47 1 Bijlage Convenant Agroprogramma vastgesteld Stuurgroep d d 13 juli 2022
Tekst van het document
Convenant Agroprogramma 10 februari 2022 Partijen, 1. de Nederlandse Akkerbouw Vakbond, te dezen vertegenwoordigd door: H.J.M Feitsma (hierna: NAV); 2. de Nederlandse Melkveehouders Vakbond, te dezen vertegenwoordigd door: H. Bleker (hierna: NMV); 3. de Land- en Tuinbouw Organisatie Noord, te dezen vertegenwoordigd door: H.J. Smith (hierna: LTO Noord); 4. de Stichting Boerenbelang Mijnbouwschade, te dezen vertegenwoordigd door: B.J. Westerdijk (hierna: Stichting BBM); 5. het Gronings Agrarisch Jongeren Kontakt, te dezen vertegenwoordigd door: J.G. Rietema (hierna: GrAJK); Partijen genoemd onder 1 tot en met 5 hierna samen te noemen: “de agrosector”; 6. gedeputeerde staten van de provincie Groningen, namens dezen gedeputeerde H.J. Hamster, hierna te noemen: “de provincie Groningen”; 7. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsdelta; 8. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Hogeland; 9. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen; 10. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt; 11. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen; namens dezen de burgemeester van de gemeente Het Hogeland, H.J. Bolding; Partijen genoemd onder 7 tot en met 11 hierna samen te noemen: ”de aardbevingsgemeenten"; 12.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, handelend als bestuursorgaan, namens deze: (NAAM), hierna te noemen: LNV; Alle Partijen hierna afzonderlijk te noemen “Partij”, en gezamenlijk te noemen “Partijen”, Nemen het volgende in overweging: De afgelopen jaren heeft een grote transitie in het aardbevingsdossier plaatsgevonden. De schadeafhandeling en de versterkingsopgave zijn met de oprichting van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen, opvolger Instituut Mijnbouwschade en het wijzigen van de taken van de Nationaal Coördinator Groningen volledig publiek georganiseerd; Deze transitie heeft er niet alleen toe geleid dat NAM op afstand is gezet, maar heeft tevens grote consequenties gehad voor de organisatie van schadeafhandeling en versterking en verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de diverse organisaties die daaraan uitvoering geven;
1
Gezien de omvang van de agrarische sector in het Aardbevingsgebied en de specifieke en vaak complexe gevolgen die de aardbevingen kunnen hebben voor agrarisch ondernemers, hebben alle betrokkenen in het aardbevingsdossier aangegeven dat de agrarische sector extra en specifieke aandacht verdient. Gelet hierop, en uitvoering gevend aan de motie van kamerlid Bisschop (Kamerstukken II, 2017-18, 33 529, nr. 518), is een Agrarische Tafel ingesteld; De Agrarische Tafel heeft eind 2018 een advies opgeleverd aan de bestuurders van de betrokken overheidslagen met aanbevelingen voor de schadeafhandeling, de versterkingsoperatie en het toekomstperspectief vanuit het oogpunt van de agrarische sector aan de hand van een aantal doelstellingen en uitgangspunten (Aanbevelingen vanuit de agrarische tafel aan de drie overheidslagen, december 2018); In vervolg daarop heeft de Agrarische Tafel in maart 2020 ingestemd met het ontwikkelen van een agroprogramma ten behoeve van een toekomstbestendige agrarische sector in het Aardbevingsgebied (Beslisdocument implementatie agroprogramma, 18-03-2020); In de “Bestuurlijke afspraken versterking Groningen” van 6 november 2020 is opgenomen dat het Rijk € 50 miljoen heeft gereserveerd voor integrale programma’s voor de economische en duurzame ontwikkeling Groningen zoals voor agrariërs; Op basis van door de Agrarische Tafel vastgestelde
doelstellingen en uitgangspunten is door Partijen een gezamenlijk Plan van Aanpak vastgesteld (Stuurgroep 04-02-2021) dat bij Kamerbrief van 16 februari 2021 (Kamerstukken II, 2020-21, 33529, nr. 846) aan de Tweede Kamer is gezonden; Het Plan van Aanpak beschrijft de programmatische aanpak gericht op het herstellen of verbeteren van het handelingsperspectief van de agrariër in het Aardbevingsgebied en de wijze waarop de agrarische sector, de provincie Groningen, de aardbevingsgemeenten en LNV, de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties(het Rijk) deze aanpak gezamenlijk gaan uitvoeren als het Agroprogramma; De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft vervolgens in zijn reactie op Kamervragen uit het schriftelijke overleg Mijnbouw/Groningen van 19 februari 2021 Kamerbrief van d.d. 22 april 2021 (kenmerk DGKE-PDG/21064113) weergegeven wat de verdeling is van de gereserveerde rijksbijdrage van € 50 miljoen over de verschillende integrale programma’s. Daaruit volgt dat voor de uitvoering van het Agroprogramma een bedrag van € 19 miljoen ter beschikking wordt gesteld door het Rijk.
