CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

82. Raadsbrief onderzoek joods vastgoed

Raadsvergadering 6 april 2023, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen/Lange Termijn Agenda raad/Toezeggingen1.641 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsbrief

Datum:

7 maart 2023

Verzenddatum:

7 maart 2023

Behandeld door:

Riemer Janssen

Mailadres:

riemer.janssen@midden-groningen.nl

Zaak:

746260

Portefeuillehouder:

Adriaan Hoogendoorn

Onderwerp:

Rapport onderzoek Joods Vastgoed

Geachte leden van de raad, In maart 2022 bent u geïnformeerd over een uit te voeren onderzoek naar de onteigening en doorverkoop van Joodse woningen in de Tweede Wereldoorlog. Dit naar aanleiding van de persvragen die de gemeente Midden-Groningen in 2021 heeft ontvangen van de KRO-NCRV voor het tvprogramma Pointer, de Monitor. Het onderzoek is afgerond en treft u als bijlage aan bij deze raadsbrief. Vanuit het rapport treft u hieronder een aantal delen aan die voor onze gemeente van belang zijn en welke u op hoofdlijnen inzicht geven van het onderzoek en de uitkomsten. Inleidend: aanleiding, opzet en globale uitvoering De laatste jaren is een groot aantal onderzoeken uitgevoerd naar de houding van de verschillende gemeenten in Nederland ten opzichte van onroerend goed van Joodse inwoners in de periode van grofweg 1940 tot 1955. Het overgrote deel van deze onderzoeken richt zich op de grotere en stedelijke gemeenten, waar de grootste Joodse gemeenschappen waren. Echter, ook in kleinere gemeenten woonden verspreid over Nederland Joden. Dit is misschien wel het duidelijkst te zien op het Groninger platteland met zijn vele verspreide kleinere en iets grotere Joodse gemeenschappen. Juist deze concentratie op het platteland maakt het in dit rapport gepresenteerde onderzoek bijzonder.

Hoe verging het de Joden op het platteland tijdens de oorlog? Hoe vond de ontrechting van Joden wat hun onroerend goed betreft hier plaats en hoe gingen plattelandsgemeenten hiermee om? Maakten zij er gebruik van door deze huizen en gronden in eigendom te verwerven? En hoe stelden ze zich op toen ze als gevolg van het proces van rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog gedwongen werden deze verworven eigendommen weer af te staan, of anders de teruggekeerde Joden of hun eigenaren hiervoor te compenseren door teruggave via een afdoende en rechtvaardige financiële vergoeding? Het rapport gaat specifiek in op de mate van de gemeentelijke betrokkenheid bij de verwerving van onteigend onroerend goed van Joodse inwoners, en op de vraag hoe de gemeenten na het einde van de oorlog zijn omgegaan met het rechtsherstel, oftewel de teruggave aan, of de

Pagina:

2 van 4

Datum:

7 maart 2023

Zaak:

746260

compensatie van de oorspronkelijke Joodse eigenaren. Nagegaan is daarbij als eerste of gemeenten Joodse huizen en landerijen hebben verworven tijdens de oorlog. Het systematisch onderzoek heeft zich steeds op twee voormalige gemeenten binnen iedere huidige gemeente geconcentreerd, waarbij het gaat om de gemeenten waar de Joodse gemeenschap het grootste was of de hoeveelheid verkochte Joodse huizen volgens de zogenaamde Verkaufsbücher het omvangrijkst was. Ook is er vaak aandacht voor de verdere gemeentelijke betrokkenheid bij onroerend goed van Joden, waaronder ook de bezittingen van de Joodse gemeenten (synagogen, begraafplaatsen, e.d.). Onderzoeksgebied provinciebreed Vele plaatsen in het onderzoeksgebied (het grondgebied van de huidige gemeenten Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Veendam en Westerkwartier) kenden al sinds de negentiende eeuw grotere en kleinere Joodse gemeenschappen. Het aandeel van de Joden in de bevolking was het hoogst in de tweede helft van de negentiende eeuw, en nam daarna tamelijk snel af. Rond 1940 was er – mede als gevolg van migratie van jongeren – sprake van een relatief vergrijsde Joodse gemeenschap in Groningerland, wat de kwetsbaarheid gedurende de Jodenvervolging in de daaropvolgende jaren nog vergroot zal hebben.

