CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

4b. Bijlage bij collegereactie - conclusies en aanbevelingen

Informatiebijeenkomst 28 mei 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Presentatie1.499 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Conclusies De hoofdconclusie van dit onderzoek is de volgende: De gemeente Midden-Groningen borgde de democratische legitimiteit van de RES 1.0 en het proces na de RES 1.0 niet voldoende. RES 1.0 De gemeenteraad had geen directe invloed op het RES-bod dat het college inbracht bij de RESregio. Wel stelde de raad de Startnotitie RES 1.0, Concept RES 1.0 en RES 1.0 vast en met die laatste het gemeentelijke RES-bod. Het RES-bod is mede gebaseerd op het beleid ‘Zonneparken in MiddenGroningen’. Hierin stelde de gemeente kaders aan de aanleg van nieuwe zonneparken in de gemeente. De gemeente betrok stakeholders en inwoners bij de RES en het gemeentelijke zonneparkenbeleid, zij het in beperkte mate. Duidelijk is dat stakeholders en inwoners konden participeren aan het beleid Zonneparken in Midden-Groningen en waarschijnlijk ook de RES. De participatie had de vorm van bewoners- en informatiebijeenkomsten. Het is echter onduidelijk op welke manier die participatie doorwerkte in de RES. Schriftelijke vastlegging van die participatie ontbreekt Proces na de RES 1.0 De gemeenteraad werd niet betrokken bij de keuze voor de Voortgangsrapportage RES 2.0 in plaats van een herijkte RES. Stakeholders en inwoners waren niet betrokken bij die rapportage. De raad stelde de Transitievisie Warmte, de Omgevingsvisie en een herziening van het Zonneparkenbeleid vast.

De Voortgangsrapportage RES 2.0 ontving zij ter informatie. Maatschappelijke organisaties en inwoners hadden beleidsruimte en konden zo input leveren voor de gemeentelijke visies. Van vooraf gemaakte afspraken was hierbij geen sprake. Daar waar stakeholders en inwoners input gaven, legde de gemeente dat niet altijd schriftelijk vast. Hierdoor is hun invloed niet op alle punten na te gaan.

Deelconclusies 1.Op welke wijze was de gemeenteraad betrokken bij het opstellen van de RES 1.0 in de regio Groningen? De gemeenteraad stelde het startdocument, de concept RES 1.0 en de RES 1.0 vast. Met het vaststellen van de RES 1.0, stelde de raad het gemeentelijke RES-bod vast. Het gemeentelijke RESbod was onderdeel van de RES. Het college verankerde het uiteindelijke RES-bod in het gemeentelijke zonneparkenbeleid. Dit beleid stelde de raad vast nadat hij de RES 1.0 had vastgesteld. Directe invloed op het RES-bod dat het college inbracht in de RES-regio had de gemeenteraad daarmee niet. De raad had wel invloed op de invulling van de RES omdat het Zonneparkenbeleid als bespreekpunt in de raad aan bod kwam.

2. Op welke wijze was sprake van participatie van maatschappelijke organisaties bij het opstellen van de RES 1.0 in de gemeente? De gemeente betrok stakeholders bij de RES 1.0 en bij het zonneparkenbeleid. Dit gebeurde ingeval van de RES met name door ‘actieve communicatie richting inwoners’ en verschillende activiteiten voor inwoners en stakeholders bij het Beleid Zonneparken in Midden-Groningen. Het is door het ontbreken van schriftelijke vastlegging niet altijd duidelijk op welke manier de input van maatschappelijke organisaties doorwerkt in de RES 1.0. 3. Op welke wijze was sprake van participatie van burgers bij het opstellen van de RES 1.0 in de gemeente? De gemeente betrok inwoners bij de RES 1.0 en bij het zonneparkenbeleid. Dit gebeurde ingeval van de RES met name door ‘actieve communicatie richting inwoners’ en verschillende activiteiten voor inwoners en stakeholders bij het Beleid Zonneparken in Midden-Groningen. Het is door het ontbreken van schriftelijke vastlegging niet altijd duidelijk op welke manier de input van maatschappelijke inwoners doorwerkt in de RES 1.0. 4. Op welke wijze was de gemeenteraad betrokken bij het RES-proces na de RES 1.0 in de regio Groningen? Hoe effectief was dit? De gemeenteraad stelde de Transitievisie Warmte, een herziening van het zonneparkenbeleid en de Omgevingsvisie vast. Daarbij diende de raad moties en amendementen in.