Dit bedrag maakt de start van de uitvoering van het Agroprogramma mogelijk; Partijen beogen met dit convenant een programma te ontwikkelen gericht op voornamelijk het grondgebied van de gemeenten Groningen, Midden-Groningen, Eemsdelta, Oldambt en Het Hogeland en het gebied Middag-Humsterland van de gemeente Westerkwartier. Partijen beogen met dit Convenant Agroprogramma op basis van het Plan van Aanpak nadere afspraken te maken over de organisatie en de financiering van het in dat plan uitgewerkte Agroprogramma. Volgens de volgende hoofdlijnen: een stuurgroep heeft de verantwoordelijkheid voor de inhoudelijke sturing, het Agrarische Sectoroverleg vertegenwoordigt de agrarische sector bij het Agroprogramma, het overhedenoverleg gaat over de inzet van de middelen en een Programmabureau is de spil van het Agroprogramma en zorgt voor de uitvoering van het Agroprogramma.
2
Komen als volgt overeen: Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen In dit Convenant wordt verstaan onder: a. Aardbevingsgebied: gebied waar sprake is van erkende schade en/of versterking als gevolg van aardbevingen door winning uit het Groningenveld en gasopslag Norg. b. Agroprogramma: het samenstel van het Plan van Aanpak en de samenwerking van Partijen ten behoeve van de uitvoering van dat plan van aanpak waaronder begrepen de organisatie en financiering daarvoor; c. Plan van Aanpak: programmatische aanpak voor Groningse boeren met aardbevingsgerelatieerde problematiek gericht op investeringen in schadeherstel, versterking, innovatie en verduurzaming in samenhang met het bevorderen van een toekomstbestendige agrarische sector in het Aardbevingsgebied. Het Plan van Aanpak is gepubliceerd als bijlage bij de Kamerbrief van LNV van 16 februari 2021 (Kamerstukken II, 2020-21, 33529, 846) en maakt als bijlage I onderdeel uit van dit Convenant; d. Programmabudget: het door het Overhedenverleg vastgestelde budget voor de uitvoering van het Agroprogramma; e. Programmabureau: door Partijen ingerichte organisatorische eenheid voor het uitvoeren en faciliteren van het Agroprogramma dat is ondergebracht bij de provincie Groningen; f.
Werkgeversrisico’s: de risico’s die de provincie Groningen loopt als werkgever of opdrachtgever van de natuurlijke personen die werkzaamheden verrichten voor het Programmabureau in verband met aansprakelijkheid als bedoeld in afdeling 6 van titel 10 van boek 7 in het Burgerlijk Wetboek, zoals ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, daaronder mede begrepen de betaling van een transitievergoeding als bedoeld in afdeling 9 van titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 2. Doel van het Convenant Agroprogramma 1. Partijen werken met het Agroprogramma samen aan de totstandkoming van een toekomstbestendige agrarische sector in het Aardbevingsgebied en de ondersteuning van agrariërs daarbij. 2. Partijen beogen de agrarische sector in het Aardbevingsgebied met het Agroprogramma ook een impuls te geven gericht op toekomstperspectief. 3. Partijen spreken in dit Convenant af hoe zij deze samenwerking vormgeven en uitvoering geven aan het Agroprogramma, in het bijzonder de organisatie en financiering van het Programmabureau. 4. In het kader van prioritering en volgordelijkheid van de uitvoering richt het Agroprogramma zich daarvoor in eerste instantie nadrukkelijk op de complexe gevallen. Die gevallen zijn op basis van de in het Plan van Aanpak opgenomen criteria als zodanig gekwalificeerd. Artikel 3.