Het aandeel van de Joodse inwoners dat niet vermoord werd door de Nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog blijkt in het onderzoeksgebied met slechts 10 % extreem laag te zijn geweest. Dit is heel veel minder dan de in verhouding tot andere landen toch al erg geringe overlevingscijfers voor Nederland als geheel. Ook blijkt dit percentage een derde lager dan tot nu toe in de literatuur wordt vermeld voor de gemeenten in het onderzoeksgebied. Net als elders in Nederland trachtte de Duitse bezetter de Joodse bevolking op het grondgebied van de vijf genoemde gemeenten tijdens de oorlogsjaren van al hun bezittingen te beroven. Het rapport richt zich, conform de opdracht, vooral op de inbeslagname en verkoop van onroerend goed. Voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan is het overgrote deel van de landbouwgrond van Joodse eigenaren al in 1942-1943 onder dwang van eigenaar gewisseld. Voor de bebouwde percelen (vooral huizen) gold dit voor maximaal 70 %, mogelijk minder. Hoewel er vele verschillende oorlogskopers van Joods vastgoed waren, blijken de meest actieve kopers vrijwel altijd NSB-ers en collaborateurs te zijn geweest. Ook een drietal gemeenten in het onderzoeksgebied verwierf echter land en/of panden afkomstig van Joden.

Na de oorlog werden in het proces van rechtsherstel de gedwongen verkopen en verkopen buiten de Joodse eigenaren om weer zoveel mogelijk teruggedraaid, of althans werd aan de rechthebbenden een compensatie geboden voor hun verlies. Dit proces van rechtsherstel kwam op het Groninger platteland maar moeizaam op gang in vergelijking met de rest van Nederland. Pas in 1948 startte het goed, terwijl zo’n vijf jaar na het einde van de oorlog nog ongeveer de helft van de transacties teruggedraaid moest worden of anderszins rechtsherstel moest plaatsvinden. De Joodse rechthebbenden (vaak erfgenamen) moesten zo vaak extreem lang wachten op hun geld of eigendommen. Het rechtsherstel van de geroofde onroerende goederen ging niet automatisch, dat moest door de rechthebbende – een overlevende of heel veel vaker de bewindvoerder van vermoorde Joden – in gang worden gezet. Opgemerkt kan nog worden dat het beheer van alle Joodse begraafplaatsen in het onderzoeksgebied uiteindelijk de verantwoordelijkheid van de burgerlijke gemeenten is geworden, al had dit soms wel wat voeten in de aarde. Een punt van aandacht is de wijze waarop de gemeenten na de Tweede Wereldoorlog omgingen met de huizen van Joden (en ook van andere inwoners). Planontwikkeling in verband met de uitleg van woonkernen en daarmee samenhangende aanleg van nieuwe straten speelden daarbij vaak een grote rol.

In dat opzicht kan in elk geval gewezen worden op de gemeente Hoogezand

Pagina:

3 van 4

Datum:

7 maart 2023

Zaak:

746260

(Midden-Groningen), die direct na de oorlog drie nog maar tien jaar oude panden liet afbreken, op een moment dat de Joodse eigenaar kennelijk nog niet teruggekeerd was uit de concentratiekampen. Vervolgens weigerde deze gemeente de Joodse eigenaar op een enigszins bevredigende wijze te compenseren of te helpen op andere wijze compensatie te krijgen. Onderzoeksgebied Midden-Groningen: afbakening Het onderzoek naar de betrokkenheid van de gemeenten op het grondgebied van de huidige gemeente Midden-Groningen wat betreft transacties met betrekking tot Joods onroerend goed heeft zich voornamelijk gericht op de voormalige gemeenten Hoogezand en Sappemeer. Uitgebreid archiefonderzoek in de archieven van de voormalige gemeenten Slochteren, Muntendam, Noordbroek en Zuidbroek, alsmede in andere archieven die relevante gegevens over die gemeenten zouden kunnen bevatten, hebben geen resultaten opgeleverd waaruit blijkt dat deze gemeenten in oorlogstijd, of kort daarop, Joods onroerend goed hebben verworven. Onderzoeksgebied Midden-Groningen: uitkomsten In de literatuur wordt gesuggereerd of beweerd dat de gemeente Hoogezand daadwerkelijk Joods vastgoed van de Duitsers zou hebben gekocht.