De raad ontving de Voortgangsrapportage RES 2.0 ter informatie; het is de gemeente onduidelijk of de raad het Startdocument RES 2.0 ontving. Het vergt echter meer onderzoek om na te gaan in hoeverre de betrokkenheid van de raad bij het opstellen van het proces na de RES 1.0 effectief was. 5. Op welke wijze was sprake van participatie van maatschappelijke organisaties in het RESproces na de RES 1.0 in de gemeente? De gemeente voerde geen actorenanalyses uit om te bepalen welke stakeholders en inwoners betrokken konden worden bij het proces na de RES 1.0. Een aantal maatschappelijke organisaties kon in de aanloop naar de Transitievisie Warmte input leveren. Deze input leidde tot wijzigingen in deze visie. De gemeente consulteerde belanghebbenden bij de herziening van het zonneparkenbeleid en koppelde terug op welke manier hun inbreng doorwerkte in dat beleid. Ten slotte, stakeholders konden per zienswijze een reactie geven op de Omgevingsvisie. Deze reacties vervatte de gemeente in een zienswijzenota. Hierin ging zij per reactie in op de manier waarop ze die al dan niet zou verwerken in de Omgevingsvisie. 6. Op welke wijze was sprake van participatie van burgers in het RES-proces na de RES 1.0 in de gemeente? Tijdens het opstellen van de Transitievisie Warmte zette de gemeente een enquête uit onder de inwoners van de gemeente Midden-Groningen.

De respons was laag en de resultaten daarmee niet representatief. Het indicatieve beeld nam het college mee in de besluitvorming. De gemeente organiseerde voor het herziene zonneparkenbeleid een inspraakbijeenkomst voor inwoners om na te gaan hoe zij dachten over het zonneparkenbeleid. Deze inspraakbijeenkomst was in plaats van de inspreekmogelijkheid bij de commissie dus nadien was geen inspraakmogelijkheid meer. Schriftelijke vastlegging ontbreekt dus wat het college met de input heeft gedaan is niet na te gaan. Ten slotte,

inwoners konden een zienswijze indienen op de Omgevingsvisie. Deze reacties vervatte de gemeente in een zienswijzenota. Hierin ging zij per reactie in op de manier waarop ze die al dan niet zou verwerken in de Omgevingsvisie. 7. Welke lessen vloeien uit dit onderzoek voort voor het vervolg van het RES-proces? We beantwoorden deze vraag op basis van dit onderzoek dat we namens de betreffende rekenkamers uitvoerden in zes Drentse gemeenten, vijf Groningse gemeenten en twee Friese gemeenten. We zagen dat de RES onderdeel werd van de meer algehele energietransitie. We zagen dat de colleges, na de vaststelling van de RES 1.0, documenten zoals startnotities en voortgangsrapportages ter informatie deelden met de raden. Raden namen deze documenten dan veelal ter kennisgeving aan. Dat is een keuze: raden kunnen er ook voor kiezen die documenten te agenderen. We zagen dat er weinig criteria zijn vastgelegd waar de gemeenteraad het energiebeleid op kan toetsen. De raad kan aandringen op het formuleren van specifieke criteria waarop hij het beleid kan toetsen om resultaten inzichtelijk te maken. We merkten dat het lastig was om alle besluiten, debatten, visies en beleidsstukken waarin de RES terugkomt te verzamelen. Daarnaast zagen we dat nieuwe raadsleden niet altijd op de hoogte waren van de RES 1.0 en het proces daarna.

Het is daarom van belang dat raden kunnen beschikken over een goed werkend en toegankelijk gemeentearchief. Tot slot kunnen raden na gemeenteraadsverkiezingen een inhoudelijke overdracht aan de nieuwe raad verzorgen.

Aanbevelingen Aanbeveling 1 Gemeenteraad en college van B&W: werk de verplichte participatieverordening specifiek uit voor participatie van inwoners en maatschappelijke organisaties bij de energietransitie. Op 1 januari 2025 trad de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking. Op grond van deze wet moeten provincies, gemeenten en waterschappen ieder een participatieverordening vaststellen, waarin ze de betrokkenheid van inwoners en maatschappelijke organisaties bij het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van beleid borgen. De energietransitie is van groot belang voor alle inwoners. De NRK beveelt het college aan deze participatieverordening uit te werken met betrekking tot participatie in het kader van de energietransitie. De door de NRK gehanteerde scorekaart in dit onderzoek kan bij de uitwerking hiervan als input dienen. Aanbeveling 2 Gemeenteraad: maak een gemotiveerde keuze over de wijze waarop u betrokken wilt zijn bij besluiten die binnen de RES-regio Groningen worden genomen. De gemeenteraad was niet betrokken bij het besluit een Voortgangsdocument op te stellen in plaats van een herijkte RES. Hiermee verliest de gemeenteraad grip op de uitvoering van de energietransitie, zoals bedoeld in het Klimaatakkoord.

Door een gemotiveerd besluit over de mate waarin de gemeenteraad betrokken wil worden bij besluiten binnen de RES-regio Groningen, kan de raad zijn betrokkenheid vormgeven.

Aanbeveling 3 College van B&W: werk de input van stakeholders en inwoners uit en reageer daarop zoals ook in een reactienota bij zienswijze procedure. De gemeente betrok stakeholders en inwoners op verschillende manieren bij documenten die de energietransitie betreffen, maar het is niet op alle punten duidelijk wat de gemeente met de input deed. Het is van belang inzichtelijk te maken wat de gemeente doet met de input van stakeholders en inwoners. Dit kan door een nota op te stellen na elk bijeenkomst met stakeholders en inwoners, waarbij de gemeente de input puntsgewijs weergeeft en waarbij de gemeente concreet ingaat op wat zij doet met de input. We zagen deze werkwijze in zienswijzeprocedures in de vorm van een reactienota.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16989535/1