Agroprogramma Partijen hebben in het Plan van Aanpak de volgende speerpunten voor hun samenwerking voor en in het kader van het Agroprogramma opgenomen:
3
a. het coördineren van de integrale afstemming over de opgaves waar een agrariër in het Aardbevingsgebied mee wordt geconfronteerd, zoals schade, versterking, uitstel van investeringsplannen en uitdagingen op het vlak van bedrijfsvoering, verduurzaming en innovatie; b. het ontwikkelen van kaders voor het bieden van maatwerk in relatie tot bestaande (en mogelijk beperkende) planologische kaders; c. het stimuleren en coördineren van eenduidige en adequate informatievoorziening richting de agrarische sector in het Aardbevingsgebied; d. het ontwikkelen van en het adviseren over processen en producten die bijdragen aan een efficiëntere integrale aanpak van de verschillende opgaves op en rond het boerenerf; en, e. het stimuleren van sectorale ontwikkelingen die passend zijn binnen de kaders van het Agroprogramma. Paragraaf 2 Governance: Stuurgroep, Agrarisch Sectoroverleg en Overhedenoverleg Artikel 4. Organisatie van de uitvoering van het Agroprogramma 1. Het Agroprogramma wordt georganiseerd en aangestuurd via de volgende onderdelen: a. de Stuurgroep; b. het Agrarisch Sectoroverleg; c. het Overhedenoverleg. 2.
De leden van de onderdelen genoemd in het eerste lid voorkomen belangenverstrengeling en onthouden zich van de voorbereiding van besluiten (met inbegrip van de beraadslaging in verband daarmee) en de besluitvorming over voorstellen waarbij zij – of een lid van hun huishouden of een bloed- of aanverwante in de eerste tot en met derde graad – een direct of indirect persoonlijk belang hebben. Artikel 5. Stuurgroep 1. Er is een Stuurgroep die door Partijen is samengesteld uit: a. de leden van het Overhedenoverleg; en, b. twee leden aangewezen door het Sectoroverleg. De Stuurgroep wordt voorgezeten door de voorzitter van het Overhedenoverleg. 2. De Stuurgroep heeft tot taak: a. het behartigen van de belangen van Partijen ten aanzien van het Agroprogramma; b. het inhoudelijk sturen van het Agroprogramma binnen de in het Plan van Aanpak opgenomen kaders en criteria; c. te beslissen over aanpassingen van het Plan van Aanpak binnen de financiële kaders vastgesteld in het Overhedenoverleg. d. te beslissen over woordvoering over het Agroprogramma. 3. De voorzitter van het Agrarisch Sectoroverleg, een vertegenwoordiger van de Nationaal Coördinator Groningen en een vertegenwoordiger van het Instituut Mijnbouwschade Groningen worden door de Stuurgroep uitgenodigd om deel te nemen aan de vergaderingen van de Stuurgroep en de Stuurgroep te adviseren over het Agroprogramma. 4.
De Stuurgroep kan bij haar vergadering ter advisering tevens anderen uitnodigen als de inhoud van de agenda daartoe aanleiding geeft. 5. De Stuurgroep voorziet in haar eigen werkwijze en legt schriftelijk onder meer vast:
4
a. wie en op welke wijze de Stuurgroep ter vergadering bijeenroept; b. op welke wijze de Stuurgroep besluiten in het kader van dit Convenant neemt waaronder een voorziening in het geval van het staken van de stemmen; en c. op welke wijze de verslaglegging van de vergaderingen van en de besluitvorming door de Stuurgroep geschiedt. Artikel 6. Sectoroverleg 1. Er is een Agrarisch Sectoroverleg dat door de agrosector is samengesteld uit leden die representatief zijn voor de agrarische sector en verschillende agrarische stakeholders in het Aardbevingsgebied 2. Het Agrarische sectoroverleg heeft een voorzitter en secretaris. 3. Het Agrarisch Sectoroverleg heeft als taak: a. de verbinding tussen de agrarische sector, Partijen en het Agroprogramma te verzorgen en te borgen; b. zijn kennis en kunde, ervaring en netwerk pro-actief te benutten en in te zetten ter bevordering van (de uitvoering van) het Agroprogramma met oog voor alle relevante feiten en omstandigheden; c. de Stuurgroep gevraagd en ongevraagd te adviseren over (de uitvoering van) het Agroprogramma. 4. Het Sectoroverleg voorziet in zijn eigen werkwijze en legt schriftelijk onder meer vast hoe de functies van voorzitter en van secretaris worden vervuld. 5.