Bij het doornemen van archivalia over de mogelijke betrokkenheid van de voormalige gemeente Hoogezand bij transacties van Joods onroerend goed is echter niets tegengekomen dat wijst op daadwerkelijke aankoop daaraan. Wel waren er enkele mislukte pogingen daartoe, te weten: • Filippus Simons (Foxhol, Hoogezand): Foxholsterhoofdweg 87, 88, 89 / Gerrit Imbosstraat 83, 85, 87, 89 • Filippus Simons (Foxhol, Hoogezand) Meerweg 30-32 / K. Nieboerweg 30-32 • Synagoge en woonhuis te Hoogezand, Hoofdstraat 56/57 te Hoogezand, die kadastraal bekend staan als K585 en K586 en eigendom waren van de Israëlitische Gemeente Hoogezand. Verder is er een vermelding in de literatuur nader onderzocht, waarin wordt beweerd dat de gemeente Hoogezand onroerend goed, dat oorspronkelijk Joods eigendom was, van een Duitse organisatie zou hebben overgenomen. Dit blijkt echter onjuist, de woningen zijn pas jaren na de oorlog door de gemeente aangekocht. Voor wat betreft aankoop van onroerend goed door een gemeente, is dat alleen het geval bij Sappemeer geweest, te weten: • familie Van Geuns, Noorderstraat 75-76 / 79-80. Samenvattend De kwestie inzake de van Joden afkomstige woningen in de Noorderstraat die de gemeente Sappemeer heeft verworven, is in 1954 opgelost door een zogenaamde ‘minnelijke schikking’, tussen beide partijen.

Daarbij is het onroerend goed teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren en heeft een financiële verrekening met instemming van beide partijen plaatsgevonden (zie ook Appendix G: Berekeningen naar aanleiding van rechtsherstel aangekochte ‘Jodenwoning Sappemeer’). De gemeente Hoogezand heeft in oorlogstijd tevergeefs getracht een drietal woningen van een Joodse eigenaar aan de latere Gerrit Imbosstraat te verwerven. Deze woningen heeft ze in 1945, kort voor de terugkeer uit de concentratiekampen van eigenaar Filippus Simons, laten afbreken. De reden was volgens de gemeente bouwvalligheid, ondanks dat de woningen nog maar rond de tien jaar oud waren. De eigenaar, ondanks pogingen daartoe, heeft van de gemeente of anderszins nooit een vergoeding gekregen voor deze afbraak, met uitzondering van honderd gulden die de gemeente voor

Pagina:

4 van 4

Datum:

7 maart 2023

Zaak:

746260

afbraakmaterialen van de sloper ontvangen had, plus honderdvijftig gulden voor een aangetroffen en verkochte motorfiets. Afsluitend Om meer inzicht te krijgen hoe er precies is omgegaan met deze laatstgenoemde situatie zal er een nader onderzoek worden ingesteld. Dit zal worden uitgevoerd door de onderzoeker die, in opdracht van de RUG, het onderzoek binnen de gemeente Midden-Groningen heeft uitgevoerd. is bereid om samen met een medewerker, werkzaam binnen het team DIV & Archief, een nader onderzoek uit te voeren. De onderzoeksvragen van dit nadere onderzoek zijn: ✓ wat is de bouwhistorie van deze (drie) woningen; ✓ wat was de onderbouwing deze woningen als bouwvallig aan te merken; ✓ waren er gebeurtenissen in de omgeving, waardoor aan deze woningen (oorlogs)schade zou kunnen ontstaan; ✓ zijn er nabestaanden, met wie contact zou kunnen worden opgenomen Over de uitkomsten van dit onderzoek zult u te zijner tijd worden geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen

A. Hoogendoorn Burgemeester

H. Bakker Gemeentesecretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12744247/1