in: 1. de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen van de wet; en 2. de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen van de wet. Beoordelingscriteria: Bij het boordelen en beslissen op aanvragen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen maken we onderscheid in eenvoudige en complexe activiteiten zoals deze is beschreven in de kwaliteitscriteria VTH. Voor de activiteiten milieu wordt onderscheid gemaakt in klasse I, II en III. Werkwijze Aan de hand van een checklist wordt de diepgang en complexiteit van toetsing bepaald bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen. Doorontwikkelen vergunningenstrategie De vergunningenstrategie is algemeen van opzet en bevat geen inhoudelijke uitwerking. Voor de inhoudelijke uitwerking voor bijvoorbeeld een risicogerichte aanpak dient dit nader te worden ingevuld. Er is vanuit Omgevingsdienst NL (de overkoepelende vereniging van de 29 omgevingsdiensten in Nederland) een landelijke werkgroep “Risicogerichte Vergunningverlening” waarvan de uitkomsten worden betrokken bij de actualisatie of verdere uitwerking van deze U&HS.
De uitdrukkelijke wens is om deze risicogerichte aanpak voor vergunningverlening aan te laten sluiten bij de risicogerichte aanpak van toezicht- en handhaving. In de regio Groningen maken wij gebruik van een risicomatrix voor toezicht op het gebied van milieu met een onderverdeling in hoog, XIV
middel en laag risico. Ditzelfde model kunnen we gebruiken voor de vergunningverlening op het gebied van milieu. Voor vergunningverlening is diezelfde prioritering van branches relevant, maar krijgt deze een eigen invulling.
XV