De leden van het Sectoroverleg ontvangen een vergoeding volgens de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies voor het voorbereiden en bijwonen van de vergaderingen van het Sectoroverleg en de Stuurgroep, voor zover zij niet uit andere hoofde voor deze werkzaamheden een vergoeding ontvangen. Het Programmabudget bevat een budget voor de betaling van deze vergoedingen. 6. Het Programmabudget bevat een werkbudget ten behoeve van het Sectoroverleg. Het Sectoroverleg kan dit werkbudget via het Programmabureau inzetten voor de ondersteuning van zijn taken zoals aanvullende expertise of het financieren van onderzoek. Artikel 7. Overhedenoverleg 1. Er is een Overhedenoverleg dat samengesteld is uit: a. een lid aangewezen en gemandateerd door de provincie Groningen, tevens voorzitter van het Overhedenoverleg; b. een lid aangewezen en gemandateerd door de aardbevingsgemeenten; en c. een lid dat is aangewezen door LNV. 2. Het Overhedenoverleg heeft als taak: a. het Programmabudget gezamenlijk vast te stellen en te wijzigen. b. de Stuurgroep te informeren over de onder sub a genomen besluiten. 3. Het Overhedenoverleg komt ten minste tweemaal per kalenderjaar ter vergadering bijeen. 4. Het Overhedenoverleg voorziet in zijn eigen werkwijze en legt schriftelijk onder meer vast: a. wie het overleg ter vergadering bijeenroept en welke termijn daarbij in acht genomen wordt; en,
5
b. op welke wijze de besluiten van het Overhedenoverleg voorbereid worden, tot stand komen en worden vastgelegd. Paragraaf 3 Programmabureau en Programmabudget Artikel 8. Programmabureau 1. Er is een Programmabureau. 2. Het Programmabureau geeft uitvoering aan het Agroprogramma overeenkomstig dit Convenant en met inachtneming van het daarvoor beschikbaar gestelde Programmabudget, bedoeld in artikel 9. 3. Het Programmabureau: a. verzorgt het in het Plan van Aanpak opgenomen Consulentschap; b. bereidt de vergaderingen van de Stuurgroep en het Overhedenoverleg voor, met inbegrip van het verzorgen van de inhoudelijke advisering ten behoeve van die vergaderingen; c. Informeert Partijen over de genomen uitkomsten van de in onderdeel b genoemde vergaderingen. d. draagt zorg voor de uitvoering of nadere afwikkeling van een tijdens de in onderdeel b genoemde vergaderingen genomen besluit, voor zover de inhoud en aard hiervan het besluit daartoe aanleiding geeft; en e. draagt ten behoeve van Partijen zorg voor de communicatie, (pers)berichtgeving en de publieke informatievoorziening over het Agroprogramma. 4. De provincie Groningen zorgt: a. ervoor dat het Programmabureau als een aparte compacte eenheid in haar organisatie wordt gepositioneerd en stelt daarvoor medewerkers aan; b.
voor de inkoop van goederen en diensten ten behoeve van de uitvoering van het Agroprogramma door het Programmabureau gelet opzijn taakuitoefening als bedoeld in het derde lid, met inachtneming van de relevante Unierechtelijke en nationale wettelijke kaders; c. voor beschikbaarstelling van de in artikel 6, vierde lid, bedoelde vergoedingen met inachtneming van de relevante Unierechtelijke en nationale wettelijke kaders. De kosten hiervoor worden ten laste gebracht van het budget bedoeld in artikel 6, vierde lid, van het Programmabudget; d. voor de inzet of beschikbaarstelling van het in artikel 6, vijfde lid, bedoelde werkbudget ten behoeve van de ondersteuning van de in artikel 6, tweede lid, bedoelde taken van het Sectoroverleg met inachtneming van de relevante Unierechtelijke en nationale wettelijke kaders. 5. De in het vierde lid, onderdeel d, bedoelde inzet of beschikbaarstelling kan inkoop van goederen en diensten en de inzet van medewerkers van de Provincie Groningen betreffen. Hierbij neemt de Provincie Groningen de relevante Unierechtelijke en nationale wettelijke kaders in acht. De daarmee samenhangende kosten – met inbegrip van de kosten van Werkgeversrisico’s – van de Provincie Groningen worden ten laste gebracht van het werkbudget bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van het Programmabudget. Artikel 9. Programmabudget
6
1. Het Programmabudget betreft de voor de uitvoering van het Agroprogramma, en in het bijzonder de taakuitoefening door het Programmabureau, bedoeld in artikel 8, derde lid, benodigde financiële middelen. 2. Bij vaststelling of wijziging van het Programmabudget neemt het Overhedenoverleg de hoogte van de door Partijen voor het Programmabudget toegezegde bijdragen in acht. 3. Het Programmabudget zal gelet op de Bestuurlijke afspraken versterking Groningen van 6 november 2020 in ieder geval de rijksbijdrage van € 19 miljoen bedragen, inclusief eventueel verschuldigde BTW. 4. LNV heeft de in het derde lid bedoelde rijksbijdrage als specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet verleend aan de provincie Groningen. 5. Partijen kunnen besluiten om aanvullende middelen voor het Agroprogramma ter beschikking te stellen ten behoeve van het Programmabudget. Paragraaf 4: Slotbepalingen Artikel 10. Privacy en openbaarheid 1. Ter uitvoering van het Agroprogramma worden onder meer persoonsgegevens verwerkt. De Provincie Groningen treedt hierbij op als verwerker in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en draagt zorg voor de naleving van deze verordening. 2. Partijen voeren dit Convenant transparant uit.
Zij dragen de voortgang actief uit en werken indien een daartoe strekkend verzoek wordt ingediend, mee aan maximale openbaarmaking van informatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur of publieke informatie als bedoeld in de Wet open overheid. Artikel 11. Wijziging van het Convenant Agroprogramma 1. Een Partij kan een voorstel tot wijziging van dit Convenant doen. Het verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de Stuurgroep. 2. De Stuurgroep zorgt er voor dat Partijen binnen zes weken nadat om wijziging verzocht is, met elkaar in overleg treden over het verzoek. 3. Een wijziging van dit Convenant behoeft de schriftelijke instemming van alle Partijen waarbij die wijziging wordt vastgelegd in een addendum dat aan dit Convenant wordt gehecht. Artikel 12. Toepasselijk recht en naleving niet in rechte afdwingbaar 1. Op dit Convenant is uitsluitend Nederlands rechtvan toepassing. 2. De afspraken van dit Convenant en de nadere uitwerking en uitvoering daarvan zullen in overeenstemming met het internationale recht, het Unierecht en het Nederlandse recht worden uitgevoerd in het bijzonder voor zover de afspraken vallen onder de werking van de internationale, Europese en Nederlandse regels met betrekking tot aanbesteding, mededinging, staatssteun en technisch normen en voorschriften. 3.
Partijen komen overeen dat de naleving van de in dit Convenant opgenomen afspraken en verplichtingen niet in rechte afdwingbaar zijn. 4. Indien door enige oorzaak of omstandigheid een Partij zijn verplichtingen op grond van dit Convenant niet naleeft, treden Partijen, onverwijld met elkaar in overleg te
7
treden om gezamenlijk te bezien of en zo ja op welke wijze, alsnog aan het doel van dit Convenant tegemoet kan worden gekomen. Artikel 13. Ondertekening in verschillende exemplaren, looptijd en inwerkingtreding 1. Dit Convenant kan worden ondertekend door Partijen in verschillende exemplaren, die samengevoegd hetzelfde rechtsgevolg hebben alsof dit Convenantt is ondertekend door alle Partijen in één exemplaar. 2. Van de uitvoering van dit Convenant middels het Plan van Aanpak wordt jaarlijks een verslag opgemaakt door het Programmabureau en voor vaststelling voorgelegd aan de Stuurgroep 3. In de tweede helft van 2024 worden het proces en de uitvoering van het Agroprogramma door Partijen geevalueerd. Deze evaluatie wordt in de Stuurgroep besproken. 4. Dit Convenant treedt in werking vanaf het moment van ondertekening door alle Partijen en eindigt uiterlijk op 1 januari 2026, tenzij Partijen gezamenlijk een andere looptijd overeenkomen, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 11. Artikel 14. Citeertitel en publicatie 1. Dit Convenant wordt aangehaald als: Convenant Agroprogramma. 2. De tekst van dit Convenant wordt, na ondertekening, gepubliceerd in de Staatscourant en het Provinciaal blad. Ondertekening Nederlandse Akkerbouw Vakbond Vertegenwoordigd door: H.J.M Feitsma
Nederlandse Melkveehouders Vakbond Vertegenwoordigd door: H. Bleker
Land- en Tuinbouw Organisatie Noord Vertegenwoordigd door: H.J. Smith
Stichting Boerenbelang Mijnbouwschade Vertegenwoordigd door: B.J. Westerdijk
8
Gronings Agrarisch Jongeren Kontakt Vertegenwoordigd door: J.G. Rietema
Gedeputeerde staten van de provincie Groningen Namens dezen: Gedeputeerde H.J. Hamster
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsdelta; Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Hogeland; Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen; Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt; Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen Namens dezen: de burgemeester van de gemeente Het Hogeland, H.J. Bolding
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Namens deze: (NAAM)
9